Geschreven door:

Bart kennes [meer]

Datum ingestuurd:

8 april 2003

Niveau:

4 vmbo

Woorden:

7736

Opvragingen:

22599 (2 deze maand)

Waardering:

2.2/5 (176 stemmen)

Voorwoord:

Ik ga een werkstuk maken over een sport waar ik zelf helemaal niks van weet. En ik hoop dat ik genoeg informatie in dit werkstuk kan zetten.

Geschiedenis van de sport

Ergens in Holland

Ergens in Holland werd er al in 1908 honkbal gespeeld. Door heren en dames samen! Enkele jaren voordat de bond werd opgericht en ook voordat op het IJsclubterrein in Amsterdam in 1911 de feitelijke bakermat van het Nederlandse honkbal werd gelegd. Het Honkbal- en Softbal Museum toont u de foto van dat vroege moment van gemengd honkbal uit 1908. Dit boekje, samengesteld door oud-international en oud-honkbal journalist Ge Hoogenbos, geldt als een richtingaanwijzer bij uw wandeling door het Honkbal- en Softbal Museum in 'MultiBase' in Haarlem. Wij wensen u genoeglijke uurtjes in ons museum toe.
Bestuur Nederlands Honkbal- en Softbal Museum

Het eerste Bondsmuseum in Nederland
Het Honkbal- en Softbal Museum is er. Op de enige juiste plaats: binnen de hekken van het Honkbalstadion in Haarlem. Dus precies daar waar regelmatig enthousiaste mensen komen. De KNBSB is hierdoor de eerste Bond in Nederland, die over een eigen Museum en een eigen Eregalerij beschikt. Deze Hall-of-Fame is de eerste in Europa, bijzonder knap ontworpen door Jan Smidt. Veel dank zijn we verschuldigd aan de Gemeente Haarlem en in het bijzonder aan Wethouder Piet Sikma, die vanaf het begin op het standpunt heeft gestaan, dat dit Museum in Haarlem als Honkbalstad moest komen. Een eigen gebouw zonder belangrijke eigen financiële inbreng was vanzelfsprekend onhaalbaar. Daarom zijn. we zelf met het voorstel gekomen om een multifunctionele ruimte te realiseren. Zo zijn we - precies op de plaats waar jaren de 'Groene Keet' heeft gestaan - in MultiBase onder dak 'inwonend' bij de Sportraad en de SGH, partners waarmee een prima samenwerking bestaat, evenals met de Dienst Sport- en jeugdzaken en Sportinitiatieven Haarlem. In MultiBase moest het geheel gestalte krijgen in een ruimte, wat beperkingen heeft opgelegd. Er moest een zekere keus gemaakt worden tussen artistiek verantwoord en veel informatie. Gekozen is voor veel informatie, waarbij geprobeerd is om de artisticiteit niet al teveel geweld aan te doen. De Eregalerij is permanent, maar de museale onderwerpen zijn geheel of gedeeltelijk wisselbaar, zodat per seizoen of belangrijk toernooi weer eens wat anders te zien zal zijn. Ook blijft de Museum werkgroep bereid om bij belangrijke gebeurtenissen in andere steden exposities te verzorgen.
Het Museum en de Eregalerij is een van de vele initiatieven van Guus van der Heijden geweest. Ook daarom zijn we bijzonder verheugd, dat zijn Bond de eerste is, die de 'voortrekkersrol' - ons toegewezen door de NSF - heeft waar kunnen maken. Met nadruk willen we vast stellen, dat alles financieel rond kon komen door de vrijwel belangeloze steun van Jan de Wit Autocars, Voorwalt en Van Nikkelen Kuijper in Haarlem en de ABN Bank, die dit vooral hebben willen doen, omdat er pure amateurs aan werken. Daarom hebben ook Dik Bruynesteyn en bekende fotografen zonder enig voorbehoud hun medewerking gegeven. Krug Kerrebijn noemen we even apart. Bij deze firma heeft de werkgroep van het Museum gratis een werk- en bergruimte ter beschikking gekregen. Het is niet te doen alle mensen te noemen die in de loop der jaren spullen hebben gegeven, maar zonder hen was er vanzelfsprekend geen Museum geweest. Ook de 'Vrienden van het Museum' met hun jaarlijkse financiële bijdragen blijven we bijzonder dankbaar. Dit boekje 'Ergens in Holland' is een rondwandeling door het Museum en tevens door de historie van ons honkbal en softbal. Tijdens uw bezoek nuttig en als u het thuis of op de tribune nog eens doorleest, zult u misschien zeggen: 'Ik ga toch nog eens terug om bepaalde dingen nader te bekijken.' U bent dan weer van harte welkom!

Bestuur Nederlands Honkbal- en Softbal Museum

Ergens in Holland

Het IJsclub-terrein in Amsterdam is de bakermat van ons honkbal. Daar werd in 1911 al gespeeld. Vanzelfsprekend is dat de eerste plaat in het Honkbal- en Softbal Museum. Ook al omdat later die plek - heel fijngevoelig - Museumplein is gedoopt. Opeens duikt er echter een pracht prent op uit 1908. 'Ergens in Holland' blijkt er al eerder honkbal gespeeld te zijn: een wedstrijd van heren en. . . dames met van die heel kuise, de vloer vegende rokken. Een gemengde sport dus! In 1908. Wie kikte in 1980 over emancipatie~ Een softbalvrouw? Nee toch!
In Haarlem ongeveer eenzelfde beeld. In 1923 is er een honkbaldemonstratie waar ene Kuling als ongeveer enige toeschouwer een kijkje gaat nemen. Enige maanden later richt hij de HC Haarlem op. De eerste opvoering van de nieuwe zomersport heeft menjaren gedacht. Vergeet het maar. 'De eerste klap in Schoten' striemde al van het slaghout in. . . 1912. Ongeveer daar waar - hoe juist gekozen - het huidige softbalveld van HHC ligt. In zijn historische studie over het latere Haarlem-Noord heeft de toevallig ook honkbalenthousiaste Wieringa de prent afgedrukt. Toch houden wij de al jarenlang geldende historie in ere: het IJsclub.terrein is de hoofdstedelijke startplaats en de Kleverlaan de bakermat in Haarlem.

