Geschreven door: | anoniem (5 vwo) |
Datum ingestuurd: | 6 februari 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.150 |
Bekeken: | 15952 keer (27 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inhoudsopgave
Inleiding
Observatie
Probleemstelling
Hypothese
Onderzoeksvraag en voorspelling
Werkplan
Benodigdheden
Werkwijze en verwerking van de resultaten
Resultaten
Paard
Konijn
Koe
Geit
Kip
Conclusie
Discussie
Hypothese toetsen
Foutenbronnen
Aanbeveling vervolgonderzoek
Achtergrondinformatie
Literatuurbronnen
Samenvatting
Inleiding
Observatie
Het valt ons op dat er grote verschillen zijn tussen de uitwerpselen van de kip, het konijn, de geit, het paard en de koe. De verschillen zijn: de kleur, de structuur, het vochtgehalte en de vorm.
Probleemstelling
Waardoor worden deze verschillen veroorzaakt?
Hypothese
De verschillen tussen de uitwerpselen van deze herbivoren worden veroorzaakt door de voeding.
Onderzoeksvraag en voorspelling
Hoe veroorzaakt het voedsel deze verschillen tussen de uitwerpselen van deze herbivoren? Als we de uitwerpselen onderzoeken zullen we hierin eigenschappen van het voedsel moeten aantreffen.
Werkplan
Voor dit onderzoek hebben we nodig:
- de uitwerpselen van een konijn, een kip, een geit, een paard en een koe
- een weegschaal
- glazen potjes
- plastic handschoenen
- pincetten
- mesjes
- konijnenvoer
- kippenvoer
- geitenvoer
- paardenvoer
We zijn als volgt te werk gegaan:
Eerst hebben we de uitwerpselen verzameld en gewogen toen ze nog vers waren. Daarna hebben we ze 2 weken laten drogen en vervolgens opnieuw gewogen. In die tussentijd hebben we opgezocht wat er allemaal in het voer van de dieren zat, zodat we dit kunnen vergelijken met wat we aantreffen in de uitwerpselen.
Daarna hebben we alles uit elkaar gehaald om te kijken wat we er nog in aan troffen. Van de meeste deeltjes hebben we wat op een sticker geplakt zodat dat duidelijk vergelijkbaar is. Verder zijn we op zoek geweest naar achtergrond informatie over het verteringsstelsel van deze dieren. We hebben hiervoor op internet gezocht, we zijn naar de bibliotheek geweest en hebben verschillende dierenartsen opgebeld en bezocht voor informatie hierover.
De verwerking van de resultaten zal als volgt zijn:
We zetten per dier in een tabel wat de voeding is, wat er van die voeding nog terug komt in de uitwerpselen, wat het vochtgehalte in de uitwerpselen is, de structuur van de uitwerpselen, de kleur van de voeding, de kleur van de uitwerpselen en de vorm van de uitwerpselen. Deze zullen we later allemaal gaan vergelijken. Onder de tabel staan de resultaten nog iets uitgebreider beschreven.
Resultaten
Paard
1. Voeding Gras, muesli, grasbrokken, hooi.
2. Aanwezig in uitwerpselen Vezels tussen de 2 x 2 mm en 3 x 45 mm van gras en hooi, ongeveer 15 haren per keutel met een lengte tussen de 10 mm en 40 mm (zie afb. 1).
3. Vochtgehalte uitwerpselen 63,5 %
4. Structuur droge uitwerpselen Aan de buiten kant glad, maar de vezels zijn wel te zien.
Aan de binnenkant is het heel hard en grof, de vezels zitten in laagjes dicht op elkaar (zie afb. 2).
5. Kleur voeding Gras: groen; muesli: bruin, goudgeel, wit;
grasbrokken: groen; hooi: goudgeel.
