
|
Geschreven door: | |
Datum ingestuurd: | 1 september 2006 |
Niveau: | Docent |
Taal: | |
Woorden: | 4107 |
Opvragingen: | 3599 (0 deze maand) |
Waardering: |
Titel: | Een goede dag om te sterven |
Auteur: | |
Jaar van uitgave: | 2006 |
Moeilijkheidsgraad: |
|
Thema: | Zin van het bestaan, Seksualiteit, Oorlog, Migrantenliteratuur, Godsdienst & Godsdienstwaanzin |
Auteur: | |
Geslacht: | man |
Nationaliteit: | Nederlands |
Geboren: | 1966 |
Informatie: | Iraanse vluchteling naar Nederland. Daarover gaat zijn debuutroman. |
Populaire titels: |
|

Gebruikte editie
Eerste druk: 30 augustus 2006
Gebruikte druk: 1e
Aantal bladzijden: 350
Uitgever: De Geus Breda
Gegevens voorkant
Op de voorkant staan twee deuren tegenover elkaar open en loopt de zandwoestijn er als het ware doorheen. Een mooie symbolische weergave van de roman. Het beeld kan zomaar de woestijn tussen Irak en Iran voorstellen en misschien doet de open deur wel denken aan de hemelpoort: de martelaren van Iran zullen mogen binnengaan wanneer ze zich opofferen voor Allah.
Genre
De roman is een psychologische roman over de waanzin van de oorlog..
De flaptekst
De achttienjarige Baber Shaul zit in een restaurant in Teheran en drinkt alcoholvrij bier. Het is het wachtwoord voor ongetrouwde mannen die op zoek zijn naar een vrouw, een gevaarlijke bezigheid in Iran, dat op dat moment vijf jaar onder het streng Islamitische bewind staat van Ayatollah Khomeini. Baber wordt opgepakt door de Revolutionaire Politie en gevangengezet in Balbak, waar men probeert hem te hersenspoelen en klaar te maken voor de jihad. Meer effect heeft de wijze raad van zijn opa, die hem na zijn vrijlating leert wat het woord ‘vaderland’ betekent.
Baber meldt zich voor de militaire dienst en wordt ingezet als voetsoldaat in de oorlog tegen Irak. De oorlog verandert zijn leven totaal. De afmattende tochten door de woestijn zetten zijn gedachten over religie, dood, trouw, ideologie, vrijheid en God op scherp.
Aan te raden voor
Deze roman kan wel door scholieren op alle eindexamenniveaus van het voortgezet onderwijs worden gelezen. Door de mooie, gebonden uitgave en de gemakkelijke bladspiegel nemen de 350 bladzijden niet eens zo erg veel leestijd in beslag. Het eerste gedeelte van de roman verschaft de lezer veel informatie over de toestand in Iran onder het bewind van de ayatollahs. Ik vind dat wel een interessant deel, omdat je als Europeaan duidelijk wordt welke absurde wetten er in de strenge islamitische samenleving van Iran worden gehanteerd. Je ziet ook dat een groot deel van de bevolking daar niet achter staat. Wanneer Baber het besluit heeft genomen in het leger te gaan, wordt de roman (althans voor mij) minder interessant. Het beschrijven van de oorlogshandelingen gebeurt op een enigszins vreemde manier steeds tussen macro en microniveau in. Het is natuurlijk ook vreemd dat een ik-verteller in de verleden tijd vertelt dat hij dood gaat. Voor mezelf had ik in ieder geval liever gehad dat er meer beschreven zou worden over Iran en de samenleving waarin Baber opgroeit. David Danish die in Iran geboren is schrijft overigens helder en vlekkeloos (bijna strak) Nederlands, maar hij is dan ook journalist. Eigenlijk vind ik dan ook dat de eerste helft van het boek (tot ongeveer de eerste verklaring van de titel op blz. 218) meer door de romanschrijver Danish is geschreven en het tweede deel over de oorlogshandelingen door de journalist Danish. Ik voor mezelf heb tenminste zo’n splitsing ervaren.