De man die ons honkbal maakte
Een roemruchte geschiedenis wordt door prominenten geschreven. Een regel van de tekst uit de door Jan Smidt ontworpen Eregalerij. Een van die prominenten was Grasé, die eerst in Amerika honkbal voor de Hollanders ontdekte en daarna op 12 maart 1912 de Nederlandse Honkbalbond stichtte. De meest prominente in deze eerste Hall-of-Fame in Europa is echter ongetwijfeld Ernst Bleesing, de man die ons honkbal maakte. Speler, scheidsrechter, teambegeleider, bestuurder, organisator, initiatiefnemer op velerlei gebied en bovenal doorzetter, die in zichzelf en zijn sport geloofde. 'Zonder Bleesing,' zei zijn vriend M.C. Bakker, 'zou er in ons land geen honkbal geweest zijn.' zijn grootste probleem is de competitie geweest. Tien jaar lang. Clubs kwamen en verdwenen in die begintijd en alleen zijn eigen AHC Quick doorstond de kinderziekten goed. In 1921 was er dan ook nog altijd geen sprake van een echte competitie. Er waren nog maar twee clubs. Dat jaar deed Bleesing een gouden greep. Twee leden van Quick werden door hem naar hun voetbalclubs gestuurd om daar een honkbalafdeling op te richten: Wim Drilling naar Blauw Wit en Daan Roodenburgh naar Ajax, voetbalclubs van grote naam dus. Deze apostelen deden hun werk met succes en zo kon een competitie van vier clubs vlot van start gaan. Heel elegant van de concurrentie werd Quick in 1922 de eerste Kampioen van Nederland en Blauw Wit en Ajax in de volgende twee jaren.

Ook Haarlem
De basis was gelegd. Vooral toen Kuling in dezelfde tijd de HC Haarlem oprichtte, waardoor twee steden in het honkbalgewoel terechtkwamen. Zes jaar later in 1929 volgde HHC als specifieke honkbalclub. Er is zelfs een plaat van 1928, want in dat jaar speelden de HHC-ers-in-spe al wat voor hun plezier. Toen ze echter in 1929 als hobbyisten aan de Zilveren Bal van HC Haarlem wilden meedoen, zei Kuling: 'Eerst aansluiten bij de Bond. Zo werd HHC min of meer gedwongen een echte club te worden. Beide oudste Haarlemse verenigingen zgn overigens in 1976 samen verder gegaan onder de naam Sparks. Kuling was ongetwijfeld een man met visie. Het straathonkbaltoernooi is daarvan een bewijs. Deze jaarlijkse jeugdhappening was heel wat seizoenen bijzonder in trek en om straatkampioen van Haarlem te worden, was een hele eer. Het toernooi van HC Haarlem heeft heel wat spelers van formaat opgeleverd: Roel de Mon, Kees Koning, Jan Scheurman, Henk Keulemans om er maar een paar te noemen. Het voorbeeld van Ajax en Blauw Wit vond speciaal in de jaren dertig navolging in de Spaarnestad. 'Honkbal werd de ideale zomersport voor voetballers', want EDO, RCH, Schoten en TYBB werden in die tijd opgericht. In het begin van de oorlog gingen ook PSV in Eindhoven en Sparta en Neptunus in Rotterdam honkballen.

Internationale kontakten
Internationaal was er al in de twintiger jaren contact. Amper had een Amerikaan marineschip zijn ankers in een van onze havens uitgegooid, of Bleesing stapte aan boord- Na even onderhandelen konden bondsteams tegen de Yankees van de Pittsburgh of de Detroit spelen: de Amerikanen meestal Arnerikaans gekleed, de Hollanders soms in de wonderlijkste combinaties. Tegen de Pittsburgh gebruikte men het oude RCH-terrein aan de Middenweg in Haarlem-Noord en merkwaardig genoeg was de eerste officiële interlandwedstrijd ook bij RCH, maar wel in Heemstede waarheen de Racing Club Haarlem inmiddels verhuisd was. Op 26 augustus won Holland met 21-12 van België om vier weken later in Antwerpen met 19-17 deemoedig het Oranje-hoofd te buigen- Op een runnetje werd in die dagen niet gekeken. 'Als je zes punten achter kwam,' aldus catcher Jan Baas, 'dan timmerde je dat de volgende inning toch weer even bij.' Twee heel aparte teamfotootjes van die eerste interland uit 1934 kreeg Jan Baas gestuurd van de Oranjeman Co Mol, die later naar de Verenigde Staten was geëmigreerd. Hoewel Jan Baas met hem in HHC gespeeld had, moest hij toch even nadenken van wie het afkomstig was- Mol had - zo luidt het verhaal - op verzoek van zijn Amerikaanse werkgever zijn achternaam in Vandermolen veranderd.

‘Taai ongerief’
Terug in de tijd: Nederland - Belgie 28 juni 1953 de wedstrijd wordt in een voetbalstadion gespeeld waardoor een werpheuvel ontbreekt. Ook de kwaliteit van het eerste honk is discutabel. De uniformen daarentegen zien er goed uit, de aktie van de eerste honkman ook. De kleding is voor onze honkballers en later ook voor de softbalsters in de begintijd lang een 'taai ongerief' gebleven. In 1936 in Parijs vonden de Fransen die voetbalbroekjes maar raar voor de toeschouwers - er zaten er een handjevol – en speelden de Oranjemannen in geleende pakken, waarop snel het NHB-embleem werd genaaid. 'Kerels als Wilders en Bosscher zat het,' volgens een andere international Jaap Hartog, 'nogal strak om het lijf.' Geen beletsel overigens om met 9-5 te winnen. Het Drielandentoernooi in het Stade Pershing tijdens de Parijse Wereldtentoonstelling van 1937 met de Belgen en Fransen werd ook een Oranje-succes. Weer in pakken van de Franse gastheren, ditmaal gestreept; wel echter met een nieuw NHB-wapen. De eerste prijs: een bijna meterhoge vaas van echt Sèvres porselein, waar niemand op de weg terug goed raad mee wist. Wellicht had men liever de Amerikaanse pakken als hoofdprijs meegenomen, want twee maanden later werd in Haarlem een 5-3 overwinning op de Belgen behaald weer in - wel keurig, hoor - voetbaltenue.

Zendelingen Kampioen van Nederland
De brede visie van Bleesing bleek ook weer in 1939. Onder de naam Salt Lake City speelden het jaar daarvoor Mormoonse dominees vriendschappelijke partijtjes. Ze konden er wel wat van. Bleesing maakte, dat deze zendelingen in het nieuwe seizoen onmiddellijk in de hoogste klas van de vaderlandse competitie werden geplaatst. De Seagulls - hun nieuwe naam - werden prompt landskampioen en alleen voor Blauw Wit 7-1 en HHC 6-2 moesten de Amerikanen Opzij. Hun thuiswedstrijden op het legendarische IJsclub-terrein en de uitwedstrijden in Amsterdam en Haarlem trokken veel belangstelling. De kreten 'Shuppy' - hun korte stop - en 'come on, baby boy' waren niet van de lucht en werden door onze honkballers overgenomen. Het hele optreden van de Seagulls was een brok propaganda, hoewel er tegen het, Amerikaanse geblèr' hier en daar wat bezwaren aangetekend werden. Dit gebeurde later ook bij de start van ons softbal, alleen werd, Amerikaans geblèr' – brief uit HHC-archief - toen 'luidruchtig honkbalgedoe' genoemd. Ja, honkbal was duidelijk op weg een volkssport te worden; de zgn.- betere kringen spraken in die dagen van 'slagerscricket'. Bleesing trok er zich weinig van aan. Zijn sport ging vooruit en de directeur van de bekende Boldoot-fabriek kwam bij iedere club kijken of. . . bracht op verzoek 'zijn handel' mee. Vrijwel geen sportzaak zag brood in de import van honkbal-attributen uit dat verre Amerika. Geen probleem, Bleesing liet het zelf komen en zonder winstbejag stond hij voor iedereen klaar. Je kon kiezen: een handschoen voor f 3,50 of f 4,50.

