Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 12 juni 2003 |
Niveau: | 4 vwo |
Woorden: | 6465 |
Opvragingen: | 9141 (64 deze maand) |
Waardering: |
Voorwoord
Dit werkstuk gaat over evolutie en over de waarheid daarvan. In dit werkstuk ga ik het eerst eens een hebben over de evolutie en ga ik er vanuit dat het allemaal waarheid is. Vervolgens over de Theorieën van verscheidene wetenschappers voor Darwin. Een groot deel gaat over Darwin. Zijn leven en zijn wereldreis ga ik grondig behandelen, omdat die veel invloed hebben gehad over zijn denken en het maken van zijn theorieën. Natuurlijk houd ik het ook over de theorieën van Darwin. Het belangrijkste stuk vind ik de laatste twee hoofdstukken van dit werkstuk. Het afkraken van de evolutie. Ik vind dat zo belangrijk omdat ik zo kan laten zien dat wij het allemaal verkeerd geleerd krijgen. Er wordt ons leerlingen dus voorgeschoteld dat die evolutie pure waarheid is. Niemand zegt ons dat het maar een gissing is en dat het dus helemaal niet waar hoeft te zijn.
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik er op de eerste plaats eens niet veel over wist en dat het dus erg leerzaam is dat ik er een groot werkstuk over maak. Ook leek het me een leuk onderwerp waar veel over te vertellen viel. Toen ik informatie ging opzoeken over evolutie op het internet kwam ik dus als eerst op een site die tegen evolutie was. Ik las het eens door en ik kon mijn ogen niet geloven dat daar stond dat de evolutie maar flauwekul is. Ik ging er namelijk vanuit dat het waarheid was, maar na een tijdje toen ik er wat over nagedacht had kwam ik er ook eens achter dat die wel eens gelijk zouden kunnen hebben, want niemand heeft ooit letterlijk geconstateerd hoe het leven is ontstaan.
Ik had er eerst ook over nagedacht om het te houden over de evolutie van sterren, omdat ik daar ook een stukje van had om het weer eens af te kraken, maar ik vond dat het dan te omslachtig werd als ik een heel hoofdstuk aan de evolutie van sterren ging besteden terwijl er maar een heel klein stukje was om het af te kraken. Dus ik heb het maar weggelaten. Ik vond ook dat het hoort bij een werkstuk over sterren en niet bij de evolutie, maar ik kan u ook al vertellen dat dat dus ook maar een gissing is.
Mijn standpunt in dit werkstuk is tegen evolutie. Op het begin laat ik er niet veel van merken, omdat ik dan de evolutie ben aan het uitleggen, maar de twee grootste hoofdstukken gaan uiteindelijk over de niet-waarheid van de evolutie.
Wat is evolutie?
In één zin simpel gezegd is evolutie het veranderen der soorten. Maar wat houdt dat dan nu precies in? Hoe veranderen die soorten dan? Waardoor gaan soorten veranderen? Is het veranderen merkbaar voor de mens? Heeft het gevolgen? Op al deze vragen probeer ik je uitleg te geven in dit eerste hoofdstuk.
De Evolutie begon al sinds het ontstaan van het leven op onze planeet. Men vermoedt dat het leven zo’n 1500 miljoen jaar geleden begon. Dat waren dan transparante diertjes die alleen in het (toen nog) warme oceaanwater leefden (de oersoep) waarvan geen overblijfselen meer zijn. Pas rond zo’n 500 miljoen jaar geleden ontstonden dan de grotere diertjes zoals tribolieten, koralen en ook de landdieren, insecten en de eerste reptielen. En zo rond 190 miljoen jaar geleden ontstonden de dinosauriërs waarvan we inmiddels al talloze hebben op weten te graven. Maar zo rond 70 miljoen jaar geleden ontstonden dan de zoogdieren en pas 1 miljoen jaar gelen deed de mens zijn intreden op deze planeet. Als we even alles duidelijk op een rijtje zetten ziet het er zo uit.
MiljoenenJaren Tijdperken Perioden Dierlijk leven
1 Kwartair Plistoceen Mens
70 TertiairofKaenozoicum(70 miljoenjaren) PlioceenMioceenOligoceenEoceenPalaeoceen Zoogdieren
190 SecondairofMesozoicum(120 miljoenjaren) KrijtJuraTrias Dinosauriërs
500 PrimairofPalaeozoicum(350 miljoenjaren) PermCarboonDevoonSiluurOrdoviciumCambrium Eerste reptielenInsectenBatraciërsGewervelde vissenSlakken – KoralenTribolieten
1500 Praecambrium Transparante dier-tjes (geen overblijf-selen)
Je ziet ook in deze tabel dat de organismen zich langzaam hebben ‘geëvolueerd’ van transparante diertjes tot zoogdieren en mens. Dit zogenaamde evolutie proces heeft miljoenen jaren geduurd, en is nu op dit moment nog steeds bezig.
Maar waarom evalueren de organismen, omdat ze dat gewoon leuk vinden? Of omdat ze geen zin meer hebben om zo nog uit te zien? Nee, de organismen veranderen omdat ze anders zullen uitsterven. Maar waarom zouden ze dan uitsterven? Op deze vraag is ook een simpel antwoord, omdat ze anders geen voedsel meer kunnen vinden of dat ze te zwak zijn en een makkelijke prooi vormen. Dus de dieren veranderen niet alleen van uiterlijk, maar ze passen zich ook nog eens aan, aan hun leefomgeving. Dit proces van het aanpassen om verder te leven (de ‘sterkste’ overleeft) noemt men dus evolutie.
