Cursus Woordenschat

Nederlands

Antwoorden

7.0 / 10
5e klas vwo
  • Joker NL
  • NL
  • 3331 woorden
  • 38414 keer
    1384 deze maand
  • 8 april 2011
Cursus Woordenschat



Hoofdstuk 1 – Moeilijke woorden




Opdracht 1

1 gegarandeerde verzorging van iedereen van jong tot oud

2 prioriteit hebben in de politiek

3 overeenstemming

4 steeds minder met elkaar eens zijn

5 gezamenlijke

6 betrokken zijn bij de maatschappij

7 taken van de overheid in particuliere handen brengen

8 bedrijfstak van de zorgsinstellingen

9 beleid met twee verschillende en zelfs strijdige uitgangspunten

10 vraag en aanbod moeten het bepalen

11 maatschappij waarin alles door de overheid geregeld (gemaakt) is

12 volksraadpleging



Opdracht 2

A


1 g

2 f

3 b

4 i

5 e

6 j

7 d

8 l

9 c

10 a

11 h

12 k



B

1 rechtsorde

2 kenniseconomie

3 BNP, BNP per hoofd van de bevolking

4 verzuiling

5 participatie

6 pluralisme

7 markteconomie

8 hiërarchie

9 dereguleren

10 innovatie

11 interventie



Opdracht 3

-




Opdracht 4

1 in jezelf gekeerd zijn om zo de diepste werkelijkheid te ervaren

2 vragen naar (de zin van) het bestaan

3 onjuiste ideeën

4 filosofie

5 beroemde filosofen van vroeger

6 hedendaagse filosofie

7 het bestuderen van het niet-zintuiglijk waarneembare

8 redeneerkunst

9 filosofie over de wetenschap

10 datgene dat geleerd moet worden

11 leer van de welsprekendheid

12 leer van het redeneren in taal



Opdracht 5

A


1 k

2 l

3 h

4 i

5 c

6 f

7 d

8 e

9 o

10 g

11 b

12 m

13 n

14 a

15 j



B

1 agorafobie

2 schizofrenie

3 déjà vu

4 syndroom

5 archetypen

6 aha-erlebnis

7 projectie

8 empathie

9 existentialisme

10 esthetisch

11 Verlichting

12 axioma

13 ethisch

14 embleem

15 dilemma



Opdracht 6

-



Opdracht 7

1 geschiedkundigen

2 voorspellers

3 ideale maatschappij

4 bericht dat alles (zo) goed zal komen

5 tot werkelijkheid gemaakt

6 systeem met aan het hoofd een dictator, immuun voor kritiek en mensen met kritiek worden vervolgd

