Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 5 maart 2007 |
Niveau: | vmbo |
Woorden: | 1780 |
Opvragingen: | 2584 (81 deze maand) |
Waardering: |
Vier rijken vergelijken
Samenvatting
1.1
1) Wat leeft er in de tuin?
In een tuin leven organismen uit vier rijken: plantenrijk, dierenrijk, schimmelrijk en bacteriënrijk (bron3). De rijken worden onderscheiden door de bouw van de cellen. Alle organismen zijn levende wezens en hebben de volgende levenskenmerken: groei, voortplanting, gaswisseling, beweging, opname van stoffen, afgifte van stoffen en reageren op prikkels.
2) Hoe deel je organismen uit een rijk verder in?
Je deelt organismen verder in door te kijken naar eigenschappen die verschillend of juist overeenkomen. Bijvoorbeeld organismen uit de groep van gewervelde dieren hebben allemaal een wervelkolom. Doordat er ook verschillen zijn, worden de gewervelde dieren verder ingedeeld in vijf groepen(bron4). De indeling eindigt bij het benoemen van soorten.
3) Hoe hebben organismen elkaar nodig?
Het ene organisme is voedsel voor het andere. Samen vormen alle organismen de voedselkringloop. Planten zijn de producenten en maken uit anorganische stoffen via de fotosynthese hun eigen voedingsstoffen. Met mineralen uit de bodem maken ze alle organische stoffen waar ze uit zijn opgebouwd. Hiervan eten dieren, zij zijn de consumenten. Het afval van de planten en dieren is voedsel voor bacteriën en schimmels. Zij zijn de reducenten (bron5 en 6) en verteren de organische stoffen. De mineralen blijven over.
1.2
1) Uit welke delen bestaat een plant?
Planten zijn opgebouwd uit wortels, stengels, bladeren en bloemen (bron9). Dit zijn de organen van de plant. De organen zijn opgebouwd uit weefsels. Een weefsel bestaat uit een aantal cellen met dezelfde vorm en functie.
2) Waaruit bestaat een plantencel?
Een plantencel bestaat uit een celmembraan, cytoplasma, een celkern, een vacuole en bladgroenkorrels. Om de cel heen is een stevige celwand van cellulose. De bladgroenkorrels geven plantenhun groene kleur en zorgen voor de fotosynthese (bron 11).
3) Hoe blijven planten stevig?
Kruidachtige planten zijn stevig door de druk van het water in de vacuole tegen de celwand. De cellen zwellen op tot de celwanden onder druk staan. Houtachtige planten zijn stevig door de extra dikke celwanden met daarin de harde houtstof (bron13). Hout bestaat uit de verhoute celwanden, de celinhoud is verdwenen.
4) Wat zijn de grootste en de kleinste planten?
Sequoia’s van 100 meter hoog zijn de grootste planten en ééncellige algen zijn de kleinste planten.
1.3
1) Waaruit bestaat een dier?
Dieren bevatten een groot aantal verschillende organen. Elk orgaan heeft een eigen functie. Organen die samenwerken aan dezelfde taak, vormen orgaanstelsels, zoals het ademhalingsstelsel of het spierstelsel (bron17). Eenvoudige dieren hebben minder organen.
2) Hoe ziet een dierlijke cel eruit?
Dierlijke cellen, zoals bijvoorbeeld zenuwcellen, beencellen en spiercellen hebben heel verschillende vormen (bron 18). Groepen cellen van hetzelfde type vormen samen weefsels, bijvoorbeeld zenuwweefsel of botweefsel. Organen zijn opgebouwd uit meerdere weefsels. De cellen van dieren hebben een celmembraan, cytoplasma en een celkern. Doordat dierlijke cellen geen stevige celwand hebben, kunnen ze van vorm veranderen. De meest vervormbare cellen zijn de spiercellen (bron 19).
3) Hoe blijven dieren stevig?
Dieren zijn stevig door een inwendig skelet. Dat is het geval bij de gewervelde dieren. De organen zijn verankerd aan het skelet en worden er door beschermd. De spieren zijn verbonden met de botten. Veel andere diergroepen hebben een uitwendig skelet van kalk (slakken en schelpen) of chitine (insecten en kreeften).
4) Wat zijn de grootste en de kleinste dieren?
Het grootste dier is de blauwe vinvis van meer dan 30 meter. Één van de kleinste dieren is het ééncellige pantoffeldiertje. Beide diersoorten leven in het water.
1.4
1) Wat is een schimmel?
Schimmels bestaan uit een netwerk van draden. De draden bestaan uit langgerekte cellen en vormen samen de zwamvlok. Uit de zwamvlok kunnen vruchtlichamen of paddestoelen groeien. Paddestoelen vormen sporen, die voor de voortplanting zorgen. Ze worden verspreid. Uit de sporen groeit een nieuwe zwamvlok (bron 24).
