Geschreven door: | Nagehan (6 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 14 januari 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.600 |
Bekeken: | 5591 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
De abdij van Saint-Philibert in Tournus
Vanaf de brug over de Saône is het geheel van kerk, klooster, vestigingtorens en muren in één blik te overzien. De abdij, die uit de vroegere geschiedenis van Bourgondië stamt, behoort zonder meer tot de opmerkelijkste voorbeelden van de Romaanse bouwkunst in Europa. Dit pronkstuk van westerse architectuur heeft niet alleen het oudst bewaard gebleven koor met straalkapellen, maar is ook het oudste voorbeeld van een façade met twee torens, die in een strakke geleding van lisenen en blinde boogfriezen opgetrokken zijn uit platte breuksteen in brede mortelvoegen, zoals we ook in Dijon zagen. Vanuit het westen gezien, bieden de twee machtige ronde vestingtorens een imposante aanblik.
Een dergelijk metselwerk heeft zeer specifieke decoratiemogelijkheden waarbij afgezien van sculpturale ornamenten; en lange tijd heeft het gegolden als typische voorbeeld van Lombardische metseltechniek. Men vermoedde zelfs dat hier dezelfde kunstenaars als in Dijon actief waren geweest, maar inmiddels is onomstotelijk vast komen te staan dat hier ‘ Gallische metselaars ’ aan het werk zijn geweest.
Op het eerste gezicht komt het bouwwerk tot aan de noord- en de vieringtoren als een eenheid over, maar het is allerminst in één bouwperiode ontstaan. Tot nu toe is nog geen klaarheid gebracht in de complexe bouwgeschiedenis van deze abdij, waarover onderzoekers het nu al met elkaar jarenlang oneens zijn.
Ik ga nu een historische overzicht geven over de abdij Sint Philibert te Tournus.
178 Martelaarschap van Sint Valerianus; op de plek waar hij onthoofd werd ontstaan aan het eind van de IV eeuw een klein klooster.
875 Karel de Kale geeft dit klooster in handen van monniken van Sint Philibert, die, verjaagd door invallende Normandiërs uit Noirmoutier, met de relikwieën van hun heilige patroon te Tournus aankomen.
950 Begin van de bouw van de abdij. De oorspronkelijke kerk was in 937 door de Hongaren verwoest.
1007/1008 Een brand verwoeste de hoofdbeuk; de heropbouw 12de eeuw geschiedt in twee fasen, de overkoepeling dateert waarschijnlijk uit de elfde eeuw. Restauratie van het koor en bouw van de twee klokkentorens.
1498 De abten, die eerst door de monniken gekozen werden voortaan door de kerk aangesteld. De abt hoefde geen monnik te zijn en was niet gedwongen ter plekke te verblijven. Vanaf 1516 benoemt de koning de abt.
1627 Secularisatie van het klooster. Het wordt een college voor kanunniken met een oudere aan het hoofd. De abt hoeft niet noodzakelijk ook priester te zijn.
1785 Afschaffing van de titel “abdij”. Sinds 1779 had de laatste abt zijn titel opgegeven.
1790-1802 De Abdij wordt niet afgebroken, want zij doet dienst als “Tempel van de Rede” en vervolgens worden er decade- ceremoniën gehouden.
1802 Het Concordaat bewerkt dat de abdij een parochiekerk wordt.
Beschrijving
Exterieur: Lijkt op een burcht, de decoratie is kenmerkend voor het begin van de Romaanse bouwstijl: onregelmatig geplaatste kleine stenen met dikke lagen en speciale, lombardische kolommen en bogenrijen. Portiek en kantelen dateren uit midden 14de eeuw (restauratie).
Torens: In de XIXe gebouwd, zeer geraffineerde afwerking.
Absis: Zeer fraaie uitvoering van de absis en de hoofdbeuk, iets onregelmatiger in de kooromgang en in de kranskapellen met platte daken. Binnenplaats van het klooster.
Voorportaal: Somber en massief, dikke gemetselde pilaren, hoofdbeuk bekroond door kruiskoepels, zijbeuken met transversaal uitgevoerde bogen als van een brug.