7 over vijanden zien die samenspannen tegen het systeem

8 de culturele elite, de gestudeerden

9 de heersende klasse, de gegoede burgerij

10 buiten het land gaan leven

11 totalitaire





Opdracht 8

1 c

2 f

3 g

4 h

5 a

6 l

7 d

8 b

9 i

10 k

11 e

12 j



B

1 cynisme

2 opportunisme

3 exhibitionisme

4 hedonisme

5 fatalisme

6 utilitarisme

7 zionisme

8 patriottisme

9 fundamentalisme

10 pacifisme

11 expansionisme

12 anarchisme



Opdracht 9

-



Opdracht 10

A

1 c

2 g

3 i

4 h

5 f

6 k

7 l

8 b

9 a

10 j

11 d

12 e



B

1 betrad … de politieke arena

2 op de schop gaan

3 een verborgen agenda hanteren

4 is … aangeschoten wild

5 zit … in de pijplijn

6 was … debat aan

7 een proefballon opgelaten

8 zijn visitekaartje afgegeven

9 de lat hoog leggen

10 proletarisch winkelen

11 alle registers opentrekken

12 naar het rijk der fabelen verwezen



C –



Opdracht 11

A


1 a

2 c

3 i

4 f

5 l

6 g

7 d

8 k

9 e

10 h

11 j

12 b



B


1 zit op het vinkentouw

2 op eieren lopen

3 staan haaks op

4 komen … op de helling te staan

5 advocaat van de duivel spelen

6 gaan … in conclaaf

7 wars … zijn van

8 acte de présence geven

9 stak … de hand in eigen boezem

10 ziet er geen been in

11 geen soelaas bieden

12 niet … het achterste van je tong laten zien



C –



Opdracht 12

A

1 l

2 c

3 b

4 d

5 i

6 g

7 h

8 a

9 f

10k

11 j

12 m

13 e



B

1 Het staat buiten kijf

2 Het doek is gevallen

3 er blijft veel aan de strijkstok hangen

4 Het mes snijdt aan twee kanten

5 de kou is uit de lucht

6 de teerling is geworpen

7 alle alarmbellen gaan rinkelen

8 sprak boekdelen

9 tart elke beschrijving

10 laat mij Siberisch

11 dat is te kort door de bocht

12 daar zitten veel haken en ogen aan

13 is dat de dood in de pot



C –



Opdracht 13

A

1 c

2 b

3 m

4 i

5 d

6 a

7 e

8 k

9 f

10l

11 j

12 h

13 g



B

1 een streep door de rekening

2 een heilig huisje

3 een storm in een glas water

4 iemand met ballen

5 een lijk uit de kast

6 de heilige hermandad

7 een teken aan de wand

8 een hard gelag

9 achter de coulissen

10 een sigaar uit eigen doos

11 een heet hangijzer

12 de kop van Jut

13 een brevet van onvermogen



C –



Opdracht 14

A


1 f

2 k

3 c

4 b

5 j

6 d

7 i

8 h

9 e

10 l

11 g

12 a



B

1 een januskop … hebben

2 het paard van Troje ingehaald

3 de doos van Pandora

4 het ei van Columbus

5 het Adoniscomplex

6 tussen Scylla en Charibdis

7 zijn Waterloo vinden

8 geen wet van Meden en Perzen

9 een pyrrusoverwinning

10 in Morpheus armen liggen

11 het zwaard van Damocles

12 een Babylonische spraakverwarring



C –

































































































Cursus Woordenschat



Hoofdstuk 2 – Woordenschat eindexamen





Opdracht 1

A

1 d

2 s

3 p

4 l

5 n

6 b

7 r

8 h

9 c

10 f

11 i

12 a

13 m

14 o

15 q

16 k

17 j

18 t

19 e

20 g



B

1 ontaarden

2 discutabel

3 oratie

4 establishment

5 populatie

6 utilitaire

7 abusievelijk

8 ideologisch

9 doemscenario

10 instituties

11 transparante

12 manifest

13 façade

14 allooi

15 seculiere

16 logenstraffen

17 consensus

18 bejegenen

19 puriteinse

20 bespiegelingen



C –



Opdracht 2

A

1 t

2 b

3 g

4 o

5 n

6 k

7 s

8 d

9 c

10 f

11 r

12 q

13 m

14 i

15 l

16 a

17 p

18 j

19 h

20 e



B

1 ondermijnen

2 evident

3 stante pede

4 achilleshiel

5 marchanderen

6 geinterneerde

7 latent

8 contradictio in terminis

9 orthodoxe

10 hedonistisch

11 provocatie

12 assimileren

13 ten spijt

14 koesteren

15 etniciteit

16 ventileren

17 canon

18 inboeten

19 primus inter pares

20 duchtig



C –



Opdracht 3

A

1 m

2 t

3 e

4 q

5 i

6 r

7 f

8 o

9 g

10 s

11 k

12 j

13 h

14 d

15 l

16 n

17 b

18 p

19 a

20 c



B

1 louter

2 ratificeren

3 ad hoc

4 mandaat

5 nivelleren

6 controverse

7 ontwaren

8 ettelijke

9 universeel

10 autonomie

11 onderschrijven

12 scepsis

13 excessen

14 vermaard

15 cesuur

16 modale/modaal (komt beide voor)

