CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

Geschreven door:

Said (5 havo)

Datum ingestuurd:

1 juli 2005

Taal:

Woorden:

2.750

Bekeken:

8632 keer (36 deze maand)

Waardering:

3.8/5 (70 stemmen)

Deel op:

  • Door Rahma op 19-02-2010
    Said goeie werkstuk man complimentjes
Voorwoord:

Dit praktische opdracht is gemaakt in het kader van het vak aardrijkskunde.
Het is een vereiste om het vak aardrijkskunde met een voldoende te afsluiten .
Dit praktische opdracht is een leerzame ervaring geweest .
Het onderwerp is “De Somalische emigratie naar Engeland”. In de komende hoofdstukken zullen de problemen van Somaliër, de moeizame integratie behandelt en motieven van de Somaliers om naar Engeland te emigreren.

Inleiding

In Nederland vormen Somaliërs de grootste groep onder de Afrikanen die afkomstig
zijn uit het gebied ten zuiden van de Sahara. Somaliërs zijn een nieuwe groep in de
Nederlandse samenleving. De meesten zijn gekomen op basis van politiek asiel.
Degenen die vervolgens erin slagen een duurzaam verblijf in Nederland te realiseren
staan voor de taak hier te integreren. Dat is geen gemakkelijke opgave: de verschillen tussen
Somalische leefgewoonten en culturele gebruiken en de Nederlandse is erg groot. Het
is van belang dat beleidsmakers en -uitvoerders die betrokken zijn bij de opvang en
integratie van Somaliërs in Nederland zich daarvan vergewissen, juist met het oog op
een succesvol integratiebeleid.

Hoofdstuk 1

§1.1 De Somalische gemeenschap in Nederland.

In dit hoofdstuk wordt de Somalische gemeenschap in Nederland beschreven met
behulp van gegevens over de samenstelling van de bevolking. Tevens worden de
oorzaken van aanpassingsproblemen en zichtbare knelpunten van Somaliërs in Nederland behandeld.

Vanaf 1980 komen Somaliërs naar Europa vanwege de voortdurende politieke
conflicten in hun land. Velen van hen vluchtten naar Nederland.

Erkende asielaanvragen van Somaliërs in Europa 1989-1998
Land Aantal
Griekenland 6
Oostenrijk 43
Spanje 122
België 210
Italië 238
Frankrijk 617
Duitsland 1.215
Zwitserland 1.911
Finland 2.287
Noorwegen 2.808
Zweden 7.551
Denemarken 8.292
Nederland 17.527
Groot Brittannië 19.158
Totaal 61.938
(Bron: CBS)

Aan het begin van de jaren negentig is het niet mogelijk om als asielzoeker ingeschreven te staan bij een gemeente. Met de invoering van de Wet op de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) in 1994 kunnen asielzoekers na 1 jaar verblijf
in Nederland zich inschrijven in de gemeente waar zij wonen.
Niet alle Somalische vluchtelingen zijn als asielzoeker gekomen. Een klein deel is door
de overheid uitgenodigd als vluchteling naar Nederland te verhuizen. Zij verblijven op
dat moment in vluchtelingenkampen in Kenya. Anderen zijn in het kader van
gezinshereniging gekomen of zijn in Nederland geboren. Per 1 januari 1999 wonen
27.421 allochtonen van Somalische afkomst in Nederland.

Leeftijdsopbouw Somalische bevolking in Nederland per 1 januari 1999
Leeftijd Totaal Man Vrouw
0- 4 5526 2807 2719
5- 9 2868 1518 1350
10-14 2732 1539 1193
15-19 2705 1581 1124
20-24 2485 1428 1057
25-29 3930 2259 1671
30-34 3459 2035 1424
35-39 1606 903 703
40-44 944 552 392
45-49 470 293 177
50-54 294 179 115
55-59 189 103 86
60-64 78 33 45
65+ 135 33 102

Totaal 27421 15263 12158
(Bron: CBS)

Opvallend is dat 30% van de populatie jonger is dan 10 jaar en 50% jonger dan 20 jaar.
Ter vergelijking: voor de Nederlandse bevolking geldt dat circa 25% jonger dan 20 jaar is.
Somaliërs wonen over heel Nederland verspreid vanwege het spreidingsbeleid van de
overheid van de Regeling Opvang Asielzoekers (ROA) en de huisvesting.

