Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Zeehonden

Biologie

Werkstuk

Zeehonden

6.0 / 10
3e klas vmbo
  • Loesjuh
  • Nederlands
  • 4018 woorden
  • 13573 keer
    14 deze maand
  • 6 januari 2003
De Zeehond



Een zeehond is aangepast aan het leven in zee, hoewel minder goed dan bijvoorbeeld walvissen of dolfijnen. Zijn lichaam is aangepast aan het leven in en vooral onder water en dat is een heel ander leefmilieu dan de open lucht. Zo is water veel dichter dan lucht, dus een zeehond moet veel meer arbeid verrichten dan een dier dat zich voortbeweegt over land. Anderzijds ondersteunt het water zijn lichaam, zodat sommige ledematen kleiner kunnen zijn. Verder bevat water geen bruikbare zuurstof voor zoogdieren. Dat betekent voor zeehonden dat ze regelmatig naar de oppervlakte moeten komen om adem te halen. Water geleidt ook warmte aanzienlijk beter dan lucht, dus lichaamswarmte gaat onder water sneller verloren.


Eigenschappen van de zeehond:

Tastzin
De snorharen van een zeehond zijn rijk voorzien van zenuwen. Snorharen (vibrissae) zijn dus heel gevoelig voor trillingen in het water. Daardoor kan een zeehond de waterbewegingen voelen die veroorzaakt worden door een zwemmende vis. Zo kunnen zeehonden ook in troebel water jagen, en zelfs als een zeehond volledig blind is, kan hij zijn voedsel vangen. Snorharen hebben ook een sociale functie: wanneer ze voorwaarts gericht staan, duidt dit op agressie.


Gehoor
Gewone zeehonden hebben geen oorschelpen; in plaats daarvan zijn er twee kleine gaatjes overgebleven. Maar ze hebben wel degelijk oren en ze beschikken over een voortreffelijk gehoor, vooral onder water. In de lucht bereiken geluiden beide oren met een heel klein tijdsverschil; daardoor is het voor een landzoogdier mogelijk om vast te stellen waar het geluid vandaan komt. Maar onder water verliest een landzoogdier dit vermogen, omdat de geluidsgolf niet door zijn gehoorgang kan. Zeehonden hebben zich dusdanig aangepast dat zij toch onder water de richting van het geluid kunnen bepalen. Zelfs kunnen zij geluidsfrequenties horen (tot 70.000Hz) die veel hoger zijn dan het menselijk oor kan waarnemen (max.20.000Hz).

Reuk
Net als de meeste zeezoogdieren, kunnen zeehonden niet ruiken onder water. Eenmaal uit het water hebben ze echter een geweldig goed reukvermogen. Dit reukvermogen is belangrijk voor de sociale en reproduktieve interacties. Tijdens de voortplantingsperiode hebben volwassen mannetjes de gewoonte - net als honden - om het achterste van de vrouwtjes te besnuffelen, waardoor ze weten of het vrouwtje bereid is te paren. Geur is ook heel belangrijk voor de herkenning tussen de moeder en haar eigen pup. Onmiddellijk na de geboorte van een kleintje besteedt de moeder veel tijd om de snuit van haar pup te besnuffelen. Dit gedrag versterkt de band tussen moeder en pup en helpt om de eigen pup te herkennen als hij tussen vele andere zeehonden ligt.


Gezichtsvermogen
Het gezichtsvermogen van een zeehond-onder-water is goed ontwikkeld. Dat is belangrijk omdat hij veel tijd onder water doorbrengt, waar maar weinig licht doordringt. Het netvlies van een zeehond - dat veel op dat van een kat lijkt - heeft een zogenaamd tapetum. Het tapetum is een reflecterende laag die het licht een tweede keer door de cellen laat gaan. De lens van een zeehond is ook vrij sterk bolvormig: dit is een evolutionaire aanpassing om onder water scherp te kunnen zien. Boven water daarentegen ziet de zeehond slecht, min of meer vergelijkbaar met een sterke bijziendheid bij de mens. Het is mogelijk dat zeehonden in bepaalde mate verschillende kleuren kunnen waarnemen; men heeft dit echter nog niet wetenschappelijk kunnen vaststellen.