Er is niet veel beeldspraak en de roman is op zich niet moeilijk te begrijpen. Leerlingen die geïnteresseerd zijn in migrantenliteratuur, de islam en de geschiedenis van de oorlog tussen Iran en Irak zullen deze roman goed verteren. Ik zou de roman een waardering van 2 punten voor de scholieren.com-ranglijst meegeven.
Motto en opdracht
Er is geen motto en geen opdracht.
Structuur en verhaalopbouw
De roman bestaat uit 25 genummerde, maar ongetitelde hoofdstukken die door de hoofdfiguur, de 18-jarige Baber Shual, worden verteld in de o.v.t. De hoofdstukken vertellen het verhaal van de arrestatie van de hoofdfiguur tot aan zijn dood in de Irakese woestijn. Er is daardoor sprake van een vrijwel chronologisch verteld verhaal.
Daarnaast worden er aan het begin van de hoofdstukken 1, 4, 9, 13, 17, 20 stukjes tekst ( van ongeveer 10-15 regels) verteld waarin de ikfiguur aangeeft dat hij dood is. Hij vertelt dit in de o.t.t. en beschrijft o.a. de duisternis na de dood en de betekenis van de dood voor het leven. Het is me niet helemaal duidelijke waarom de stukjes tekst aan het begin van de genoemde hoofdstukken worden geplaatst. Het zou beter zijn geweest als deze passages bijvoorbeeld in cursief geschreven tekst tussen twee hoofdstukken zouden worden aangeboden.
De vertelde tijd is ongeveer twee jaar. Er is een opening in handeling (de restaurantscène in Teheran) en een gesloten einde (Babers dood in de woestijn van Irak)
Perspectief
Zie hierboven. Er is een ik-verteller, de 18-jarige Baber die in de o.v.t. vertelt over zijn lotgevallen in de Iran-Irak-oorlog van de tachtiger jaren. Hij is infanterist in het Iranese leger. We leren zijn gedachtewereld kennen: hoe denkt hij over dood en leven en vooral religie. Vijf passages worden in de o.t.t. verteld. Verteltechnisch is het vreemd dat een ik-verteller in de o.v.t vertelt dat hij sterft, omdat de o.v.t. een perspectief van de achteraf-verteller betekent.
Er zijn autobiografische elementen in de roman verwerkt, want de auteur heeft zelf deelgenomen aan de oorlog in Irak.
Titelverklaring
Op blz. 218 staat een citaat dat letterlijk naar de titel verwijst : Misschien is het morgen een goede dag om te sterven. Het is elke dag een goede dag om te sterven voor Allah.”
Een aantal keren wordt het citaat daarna herhaald. De frontsoldaten van Iran wordt het motto ingepompt. Wie voor Allah sterft, wordt een martelaar en komt in de hemel. Dus is het een goede dag om te sterven.
Tijd en decor
De roman begint op 12 oktober 1983. Dit wordt duidelijk uit de rechtszaak die tegen Baber door de Revolutionaire Partij wordt aangespannen. Daarna duurt het tot mei 1985 voordat Baber deel uitmaakt van het Iranese leger dat tegen Irak ten strijde trekt. Daarna worden enige maanden beschreven, maar in de chaos van de woestijn in Iran en Irak zal de hoofdfiguur het tijdsbesef kwijt zijn geraakt. Na een bepaald moment komen er geen data meer in de roman voor. De chaos in het Iranese leger maar ook in het hoofd van de hoofdfiguur Baber is compleet.
Het decor van de roman is aanvankelijk de Iranese hoofdstad Teheran, waar Baber met zijn ouders woont. Na 200 bladzijden verplaatst het decor zich naar de grensstreek tussen Iran en Irak waar de schermutselingen voor Baber zullen beginnen. In het laatste deel van de roman gaat Baber over de grens met Irak en hij sterft in de woestijn van het land van Saddam Hussein. De woestijn is natuurlijk meteen het symbool van de eenzaamheid die Baber steeds meer in zijn greep krijgt: hij is van iedereen verlaten en in de woestijn hoort hij ook dat het enige familielid met wie hij een goed contact heeft, zijn opa, overleden is.