§1.2 Geografische spreiding per gemeente

Absoluut %

Rotterdam 1765 6,5
Tilburg 1730 6,3
Den Haag 1630 5,9
Amsterdam 1165 4,2
Eindhoven 910 3,3
Delft 560 2,0
Nijmegen 520 1,9
Utrecht 480 1,8
Arnhem 480 1,8
Amersfoort 465 1,7
Schiedam 435 1,6
Dordrecht 380 1,4
Haarlem 365 1,3
Vlaardingen 360 1,3
Den Bosch 330 1,2
Breda 325 1,2
Groningen 320 1,2
Overige <300 55,4
Totaal 27.421 100
(Bron: CBS)

§1.3 Geografische spreiding per provincie

Absoluut %
Zuid-Holland 8195 30
Noord-Brabant 5695 20
Noord-Holland 3610 13
Gelderland 2765 10
Utrecht 2075 8
Limburg 1415 5
Friesland 975 4
Overijssel 775 3
Groningen 715 3
Drenthe 595 2
Zeeland 345 1
Flevoland 265 1

Totaal 27.421 100
(Bron: CBS)

§1.4 Somalische bevolking in Eindhoven

Opvallend is de ontwikkeling in het aantal Eindhovense Somaliërs. Dat aantal is namelijk
met bijna een kwart is afgenomen. Begin 2001 waren er bijna 1000 Somaliërs in Eindhoven,
nu zijn er nog ruim 750.
Opmerkelijk is dat de meeverhuisde kinderen nogal eens minder kunnen aarden in Engeland
en dat zij graag terug zouden willen naar Nederland dat zij als hun vaderland
zien.

§1.5 Onderverdelingen van de bevolking in Eindhoven

§1.6 De sociale contacten in Nederland

De sociale contacten van de Somalische gemeenschap is het product van de oude normen
en waarden die Somaliërs meebrachten en de "nieuwe vreemde" wereld van Nederland
waarin men terecht komt. Migratie naar Nederland is geen bewuste keuze voor
Nederland, maar vooral een vlucht voor het geweld en de ellende van de oorlog in
Somalië. Men gaat ervan uit dat het verblijf in het buitenland tijdelijk is, en men weer
terug gaat zodra het weer rustig is in Somalië.
Sinds de jaren negentig worden asielzoekers onder de regie van de overheid opgevangen
in landelijke opvangcentra. Het verblijf in deze centra is vol onzekerheid. De
asielprocedure neemt enkele jaren in beslag en gedurende deze periode verblijft men in
een opvangcentrum. Medewerkers uit de geestelijke gezondheidszorg hebben er
regelmatig op gewezen dat een langdurig verblijf in een opvangcentrum ziekmakend is.
Een Somaliër zei over het verblijf in een opvangcentrum: "Wait and dream."
Als gevolg van de ontoereikende capaciteit in de opvangcentra is in 1998 de
mogelijkheid geopend om gedurende de asielprocedure buiten het centrum te wonen:
het zelfzorg arrangement (ZZA) maakte het mogelijk om bij vrienden of familie met
zelfstandige huisvesting in te trekken. (Deze regeling wordt mogelijk afgeschaft.) De
centrale opvang in woningen (COW) onder verantwoordelijkheid van het Centraal
Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) biedt eveneens opvang in woningen in de
gemeente.
Als na jaren wachten positief wordt besloten op het asielverzoek dan verkrijgt men een
verblijfsvergunning en verhuist men vanuit het opvangcentrum naar een eigen woning.
Dit is een grote overgang. In het opvangcentrum was men afhankelijk: de overheid
verstrekte onderdak, en geld voor voeding en kleding. Nu moet men zelfstandig een
nieuw leven opbouwen en staat men

