Geschreven door: | schrale (2 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 19 januari 2004 |
Taal: |  |
Woorden: | 950 |
Bekeken: | 17653 keer (56 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inhoud1. Waarom over handbal.
2. Geschiedenis.
3. Wat heb je nodig.
4. Het veld.
5. Techniek.
6. Spelregels.
7. Vragen aan de klas.
8. Vragen aan mij.
1. Waarom over handbal.Ik doe mijn spreekbeurt over handbal omdat ik zelf ook op handbal zit. En het is leuk om te doen en om naar te kijken.
2. Geschiedenis. Handbal is een zeer oude sport. Het is een teamsport. Zoals het in Noord-Amerika bekend is vind het de oorsprong in de oudheid toen het door de oude Grieken gespeeld werd. Handbal zoals het nu bekend is heeft zich verder ontwikkeld in Duitsland.
In 1928 werd de internationale handbalcommissie opgericht. In 1990 waren er al 102 landen aangesloten. In Nederland werd in 1936 de bond handbalcommissie opgericht. Zes jaar later veranderden ze deze naam in Nederlands handbal verbond (NHV).
Handbal werd eerst met 11 man gespeeld maar dat duurde niet lang want al snel kwam de variant met 7 man. Na de tweede wereldoorlog verdween het minder aantrekkelijke
handbal met 11 man.
Handbal kreeg geen olympische erkenning tot 1972 toen het spel alleen door mannen werd bespeeld. In 1976 werd het ook door vrouwen bespeeld op de Olympische Spelen.
Sinds 1993 kennen wij ook het beachhandbal. Deze strand sport wordt gespeeld met 3 veldspelers en 1 keeper.
3. Wat heb je nodig
Bij handbal heb je een aantal dingen nodig om te spelen:
- De bal mag van leer of kunststof zijn met een omtrek van 58 tot 60 cm (bij vrouwen 54 tot 56 cm). Hij weegt 425 tot 475 gram (bij vrouwen 325 tot 400 gram).
- Een handbalveld nodig. De junioren hebben twee keer 20 minuten speeltijd. De senioren spelen twee keer 30 minuten.
- Een team van 12 spelers, waarvan 5 wisselspelers, en 1 in de goal.
- De spelers hebben andere kleding dan de keeper. De speler heeft een shirt, een korte broek, kniebeschermers en stroeve schoenen. De keeper draagt een shirt met lange mouwen, een gewatteerde lange broek, handschoenen en ook stroeve schoenen waar hij niet op wegglijdt.
- Een scheidsrechter. Bij de internationale wedstrijden, Europese duels of belangrijke competitie wedstrijden zijn er op elke helft een scheidsrechter en een tijdwaarnemer.
- Een doelrechter en een secretaris.
- Je hebt ook een pasje nodig om wedstrijden te spelen. Dat pasje betekent ook dat je ingeschreven staat bij de Nederlandse handbalbond.
Als je dit allemaal hebt kan je handbal spelen.
4. Het veld.
Bij handbal heb je een veld nodig. Het binnenveld en het buitenveld zijn even groot en hebben dezelfde lijnen en regels. Een handbalveld is 40 meter lang en 20 meter breed.
Een handbalgoal is 3 meter breed en 2 meter hoog.
Op een handbalveld staan ook een paar lijnen. Je hebt de middellijn, die scheidt de twee helften. Je hebt ook de doellijn en daarop staat de goal. Je hebt ook de zijlijn. Je hebt ook de 6 meterlijn, dit wordt ook wel de cirkel genoemd. Het is een ononderbroken lijn. Je hebt ook een strafworplijn die licht op zeven meter van de goal. Je hebt ook een 9 meterlijn, hij wordt ook wel de vrijeworp lijn genoemd en is een onderbroken lijn.
5. Techniek
Bij handbal zijn er verschillende technieken. Aanspelen kun je op verschillende manieren doen: bovenhands met strekworp of onderhands met een hand, tijdens een sprong en de snelle pass zijwaarts. Je hebt een goede balcontrole nodig. Bij het dribbelen moet je de bal zacht of hard dribbelend goed onder controle kunnen houden. Je moet de bal goed kunnen vangen want je kan een wereldpass krijgen maar als je niet kunt vangen ben je nergens.
Vangen kan op twee verschillende manieren: bovenhands met twee handen en onderhands met twee handen.
Je hebt verschillende soorten worpen om op de goal te gooien. Je hebt de strekworp op heuphoogte en de valworp. Als de keeper te ver uit zijn goal staat gebruik je een lob. Als je wat beter bent kan je ook de effectbal gebruiken. Een van de bekendste worpen is het sprongschot.
6. Spelregels.
Ik ga jullie nu een paar basisspelregels vertellen. Je mag maar drie passen lopen met de bal. Als je drie passen hebt gedaan moet je overspelen of op de goal gooien. Je mag niet in het doelgebied komen, alleen de keeper mag hier komen. Als je voor of op de lijn in het doelgebied springt en voor je de grond raakt de bal hebt gespeeld mag hier komen.
Als je een overtreding voor op of tussen de 6 en 9 meter maakt krijgt de aanvallende partij een vrije worp. Een man gaat op de 9 meter staan en gooit hem naar iemand die 3 meter van hem afstaat. De speler kan dan afspelen of drie passen doen of op de goal gooien.
Het is een hoekworp als een veldspeler de bal bij zijn eigen goal over de achterlijn brengt. Deze regel geldt niet voor een keeper
Het is een uitworp als een keeper of veldspeler de bal over de zijlijn brengt.
Het is een 7 meter worp als er een zware overtreding gemaakt wordt tussen de 6 en 9 meterlijn. Er moet een voet voor de lijn stil blijven staan als je deze worp neemt. De andere voet mag van de grond en bewegen.
Je medespelers en tegenstanders moeten buiten de 9 meterlijn blijven als de worp genomen wordt.
De straffen voor de overtredingen zijn:
- Bij een lichte overtreding een vrije worp.
- Een waarschuwing door het tonen van een gele kaart en twee minuten tijdstraf.
- Als je drie keer geel hebt of een hele zware overtreding maakt krijg je een rode kaart. En dat betekent diskwalificatie.
7. Vragen aan de klas.
Noem 3 verschillende worpen.
Wanneer krijg je een rode kaart?
Waarvoor wordt de 7 meterlijn gebruikt?
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.