Zwem- en duiktechniek
Zeewater is achthonderd keer dichter dan lucht. Dat betekent dat de weerstand ook zo’n achthonderd keer groter is dan die van lucht. Dankzij hun gestroomlijnde lichaam, zonder uitstekende elementen als oren, schouders, een lange staart of geslachtsorganen, kunnen zeezoogdieren en dus ook zeehonden heel goed door het water bewegen zonder dat zij veel energie gebruiken. De stroomlijn wordt vervolmaakt door een dikke laag vetweefsel, waardoor alle lichaamsdelen die uit zouden kunnen steken worden afgedekt. Zeehonden moeten - net als alle andere zoogdieren - regelmatig ademen om koolmonoxyde kwijt te raken en zuurstof binnen te halen. Om langer onder water te kunnen blijven, hebben de zeezoogdieren, en dus ook de zeehonden, zich aan bepaalde natuurwetten aangepast: de hoeveelheid bloed is bijna twee keer zo groot als bij een mens met hetzelfde lichaamsgewicht. Bovendien kunnen ze veel meer zuurstof vervoeren in hun bloed: zeehondenbloed is heel rijk aan rode bloedcellen met een hoge concentratie hemoglobinae (er is een molecule aanwezig in de rode cellen die de zuurstof vasthoudt). Onder water gaat een zeehond heel zuinig met zijn zuurstof om. Alleen hart, hersenen en de meest belangrijke organen worden van zuurstof voorzien. De lichaamstemperatuur en het metabolisme dalen drastisch, en de hartslag vermindert zelfs tot slechts een tiende van het normale ritme. Door deze aanpassing kan een Gewone zeehond gemakkelijk 5 a 6 minuten onder water blijven, en als het nodig is kunnen ze minstens 30 minuten zonder adem.


Soorten zeehonden:
Van de 19 soorten die er op de hele wereld zijn, leven er twee in de Waddenzee. De Gewone zeehond (Phoca vitulina) en de Grijze zeehond (Halichoerus grypus). De Waddenzee is een bij uitstek geschikt gebied voor de zeehond. Eb en vloed zorgen er voor dat er voldoende droogvallende zandbanken zijn waar de dieren op kunnen rusten en waar ze hun jongen kunnen zogen. Zijn lichaam is goed aangepast aan zijn leefomgeving. De zeehond is een perfecte duiker, jager en zwemmer.

Soorten zeehonden:
De Pinnipedia (vinpotige dieren) worden in drie families onderverdeeld: de Phocidae: de robachtigen (oorloze of echte zeehonden), de Otariidae (oorrobachtigen of zeeleeuwen) en de Odobenidae (walrussen). De robachtigen worden weer verdeeld in twee subfamilies: de Phocinae (10 soorten), die vooral in het arctisch en subarctisch gebied leven, en de Mon achinae (9 soorten), die rond de zuidpool leven. Deze zeehonden zijn alle herkenbaar aan hun gestroomlijnde lichaam en door de afwezigheid van een oorschelp. In het water gebruiken ze hun achtervinnen om zich voort te bewegen en hun zwemstijl lijkt een beetje op die van een grote vis. Op land verplaatsen ze zich moeizaam: ze kruipen vooruit door afwisselend hun borst en bekken heen en weer te bewegen.

