Jan Brokken


Jan Brokken
Bekend als
Auteur
Schrijft in het
Nederlands
Geslacht
Man
Geboren
10 juni 1949
Biografie

Jan Brokken werd op 10 juni 1949 in het Diaconessenhuis van Leiden geboren, niet lang na de terugkeer van zijn ouders uit Indonesië. Zijn vader, theoloog, had op Celebes en Salayer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar islamitische bewegingen.

Jan Brokken werd op 10 juni 1949 in het Diaconessenhuis van Leiden geboren, niet lang na de terugkeer van zijn ouders uit Indonesië. Zijn vader, theoloog, had op Celebes en Salayer wetenschappelijk onderzoek gedaan naar islamitische bewegingen. 'Mijn nieuwsgierigheid naar andere culturen en levenswijzen heb ik onmiskenbaar van mijn vader,’ zei Jan Brokken in een interview, ‘mijn reislust en de behoefte om mijn indrukken op papier te zetten van mijn moeder.' Met zijn grote kennis van de islam kon vader Brokken in het Nederland van de jaren vijftig weinig aan. Hij werd predikant van de Nederlands Hervormde Kerk.

Het grootste deel van zijn jeugd bracht Jan Brokken in het Zuid-Hollandse dorp Rhoon door, het decor van zijn romans De provincie en Mijn kleine waanzin. Hij doorliep de middelbare school in Rotterdam, studeerde aan de School voor de Journalistiek in Utrecht en aan het Institut d’Etudes Politiques van de universiteit van Bordeaux, Frankrijk.

Jan was de jongste van drie kinderen. Zijn beide broers waren in Makassar geboren. ‘Als domineeszoon was ik een buitenstaander in het dorp. En thuis was ik ook een buitenstaander. Ik had als enige de oorlog niet meegemaakt, had als enige niet in een kamp gezeten en had als enige de tropenzon niet voelen steken. Vaak wordt gezegd dat ik zo goed kijken en luisteren kan. Dat komt omdat ik overal en altijd een vreemde was.’

In 1973 trad Jan Brokken in dienst van dagblad Trouw. Drie jaar later stapte hij over naar weekblad Haagse Post. Voor Trouw schreef hij reportages, voor HP interviews en portretten die zo markant waren dat ze gebundeld werden in Het volle literaire leven (1979), Schrijven (1980), Met musici (1987) en Spiegels (1993).

In Bordeaux trouwde Jan Brokken met Marie-Claude Hamonic, die in 1972 haar studie in de Franse literatuur van de middeleeuwen afrondde. Frankrijk werd Brokken’s tweede vaderland; hij maakte er tal van reportages en interviews, die uitgeverij Atlas in 2004 bijeenbracht onder de titel Zoals Frankrijk was.

In 1984 debuteerde Jan Brokken met de roman De provincie. Direct al werd zijn uitzonderlijk verteltalent geprezen. ‘Hier treedt een schrijver aan,’ constateerde Rob Schouten in Trouw, ‘die er geen enkele moeite mee heeft een verhaal tot de laatste pagina spannend te houden.’ De recensent van Vrij Nederland, Frans de Rover, vond De provincie zo beklemmend dat hij zich afvroeg of ‘met dit boek niet een oude schuld wordt ingelost.’

Echt verbazen deed Jan Brokken met zijn eerst gepubliceerde verhalen. In Het laatste oordeel maakt een vader samen met zijn zoon een keuze uit de boeken die hij mag meenemen naar het bejaardentehuis. Uit de veertig strekkende meter boeken moet hij één meter kiezen. Door de boeken die hij uiteindelijk meeneemt ontstaat een portret van de man. Ieder van die boeken vertelt een episode uit zijn leven. Joost Zwagerman nam het verhaal op in zijn in 2004 verschenen bloemlezing van de beste korte verhalen uit de Nederlandse literatuur.

In 1988 ontving Jan Brokken voor zijn verhalenbundel De zee van vroeger de Lucy en B.W. van der Hoogtprijs. 'Een roman in verhalen,' oordeelde de jury, 'geschreven door een sobere en toch levendige stilist die eerder in de leer lijkt te zijn gegaan bij Britse dan bij Nederlandse voorbeelden.'