Dit veranderen gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag. Een organisme heeft daar tijd voor nodig. Ook gaat dit geleidelijk aan. Kijk maar in het schema, want zo als je kunt zien zie je dat het 1 miljard jaar geduurd heeft voordat er de eerste dieren ontstonden die op het land konden leven! Dit is dus echt een onvoorstelbare tijd, dus wij als mens met maar een levensduur van ongeveer 80 jaar zullen daar nooit, maar dan ook nooit iets van merken.
De Geschiedenis van de Evolutie
De evolutie is niet zomaar een begrip dat van de een op de andere dag is ontstaan, maar dat het jaren had geduurd voordat men daar in ging geloven. Dat had verschillende grote oorzaken, zoals het christendom en de filosofie in de oudheid. In dit hoofdstuk gaan we het uitvoerig hebben over de geschiedenis van de evolutiegedachte.
De geschiedenis van de biologie begint bij Aristoteles. Hij beschreef als eerste de verbindingen tussen de verschillende levensvormen, maar hij zag de soorten nog als onveranderbaar en dus geen evolutie. Dat beeld bleef zo tot aan de val van Romeinse Rijk, omdat hij de evolutie had verworpen.
Ik zij net al dat de theorie van Aristoteles tot aan de val van Romeinse Rijk bleef voortleven. Dat kwam doordat het christendom z’n intrede deed. Zij gingen uit van een God (schepper) die het leven had geschapen, dus dat het leven niet was ontstaan via verandering van verschillende soorten organismen. Dit denken had een hele sterke invloed op de mensen in die tijd, omdat de kerk een grote macht bezat. Ook de wetenschappers van die tijd twijfelden niet aan de woorden van de kerk en Bijbel. Deze gedacht zat dus diep ingeworteld bij de mensen in de middeleeuwen.
Er kwam pas een einde aan dit denken rond de veertiende eeuw, toen de grote reizen en ontdekkingen gemaakt werden en de klassieke oudheid herontdekt werd (de Renaissance). De kerk ging wetenschap accepteren, waardoor men meer vrijheid kreeg en niet meer letterlijk uitging van wat er in de Bijbel stond geschreven. In de sterrenkunde ontdekte men dat het heelal talloze malen groter was dan men gedacht had en dat de planeten een vaste baan hadden (de planeten hadden ook wetten). Ook ging men meer denken over het ontstaan van de wereld, en men kwam erachter dat het heelal was ontstaan door een grote oerknal die de sterren en planeten vormde. In de achttiende eeuw kwamen de wetenschappers erachter dat de aarde uit verschillende afzettingslagen bestond en hoe dieper de afzetting lag onder de grond, hoe ouder het gesteente. Later trof men in deze gesteenten fossielen aan van dieren. De kerk beweerde dat dat de omgekomen dieren waren van Noah’s vloed, maar toen men ook fossielen aantrof van organismen die niet meer bestonden begon men te twijfelen aan de waarheid van de Bijbel. Immers, er stond toch dat God de dieren had geschapen en niet liet uitsterven? Ook ontdekte men verschillende planten in de lagen, terwijl er in de bijbel stond dat God maar één flora en fauna had geschapen. Die verschillende planten in die tijden gingen geleidelijk in elkaar over, maar toch kwam niemand op het idee van evolutie.
In de biologie werden de organismen ingedeeld op perfectie en denkbeelden van de schepper, maar toen er steeds meer soorten bekend werden ging men ze indelen op grond van hun gelijkenissen.
Pas rond de negentiende eeuw kwam men op de gedachte van evolutie. Men stuitte op te veel onoverkomelijkheden om nog te geloven in schepping. Men zag dat veel soorten gelijkenissen met elkaar hadden en ze begonnen verbanden te leggen.
Het idee van ‘scala naturae’ (een grote keten van leven) kreeg ook meer aanhang. Ze dachten dus dat het leven zich ontwikkelde van de laagste naar de hoogste levensvorm (mens). Maar hierin waren ook nog te veel onoverkomelijkheden, want men zag al grote gaten tussen zoogdieren en vogels en tussen de gewervelde en ongewervelde dieren. Wel zag men de reeds uitgestorven diersoorten als voorouders van de huidige dieren.
Dus zoals je hebt gelezen is het begrip ‘evolutie’ nog niet zo lang in de wereld. Maar dat de vraagstukken al reeds in de oudheid ontstonden. De kerk had dus ook een zeer grote invloed op de denkbeelden en dus ook de wetenschap. Maar door het toestaan van de wetenschap is men eindelijk op de evolutiegedachte gekomen.
De voorgangers van Darwin
Natuurlijk was Darwin niet de eerste die op het idee van evolutie kwam. Er waren dus ook voorgangers. In dit hoofdstuk ga ik het maar over een aantal van die wetenschappers hebben. Ik beperk me tot de meest grotere wetenschappers, dan zijn dan Buffon, Linnaeus, Lamarck, Cuvier, Lyell en Chambers.
Ik begin maar eens met Buffon (1707 – 1788). Hij was van mening dat er overal in het universum orde heerste, dus hij verwierp de evolutie theorie al. Maar hij droeg wel bij aan de evolutie leer doordat hij door zijn gedetailleerde analyses liet zien dat de evolutie wetenschappelijk moest worden onderzocht. Ook ontwikkelde hij het idee van eenheid in de anatomie van de verschillende soorten.
De tweede belangrijke wetenschapper is Linnaeus (1707 – 1778). Ook hij verwierp de evolutie, maar hij ontwikkelde het systeem om organismen in te delen op overeenkomsten tussen de verschillende soorten. Ook veel argumenten van Darwin zijn af te leiden uit de ideeën van Linaeus.