Thematiek
De thematiek van de roman van David Danish is de waanzin van een godsdienstoorlog. Nadat de Revolutionaire Partij van Khomeini de politieke en godsdienstige regie in Perzië/Iran heeft overgenomen, wordt spoedig duidelijk dat de islamitische regering een andere binnenlandse en buitenlandse politiek voert. Voor de Iraniërs zelf worden de wetten van de islam aangescherpt (bijvoorbeeld geen seks voor en buiten het huwelijk, het uithuwelijken van meisjes) en extern worden de grote vijanden Amerika en Israël in het openbaar aangepakt.
Het is natuurlijk niet zo dat elke Iranese jongen achter die ideeën staat. In de roman zijn Baber, Ramin en Amir vertegenwoordigers van diverse stromingen onder de bevolking. Amir gaat het verst in zijn opvatting van de cultuur in Iran, want hij wil naar Europa om de westerse cultuur te omarmen. Hij komt later weliswaar bedrogen uit in Nederland. Ramin vindt dat hij de strijd tegen de ayatollahs van binnenuit moet voeren en Baber zit er precies tussen in. Hij twijfelt of hij mee zal doen aan de oorlog tegen Irak (de handlanger van de Amerikanen) Zijn opa haalt hem over om toch mee te doen en niet naar Europa te gaan. Je moet je intern verzetten. Moed tonen. Dan stapt Baber ook vrijwillig het leger in en hij wordt natuurlijk opnieuw gehersenspoeld. Je moet sterven voor Allah en wanneer je dat doet, wordt je martelaar en valt de hemel je ten deel. Zo worden talloze voetsoldaten met inferieur materiaal tegen de goed bewapende Irakezen de dood in gestuurd.
Tijdens het marcheren in de hete woestijn denkt Baber na over zijn leven, zijn eenzaamheid, zijn relatie tot vrouwen ( hij heeft nog geen liefde gekend alleen seks) en de dood. Hij voert met zijn lotgenoten een absurde en bij voorbaat verloren strijd die sterk doet denken aan andere romans over de waanzin van de oorlog als bijvoorbeeld Catch 22 of films als “The deer hunter” Zo krijgen alle soldaten van zijn infanterie een sleutel van een hooggeplaatste officier. Het is de sleutel die toegang geeft tot de hemel en je moet hem ook bij je hebben op het moment dat je geest het begeeft. Met sarcasme beschrijft Baber de dood van zijn divisiekapitein die doodsbang wordt wanneer hij merkt dat hij op het allerlaatste moment zijn sleutel kwijt blijkt te zijn. Ramin geeft dan zijn eigen sleutel aan de kapitein in de hoop dat zijn sleutel ook zal passen.
Ook Baber gaat er noodgedwongen toe over om vijanden te doden, al is het bij hem meer om de wil tot overleven dan om zich te offeren voor Allah. Toch sterft ook hij, zij het niet als martelaar. Na de dood is er aanvankelijk niets dan duisternis en na de dood komt Baber erachter dat het leven alleen bestaat bij de gratie van de dood. Anders zou je in je leven niets te wensen hebben en de dood is bedoeld om betere mensen te creëren.