De Somaliërs voelen zich in de kou gezet bij de overgang van asielzoekerscentra naar wonen in de wijk, door discriminatie en de eisen van de inburgeringstrajecten. Salonbijeenkomst over opvoeden,

Nieuwsbrief Mutant, april 1999
voor verschillende taken zoals het regelen van zaken rondom de woning (huur, energie,
telefoon, verzekeringen, belastingen); het leren van de Nederlandse taal en cultuur; het
wennen aan een sneller levensritme, de arbeidsmoraal en de bureaucratie met talloze
regels.

Somaliërs wonen vooral in grotere gemeenten in wijken met goedkope woningen:
wijken met veel mensen in een achterstandssituatie, zowel autochtonen als
allochtonen. De basis voor de integratie van Somaliërs met de Nederlandse
samenleving ligt in deze wijken, waar een cumulatie van problemen plaatsvindt. De
werkloosheid is hoog en autochtonen die zich een betere en dus duurdere woning
kunnen veroorloven trekken weg. De buren zijn vaak ook van allochtone afkomst en de
vriendjes van de kinderen ook. Zij zijn het referentiekader voor de Somaliërs, terwijl de
participatie van deze "oude" groepen allochtonen aan de Nederlandse samenleving op
zich ook nog veel aandacht vraagt. De voorzieningen in deze wijken staan onder druk.
Dikwijls zijn bijvoorbeeld het onderwijs en de gezondheidszorg overbelast.
Voor veel Somaliërs zijn de eisen die aan hen gesteld worden te zwaar. Zij voelen zich
machteloos en ontmoedigd, en trekken zich terug. Enkelen spannen zich in om de
moeilijkheden te overwinnen.
Aan de andere kant zijn de nomadische culturele waarden nog steeds van grote invloed
op het sociale leven van Somaliërs. De meeste Somaliërs hebben een nomadische kijk
op de wereld, die inhoudt dat men niet gewend is om zich te vestigen. Het leven is
georganiseerd in clanverband. De afstand tussen de eigen cultuur en de Nederlandse is
bijzonder groot. Dit verklaart waarom Somaliërs in vergelijking met andere
minderheden meer moeilijkheden ondervinden in de aansluiting bij de Nederlandse
samenleving. Dit wordt ook bevestigd in onderzoek (Brink et al., 1996).
Verder heeft de nomadische cultuur een behoudend karakter, zij is niet erg ontvankelijk
voor veranderingen. Somaliërs zullen daardoor contact met Nederlanders, maar ook
met andere minderheden, uit de weg gaan. Men wil niet beïnvloed worden door andere
culturen. Dit komt niet uit onbeleefdheid voort, maar uit onzekerheid en wantrouwen
voor het onbekende. De nomaden in Somalië hebben van oudsher slechts heel beperkt
contact gehad met de buitenwereld. Somaliërs zijn van nature op hun hoede voor
vreemden en deze houding zal niet snel veranderen.
De Somalische historicus Geschekter (1993:15) heeft hierover geschreven:

"Somaliërs mogen dan van verblijfplaats veranderen, maar zij verlaten nooit hun culturele achtergrond, noch in hun geest noch in hun gedrag."

§1.6 Onderwijs en werk

Taal is heel belangrijk; het maakt het contact met de samenleving en het leven met de buren
makkelijker; als je de taal leert, is het ook makkelijker de cultuur te begrijpen.
Somalische vrouw.