6. Kleur uitwerpselen Donkerbruin tot zwart.
7. Vorm Ovale stukken van 40 tot 60 mm lang, in een hoop bij elkaar (zie afb. 3).
Tabel 1 Resultaten paard
De paarden die wij voor ons onderzoek hebben gebruikt aten niet alleen gras, maar ook muesli, grasbrokken en hooi. De grasbrokken bestaan uit gedroogd en tot brokken samengeperst gras, oliën, vetten, mineralen en (bij) producten van groente, fruit en graan, de muesli bevat: zonnebloempitten, mais, graan en nog andere soorten pitten en zaden. We hebben hier een voedingsstoffentabel van de grasbrokken en de muesli.
Grasbrokken Muesli
ruw eiwit 9,5 % 10,5 %
ruw vet 3,0 % 8,0 %
ruw celstof 14,0 % 6,5 %
totaal aan suikers en zetmeel 27,0 % 43,0 %
calcium 0,9 % -
fosfor 0,4 % -
magnesium 0,3 % -
Tabel 2 Voedingsmiddelentabel van de paardenvoeding
In de uitwerpselen vonden we alleen stukjes gras, hooi en haren terug, van de pitjes en zaadjes uit de muesli hebben we geen resten gevonden. Op de volgende bladzijde staat een afbeelding met vezels en haren uit de uitwerpselen die we op een etiket hadden geplakt
Afbeelding 1 Vezels en haren uit de uitwerpselen van het paard
De uitwerpselen hebben een vochtgehalte van 63,5 %. Het vochtgehalte hebben we op de volgende manier uitgerekend. Eerst hebben we het aantal gram water berekend door het drooggewicht van het versgewicht af te trekken en daarna hebben we berekend hoeveel procent het gewicht van het water van het totale versgewicht is. Het versgewicht van de poep was 366,2 g en het drooggewicht was 133,8 gram. Het gewicht aan water in de poep was dus (366,2 g – 133,8 g =) 232,4 g, dit is ((232,4 / 366,2) x 100 % =) 63,5 % van het versgewicht.
De kleur van de voeding konden we niet goed terugvinden in de uitwerpselen. De structuur
van de uitwerpselen is goed te zien op onderstaande afbeelding (afb. 2).
Afbeelding 2 De structuur van de uitwerpselen
De vorm van de uitwerpselen van het paard is te zien op de volgende bladzijde op afbeelding 3.
Afbeelding 3 De vorm van de uitwerpselen
Konijn
1. Voeding Gerst, zonnebloempitten, konijnenkorrels, gedroogde groente, mais, johannesbrood en stro
2. Aanwezig in uitwerpselen Vezels die niet groter dan 2 mm zijn van stro en gerst (zie afb 4)
3. Vochtgehalte uitwerpselen 22,2 %
4. Structuur droge uitwerpselen Kruimelig, lijkt op zand
5. Kleur voeding Lichtbruin, groen, zwart, geel
6. Kleur uitwerpselen Buitenkant donkergroen, bruin; binnenkant: bruin, geel
7. Vorm Ronde knikkertjes met een doorsnede van 3 tot 5 mm
Tabel 3 Resultaten konijn
Op afbeelding 4 op de volgende bladzijde zitten vezels die we in de uitwerpselen hebben gevonden.
Het vochtgehalte is 22,2 %. Het versgewicht was 4,5 g, het drooggewicht 3,5 g. Het gewicht aan vocht in de uitwerpselen was dus (4,5 g – 3,5 g =) 1,0 g, dit is
((1,0 g / 4,5 g) x 100 % =) 22,2 %.
Afbeelding 4 Vezels uit de uitwerpselen van het konijn
Op onderstaande afbeelding is de structuur van de uitwerpselen een beetje te zien, ondanks de wazige foto.