Lamarck (1744 – 1829). Hij is nu echt te beschouwen als de voorgangen van Darwin, omdat hij wel dacht aan evolutie. Volgens hem evolueren de dieren steeds verder. De mens was het hoogste punt van de evolutie, maar ook de mens evalueerde steeds verder door. Hij dacht ook dat de dieren zich aanpasten aan het voortdurend veranderende milieu. Ook was het in zijn tijd dat de fossielen werden ontdekt van reeds uitgestorven diersoorten. Zoals je in het vorige hoofdstuk had gelezen was dat tegen de opvattingen van die tijd. Lamarck had als verklaring dat het overblijfselen waren van dieren die nu geëvalueerd zijn in andere dieren en dat die onherkenbaar zijn geworden. Hij kwam ook op de ideeën dat de dieren nooit uit geëvalueerd kunnen zijn en dat ze steeds verder gaan naar een beter exemplaar. Ook was hij van mening dat het veranderen van de soorten werd overgebracht via de erfelijke eigenschappen van de ouders van het individu.
Cuvier (1769 – 1832). Hij produceerde de meeste kennis over de evolutie voordat Darwin kwam. Hij toonde voor het eerst uitgestorven diersoorten aan, omdat hij primitieve olifanten beschreef, die niet meer leefde en die onmogelijk over het hoofd konden worden gezien. Maar hij verwierp meteen weer de evolutie omdat hij geen soorten zag binnen een klasse die minder ver waren ontwikkeld dan de anderen. Als je geen ontwikkeling ziet is er geen overgang tussen soorten, dus ook geen evolutie.
Lyell zou echt een voorganger van Darwin geweest zijn, maar hij was tegen de evolutie, ook al had Darwin zijn gedachte direct van hem af en had hij de evolutieleer van Lamarck concreet gemaakt, zoals de groei naar perfectie en progressie.
Chambers had een boek geschreven over evolutie , maar vanwege zijn ideeën had hij zich anoniem gehouden. In 1871, dus 27 jaar nadat hij z’n boek had geschreven werd er bekend dat hij het boek had geschreven. Hij haalde zijn argumenten uit de vergelijkende anatomie, embryologie en kijkende naar fossielen. Hoewel veel van zijn theorieën niet klopten bracht hij het onderwerp evolutie wel naar voren in Engeland.
Darwin had dus veel van zijn theorieën overgenomen van deze wetenschappers. Lamarck was pas de éérste wetenschapper die met het idee van evolutie kwam en die dat kon bewijzen. Chambers was een tijdgenoot van Darwin en zijn boek ging de strijd aan tegen dat van Darwin, in dezelfde periode was zijn boek 24000 maal verkocht en die van Darwin maar 9500 maal. Maar Darwin is toch de meest bekende omdat hij met de beste theorieën kwam voor de evolutie.
Over het leven van Darwin
Hoe kwam het zover dat Darwin zoveel tijd ging steken in de evolutietheorieën? Waarom deed hij dat? In dit hoofdstuk ga ik dat proberen te verklaren door zijn leven te beschrijven van wat hij allemaal heeft gedaan. Denk maar eens bijvoorbeeld aan scholing.
Charles Robert Darwin werd geboren op 12 februari 1809. Zijn vader was arts en zijn opa schreef over allerlei dingen waaronder ook evolutie. Charles ging eerst naar de Shrewsbury school. Hij kreeg daar voor het grootste deel Latijn en Grieks voorgeschoteld. In 1825 ging hij met 16 –jarige leeftijd naar de medische universiteit in Edinburgh. Toen hij daar studeerde kreeg hij een groeiende belangstelling voor mestkevers en de natuurwetenschappen. Hij studeerde daar tot 1828 en toen kwam hij erachter dat dit niets voor hem was. Er werd hem aangeraden om Theologie te studeren en omdat hij daar geen afkeer voor had ging hij nog in hetzelfde jaar theologie studeren in Camebridge. Later schreef Darwin over zijn vader: “Hij was woedend omdat ik in een ijdele sportieveling veranderd was, volgens hem had ik mezelf daartoe bestemd.” Toen Darwin klaar was met de studie theologie in 1831 schreef hij later: “Ik twijfelde er toen geen moment aan dat elk woord in de bijbel de strikte waarheid was.” Maar nog wat later schreef hij dat hij deze jaren bestempelde als “pure verspilling”.
Na zijn studie raakte hij bevriend met twee van zijn professoren, een geoloog (Adam Sedwick) en een botanicus (John Henslow). Darwin kreeg een steeds grotere belangstelling voor stenen, fossielen, dieren en planten. Nadat hij een dagboek van een ontdekkingsreiziger had gelezen. Keerde het priesterschap de rug toe en hij ging zich bezig houden met de biologische geschiedenis. Hij zorgde ervoor dat het oude “heidense” idee van gelijke veranderingen der soorten een nieuwe fase inging. Hij deed dit door het systeem van natuurlijke selectie weer tot sprake te brengen.
Darwin begon na het lezen van het dagboek een reis naar de Canarische eilanden te organiseren. Op 27 december 1831 vertrok Darwin met het schip de HMS Beagle, daarmee maakte hij zijn beroemde grote reis om de wereld waarin hij veel gegevens verzamelde voor zijn theorie. Die reis kon hij maken dankzij zijn vriend professor Henslow.