Gewone Zeehond
(Phocinae-Phocini-Phoca-P.vitulina)
Het lichaam is dik en de kop is smal met een vlak voorhoofd; de neusgaten zijn smal en verto nen een typische V-vorm. De ogen zijn redelijk groot en staan vrij dicht bij elkaar. Het is heel moeilijk om de mannetjes van de vrouwtjes te onderscheiden, (1.7 à 1.9 m, 60 à 110 kg). De basiskleur van de rug is vaak licht- of donkergrijs of licht- of donkerbruin; de buik is altijd lichter dan de rest. De rug is het meest gespikkeld met gevarieerde vlekken. Bij de geboorte hebben de pups geen witte wollige babyvacht meer: die hebben ze alleen in de baarmoeder. De geboorteperiode ligt tussen het einde van de lente en het begin van de zomer. Sinds de prehistorie worden de Gewone zeehonden bejaagd. Tegenwoordig is het verboden om ze te doden aan de Nederlandse, Duitse en Deense kust, maar in landen als Canada speelt de jacht op de Gewone zeehonden nog steeds een belangrijke rol.




Grijze Zeehond
of Kegelrob,(Phocinae- phocini- halichoerus - H. Grypus)
Grijze zeehonden zijn robuust. Er is een duidelijk verschil in lichaamsbouw tussen mannetjes en vrouwtjes: mannetjes zijn steviger en hebben een grotere en bredere kop dan de vrouwtjes, (2.3 m à 2 m, 310 à 105 kg). De snoet is verhoudingsgewijs lang en breed, de neusgaten zijn vrijwel parallel aan elkaar en vertonen een typische W-vorm. De basiskleur is grijs; de pels van de wijfjes heeft donkere vlekken. De mannetjes hebben een donkere basiskleur met lichtere vlekken. De pups worden met een witte wollige vacht geboren. Grijze zeehonden leven op ruige, uitstekende rotskusten, de geboorteperiode is in de herfst en het begin van de winter en geboorten vinden plaats op geïsoleerde stranden. De laatste jaren zijn er weer grijze zeehonden aan de Nederlandse kust te zien. Vermoedelijk zijn deze afkomstig van de Britse kusten. Om commerciële en politieke redenen wordt er - in andere landen - nog steeds op Grijze zeehonden gejaagd.
Verspreidingsgebied Grijze Zeehond

Klapmuts
(Phocinae-Cystophorini-Cystophora-C.cristata)
De Klapmuts is robuust met een brede korte kop, (2 à 2.6 m,145 à 400 kg). De snuit is heel breed en vlezig. Er is een groot verschil tussen mannetjes en vrouwtjes; de mannetjes zijn veel groter en hebben een opblaasbare donkere \'slurf\'. Volwassen mannetjes kunnen ook hun linker neusgatvlies opblazen tot een grote rode bal. De basiskleur is zilvergrijs, en het gehele lichaam is gevlekt door onregelmatige, vrij donkere stippen. Deze vlekken worden steeds groter naarmate ze de kop bereiken. De kop is in het algemeen compleet donker. Kenmerkend voor de pups is de donkerblauwe rug en de licht crèmekleurige buik. De geboorte vindt, in de lentemaanden, op vaste ijsschotsen plaats. De pups worden maar heel kort gespeend: slechts vier dagen. Net zoals andere arctische zeehondensoorten , werd ook de Klapmuts sinds de prehistorie bejaagd. Tijdens de laatste eeuwen werden ze ook voor commerciële doelen bejaagd, vooral voor de olie en voor de vacht van de pups. Klapmutsen worden nog steeds in Groenland bejaagd.




Baardrob
(Phocinae-Erignathini-Erignathus-E.barbatus)

Baardrobben zijn groot en fors, (2.5 m, 262 à 361 kg). De kop is rond en smal en de snuit is breed en dik met brede neusgaten. Het meest opvallende zijn de borstelige, krullende, gele snorharen. Met behulp daarvan kunnen ze dieren op de zeebodem lokaliseren. In tegenstelling tot de andere arctische zeehonden, hebben de vrouwtjes van de Baardrob vier tepels in plaats van twee. De rug is donkerder dan de buik en de basiskleur kan varieren van licht tot donkergrijs en blauw. Pups hebben een lange donkere wollige vacht. Zij worden tijdens de lentemaanden op drijvende of vaste ijsschotsen geboren. Baardrobben worden altijd bejaagd door de plaatselijke bevolking, om in hun dagelijkse levensbehoefte te voorzien. Tegenwoordig worden ze ook voor commerciële redenen bejaagd, voor door Russische jagers.





