ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (5 vwo)

Datum ingestuurd:

23 juni 2003

Taal:

Woorden:

1.100

Bekeken:

8513 keer (19 deze maand)

Waardering:

2.9/5 (30 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Het leven van Kant

Immanuel Kant leefde van 1724 tot 1804. Hij studeerde en gaf les aan de universiteit van Koningsbergen in Oost-Pruisen, dat nu Duitsland heet. Deze stad hij nooit heeft verlaten, ondanks zijn liefde voor reisverhalen en eervolle aanbiedingen van andere universiteiten. De carrière aan de eigen universiteit verliep nogal moeilijk, hoewel hij al op zeer jonge leeftijd al een bekend auteur was. Na een tijd als privaatdocent afhankelijk te zijn geweest van betalende studenten werd hij in 1770 professor in de logica en metafysica. Tot 1781 publiceert hij dan nauwelijks meer. In dat jaar verschijnt zijn beroemde Kritik der reinen Vernunft, eerste van een reeks van uiterst belangwekkende publicaties. In 1796 nam hij ontslag wegens gezondheidsredenen, namelijk beginnende dementie. Kant bleef ongehuwd, omdat hij weinig geld had en ook niet veel tijd had. Hij maakte iedere dag een wandelingetje met zijn huisknecht, die hij op hoge leeftijd ontsloeg wegens verdenking van fraude. Voor de verlichte koning Frederik de Grote van Pruisen had hij grote bewondering, maar in 1794 raakte hij door zijn godsdienstfilosofie in conflict met diens opvolger. Met verve verdedigt hij het recht van geleerden om in vrijheid te mogen denken en publiceren voor vakbroeders.

De drie kritieken


Het menselijk kenvermogen heeft volgens Kant een zintuiglijk deel dat passief is, en een actief deel dat door denken en oordelen gekenmerkt is. Zonder waarneming zijn begrippen leeg, maar zonder begrippen blijven zintuiglijke indrukken blind. Oordelen die kennis van de werkelijkheid opleveren zijn een synthese van zinnelijke waarneming en denken (begrippen en ideeën). De inhoud van ons kennen wordt aangeleverd vanuit het lagere, zinnelijke kenvermogen, maar inzicht, structuur en wetmatigheid worden tot stand gebracht door het hogere, het denkvermogen. Kant onderscheidt dat hogere kenvermogen in rede (Vernunft: het vermogen tot redeneren, dat vanuit principes eenheid in onze kennis aanbrengt en op grond daarvan transcendente ideeën vormt), verstand (Verstand: het vermogen dat begrippen en regels met betrekking tot ervaringskennis vormt) en oordeelskracht (Urteilskraft: het vermogen dat de begrippen toepast).
De kritiek van de kenvermogens levert Kant in de Kritik der reinen Vernunft, waarin de constitutieve rol van het verstand voor de ervaring en het problematische karakter van de ideeën van de rede worden uiteengezet. Het menselijk bewustzijn is behalve door kenvermogens ook gekenmerkt door een begeervermogen (de wil) en door gevoelens van lust en onlust, die allen met voorstellingen gepaard gaan. In de Kritik der praktischen Vernunft tracht Kant aan te tonen dat uit ons morele plichtsbesef blijkt dat de rede in staat is geheel vanuit zichzelf, los van alle gevoelens van lust en onlust, aan de wil principes op te leggen die moeten worden nagekomen bij het nastreven van welke doeleinden dan ook. De rede blijkt aldus op het gebied van het handelen wetgevend te zijn. De idee van vrijheid, die in theoretisch opzicht slechts problematische kennis inhoudt, krijgt daardoor in de sfeer van het menselijk handelen een volstrekt zeker fundament, ook al begrijpen we niet hoe vrijheid werkt. Op basis van het vrijheidsbegrip moeten we de mens denken als een bewoner van twee werelden: de wereld van de natuur waarin de wetten van causaliteit heersen en de wereld van de vrijheid, waarin aan het handelen morele wetten kunnen worden gesteld.
Het verstand is constitutief voor het theoretische kennen en heeft aldus een eigen gebied waarin het wetgevend is: theoretisch begrip van de ervaringswereld. De rede is wetgevend voor het begeervermogen en heeft als eigen gebied de zedelijke werkelijkheid van recht en moraal. Vanuit architectonisch gezichtspunt is het zinvol te vragen of ook de oordeelskracht in zijn verhouding tot het gevoel zo'n eigen gebied heeft. Daarmee zou er een brug geslagen worden tussen de twee gebieden van natuur en vrijheid. In de Kritik der Urteilskraft laat Kant zien dat er niet in strikte zin zo'n derde gebied is. Gevoel en oordeelskracht bewegen zich in een veel vrijere verhouding tot elkaar. Er is hier geen vaste bodem die het heersen van objectieve wetten mogelijk maakt, maar er gelden wel subjectieve principes en regelmatigheden die een zinvolle ordening van onze voorstellingen bewerkstelligen. De derde kritiek heeft een zeer complexe inhoud. Vereenvoudigd uitgedrukt heeft ze tot taak vast te stellen binnen welke grenzen het redelijkerwijs zinvol is om in een objectieve zin met betrekking tot onze gevoelens en de natuur over schoonheid en doelmatigheid te spreken. Hier worden ook de fundamenten gelegd voor een reflectie over het doel van de geschiedenis als het veld waarin natuur en vrijheid met elkaar in wisselwerking staan

Eigen Mening


Ik kan me wel vinden in de theorieën van Immanuel Kant, het blijft moeilijk om te begrijpen, maar hij heeft op een aantal punten zeker gelijk. De mens is een natuurlijk wezen, maar ook een redelijk wezen. We moeten vind ik ons verstand ook benutten, en niet zoals dieren leven. De mens moet dus handelen volgens de wet, die de mens ook zelf samengesteld heeft. Dus een mens moet zich zelf regels of wetten voorhouden, en daar naar leven. Dit vind ik een goed punt, zo kan je je op een doel richten, daar naar toe leven, maar je wel aan de regels houden die er zijn. Zo wordt bijvoorbeeld de openbare orde niet verstoord. Kant vind ook dat je andere mensen en ook jezelf nooit als middel moet gebruiken, maar als een doel. Dat vind ik erg goed bedacht, zo bedrieg je andere mensen ook niet, en lever je andere ook geen vervelende streken. Immanuel Kant heeft een aantal boeken geschreven, waarin hij zichzelf drie belangrijke vragen stelde, dat waren: Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Wat mag ik hopen? Deze drie vragen werkte hij uit in 3 boeken. Ik vind dit 3 heel belangrijke vragen, het heeft naar mijn idee iets met je toekomst te maken. Als je jezelf afvraagt wat je kan weten, dan ben je bezig met een leerproces, zoals wij als scholieren naar school gaan. Bij de tweede vraag, kijk je naar jezelf wat je moet doen, dus je best doen op school, en dus verder studeren en een goede baan vinden. Je bepaalt dus wat je moet doen om je doel te bereiken. Bij de derde vraag, kijk je vooruit in de toekomst, dus wat er nog kan gaan gebeuren. Ik denk dat dit een zeer goede theorie is. Deze drie vragen vatte Kant samen in een vraag, namelijk deze: Wie is de mens? Hij is helaas nooit toegekomen aan het schrijven van dit boek.

Ik vond deze opdracht best leuk, ik keek er eerst nogal tegen op, maar het viel me eigenlijk best wel mee. De theorie van Kant begreep ik, en heb er ook iets van geleerd.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.