Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Verslag excursie Anne Frank Huis, Onze lieve heer op solder en het

Geschiedenis

Werkstuk

4.4 / 10
3e klas havo/vwo
  • anoniem
  • Nederlands
  • 4600 woorden
  • 9915 keer
    12 deze maand
  • 1 april 2000


H4 Verslag excursie Anne Frank Huis, Onze lieve heer op solder en het
Joods Historisch Museum

§1 'Onze Lieve Heer op Solder'

In het museum hebben we twee kamers bezichtigd: De Sael en Onze Lieve Heer op Solder (een Katholieke schuilkerk).
De Sael is inde 17e eeuw gebouwd in opdracht van Jan Hartman. Jan Hartman komt uit West-Falen. Hij zal naar Amsterdam zijn gegaan om te delen in de voorspoed (De Gouden Eeuw), en een baan te vinden en de toenmalige oorlog in West-Falen te ontvluchten. In Amsterdam werd hij bakkersknecht. Na dit baantje kwam hij in de kousenwereld terecht, hij werd kousenhandelaar. Het lijkt niet erg waarschijnlijk dat een kousenhandelaar ooit rijk kan worden, maar in die tijd betekenden kousen iets anders dan nu. Kousen waren duur om te maken (ze moesten gebreid worden op fijne breipennen, het kostte dus veel tijd en vaardigheid). Ze waren ook een soort statussymbool, ze waren duur, dus als je ze droeg zag men dat je rijk was. De gewone mensen droegen of windsels om de voeten of sokken. Meneer Hartman was getrouwd met een dochter van een kompasmaker.
De Sael was een ruimte om gasten te ontvangen. Deze Sael werd zeer mooi en duur ingericht volgens de nieuwste 'mode' het classicisme. Hij werd zo duur ingericht om indruk te maken op de bezoekers.
Een belangrijke regel van het classicisme was om de kamers zo symmetrisch mogelijk in te richten. De kleuren die gebruikt werden waren erg donker. Ook 'De Sael' is zo symmetrisch mogelijk ingericht. Zelfs het plafond en de vloer waren symmetrisch verdeeld. Er staan ook gedraaide zuilen in (dit was in die tijd erg duur). Tussen deze twee zuilen staat een schouw. Boven de schouw hangt een schilderij met daarop de presentatie van Jezus Christus in de tempel, acht dagen na de geboorte van Jezus. Aan dit schilderij kun je zien dat de eigenaar van dit schilderij en het huis een Katholiek was. Het was geen protestant, want protestanten mogen geen afbeeldingen van Jezus hebben. De protestanten leven deze regel na op grond van het boek Exodus (uit de Bijbel) hoofdstuk 20 genaamd 'De tien geboden' waarin staat, ik citeer:,, Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op aarde of in de wateren onder de aarde’’.
Aan de andere kant van de kamer staat een kast en aan weerzijden van de kast twee deuren (1 van deze deuren is een loze deur). Op deze kast zijn verschillende houtversieringen aangebracht. In de vorm van blaadjes en gewoon krulletjes wat men Korinthische krulletjes en jonische krulletjes noemt. Aan de linkerkant van de kamer staat tegen de muur een tafeltje (het was gebruikelijk tafels tegen de muur te zetten). Wat betreft dit tafeltje blijkt dat de kamer niet geheel symmetrisch ingericht was. De muur van deze kamer is door fresco's gekleurd. Deze techniek houdt het volgende in: op de nog natte stuclaag word een schildering aangebracht. De fresco in deze kamer is lichtgelig in tegenstelling tot de vaak veelkleurige fresco's in Italie wat meer schilderijen zijn. Deze kamer is ongeveer de enige zaal in Nederland die nog in de originele17e eeuwse stijl is ingericht. In andere huizen veranderden men het. Men richtte het in volgens de nieuwste mode. De reden tot de nog steeds aanwezige meubels en niet veranderde muren, vloeren en plafonds is te vinden in een foutje van de architect van het huis. De schoorsteen was namelijk verkeerd geplaatst. Daardoor was de af te leggen weg voor de rook niet erg gunstig. De kamer werd de daaropvolgende jaren als opslagkamer gebruikt en in zijn oude interieur gelaten.