Honkbal in oorlogtijd
Tijdens de oorlog is er - in tegenstelling tot België - heel lang, tot 20 augustus - zelfs, doorgespeeld. Wel werd de toch al niet rooskleurige materiaalpositie van de clubs steeds nijpen- der en kwam de beruchte Vredesteinbal als surrogaatknikker op de velden. In oorlogstijd zeker een mooie naam en ook heel welwillend van de bandenfabriek om in het ballengat van de honkbalmarkt te willen springen. Die krengen waren echter lood- en loodzwaar en - gemaakt van geperste kurk - sprongen ze na een klap soms in twee stukken. Ook hadden ze geen naad om curve te kunnen gooien. De Vindingrijke Wim Geestman zag zich daardoor van zijn voornaamste wapen beroofd en sneed er daarom een stukje uit om zijn Vinger in de keep te kunnen leggen. Deze honkbal- en basketbalinternational vocht in 1943 in het Ajax-stadion een geweldig pitchersduel uit met de honkbal- en voetbalinternational Cor Wilders. Deze beslissingswedstrijd om het landskampioenschap moest bij 0-0 verlengd worden en pas in de elfde inning kon door de enige run van Wilders bij Blauw Wit voor de zesde maal de vlag hoog in de top. Terecht betrok de VVGA-er Besanger in een brief de 'Hooggeachte Heer Bleesing' in de feestvreugde: 'Het was een mooie dag voor de teams van Blauw Wit en Ajax, het was een mooie dag voor onzen Bond, maar vooral was het de bekroning voor Uw jarenlange onvermoeide en opofferende propaganda voor ons spel.' Een terechte lofrijzing voor Bleesing, die twee van zijn beste spelers wegstuurde in het algemeen honkbalbelang. Iets om zelfs in deze tijd over na te denken.

Bevrijding
De Bevrijding komt en de Canadezen. In het Zuiden speelt al op 8 oktober1944 PSV een wedstrijd tegen de Royal Canadian Air Force, die voor Nederlandse begrippen ook nog wat anders konden dan vliegen. Het Westen moest nog meer dan een halfjaar geduld hebben. Dan zijn ook in dat deel van Nederland Canadezen en Amerikanen dadelijk bereid om tegen bondsteams - soms inclusief bijvoeding na de barre hongerwinter - te spelen. In de oorlog was er weinig vertier en bij Ajax en EDO bevolkten duizenden toeschouwers de tribunes; het Noordersportpark en de bijvelden van het Olympisch Stadion werden wekelijks omzoomd door hagen publiek. De geboden sport was zeker het aankijken waard. Daar stonden Haarlem, Ajax, Schoten, Blauw Wit, VVGA en HHC borg voor. Tweemaal H en eenmaal C, de club met de rode rechter- en de witte linkerkous; voor, en nadien op geen veld ter wereld nog ooit gezien. In de Verenigde Staten dringt inmiddels door, dat ook in Holland baseball wordt gespeeld. Goed, het heet honkbal, maar dat Vinden de Amerikanen zelf juist heel mooi. De wijziging in baseball hebben ze later altijd jammer gevonden. Een traditie dient in ere te worden gehouden.

'Marshall-hulp' ook voor honkballers
Dat er gebrek aan materiaal is, wordt ook al rap bekend en Norman McPhail zet de 'Marshall-hulp' voor honkballers op de rails. De gulle Amerikanen sturen een schip met van alles wat nodig is over de oceaan naar Holland en ambassadeur Baruch overhandigt voor de Stedenwedstrijd Haarlem - Amsterdam - generaties lang de Zomerklassieker - in1948 de zending door de eerste bal naar catcher Joop Geurts van Haarlem te gooien. Het leidt tot een bijna klassiek drama. Geurts neemt overgelukkig zijn bal mee naar huis. Na een paar maanden moet hij hem inleveren, want het bondsbestuur Vindt dat die bal van de Bond is. Geurts doet het niet, wordt geschorst en het wordt een heel lang punt op de Algemene Ledenvergadering. Het Bestuur blijft bij zijn standpunt en eist van Geurts, dat hij de bal staande de vergadering inlevert. Geurts komt naar voren en zegt: 'U kunt kiezen.' Een tweede bal heeft hij namelijk door Baruch op de ambassade in Den Haag laten tekenen. De McPhail zending is nog jaren op onze honkbalvelden te bewonderen geweest Het vorstelijke geschenk bestond niet alleen uit knuppels en ballen, maar ook uit complete sets kleurige honkbalpakken. Deze werden in de eerste plaats bestemd voor de 'visitekaartjes' van de Bond, dus de hoog spelende clubs. OVVO begon in knalrode pakken in 1949 aan een ware triomftocht, ook de grootste concurrent HHC droeg die kleur en schafte de unieke rode en witte kous maar af; Schoten verscheen clubgekleurd in het kanariegeel en Blauw Wit was uitgedost in prachtige blauwe pakken. Naast het Blauw Wit toernooi voor de hoogst spelende clubs organiseert Haarlem al jaren zijn Zilveren Bal voor de iets beneden de top draaiende verenigingen. De Amsterdamse gymnast Dick van Rijn - later met de microfoon vergroeid, waardoor hij in 't Gooi terechtkwam - zet op Hemelvaartsdag in Hilversum het toernooi om de Zilveren Handschoen op poten; veel eersteklassers gaan daar graag heen en het is uitstekende reclame voor het radiogewest. Het hoofd stedelijke ABC trekt veel publiek met het 'Bevrijdingstournooi'. Goed spel en gezellige sfeer op het Schinkelsportpark.

