Scholieren.com maakt gebruik van cookies

Scholieren.com gebruikt cookies onder andere om de website te analyseren en te verbeteren, voor social media en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante advertenties te zien krijgt. Je geeft, door gebruik te blijven maken van deze website of door op 'cookies zijn ok!' te drukken, aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies op Scholieren.com. Meer weten over deze cookies, klik dan hier.

Cookie-instellingen wijzigen

Functioneel Noodzakelijk voor het functioneren van de website (vereist)
Statistieken Voor analyse doeleinden om de website te verbeteren (vereist)
Social media Voor het laten functioneren van like buttons
Advertenties Om bij te houden welke advertenties je al hebt gezien en hoe vaak

Scholieren.com zoekt: scholieren met fotografietalent  en schrijftalent en 'n afgestudeerde (volwassen) webdeveloper

Hoofdstuk 1 t/m 13

Economie

Samenvatting

Percent

 
4.3 / 10
12 stemmen van bezoekers
5e klas havo
niveau
  • anoniem
  • NL
  • 1908 woorden
  • 4759 keer
    1 deze maand
  • 24 mei 2005

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.

1 productie en productiefactoren

Produceren is het toevoegen van waarde. (na de productie hebben goederen een hogere waarden als ervoor.)

Productie: toevoeging van waarde

Onderlinge leveringen: Inkopen van bedrijven bij andere bedrijven

Toegevoegde waarde: Verkoopwaarde - Onderlinge leveringen (uitgaven aan grond/hulp stoffen)

Totale kosten: totaal bedrag dat werd uitgegeven aan productiefactoren

Totale opbrengst (omzet): Totale bedrag dat wordt ontvangen bij verkoop

Productiefactoren zijn middelen die nodig zijn bij de productie

Indelen: Arbeid
Kapitaal
Grond (natuur)
Ondernemersactiviteit

Arbeid: Alle menselijke handelingen voor inkomen

Kapitaal(goederen) Goederen waarmee andere goederen kunnen worden gemaakt /
waarmee inkomen kan worden verkregen. BV: machines
veestapel, handelgoederen in winkel

Grond: pacht/huur aan eigenaar betalen

Ondernemersactiviteit: Productiemix

Produceren is het combineren van productiegoederen met als doel waarde toe te voegen

Nationaal product: De som van de toegevoegde waarde van alle bedrijven en de overheid

Nationaal inkomen: Som van de beloningen van de productiefactoren van 1 land en 1 jaar.

Nationaal inkomen = Nationaal product

Welvaar is de mate waarin de bewoners van een land hun geboeften kunnen voorzien

Welvaart in enge zin: Alleen prodcutie
Welvaart in ruime zin: Productie en externe effectien

Beroepsgeschikte bevolking: mensen van 15 t/m 64 jaar

Beroepsbevolking: mensen die geschikt zijn voor werk tussen 15 en 64 jaar
(mensen met baan van 12 uur en meer)

Participatie graad= welk deel van de beroepsbevolking uitmaakt van de beroepsgeschikte bevolking

beroepsbevolking
participatiegraad= ------------------------------------------ x 100%
beroepsgeschikte bevolking

Geldkapitaal/vermogen
Kapitaal <
kapitaal goederen (machines, gebouwen)

Prijs van kapitaalgoederen: Interest
(bij geleend geld om kapitaal te kopen: de rente,
bij eigen investering: de rente die je misloopt als je het geld zou beleggen)

Kapitaalgoederen zijn goederen die niet bestemd zijn voor consumptief gebruik, maar om daarmee andere goederen te produceren of een inkomen te verdienen.


Kapitaalgoederen< * Vaste kapitaal goederen. Goederen gaan meer dan 1 productie
proces mee. (machines/gebouwen/ transport middelen/ wegen en havens/auteursrechten)

* Vlottende kapitaal goederen: Gaan slechts 1 productieproces mee. Gaan op in het eindproduct.
(grondstoffen/voorraden/ halffabrikaten)

Investeren is het aanschaffen van kapitaal goederen. Door investeringen veranderen hoeveelheid en kwaliteit van de kapitaalgoederen waarover het bedrijfsleven beschikt.