Onze lieve heer op solder was een zogenaamde katholieke schuilkerk die Jan Hartman had laten bouwen voor zijn zoon die priester was geworden. Om de komst van een katholieke schuilkerk te verklaren moeten we eerst een heel end terug. In de 16e eeuw waren enkele katholieken (mijns inziens terecht) het niet eens met de huidige gang van zaken. De geestelijken waren namelijk schatrijk terwijl het volk werd geleerd te moeten proberen leven zoals Jezus Christus hu had voorgedaan. Een tweede oorzaak van het ongenoegen was het verkoop van de zogenaamde aflaten (dat zijn briefjes die voornamelijk rijken kochten om hun misdaden vrij te kopen, zo kwamen ze toch nog in de hemel terecht). Je kon geen vrijkaartje voor de hemel kopen die moest je verdienen. Een Duitse Augustijner monnik Luther was een van de katholieken die het niet met het toenmalige beleid eens waren, hij en anderen wilden de Katholieke kerk hervormen. Dit liet de katholieke kerk niet toe. Luther die creerde dus een andersoortige kerk: de Lutherse kerk. Op 26 mei 1578 was de zogenaamde Alteratie: de protestanten (calvinisten) namen Amsterdam 'over'. De kerken, kloosters en begraafplaatsen werden protestants. Andere geloven werden niet verboden, maar deze godsdiensten mochten geen zichtbare kerken hebben. Deze kerken mochten niet zichtbaar zijn vanaf de straatkant, de kerk was misschien niet te zien, maar wel zeker te horen (orgel) dit was ook niet verboden. Deze gelovigen mochten ook geen machtige positie krijgen in bijv. de politiek. De 'kerkhouders' moesten veel belasting afdragen aan de gemeente. Dat was natuurlijk een reden voor het toestaan van de geloven. De ontvanger van de belasting kreeg daarvan een percentage zodat deze de belasting hoger probeerde te maken. Een plaats waar alle geloven verenigd waren was in de schutterij. Daar mocht iedereen werken van alle geloven, dus toen ging men met elkaar om. In deze tijd werd ook de stad Amsterdam uitgebreid naar het westen en het oosten, daar werden nieuwe schuilkerkjes gebouwd.
De kerk bestond uit herenbanken aan de zijkanten, de dames zaten in het midden op aparte stoelen. Achter in de kerk stond het orgel. Voorin de kerk stond zoals dat gebruikelijk is in de Katholieke kerk een altaar (in de barokke stijl). De schilder van dit altaarstuk is d.m.v. mond -tot-mond reclame aan andere opdrachten gekomen. Er was ook een preekstoel, het leuke aan deze preekstoel is dat hij 'uitklapbaar' was. De preekstoel werd met scharnieren achter het altaar gedraaid. De hosties, kelken, wijn, water en zaten in een verborgen draailuikje in het altaar. Er waren veel versieringen (zoals dat meestal is in een Katholiek kerk). In de 19e eeuw mochten de Katholieken weer 'echte' kerken bouwen.

§2 Portugese synagoge

Na het bezoek aan het 'Onze lieve heer op solder' liepen we naar de Portugese synagoge die zich tegenover het Joods Historisch museum bevind. Toen we naar binnen gingen kwamen we eerst in een verkoopstalletje, daarna kwamen we op een onoverdekte binnenplaats die naar de Synagoge leidde. Alle jongens en leraren moesten een keppeltje op (of een ander hoofddeksel). In de synagoge vertelde een gids ons wat over de synagoge. Een synagoge is een soort kerk voor Joden. De synagoge kan vrijdagavond, zaterdagochtend en op alle feestdagen bezocht worden. In deze synagoge zijn de zitplaatsen voor mannen en vrouwen gescheiden. Dit is gedaan om de mannen en vrouwen niet te laten afleiden door een persoon van de andere sekse. In de liberale synagoge is dit overigens meestal niet het geval. De kinderen mogen overigens tot hun12e tot 13e jaar bij de mannen, zij mogen dus wel gemixt zitten (ook bij de orthodoxen). De liberale Joden zijn iets minder streng in de Joodse leer dan de Orthodoxe Joden die zo goed mogelijk de Thora proberen na te leven. De Thora is de Joodse 'bijbel'. Dit boek bestaat uit de eerste vijf boeken van de bijbel:


