ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Petie Klaar (1 havo/vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

30 oktober 2001

Taal:

Woorden:

650

Bekeken:

17153 keer (45 deze maand)

Waardering:

2.4/5 (368 stemmen)

Deel op:

  • Door djeemie op 11-06-2011
    Heel goed, ik heb maandag mijn toetsweek , en ik denk dat het helemaal goed hiermee komt ! bedankt !
  • Door iemand (1 havo-vwo) op 12-04-2011
    Zij heeft hier ook haar best op gedaan hoor... Heel erg bedankt
  • Door Sharon op 24-01-2011
    Zohoo. Goed gedaan hoor! Xx.
  • Door Heee op 01-06-2005
    wat een *piep* verslag wat heb ik hier aa? n
  • Door Petie op 04-11-2001
    Jemie...wat goed gedaan!!!!! hahahaha!!!! -x-xx-x- die liefste Petie Klaar! hahahaahaha!
Techniek
3.1 Inleiding


Je spreekt van een overbrenging (transmissie) als er in het apparaat steeds een beweging van het ene onderdeel overgebracht wordt op het volgende. Met overbrengingen laat je dingen draaien, maar ook heen en weer of op en neer gaan.

3.2 Draaien maar: van rotatie naar rotatie

Een aandrijfwiel is het wiel waarmee de beweging begint. Een volgwiel wordt door een ander wiel aangedreven.
Als je bij een overbrenging iets wilt laten draaien, gebruik je vaak snaren, riemen, kettingen en tandwielen. Overbrengingen waarbij de wielen direct tegen elkaar aanzitten, zoals bij tandwielen. Noem je directe overbrengingen.
Overbrengingen met een snaar, riem of ketting noem je indirecte overbrengingen. Een overbrenging met een snaar of riem kan slippen. Een overbrenging met tandwielen en een ketting of met alleen tandwielen kan niet slippen.

3.3 Tandwielen

Je gebruikt overbrengingen om iets juist sneller of langzamer te laten draaien. Wielen zitten meestal aan een as. Bij kegel- en kroontandwielen lopen de assen niet evenwijdig.
Je hebt veel soorten tandwielen. Hiermee kun je allerlei overbrengingen maken.

3.4 Draairichting en draaisnelheid

Als twee tandwielen tegen elkaar aanzitten, draait het volgwiel een andere kant uit. De draairichtingen van het aandrijfwiel en het volgwiel zijn verschillend.
Een overbrenging met een snaar kun je ook gebruiken om de draairichting te veranderen. Een overbrengingsverhouding geeft aan hoe vaak het volgwiel ronddraait, als het aandrijfwiel dat één keer doet. Met overbrenging kun je de draairichting en de draaisnelheid veranderen.

3.5 Van rotatie naar translatie

Een rotatie is een draaiende beweging. Een rechtlijnige beweging is een trans- latie. Met een kruk en een drijfslang kun je een overbrenging maken van rotatie naar translatie en met een nokkenwiel. Ook kan dit met een rondsel en een tandheugel. Een worm is een as met aan de buitenkant een schroefdraad. Als je een as draait dan wind je het touw om de as. Je noemt zo’n as een windas. Met een windas en touw kun je iets omhoog hijsen of laten zakken.

3.6 Van translatie naar rotatie

Door flink aan het touwtje van een tol te trekken (translatie), laat je de spintol draaien (rotatie). Als de tol draait, valt hij niet om.
Aan de windas van een slingeruurwerk hangt een gewicht. Het gewicht zakt (translatie): de windas en alle tandwielen gaan draaien (rotatie). Het anker en de slinger zorgen ervoor dat het gewicht maar heel langzaam naar beneden kan zakken. De tandwielen zorgen voor de juiste overbrengingsverhouding.
Dit zijn allebei voorbeelden van translatie naar rotatie. Dus van een rechtlijnige beweging naar een draaiende beweging.

3.7 Van translatie naar translatie

In een grachtenhuis kun je een grote kast moeilijk via smalle trappen naar boven brengen. De kast kan wel door het open raam. Dit kun je het handigste doen met een katrol. Een katrol werkt als volgt: boven in de gevel zit een balk met een haak eraan. Aan de haak hang je een klein wiel (katrol) met een touw of kabel erover. Je trekt aan het ene eind van het touw (translatie). Aan het andere eind van het touw hangt de kast en die gaat omhoog (translatie). Je hebt nu een overbrenging gebruikt van translatie naar translatie.
En zo werkt een overbrenging die je gebruikt bij het remmen van je fiets: de remhendel is een hefboom. Hiermee vergroot je de remkracht. Met de remhendel trek je aan de remkabel (translatie). Via de kabel breng je de beweging over op remmen (translatie). Twee hefbomen drukken de remblokjes tegen de velg.
Is een systeem gevuld met vloeistof, dan spreek je van hydrauliek (bijv. met twee zuigers, cilinders en leidingen). Is het systeem gevuld met lucht, dan noem je het pneumatiek (bijv. bij graafmachines en bulldozers).

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.