Caribische Monniksrob
(Monachinae-Monachus-M.tropicalis)
De Caribische Monniksrob is zeer waarschijnlijk uitgestorven. Ze leken veel op de Mediterrane en de Hawaïaanse Monniksrobben, (circa 2.4 m, 170 à 270 kg). Of er verschillen bestonden tussen mannetjes en vrouwtjes is niet bekend. Net zoals de Hawaïaanse Monniksrobben, werden Caribische Monniksrobben soms gezien met een groen gevlekte rug, waarschijnlijk veroorzaakt door een begroeiing van algen. De geboorteperiode was in december en de pups hadden een wolachtige vacht. De laatste melding van een Caribische zeehond dateert van begin jaren 50.



Mediterrane Monniksrob
(Monachinae-Monachus M.monachus)
Volwassen Mediterrane Monniksrobben zijn robuust met korte voorvinnen en een kleine, brede en platte kop (circa 2.8 m, 250 à 400 kg). De snuit is ook breed en plat. De basiskleuren verschillen met de kleine groeperingen rond de Middellandse Zee en de Noordwest Afrikaanse kust. Zij zijn meestal donkerbruin op de rug en bleker op de buik. Sommigen zijn volledig zwart of lichtzilver met gevarieerde vlekken. Pups hebben een zwartachtige wollige vacht met een gele vlek op de buik. De geboorte kan het hele jaar door plaatsvinden. In het algemeen worden pups rond het einde van de zomer of het begin van de herfst geboren. Er zijn maar een paar honderd van deze dieren overgebleven. De steeds grotere menselijke verstoringen, de milieuvervuiling en de visserij, hebben bijgedragen aan de bijna totale vernietiging van deze soort.




Hawaïaanse Monniksrob
(Monachinae-Monachus-M.schauinslandt)
De vrouwtjes van de Hawaïaanse Monniksrob zijn groter dan de mannetjes. Zij zijn robuust en hebben korte voorvinnen (2.1 à 2.4 m, 200 à 272 kg). De betrekkelijk korte kop is breed en plat, de ogen staan vrij ver uit elkaar en de snuit is breed en plat. Vrouwtjes hebben vier tepels. Direct na de verhaarperiode, zijn de vrouwtjes en onvolwassenen zilvergrijs op de rug en licht zilvergrijs op de buik. Verder in het jaar worden ze bruiner op de rug en geler op de buik. Mannetjes worden met de jaren steeds bruiner. De pups
worden, tijdens de lentemaanden, met een zwarte wollige vacht geboren. Tijdens de 19e eeuw werden de Hawaïaanse Monniksrobben door de mensen sterk bedreigd. Vooral de steeds grotere menselijke aanwezigheid, de Tweede Wereldoorlog, de haaien en een bacteriële infectie, hebben de stand van deze populatie tot de grens van de verdwijning gebracht. Tegenwoordig worden ze streng gecontroleerd en beschermd door de VS.



Zadelrob
(Phocinae- Phocini- Phoca- P. groenlandica)
Volwassen Zadelrobben zijn betrekkelijk klein ( 1.8 à 1.9 m, 120 à 135 kg), de kop is vrij lang en breed en de snuit loopt spits toe naar de neus. De basiskleur is zilverwit. Langs de flanken lopen brede zwarte strepen die boven de schouders met elkaar zijn verbonden. Aan de V-vormige vlek op de rug, die veel weg heeft van een zadel, heeft deze soort zijn naam te danken. De kop is helemaal zwart, hoewel er soms vlekken op te zien zijn. De geboorteperiode begint rond februari en duurt tot midden maart en de jongen worden op het pak-ijs geboren. De pups zijn te herkennen aan hun hun compleet witte wollige vacht. In de tachtiger jaren werden ze vaak met verf besteken door tegenstanders van de wrede knuppeljacht, waar vele duizenden jongen het slachtoffer van werden. Na twaalf dagen wordt de witte vacht wat grijzer en rond de derde week begint de verharing.Op Zadelrobben wordt sinds jaar en dag gejaagd. Sinds de 18e eeuw werden ze bejaagd voor de olie en de vacht. Tegenwoordig wordt er nog steeds - onder regeringstoezicht - op hen gejaagd.