-Genesis
-Exodus
-Leviticus
-Numeri
-Deuteronomium

Deze Synagoge is gebouwd tussen 1671 en 1675 in opdracht van Portugese Joden. De Joden mochten deze synagoge niet zelf bouwen, Joden mochten namelijk geen lid zijn van gildes (er was ook een aparte gilde onder de bouwvakkers). De Joden kwamen naar Nederland omdat ze veel aan overzeese handel deden. (een belangrijk werkgebied van Nederland was Brazilie waar ze voornamelijk Portugees spreken). Deze Joden kenden de Portugese taal goed (het waren Portugese Joden).
De Synagoge heeft bepaalde kenmerken qua inrichting en indeling. In de Synagoge staat namelijk een heilige ark die qua richting naar het oosten staat (daar ligt Jeruzalem de heilige stad voor de Joden). Deze ark is van Braziliaans hardhout gemaakt. In deze heilige ark liggen Thorarollen (geschreven in het Hebreeuws op koosjer perkament). Aan de andere kant van de Synagoge staat de bima. Dat is een lessenaar waarvandaan de dienst wordt geleid. De dienst wordt door een Rabbijn en een voorzanger geleid, deze mensen zitten in een bankje bij de lessenaar. Aan weerszijden van de ark en de lessenaar staan banken. Deze banken zijn zo gezet dat de mensen die aanwezig zijn naar de ark en naar de lessenaar kunnen kijken. In de hoek naast de ark staat een dakje op vier palen dat wordt gebruikt bij de huwelijksceremonie. Er is niet een echt voorschrift wat architectuur van een synagoge betreft. Het is wel opmerkelijk dat veel synagoges (onder andere de Portugese synagoge in Amsterdam) qua vorm op 'de tempel' lijkt (hieronder verstaat men de tempel die volgens de Thora in Jeruzalem is gebouwd).
Tegenwoordig is de Portugese synagoge niet erg druk bezocht, hij zit op zaterdag voor ongeveer een kwart vol dit is op twee manieren te verklaren.

1. Er zijn tegenwoordig veel minder Joden, dit heeft te maken met de 2e wereldoorlog. Veel Joden werden omgebracht en veel van de Nederlandse overlevende Joden gingen niet terug naar Nederland, maar naar Israel.

2. In heel Nederland is het aantal kerkgangers enorm gedaald vanaf ongeveer de jaren 50 snel, zo ook in de Joodse gemeenschap (dit wil niet automatisch zeggen dat deze Joden niets aan hun religie doen).

§3 Joods Historisch Museum

Na het bezoek aan de Portugese synagoge zijn we naar het tegenoverliggende Joods Historisch Museum gegaan met dezelfde gids. In het warme Joods Historisch Museum hingen wij onze jassen op in de garderobe en lieten we onze tassen achter. Hierna gingen we onder leiding van de gids het drukke, lawaaige museum in.
Dit Joods Historisch Museum is op de plaats gebouwd waar voorheen een synagoge stond. Deze synagoge behoorde aan Oost-Europese Joden. Deze Joden kwamen in het einde van de 'Gouden Eeuw' naar Nederland. Hun komst was niet bepaald gewenst, het waren (over het algemeen) arme Joden die op een betere toekomst hoopten in Nederland. Ze kwamen vlak bij de Portugese Joden terecht doordat ze deze plek aangewezen kregen van de 'gemeente' (het was vrijwel onbebouwd en een buurt waar veel minderheden bij elkaar woonden). Een andere reden dat ze juist daar gingen wonen was dat Joden graag bij elkaar in de buurt wonen (wegens Joodse bakkers, slagers), ze kunnen op elkaars hulp en steun rekenen. Andere minderheden in deze tijd waren:
-katholieken
-Lutheranen
-liberalen
-moslims
Doordat de Joden zich over de hele wereld hebben verspreid zijn er geen uiterlijke kenmerken van Joden, zoals Hitler wel beweerde. Ook de cultuur van de individuele Jood is natuurlijk heel erg beinvloed door de verschillende landen waar ze zijn gaan wonen. Daardoor zijn er ook grote verschillen tussen Joden ontstaan in Israel (toen veel Joden hier naar toe gingen na de 2e wereldoorlog).
Er zijn drie 'verschillende' groepen in het Jodendom.

De Liberale Joden: dit zijn Joden die hun geloof wel 'volgen' maar zich niet letterlijk laten leiden door de Thora. Zij hebben de Thora misschien meer eigentijds benaderd waardoor ze niet alles precies zo doen als in de Thora staat. Zij vinden dat je de Thora in deze tijd moet proberen te plaatsen.