Balink in actie
In 1951 dwaalt toevallig Albert Balink in Hilversum rond en de tot Amerikaan geneutraliseerde Nederlander is stom verbaasd, dat bier gehonkbald wordt Onmiddellijk komt hij in actie. 'Ik ben niet rijk, maar ik wil wel helpen,' zegt deze sympathieke weldoener. Door zgn. relaties met de Holland-Amerika Lijn kan Han Urbanus al in het voorjaar van 1952 naar een andere 'relatie' van Balink: de Major League club de New York Giants. Een jaar later in het kader van de Watersnoodramp nog eens. In 1954 is de beurt aan de andere toppitcher Jan Smidt Door lezingen verbreiden ze hun kennis in ons land. Met een schip van de H.A.L. en de steun van de Giants -opgefleurd door filmster Jane Wyatt - zorgt Balink ook voor een lading materiaal. Als goed journalist schakelt hij in 1953 de pers in en kiezen de honkbaljournalisten de Beste Pitcher, de Beste Hitter en de Allround - later Meest Waardevolle Speler, die de eerste gouden Balink-medailles krijgen.

Na Rome en Milwaukee
Door de kontakten met Amerikanen is er langzamerhand bij enige mensen iets gaan schemeren; honkbal vraagt een andere opzet dan voetbal. Nadat Oranje in 1956 naar Rome is getreind en door het veroveren van de eerste Europese titel een trip naar de Global World Series in Milwaukee verdient, wordt daar wel heel duidelijk, dat we technisch en tactisch nog in de kinderschoenen staan. Het is een bijzonder leerzame trip. Zo moet allereerst de competitieopzet gewijzigd worden. Door een wedstrijd in de week kan een toppitcher doorslaggevend zijn. Han Urbanus heeft het juist bewezen, want zijn club OVVO vestigt van 1949-1953 een record met vijf landstitels op rij. De titanenstrijd tussen OVVO en HHC met de pitchersduels tussen Urbanus en Smidt trekken in die jaren duizenden toeschouwers. Zoals een generatie daarna Haarlem Nicols-Sparta meer dan tien jaar het spektakelstuk zal zijn. Dan worden er echter dubbelwedstrijden gespeeld en moet een team over meer pitchers beschikken. In die jaren verdwijnt Amsterdam geheel uit het beeld, want pas 24 jaar na de zesde titel van OVVO in 1955 zorgde de afsplitsingsclub van de Kruislaanbewoners, Amstel Tigers, met Charles Urbanus - zoon van Han – als grote troef, pas weer dat de hoofdstad een kampioen binnen de muren krijgt.

Thuishaven der Spartanen
De eerste kampioen buiten de aloude bastions Haarlem en Amsterdam is Sparta. Het dreigde door de geweldige slagkracht van het roemruchte Antilliaanse trio Hamilton Richardson, Simon Arrindell en Hudson John een langdurige een teamsshow van de Rotterdammers te worden. Vooral omdat in Haarlem met vier van de acht topclubs de krachten danig versnipperd waren. De pionier van het Haarlemse honkbal Kuling sprak er op 73 jarige leeftijd al zijn verwondering over uit, waarom men de krachten niet bundelde.

De Nicols: eerste Europa Cup en record aantal titels
Voorstellen voor een algehele sanering door twee topclubs te vormen, werden getorpedeerd. De besturen van EDO en de EHS Bulldogs met de voorzitter Bud van Leuven en Jan Venema stapten met hun leden over alle traditionele bezwaren heen en er kwam een gloednieuwe topclub: de Nicols. Al een kwart eeuw vertolkt deze club een hoofdrol. In 1966 veroverden de Nicols de eerste Europa Cup voor de Nederlandse sportwereld, waaraan er in 1974 en 1975 nog twee werden toegevoegd. Het titelrecord van Blauw Wit uit 1946 werd onder coach Jan Dik Leurs bijna veertig jaar later in 1985 gebroken met het tiende kampioenschap van de Nicols. Zoals bekend was Sparta jarenlang de grootste rivaal, die in 1974 met de negende landstitel Blauw Wit's record evenaarde. Merkwaardig genoeg werd in die glorierijke periode nooit een Europa Cup gewonnen. Wel had Sparta een brede basis, want het tweede team bestond ook uit echte Nieuw-Vreelustelingen. In de periode 1963-1971 werd Sparta 2 negen jaar achter elkaar reserve kampioen van Nederland.

De Lichtstad
Een bepaald niet onbescheiden rol heeft Eindhoven in de honkbalontwikkeling gespeeld. Na het geweldige succes van het eerste Europese Kampioenschap op Nederlandse bodem in 1958 werd het honkbalveld aan de Kruislaan in Amsterdam weer afgebroken. De grote man in Brabant Jan Sibille wist met de nieuwe bondsvoorzitter Wout Posthuma, Philips-leider Ir. Otten warm te krijgen voor het eerste permanente honkbalveld (1959) in ons land; een jaar later deed deze honkbalmecenas met tien mille nog een duit in het bondszakje, zodat de eerste Amerikaanse coach kon worden aangetrokken: Ron Fraser. Zijn opvolger Bill Arce organiseerde in 1963 het eerste leerzame jeugdkamp en ook dat was weer in de Lichtstad.

Het Honkbalstadion: een Monument
Haarlem volgde het voorbeeld, legde eerst een honkbalveld aan en bouwde na het succes van de eerste Honkbalweek in 1961 tweejaar later zelfs een Honkbalstadion, wat een Monument in onze sportwereld genoemd kan worden. Het werd het grote centrum en bezorgde Haarlem de naam Honkbalstad, dat door de wereldwijd bekend geworden Honkbalweek nog steeds onderstreept wordt. Sedert 1985 heeft de ambitieuze zakenstad Rotterdam het belang van een internationaal honkbaltoernooi begrepen en onder de stuwende leiding van Gerard Vaandrager is het havenstedentoernooi snel tot een 'nieuwe traditie' uitgegroeid.

Leo van der Kar
Bijzonder veel steun heeft de Bond altijd van Amerikaanse zijde gekregen. Toch moet ook een Nederlander niet vergeten worden: Leo van der Kar. Van het door hem ingestelde Sportfonds hebben ook heel wat honkballers geprofiteerd, direct in de beginjaren al gingen Beidschat naar de Pittsburgh Pirates, Wim Crouwel naar Chicago White Sox, Boudewijn Maat naar de Los Angeles Dodgers en Ben de Brouwer naar de New York Yankees.