Diepte investeringen: is sprake wanneer een kapitaalgoed wordt aangeschaft dat een eenzelfde hoeveelheid arbeid een grotere hoeveelheid productie kan voortbrengen.

Diepte Investeringen leiden tot een stijging van de arbeidsproductiviteit./ productie wordt kapitaalintensiever (dwz: dat er in vergelijking met de productiefactor ‘arbeid’ meer kapitaal word gebruikt, om eenzelfde hoeveelheid eindproduct te verkrijgen)

waarde van de geproduceerde goederen
arbeidsproductiviteit = --------------------------------------------------------------
benodigde hoeveelheid arbeidsuren

Kapitaalintensiviteit: is de hoeveelheid kapitaalgoederen per eenheid arbeid.

Breedte investeringen: word de productiecapaciteit gorter en wordt een evenredig groter beroep gedaan op de productiefactor arbeid. Door breedte investeringen verandert in de productieprocessen de verhouding tussen arbeid en kapitaal niet.
(voorbeeld een busbedrijf huurt meer bussen, maar per bus moet er ook een extra chauffeur worden ingezet.)

Diepte investering: de kapitaalintensiteit neemt toe
Breedte investering: de kapitaalintensiteit neemt niet toe.

Afschrijvingen geven de in geld uitgedrukt waardedaling van kapitaalgoederen weer.
(als een taxibedrijf een taxi voor Euro 100.000,- en weet dat de auto 200.000km aankan. + bv loonkosten enz van euro10.000,- moet de taxicentrale
110.000: 20.000=Euro 0.55 per kilometer

Natuur: is van belang voor: geografische ligging van een land/regio
natuurlijke hulpbronnen
klimaat
milieufactoren

geografische ligging: gunstig ivm transport, rivierendelta,zee,goeie infrastructuur
Natuurlijke hulpbron: delfstoffen staatseigendom, de staat kan bepalen welke bedrijven toestemming de bodemschatten te exploiteren.
Klimaat: in Nederland kan men bv geen sinaasappelen telen, wel is nl klimaat geschikt voor veeteelt.
Milieufactoren word een aantal zaken samengevat zoals frisse lucht, schoon water, rust en stilte landschapschoon en beschermende ozonlaag.

Duurzame ontwikkeling is ‘natuurvriendelijk’ ontwikkelen, met het oog op de toekomst gericht. Zo zuinig mogelijk gebruik van grondstoffen, het zo veel mogelijk vermijden van vervuiling en het zoeken naar duurzame vormen van energie, zoals wind en zonne-energie.

Ondernemersactiviteit:risico/innoveren Tegenwoordig horen deze steeds minder bijelkaar.

Hoeveelheid en kwaliteit van de productiefactoren arbeid word gemeten in arbeidsjaren (parttime banen worden opgeteld)
Kapitaal word en Euro’s vermeld

HOOFDSTUK 2 ONDERNEMEN IN NEDERLAND

Rechtsvorm (ondernemingsvorm) verstaan we de juridische vorm waaronder een onderneming aan het economisch verkeer deelneemt.

Enkele ondernemingen zijn:
eenmanszaak, vennootschap onder firma (VOF), Naamloze vennootschap (NV), besloten vennootschap (BV)

De keuze van de ondernemingsvorm wordt bepaald door economische/juridische en fiscale overwegingen.

economische; de keuze voor een bepaalde rechtsvorm hangt onder meer samen met het antwoord op vragen als; wie draagt de risico’s van het ondernemerschap,op welke manier kan het eigen vermogen worden uitgebreid?

Juridische: deze hangen samen met de aansprakelijkheid voor de verplichtingen die door de onderneming zijn aangegaan

Fiscale: de belastingdruk kan een reden zijn om voor een bepaalde rechtsvorm te kiezen, De winst van een eenmanszaak valt onder de tarieven van de inkomstenbelasting. Deze tarieven zijn vooral met betrekking tot inghouen winsten veel ongunstiger dan de regelingen waaronder NV’s en BV’s vallen. Voor NV’s en BV’s geldt de vennootschapsbelasting.

