geef je mening
Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.
ff n studiebreak
Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.
Titel:
Een schot in de lucht
Jaar van eerste uitgave:
Aangeboden tijdens de zevenentwintigste boeken-week van 31 maart tot en met 7 april 1962.
Titelverklaring:
De titel ‘een schot in de lucht’ heeft betrekking op de hoofd-persoon in het boek. Dit is de hond Dian, een mislukte jachthond. Hij is mislukt, omdat hij op de vlucht slaat zodra zijn baasje een schot lost, zelfs al is het maar een schot in de lucht. Vandaar dat de titel luidt ‘een schot in de lucht ‘.
Ondertitel / motto:
Het boek heeft geen motto. Dit komt volgens mij, doordat het een boekenweekgeschenk is.
Schrijver:
Anton Koolhaas
Geboorte / sterftedatum:
Utrecht 16 nov. 1912 – Amsterdam 16 dec. 1992
Ruimte / plaats:
De ruimte in het boek is nogal wisselend. Het begin van het verhaal speelt zich af in en rond het landhuis van Robert, het baasje van Dian. Nadat zijn baasje Dian op de vlucht is geslagen voor een schot in de lucht dat Robert heeft gelost, om aan zijn gasten te laten zien wat een mislukte jachthond Dian is, volgen we de hond. Hij gaat richting de stad, belandt op het station en komt tenslotte, door de spoorweg te volgen, bij een man in een spoorweghuisje, waar hij zijn nieuwe thuis vindt.
Tijd:
Het verhaal speelt rond de jaren ‘60. Dit is ook wanneer het geschreven is. Het speelt zich af in het voorjaar, de maand mei ongeveer. Dit baseer ik op het zonnetje dat weer begint te schijnen, zoals de schrijver vertelt en aan Robert die in zijn korte broek loopt.
Personage 1: de hond Dian.
- innerlijk: Zoals ik al heb gezegd is Dian een mislukte jachthond, maar dat weet hij zelf (gelukkig) niet. Het is een hond die bang, maar nieuwsgierig is en die over zich heen laat lopen. Als Robert en zijn gasten met plakjes salami naar hem gooien, om te treiteren, blijft hij liggen waar hij ligt en beweegt zelfs niet om een plakje salami te pakken.
- uiterlijk: Het uiterlijk van de hond kan ik nauwelijks beschrijven, omdat het verhaal als het ware vanuit zijn standpunt wordt verteld. Van de weinige plaatjes die in het boek staan, kan ik afleiden dat het een redelijk grote hond is.
Verder wordt er niets over het uiterlijk van de hond vermeld
Personage 2: Moppie, een hond die Dian op zijn weg tegen komt.
- innerlijk: Deze hond probeert zoveel mogelijk van het leven te genieten en is bij de tijd. Als het raam door haar baasjes ver genoeg is open gelaten vlucht ze het liefst naar buiten, om van het zonnetje te genieten. Ze kijkt vaak naar de mussen en raakt door hen vertederd. Ze is soms vals, maar dat komt doordat de vader van het gezin haar soms gemeen behandelt.
- uiterlijk: Moppie is een klein ‘wit hondje’ ( ik kreeg het gevoel dat het zo’n soort hondje was, als uit de ‘Caesarreclame’), hier en daar geel vlekkerig en ze is gehavend.
personage 3: Jan de Leeck ( heeft als bijnaam Jan de Kop, die hij kreeg in de lerarenkamer op de middelbare school, omdat hij zo dwars was. ) In het boek wordt voornamelijk zijn bijnaam gebruikt.
- innerlijk: jan de Kop is altijd al een dwarse jongen geweest. Hij wilde vroeger op school niet leren en daar loopt hij nu tegen op. Door zijn onverantwoordelijke gedrag en zijn ontrouw heeft hij alle ‘goodwill’ verspeeld. Daardoor heeft hij nu een vervelend baantje als seinwachter. Had hij maar niet zo achter de meiden gezeten en de erfenis van zijn vader er maar niet zo vlug doorgejaagd, dan zat hij er nu een stuk warmer bij. Hij is mislukt.
- uiterlijk: Het uiterlijk van deze man wordt niet beschreven. Ook hier moet ik het afleiden aan de hand van een plaatje. Het is een doorsnee man, niet te groot, niet te langen een normaal postuur. Verder draagt hij een pet.
Perspectief / verteller:
Het verhaal wordt verteld in een hij-perspectief, gecom-bineerd met een alwetende verteller.
Tijdaspecten:
Het begin van het boek bestaat voornamelijk uit flashbacks. We zien wat voor ellende de komst van Dian met zich mee bracht en waarom Robert het baasje van Dian ruzie heeft met een andere man. Dit laatste is ver-der niet echt van belang. De rest van het verhaal staat in chronologische volgorde. Het tijdsbestek het begin en het einde van het boek is erg klein. In totaal duurt het verhaal maar een dag en alle gebeurtenissen worden dan ook uitvoerig beschreven.
Motieven:
Hij beschrijft een soort eenzaamheid. De eenzaamheid van de hond projecteert de schrijver als het ware op Jan de kop. Anton Koolhaas bracht in de periode dat hij dit boek schreef, meerdere boeken met dierenverhalen uit. Een bekend voorbeeld hiervan is het boek ‘Vergeet niet de leeuwen te aaien’. Het is best mogelijk dat de schrijver zich in deze periode erg met dieren verbonden voelde en vele menselijke eigenschappen in dieren herkende.
Thema:
Het thema van dit boek is eenzaamheid.
Stijl:
Ik vond de schrijfstijl van de schrijver erg simpel. Misschien was dat wel de bedoeling, maar het boek kwam nogal kinderachtig over. Toch is het boek niet voor kinderen bestemd, daarvoor is de woordkeus weer te moeilijk en de inhoud te zwaar.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het dan weten door een reactie te geven.