In Somalië

Onderwijs en werk bieden de meest praktische mogelijkheden voor integratie. Via
onderwijs verwerft men kennis en vaardigheden die nodig zijn om de kans op werk te
vergroten. Somaliërs hebben naar Nederlandse normen weinig onderwijs genoten. Het
onderwijs in de Somalische geschreven taal is in 1972 ingevoerd. Voor die tijd kreeg
men vooral onderwijs via de koranschool. In 1988 schatte Unicef dat 76% van de
Somalische bevolking analfabeet is: 18% van de mannen en 6% van de vrouwen kan
lezen en schrijven.
De aandacht voor het onderwijs in Somalië verminderde: in 1980 was nog 9% van de
nationale uitgaven bestemd voor onderwijs, in 1988 was dit afgenomen tot 1,5%
(Economist Intelligence Unit, 1991) In de daarop volgende jaren woedde een felle
burgeroorlog en stortte het onderwijssysteem verder in.

In Nederland

De verschillen in opleidingsniveau zijn groot in de Somalische gemeenschap in Nederland:
10% heeft in Somalië een universitaire opleiding gevolgd, 68% laag of hoog voortgezet
onderwijs, 6% basisonderwijs en 16% is nooit naar school geweest.
Gezien de geringe ervaring met onderwijs is het leren van de Nederlandse taal voor veel
Somaliërs - zeker voor de ouderen - een probleem. De in totaal 500 à 600 uur taalles
voor nieuwkomers is in de praktijk te weinig en na afloop van de cursus beheersen
Somaliërs het Nederlands onvoldoende om door te kunnen stromen naar de
arbeidsmarkt (De Wit, 1998).
Onderzoek naar de Somalische gemeenschap in Amersfoort bevestigt het beeld dat veel
Somalische ouderen en vrouwen grote moeite hebben met de Nederlandse taal. Van de
30 geïnterviewden spraken 10 personen slecht, 10 personen redelijk en 10 personen
goed Nederlands (Ali, 1999).
In Tilburg is onderzoek gedaan onder de Somalische vrouwen (Tabibian, 1999). Eén
derde van de vrouwen heeft geen Nederlandse taallessen gevolgd. Vooral
(alleenstaande) vrouwen met kinderen vinden het moeilijk om hun leven zo te
organiseren dat ze naar Nederlandse taallessen kunnen. Een deel van hen spreekt de
voorkeur uit voor taallessen aan huis.
De vaardigheden die men in Somalië heeft geleerd, sluiten niet goed aan bij de eisen
die het Nederlandse arbeidsproces stelt. De uitval in het Nederlandse onderwijs is
relatief groot (de Wit, 1992) en men mist daardoor de kans de in Nederland benodigde
vaardigheden te verwerven. In vergelijking met andere allochtone groepen is voor
Somaliërs de afstand tot de arbeidsmarkt daardoor groter.

Somaliërs gedragen zich vaak als nomaden. Zelf overwegend afkomstig uit de stad, vertonen
ze niettemin het gedrag van hun rondtrekkende voorouders. Alles heeft een tijdelijk karakter.
Ze werken ergens een aantal maanden en stappen op, vaak zonder hun werkgever in te
lichten. "Nooit eens iets opbouwen, nooit eens een probleem oplossen. Als er een probleem is,
vertrekken ze gewoon."

De werkloosheid onder Somaliërs is groot. Recent onderzoek van de gemeente
Rotterdam naar de positie van Somalische jongeren bevestigt dit beeld: van de 34
geïnterviewde jongeren van 16 t/m 25 jaar hebben drie een baan, vier
studiefinanciering, 20 een uitkering en van zeven jongeren is over het inkomen geen
informatie.
In Amersfoort heeft 30% van de 30 geïnterviewden een inkomen uit werk
en van de 66 geïnterviewde Somalische vrouwen in Tilburg heeft 6,7% betaald werk.
De economische groei in Nederland heeft de kansen op werk voor Somaliërs vergroot.
Uit cijfers van de arbeidsinspectie blijkt echter dat de werkloosheid onder allochtonen
vier keer zo hoog is als onder autochtonen (Rapport Task Force Minderheden en
Arbeidsmarkt, 2000).
De Somalische koepel van zelforganisaties geeft aan dat de groei in betaald werk
veelal tijdelijke arbeid betreft, die via uitzendbureaus verkregen wordt. Naar hun
zeggen gaan Somaliërs voor arbeidsbemiddeling eerder naar een uitzendbureau dan
naar het arbeidsbureau. Dit draagt het risico in zich dat als de economie daalt deze
mensen als eerste weer op straat staan.

