geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

15 februari 2003

Taal:

Woorden:

750

Bekeken:

39031 keer (157 deze maand)

Waardering:

2.9/5 (484 stemmen)

Deel op:

  • Door kanker (havo) op 09-03-2011
    ja man goed gedaan
  • Door jezus (havo) op 07-03-2011
    jeus je kan het wel goed xd xxx
Basketbal,

Bij basketbal proberen twee teams om de bal door basket van de tegenstander te gooien. Een speler die in balbezit is mag niet lopen, maar wel dribbelen met de bal. De tegenstander de bal af te pakken en schotpogingen te voorkomen. Daarbij mogen de spelers elkaar niet aanraken.

Dribbelen:

Doormiddel van de dribbel kun je, je met de bal verplaatsen. Het beste is om de dribbel met mate te gebruiken, omdat overspelen sneller gaat en dat ook moeilijker verdedigen is.
Hoe moet je dribbelen:
1 Sla niet op de bal, maar duw de bal naar de grond.
2 Blijf tijdens het dribbelen kijken naar wat er om je heen gebeurt en bescherm de bal met je lichaam.
3 Laat de bal niet te hoog opkomen, want anders ben je te makkelijk te verdedigen.
Cross-over-dribble:
Wanneer je de bal van de ene hand over laat gaan in de andere gebruik je de cross-over-dribbel. Dit is de dribble om iemand te passeren.
Reverde-dribble:
Hierbij draai je de tegenstander de rug toe, in de richting van de hand waarmee je dribbelt: na de draai dribbel je met je andere hand, de tegenstander kan niet bij de bal komen, omdat je de bal met je lichaam beschermt.
Afstoppen:
Als je stopt met dribbelen mag je nog twee passen zetten. Deze twee passen noem je een twee tellen ritme. Hoe moet je afstoppen:
1 Als je de dribbel wilt beëindigen, pak je de bal in twee handen.
2 Als je rechtshandig bent, plaats je eerst je rechtervoet om af te remmen.
3 Stop de snelheid vervolgens in de tweede pas, met je linkervoet, af. Hierna kun je afspelen of schieten.
Pivoteren:
Als je in twee passen gestopt bent, mag je op het achterste been ronddraaien (privoteren). Als je na het afstoppen met beide voeten naast elkaar staat, mag je de pivotvoet kiezen. Je mag de voet van het achterste been niet optillen, want anders loop je met de bal.
Second-dribble:
Een dribbel stopt wanneer je de bal in twee handen pakt. Begin je opnieuw te dribbelen, dan is er spraken van een second-dribble. De tegenstander krijgt een vrije worp. Je mag de bal niet met twee handen stuiten ook dan is er sprake van een second-dribble.

Sprongbal:

Het spel begint met een sprongbal in de middencirkel. De scheidsrechter gooit de bal recht omhoog tussen twee spelers in. Zij mogen de bal alleen wegtikken en dus niet vangen.
Vrije worpen/ uitballen:
De bal is uit als hij de lijn of een voorwerp buiten het veld raakt. Als de bal uit is hervat de tegenpartij het spel aan de zijlijn of achterlijn. Als er gescoord is begin je het spel vanachter de achterlijn. Na een overtreding neem je een inworp achter de dichtstbijzijnde zij- of achterlijn, ter hoogte van de plaats waar de overtreding werd begaan.


Chest-pass:

Wordt vaak gebruikt om kleine afstanden mee te gooien. Hoe gebruik je een chestpass:
1 Plaats je handen aan de zijkant van de bal, je vingers wijzen hierbij omhoog. Je draagt
de bal op borst hoogte.
2 Stap in de richting waarin je wilt spelen, laat je achterste voet staan.
3 Duw dan de bal van je weg en klap je polsen na in de richting van je medespeler
4 De bal moet uit je handen zijn voordat de achterste voet van de grond komt (anders is het lopen).
Bounce-pass:
Deze techniek kun je gebruiken wanneer er een tegenspeler tussen staat, om hem om te spelen. Hoe gebruik je een Bounce-pass:
1 Volg de stappen 1 en 2 van de chest-pass
2 Duw de bal weg en klap je polsen op het laatste moment naar beneden om. De bal gaat naar de grond.
Lay-up:
Hiermee kun je de afstand naar de basket overbruggen. Je kunt dan van dicht bij scoren.
Hoe gebruik je een lay-up:
1 Dribbel naar de basket onder een hoek van ongeveer 45 graden.
2 Pak de bal vast met twee handen, je mag nu het twee tellen ritme toepassen.
3 Zet met één voet af in de richting van de basket, til van het andere been je knie op.
4 Begeleidt de bal zo lang mogelijk, doel één handig via het bord.
Set-shot:
Wordt vooral gebruikt bij de vrije worp en wanneer er iemand vrij staat.
Hoe te gebruiken:
1 Ga met je voeten op schouderbreedte naast elkaar staan; houd de bal met twee handen vast.
2 Kijk over de bal naar de ring.
3 Breng de bal eerst naar beneden; breng de bal daarna recht voor je lichaam omhoog. Draai de bal zo dat één hand bovenop de bal komt (de duwhand) en de andere aan de zijkant (de stuurhand)
4 Strek je duwarm volledig uit en klap je pols na, kijk onder de bal door naar de basket.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.