geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Sara (3 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

10 mei 2004

Taal:

Woorden:

500

Bekeken:

299019 keer (2081 deze maand)

Waardering:

3.9/5 (2471 stemmen)

Deel op:

  • Door Roan (havo 3) op 12-01-2012
    Super handig was namelijk grammatica kaart vergeten in me kluis en was in paniek want had morgen belanrijke repetitie!!! hahaha
  • Door kevin (Havo 3) op 27-11-2011
    Dit overzicht is erg handig om te leren. We moesten in de klas zelf aantekeningen hiervan maken, niet handig dus. hier staat alles goed en overzichtelijk in een schema, Ik heb hier erg goed van geleerd. DANK U!
  • Door Nanno (4 vmbo) op 01-11-2011
    Danke! Dit helpt echt! In mijn boek staat alles in een groep schema, echt niet overzichtelijk. Nu alleen nog even wat tijd inplannen om dit uit me hoofd te leren.
  • Door Poepvocht (3 Havo) op 16-10-2011
    Waza thx <3
  • Door nanana op 21-06-2011
    Sorry Peter, maar je hebt geen humor. Dit is handig, want moet de voorzetsels even leren, dankjewel!
  • Toon alle 21 reacties
Overzicht Duitse Grammatica.

1. De naamvallen.

Het bepaald lidwoord.

Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig. Meervoud.

1. Der Lehrer. Die Antwort. Das Buch. Die Jahre.
2. Des Lehres. Der Antwort. Des Buches. Der Jahre.
3. Dem Lehrer. Der Antwort. Dem Buch. Den Jahren.
4. Den Lehrer. Die Antwort. Das Buch. Die Jahre.

Tot de der-Gruppe behoren de volgende woorden: dies- (deze), jen- (gene) jed- (iedere), manch- (sommige), solch- (zulke), welch- (welke), all- (alle).

Het onbepaald lidwoord.

Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig. Meervoud.

1. Ein Brief.Eine Karte.Ein Haus.Keine Freunde.
2. Eines Briefes. Einer Karte. Eines Hauses. Keiner Freunde.
3. Einem Brief. Einer Karte. Einem Haus. Keinen Freunden.
4. Einen Brief. Eine Karte. Ein Haus. Keine Jahre.

Tot de ein-Gruppe behoren de volgende woorden: kein- (geen), mein- (mijn) dein- (jouw), sein- (zijn), ihr- (haar/hun), unser- (onze), euer- (jullie), Ihr- (uw).

Gebruik van de naamvallen.

1e naamval: onderwerp, naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde.
2e naamval: van de, van het, van een, van mijn, van ons, enz.
3e naamval: meewerkend voorwerp(in het NL er ‘aan’ of ‘voor’ voorzetten), voorzetsels: mit enz.
4e naamval: lijdend voorwerp, voorzetsels: durch enz. Tijdsbepaling zonder voorzetsel.

Voorzetsels waarna de 3e naamval komt.

Mit- met.
Nach- naar, na.
Bei- bij.
Seit- sinds.
Von- van.
Zu- naar.
Aus- uit.
Außer- behalve.
Entgegen- tegen.
Gegenüber- tegenover.

Nach: bij aardrijkskundige namen als het er 'naar toe' betekent.
Zu: naar personen, gebouwen, enz.

Voorzetsels waarna de 4e naamval komt.

Durch- door.
Für- voor.
Ohne- zonder.
Um- om
Bis- tot.
Gegen- tegen.
Entlang- langs.

Voorzetsels waarna de 3e of 4e naamval komt.

An- aan.
Auf- op.
Hinter- achter.
Neben- naast.
In- in.
Über- over/boven.
Unter- onder.
Vor- voor (plaats/tijd)
Zwischen- tussen.

Deze voorzetsels krijgen de 3e naamval als je kunt vragen: wo? (waar) of wann? (wanneer).
Deze voorzetsels krijgen de 4e naamval als je kunt vragen: wohin? (waarheen).
Wanneer je bovenstaande vragen niet kunt stellen dan hebben:
- auf en über en erinnern an, glauben an, denken an de 4e naamval.
- De rest heeft dan 3e naamval.

Het persoonlijk voornaamwoord.
Opmerking: het heeft geen 2e naamval.

1. ich. du er sie es wir ihr sie Sie.
2. x x x x x x x x x
3. mir dir ihm ihr ihm uns euch ihnen Ihnen.
4. mich dich ihn sie es uns euch sie Sie.

Het bijvoegelijk naamwoord.

Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig. Meervoud.
1. Der junge Mann. Die junge Frau. Das kleine Kind. Die jungen Männer.
2. Des jungen Mannes. Der jungen Frau. Des kleinen Kindes. Der jungen Männer.
3. Dem jungen Mann. Der jungen Frau. Dem kleinen Kind. Den jungen Männern.
4. Den jungen Mann. Die junge Frau. Das kleine Kind. Die jungen Männer.

Alle woorden uit de der-Gruppe krijgen bovenstaande uitgangen.

Mannelijk. Vrouwelijk. Onzijdig. Meervoud.
1. Ein junger Mann. Eine junge Frau. Ein kleines Kind. Keine jungen Männer.
2. Eines jungen Mannes. Einer jungen Frau. Eines kleinen Kindes. Keiner jungen Männer.
3. Einem jungen Mann. Einer jungen Frau. Einem kleinen Kind. Keinen jungen Männern.
4. Einen jungen Mann. Eine junge Frau. Ein kleines Kind. Keine jungen Männer.

Alle woorden uit de ein-Gruppe krijgen bovenstaande uitgangen.

Ontleden.

Stap 1. Kijk of er een voorzetsel in de zin staat.

Stap 2. Zo niet, dan zin ontleden:
Pv --> gez.
Ond.
L.v.w.
Mee.v.w.

Stap 3. Bepaal geslacht.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.