Op 2 oktober 1836 keerde Darwin samen met de Beagle terug in Engeland. Die jaren daarop hield hij zich bezig met het ordenen van zijn verzameling dieren, planten, fossielen en stenen. In die tijd heeft hij veel boeken geschreven. Zijn gezondheid ging gestaag achteruit. Hij raakte er steeds meer van overtuigd dat de evolutie waarheid was. Hij begon ook met schrijven aan een dik boek, maar hij durfde het niet te publiceren omdat hij wist dat zoiets een aanval op het scheppingverhaal was. In Juni 1858 ontving hij een brief van Alfred Wallace die hem overtuigde, hij was namelijk tot hetzelfde idee gekomen. Op 24 november 1859 publiceerde hij dan zijn boek The Origin Of Species (de oorsprong van de soorten). Zoals verwacht waren de meeste mensen in alle staten omdat hij het scheppingsverhaal ontkende, maar er waren ook mensen die al inzagen dat Darwin goed wetenschappelijk werk had verricht en dat zijn conclusies ondersteund werden door een grote hoeveelheid bewijzen.
Latere uitgaven van zijn boek toonden dat hij steeds minder overtuigd raakte van zijn eigen theorie. Hij schreef zelfs dat hij zijn eigen theorieën beoordeelde als “dwaasheid ten top”.
Darwin stierf op 19 april 1882 aan een korte ziekte en hartaanval. Hij werd begraven in de Westminster Abbey.
De grote reis van Darwin
Zoals je hebt gelezen in het vorige hoofdstuk ging Darwin een wereldreis maken met de Beagle. Wat waren zijn ontdekkingen? In dit hoofdstuk krijg je alles te lezen van de wereldreis van Darwin op de Beagle.
Hij vertrok op 27 december 1831. Zijn eerste aanleg plaats was San Salvador in Brazilië. Toen hij daar aan land ging stond hij versteld van de grote hoeveelheid soorten aan planten en dieren. Hij ging enthousiast aan het werk. Hij verzamelde veel monsters van planten, dieren, stenen en fossielen. Toen hij daar voor het eerst in zijn leven in het regenwoud stond was hij diep onder de indruk. Wat dieper in het woud ontdekte hij een reusachtige versteende kop van een soort luiaard, de Megatherium.
Vervolgens gingen zij door naar Port San Julian in Patagonië. Hij ontdekte daar een fossiel van een soort lama, maar dan veel groter.
Darwin kreeg steeds meer vragen. Waarom zijn die grote luiaard en die enorme lama uitgestorven, terwijl er in Zuid-Amerika nog steeds gewone luiaards en lama’s rondlopen? Er leek wel een verband te staan tussen de fossielen en de levende dieren.
De Beagle vervolgde zijn tocht door naar het zuiden en kwam langs Argentinië. Daar viel het Darwin op dat er op plaatsen waar gras gegrazen werd het ruige pampagras plaats had gemaakt voor wat fijner gras. Het pampagras had dus plaats gemaakt voor een andere soort gras, of het pampagras was verandert tot dat fijne gras door het gegraas en de uitwerpselen van het vee.
Op het uiterste puntje van Zuid-Amerika, Vuurland ging Darwin aan land. Het regende en hagelde daar. Het verbaasde Darwin dat de Vuurlanders daar konden overleven, omdat ze alleen een dierenhuis droegen. Darwin schreef hierover: “De natuur heeft de Vuurlanders aangepast aan het klimaat en de magere opbrengsten van hun ellendige land”.
Het schip voer verder en ging verder aan de west - kust . Toen de Beagle een haven binnenvoer op 20 februari 1835 vond er enorme aardbeving plaats. Door de aardverschuiving waren de rotsen aan de kust een meter omhoog geschoven, waardoor de schelpdieren boven water kwamen te liggen. Darwin vroeg zich af of er verband was tussen het veranderen van planten en dieren, omdat het zeewier en de schelpen nu hoog en droog lagen, terwijl zij laag en nat moeten liggen.
In 1835 vertrok de Beagle uit Zuid-Amerika en voer 1000 kilometer de stille oceaan op en legde aan op 13 kleine eilandjes, de Galapagos-eilanden. Hij stond versteld van de grote hoeveelheid nieuwe diersoorten. Het leek wel of ze alleen op deze eilanden voorkwamen. Toch zag Darwin wel overeenkomsten met de soorten van het vaste land.
Het werd steeds vreemder, elk eiland het zijn eigen variatie van diersoorten. Het duidelijkst weren de reuzenschildpadden, de inheemse bevolking herkende aan de schildpad van welk eiland hij kwam. En ook veel bloemen kwamen maar op 1 eiland voor. Darwin kreeg ook veel belangstelling voor de verschillende vinken. In zijn aantekeningen boek schreef hij hierover: “Je zou je echt kunnen voorstellen dat er uit de oorspronkelijke kleine hoeveelheid vogels in de archipel een soort genomen is die aangepast is voor verschillende doeleinden”.
De evolutie had wortel geschoten
De reis ging verder naar Nieuw-Zeeland en Australië. Darwin schrok van de inheemse bevolking daar. Ze waren tot slaaf gemaakt in hun eigen land. Dit voorbeeld deed zijn waarnemingen in de dierenwereld ondersteunen. De sterken namen de leiding over de zwakkeren.
De reis ging vervolgens weer verder over de Indische oceaan, waar hij een theorie bedacht over het ontstaan van een koraalrif in een atol, en uiteindelijk waren ze weer op 2 oktober 1836 terug in Engeland.
In deze reis had Darwin dan zijn gegevens gehaald, die hij later zou gebruiken voor zijn boek. Het meeste had hij van de Galapagos-eilanden gehaald, omdat daar zoveel verschillende varianten waren van een soort, de reuzenschildpad en de vink. Deze reis had in totaal vijfenéénhalf jaar van zijn leven in beslag genomen!