Twee jaar eerder had Jan Brokken de journalistiek vaarwel gezegd. ‘De reguliere journalistiek dan. Voor mij maakt het etiket niet veel uit. Ik schrijf. Vanaf het moment dat ik schrijven kon heb ik geschreven. Het geluid van een zacht krassende pen op papier maakt me rustig. Ik beoefen verschillende genres, of combineer ze. Journalistiek is er daar één van. Biografie een ander. Mijn eerste non-fictieboek was de biografie Mata Hari, de waarheid achter een legende. Van de journalistiek bevalt me de mentale instelling: observeren, luisteren, de ramen van je geest wijd open zetten.'

Voor de verhalen uit De zee van vroeger koos hij de locaties Indonesië, China, Rusland. Het was het begin van een rusteloos bestaan. Jan Brokken woonde en reisde gedurende zes jaar in West-Afrika en schreef romans en reisverhalen die in Burkina Faso, Ivoorkust en Gabon spelen: Zaza en de president, De moordenaar van Ouagadougou, De regenvogel en Nog een nacht.

‘Het ideale reisboek’ schreef Boudewijn Büch over De regenvogel. Doeschka Meijsing trof in Zaza en de president een Afrika aan ‘dat volkomen overtuigt.’ Jan Cremer zei in een interview: ‘Hij is de enige Nederlandse schrijver die zich met Graham Greene kan meten. (..) Gewoon fantastisch zoals hij schrijft.’

In haar essay over het werk van Jan Brokken wijst Ingrid Koorn Zaza en de president aan als het beginpunt van 'een nieuw genre dat hij toevoegt aan de Nederlandse literatuur.' Een genre waarmee hij vanaf 1988 blijft experimenteren en dat bijzonder genoeg is 'om dit als een verdienste voor de literatuur' te erkennen. Ingrid Koorn: 'Zaza en de president zit op meerdere niveaus zeer goed in elkaar. Brokken laat verschillende genres - persoonlijk reisverslag, fictie en documentaire - naadloos in elkaar overgaan. Dat is knap, want het riscico bij zulke mengsels is dat het ene genre het andere bijt. Maar in deze roman zijn alle ingredienten perfect in evenwicht. Sterker nog, je zou kunnen vergeten dat hier sprake is van een waar gebeurd verhaal, omdat Brokken erin slaagt zijn persoonlijke ervaringen naar een hoger plan te tillen. Zaza en de president is in eerste instantie een roman, beeldend, spannend en vol dramatische lading. Het verhaal over de zoektocht naar een geliefde wordt aanvankelijk slechts afgezet tegen de politiek gekleurde achtergrond van het land waar het zich afspeelt, maar lost er geleidelijk aan in op. Bij de ontknoping van de plot blijkt dat het persoonlijke zich haast achteloos met de politiek heeft vermengd. De werkelijkheid is vaak absurder dan fictie, en het is geen geringe prestatie van Brokken dat hij die absurde werkelijkheid geloofwaardig over het voetlicht weet te brengen. Dat is ook te danken aan zijn schrijfstijl - sobere beschrijvingen, bondige dialogen, kernachtige typeringen, humor en charmante zelfspot.'

Ook voor Elsbeth Etty markeert Zaza en de president een vertrekpunt. In een essay over literaire non-fictie omschrijft ze het boek in NRC/Handelsblad als 'de pioniersroman van de Nederlandse faction.'   

In 1992 verhuisde Brokken naar het Caribische gebied. Hij publiceerde Goedenavond, mrs. Rhys, over de jeugd van de op Dominica geboren schrijfster Jean Rhys, de bundel Vulkanen vanaf zee, met op Guadeloupe, Martinique en Curaçao gesitueerde verhalen, de grote zeeroman De blinde passagiers en de op Curaçao spelende roman De droevige kampioen. Vanuit Curaçao ondernam hij vele reizen naar Zuid-Amerika, die resulteerden in de non-fictie roman Jungle Rudy en de fictie roman Voel maar.