Afbeelding 5 De structuur van de uitwerpselen
Koe
1. Voeding Gras
2. Aanwezig in uitwerpselen Vezeltjes van 5 tot 10 mm van gras, haren van ongeveer 5 mm, in een stuk van 30 bij 30 mm zaten gemiddeld 5 haren
3. Vochtgehalte uitwerpselen 59,2 %
4. Structuur droge uitwerpselen Dunne plak van ongeveer 6 mm dikte, opgebouwd uit dunne laagjes, hard, schilferachtig
5. Kleur voeding Gras: groen
6. Kleur uitwerpselen Buitenkant donkerbruin, binnenkant van donkergroen tot zwart
7. Vorm Grote dunne plak met een enigszins ronde vorm doorsnede ongeveer 250 mm
Tabel 4 Resultaten koe
Wat we in de uitwerpselen aan vezels en haren hebben gevonden zit voor een deel op onderstaande afbeelding
Afbeelding 6 Vezels en haren uit de uitwerpselen
De uitwerpselen hebben een vochtgehalte van 59,2 %. Het versgewicht van de poep was 186,0 g en het drooggewicht was 76,0 gram. Het gewicht aan water in de poep was dus (186,0 g – 76,0 g =) 110,0 g, dit is ((110,0 / 186,0) x 100 % =) 59,2 % van het versgewicht.
Op de volgende bladzijde staan een afbeelding van de structuur van de uitwerpselen van de koe (afbeelding 7) en een afbeelding met de vorm van de uitwerpselen (afbeelding 8).
Afbeelding 7 De structuur van de uitwerpselen
Afbeelding 8 De vorm van de uitwerpselen
Geit
1. Voeding Gras, hooi, grasbrokken.
2. Aanwezig in uitwerpselen Lichtbruine vezeltjes met een lengte tussen 3 mm en 6 mm van gras en hooi, ongeveer 2 haren per keutel met een lengte tussen de 3 en 5 mm.
3. Vochtgehalte uitwerpselen 5,9 %
4. Structuur droge uitwerpselen Aan de buitenkant glad glimmend en erg hard. Aan de binnenkant veel kleine vezeltjes met kleine luchtholtes ertussen, bros.
5. Kleur voeding Gras: groen; grasbrokken: groengrijs; hooi: goudgeel.
6. Kleur uitwerpselen Buitenkant: zwart, binnenkant: lichtbruin tot bruingroen.
7. Vorm Kleine, iets ovale ‘knikkers’, tussen de 5 mm en 9 mm (zie foto…).
Tabel 5 Resultaten geit
De geiten die wij voor ons onderzoek hebben gebruikt aten gras, hooi en grasbrokken. De grasbrokken bevatten naast gras: Olie en vetten, (bij) producten van groente, fruit en graan en mineralen. Hieronder staat het etiket van de zak met grasbrokken met daarop een voedingsmiddelentabel en ingrediënten.
Afbeelding 9 Etiket van de grasbrokken
In de uitwerpselen vonden we resten van gras en hooi en af en toe een stukje haar. Op onderstaande afbeelding zitten enkele vezels en haren die we in de uitwerpselen hebben teruggevonden.
Afbeelding 10 Vezels en haren uit de uitwerpselen
Het vochtgehalte is 5,9 %. Het versgewicht was 33,8 g, het drooggewicht 31,8 g. Het gewicht aan vocht in de uitwerpselen was dus (33,8 g – 31,8 g =) 2,0 g, dit is
((2,0 g / 33,8 g) x 100 % =) 5,9 %.