De evolutietheorie van Darwin
In dit werkstuk heb ik het wel al gehad over enkele evolutietheorieën, die van Linnaeus, Lamarck, Buffon, maar nog niet over de echte bekende theorieën, de theorieën van Darwin. Ook heb ik al veel over Darwin verteld, maar je weet nog steeds niets van zijn theorieën en zijn invloed op het denken van de mens.
Toen Darwin zijn theorieën bekend maakte ging er een grote schok door de wereld. Hij ontkende het scheppingsverhaal. Toch kwam de evolutiegedachte niet ineens opzetten. Sommige wetenschappers waren wel van mening dat organismen langzaam veranderden, maar ze wisten gewoon niet hoe ze moesten bedenken hoe dat dan gebeurde.
Nu kan geen enkele bioloog de natuur bestuderen zonder zijn evolutietheorie. De moderne wetenschap heeft zijn leer als uitgangspunt. Volgens deze leer delen we nu ook planten en dieren in op grond van uiterlijk en leefwijze. Zonder evolutie zouden we fossielen niet begrijpen en is het zoeken naar de oorsprong van het leven onmogelijk.
Darwin kon het wel bedenken hoe het kwam dat organismen veranderden in de loop van de tijd. Hij zei dat er in de natuur een strijd om het bestaan woedde en dat de planten en dieren meer nakomelingen bezorgden dan dat er dood gingen. De natuur zorgde er wel voor dat het evenwicht tussen de verschillende soorten gelijk bleef (survival of the fittest). De best aangepaste dieren kregen dus de meeste nakomelingen, dus ook de meeste overlevingskans en sommige dieren stierven gewoonweg helemaal uit, de niet of slecht aangepaste dieren. Er ontstonden zo natuurlijk ook nieuwe dier- en plantsoorten.
In het vorige hoofdstuk had ik al verteld dat Darwin op de Galapagos-eilanden veel aandacht besteedde aan de vinken. Ik ge nu vertellen waarom. Hij had de vinken een tijdje bestudeerd en hij had gezien dat de grote grondvink een grote sterke kraaksnavel heeft, waarmee hij harde zaden kan kraken. De middelste grondvink heeft een wat kleinere maar toch sterke snavel om wat kleinere harde zaden te kraken. De kleine grondvink heeft een kleine maar stevige snavel om kleine harde zaadjes te kraken en het insectenvinkje heeft een kleine spitse snavel om kleine insecten uit holtes en spleten te pikken. In een duidelijk overzicht ziet het er dan zo uit:
Soort snavel Doel
Grote grondvink Groot en sterk Harden zaden kraken
Middelste grondvink Kleiner maar toch sterk Kleinere harde zaden kraken
Kleine grondvink Klein en stevig Kleine harde zaadjes kraken
Insectenvink Klein en spits Insecten uit holtes en spleten pikken
Toen Darwin terug was van zijn reis begon hij zich af te vragen hoe het mogelijk is dat zulke veranderingen in de natuur voorkwamen. Hij kreeg ineens een helder idee: bij fokkers is er sprake van kunstmatige selectie, zodat alleen de beste met de beste worden gekruist, en dat er dan alleen goede nakomelingen kwamen. Alleen de goede eigenschappen mogen door. Nakomelingen zouden dus kleine verschillen kunnen vertonen, die misschien slechter of juist beter zijn voor de overlevingskans.
In zijn boek “De oorsprong van de soorten door middel van natuurlijke selectie of het in stand blijven van bevoorrechte rassen in de strijd om het voortbestaan” legt Darwin zijn theorieën duidelijk uit met veel voorbeelden. Het eerste hoofdstuk gaat al meteen over de natuurlijke selectie van organismen.
Dus Darwin denk dat organismen zich aanpassen door onderling verschillen te vertonen en dat juist die verschillen het organisme een betere overlevingskans geven, kortweg natuurlijke selectie en de sterkste overleeft (survival of the fittest).
Wat klopt er niet aan de evolutie?
De evolutie is natuurlijk niet een feit, want niemand heeft ooit waargenomen of de dieren echt verandert zijn in de loop van de tijd. Waarom is het dan onmogelijk dat de mens samen met dinosauriërs geleefd zou kunne hebben? Iedereen zegt wel dat het niet zo was, maar ze hebben geen bewijzen. In dit hoofdstuk ga ik de evolutie afkraken met behoorlijke argumenten. Persoonlijk vind ik dit het belangrijkste hoofdstuk van het hele werkstuk.
We beginnen maar eens met een voorbeeld van de oudheid. Dit stond in het oude testament van de Bijbel het boek Job hoofdstuk 40:
11 Zie toch de kracht in zijn lendenen,
de sterkte van zijn buikspieren!
12 Hij spant zijn staart als een ceder,
de spieren zijner dijen zijn samengestrengeld.
13 Zijn beenderen zijn buizen van koper,
zijn knoken gelijk aan staven van ijzer.
14 Hij is de eerste van Gods werken,
het schepsel, waaraan Hij zijn zwaard gaf;
15 ja, de bergen leveren hem hun opbrengst,
waar alle dieren des velds spelen.
18 Zie, al is de stroom nog zo sterk, hij deinst niet terug;
hij voelt zich gerust, al bruist een Jordaan tegen zijn muil.
En dit stond in Job hoofdstuk 41:
4 Wie heeft de zoom van zijn kleed opgelicht?
Wie dringt door zijn dubbel pantser heen?
5 Wie heeft de deuren van zijn muil geopend?
Rondom zijn tanden is verschrikking.