17 opportunisten

18 egalitaire

19 polemiek

20 grosso modo



C –



Opdracht 4

A

1 n

2 a

3 d

4 f

5 h

6 e

7 c

8 g

9 r

10i

11 l

12 o

13 m

14 s

15 p

16 b

17 j

18 q

19 k

20 t



B

1 markante

2 wederrechtelijk

3 decorum

4 beknopt

5 exorbitant

6 ontzuiling

7 adagium

8 versus

9 impact

10 teloorgang

11 electoraat

12 prompt

13 innovatief

14 bagatelliseren

15 kanttekeningen

16 wrang

17 euforisch

18 navenant

19 calamiteit

20 pathologische



C –



Opdracht 5

A

1 f

2 k

3 j

4 l

5 p

6 e

7 q

8 d

9 o

10 m

11 n

12 i

13 g

14 a

15 b

16 t

17 r

18 h

19 s

20 c



B

1 prominent

2 eruptie

3 nipt

4 pareren

5 bakermat

6 jegens

7 representant

8 evenwel

9 povere

10 conform

11 taboe

12 fenomeen

13 ontberen

14 adequaat

15 veronachtzamen

16 institutionaliseren

17 floreren

18 desastreus

19 verworden

20 malaise



C –



Opdracht 6

A

1 a

2 d

3 l

4 b

5 f

6 h

7 g

8 i

9 c

10 e

11 j

12 k

13 n

14 m

15 o (Eigenlijk had er moeten staan: ‘geen zorg dragen voor’ / ‘zich niet bekommeren om’.)