De motieven uit de roman nog eens op een rijtje:
- godsdienst en godsdienstwaanzin (de hersenspoeling in het interneringskamp en in de opleiding voor het leger)
- de waanzin van de oorlog
- de (betekenis van de ) dood
- eenzaamheid
- liefde en seksualiteit (Hannah, de hoeren)
- inwijding (in seksualiteit)
- de positie van de vrouw in Iran
- de vader-zoonverhouding (tussen Baber en zijn vader) is slecht
Samenvatting van de inhoud
De 18-jarige Baber Shaul zit op 12 oktober 1962 in Teheran in een restaurant waarvan bekend is dat het een plaats dat er hoeren komen. Het is in Iran van dat moment de enige manier om seks buiten het huwelijk te hebben, want de nieuwe Revolutionaire Partij heeft seks voor het huwelijk streng verboden. Hij ziet er inderdaad een erg mooie vrouw, maar hij zoekt geen contact omdat hij nogal verlegen is. Dan ineens wordt hij opgepakt door soldaten van het Revolutionaire leger en ze brengen hem naar de gevangenis. Het op zoek zijn naar seks is bij wet verboden. In de gevangenis ontmoet hij Ramin die later nog een rol in zijn leven zal spelen. Deze is opgepakt omdat hij illegaal vogeltjes verkocht. Baber denkt dat zijn vader hem wel zal komen ophalen: een rijke Iraniër, maar die komt hem wel opzoeken om te vertellen dat hij zijn familie te schande maakt en dat hij deze keer zijn eigen boontjes zelf maar moet doppen. In de rechtszaak is een oude ayatollah de rechter. Baber heeft geen advocaat en de ayatollah doet meteen uitspraak. Zo worden er nog lijfstraffen uitgesproken: een dief moet een aantal vingers missen en zowel Baber als Ramin moeten naar een soort heropvoedingskamp. Baber voor maar liefst drie maanden, want zelfs de gedachte aan seks is een foute gedachte, vindt de ayatollah.
Met een busje worden ze naar de gevangenis gebracht, waar een hard regime geldt. De gevangenis heet Balbak. Ze worden onthaald door de directeur en de volgende dag moeten ze in keuharde grond de hele dag gaten graven die ze aan het einde van de dag weer moeten dichtgooien. ’s Avonds krijgen ze daarna nog lessen in de ideologie over religie, dood en Allah. Het is een soort kamp waar je gehersenspoeld wordt. Bovendien krijgen ze er steeds minder te eten. Ze worden gekweld door de honger. Na enige tijd krijgt Baber de kans te ontsnappen door zich van een helling te laten rollen en door een donker bos te vluchten. Ergens ziet hij een huis. Als hij aanbelt ziet men hem voor iemands anders aan. Nl de aanstaande bruid van het meisje Hannah, die een Iranese legerofficier is. Het meisje wordt uitgehuwelijkt, maar Baber wil het spelletje wel meespelen. Hij valt echter door de mand omdat hij verkeerde informatie geeft aan de grootvader van het gezin. Maar het meisje Hannah ziet hem wel zitten en komt zich ’s nachts aanbieden. Maar Baber wil niet. Dan wordt zijn valse gedrag ontdekt en gevangen gezet. Hannah komt hem weer helpen door zijn touwen vast te maken: ze weet dat haar grootvader Baber wil doden. Ze stort zich met haar hand zelfs voor de loop van het geweer en raakt gewond. Ze smeekt hem haar mee te nemen, maar ze wordt door haar verwonding een last. Vlak bij een rivier laat hij haar achter in de armen van de echte bruidegom Faiz Ullah. Later valt hij zelf flauw en dan bevindt hij zich weer in Ballak. Ze hebben hem weer teruggebracht. Hij moet zijn volledige straf uitzitten.
Wanneer hij weer vrij is, heeft hij een moeizaam contact met zijn vader. Ze kunnen niet over serieuze zaken met elkaar praten. Intussen merkt Baber hoe het in Teheran gaat. Het land is in oorlog met Irak van Saddam Hussein en de Revolutionaire Partij van de ayatollahs (Khomeini) houdt alles in de gaten. Wie van de Communistische Partij is, zoals zijn buurjongen en buurmeisje worden geëxecuteerd. Het meisje wordt eerst verkracht, want maagden komen in de hemel en dat mag haar niet overkomen. Baber gaat met zijn buurman het lijk van zijn zoon ophalen en dat is mensonterend. Hij mag ook alleen maar op een sjofele begraafplaats worden begraven en niet tussen moslims.
De opa van Baber heeft laten weten dood te gaan en de hele familie wordt opgetrommeld. Maar als ze er eenmaal zijn, is de opa nog heel levendig en strijdvaardig. Ze wedt hij nog met een kennis voor de hanengevechten en die strijd wordt dan ook beschreven. De haan van opa wint de strijd en de andere haan moet dan worden omgebracht. De volgende dag praat opa met zijn kleinzoon. Hij staat volledig achter hem, vond het stom dat hij was opgepakt omdat hij op zoek was naar seks en wijdt hem met zijn verhaal helemaal in de geheimen van de liefde. Hij geeft Baber veel tips hoe je met een vrouw op seksueel gebied moet omgaan. Ook geeft hij 2000 toman om in een luxe bordeel zijn seksuele genot een keer te kunnen ophalen.