Hoofbeuk: Zeer originele overkoepeling, die een directe dagbelichting mogelijk maakt. Hoge dikke gemetselde pilaren als in het voorportaal. De zijbeuken worden overspannen door bruisgewelven.
Zijbeuk Z: onze Lieve Vrouw “ La Brune” Kapel nicht van d abt Hugues de Fitigny fresco van de begrafenis van de abt en zijn verschijnen voor het hemelse tribunaal.
Zijbeuk N: drie gotische kapellen: kapel voor de zielen in het vagevuur XVe eeuw, kolossaal altaarstuk, afkomstig uit de kerk van Les Recollets. Kapel voor Sint Anne XVe eeuw. Kapel van de doopfronten of van Sint Georges.
Koor: Ontwikkeling van de Romaanse kunst in de 12de eeuw, rijkdom en verfijning van het decor. Koepel op een galerij van 32 kleine colonnes, die aan beide kanten een venster insluiten.
Kathedraal Saint-Etienne
Bisschop Guilaume van Seignalay begon omstreeks 1215 met de bouw, maar al in 1234 kon zijn opvolger Henri de Villeneuve in het koor van de nieuwe kerk worden bijgezet. Na het midden van de 13de eeuw werden de onderste gedeelten van de façade opgericht, pas tegen het einde van de 14de werd het schip voltooid en dit werd in het 15de geheel overwelfd. Het is met name het koor dat het belang van de kathedraal van Auxerre uitmaakt die met haar drie beuken, transept en opeenvolging van rechthoekige traveeën het gangbare schema van de klassieke gotische kathedraal volgt.
Veel ontwerpdetails verraden invloed van Chartres en Reims, toch wijkt de kerk op enkele belangrijke punten af van de klassieke gotiek van Noord- Frankrijk. De verticalen van de schalken en de horizontalen van de lijsten zijn niet gekornist maar de verticalen lopen in rechte lijn voor de horizontalen langs. Het belangrijkste is echter dat de Bourgondische kathedraal al vanaf de arcadezone niet die irrationele hoogte nastreeft waardoor men in de Noordfranse kathedralen al bij voorbaat wordt geconfronteerd met de afstand tussen mens en bouwwerk. De Bourgondische kerkelijke bouwkunst streeft naar een menselijker schaal die mens meer vertrouwd is.
Het grootste verschil zit in de structurering van de wand die boven de arcaden en ook in de buitenmuren in twee lagen is uitgevoerd. Hierdoor zijn in triforium en lichtbeuk tussen het skelet van de schalken en arcaden en de buitenste muurlaag loopgangen ontstaan zodat het dragende skelet van de schalken schijnbaar wordt blootgelegd terwijl op belangrijke plaatsen waar het gewelf aanzet, verbindende muurdelen de steunberen bijstaan. Daardoor ontstaan zowel de indruk van buitengewone lichtheid en transparantheid als van een plastische modellering van alle bouwonderdelen. De bouwmeester van Auxerre bereikte het uiterste aan gedurfde reducering van het muuroppervlak in de kooromgang waarin de as van het middenschip twee hoge, slanke zuilen de opening naar een vierkante kapel vrijgegeven en schijnbaar het totale gewicht van de aan weerszijden aanzettende gewelfribben dragen.
Qua sierlijkheid en lichtheid van de schalken, zuiltjes, ribben en arcaden overtreft het koor van de Saint- Etienne in Auxerre alle Noordfranse kathedralen uit het begin van de 13de eeuw.