6 Zijn rug bestaat uit beschermende schilden,
aaneengesloten als een nauwpassend zegel.
7 Zo dicht raakt het ene het andere,
dat de wind er niet tussen kan komen;
8 het ene kleeft aan het andere,
zij grijpen onafscheidelijk ineen.
9 Zijn niezen doet licht schitteren,
zijn ogen zijn als de wimpers van de dageraad.
10 Uit zijn muil komen fakkels,
vuurvonken schieten eruit.
11 Uit zijn neusgaten komt een damp
als uit een kokende en dampende pot.
12 Zijn adem zet kolen in brand,
en een vlam stijgt op uit zijn muil.
13 In zijn nek zetelt kracht,
ontsteltenis springt voor hem uit.
In de meeste vertalingen word het vertaald als de beschrijving van het nijlpaard en de krokodil. De vroegere engelse koning Jacobus liet dit werk eens vertalen van het herbreeuw naar het engels, daar stond het woord ‘behemoth’. De vertalers konden dit woord niet vertalen. De meeste vertalers hebben dat dan gedaan door te zeggen dat het een nijlpaard of een olifant was. Bij de behemoth staat: ‘Hij spant zijn staart als een ceder, de spieren zijner dijen zijn samengestrengeld’. Uit onderzoeken bleek dat de dinosauriër een spier- en zenuwstelsel had waarmee hij onder het lopen zijn staart rechtop kon zetten. Vervolgens staat er nog: ‘zijn beenderen zijn buizen van koper’. De meeste mensen denken dat de taal van de Bijbel erg overdreven is, maar als je wel eens de botten van een dinosauriër been hebt gezien weet je dat het niet overdreven is. In hoofdstuk 41 word er ook een raar dier beschreven wat ze niet konden vertalen. In de Bijbel stond ‘leviathan’, maar men heeft het uiteindelijk vertaald als krokodil. Als we eens kijken naar regel 10 tot en met 12, de wetenschap sloot het uit dat zulke dieren bestaan zouden kunnen hebben en de christenen geloofden dat dan maar. Men droeg het af als sprookjes en mythen. Maar toen men in Wales de kanonnierkever ontdekte kun je er anders tegenop kijken. De kanonnierkever kan uit zijn achterste ‘vuur spuwen’ als hij achtervolgt wordt. Dit kan doordat die kever chemicaliën produceert die explosief zijn. Het explodeert niet voordat het de kever uit is omdat het in een opslagruimte zit met een stabilisator-enzym als het diertje in gevaar komt worden de enzymen vermengt met stoffen die ervoor zorgen dat het zaakje niet meer stabiel is en dan schiet het kevertje zijn ‘kanonnen’ af. Bij sommige dinosauriërs trof men in de schedel holtes aan die leken op de achterkant van een kanonnierkever. De Corythosaurus, Lambeosaurus en de Parasaurolophus zouden dat gehad kunnen hebben. Als we het systeem van de kanonnierkever vergroten en in die dinosauriërs zetten kan er behoorlijk wat vuur uit komen. Zodat het beest zijn kop niet verbrand bestaat de neus van de dinosaurus uit alleen maar bot. Dus volgens de bijbel zouden de dinosauriërs geleefd hebben in de tijd van de mens!
Er is nog een ontdekking gedaan die bewijst dat de mens samen met de dinosauriërs geleefd heeft. In Mexico en in sommige staten van de VS zijn afdrukken van dinosauriërs samen met die van een mens gevonden. Dat heeft nog niks te zeggen zou je zeggen, want die zijn misschien wel van een andere tijd, dat die later erbij zijn gekomen. Maar die afdrukken stonden in kalk gedrukt die uit het Krijt afkomstig was, maar wat doet een mens nou in het Krijt? De mens word geacht om toen nog niet te leven! Maar het kan nog gekker. In Texas liepen die afdrukken door tot een rots. Om te kijken of het echt waar was besloot Dr C. Wilson die rots weg te halen om te kijken of de mensenvoetstappen doorliepen. De pers werd erbij gehaald om aan te tonen dat het waarschijnlijk om een vervalsing ging. Toen men de rots verwijdert had was iedereen zeer verrast. De voetstappen van de mens gingen nog steeds door naast die van de dinosauriër!
Ook werd er een andere rare ontdekking gedaan. Uit een stukje grond afkomstig uit het Ordovicium werd een stuk sparrenhout gevonden! In het Ordovicium zouden alleen maar slakken en koralen mogen leven en al helemaal geen organismen op het land. Maar toen het stuk sparrenhout nader was bekeken kwam men tot de conclusie dat het om het handvat van een bijl ging! De mens leefde dus al in het tijdperk van de ongewervelde dieren! Dit kan toch niet!
De triboliet is een diertje dat volgens de evolutie aan het begin van het leven is ontstaan. De triboliet heeft gek genoeg wel ogen. Sommige van die tribolieten zijn zo goed bewaard gebleven dat er proeven zijn gedaan, met die ogen. Die proeven toonden aan dat die diertjes uitstekende ogen hadden. Volgens de evolutie zou dat niet kunnen. De ogen zijn te ver ontwikkeld om aan het begin van het leven te zijn ontstaan. Ook werd er door de fossielzoeker Williams G. Meister een fossiel gevonden van een sandaal. Op de hak van die sandaal lag een platgetrapte triboliet. Een mens, die bovendien nog eens sandalen droeg, leefde dus in de tijd van de ongewervelde dieren.