De structuur van de uitwerpselen is te zien op onderstaande afbeelding (afbeelding 11)
Afbeelding 11 De structuur van de uitwerpselen
We hebben ook een afbeelding van de vorm van de uitwerpselen van de geit (afbeelding 12), deze staat op de volgende bladzijde
Afbeelding 12 De vorm van de uitwerpselen
Kip
1. Voeding Gemengd voer, legkorrels
2. Aanwezig in uitwerpselen Vezels van gerst, graan en zaden, kalk, één haar per stuk (dat stuk heeft een doorsnede van 20 mm) , glimmende stukjes
3. Vochtgehalte uitwerpselen 23,2 %
4. Structuur droge uitwerpselen Heel hard en stug
5. Kleur voeding Gemengd voer: bruin, goudgeel, wit; legkorrels; bruin
6. Kleur uitwerpselen Bruin tot zwart met grote witte stukken
7. Vorm platte stukken met een doorsnede van ongeveer 20 mm
Tabel 6 Resultaten kip
De kippen eten zoals hierboven al duidelijk wordt legkorrels en gemengd voer. Het gemengde voer bestaat uit tarwe, maisgrutten, gerst, zwarte zonnebloempitten, sojalolie en milocorn. De legkorrels bestaan uit graan, (bij)producten van graan, oliehoudende zaden, mineralen, olie en vetten. Op de volgende bladzijden staan de twee etiketten van de legkorrels en het gemengde voer (afbeelding 13 en 14)
Afbeelding 13 Etiket van de legkorrels
Afbeelding 14 Etiket van het gemende voer
De uitwerpselen hebben een vochtgehalte van 23,2 %. Het versgewicht van de poep was 43,1 g en het drooggewicht was 33,1 gram. Het gewicht aan water in de poep was dus (43,1 g – 33,1 g =) 10,0 g, dit is ((10,0 / 43,1) x 100 % =) 23,2 % van het versgewicht.
De structuur van de uitwerpselen is te zien op afbeelding 15, de vorm op afbeelding 16. Op afbeelding 16 is goed de witte kalk op de uitwerpselen te zien.
Afbeelding 15 De structuur van de uitwerpselen
Afbeelding 16 De vorm van de uitwerpselen
Conclusie
Om een conclusie te kunnen maken is het handig om eerst de resultaten onderling te vergelijken, hieronder hebben we dat uitgewerkt.
Als we punt 1 (voeding) uit de tabellen bij de resultaten vergelijken kunnen we concluderen dat zowel de kip, het paard en het konijn een aantal dezelfde dingen eten zoals: zonnebloempitten, gerst en mais. Zowel het paard als de geit eten grasbrokken en hooi. De koe, de geit en het paard eten gras. We kunnen nu concluderen dat het paard en de geit sterk overeenkomen in voeding. Ook het konijn en de kip komen voor een deel overeen in voeding. De koe wijkt het meest af.
Als we punt 2 vergelijken (aanwezig in uitwerpselen) zien we dat er bij alle dieren vezels te vinden zien. Ook zijn er bij alle dieren behalve het konijn haren te vinden.
Als we punt 3 (vochtgehalte) vergelijken zien we dat de geit met 5,9 % het dichts in de buurt ligt bij het konijn dat een vochtgehalte van 22, 2% heeft. Dit is een verschil van 16,3%, de geit heeft dus een laag vochtgehalte ten opzichte van de andere dieren. Het paard met 63,5 % en de koe met 59,2 % hebben ten opzichte van de andere dieren een hoog vochtgehalte. Want het verschil tussen het paard en de kip, de twee dieren die elkaar in vochtgehalte opvolgen is 59,2% - 23,2 % = 36% Het konijn met 22,2% en de kip met 23,2 % hebben een vochtgehalte dat erg dicht bij elkaar ligt, want het verschil is hier 1%. Ook het paard en de koe hebben een vochtgehalte wat redelijk dicht bij elkaar ligt, want het verschil is hier 63,5% - 59,2% = 4,3%
Punt 4(structuur droge uitwerpselen) is erg moeilijk om te vergelijken omdat dit erg van elkaar verschilt. Het enige wat daarin overeenkomt is dat alle uitwerpselen hard zijn.
Punt 5(kleur van de voeding) hebben we alleen gemaakt als verduidelijking maar is niet belangrijk als we de dieren onderling vergelijken, later wel als we alles per dier bekijken.