De media
Ons honkbal heeft zich jarenlang mogen verheugen in een serie journalisten, die behalve als verslaggever zich dikwijls ook op andere wijze bij honkbal betrokken hebben gevoeld. De beginregels werden geleverd door Frflgte, Bremer en Notebaard. Later kwamen daar Ben Muller, Wim Hamel, Theo Vleeshhouwer, Cor Jonker, Joop Köhler, Hans de Bie, Guus van der Heijden, Henk Knol, Hans Doeleman, Johan Carbo, Ad Brevet en ik zelf bij. Ook radioreporters aIs Dick van Rijn en Bob Spaak, die - opgevolgd door Henk Bouman - voor E.K. en Honkbalweek stimulerende namen waren. Het indringende medium televisie werd steeds belangrijker en Theo Reitsma, Mart Smeets, Jan Stekelenburg, Hugo Walker en regisseurs Martijn Lindenberg en Paul Röhmer hebben op dikwijls verbluffend eenvoudige wijze het lastige honkbal in de huiskamer weten te brengen. Overigens de eerste televisiesportuitzending ter wereld was op 17 mei1939 op Baker Field, New York, waar de honkbalwedstrijd tussen de universiteiten van Columbia en Princeton werd uitgezonden. Meer dan achttien jaar later werden beelden van het duel tussen Nederland en de Sabres van Soesterberg, gespeeld bij UVV in Utrecht, voor het eerst in ons land op de TV gebracht. Dat was op 4 juli 1957. Een jaar daarna heeft de honkbalsport een ware zegetocht beleefd in de huiskamers met de uitzendingen van wedstrijden tijdens het eerste E.K. in Amsterdam.

'Uit is uit'
De scheidsrechters zijn in de honkbal- en softbalwereld toch wel een aparte groep. Van de mannen in het blauw - zoals ze in de States genoemd worden - is Piet Schijvenaar de meest kleurrijke geweest Evert van Tuyl leidde de meeste wedstrijden tot op hoge leeftijd. Schijvenaar was de man, die struikelend tussen catcher en honkloper dook en toch prompt zijn beslissing gaf. Op de vraag van catcher Geurts, of hij het wel zeker wist, luidde zijn antwoord: 'Ik ben er nog nooit zo dicht bij geweest!' In een ander duel werd Schijvenaar gevraagd, waarom hij de honkloper uit gaf. Resoluut sprak hij de gedenkwaardige woorden: 'Uit is uit, omdat ik zeg dat ie uit is'. De scheidsrechters zijn in Amerika een geïsoleerde groep, die zelden in de belangstelling staan en van de tribunes hoogstens 'Boe' horen.

Casey at the bat
De honkballer, dat is de held, vooral als het een groot hitter is. Het meest beroemde sportgedicht in de States gaat dan ook over een dergelijke geweldenaar met de knuppel. 'Casey at the bat' werd precies honderd jaar geleden door Ernest L. Thayer gecomponeerd en is sindsdien in Amerika het meest voorgedragen gedicht geworden. Het schitterende verhaal heeft dan ook een plaats gekregen in het National Baseball Museum in Cooperstown en heeft dus ook zeker recht op een plaats in het eerste Honkbal-Museum in Europa: de originele tekst uit 1888 en een vrije vertaling uit 1988. Bij zijn bezoek aan de Verenigde Staten vond Dik Bruynesteyn het gedicht het mooiste wat hij ooit op dit gebied gelezen had en hij heeft het geheel op de hem eigen wijze opgesierd. Spontaan en belangeloos zoals Dik ook op andere plaatsen tussen de vele historische zwart-wit foto's meer kleur aan het geheel heeft gegeven.

Zomersport gezocht
Jules Kammeijer is bijna de uitvinder van softbal geweest, voor zijn sportschool Gymnasion zocht hij een zomersport. Honkbal vond hij voor recreatiesporters te moeilijk en gevaarlijk. Daarom bedacht hij een variatie. Een handschoenenfabriek leverde hem een zachtere en grotere bal, een timmerfabriek wat kleinere en lichtere knuppels en een zeilmakerij kussens en een werp- en een thuisplaat van. . . linoleum, want het was oorlog. Omdat er teveel 'wijd' werd gegooid, liet Jules onderhands gooien en werden de afstanden aangepast Zijn school telde zelfs tien teams, die onderling gezellig speelden. Voor belangrijke honkbalwedstrijden werden zelfs wel demonstraties gegeven. Zijn illusie van 'uitvinder' werd na de Bevrijding wreed verstoord. Op het EDO-terrein zag Kammeijer Canadezen softball spelen en dat bleek ongeveer dezelfde sport, die hij ontwikkeld had. Jules is toch doorgegaan en werd later de eerste voorzitter van de Nederlandse Dames Softbalbond.

Dameshonkbal
Overigens was honkbal zeker niet voor alle dames te lastig, want al in de dertiger jaren werd het door HC Haarlem gespeeld. En hoe? De werpster, Mej. Van Denderen, gooide overhands en noteerde tegen de HBS II B liefst 13x3'slag en kreeg maar een honkslag tegen. Een Hollandse Jackie Mitchell dus. Deze Amerikaanse schoonheid (Jackie Mitchell) gaf tijdens een demonstratie in 1931 Babe Ruth en Lou Gehrig met zes worpen 3-s1ag. Pikante beginnoot bij ons softbal: in navolging van de Nederlandse Honkbalbond, afgekort NHB, werd de nieuwe damesorganisatie NSB gedoopt Een afkorting die heel snel veranderd werd in NDSB. Foto: links George Herman "Babe" Ruth en rechts Lou Gehrig

HHC uniek
Er is wat dit betreft een enigszins verwarrend document, dat HHC kreeg op 24 april 1952. Het is een diploma, waarop wordt verklaard, dat HHC eerste werd in het seizoen. . .1951, dus voor de officiële Bond op 15 december 1951 werd opgericht Een kampioenscertificaat met terugwerkende kracht dus. Datzelfde HHC werd in de volgende zeven wel officiële jaren1iefst zes keer Kampioen van Nederland met speelsters als Emmy Hofstra, Tineke Andrea, Renee de Haas, Els ter Meulen, Gerda Cammenga en niet te vergeten Mien en Hannie Berendonk, zusters die ook op het bestuurlijke vlak vrouwen van het eerste uur waren. Al zijn Gymnasion en HCK voor het ontluikende softbal van belang geweest, als men de hele bondsrit tot heden bekijkt is HHC absoluut uniek. Het is in de Honkbal. en Softbalbond de enige club, die onafgebroken in de hoogste afdeling heeft gespeeld.

Vrouw als coach

Vanaf de jaren zestig wordt Janke Nijdam van steeds groter belang voor HHC. Ook Saskia de Jong verzet bergen werk. Nadat altijd mannen vrouwencoaches zijn geweest, is HHC de eerste topclub die een vrouw als coach heeft: Paula van der Mark. Het publiek Vindt dat - al wel in 1970 - maar raar en roept: He, moet jij niet meedoen, Je hebt toch ook een pak aan.' Internationaal wordt er de eerste tien jaren al regelmatig tegen Amerikaanse teams uit West-Duitsland gespeeld. Op 29 mei 1960 is zelfs de eerste officieel geregistreerde interland tegen Italië. In Haarlem bij EDO wint Oranje met 4'3.