Daarna gaan ze naar de boerderij van de kennis met de haan en doden alle kuikens.
Terug in Teheran blijkt dat de oorlog tussen Iran en Irak steeds heviger wordt. Eigenlijk moet Baber zich melden voor het leger, maar dat doet hij nog niet. Hij praat met zijn vrienden Ramin en Amir over de geloofsoorlog, de gewoonten in Iran en de westerse cultuur. Amir weet zeker dat hij naar Europa wil. Ramin weet zeker dat hij in het leger wil en Baber weet het gewoon niet. Amir is van mening dat je het systeem moet verlaten om het te kunnen bestrijden en Ramin vindt juist het tegendeel. Intussen is Baber een geregelde gast van het bordeel: hij heeft ook enkele keren seks met heel mooie meisjes. In februari 1985 gaat hij zelf nog een keer naar zijn opa omdat hij niet weet wat hij moet doen. Hij loopt steeds de kans om opgepakt te worden, want alle jongens moeten in dienst. Er zijn ook steeds hevige bombardementen, want Saddam Hoessein wordt gesteund door de Amerikanen. De ergste vijand van Iran is dan ook Amerika en daarna Israël. Dat zie je op alle affiches in Teheran. Zijn opa vindt niet dat hij moet vluchten: je moet het systeem van dichtbij bestrijden. Hij laat hem opium roeken en in die roes ziet Baber mooie beelden. Darana weet hij dat hij in het leger zal gaan.
Het is mei 1985. Baber zit in de 66e Infanterie. Ze hebben een harde opleiding gekregen en het eten is bar slecht. Toevalligerwijs herkent hij zijn commandant: het is Faiz Ullah. (de minnaar van Hannah) Die herkent hem ook, laat hem bij zich roepen en stelt hem de vraag wat hij moet doen met een soldaat die zijn familie heeft bedrogen. Baber antwoordt dat hij dit aan Allah zou overlaten. De commandant zal die raad opvolgen, maar bij het minste of geringste zal hij Allah een handje helpen.
Op weg naar het front ontmoet Baber alle typen mensen: mensen die het systeem van de Partij verdedigen, kwakzalvers die magische oliën verkopen, burgerslachtoffers die hun zonen zien sneuvelen. Het bataljon wordt op de plek van aankomst toegesproken door hogere officieren die het een eer vinden als je voor Allah zou mogen sterven. Dat moet hun doel zijn. “Misschien is het woensdag een goede dag om te sterven “ (blz. 218 , vgl. titel)
Vlak voordat ze naar het front gaan, wordt er door het voetvolk ’s nachts flink gepokerd om geld. Ook wordt er flink opgeschept over vrouwen. Baber heeft een brief gekregen van Amir. Die is via het corrupte Turkije naar Nederland gegaan en in en asielzoekerscentrum terechtgekomen. Hij vertelt van de ontberingen die hij leidt en het leven waarin hij zich gediscrimineerd vindt. Europa is helemaal het paradijs niet waarop hij gehoopt had.