De orthodoxe Joden: deze Joden nemen de Thora letterlijk, zij vinden dat je je zo goed mogelijk gedragen moet , zoals dat in de Thora staat beschreven. Zij houden zich dus meer vast aan de oude tradities in het Jodendom. Enkele uiterlijke kenmerken van de orthodoxe Joden (qua kleding) zijn :
-keppeltje
-jongens hebben lange lokken voor hun oren
-ze hebben op hun hoofd een (meestal zwarte) hoed
-de mannen hebben vaak een baard
-je moet je lichaam niet te bloot laten (onzedelijk)

De atheistische Joden:

Het woord Jood is afgeleid van het Hebreeuwse woord Jehoedi wat lid van de stam van Juda betekend (Juda heette vroeger het land waar de Joden woonden).
Het Jodendom heeft te maken met vijf dingen:
-religie en traditie
-band met Israel
-vervolging en overleving
-persoonlijke geschiedenis
-invloed van omgeving

1 religie en traditie
In het Jodendom zijn er natuurlijk hele andere feesten en gebruiken dan wij als 'christelijk' land kennen. Ze hebben ook een andere jaartelling dan wij in Nederland. Zij geloven namelijk niet (zoals de christen wel doet) dat Jezus de messias (gezalfde) is. Aangezien de christenen vanaf de geboorte van Jezus zijn gaan tellen hebben wij een hele andere jaartelling dan de joden. In hun bijbel (Thora) staan ook spijswetten vermeld. Deze wetten zijn vermoedelijk deels om hygiënische redenen opgesteld. In deze regels staat dat de je alleen koosjer vlees mag eten. Dit houdt in dat ze gen varkensvlees mogen eten. Het dier moet gedood worden door de halsslagader door te snijden. Verder staan in deze spijswetten dat je geen vissen zonder schubben en vinnen mag eten en geen zuivelproducten samen met vlees in 1 maaltijd. Door deze regels zijn er ook zogenaamde koosjere slagers. Vanaf de geboorte van een jood speelt het geloof en tradities een grote rol. Acht dagen na de geboorte van een jongen wordt hij besneden. Op zijn 12e of 13e krijgt hij de Bar mitswa. Bij de Bar mitswa mag hij voor het eerst zelf uit de Thora lezen met een Yad (een aanwijsstok). Niemand mag namelijk de Thora zelf aanraken. Op deze dag wordt de jongen of het mesje als volwassen gezien en moet hij proberen de Thora te volgen.
Ook de Joodse godsdienst heeft bepaalde feesten, zoals de christenen. Hieronder staat de logica van de Joodse jaartelling beschreven.
Het joodse jaar is een maanjaar (354 dagen), dat volgens de omloop van de maan berekend wordt en geen zonnejaar (365 dagen), de meest gebruikte berekening, waarbij de omloop van de aarde om de zon het uitgangspunt is.
Drie oogstfeesten in het joodse jaar, Pesach (Pasen), Sjawoe'ot (Wekenfeest) en Soekkot (Loofhuttenfeest) zijn echter wel aan de jaargetijden gebonden. Daarom wordt er in de joodse kalender met schrikkeldagen en soms een extra maand voor gezorgd dat een lentefeest niet opeens in de herfst gevierd wordt.
Volgens de traditie is de jaartelling van de Joden bij de schepping begonnen. De kalender telt de dagen van zonsondergang tot zonsondergang. Iedere dag begint dus aan de vooravond, bij het invallen van de duisternis. Zo begint Sabbat (de wekelijkse rustdag) op vrijdagavond. De dagen van de week hebben geen naam maar een nummer. Zo heet zondag de eerste dag, maandag de tweede. Alleen de zevende dag, de rustdag heeft een naam, Sabbat.

Feestdagen

? Sjabbat
? Rosj ha Sjana (1 en 2 tisjrie)
? Jom Kippoer (10 tisjrie)
? Soekkot (15 - 22 tisjrie)
? Simchat Tora (23 tisjrie)
? Chanoeka (25 kislev - 2 tevet)
? Toe Bisjevat (15 sjevat)
? Poerim (14 adar)
? Sjawoe'ot (6 en 7 sivan)
? Pesach (15 - 22 nisan)
? Jom ha Sjoa (27 nisan)
? Tisja be Av (9 av)
Jom ha Atsmaoet (5 ijar)

Ik zal niet al deze feesten beschrijven. Ik heb enkele feesten uitgekozen om wat over te schrijven.
Het jaar begint voor de Joden rond de maandwisseling september en oktober. Deze Rosj ha Sjana is de 1e dag van de 10 dagen van inkeer. Volgens de Joden heeft God op deze dag de wereld geschapen. De laatste dag van de 10 dagen van inkeer heet de Grote Verzoendag (in het Hebreeuws 'Jom Kippoer'). Op deze dag vast men 25 uur.