Sterren stralen

Heeft men van de min of meer sterke legerteams wel eens iets kunnen opsteken en misschien zelfs wel eens kunnen vaststellen, dat softbal toch wel op belangrijke punten een andere sport is dan honkbal, waaruit vrijwel alle trainers en coaches voortkomen, het echte verschil wordt in 1965 gedemonstreerd. Het beste team ter wereld, de Raybestos Brakettes, doet op een wereldtoer ook Holland aan en dan ziet men pas wat softbal is. vooral het pitchen. De grote ster Bertha Tickey - reeds oma - geeft een voorstelling, waar men eenvoudig stil van wordt.

Naar een Nieuwe 'Softbal' Wereld
Twee jaar later speelt Willem de Ruiter het klaar om een trip naar een Nieuwe , Softbal'W ereld voor onze dames te arrangeren. In Stratford, Connecticut, de thuisplaats van de Raybestos, mag Oranje zelfs aan het officiële Amerikaanse kampioenschap als gastland meedoen. Defensief wordt zeker knap gespeeld en de Hollandse meisjes zijn de lievelingen van het publiek. Het belangrijkste zijn echter de softballessen geweest, die altijd bereidwillige Amerikaanse topcoaches als Ralph Raymond ieder vrij ogenblik wel wilde geven.

Eerste WK in Stratford

Van de verworven kennis heeft men in ons land niet alleen geprofiteerd, de Amerikaanse trip betekende het begin van een nieuw tijdperk. Dat werd vergemakkelijkt, doordat er langzamerhand meer geld voor nationale teams ter beschikking kwam. In 1967 hadden de dames nog een flinke duit uit eigen zak moeten dokken. Het softbal in Nederland is nadien in ieder geval met sprongen vooruit gegaan. Dat bleek zeven jaar later, toen men weer naar Stratford reisde, ditmaal om voor het eerst aan het Wereldkampioenschap mee te doen. Met Nol Houtkamp als coach - hij zou 15jaar in functie blijven - behaalde Oranje in een toernooi met vijftien landen een eervolle, met Taiwan gedeelde, vijfde plaats. Onze man in de Europese Softbal Federatie, Theo Vleeshhouwer, is het geweest, die het softbal in Europa zo goed mogelijk van de grond heeft trachten te krijgen door het instellen van toernooien om het Europees Kampioenschap voor landen en de Europa Cup voor clubs.

Softbalweek
Sportief gezien zijn het kopieën van honkbal: ook de Nederlandse en Italiaanse softbalsters staan op eenzame hoogte. Voor het publiek is de Softbalweek met Amerikaane en Aziatische teams dan ook interessanter. Hierbij was Vleeshhouwer met de Honkbalweek als voorbeeld eveneens de stuwende kracht De grootste sprong voorwaarts is ongetwijfeld met de pitchers gemaakt Ineke van der Veldt was bespeelbaar en dankte haar voortreffelijke resultaten - in 1967 in Amerika al aan haar mentaliteit Daarvan heeft ook haar club DSS – met zeven landstitels - profijt kunnen trekken.

Pitchers gaan overheersen
Marianne van Ginhoven was een van de eerste, die zich met veel wilskracht op de Amerikaanse wijze van werpen ging toeleggen- Met Ineke - inmiddels Mulder - Van der Veldt steekt zij verschillende seizoenen boven de toch ook vooruitgaande concurrentie uit Vanaf 1978 zijn de pitchers steeds meer gaan overheersen- Fredy van Offeren en Els Koks worden de nieuwe sterren aan het softbalfirmament en zijn dikwijls vrijwel onbespeelbaar.

Record: zes titels op rij
Vooral Terrasvogels profiteert ervan. Els Koks leidt deze club naar een record van zes kampioenschappen op - en ook bij de Europa Cup - voor het eerst gewonnen in 1978 is Terrasvogels de belangrijkste vertegenwoordiger. In dat jaar 1978 bestaat Terrasvogels precies 20 jaar. Dat het bij de oprichting niet zo eenvoudig was als in latere jaren, toen de softbalsters de halve wereld afreisden, vertelt de man van de start Cees Goedhart: 'De gemeente steunde ons met f 200,-. Ik ging naar Martin Jole, die in West-Duitsland materiaal uit Amerikaanse dumps haalde en verkocht Voor honderd gulden kreeg ik acht handschoenen. Dus konden we beginnen.' Met steeds toenemend succes. Vooral door de grote inzet van coach Teun van den Berg werden zijn Birds een hecht team. Ook zijn dochter Renee droeg een flink steentje bij, ook in het Nederlands team, want zij heeft een record aantal officiële interlands op haar naam.

Ongeveer 20 jaar aan de top
Bovenal moeten we echter Ludy van Mourik noemen. Met Betty Veenstra - van Pinguins, later HHC - is zij een van de allerbeste op onze softbalvelden geweest. Volgens de gegevens van bondsarchivaris Kees Leseman speelden zij 19 a 20 jaar aan de top. Wel noteerden beide uitblinksters 'maar' 65 officiële interlands. Daarnaast verdedigden Betty en Ludy de Oranje-kleuren evenwel zo dikwijls tegen sterke Amerikaanse teams, dat hun totaal aantal internationale duels ongeveer op 14° komt