Als we punt 6 (kleur uitwerpselen) vergelijken zien we bij alle dieren de kleur bruin, en ook bij alle dieren behalve het konijn zien we de kleur zwart. Zowel bij het konijn, de koe en de geit zien we de kleur groen. Opvallend zijn de kleur wit bij de kip en de kleur geel bij het konijn.
Punt 7(vorm) is moeilijk te vergelijken omdat dit bij ieder dier erg verschilt.
Als we nu alleen naar de resultaten van het paard kijken (tabel 1, blz. 3) kunnen we concluderen dat het gras en hooi uit de voeding terug te vinden is in de uitwerpselen. Deze zijn dus niet verteerd. Van de muesli en grasbrokken hebben we niks terug kunnen vinden in de uitwerpselen. De grasbrokken en de muesli zijn dus helemaal verteerd. In tegenstelling tot bij de koe komt de kleur van het gras niet meer tot uiting in de uitwerpselen. De uitwerpselen zijn donkerbruin tot zwart terwijl het paard bijna geen voedsel in deze kleur eet. Het voedsel heeft in dit geval geen invloed op de kleur van de uitwerpselen.
Bij het konijn (tabel 3, blz. 5) vinden we de gerst en stro uit de voeding terug in de uitwerpselen. De gerst en stro zijn dus niet verteerd. Van de zonnebloempitten, konijnenkorrels, gedroogde groente, mais en johannesbrood hebben we niks teruggevonden in de uitwerpselen, dit is dus helemaal verteerd. Bij het konijn vinden we de verschillende kleuren van de voeding wel duidelijk terug in de uitwerpselen. Zelfs de gele kleur hebben we nog terug kunnen vinden. Hier heeft de kleur van het voedsel dus wel invloed gehad op de kleur van de uitwerpselen.
Bij de koe (tabel 4, blz. 7) is de groene kleur van het gras wat ze eten in de uitwerpselen vooral aan de binnenkant van de uitwerpselen goed te zien. Het gras vinden we ook terug in de uitwerpselen. Het gras is dus niet helemaal verteerd.
Bij de geit (tabel 5, blz. 9) vinden we zowel het gras als het hooi uit de voeding terug in de uitwerpselen. Deze zijn dus niet verteerd. Van de grasbrokken hebben we niets teruggevonden in de uitwerpselen. Deze zijn dus wel helemaal verteerd. De groene kleur van het gras en de grasbrokken vinden we enigszins terug binnen in de uitwerpselen, maar de kleur van de buitenkant is duidelijk zwart. Dus we kunnen zeggen dat de kleur van het gras en de grasbrokken iets terugkomt, maar de kleur van het hooi zien we niet terug.
Bij de kip (tabel 6, blz 11) komt alleen de bruine kleur van het voedsel terug in de uitwerpselen. De uitwerpselen waren ook wel wit maar deze kleur werd veroorzaakt doordat er kalk in de uitwerpselen zat. We vinden gerst, graan en zaden van de voeding terug in de uitwerpselen, dit is dus niet verteerd.
Discussie
Hypothese toetsen
Onze hypothese was: De verschillen tussen de uitwerpselen van deze herbivoren worden veroorzaakt door de voeding. Deze hypothese klopt voor een deel inderdaad, want bij het konijn en de koe heeft de voeding bijna volledige invloed gehad op de uitwerpselen. De kleur, en vezels uit de voeding komen terug in de poep. Maar het is niet bij elk dier zo dat de kleur van het voedsel terug komt in de uitwerpselen. Bij een paard, een geit en een kip bijvoorbeeld, komt de kleur niet terug in de uitwerpselen. Ook is het niet altijd duidelijk van welk soort voedsel de vezels zijn die terug te vinden zijn in de uitwerpselen. Eigenlijk is het logisch dat je dit terugvindt in de uitwerpselen want uitwerpselen zijn afval van je lichaam. Uit de voeding worden voedingsstoffen gehaald en alles wat het lichaam niet kan gebruiken wordt weer naar buiten gebracht dmv uitwerpselen. Het vochtgehalte van de uitwerpselen komt niet direct door de voeding, dit wordt meer veroorzaakt door de sappen die in het verteringsstelsel worden toegevoegd, hierover staat meer in de achtergrondinformatie.