De droevige kampioen veroorzaakte een schok op de Nederlandse Antillen. Met de sportheld Riki Marchena beschreef Jan Brokken de hoop, het gevecht en de teleurstelling van de eerste generatie zwarte opinieleiders op de Caribische eilanden. ‘Veel meer dan in Nederland en Duitsland (er verscheen een Duitse vertaling) zag men daar de politieke achtergronden, of meer nog, de wrangheid van de roman. Ik moest op Curaçao in debat met Miguel Pourier, de minister-president van de Antillen, voor een verhit publiek van zo’n vierhonderd toehoorders. Het was de spannendste periode uit mijn schrijversleven.’

In Nederland werd de roman vooral geroemd vanwege de vorm en de stijl. ‘Het is niet alleen een buitengewoon spannend en boeiend boek, het is ook uitmuntend geschreven en vormtechnisch een hoogstandje,’ aldus Renee de Borst in Haarlems Dagblad. De roman werd niet genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, maar bizar genoeg vermeldde de jury in het perscommuniqué wel dat ze dit ‘razend knap vertelde verhaal’ ook graag in de shortlist had opgenomen. Voor de criticus van De Gelderlander is De droevige kampioen van het niveau van Honderd jaar eenzaamheid en Liefde in tijden van cholera. 'In de melancholie, in de aandacht voor de historische en sociale achtergronden van zijn personages en in de keuze van de tegenstellingen in het karakter van de hoofdpersoon die - amor fati - hoe grondeloos zijn pijn ook is, zijn levenslot omarmt, doet deze roman mij in puur gunstige zin aan het werk van Nobelprijswinnaar Gabriel García Márquez denken.'

Zelf rekent Jan Brokken De droevige kampioen tot zijn grootste literaire en journalistieke prestaties. 'Ik moest me verplaatsen in een compleet andere wereld, in een zwarte man en in een sportheld. Drie hindernissen die ik alleen kon nemen door dicht bij de werkelijkheid te blijven. Riki heeft werkelijk bestaan, ik heb maandenlang iedere week en soms wel iedere dag met hem gesproken, vierhonderd uur in totaal; ik heb alle plaatsen uit zijn zwerversbestaan aangedaan. Ik heb zijn vrienden, vriendinnen, weldoeners en vijanden leren kennen; ik heb gezien, gevoeld en geroken wat het betekent in de goot te leven.' 

De blinde passagiers werd genomineerd voor de Gouden Uil, Voel maar voor de Libris Literatuurprijs. Met De blinde passagiers bereikte Jan Brokken voor het eerst een groot publiek, ook in Duitsland. ‘Zee en schilderijen, ja, dat vonden ze in Duitsland Holland ten top. Gek genoeg heb ik daar helemaal niet bij stilgestaan toen ik van mijn hoofdpersoon een schilderijenrestaurator maakte. Ik dacht alleen: zee en kijken horen bij elkaar. In het boek gaat het om een zichtbare en onzichtbare wereld.’ Voor Jürgen Israel van de Berliner Morgenpost bewijst De blinde passagiers het hoge niveau van de hedendaagse Nederlandse vertelkunst. 'Het boek is spannend, heeft veel sfeer, staat op een hoog intellectueel en kunstzinnig niveau en heeft ook een ruige kant, wat het onderhoudend maakt.' 