La Rochepot
In de streek rondom Beaune bevinden zich nog enkele zeer interessante profane gebouwen uit de glorietijd van de hertogen. Het meeste beroemde voorbeeld is het schilderachtige, op een uitloper van de Côte d’Or gelegen kasteel van La Rochepot, een sprookjesachtige burcht die zeer goed conserveerd is. Maar in feite werd dit kasteel in het begin van deze eeuw gebouwd door Sadi Carnot, zoon van de in 1894 in Lyon vermoorde franse president. Hoewel het van dichtbij een te gave, nieuwe indruk maakt, kan men nergens in Bourgondië een beter beeld krijgen van een feodale Bourgondische burcht dan hier. Het oorspronkelijke kasteel stamde uit de 15de eeuw en was het werk van het riddergeslacht Pot: Régniers die in 1403 een oude burcht uit de 13de eeuw kocht en liet verbouwen, zijn zoon Jean en zijn kleinzoon Philippe Pot.
Dat je op kruisvaart niet altijd even gastvrij wordt ontvangen, merkte ridder Regnier Pot toen de Sultan van Arabië hem in de kurkdroge woestijn de vrijheid ontnam. Als je dan ook nog de hand van diens dochter weigert wordt het er niet beter op. Pot werd voor de leeuwen geworpen maar kwam uit het gevecht tussen mens en dier vreemd genoeg als winnaar te voorschijn. Deze dappere Victorie bezorgde hem weer de vrijheid. Hij liet een 70 meter diepe put boren om zo altijd water in de buurt te hebben zelfs in het overdadige Bourgondië keerde de droge woestijn hem nog in gedachte.
Philippe Pot bezat behalve La Rochepot nog een tweede burcht in de directe omgeving, nl. in Châteauneuf-en-Auxios ten noorden van Pouilly, die tot dusverre niet gerestaureerd is. Het is gedeeltelijk een reünie, maar de ophaalbrug donjon en dikke muren met schietgaten zijn authentiek, terwijl de beschilderde kapel, maar vooral het brede, gotische corps de logis en de prachtige façade van het binnenhof uit de tijd van de hofmaarschalk dateren, evenals de grote tuinzaal tussen de massieve ronde hoektorens. Van hieruit heeft men een prachtig uitzicht op de streek van Auxios met het door populieren omzoomde Canal de Bourgogne, en sinds kort ook de brede autoweg van Parijs naar Lyon en de Provence.
FEESTEN, FESTIVALS, THEATER EN MUZIEK
Bourgondische nachten
Wie denkt dat de kathedralenpracht, de kastelen en verstilde abdijen, de ingedommelde dorpjes en bruisende steden een zakelijke schoonheid uitdrukken, vergist zich. Tussen juni en oktober klinkt een honderdvoudige vertier in al die fraaie architectuur. Beaue is op z’n best met barokke concerten terwijl in de intieme hoven van de kastelen symfonische klanken het luisterend oor strelen. De Bourgondische nachten worden leven ingeblazen door jazzsterren in Couhes en Nevers en op het Fête de la Vigne van Dijon klatert een vrolijke folklore. In feite lijkt de hele regio één groot muziekfeest voor wie de concertagenda er bij openstaat. Want er zit muziek in Bourgondië.
Bourgondië in vogelvlucht
Wie zich nestelt in een heteluchtballon en Bourgondië vanuit het luchtruim bekijkt, ziet in één oogopslag hoe het feestterrein er bij ligt. Bij Magny- Cours krult een zilvergrijs lint: de renbaan voor de fromule I races, druk bezocht tijdens de Grand Prix. En het stratenpatroon van Chalon stroomt vol met carnavalsvierders, terwijl de blauwe lijnen van Clamecy en Accolay benut worden voor waterspelen. Markten met lekkernijen zijn gemeengoed in dit land van melk en honing, want ook het blaue bosbessenfestival van Glux-en-Glenne en de meloen-en uienfuif van Joigny zijn zeker een kijkje waard.
Één groot feest voor oog en hart
Veelzijdigheid is Bourgondië’s troef. De historische opvoering op de binnenplaats van La Clayette is met zang en dans spectaculair, net zoals het Romeinse schouwspel dat de inwoners van Autun opvoeren. Ook het spel van Saint Fargeau wordt druk bezocht. En u bent ook welkom op de verrassende, plaatselijke feesten van willekeurig welk dorp. Een gulle lach en een spontaan gezongen vers zijn vast voldoende om ook de feestganger in u los te maken.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.