B

1 geen blaam treft

2 prat op gaat

3 het veld ruimen

4 van likmevestje

5 aan de kaak stellen

6 gemeen hebben

7 over één kam scheren

8 uit hoofde van

9 breken … een lans voor

10 het lood om oud ijzer is

11 liet zich niets gelegen liggen aan

12 gepaard gaan met

13 inbreuk maken op

14 onderhevig zijn aan

15 lichten de hand met



C –



Opdracht 7

A

1 d

2 e

3 b

4 o

5 m

6 f

7 n

8 h

9 j

10c

11 k

12 g

13 z

14 l

15 i



B

1 een hart onder de riem steken

2 het hoofd bieden aan

3 dat laat onverlet

4 inherent zijn aan

5 namen … het heft in handen

6 op de spits drijven

7 afbreuk doen aan

8 Van de weeromstuit

9 niet veel in de melk te brokkelen hebben

10 bij de gratie van

11 verschoond blijven van

12 onder curatele stellen

13 de hand houden aan

14 te kampen hebben met

15 (is) gebaat bij



C –





Hoofdstuk 2 – Woordenschat eindexamen





Opdracht 1

A

1 d

2 s

3 p

4 l

5 n

6 b

7 r

8 h

9 c

10 f

11 i

12 a

13 m

14 o

15 q

16 k

17 j

18 t

19 e

20 g



B

1 ontaarden

2 discutabel

3 oratie

4 establishment

5 populatie

6 utilitaire

7 abusievelijk

8 ideologisch

9 doemscenario

10 instituties

11 transparante

12 manifest

13 façade

14 allooi

15 seculiere

16 logenstraffen

17 consensus

18 bejegenen

19 puriteinse

20 bespiegelingen



C –



Opdracht 2

A

1 t

2 b

3 g

4 o

5 n

6 k

7 s

8 d

9 c

10 f

11 r

12 q

13 m

14 i

15 l

16 a

17 p

18 j

19 h

20 e



B

1 ondermijnen

2 evident

3 stante pede

4 achilleshiel

5 marchanderen

6 geinterneerde

7 latent

8 contradictio in terminis

9 orthodoxe

10 hedonistisch

11 provocatie

12 assimileren

13 ten spijt

14 koesteren

15 etniciteit

16 ventileren

17 canon

18 inboeten

19 primus inter pares

20 duchtig



C –



Opdracht 3

A

1 m

2 t

3 e

4 q

5 i

6 r

7 f

8 o

9 g

10 s

11 k

12 j

13 h

14 d

15 l

16 n

17 b

18 p

19 a

20 c



B

1 louter

2 ratificeren

3 ad hoc

4 mandaat

5 nivelleren

6 controverse

7 ontwaren

8 ettelijke

9 universeel

10 autonomie

11 onderschrijven

12 scepsis

13 excessen

14 vermaard

15 cesuur

16 modale/modaal (komt beide voor)

17 opportunisten

18 egalitaire

19 polemiek

20 grosso modo



C –



Opdracht 4

A

1 n

2 a

3 d

4 f

5 h

6 e

7 c

8 g

9 r

10i

11 l

12 o

13 m

14 s

15 p

16 b

17 j

18 q

19 k

20 t



B

1 markante

2 wederrechtelijk

3 decorum

4 beknopt

5 exorbitant

6 ontzuiling

7 adagium

8 versus

9 impact

10 teloorgang

11 electoraat

12 prompt

13 innovatief

14 bagatelliseren

15 kanttekeningen

16 wrang

17 euforisch

18 navenant

19 calamiteit

20 pathologische



C –



Opdracht 5

A

1 f

2 k

3 j

4 l

5 p

6 e

7 q

8 d

9 o

10 m

11 n

12 i

13 g

14 a

15 b

16 t

17 r

18 h

19 s

20 c



B

1 prominent

2 eruptie

3 nipt

4 pareren

5 bakermat

6 jegens

7 representant

8 evenwel

9 povere

10 conform

11 taboe

12 fenomeen

13 ontberen

14 adequaat

15 veronachtzamen

16 institutionaliseren

17 floreren

18 desastreus

19 verworden

20 malaise



C –



Opdracht 6

A

1 a

2 d

3 l

4 b

5 f

6 h

7 g

8 i

9 c

10 e

11 j

12 k

13 n

14 m

15 o (Eigenlijk had er moeten staan: ‘geen zorg dragen voor’ / ‘zich niet bekommeren om’.)



B

1 geen blaam treft

2 prat op gaat

3 het veld ruimen

4 van likmevestje

5 aan de kaak stellen

6 gemeen hebben

7 over één kam scheren

8 uit hoofde van

9 breken … een lans voor

10 het lood om oud ijzer is

11 liet zich niets gelegen liggen aan

12 gepaard gaan met

13 inbreuk maken op

14 onderhevig zijn aan

15 lichten de hand met



C –



Opdracht 7

A

1 d

2 e

3 b

4 o

5 m

6 f

7 n

8 h

9 j

10c

11 k

12 g

13 z

14 l

15 i



B

1 een hart onder de riem steken

2 het hoofd bieden aan

3 dat laat onverlet

4 inherent zijn aan

5 namen … het heft in handen

6 op de spits drijven

7 afbreuk doen aan

8 Van de weeromstuit

9 niet veel in de melk te brokkelen hebben

10 bij de gratie van

11 verschoond blijven van

12 onder curatele stellen

13 de hand houden aan

14 te kampen hebben met

15 (is) gebaat bij




Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Omdat je geen profiel hebt kan je stem niet aangepast worden.
Maak hier een profiel aan.


Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8435
 

reacties

 
Bedankt he!
door Keeskkkachel (reageren) op 15 september 2011 om 21:07
Thanks! Heeft veel geholpen
door cindy (reageren) op 3 januari 2012 om 16:24
Heel erg bedankt! Dit was super handig om te hebben!
door Anne (reageren) op 11 januari 2012 om 20:07