Rechtsvormen in 2groepen:
1) waarbij de eigenaars mt hun gehele privé vermogen aansprakelijk zijn voor de schulden (eenmanszaak/vennootschap onder firma)
Deze hebben geen rechtspersoonlijkheid, dwz er is geen scheiding tussen de bezittingen en schulden van de onderneming

2 Andere ondernemingen hebben wel rechtspersoonlijkheid. Bij NV en BV zijn de aandeelhouders de eigenaars.

eenmanszaak: is een bedrijf met 1 eigenaar, die tevens aansprakelijk is voor alle verplichtingen die namens het bedrijf zijn aangegaan.

voordelen: 1 de behaalde winst komt volledig ten goede aan de eigenaar
2 de leiding is in handen van 1 persoon; er kunnen geen communicatiestoornissen optreden.

nadelen:
1de continuïteit is volledig afhankelijk van de eigenaar. Wanneer de
eigenaar ziek is, stagneert de besluitvorming in het bedrijf. Er is vaak ook geen opvolger te vinden wanneer de eigenaar zich bij het bereiken van een eerbiedwaardige leeftijd wil terug trekken.

2 uitbreiding van de eenmanszaak gaat niet altijd even gemakkelijk. De eigenaar is vaak niet kapitaalkrachtig genoeg om met een eigen financiële middelen de uitbreiding te financieren

3 het ontbreken van een juridische scheiding tussen bedrijfsvermogen en privé-vermogen kan problemen geven. De eigenaar en zijn gezinsleden komen in financiële problemen als het bedrijf in zwaar weer terecht komt.

Vennootschap onder firma
(twee of meer mensen onder een gemeenschappelijke naam of bedrijf)

Hoofdelijk aansprakelijk: elke firmant afzonderlijk is met zijn privé-vermogen aansprakelijk voor alle verplichtingen die het bedrijf aangaat.


NV en BV zijn rechtspersoon: een organisatie die zelfstandig rechten en verplichtingen kan hebben, wanneer het bedrijf zijn verplichtingen niet kan nakomen, de eigenaar NIET met hun privé vermogen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de schulden.

Bij een naamloze vennootschap word het vermogen bijeengebracht door aandeelhouders. (zoveel mensen die aandelen hebben=>naamloze vennootschap)

Besloten vennootschap: komt in veel opzichten overeen met de NV, (scheiding tussen privé en zaklijk vermogen) Het verschil is dat de aandelen van de BV niet vrij verhandeld kunnen worden. BV kent slechts een beperkt aantal aandeelhouders: een gesloten groep, bijv familie.

Productiestructuur: bedrijfskolommen en bedrijfstakken

Bedrijfskolom: alle opeenvolgende productieprocessen van begin tot het einde van het product)

een bedrijfstak omval alle bedrijven die eenzelfde soort product voortbrengen,of een gelijke productieve handeling verrichten.

Een jaar rekening dient uit 1de balans, 2 resultatenrekening en 3 een toelichting op beide te bestaan.

Balans is een overzicht van bezittingen, schulden en eigen vermogen van een bedrijf op een bepaald tijdstip.
activa(waarde van de bezittingen) passiva(schulden)
Eigen vermogen is gelijk aan de bezittinten minus de schulden

De solvabiliteit zegt ons hoe de verhouding tussen het eigen vermogen is en het totale vermogen is. (in procent eigenvermogen tegen over de rest)

liquiditeit is de verhouding tussen de vlottende activa en de kortlopende schulden.

HOOFDSTUK 3 KOSTEN EN OPBRENGSTEN VAN EEN BEDRIJF

Kosten: vormen de geldswaarde van de opgeofferde productiefactoren
- constante kosten / variabele kosten

Constante kosten zijn kosten die op korte termijn vastliggen en onafhankelijk zijn van de productieomvang (Als de productie mer word, groeien deze NIET)

Gemiddelde constante kosten GCK

totale constante kosten (TCK)
GCK= ---------------------------------------------------
q (productie (aantal stuks))