Ringelrob
(Phocinae - Phocini - Phoca - P. hispida)
Ringelrobben onderscheiden zich van de Gewone zeehonden door een wat dikker lichaam en een kortere nek ( circa 1.65 m, 50 à 110 kg). De snuit is smal en klein en de ogen zijn verhoudingsgewijs groot. De rug is donkergrijs gevlekt, met talloze lichtgrijze of zelfs witte ringetjes. Het onderlichaam is egaal lichtgrijs. De pups worden geboren met een witte wollige vacht. Ringelrobben worden tijdens de lentemaanden in zelfgemaakte ijshutjes in het arctische ijs geboren. De grootste bedreigingen voor de Ringelrob vormen de ijsbeer en de mens. Eeuwen lang werd er op deze zeehonden gejaagd door de plaatselijke bevolking - de Eskimo\'s - die daarmee in hun levensbehoeften trachtten te voorzien. Tegenwoordig wordt er nog steeds op de Ringelrobben gejaagd, vooral vanwege hun waardevolle jacht.


Largha zeehond
(Phocinae - Phocini - Phoca - P. Largha)
De Largha zeehond lijkt op de Gewone zeehond. Het enige verschil is dat hij kleiner is (1.6 à 1,7 m, 82 à 123 kg). De basiskleur is zilvergrijs met een donkergrijze mantel, gestippeld met donkere ovale vlekken. De snuit is donkerder dan die van de Gewone zeehond. De pups hebben een wolachtige witte vacht. De geboorteperiode is van januari tot en met april en de geboorten vinden plaats op het arctische pak-ijs. Er wordt nog steeds op de Largha zeehonden gejaagd om commerciële redenen, maar ook worden ieder jaar vele exemplaren gevonden die in visnetten zijn omgekomen.

Kaspische rob
(Phocinae, Phocini - Phoca - P.caspica)
Oorspronkelijk werden de Kaspische robben - en ook de Baikalrobben - tot de Ringelrobben gerekend. Ze lijken dan ook sprekend op elkaar ( circa 1.4 à 1.5 m, 86 kg). De Kaspische rob heeft een grijsgele rug en een blekere buik. Het vrouwtje is wat lichter van kleur. Beiden zijn gespikkeld met bruine of blauwe vlekken. De geboorteperiode is in de tweede helft van de wintermaanden, en de pups - herkenbaar aan hun witachtige wollige vacht - worden op drijvende ijsschotsen geboren. Over het gedrag van Kaspische robben is weinig bekend. Sinds de prehistorie wordt er op deze zeehonden gejaagd. Vooral in de vorige eeuw werden ze op grote schaal gedood. Tegenwoordig wordt er nog steeds op ze gejaagd, maar wel onder toezicht van de lokale overheid.

Baikalrob
(hocinae-Phocini-Phoca- P.sibirica)

