Geschreven door: | anoniem (5 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 19 januari 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.550 |
Bekeken: | 8632 keer (64 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
1. Biografie
John Locke leefde van 1632 tot 1704. Hij werd geboren als advocatenzoon in Somerset, Engeland. In Westminster volgde hij een klassieke opleiding, en later kwam hij bij de universiteit van Oxford. Daar kwam hij in contact met een paar wetenschappers die een club oprichtten, de Royal Society. Locke werd in 1668 daar ook lid van. Kort daarna begon hij aan een medicijnen studie. Na die succesvol afgerond te hebben, ging hij werken als adviseur en lijfarts van graaf Shaftesbury. In 1690 schreef hij zijn belangrijkste werken: An essay concerning human understanding één tot en met vier. Hierin beschreef hij hoe hij te weten wou komen waar de grens van het menselijk begripsvermogen ligt en wat we wel en niet van de mens mogen verwachten, met betrekking op kennis.
Hij overleed op 72 jarige leeftijd.
2. Ethiek
Volgens Locke heeft iedereen recht op maximale vrijheid en daar zijn eigen invulling aan te geven. Iemand mag een gedeelte van de natuur opeisen, mits hij genoeg en van dezelfde kwaliteit overlaat aan anderen. Niemand kan meer aanspraak maken op de natuur dan een ander. De mogelijkheden die de natuur bied zijn niemands persoonlijke verdienste.
Bijvoorbeeld: Er is een beperkte hoeveelheid land beschikbaar voor twee personen, en een van de twee eigent zich meer dan de helft toe, dan is dit volgens Locke onrechtvaardig. De tweede persoon wordt hiermee te veel beperkt in het geven van een eigen invulling aan zijn leven.
Privé-bezit ontstaat volgens Locke uit noodzaak: Als men voedsel niet bezit, maar het wel nuttigt dan ontrek je de rest van de mensheid, en is dus in tegenspraak zijn met elkaar. Dus, wat men nuttigt, moet men te bezitten.
Hieruit concludeert Locke dat men iets een bezit kan noemen vanaf het moment dat men er moeite voor doet. Zonder dat er arbeid in is geïnvesteerd hebben goederen nauwelijks waarde; de waarde van een goed wordt bepaald door de arbeid die erin gestopt wordt.
Bijvoorbeeld: Als een ruwe diamant uit de grond word gehaald dan heeft hij maar een geringe waarde. Wanneer hij geslepen wordt dan krijgt hij een grotere waarde. Hierbij is de arbeid dus waardeverhogend.
Bijvoorbeeld: als er erts gedolven word is de waarde ervan erg klein, maar wanneer het omgesmolten word tot een willekeurig metaal dan werkt deze arbeid waardeverhogend.
Niemand kan het lichaam van een mens bezitten, je kan alleen baas zijn over je eigen lichaam. Locke vindt dat wanneer men iets bezit, men ook de vrijheid heeft dit bezit te verkopen of weg te geven aan anderen. Zo krijg je een samenleving die bestaat uit de vrije handel van goederen en waar de regering dus geen invloed op heeft. Dit vormt de basis van het liberale kapitalisme. Hij verdedigt het rechtvaardigingsprincipe dat niemand meer zou mogen bezitten dan hij kan bewerken en gebruiken.
3. Mensbeeld
Locke heeft zich meer verdiept in de staatsfilosofie dan in het mensbeeld, wat hier redelijk in elkaar over loopt.
In het begin bevond men zich in een natuurstaat. De mens was in die natuurstaat geen beest. God had hem naar zijn evenbeeld geschapen en was dus met rede en geweten begaafd. Locke zag in elk mens een van nature vrij geboren individu, met een logische neiging het eigenbelang na te streven. Zonder overkoepelende statelijke macht zou de samenleving vervallen in een gevecht om het eigen belang.
Bijvoorbeeld: met geschiedenis hebben we het nu over warlords in China. Op een gegeven moment viel de overkoepelende macht, de keizer weg. Als reactie daarop gingen de warlords met elkaar oorlog voeren om zo veel mogelijk grond en macht te krijgen. Dat is hun eigenbelang.
Door middel van een maatschappelijk verdrag worden de burgers tegen zichzelf en tegen elkaar beschermd. Wie deel wil uitmaken van de staat verplicht zichzelf de regels van de staat na te volgen. Tegenover dit verlies van de vrijheid uit de natuurlijke toestand staat het recht van bescherming door de overheid. Dus je moet iets inleveren van je vrijheid maar je krijgt er bescherming voor terug.
Een tweede verdrag regelt de instelling van een centraal gezag, dat zal gaan zorgen voor het maken en uitvoeren van wetten. Dit centrale gezag is zelf partner in de overeenkomst en neemt daardoor ook bepaalde verplichtingen op zich, zoals de verplichting om de rechten van de burgers te respecteren. Wanneer die verplichtingen niet worden nagekomen, dan vindt contractbreuk plaats, in dat geval heeft de gemeenschap het volste recht om tegen de overheid in opstand te komen.
Om zulke situaties te voorkomen, is het raadzaam de wetgevende en de uitvoerende macht strikt van elkaar te scheiden: iemand die betrokken is bij het maken van wetten behoort niet betrokken te zijn bij de uitvoering van die zelfde wetten. De kans op machtsmisbruik wordt hierdoor sterk verkleind.