Als je dit nu hebt gelezen zou je toch echt twijfelen aan de evolutietheorie. De vragen zoals sinds hoelang er leven is en hoe het leven is ontstaan is dus weer onbeantwoord. Hoe heeft het nu dan echt gezeten? Dat is dus een vraag waar niemand een antwoord op kan geven, zelf niet met die beroemde theorie van Darwin die wij krijgen geleerd alsof het waarheid is. De evolutie is en blijft dus maar een gok.
De ‘missing link’
Volgens de evolutie is de mens voortgekomen uit de aap. Maar er is nog nooit een prehistorische mens gevonden die de mens en aap met elkaar kan verbinden, de missing link. In dit hoofdstuk geef ik een mooie voorbeelden over ‘wetenschappers’ die zogenaamd de ‘missing link’ hadden gevonden.
De Piltdown-mens. Hij was zogenaamd gevonden in Piltdown (Engeland). Het schedel daarvan had zeker 40 jaar in het Britisch Museum gestaan. Door de ontdekking van die aapmens zijn veel wetenschappers gepromoveerd en sommige zijn erdoor zelfs tot de adelstand verheven. Na nader onderzoek bleek dat de schedel van een mens was, de onderkaak van een orang-oetang, die gevijld was zodat het onder het mensenschedel paste. De tanden waren weer van een mens. Ook de tanden waren gevijld zodat ze meer op apentanden leken. Daarbovenop was het schedel nog eens geverfd zodat het extra oud leek.
De Nebraska-mens. Dankzij Dr. Henry Fairfield Osborn was eindelijk het skelet gevonden van de ontbrekende schakel tussen aap en mens. Maar men ontdekte dat er maar weinig resten van over waren. Het ging eigenlijk alleen maar om een tand. Osborn had om die tand een onderkaak getekend en vervolgens een bovenkaak. Toen men die tand nader onderzocht kwam er uit dat het een tand was van een wildzwijn. Zij gingen naar de vindplaats en inderdaad, daar lagen de resten van een zwijn.
De Pithecanthropus. Bij deze vondst werd ook een aapmens gereconstrueerd. Dit werd op grond gedaan van de schedel. Toen men het bod ging bestuderen kwam men erachter dat het om een knieschijf van een olifant ging.
De Java-mens. De Nederlander Eugène Dubois ging naar Java om daar de ontbrekende schakel op te graven. In 1891 vond hij twee menselijke schedels. Jaren later vond hij een chimpanseeschedel een tijdje later vond hij 15 meter daarvandaan een knieschijf van een mens.Hij bracht die bij elkaar en dacht dat het bij één individu hoorde. Maar hij had die zogenaamde Java-mens gevonden in dezelfde aardlaag als de twee menselijke schedels van jaren daarvoor. Hij viel dus door de mand en in ongenade. Zo stierf hij ook.
Lucy. Donald Johansen vond in 1974 14 botfragmenten van “aapmensen”. Zij noemden haar Lucy als aandenken van een liedje van de Beatels. De skeletresten hebben de kenmerken van een aap. Maar volgens Johansen niet helemaal. Het eerste is de knie (deze is op 80 meter lager gevonden, dus het is onwaarschijnlijk dat het om hetzelfde gaat), het tweede is de verhouding arm-been. Bij een aap is de verhouding 100%. De armen en benden zijn even lang. Bij de mens is deze verhouding 75%. De arm is ¾ been. Volgens Johansen was dit bij Lucy 83.9%. Dit had hij afgeleid uit het been. Vervolgens zagen sommige dat het been uit twee botten bestond die nog niet eens bij elkaar pasten. Johansen gaf toe dat het maar om een schatting ging. Als laatste was het afgeleid uit het bekken. Het had wel alle kenmerken van dat van een dwergchimpansee, maar hij verklaarde dat het van een aapmens was die rechtop kan lopen. Volgens hem zag het bekken er anders uit toen het beest nog leefde en dat het vervormd was geworden door de druk onder de grond. Maar hoe kan een bekken nu vervormd raken terwijl de andere veel slappere botten niet waren vervormd?.
De Neanderthaler. Deze mens is gevonden in Afrika, Azië en vooral in Europa.. In Chapelle-aux-Saints is een skalet van een Neanderthaler onderzocht en daaruit bleek dat de herseninhoud groter was dan die van de mens. Dit zorgde voor veel vragen. Dat het een aapmens was werd ook meteen in twijfel getrokken. De gebogen botten wezen erop dat hij zwaar voorover gelopen zou moeten hebben. Uit nader onderzoek bleek dat de wervelkolom zo krom liep omdat die verminkt was door een gewrichtsontsteking. In de grote teen zat geen grijpmechanisme en het bekken leek ook veel meer op dat van een mens dan van een aap. De geleerden schreven dat een geschoren en gewassen Neanderthaler niet zou opvallen in de moderne maatschappij. Nu word de Neanderthaler gewoon tot de Homo Sapiens gerekend. De Neanderthaler was dus een gewoon mensenras, net zoals de zwarten, blanken, gelen, roodhuiden en pygmeeën.
Ook zijn er ook enkele voorbeelden die wijzen op een geleidelijke ontwikkeling van de soorten. Deze zijn echter ook fout. Ik geef hier twee voorbeelden van.
De overgang van het leven in water naar het leven op het land. Lange tijd beweerde men dat de soort tussen vis en amfibie een vis was die behoorde tot de familie van de Coelacant. Evolutionisten beweerden dat de Coalacant zich op het land verplaatste met behulp van zijn vinnen. Deze vis leefde 60 miljoen jaar geleden. In 1938 vonden een stel vissers op de Indische Oceaan een rare vis in hun netten. Zij stuurden dit op naar East-Londen. De biologen waren zeer verrast toen ze ontdekten dat het om een Coelacant ging. Het was moeilijk voor te stellen dat die vis zich op het land kon bewegen en al helemaal om voor te stellen dat het beest lucht kon halen en zich voortplanten op het land. Uit verder onderzoek bleek dat de Coelacant helemaal niet zeldzaam is en dat hij zich alleen in diep water ophoud ver van de kust.