‘En ik zeg altijd: Nederland is
geboren in koelkast, Nederlandse
of Europese mensen zijn geboren
in een koelkast en wij zijn
Afrikaanse mensen,
wij zijn geboren in een oven.
Het is altijd koud hier,
en daar is het warm.
Ja, dat is het verschil, ja.’

Somalische man, 35 jaar.

Somaliërs in Eindhoven

In 2003 telde Eindhoven ongeveer 206.000 inwoners. Turken, Marokkanen, Surinamers en
Antillianen zijn (in deze volgorde) verreweg de vier grootste allochtone groepen in Eindhoven. De
Chinezen (920 personen), ex-Joegoslaven (915) en Somaliërs (862) volgen daarop qua aantal.
Het aantal Somaliërs, dat tot 2001 een stijgende lijn vertoonde, daalt na dat jaar (zie tabellen
hieronder). Uit de tabellen blijkt ook dat het een jonge bevolkingsgroep is. Ruim 60 % (bij
vrouwen zelfs bijna 70 %) van de Somaliërs in Eindhoven is jonger dan 30 jaar.
De Somalische gemeenschap is in relatie tot het aantal inwoners van Eindhoven zeer klein.
Procentueel vormt de Somalische gemeenschap ongeveer 0,40 % van de Eindhovense bevolking.

Hoofdstuk 2

§2.1 Motieven voor migratie naar Engeland

Wat zijn de belangrijkste redenen om naar Engeland te verhuizen? Kunnen
redenen voor verhuizen gevonden worden in Nederland, of spelen niet push-
maar pull-factoren een rol bij de beslissing om naar Engeland te verhuizen?

Het is interessant te kijken naar de beweegredenen van de Somalische emigranten. In De Groene Amsterdammer heb ik gelezen dat:
In Nederland is men voorstander van spreiding en is de trend richting assimilatie. De Britse maatschappij is meer gesegregeerd. De Somaliërs voelen minder druk zich in het openbare leven aan te passen en hun kinderen in de westerse cultuur op te voeden.
Er was in Engeland al een grote islamitische en Somalische gemeenschap in de gemeente waar ze zich hebben gevestigd.
In Engeland zijn meer opleidingsmogelijkheden. De onderwijsinstellingen hebben een opener houding, de intelligentie of potentie van een persoon wordt niet aan de taalvaardigheid afgemeten. Ook kan je in Engeland na je 27ste nog een lening of beurs voor studie krijgen. Veel vluchtelingen zitten jarenlang in de asielprocedure en tegen de tijd dat ze een opleiding mogen volgen, zijn velen de 27 al gepasseerd. In Nederland is een studie financieel onhaalbaar voor hen.
Er zijn minder regels om een eigen zaak te beginnen en het is makkelijker een lening af te sluiten in Engeland.