Invloed op de economie van Nederlands


Door het spelen van de sport, en dus ook het bouwen van de stadions kunnen er weer meer mensen aan het werk. En dat heeft dus weer een positieve invloed op de economie in het algemeen.en door het geld wat ze verdienen kunnen ze weer meer belasting betalen.
Invloed van de sport op de cultuur en maatschappij van NL
Het heeft wel een beetje een negatieve uitstraling, omdat veel mensen denken dat honk en softbal hetzelfde zijn, maar dat is niet zo er zijn een paar verschillen. En om het een beetje op te helderen heb ik die even op een rijtje gezet.
Bij softbal zijn de afstanden van het speelveld en ook de grootte en de zwaarte van de speelbal anders dan bij honkbal. Een verschil, dat direct opvalt, is dat bij honkbal de werper de bal bovenhands aangooit, terwijl bij softbal dit onderhands moet gebeuren. De rest van de spelregels zijn in grote lijnen hetzelfde, uitgezonderd het loslaten van een honk. Dat mag bij softbal pas gebeuren als de pitcher de bal aangooit, terwijl dat bij honkbal altijd mag. Taken van de verschillende spelers Pitcher (1)
De pitcher (werper) gooit de ballen die slagman moet proberen weg te slaan. De pitcher krijgt van de catcher tekens wat voor bal hij moet gooien. Deze tekens geven aan wel of geen effect, wat voor effect en de plaats waar de bal moet komen. De pitcher en catcher proberen de slagman drie slagballen te geven, zonder dat deze ze (goed) kan raken. Een bal is slag als de bal met een gedeelte over de thuiplaat gaat en de bal op het moment van passeren van de thuisplaat zich tussen knie en schouderhoogte bevindt. Indien de bal niet aan deze eisen voldoet is de bal wijd, maar als de slagman op een dergelijke bal slaat wordt er een slag gerekend. Bij vier wijd krijgt de slagman een vrije loop naar het eerste honk. Als de slagman door de pitcher raak gegooid wordt krijgt deze ook een vrije loop. Als de slagman de laatste bal misslaat of niet slaat op een slagbal is de slagman uit indien de catcher de bal vangt. Als de catcher de bal laat schieten, mag de slagman proberen naar het eerste honk te komen. De catcher zal de gemiste bal naar het eerste honk gooien. Als de bal door de eerste honkman gevangen wordt en hij eerder het honk aanraakt dan de slagman (loper) is deze uit. Catcher (2) Dit is eigenlijk de dirigent van de veldpartij. De catcher geeft aan wat voor bal de pitcher moet gooien en of hij een pickoff moet gooien. De honkmannen krijgen tekens of er een pickoff gegooid gaat worden. Als er een bal in het outfield geslagen wordt stuurt de catcher de tussenpersoon die de bal uit het outfield verder moet gooien. De hoofdtaak van de catcher is natuurlijk de door de pitcher gegooide bal te vangen. Voor de veiligheid heeft de cather de volgende beschermende kleding aan: - helm met masker en keelbeschermer; - bodyprotector; - leggets (beenkappen); - tok (ook alle andere spelers hebben deze aan);
Eerste honkman (3) De eerste honkman is al eerder ter spake geweest, in het stukje over de pitcher. De eerste honkman heeft een belangrijke taak. Indien een slagman erin slaagt de bal weg te slaan zal men hem bij voorkeur op het eerste honk proberen uit te maken. De slagman moet altijd gedwongen naar het eerste honk (natuurlijk niet bij vier wijd of geraakt door werper). Het is voor de eerste honkman dan ook voldoende om de slagman uit te branden. Branden is het met de bal in het bezit aanraken van het honk voordat de loper het honk raakt. Tweede honkman (4) en short stop (6) Deze twee spelers verdedigen samen het tweede honk. Afhankelijk van uit welke richting de bal komt neemt een van de twee het honk terwijl de andere speler dekt, om eventuele doorgeschoten ballen op te vangen. De honkloper die op het eerste honk staat te wachten, zal proberen het honk te stelen. Dit wil zeggen hij gaat naar het volgende honk zonder dat er een bal geslagen is. De honkloper moet dan uitgetikt worden, omdat het geen gedwongen loop is. Het tikken moet met hand waarin de bal zit en indien de veldspeler de bal bij het tikken laat vallen is de speler save. Even terug naar de honkloper, de reden dat deze wil stelen is de volgende: het voorkomen van een dubbelspel. Als de slagman de bal bal wegslaat met een honkloper op het eerste honk is het voor de veldpartij voldoende om op het eerste en tweede honk te branden en ze hebben er twee nullen bij. De short stop staat zo opgesteld dat hij de meeste geslagen ballen te verwerken krijgt. Bij een linkse slagman schuift het hele veld op, zodat de tweede honkman nu een soort short stop wordt. Derde honkman (5) Een honkloper die het derde honk bereikt staat klaar om een punt te scoren. De derde honkman heeft dan ook de taak om te zorgen dat deze honkloper zijn honk niet bereikt en indien er een honkloper zijn honk heeft bereikt moet hij deze zo lang mogelijk bij zijn honk houden. Bij een stootslag zal de derde honkman inlopen op deze bal, de short stop zal het derde honk dan overnemen.
Wat betekent de sport voor natuur en milieu
De sport wordt binnen gespeeld, en dus krijg je dat er in de natuur schade word aangebracht door bouwen van gebouwen enz. en het mileu leid onder het moeten verwarmen van het gebouw, en dus de afval stoffen komen in de lucht!
Wat betekent de sport voor jou:
Ik vind de sport zelf. Niet leuk alleen het idee erachter vind ik heel leuk. Maar ik vind dat je het niet echt leuk is om te spelen, want er zijn teveel regels met wat niet mag en niet kan!

Totaaloverzicht

Het is best een bekende sport, en er worden ook Ek en Wk in gehouden. En verder heb je natuurlijk ook de NL competitie in NL zijn meer dan 100 clubs te noemen. De dan worden er regionale en landelijk competities gespeeld

Indeling van spelers

ieder team bestaat uit 9 spelers. Een team staat in het veld voor de verdediging, het andere team zit in de dug-out. Voor dit team komen een voor een de spelers aan slag" voor de aanval, dit volgens een vooraf bepaalde slagvolgorde. De speler die aan slag is gaat bij de thuisplaat staan en wacht op de bal die de pitcher gooit. De pitcher: De pitcher staat op de werpers plaat, die zich in het midden van het veld op de werpheuvel bevindt. De pitcher moet de bal naar zijn teamgenoot, de catcher werpen, die achter de thuisplaat zit. De slagzone: De pitcher moet de bal over de thuisplaat werpen, op een variërende hoogte, afhankelijk van de stand van de knieën en de borst van de slagman. Deze denkbeeldige rechthoek noemt men de slagzone. De slagman: De aanvallende partij moet de goed geworpen ballen in de goede richting slaan (dus binnen de foutlijnen). Na het slaan laat hij de knuppel los en rent naar het 1e honk. Na het 1e, 2e en 3e honk te hebben aan geraakt en daarna de thuisplaat heeft de slag man een punt gescoord. De verdediging: De verdedigende partij probeert de slagman/honkloper uit te maken. Dit kunnen ze op verschillende manieren doen; 3- slag, vangbal, uittikken en gedwongen loop

Vervolg werkstuk afspraken DEEL 2 (bluehawks)

Geschiedenis van vereniging

Historie H.S.V. Crash Zwolle en S.V. Zwolle
De Honk- en Softbalsport is in Zwolle in 1959 geïntroduceerd bij sportvereniging ZAC. In 1974 gingen een aantal ZAC-spelers naar de Marslanden om daar te gaan spelen op één van de velden van S.V. Zwolle. Op 1 januari 1981 werd echter besloten om zelfstandig als vereniging verder te gaan. Men heeft toen gekozen voor de naam H.S.V. Crash Zwolle. In 1991 besloten een aantal leden van Crash Zwolle de vereniging te verlaten en zich aan te sluiten bij sportvereniging SV Zwolle. Tot begin seizoen '95 heeft de club echter onder de naam Crash gespeeld. Door het groeien van deze vereniging werd het gebruik van de accomodatie om te softballen te beperkt. Nadat het heren-recreatieteam had besloten om zich weer aan te sluiten bij Crash Zwolle werd het hoog tijd om tot een fusie over te gaan. De rest is nu geschiedenis.

Organisatie / structuur van de vereniging


Ik kan over de organisatie van deze vereniging weinig vinden!