2) Hoe ziet een schimmelcel eruit?
Schimmelcellen zijn meestal erg langgerekt en hun bouw lijkt sterk op die van een plantaardige cel. Ze hebben een celwand, een celmembraan, cytoplasma, een celkern en een vacuole. Schimmelcellen hebben géén bladgroenkorrels (Bron 25).
3) Uit welke delen bestaat een bacterie?
Bacteriën bestaan uit één cel met de onderdelen: celwand, een celmembraan, cytoplasma. Het DNA zit niet in een celkern, maar ligt als een lange draad los in het cytoplasma (bron 26).
4) Wat doen schimmels en bacteriën?
Schimmels en bacteriën breken de organische stoffen in natuurlijk afval af. Daarbij komen anorganische stoffen zoals koolstofdioxide, water en mineralen vrij. Planten hebben die stoffen weer nodig. Schimmels en bacteriën zorgen zo voor het sluiten van de voedselkringloop. Schimmels en bacteriën kunnen voedsel bederven. Dit voedselbederf ga je tegen door conserveren door steriliseren, pasteuriseren, bestralen of door invriezen, drogen, vacuüm verpakken en conserveringsmiddelen (bron 29).
5) Waarvoor gebruik je schimmels en bacteriën?
Bacteriën gebruik je in de voedsel- en medicijnproductie en om afvalwater te zuiveren. Het maken van producten en het werken met levende wezens en apparatuur heet biotechnieken. Schimmels gebruik je als voedsel (champignons), in de medicijnproductie (penicilline) en in de voedselproductie (gist).
6) Wat is moderne biotechnieken?
Bij moderne biotechnieken worden erfelijke eigenschappen veranderd door wat DNA weg te halen uit het ene organisme en toe te voegen aan een ander organisme. Dat heet genetische modificatie. Een voorbeeld is de productie van insuline door bacteriën (bron 34).
Begrippenlijst (op alfabet)
Afvaleters Bodemdieren die het afval van planten en dieren eten en verkleinen, wat overblijft wordt afgebroken door bacteriën en schimmels (reducenten) 12
Anorganische stoffen Stoffen uit de levenloze natuur, zoals water, koolstofdioxide, zuurstof, ijzer, kalk 11
Bacteriënrijk Groep van organismen (alle bacteriën), die bestaan uit één cel met alleen een celwand, cytoplasma en DNA, dat los in de cel zit 10
Bestralen Methode om voedselbederf te voorkomen; er wordt speciale straling door voedsel gestuurd om (sporen van) bacteriën en schimmels te doden 21
Biotechnieken Methode met behulp van speciale technieken levende wezens (bio) voor mensen te laten werken 22
Bladgroenkorrel Onderdeel in de plantencel, dat zorgt voor de fotosynthese 14
Celkern Onderdeel van een cel, van waaruit de processen in de cel worden bestuurd, in de kern bevinden zich de erfelijke eigenschappen in het DNA 14, 17
Cellen Bouwstenen van een organisme 13
Cellulose Organische stof waaruit de celwanden bij planten zijn opgebouwd 14
Celmembraan Vliesje om het cytoplasma van de cel dat de opname en afgifte van stoffen regelt 14, 17
Celwand Laag van cellulose rondom een plantencel 14
Chitine stof in het uitwendig skelet van insecten 18
Conserveren Manieren om het bederf van voedsel door schimmels en bacteriën tegen te gaan om zo voedsel langer houdbaar te maken 21
Conserveringsmiddelen Stoffen die worden toegevoegd aan voedsel om voedselbederf door schimmels en bacteriën te voorkomen 21
Consumenten Organismen die hun voedingsstoffen betrekken van andere organismen, dit zijn alle organismen behalve de planten 12
Cytoplasma Stroperige vloeistof waarin de celkern en de bladgroenkorrels zitten 14, 17
Dierenrijk Groep van organismen (alle dieren), die bestaan uit cellen met alleen cytoplasma, een celmembraan en een celkern 10
DNA Stof waaruit chromosomen grotendeels zijn opgebouwd en di de erfelijke eigenschappen bevat voor de bouw en werking van een organisme 14
Drogen Methode om voedselbederf te voorkomen door water aan het voedsel te onttrekken 21
Eencellige Organisme dat maar uit één cel bestaat zoals boomalgen, pantoffeldiertjes of bacteriën 18
fotosynthese Proces in bladgroenkorrels waarbij water en koolstofdioxide met behulp van energie uit zonlicht, wordt omgezet in glucose onder afgifte van zuurstof 11
Genetische modificatie Het veranderen van de erfelijke eigenschappen van een plant of een dier. Door wat DNA van een ander organisme toe te voegen 23
