Geschreven door: | anoniem (groep 8) [meer] |
Datum ingestuurd: | 31 mei 2001 |
Taal: |  |
Woorden: | 750 |
Bekeken: | 25565 keer (80 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
De rampNederland ligt voor een groot deel onder de zeespiegel, daardoor kan het gebeuren dat er een keer iets kan overstromen. Dat gebeurde bijvoorbeeld met Zeeland in 1953.
Het weerbericht van zaterdagochtend 31 januari meldde harde westenwind.
’s Middags waarschuwde het K.N.M.I. voor westerstorm. Maar het stormde zo vaak, dus er was geen reden om in paniek te raken. Dat het diezelfde avond ook springvloed zou worden, werd men niet ongerust van. Na de zware stormen in 1906 waren de dijken verzwaard en verhoogd.
De meeste mensen wisten niet dat er iets ergs kon gebeuren en gingen die avond gewoon naar bed. Slechts enkele deskundigen waren op de hoogte van een ramp.
Om ongeveer 3 uur ’s nachts braken de eerste dijken door. Tegen half vijf ’s nachts drongen de eerste berichten over de ramp de buitenwereld door. Ze kwamen uit streken rond om Dordrecht, Rotterdam, Zeeuws Vlaanderen en Walcheren. Van de zeer zwaar getroffen gebieden was er maar weinig bekend want de elektriciteit was verbroken.
‘s Zondags werd bekend dat 58 mensen waren verdronken. Het radionieuws van maandag meldde 420 doden. Dinsdag was het aantal opgelopen tot 873 doden. Vrijdag werden 1355 slachtoffers gemeld. Het zou nog vele maanden duren voor het totale aantal slachtoffers van de ramp was vastgesteld. Uiteindelijk bleken 1856 mensen zijn verdronken.
Bovendien zijn er 25- tot 30 duizend runderen verdronken. Ook verdronken er veel paarden en varkens.
In die dagen liep ongeveer 250.000 hectare land onder water. In dat gebied woonden zo’n 600.000 mensen.
De totale schade aan huizen, landerijen en dergelijke liep op tot meer dan een miljard gulden.
De blauwe stukken op de kaart zijn de gebieden die zijn overgelopen.
Te laatVoor velen kwam de redding te laat. Ze konden zich door uitputting niet meer aan het dak vasthouden en vielen naar beneden in het water, of ze verdronken in een poging zichzelf zwemmend of drijfend op wrakhout te redden.
Rond de polder waren plekken die droog bleven.De meesten mensen die daar woonden, wisten wat er in hun omgeving gebeurde, maar ze konden weinig of geen hulp bieden. Het ontbrak hen aan reddingsmiddelen.
Toen de dijken doorbraken is er nog wel geprobeerd de mensen in de polder te waarschuwen door klokken te luiden en sirenes te laten loeien. Maar door de storm kwam het geluid niet ver. En wie de klokken of sirenes wel hoorden, dacht aan oorlog of brand, maar beslist niet aan water.
OpvangcentraGezinsleden die elkaar uit het oog zijn verloren zagen elkaar weer in een opvangcentrum en dan was er grote vreugde. Maar er hebben zich ook minder leuke dingen afgespeeld. Vaak zocht men naar vermiste familieleden, maar dan bleek dat moeder, vader, zoon of dochter verdronken was.
Opvangcentra’s boden maar tijdelijk onderdak. De mensen konden er geen weken blijven en moesten op een andere plek worden overgebracht. Duizenden mensen hadden zich vrijwillig opgegeven om mensen uit het rampgebied onderdak te geven. Dat het om complete "volksverhuizing" ging, bleek uit deze cijfers.
Zuid- Holland 26.778
Brabant 19.082
Zeeland 10.992
Utrecht 6.256
Noord-Holland 2.540
Gelderland 2.283
Overijssel 690
Groningen 267
Limburg 240
Drente 200
Friesland 196
RampenfondsHeel Nederland had medelijden met de slachtoffers. De mensen gaven honderden guldens aan het Nationaal Rampenfonds, dat de slachtoffers steunden. In de weken die volgden, liet Nederland zich van de beste kant zien. Te voet, te fiets, per boot of per auto gingen mensen naar het rampgebied om te kijken of ze nog konden helpen. Er werd ook geld gestort op gironummer 9575 van het Nationaal Rampenfonds. In totaal werd er een bedrag van 140.000.000 gulden geschonken; dat is voor deze tijd zo’n 2.000.000.000 gulden. Ook op de oproep van het Rode Kruis om goederen in te zamelen voor het rampgebied was meer dan men dacht. Want al op 4 februari, 3 dagen na de ramp, liet het rode kruis weten dat ze niet meer wisten waar ze de spullen moesten laten.
DeltawerkenLang voor de ramp spraken deskundigen al over het zogenaamde Deltaplan. Dat was een plan om de zeearmen van zuidwest- Nederland af te sluiten. Voor de veiligheid.
Het was er nooit van gekomen dat plan uit te voeren, maar na de ramp werd er haast achter gezet. Want in 1958 werd het deltaplan goedgekeurd. Het aanleggen van de Deltawerken duurde 32 jaar, en kostte ongeveer 15 miljard gulden.
Op de kaart kan je zien welke dijken er zijn gekomen en wanneer ze zijn gekomen na het Deltaplan:
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.