De Baikalrobben zijn verwant aan de Ringelrobben en hebben zich ontwikkeld in het isolement van het Baikalmeer, (circa 1.4 m, 80 à 90 kg). Zij verschillen van de Ringelrobben door hun bredere voorvinnen, hun donkere vacht en de afwezigheid van vlekken en ringen. De pups worden met een witte wollige vacht geboren en de voortplanting vindt - net als bij de Ringelrobben - in ijsgrotten plaats. De geboorteperiode begint ongeveer midden februari en eindigt eind maart. Er wordt sinds de prehistorie op de Baikalrob gejaagd, net als op de Kaspische rob. Momenteel wordt er nog steeds op gejaagd vanwege het vlees en de vacht.
Bandrob
(Phocinae-Phocini-Phoca-P. Fasciata)
De kop van de Bandrob is smal en heeft iets katachtigs, (1.8 m, 90 à 148 kg). De snuit is kort en de grote ogen liggen vrij dicht bij elkaar. De neusgaten lijken op die van de Gewone zee hond. Deze soort is gemakkelijk te herkennen dankzij de brede witte banden, vooral rond de nek, de voorvinnen en het bekken; de onderliggende vachtkleur is donkerbruin tot zwart. De pups worden - net als vele arctische zeehonden - met een witte wolachtige vacht geboren. De pups worden in de lentemaanden op drijvende ijsschotsen geboren. Alleen een klein aantal Bandrobben werd bejaagd voor commerciële doelen.

Zeeluipaard
(Monachinae-Hydrurga-H.leptonyx)
Zeeluipaarden hebben een soepel en lenig lichaam met een massieve, maar vrij platte kop en massieve kaken, (3 à 3.6 m, 270 à 500 kg). Vrouwtjes zijn wat groter dan de mannetjes, maar er bestaat geen echt verschil. Het Zeeluipaard heeft hele lange voorvinnen: ongeveer eenderde van de lichaamslengte. De bovenste helft van de kop en de rug is donker zilvergrijs gekleurd, terwijl de onderste helft van de kop en de buik lichtgrijs gekleurd zijn. Vooral op de flanken en de onderkant zijn zij gespikkeld. Vrij veel spikkels zijn rond de aanzet van de voorvinnen te vinden. De pups lijken op de volwassenen en ze worden in de periode van september tot januari op het ijs geboren. De Zeeluipaard staat er om bekend een buitengewoon jager te zijn; zijn gewone prooien zijn: Pinguins en jonge zeehonden. De Zeeluipaard werd nooit serieus, op commercieel niveau bejaagd.



Krillrob of Krabeter
(Monachinae-Lobodon-L.carcinophagus)
De Krillrob is de meest voorkomende zeehond ter wereld, en is misschien wel het talrijkste zoogdier. Het is een grote en slanke zeehond met een lange, smalle snuit, (2.6 m, 200 à 300 kg) Hij heeft korte snorharen. Een net verhaarde Krillrob vertoont een rijke schittering van lichte tot donkere zilvergrijze tinten, vermengd met geelbruine kleuren. Het lichaam is gevlekt door onregelmatige stippen en ringen.,Vaak zijn die geconcentreerd rond de aanzet van de vinnen. In de loop van het jaar vermindert het verschil tussen de kleuren drastisch. De pups hebben een wollige bruinachtige vacht en ze hebben donkere vinnen. Vaak zijn er littekens te zien van een misgelopen Zeeluipaard aanval. De geboorte vindt in de herfstmaanden plaats. De Krillrob werd nooit door de mensen bejaagd.



Ross zeehond
(Monachinae-Omatophoca- O.rossii)
De Ross zeehond is de kleinste zeehond van de antarctische robbensoorten (circa 2.4 m, 204 kg). De kop en de snuit zijn breed en kort, de ogen staan ver uit elkaar en de snorharen zijn de kortste van alle zeehondensoorten. De voorvinnen zijn behoorlijk lang: een vijfde van de lichaamslengte. De rug van de Ross zeehond is donkergrijs en gedeeltelijk zilver gekleurd naarmate je dichter bij de buik komt. Rondom de ogen beginnen vele bruine strepen die de lichaamslijnen volgen. De geboorteperiode is van november tot en met december. Ross zeehonden werden nooit door de mensen bejaagd.