Gist Eencellige schimmel die gebruikt wordt bij het maken van brood, bier en wijn 22
Houtachtige plant Plant waarbij de stevigheid vooral te danken is aan houtstof in de celwanden 15
Houtcel Een cel waarvan alleen de dikke celwand met veel houtstof nog over is 15
Houtstof Een harde stof die in de celwanden van planten voorkomt en zo meer stevigheid geeft aan de cellen 15
Invriezen Methode om voedselbederf te voorkomen door het voedsel bij zeer lage temperatuur te bewaren om de groei van bacteriën en schimmels te voorkomen 21
Inwendig skelet Skelet van botten dat zich binnen in het lichaam van een gewerveld dier bevindt ter bevestiging en bescherming van de organen 17
Kruidachtige plant Plant waarbij de stevigheid vooral te danken is aan het water in de vacuoles van de cellen, doordat het water druk uitoefent op de celwand 15
Levenskenmerken Kenmerken die bij alle levende wezen voorkomen: groei, zich voeden, bewegen, gaswisseling, uischeiding, voortplanting en reactie geven 10
Mycelium Zie zwamvlok 19
Orgaan Deel van een organisme met een bepaalde functie 13
Orgaanstelsel Aantal organen die samenwerken aan één bepaalde complexe taak 16
Organische stoffen Stoffen die gemaakt worden door levende organismen 11
Organisme Ander woord voor een levend wezen 10
Pasteuriseren Methode om voedselbederf te voorkomen door voedsel korte tijd te verwarmen op 70°C, waardoor de meeste bacteriën en (sporen van ) schimmels worden gedood 21
Penicilline Stof die wordt gebruikt om te genezen van ziekten die zijn veroorzaakt door een infectie met bacteriën. Het doodt bacteriën door hun celwanden stuk te maken 22
Plantenrijk Groep van organismen (alle planten), waarbij de cellen bestaan uit een membraan, cytoplasma, een celkern, een vacuole en bladgroenkorrels. Om de cel heen zit een stevige celwand van cellulose 10
Producenten Organismen (planten) die door middel van fotosynthese van anorganische stoffen organische stoffen kunnen maken, waaruit ze zichzelf opbouwen 12
Reducenten Schimmels en bacteriën, die organische stoffen uit het afval van producenten en consumenten verteren en omzetten in anorganische stoffen, waarbij mineralen over blijven 12
Rijk Groep, waarin organismen worden opgedeeld op grond van hun celbouw: plantenrijk, dierenrijk, schimmelrijk, bacteriënrijk 10
Schimmel Organisme dat bestaat ui een netwerk van schimmeldraden en paddestoelen kan vormen, die sporen maken voor de voortplanting 10
Schimmelrijk Groep van organismen (alle schimmels), waarbij de cellen bestaan uit een celmembraan, cytoplasma, een celkern en een vacuole, de cellen zijn vaak langgerket en hebben geen bladgroenkorrels 10
Skelet Deel van een organisme dat zorgt voor de stevigheid 17
Spore Voortplantingscel waaruit een schimmel groeit 19
Steriliseren Methode om voedselbederf te voorkomen, waarbij het voedsel wordt langere tijd boven 100°C wordt verhit, alle bacteriën en (sporen van) schimmels worden gedood 21
Uitwendig skelet Skelet dat zich aan de buitenkant een organisme bevindt, bijvoorbeeld bij insecten, slakken en schelpen 18
Vacuole Blaasje in een plantencel of schimmelcel, dat gevuld is met water, speelt een belangrijke rol bij de stevigheid van de cel 14
Vacuüm verpakken Methode om voedselbederf te voorkomen door alle lucht aan het voedsel te onttrekken 21
Voedingsvezels Delen in het voedsel, die bestaan uit stukjes van celwanden 14
Voedselkringloop De kringloop van voedingsstoffen, die worden gevormd door producenten, opgegeten door consumenten en afgebroken door reducenten. De producenten nemen mineralen op, die weer vrijkomen bij de reducenten 11
Vruchtlichaam Deel van een schimmel waaruit sporen ontstaan, kunnen zichtbaar zijn als kleine bolletjes, maar ook als paddestoelen 19
Weefsel Cellen met dezelfde vorm en functie 13, 17
Zwamvlok Netwerk van schimmeldraden dat groeit op of in een voedingsbodem 19
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!
a d v e r t e n t i e

Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!
Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

Er komt een meisje huilend de klas uit lopen. Dan mag Femke. Leuk!