Zowel in Jungle Rudy als in Voel maar voert Jan Brokken een personage op dat hem lief is: de outcast die radicaal met zijn omgeving breekt, maar die vroeg of laat toch weer wordt ingehaald door zijn verleden. Alleen de vorm verschilt. Jungle Rudy is een speurtocht naar de Haagse bankierszoon Rudy Truffino die een nieuw bestaan opbouwt in de jungle van Venezuela, Voel maar is een klassieke roman over de oplaaiende liefde tussen een rechter uit Curaçao en Gabriela Obrizki uit Buenos Aires aan boord van een passagiersschip. Jungle Rudy oogstte de meeste lof. 'Zoiets kom je in onze letteren zelden of nooit tegen, maar wat een heerlijk genre,' reageerde Renate Dorrestein. 'Een meesterlijk boek; ik heb het in één adem uitgelezen.' Voor Jan Geurt Gaarlandt deed het genre er niet meer toe. 'In Jungle Rudy,' schreef hij in de Volkskrant, 'is Jan Brokken documentalist, journalist en biograaf. Maar het meest toch is hij romanschrijver: zijn gave het juiste detail te kiezen, zijn verbeeldingskracht, zijn vermogen om de lezer de betovering van een volslagen ongewoon leven te laten ondergaan.' De reacties op de Engelse editie waren welhaast nog lovender. 'A masterpiece of narrative non-fiction,' jubelde The New York Times. Maar prijzen bleven uit en het boek sloeg niet aan bij het grote publiek - tot op de dag van vandaag is het Brokkens slechtst verkochte boek.

Ongetwijfeld door de vertrouwde romanvorm werd Voel maar wél genomineerd, voor de Libris Literatuurprijs, terwijl de kritiek verdeeld was. Max Pam roemde de roman in HP/De Tijd, een boek dat hem door de melancholie en de onmogelijke liefde aan de legendarische film Casablanca deed denken, maar Arjan Peters van de Volkskrant was allerminst overtuigd en raakte zelfs geïrriteerd door de hoofdpersonen. Sommige critici vroegen zich af of Jan Brokken niet van Nederland en de Nederlandse lezer aan het vervreemden was. Het stemde hemzelf in ieder geval tot nadenken dat hij de beste kritiek op Voel maar kreeg van The Palamedes Blog voor Law and History of Latin America. Dat blog vond het juist razend interessant dat Brokken slechts het topje van de ijsberg liet zien van burgeroorlog, onderdrukking en dictatuur, 'als in de verhalen van Ernest Hemingway.'    

Toch waren de jaren negentig, begonnen in Afrika en met Venezuela en Panama als laatste etappes, bepalend voor Brokkens zienswijzen en inzichten. 'Over onderdrukking, geweld, ziekelijke oneerlijkheid (want dat is corruptie) en over de verkwanseling van het landschap heb ik daar het meeste geleerd. En over de ongelooflijke veerkracht van de mens om op die negatieve uitingen te reageren. Eén ding lijkt het individu niet aan te kunnen: de religie.' En dat bracht Brokken terug bij de ervaringen uit zijn jeugd. 

Na vijftien jaar wonen en reizen in het buitenland keerde hij in 2002 naar Nederland terug. In 2004 verscheen zijn autobiografische roman Mijn kleine waanzin. De grote waanzin uit dat boek zijn de oorlog en het religieuze fanatisme. Vier jaar later publiceerde Brokken de even persoonlijke roman In het huis van de dichter, over zijn vriendschap met de Russische meesterpianist Youri Egorov. 'Mijn kleine waanzin vertelt de jaren vijftig en zestig op het Hollandse platteland, In het huis van de dichter de jaren zeventig en tachtig in Amsterdam. Dat was de opzet: een persoonlijke tijdsgeschiedenis van pakweg een halve eeuw in verhalende vorm.’

Tussendoor publiceerde Brokken in 2005 Waarom elf Antillianen knielden voor het hart van Chopin, een cultuurhistorische verkenning waarvoor hij tien jaar onderzoek had gedaan. Door de geschiedenis van de Caribische muziek te achterhalen, probeerde hij de wortels van de Antilliaanse samenleving bloot te leggen. Hij deed dat met talloze tragikomische verhalen. ‘Ik geef er alle antropologische studies voor cadeau,’ verzuchtte Geert Oostindie, hoogleraar in de Caribische Studies aan de universiteit van Leiden. Het boek oogstte veel lof, ook in Polen. Naar aanleiding van de Poolse vertaling schreef een recensent: ‘Jan Brokken laat ons genieten. Bij het luisteren van de cd en het lezen van het boek kun je je voeten niet stil houden.’     