Invloed van de gemeente op de vereniging

Het is gelukt! Dankzij de steun van de gemeente Zwolle, fondsen, sponsors, donateurs en manjaren aan vrijwilligerswerk is de nieuwbouw van vier kleedkamers en een kantine voor de honk- en softbal vereniging Blue Hawks Zwolle van start gegaan. Onze aannemer, Normbouw b.v., is afgelopen week gestart met het uitgraven van de bouwplaats voor de nieuwbouw en zal ook de bouw van de twee dug-outs voor het nieuwe softbalveld realiseren.

Nadat de gemeente Zwolle voor de tweede keer geld ter beschikking heeft gesteld voor de nieuwbouw van vier kleedkamers is er veel gebeurd. Na lange onderhandelingen is er een ontwerp gemaakt dat sober en functioneel is. De definitieve bouwkosten van het gehele plan zijn nog iets hoger dan de beschikbare middelen. U leest het goed! Er is nog geld nodig voor de realisatie van het totale plan. Neem gerust contact met ons op
wanneer u een geldschieter bent of nog ideeën heeft om aan extra geld te komen.

Het nieuwe softbalveld, dat voor het seizoen 2002 al bespeeld kon worden, wordt voorzien van prachtige dug-outs. Tussen de twee velden, van honk- en softbal vereniging Blue Hawks, zal halverwege de maand mei een volwaardige accommodatie van vier kleedkamers en een kantine beschikbaar zijn. Vanaf dat moment kunnen wij onze gasten op een juiste wijze ontvangen.

De gemeente Zwolle heeft in totaal € 315.000, - ter beschikking gesteld voor de nieuwbouw van vier kleedkamers. Door middel van zelfwerkzaamheid, sponsoring, donaties en subsidies hebben wij de mogelijkheid gecreëerd om er een kantine bij te bouwen.

De officiële opening van het softbalveld en de nieuwe accommodatie vindt plaats in het weekend van 30, 31 mei en 1 juni. Op vrijdagavond 30 mei zal er een demonstratiewedstrijd softbal plaatsvinden. Op zaterdag 31 mei om 11.00 uur zal de officiële openingshandeling van de nieuwe accommodatie plaatsvinden waarna een demonstratiewedstrijd honkbal volgt. Op zondag 1 juni is er voor alle leden een familie-softbaltoernooi.

Dus uit dit artikel blijkt zeker wel dat ze gesponserd worden door de gemeente (Zwolle).

Verslag van een wedstrijd

Blue Hawks behaalt een zeer ontspannen zege op Northern Star. (Foto Henri van der Beek)
Zwolse Courant, 30 april 2001'Hé relax man en doe je ding'door Jan Pieter Borgmeijer ZWOLLE - De coach drentelt een beetje heen en weer voor de dug-out. Hij dolt met een paar toeschouwers en steekt de handen nog iets dieper in de zakken. De verrevelders staan ontspannen in het voorjaarszonnetje, de bankspelers imiteren tot hun eigen tevredenheid het zenuwtrekje van de werper van de tegenstander. Ondertussen kabbelt tussen de honken het spel gewoon verder. 'Hé, het wordt nog lekker weer man.' Het is zondagmiddag tegen een uurtje of drie. Het eerste herenteam van de Zwolse honk-en softbalvereniging Blue Hawks speelt haar derde wedstrijd van het seizoen. Eersteklasse, district Noord. Het altijd lastige Northern Star uit - hoe kan het ook anders - Leeuwarden is de tegenstander. Het is op het eerste gezicht geen flitsend spelletje, dat honkbal. Eigenlijk een aaneenschakeling van dooie spelmomenten. Een wedstrijd gaat over negen inningen, voor je het weet ben je drie uur verder. En dan moet het niet gaan regenen, want in dat geval wordt de strijd gewoon gestaakt, totdat het weer droog is. Toch blijft het wel een bijzonder boeiend spelletje, dat honkbal. Niet alleen om naar te kijken, maar zeker ook om naar to luisteren. De mix van Nederlands, Engels en Papiamento geeft de sport haar specifieke karakter. Een strakke slagbal vanaf de heuvel wordt begroet met een yeah baby, keep them coming en de man die drie slag om de oren krijgt, mag de bank opzoeken met een ai, ai, ai, krachtenloos. Soms worden de opmerkingen alleen gemaakt voor de grap, de snelle lach. Heel hard diefstal roepen als iemand een verdwaalde knuppel van het veld opraapt doet het natuurlijk erg goed bij een vereniging waar een week geleden het halve materiaalhok werd leeggejat. Andere kreten hebben een meer intimiderend doel. Als twee verrevelders de klassieke fout maken door elkaar voor de voeten te lopen in hun poging een hoge bal te vangen en elkaar daarna uitgebreid de schuld geven, maakt de coach van de tegenstander dankbaar gebruik van de mogelijkheid om nog wat extra zout in de wonden to strooien. 'ja, dit is lekker jongens. Nu hebben ze paniek in de tent', roept hij zijn mannen toe. Even later is het toch gewoon vangbal, drie uit en wisselen. De woorden van de coach worden nog even in de herinnering geroepen: 'pff, stelletje lullo's', klinkt het van de kant. Nee, aan sfeer ontbreekt het niet bij de Blue Hawks, al is het zeker niet alleen maar flauwekul. 'Het plezier in het spelletje staat bij ons voorop', zegt trainer van de junioren René Cornelissen. 'Maar wij spelen in de hoogste districtsklasse. Dat niveau haal je alleen als je jong met honkballen begint, anders leer je het nooit meer.' Het mag er dan op het veld bijzonder relaxed aan toe gaan, on-Nederlands bijna, Blue Hawks wil als vereniging toch graag serieus genomen worden. Daarom wordt er hard aan de toekomst gewerkt. Na jaren van lobbyen komt er een tweede veld, nieuwe kleedkamers en een kantine die ook echt op een kantine lijkt. De gejatte spullen zijn inmiddels grotendeels vervangen en Blue Hawks wint met 14-6 overtuigend van Northern Star. Oh yeah baby, that's it.

Wat betekent de vereniging voor mij:


Het lijkt mijn een hele grote club, die degelijk wel een belangrijke rol speelt in het Nederlandse softbal wereldje. En het lijkt mijn ook een club die belangrijk is voor Zwolle, want geven genoeg subsidies aan deze club.

Nawoord


Ik vind het wel leuk om weer eens een werkstuk te mogen maken, alleen ik had het liever over een ander onderwerp willen doen, want ik wist van deze eigenlijk nog helemaal niks. Alleen dat het bestond, en daarom is het misschien wel weer leerzaam geweest.

Literatuurlijst

http://softbal.pagina.nl

http://www.bleuhawks.nl

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.

zoeken
help mee!

Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

geef je mening: Leuke klas

En, hoe is je klas dit jaar?



» resultaten poll