Foutenbronnen
Wat bij ons fout ging was dat we niet nauwkeurig genoeg hebben gemeten waardoor het erg lastig was om het daadwerkelijke vochtgehalte in de uitwerpselen te bepalen. Dit is dus niet 100% nauwkeurig. Verder was de geur van de uitwerpselen niet echt prettig. Hoewel we het al hadden laten drogen rook het nog steeds erg vies. Volgende keer zouden we daar een oplossing voor moeten zoeken.
Aanbeveling vervolgonderzoek
Onderzoeken wat voor voedingsstoffen er in dit voedsel zitten en waar het dier die voor gebruikt, dus of het dier ook ander voedsel zou kunnen eten.
Achtergrondinformatie
Om te beginnen eerst een algemeen stukje over het verteringsstelsel van de herbivoren (planteneters) met betrekking tot het voedsel wat ze eten. Het verteringsstelsel van herbivoren is dus aangepast aan het voedsel dat ze eten. Het is veel langer dan bij carnivoren of omnivoren omdat om de cellen van plantencellen een dikke celwand zit. Een celwand zit alleen om plantencellen, niet om de cellen van vlees. Die celwand is erg stug en dus moeilijk verteerbaar voor het dier. Het ondergaat daarom een hele lange verteringsweg door de darmen om toch zo goed mogelijk verteerd te worden.
Als wij mensen groente gaan eten koken we het eerst voor we het eten zodat de celwand al kapot gaat en dan is die makkelijker verteerbaar.
Paard
Het voedsel van paarden is rijk aan cellulose, en het darmkanaal is groot, net als bij andere dieren die celluloserijk voedsel eten. In de maag vind een klein beetje omzetting van cellulose plaats, maar dit is niet erg belangrijk voor de vertering in zijn geheel. De andere bestanddelen van het voedsel worden omgezet door enzymen die o.a. door de klieren van het maagslijmvlies en het dunnedarmslijmvlies worden geproduceerd. Pas in de blinde darm (het Caecum) en het deel van de dikke darm dat daarop volgt (de Colon ascendens) vindt de omzetting van ruwe celstof (cellulose) op grote schaal plaats, dit gebeurt door middel van microbiële flora en –fauna. Afvalstoffen en onverteerde voedselresten komen vervolgens terecht in de uitwerpselen.
Op de afbeeldingen op de volgende bladzijde zijn tekeningen van de blinde darm en de Colon ascendens en de ligging hiervan te zien (afbeeldingen 17 en 18).
Afbeelding 17 De blinde darm en Afbeelding 18 Het darmkanaal
het begin van de dikke darm
Konijn
Het konijn heeft een kleine (inh. +/- 40 ml) weinig actieve maag. Het voedsel voornamelijk door mechanische druk die ontstaat door een (zeer) regelmatig voedselpatroon, zo’n 60 tot 80 keer per 24 uur. Als een konijn een periode niet eet en daarna weer wel, is de kans op stoornissen groot. Het konijn kan dan te veel in een keer eten waardoor maagoverlading ontstaat. In het voedsel van het konijn moeten genoeg vezels zitten want hierdoor blijft de activiteit van het maagdarmkanaal goed in stand. Het dier moet ook niet abrubt van voedsel verwisselen bv korrel voer naar groenvoer dan ontstaan er ook stoornissen. Hoewel de maag dus betrekkelijk klein is, zijn de dikke darm en vooral de blinde darm erg sterk ontwikkeld. Het voedsel komt maar een keer langs de blinde darm. Hier bevinden zich een heleboel bacterien en daardoor vindt hier de synthese en assimilatie van eiwitten plaats. Op onderstaande afbeelding staat het verteringsstelsel van het konijn afgebeeld.