Voor Mijn kleine waanzin ontving Jan Brokken de Icodo Prijs, uitgereikt door de gezamenlijke stichtingen hulp aan oorlogsslachtoffers. In zijn dankwoord zei hij: ‘Mijn vader, mijn moeder en mijn broers hadden deze prijs in ontvangst moeten nemen. Niet ik.’

Drie boeken van Jan Brokken werden verfilmd, De provincie, speelfilm, regie Jan Bosdriesz, met in de hoofdrollen Thom Hoffman, Pierre Bokma, Gijs Scholten van Aschat en Tamar van den Dop, Goedenavond, mrs. Rhys, televisiedocumentaire, regie Jan Louter, onder de titel They destroyed all the roses, en de door Rob Smits geregisseerde documentaire bioscoopfilm Jungle Rudy. Een vierde boekverfilming is in voorbereiding: In het huis van de dichter.  

Jan Brokken woont wisselend in Amsterdam en aan de Franse Atlantische kust, als hij ten minste niet op reis is. Op een zeereis, aan boord van een kustvaarder, deed hij in 1999 geheel onverwacht Estland aan. 'Ik dacht dat ik alleen van tropenhitte en tropenverhalen hield, maar die steden daar in het noorden, Pärnu, Tallinn, Riga, Vilnius, lieten me niet meer los. Ik was weer terug bij In het huis van de dichter, bij de wereld van Youri Egorov, bij de tragiek van het communisme en bij de troost die muziek kan bieden voor het onheil in de wereld.’ Tussen 1999 en 2010 reisde Jan Brokken acht keer naar de Baltische landen en stuitte op de ene na de andere intrigerende familiegeschiedenis. Van beroemdheden als Gidon Kremer, Sergej Eisenstein, Hannah Arendt, Jacob Lipchitz, Arvo Pärt, Mark Rothko tot onbekende of vergeten families. Ze kregen allen een plaats in Baltische zielen, een vuistdik non-fictieboek waarover Annejet van der Zijl schreef: 'Ik kreeg er kippenvel van. Zó indrukwekkend.' 

Toen hij In het huis van de dichter had voltooid en wachtte op de commentaren van zijn uitgever, schreef Jan Brokken in enkele weken de novelle Feininger voorbij. ‘ Ik had even zin in iets korts, iets bizars, iets luchtigs… Het was heerlijk om dat boek te schrijven, er hoefde ook geen twee of derde versie te komen, het stond er in één keer op, als bij een aquarel. Ik voelde me precies zo vrij als mijn hoofdpersonen.’  In maart 2009 verscheen Feininger voorbij. Een pakkende novelle over de confrontatie tussen Oost en West. In Duitsland verscheen de novelle in 2012 onder de titel Das Feininger-Projekt.

In Zeedrift maakt Jan Brokken de som op van vijfendertig jaar reizen. De eerste versie van het verhaal Woestijnkonijn schreef hij al in 1974. ‘De bijzondere momenten,’ vat Jan Brokken Zeedrift samen. ‘De onverwachte ontmoetingen. De mensen en de dingen die ik me blijf herinneren van Egypte, Italië, Indonesië, China, Curaçao, Aruba, Guatemala en zoveel andere plekken.’

Op de in oktober 2009 gepubliceerde bundel kwamen opvallend veel en uitvoerige recensies. ‘Exotisch, vol wonderlijke details en met een constante melancholische ondertoon,’ oordeelde Ewoud Kieft in NRCHandelsblad. ‘Bij Brokken is de speurtocht net zo belangrijk als de vondst. En dat is een mooie manier om de verbeelding en de verwondering toe te laten in de wereld van de non-fictie, waar zoveel journalisten en historici zich onnodig laten beperken door de eis van feitelijkheid. Brokken laat zien dat er meer mogelijk is.’