Baber is in die laatste nacht bang om te sterven, maar hij merkt dat de anderen dat helemaal niet zijn. Tijdens het marcheren van de volgende dag in de brandende zon en met zware bepakking praten de infanteristen over doden of gedood worden. Wanneer ze op een plaats komen waar nog veel lijken in de zon liggen, schrikt Baber toch wel. Er is niet eens voldoende materiaal om de lijken te bergen. Dan komen ze echt in de frontlijn. Het blijkt dat de Irakezen veel beter zijn toegerust: ze hebben immers Amerikaanse steun . Toch doodt Baber zijn eerste Irakees. Links en rechts omhem heen vallen de mannen uit zijn divisie. Kapitein Faiz (Rinan) stuurt hem naar een zeer gevaarlijke plek : het is zijn wraak voor het verleden, maar wonderwel slaagt Baber erin die plek levend te bereiken. Het is echter vechten tegen de bierkaai. Machinegeweren tegenover Irakese tanks. De kapitein overleeft een tankaanval niet. Hij is bang dat hij de sleutel voor de hemel kwijt is en Ramin geeft hem dan zijn eigen sleutel. Die sleutel krijgen alle soldaten van een hoge officier. Ze moeten namelijk strijden voor Allah en zoals het echte martelaren betreft, zullen ze in de hemel komen. Ze hebben dan wel de sleutel nodig. Sommige soldaten bewaren die om hun hals. Ook Baber krijgt zo’n sleutel. De divisie van Baber krijgt hulp van een zelfmoordcommando van het Revolutionaire Leger. Deze houden de Irakese tanks in eerste instantie tegen door zich met explosieven om hun lichaam voor de tanks te gooien. Er is heel veel chaos en er zijn nog meer
Doden.
In het oorlogsgeweld krijgt Baber een telegram dat zijn opa overleden is. Hij belt naar huis maar krijgt van zijn vader een heel negatief verslag over zijn opa (eigen schuld door leefwijze, alcohol, drugs en vrouwen) Daarna belt hij met Madam (de eigenares van het bordeel in Teheran) en krijgt hij een ander beeld van zijn opa. Opa was gek op Baber en heeft alles aan hem nagelaten. Madam weet dat omdat zij de geheime minnares van zijn opa was. Het leven is nu nog onbegrijpelijker voor Baber geworden. Tijdens het marcheren van alweer een nieuwe divisie waaraan hij is toegevoegd (weer met Ramin en Javid) denkt hij na over het leven, de dood, de eenzaamheid waarin hij verkeert, contact met vrouwen, de positie van de vrouw in Iran , de buitenaardse beschavingen die het oorlogspel tussen Iran en Irak vanuit de hoogte bekijken. Alles is voor hem veranderd. Met de nieuwe divisie onder leiding van broeder Farid (een intellectueel) gaan ze over de grens van Irak op weg naar de Fawi-eilanden waar zich Iranese troepen zouden bevinden. Maar er worden steeds meer soldaten zieken, en bijna blind. Het is bekend dat Irak chemische wapens inzet tegen de soldaten. Het is eigenlijk maar een armzalig uitgerust leger dat Iran kan inzetten. Er is nauwelijks bevoorrading en de moraal zakt tot het nulpunt. Baber en Ramin zijn in staat op microniveau een Irakees patrouillebootje uit te schakelen, ze duiken daarbij in een rivier en ze worden opgevreten door de bloedzuigers. In de nacht wordt de divisie omsingeld door Irakezen. Het is stikdonker. Baber hoort zijn naam noemen maar met een vreemde stem. Het blijkt een Irakees te zijn die hem twee keer met een mes verwondt. Maar Baber jaagt een bajonet door zijn keel. Dan ziet hij dat Javid gestorven is, broeder Farid gewond is en dan wordt hij ook getroffen door een Irakese kogel. De tijd verliest haar dimensie. Ineens wordt alles licht en Baber ziet allerlei herinneringen uit zijn leven. Alles trekt voorbij tot wat hij een uur geleden nog beleefd heeft. Hij krijgt het gevoel dat hij wil sterven. Hij krijgt een heel warm gevoel en hij geeft zich daaraan over. Zijn geest wordt in een diepe poel van niets gezogen.
Aan het begin van de hoofdstukken 4,9,13,17 en 20 staat steeds een passage van 10 -15 regels waarin Baber in de o.t.t aangeeft dat hij dood is. Hij beschrijft wat er gebeurd: vooral duisternis en in hoofdstuk 20 geeft hij aan dat de dood moet bestaan omdat er anders geen leven mogelijk is. Als je niet dood zou gaan, zou je als mens ook niet weten wat het betekent om te leven. We hebben de dood nodig om betere mensen te worden.