Afbeelding 19 Het verteringsstelsel van het konijn
Een konijn produceert 2 soorten uitwerpselen: ochtend - en avond keutels. De ochtendkeutels zijn zacht en slijmerig en het dier eet die keutels direct weer op. Dit heet coprofageren. De keutels worden geproduceerd onder invloed van het bijnierschorshormoon. Als het konijn stress heeft kan deze functie uitvallen en krijgt het konijn een tekort aan vitaminen B en K en aan aminozuren. Deze keutels worden zoals de naam al zegt, alleen in de ochtend geproduceerd. De avond keutels zijn de harde droge ronde balletjes die wij ook hebben onderzocht.
Een konijn heeft veel behoefte aan water, vooral als het voer droog is. Een konijn heeft dus ook altijd een grote hoeveelheid urine. Het water dat een konijn drinkt moet wel schoon zijn want het dier is gevoelig voor parasieten. Als het water besmet is, krijg het konijn daar ongetwijfeld last van en dit kan weer gevolgen hebben voor de spijsvertering.
Koe
Een koe is een herbivoor, dat betekent dat een koe alleen plantaardig voedsel eet. Plantaardig voedsel is moeilijk verteerbaar omdat om plantencellen celwanden zitten die o.a de stof cellulose bevatten en deze stof is moeilijk verteerbaar. De koe grijpt het gras met zijn lange, puntige, ruwe tong. De koe heeft een opvallend gebit want er zijn geen snijtanden in de bovenkaak. Ook staan er twee hoektanden tussen de rij met snijtanden in de onderkaak. Een koe heeft zeven grote speekselklieren, deze produceren erg veel speeksel. Dat kan wel 50 tot 100 liter per dag zijn. De koe heeft vier magen, de pens, de netmaag, de boekmaag en de lebmaag. (zie onderstaande afbeeldingen) De pens, netmaag en boekmaag worden samen ook wel de voormaag genoemd. Het meeste speeksel gaat naar de voormaag.
Afbeelding 20 Het verteringsstelsel van de koe
Afbeelding 21 De vier magen van de koe
Als de koe het gras heeft gegrepen kauwt hij het een beetje. Via de slokdarm komt het voedsel dan terecht in de pens. Daar kan cellulose worden afgebroken met behulp van enzymen, dit is iets wat bij bijvoorbeeld mensen niet kan. Ook in de netmaag wordt nog cellulose afgebroken. In de netmaag wordt het voedsel ook gekneed zodat het daarna via de slokdarm weer in de bek terug komt. De koe is een herkauwer, het voedsel komt dus weer terug zodat de koe het weer opnieuw kan kauwen. Dit proces herhaalt zich nog een aantal keer totdat het voedsel fijn genoeg is. Dan gaat het voedsel via de slokdarm naar de boekmaag, dus niet eerst naar de pens en de netmaag. De verteringsproducten die zijn vrijgekomen worden in de boekmaag opgenomen in het bloed. Ook wordt ongeveer de helft van het water uit de voedselbrij opgenomen in het bloed. De voedselbrij is nu een stuk ingedikt. De ingedikte voedselbrij gaat naar de lebmaag. In de wand van de lebmaag zitten maagsapklieren die maagsap afscheiden. In dit maagsap zitten enzymen die het voedsel verder verteren. Dan gaat het voedsel naar het darmkanaal dat wel 50 meter lang is. Hier wordt de vertering afgemaakt waarbij de verteringsproducten worden opgenomen in het bloed.