De overgang van reptielen naar vogels. Op aarde zijn er maar 6 fossielen van gevonden en allemaal binnen een gebied van 60 km in Duitsland. Ze hebben dat geval nog eens uitgebreid bestudeerd en men kwam erachter dat het ging om een vervalsing. Iemand heeft een stuk van dat kalksteen gepakt, gemalen en een pasta ervan gemaakt. Dat heeft hij uitgesmeerd over het fragment. Men kan sporen zien van het gebruikte werktuig. Vervolgens zijn er op het nog zachte oppervlak veren aangebracht. Op sommige plekken zijn de veren bewogen en hebben ze dubbelsporen achtergelaten. Er is zelf een vingerafdruk achter gebleven.
Je ziet dat er dus veel vervalsingen zijn geweest op het gebied van de ‘missing link’. De bedriegers die zich ‘wetenschapper’ noemen hebben de wereld mooi voor de gek gehouden om aan te tonen dat zij de ontbrekende schakel eindelijk hadden gevonden.
Slot
Nu komt dan het antwoord om de grote vraag. Evolutie zin of onzin? Als je het mij vraagt klopt er wel het een of andere van. Maar als we uitgaan van het overgaan van aap naar mens is het grote onzin. Ook de verbinding tussen de land en waterdieren en de reptielen en vogels klopt voor geen kant. Er kunnen wel een bepaald aantal theorieën blijven, bijvoorbeeld de natuurlijke selectie. Het zou heel goed kunnen dat de dieren beter worden door de natuurlijke selectie en dat de slechte eigenschappen verdwijnen, maar dat daar dan een hele andere soort uit kan komen is echt de grootste onzin die er bestaat. Er verandert niets aan de genen van het dier waardoor het opeens een andere soort word, maar wel dat het bij toeval alleen de goede eigenschappen overhoud zou nog wel eens waarheid kunnen zijn.
Darwin had later nog eens geschreven dat hij zijn theorieën beoordeeld als ‘dwaasheid ten top’. Bij deze uitspraak had hij groot gelijk. Van de ene soort naar de andere is ook onzin. Maar wat is dan wel goed? Er is dus nog steeds geen goed antwoord op de vraag: Hoe is het leven ontstaan?
Het boek van Darwin heet de oorsprong van de soorten. Maar in het boek word er geen antwoord gegeven op de vraag over hoe het leven is ontstaan. De titel van zijn boek is dus ook al verkeert gekozen. Het is dus wel verwonderlijk dat het de oorsprong der soorten heet en dat hij dat niet uitlegt, een betere titel zou bijvoorbeeld zijn geweest: ‘Variatie van soorten door natuurlijke selectie’.
Uit dit werkstuk kan ik twee zelf verzonnen conclusies trekken. Als het waar is dat de mens samen met de dinosauriërs geleefd heeft, is er dus een antwoord mogelijk op de vraag hoe het mogelijk is hoe ze de hunebedden (Drente), stonehenge (Engeland) en Mycenae (Griekenland) hebben gebouwd. Het is onmogelijk voor de mens om zulke gigantische stenen op te tillen en laat staan op elkaar stapelen. Deze bouwwerken zijn allemaal uit de prehistorie en (volgens de evolutie) aan het begin van de mensheid. In die tijd leefde de mens samen met die dinosauriërs. Het zou dus zo kunnen zijn dat die zijn gemaakt met behulp van dinosauriërs. Het tweede is wat meer doordacht, maar het komt op het volgende neer. Als we zouden leven volgens de etiketten moesten we met mes en vork eten. Onze voortanden worden zo nooit gebruikt. Volgens de evolutie zijn de voortanden dan overbodig. Als de mens zich dan moest aanpassen komt het erop neer dat de mens over een paar honderd jaar geen voortanden meer heeft, omdat die tocht nooit gebruikt worden.
Bronvermelding
Internet:
- http://www.morgenster.org/evolutie.htm
Voor de uitleg van de evolutie.
- http://members.lycos.nl/susannerebers/eerderetheorieen.htm
Voor informatie over de genoemde voorgangers van Darwin.
- http://homepages.svc.fcj.hvu.nl/97_162/evolutie/inleiding.htm
Alle voorbeelden tegen de evolutie.
- http://www.canisius.nl/vakken/anw/anw%20website/evolutie.htm
Voor alle informatie over Darwin, van geboorte, wereldreis en zijn theorieën.
- http://www.google.nl
Voor plaatjes
Boeken:
- ANW boek artikel 23
Voor de sterfdatum van Darwin.
- ANW klapper
Voor het logboek.
- Bijbel het oude testament Job Hoofdstuk 40 en 41
Voor de beschrijving van de dinosauriër in de bijbel.
- Onze Monumentale En Mysterieuze Natuur
Voor enkele plaatjes.
Inhoud:
Voorwoord
Wat is evolutie?
De geschiedenis van de evolutie
De voorgangers van Darwin
Over het leven van Darwin
De grote reis van Darwin
De evolutietheorie van Darwin
Wat klopt er niet aan de evolutie?
De ‘missing link’
Slot
Bronvermelding
Logboek
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e

Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!
Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.
a d v e r t e n t i e

Absoluut geen mobieltjes en iPods meer in de les? Charlot: "Luister leraar: een mobiel of iPod is een vereiste in jouw les."