Toch viel ook dit boek weer buiten de prijzen en nominaties. Net zoals het veelgeprezen In het huis van de dichter. ‘Het probleem ligt niet zozeer in de beoordeling van zijn werk,’ analyseerde Ingrid Koorn in haar essay De zee en de tropen, ‘die valt in bijna alle gevallen positief uit. De critici zijn het er vrijwel unaniem over eens dat Jan Brokken een rasverteller is. Het wringpunt ligt in de criteria van de literaire kritiek, die vaak vasthoudt aan een krampachtig onderscheid tussen literatuur en journalistiek. (..) In landen als Groot-Britannië en Amerika springt men een stuk soepeler om met genregrenzen, en wordt een boek vooral beoordeeld op zijn intrinsieke kwaliteiten. (..) Jan Brokken is geen ‘literaire’ schrijver in de klassieke zin des woords, doordat hij fictie met non-fictie verenigt. Maar zijn poging om verschillende schrijfculturen met elkaar te laten versmelten is bijzonder genoeg om dit als een verdienste voor de literatuur te erkennen. Hij heeft werkelijk een nieuw genre toegevoegd aan de Nederlandse literatuur. Tegelijk slaagt hij er telkens weer in een ouderwets spannend en dramatisch verhaal neer te zetten.’

Renée de Borst kwam in De Gelderlander tot dezelfde conclusie. ‘Jan Brokken is niet zozeer miskend. Wie hem leest, heeft grote waardering voor zijn prachtige schrijfstijl en interessante onderwerpkeuze. Al jaren schrijft hij de sterren van de hemel. Brokken is veeleer niet gekend.’ Dat moet snel veranderen, vindt ze.

Jan Brokken heeft ondertussen vierentwintig boeken op zijn naam staan. Boeken die geen spat zijn verouderd en alle literaire modes hebben overleefd. De belangstelling voor zijn werk groeit gestadig. Van Mijn kleine waanzin verscheen in het najaar van 2012 de tiende druk. Op In het huis van de dichter ontvangt de auteur per dag twee tot vijf mails. ‘Nog nooit heeft een boek zo’n verpletterende indruk op me gemaakt,’ schreef Koos Remmig. ‘Dat u uw boek een roman noemt trof me – wat zou ik graag vaker romans lezen van een dergelijke intensiteit,’ reageerde Mirjam van Hengel. ‘Ik herlees het voor de derde keer,’ mailde Marianne Nillesen. ‘Het exemplaar van mijn zoon is door zijn vrienden letterlijk stukgelezen. Ik wil nu al uw boeken in mijn boekenkast.’

Maarten 't Hart schreef over In het huis van de dichter: 'Ik neem heel diep mijn hoed af voor dit boek. Aan zijn toch al imposante oeuvre heeft Jan Brokken een zeldzaam geslaagd meesterwerk toegevoegd. Het is hartverscheurend. Het is ook een moeilijk te overtreffen hoogtepunt. Zo'n boek schrijf je maar één keer.' Toch schreef Jan Brokken vervolgens Baltische zielen, een boek dat zowel door de politici Bram Peper en Guy Verhofstadt als door Annejet van der Zijl en Yvonne Kroonenberg geroemd werd als een imposant staaltje inlevingsvermogen.

Voor Geert Mak is Jan Brokken een van de grootste Nederlandse schrijvers. Maar nog steeds te weinig gelezen. Mak zei in het tv-programma Opium: 'Qua media-belangstelling, qua literaire prijzen en qua verkoopcijfers hoort hij in de top vijf thuis. Hij verdient massa's lezers. Jan Brokken weet van ieder verhaal een diep menselijk verhaal te maken, dat is zijn talent en zijn kracht.' 

Het wachten is nu op De vergelding, met als ondertitel een dorp in tijden van oorlog. Op grond van 170 interviews en duizenden pagina's processtukken en getuigenverhoren werpt Jan Brokken in dit non-fictieboek een scherp, verrassend en onthullend licht op gewone mensen in de Tweede Wereldoorlog in het dorp waar hij opgroeide: Rhoon

 
Meer details
Jan Brokken

Boeken

ADVERTENTIE

Wat zou je het liefste doen?

Maak een keuze en ontdek welke opleiding bij jou past!

Alle verslagen

Er zijn nog geen verslagen geschreven over deze persoon.

Verslag toevoegen