Weddell zeehond
(Monachnae-Lepthonychotes-L.weddelli)
Een groot gedeelte van het jaar zijn de Weddell zeehonden zo dik dat de kop niet in verhouding lijkt met de rest van het lichaam. Vrouwtjes zijn wat groter dan de mannetjes, maar er is geen sprake van een echt secundair verschil (2.9 à 3.3 m, 400 à 450 kg). De snuit is kort, breed en heeft iets katachtigs. De voorvinnen zijn de kortste van alle zuidelijke zeehondensoorten. Volwassen dieren zijn donker zilvergrijs op de rug en hebben een witachtige buik. De meeste spikkels hebben zij op de flanken. Pups hebben een wolachtige, zilvergrijze vacht met een donkere streep rond het midden van het bekken. De geboorte vindt plaats rond de herfstmaanden, vooral in ijsgrotten op het vaste ijs. De Weddell zeehond, net zoals vele antarctische soorten zeehonden, werden nooit door de mensen bejaagd.




Zuidelijke zeeolifant
(Monachinae-Mirounga-M.leonina)
De zuidelijke zeeolifant is de grootste van alle zeehondensoorten (3 à 6 m, 800 à 5000 kg). Zij zijn massief en imposant en de mannetjes zijn aanzienlijk groter dan de vrouwtjes. Net zoals bij de Noordelijke zeeolifanten, heeft het mannetje van de Zuidelijke zeeolifant een grote slurf die hij kan opblazen bij agressiviteit. De basiskleur is zilvergrijs zonder verschil tussen buik en rug. De kop en de slurf worden bleker naarmate het mannetje ouder wordt. De pups worden met een langharige wollige zwarte vacht geboren. De geboorte vindt in de wintermaanden plaats. Net zoals bij de Noordelijke zeeolifanten kunnen de zuidelijke zeeolifanten heel goed duiken; van hen is bekend dat ze een diepte van ongeveer 1250 meter kunnen bereiken en ongeveer twee uur zonder te ademen onder water kunnen blijven. De meeste tijd die zij in het water doorbrengen, zwemmen ze onder water. In de 19e eeuw werd op grote schaal op ze gejaagd. In het begin van deze eeuw waren ze bijna uitgestorven. Een klein groepje heeft zich kunnen redden, waardoor de huidige populatie geen gevaar meer loopt.





Noordelijke zeeolifant
(Monachinae- Mirounga-M.angustirostris)
De noordelijke zeeolifant is reusachtig en imposant. Een mannetje, dat veel groter is dan het vrouwtje, kan wel vijf meter lang worden en tweeduizend kilo wegen. Bij beide geslachten zijn de lichamen lang en robuust (3 à 5 m, 800 à 2200 kg), met een hele dikke nek; ook de snuit is breed en dik en de ogen zijn groot. Volwassen mannetjes zijn niet alleen te herkennen door hun grotere maat maar ook door de extreem grote, hangende neusholte. Dit orgaan - dat lijkt op een olifantenslurf - kan hij opblazen wanneer hij een ander mannetje bedreigt. De basiskleur is grijs of bruin. Oude mannetjes vertonen een roodachtige kop. De pups hebben een lange wolachtige zwarte vacht. De geboorte vindt in de wintermaanden plaats. De Noordelijke zeeolifant kan voortreffelijk duiken; hij kan dieptes van 1580m bereiken en ongeveer 80 minuten onder water blijven. Tachtig tot negentig procent van de tijd die de dieren in het water verblijven, zijn ze dan ook onder water. Dit is tevens één van de redenen dat deze zeehondensoort bijna nooit zwemmend te zien is. De 19e eeuwse olie-industrie heeft de zeeolifant populatie drastisch verminderd. Tegenwoordig, net zoals bij alle andere antarctische zeehonden, worden ze beschermd door de \'Convention for the Conservation of Antarctic Seals\'.

Wat doen sommigen mensen voor de zeehonden?

Al sinds 1971 vangt Lenie \'t Hart zieke en verzwakte zeehonden op in de Zeehondencrèche Pieterburen. De crèche heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een echt zeehondenziekenhuis, compleet met quarantaines, laboratorium, röntgen-afdeling, enz. Naast de medische behandeling van zeehonden wordt er door middel van rondleidingen, een vaste expositie en een film voorlichting gegeven over de problemen van de zeehond en zijn milieu. De Zeehondencrèche is in de vakantieperioden met een speciale \"Crèche Express\" te bereiken.