4. Kentheorie
John Locke was een kennistheoreticus, en werd gezien als de grondlegger van het engelse empirisme, ervaringskennis.
Hij wilde weten welke prestaties van de menselijke geest verwacht mochten worden en welke niet en waar de ideeën in ons verstand vandaan komen. Hij geloofde niet in de theorie van Descartes, dat ieder mens bepaalde gedachtes meekrijgt bij de geboorte. Hij dacht dat mensen werden geboren als een Tabula Rasa, een onbeschreven blad, zonder enige kennis, dat ons verstand bij de geboorte nog op 0 staat. Maar hoe komt het dan “vol”? Het antwoord is, dat we materiaal verzamelen dat door het verstand tot kennis wordt verwerkt, via de ervaring mogelijk is. Er zijn 2 soorten ervaring: Zintuiglijke ervaring en introspectieve ervaring van de processen in onze geest.
Het proces gaat volgens Locke zo:
Eerst zijn er eenvoudige ideeën die door het verstand worden opgenomen. Daarna worden ze gecombineerd tot complexe ideeën. Het complexe idee van een sneeuwbal is een verzameling van de eenvoudige ideeën wit, rond en koud. Een sneeuwbal heeft het vermogen de eenvoudige ideeën wit en rond te doen ontstaan. Dat vermogen noemde Locke `kwaliteit'.
Er zijn Primaire en Secundaire kwaliteiten. Primaire kwaliteiten hebben betrekking op vorm, omvang, beweging, enz. en zijn het resultaat van de overeenkomstige eigenschappen; een sneeuwbal roept het idee rond op omdat hij zelf rond is. Secundaire kwaliteiten, die betrekking hebben op kleur, geluid, enz., zijn het resultaat van de vormen en bewegingen van de delen waaruit een ding is opgebouwd. Een sneeuwbal is in staat het idee wit te doen ontstaan, maar de bal zelf is niet wit, maar de sneeuw waar hij van gemaakt is.
Locke onderscheid 3 soorten kennis.
Intuïtieve kennis omvat inzichten die zo volkomen zeker zijn dat er niet eens een bewijs voor nodig (wit is niet zwart).
Demonstratieve kennis omvat inzichten die met zekerheid bewezen kunnen worden (de hoeken van een driehoek zijn samen gelijk aan twee rechte hoeken).
Sensitieve kennis omvat inzichten die het niet verder brengen dan een zekere mate van waarschijnlijkheid (goud is altijd geel).
De hele wiskunde valt onder demonstratieve kennis, wiskundige stellingen kunnen dus met zekerheid bewezen worden.
Empirische wetenschappen vallen volgens Locke onder sensitieve kennis, waarmee hij wil aangeven dat empirische kennis nooit zeker is.
5. Beroemd geworden om:
Belangrijkste werken: ‘An essay concerning Human understanding één tot en met vier+’ (1690). Hierin gaf Locke aan hoe hij inzicht probeerde te krijgen in het bereik en de grenzen van het menselijk begripsvermogen. Hij wilde weten welke prestaties van de menselijke geest verwacht mochten worden en welke niet.
Hij schreef in 1693 ook een boek waarin hij denkbeelden over opvoeding lanceerde, dat heet: ‘Some thoughts concerning education’. In 1695 schreef hij nog wat godsdienstige geschriften, als: ‘The reasonableness of christianity’.
John Locke werd natuurlijk vooral bekend door zijn beroemde uitspraak dat mensen werden geboren als een tabula rasa, een onbeschreven blad.
Hij werd ook gezien als de grondlegger van het empirisme, ervaringskennis dus. Hij stond daardoor recht tegenover Descartes, die dacht dat een kind bij de geboorte al kennis heeft. Locke is nooit zo beroemd geworden als Hume, die de meest invloedrijke Britse filosoof tot op heden is.
We hebben gekozen voor John Locke, omdat we graag iets meer over hem wilden weten, om een speciale reden. We volgen het televisie programma Lost. Een van de personages heeft John Locke. Hij is de personage die juist heel erg over dingen nadenkt, hij is zeg maar de filosoof onder de personages. We wilden dus weten of het toevallig is of niet. Nu weten we meer over John Locke, en we hebben niet veel overeenkomsten tussen hem en het personage uit Lost gezien, maar Rik heeft nu een boek van de serie, en een van de hoofdstukken die over Locke gaat, heet tabula rasa, dus dat kan geen toeval meer zijn!
We vonden het een interessante man om het over te doen, omdat we het nog maar 1 keer over hem hebben gehad, en omdat we zijn ideeën wel apart vonden. We zijn het niet helemaal met hem eens, maar we zoeken altijd de middenweg
6. Stellingen en citaten
Stellingen
- Een mens wordt geboren als een tabula rasa. Mee eens of mee oneens.
- Kennis doen we op via de empirische weg (door de ervaringen en dus niet door de logische weg, met het verstand). Mee eens of oneens.
- Er is een regering nodig om een samenleving NIET in gevecht om eigen belang te laten vallen. Mee eens of oneens
Citaten
- ‘De natuur maakt geen dingen met slechte doeleinden of zonder doeleinde.’
- ‘Onze kennis kan nooit verder gaan dan onze ervaring.’
- ‘Nieuwe ideeën worden altijd gewantrouwd en vaak bestreden en dat alleen maar omdat ze nog niet zijn ingeburgerd.’
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.