Recensies
In De Volkskrant van 1 september 2006 beschrijft Edith Koenders de roman vooral qua inhoud. Haar eindoordeel luidtoverigens : Danish, die zelf twee jaar in deze oorlog meevocht, beschrijft hoe Baber naar het front gaat en wat hij daar voor gruwelen aantreft. De commandant pept zijn manschappen op met de woorden: ‘Morgen zul je tegenover de vijand staan. Misschien zal morgen een goede dag zijn om te sterven. Als je bereid bent te sterven voor Allah, is elke dag een goede dag om te sterven.’
Elk hoofdstuk begint met een mijmering van een ik-figuur die dood is en ervaart hoe het leven was; ‘Ik zie alle gebeurtenissen en maak er tegelijkertijd ook onderdeel van uit, als een man in een theater die naar een toneelstuk kijkt terwijl hij ook speler is.’
Dat is misschien tevens het euvel van de schrijver. Danish is zowel de hoofdrolspeler als de man in de zaal die beschrijft wat hij ziet. Dat wringt. Hoe boeiend en leerzaam de aangeroerde thema’s in Een goede dag om te sterven ook zijn, het blijft een verhaal op afstand.
Danish had het toneel op moeten gaan, de journalist had toeschouwer moeten blijven. Dan was Baber een jongen geworden die het publiek meesleept in zijn lot, zijn gedachten én emoties.
Over de schrijver
Bron: website auteur
David Danish, op 1966 geboren in Teheran/Iran, is journalist, schrijver, verslaggever en Midden-Oostendeskundige. Op zijn achttiende begon hij zijn loopbaan als journalist en correspondent bij de Teheraanse dagbladen Keyhan -en Abrar. Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak vocht hij twee jaar als voetsoldaat aan het front. In de tussentijd werkte hij als oorlogscorrespondent en fotojournalist voor Keyhan. Na oorlog ronde hij zijn journalistieke studie aan de Universiteit van Teheran af en werd hij redacteur binnenland bij het dagblad Abrar. Hij publiceerde honderden artikelen, reportages en essays in diverse Iranese kranten en tijdschriften.
In 1990, toen de politieke en maatschappelijke situatie in Iran verslechterde, kwam David naar Nederland en zijn werk als journalist voortzette. Enkele maanden later publiceerde hij zijn eerste artikel in het opinieblad Elsevier. In de tussentijd studeerde hij Engelse taal- en letterkunde en Literatuurwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. Hij schrijft zowel voor Nederlandse kranten als tijdschriften. Zijn artikelen zijn onder meer te lezen in Het Algemeen Dagblad, Utrechts Nieuwsblad, De Groene Amsterdammer, Het Parool en het nieuwsportaal van Planet Internet.
David heeft een brede interesse en schrijft over diverse onderwerpen. Van artikelen over de multiculturele samenleving en integratie tot een interview met de directeur van Aegon over de economie en het bedrijfsleven in Europa. Van een artikel over het werk van Shirin Ebadi, de Iranese mensenrechtenactiviste en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede tot een essay over democratie in Islam. Een aantal van zijn recente artikelen zijn op deze website te vinden.
David is al bijna 20 jaar werkzaam als journalist en schrijft over gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Hij heeft zich gespecialiseerd in de politiek, cultuur en religie van het Midden-Oosten, met name die van Iran en Irak. Davids artikelen zijn persoonlijk, direct en betrokken. Hij schrijft vanuit zijn eigen beleving, visie, verbazing en nieuwsgierigheid. Wat gebeurt er? Waarom doen de mensen daar zo? Wat is de oorzaak van de conflicten? En juist op deze manier ontmoet hij veel mensen die central staan in zijn artikelen.
Naast zijn dagelijkse werkzaamheden als journalist heeft David één grote passie: het schrijven van literaire verhalen. Vanaf zijn 15e schrijft hij romans en korte literaire verhalen. Enkele van zijn verhalen zijn gepubliceerd in diverse Nederlandse tijdschriften. Een aantal van zijn korte verhalen zijn op deze website te vinden.
Bibliografie
“Een goede dag om te sterven” is Danish’ Nederlandse debuutroman.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.