Het enorme verschil tussen de eigen en de Nederlandse cultuur, de onbekendheid
met de spelregels van de Nederlandse samenleving en de Nederlands taal vormen
voor bijna alle Somaliërs een groot probleem. De problemen en moeilijkheden
waarmee de Somalische groep in Nederland te maken heeft, houden
denkbaar niet alleen verband met hun achtergrond, vluchtgeschiedenis,
traumatische ervaringen en het verwerkingsproces, maar ook de sociale, economische en culturele veranderingen in de nieuwe samenleving (de sociale contacten §1.2 ) hebben invloed op hun situatie in Nederland. Redenen waarom men wil verhuizen uit Nederland wijzen ruwweg
in een tweetal richtingen: economisch-sociaal-maatschappelijke deelname en
cultuur-religieuze mogelijkheden. Een aanzienlijk aantal van de Somalische
groep ervaart op beide gevallen een dus danige dwang, begrenzing en
vrijheidsbeperking dat zij verhuisden naar Engeland.
Men is Nederland dankbaar voor de eerste opvang na de vlucht uit Somalië -
in weinig Europese landen krijgt men van de overheid gratis rechtshulp en
tolken, en was de slaagkans voor een verblijfsvergunning relatief hoog - maar
ervaart dat alleen veiligheid en een onderkomen geen basis zijn voor de rest
van het leven. Nadat men in Nederland asiel heeft gekregen en een woning
toegewezen gekregen heeft, is na de eerste begeleiding de behoefte groot, met
name bij de mannen, financieel zelfvoorzienend te zijn, wat inhoudt dat men
niet afhankelijk wil zijn van een sociale uitkering en het voortdurende gevoel
te hebben dat eigen verantwoordelijkheid en initiatieven worden ontnomen
door een, in de ogen van de respondenten, bemoederende Nederlandse
overheid of lokale instanties. Echter het Nederlandse systeem is dusdanig
bureaucratisch dat men het gevoel heeft afhankelijk gemaakt te worden van
diverse voorzieningen en weinig kansen ervaart om eigen ideeën voor het
opzetten van kleinschalige projecten uit te werken, zoals het beginnen van een eigen zaak.

§2.2 Onderwijs verschillen

Een vergelijking van gevolgde opleidingen in Nederland
Zie overzicht in tabel

Bron: onderzoek van (Van den Reek)

meningen over waarom men geen Nederlandse opleiding gevolgd heeft uiteen
lopen. Het grootste deel van de mannen gaf aan kostwinner te zijn, wat niet te
combineren valt met het volgen van een studie. Vrouwen merkten op dat de
vraag voor hen niet van toepassing was, gezien zij de zorg voor het huishouden
en de kinderen dragen. Anderen vonden dat zij de Nederlandse taal te
slecht beheersen voor het volgen van een studie of waren bij aankomst in
Nederland te oud om in aanmerking te komen voor een studiebeurs. Over het
algemeen is voornamelijk de oudere groep onder de 30 jaar van mening dat zij niet
het juiste Nederlandse diploma heeft maar wel de vaardigheden om te gaan
werken. Zij hebben al een opleiding gevolgd in Somalië en zien zichzelf niet
weer met een studie beginnen.

Conclusie:

Er is wel een grote verschil in de Nederlands cultuur en de Somalische cultuur en je zou kunnen zeggen dat Somaliërs sowieso al bekend staan om hun verhuislustigheid, waarom dan niet van het ene Europese land naar het andere? Ook zijn er pullfactoren in Engeland voor Somaliërs de aanwezigheid van een grote islamitische en Somalische gemeenschap die voor volgmigratie zorgen, net zoals veel Turken en Marokkanen zich in Nederland willen vestigen vanwege de grote Turkse en Marokkaanse gemeenschap hier. Evenzogoed lijkt het erop dat Nederland er niet in slaagt deze groep nieuwkomers op te nemen in de samenleving. Zij voelt zich beperkt in de opvoeding van haar kinderen en in haar toekomstmogelijkheden. Het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of de overtocht van Somaliërs naar Engeland doorzet of dat andere groepen nieuwkomers ook voor een ander Europees land gaan kiezen.

Bronvermelding:

Om deze praktische opdracht te maken heb ik gebruik van gemaakt van:

Internet: www.CBS.nl
Website CBS, StatLine
www.gemeenteeindehoven.nl

Krant: Trouw, 28-04-2003.


Onderzoeksdocumenten: Somaliers op door reis

Onderzoek van gemeente Eindhoven

T.V programma Netwerk: Somaliërs verlaten Nederland voor Engeland

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.