Geit
Het verteringsstelsel van de geit lijkt erg veel op het verteringsstelsel van de koe. Ook de geit heeft drie voormagen: de pens, netmaag en boekmaag. En ook heeft de geit een maag die vergelijkbaar is met de maag van de mens, de lebmaag. Een geit van vier jaar oud heeft een gebit met acht volwassen tanden. Voor die tijd zijn er acht melktanden die in een bepaalde volgorde gewisseld worden.
Afbeelding 22 Het verteringsstelsel van de geit
De geit kauwt het voedsel en slikt het door waarna het in de pens en vervolgens in de netmaag terecht komt. Na een half uur tot een uur komt het voedsel weer terug in de bek waarna het weer gekauwd wordt. Het geherkauwde stukje wordt doorgeslikt en komt dan via de pens in de netmaag. In de netmaag vermengt het voedsel zich met sappen. Daarna zuigt de boekmaag het voedsel naar zich toe. Het voedsel wordt tussen de bladen van de boekmaag uitgeperst. Het uitgeperste sap gaat eerst naar de lebmaag en daarna volgt het voedsel. De alvleesklier en galblaas monden uit in de twaalfvingerige darm. Het voedsel gaat van de lebmaag naar de twaalfvingerige darm. De alvleesklier scheidt een sap uit dat o.a nodig is bij het afsplitsen van eiwitten, zetmeel en vetten. De galblaas bevat galvloeistof die nodig is bij het omzetten van vetten. Daarna gaat het voedsel naar de dunne darm en vervolgens naar de dikke darm. In zowel de dunne als de dikke darm worden voedingsstoffen uit het voedsel opgenomen. In de dikke darm wordt ook nog vocht onttrokken. De rest wordt dan uitgescheiden.
Kip
Over de vertering van de kip konden we vrijwel geen informatie vinden, we hebben alleen dit plaatje van de anatomie van de kip.
Afbeelding 23 Het verteringsstelsel van de kip
Literatuurbronnen
“Het zieke konijn” – Klinische diagnostiek van de meest voorkomende ziekten. Door Mw. Drs. F. Geels, Drs B. Nelissen, Mw. Drs. M. Overduin, met begeleiding van Dr. P. Zwart, afdeling Ziektekunde bijzondere dieren, Faculteit der Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht.
“Anatomie van het paard”. Door Dr. K. Dyce en Dr. C. Wensing; Scheltema & Holkema B.V., Utrecht 1980.
“Anatomie van het rund”. Door Dr. K. Dyce en Dr. C. Wensing; Scheltema & Holkema B.V., Utrecht 1983
“Biologie voor jou”- deel 3 mhv.
“Atlas Anatomie der grote huisdieren”. Gebaseerd op preparaten, vervaardigd door
P. Hoogeveen en G. Hol, fotografie: H. Otter.
Internet:
http://users.skynet.be/notelaarstuin/anatomie/spijsvertering.htm
http://www.wyandotte.nl/binnenkantkip.gif
Samenvatting
We wilden onderdoeken wat de oorzaak is voor de verschillen tussen de uitwerpselen van herbivoren. We vermoedden dat de oorzaak het voedsel was. Om dit te kunnen onderzoeken hebben we de uitwerpselen van een aantal herbivoren, het paard, de koe, de kip, de geit en het konijn, verzameld. Deze uitwerpselen hebben we onderzocht. We hebben gekeken naar een aantal punten. De belangrijkste waren de kleur van de uitwerpselen en de vezels die we terugvonden in de uitwerpselen. Doordat we de kleur van de voeding en de soort voeding van ieder dier uitgezocht hadden konden we zien wat er in de uitwerpselen van de voeding terugkwam. We hebben geconcludeerd dat bij het paard, de geit en de kip de voeding gedeeltelijk invloed had op de uitwerpselen en bij de koe en het konijn had de voeding bijna volledige invloed op de uitwerpselen. De verschillen tussen de uitwerpselen van deze herbivoren worden dus gedeeltelijk veroorzaakt door de voeding.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.