Milieu

De Waddenzee is een uniek natuurgebied en wordt ook wel de kraamkamer van vele diersoorten genoemd. Naast veel verstorende activiteiten vormt vervuiling een directe bedreiging voor de zeehond. Fabriekslozingen zorgen er voor dat er via de Rijn en de Noordzee veel gifdeeltjes met de golfstroom in de Waddenzee terechtkomen. Daar bezinken ze in het slib op de bodem en komen zo in de voedselketen terecht.Ons wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat het immuunsysteem van zeehonden in de Waddenzee door vervuiling wordt aangetast.
(Ik heb geen informatie kunnen vinden over andere landen en gebieden)

Zeehondencrèche Pieterburen in actie

Via de EHBZ-posten (Eerste Hulp Bij Zeehonden) worden jaarlijks zo\'n 100 zieke zeehonden en huilers bij de Zeehondencrèche Pieterburen binnengebracht. Iedere zeehond die in de crèche wordt opgenomen wordt uitgebreid onderzocht en er wordt een behandeling vastgesteld. Na vaccinatie tegen het zeehondenvirus verblijven ze eerst een periode in quarantaine, waarna ze door kunnen naar de grote baden. De zeehonden verblijven gemiddeld drie maanden in de crèche voordat ze weer worden uitgezet.
De Zeehondencrèche is actief op nationaal en internationaal niveau. In geval van calamiteiten zoals bijvoorbeeld olierampen, verleent de crèche onmiddellijke hulp. Daarnaast werkt de crèche in het buitenland om de bedreigde Monniksrobbensoort voor het uitsterven te beschermen. Zowel in Griekenland als in Mauretanië staat inmiddels een opvangcentrum voor deze bedreigde robbensoort.

Sinds 1984 is het verrichten van wetenschappelijk onderzoek één van de pijlers van de Stichting Zeehondencrèche Pieterburen. Onder leiding van viroloog professor A.D.M.E. Osterhaus, hoogleraar aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, is inmiddels een viertal medewerkers gepromoveerd. Alle wetenschappelijke activiteiten van de crèche worden gecoördineerd door de Wetenschappelijke Adviescommissie.



(Helaas heb ik geen verdere informatie kunnen vinden)

Mening Werkstuk!
Ik heb met plezier aan dit werkstuk gewerkt, heb wel even moeten zoeken maar heb de benodigde informatie gevonden, en voormijn gevoel is het best goed gelukt, Met behulp van de nodige informatie bronnen heb ik mijn werkstuk kunnen maken

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1055

reacties

leuk werkstuk! erg handig
door Lot (reageren) op 28 december 2003 om 12:06
coowl werkstuk egt goed hahahah -xxxxxxx- lisa
door liesekuh11 (reageren) op 24 mei 2004 om 15:55
eey ik wil ff zegen dat er een fout is gemaakt bij zeehondencreche pieterburen want daar staat dat e.h.b.z. betekent Eerste Hulp Bij Zeehonden maar het betekent Eerste Hulp Bij Zeezoogdieren die fout staat wel bij meer werkstukken over zeehonden Groetjes Elke
door Elke (reageren) op 14 februari 2006 om 19:55
@Elke: elke elke mens maakt elke fout. dus pieterbuur zeur niet zo zuur.
door elke zeehond (reageren) op 1 juni 2018 om 9:08

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Huiswerk

Stel je bent leraar en een leerling heeft zijn huiswerk niet gemaakt, wat doe je?
  • Snitchen bij ouders
  • Strafwerk schrijven, moest ik vroeger zelf ook
  • Weddenschap afsluiten om de leerling gemotiveerd te krijgen
  • Je negeert het. Eigen verantwoordelijkheid toch?