Variabele kosten zijn kosten die veranderen met de grootte van de productie
(bv grondstoffenkosten, onderdelen, bepaalde energie kosten, loon van oproepkrachten)

proportioneel variabele kosten zijn kosten die recht evenredig toenemen met de grootte van de productie.
(kenmerk: de kosten per eenheid product (gemm. variabele kosten) zijn constant)

totale variabele kosten
gemiddelde variabele kosten = -------------------------------
q (stuks product)

Voorbeelden van proportioneel variabele kosten:
brandstofkosten van transport onderneming
inkoopwaarde van de omzet bij de handelsondernemingen
inkoopwaarde vang rondstoffen bij industriële ondernemingen

dus

gck= tck/q q=afzet
gvk=tvk/q
gtk=tk/q
gtk=gck+gvk

omzet: het geldbedrag dat voor de verkochte producten word ontvangen
afzet: verkochte goederen/producten

winst= opbrengst-kosten

opbrengst= prijs x aantal producten
kosten=variabele kosten x aantal producten +totale constante kosten

winst= p x q - a x q - tck
(winst=prijs x aantal producten - variabele kosten x aantal producten - totale constante kosten)

HOOFDSTUK 4 GEODERENVOORZIENING DOOR DE OVERHEID

Collectieve sector= hieraan moet belasting betaald worden
Collectieve sector bestaat uit: Overheid + Sociale verzekeringsfondsen
(Rijk) (volksverzekeringen)
(De lagere overheden) Werknemers verzekering
>Gefinancierd uit de schatkist< >Gefinancierd premieheffing<

Rijksmiddelen=uitgaven van de overheid

Schatkist gevoed door: belastingontvangsten en sociale premies
niet-belastingontvangsten (omroepbijdrage/aardgasbaten)
leningen als er tekort is (is er meestal)

Onder collectieve lastendruk verstaan we het totaal aan ontvangsten van de collectieve sector, uitgedrukt in een percentage van het nationaal inkomen(alle beloningen van de productiefactoren in 1 land in 1 jaar)

belastingen+sociale premies+niet belastingontvangsten(schatkist)
collectieve lastendruk: ------------------------------------------------------------------------x100%
nationaal inkomen

collectieve uitgavenquote zijn de UITGAVEN van de overheid

totale uitgaven collectieve sector
collectieve uitgaven quote= ------------------------------------------ x 100%
nationaal inkomen

Goederen die de overheid levert hebbe3n meestal geen verkoopprijs, daarom wordt de waarde van de diensten volgens een internationale afspraak gelijkgesteld aan de beloning van de ambtenaren. >De waarde van de overheidsproductie bestaat uit ambtenaren salarissen<

Ambtenaren salarissen maken een klein onder deel uit van de totale collectieve uitgaven.

Andere uitgaven: 1 Materiële overheidsconsumptie (meubilair, computers,wapens)
2 Overheidsinvesteringen(aanleg,onderhoud vn wegen,dijken enz)
3 Inkomensoverdrachten via de overheid (studiefinanciering, ` bijstand, huursubsidie)(door belastingopbrengst)

4 inkomensoverdrachten via sociale verzekeringsfondsen
(volksverzekeringen/werknemersverzekeringen)
5 Overheidsbestedingen …bestaat uit de Overheidsconsumptie en de overheidsinvesteringen (2)
Uitgaven: IVM Staatsschuld: rente en de aflossingen

Andere manier om de overheidsuitgaven te laten zien is via de ministeries of departementen.

Hoofdgroepen inkomsten rijksoverheid: BELASTINGEN/NIET BELASTINGEN!!

Belastingen zijn gedwongen betalingen aan de overheid waar geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de overheid tegenover staat.
-Er bestaat géén verband tussen de belasting die iemand betaalt, en het gebruik dat van overheidsdiensten wordt gemaakt.

Directe belastingen = iemand die werkt MOET een deel van zijn inkomsten aan de belasting betalen

Indirecte belastingen= als je iets in de winkel koopt, zit er automatisch btw op. Je betaald meer, de winkelier moet dit verschil aan de belasting betalen.

Bij directe belastingen word van het bedrag van het loon afgehouden en door de werkgever aan de belastingdienst betaald. Dit is Loonheffing=Voorheffing
Later bij het invullen van het belastingaangifteformulier, wordt

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

 

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

3458
 

reacties