In het begin van oktober is het loofhuttenfeest. Oorspronkelijk is dit een dankfeest na de oogst. Tegenwoordig vieren de Joden hiermee de goddelijke bescherming in hun omzwervingen door de woestijn door God.

In het eind van november vieren ze Chanoeka. Ook wel het feest der lichten of inwijdingsfeest genoemd. Dit feest duurt acht dagen en elke dag wordt een kaarsje van de menora aangestoken. De menora is een versierde olielamp met acht naast elkaar geplaatste pitbakjes, en apart staat aan dezelfde kandelaar een pitbakje dat dient als Sjamasj (dienaar). Men viert met dit feest de herinwijding van de Tempel te Jeruzalem na het verslaan van de Syriers door Judas de Makkabeeer in 165 v. Christus. Maar voor deze herinwijding had men olie nodig; de Tempelkandelaar moest ontstoken worden. Volgens het verhaal konden de joden slechts één kruikje bruikbare olie vinden, genoeg om de kandelaar (menora) één dag te laten branden. Door een wonder brandde de menora echter acht dagen. Na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 na Christus bleef Chanoeka als lichtfeest gehandhaafd. Het viert het behoud van de eigen, joodse identiteit.

In maart/april wordt het feest Pesach (Pasen) gevierd. Het woord Pesach komt van het Aramese woord Pascha dat overslaan betekend. Toen de Joden slaven waren van de Egyptenaren werd Mozes door God geroepen om zijn volk vrij te krijgen. Als middel om zijn volk vrij te krijgen had God 10 plagen tegen de Egyptenaren ingezet. Na de 10e plaag mochten de Joden weg. De 10e plaag was de ergste plaag.
De nacht van de veertiende van de Hebreeuwse maand Nissan zouden alle Egyptische eerstgeborenen gedood worden. Vier dagen voor deze dag zouden de Hebreeen een lam of jong geitje in huis oeten hebben. Op de avond van de 14e zou dit dier geslacht moeten worden. Het bloed van het dier zou op de deurpost gesmeerd moeten worden. Hierdoor zou God weten dat in dat huis een Hebreeuws gezin woont, zodat hij de eerstgeborene van dat huis niet zou doden. De Hebreeen moesten het offerdier rossteren en opeten. Die nacht werden alle Egyptische eerstgeborenen gedood. De Farao vond dit zo erg en was bang voor de anderen gevolgen dat hij hen vrijheid verleende. De Hebreeen gingen o.l.v. Mozes en zijn broer Aaron naar de Rietzee.
Toen zijn dwangarbeiders weg waren kreeg hij spijt van zijn beslissing. Hij liet een strijdwagen spaanen om ze terug te halen. Toen de Egyptenaren in de buurt van de zee waren en de Hebreeen hen zagen, verweten ze Mozes dat hij hen de dood in had gejaagd. De Egyptenaren wachtten met vechten tot de vroege morgen. 's Ochtends strekte Mozes zijn hand uit over de zee en God zorgde er voor dat de zee droog werd zodat de Joden weg konden vluchtten. De Egyptenaren waren natuurlijk verbaasd maar gingen zo snel mogelijk achter de Hebreeen aan.
Maar de modder onder hun paarden en strijdwagens werd week en ze kwamen erg moeilijk voruit. Tot de zee weer bijeenkwam en het leger verdronk. De Joden waren toen aan de overkant. Het gaat er dus over dat God de eerstgeborenen van de Hebreeen liet leven en dus oversloeg.

2 band met Israel
Toen de Joden uit Egypte trokken, kwamen ze na lang reizen rond het jaar 1000 v. Chr. in Palestina aan. Later werd Palestina o.a. bezit van de Romeinen zodat de Joden hun land kwijt waren. Veel Joden verspreidden zich over Europa en ander delen van de wereld. Velen Joden bleven verlangen naar een eigen and waar ook Jeruzalem in zou liggen. Dan konden alle landen in dat land wonen. In 1948 werd de staat Israel uitgeroepen. Veel Joden zijn na de 2e wereldoorlog naar israel gegaan. Ze hoopten op een veilige toekomst zonder vervolging.
Er zijn meer problemen gekomen dan werd verwacht:

-De Palestijnen en de Israeliers willen allebei Israel hebben
-De orthodoxe joden en de liberale joden hebben veel meningsverschillen over o.a. hun
geloof.
-Cultuurproblemen, joden uit verschillende landen (verschillende culturen)
-Elke Israeliet moet in het leger (ook vrouwen) hierdoor ontstaat later soms wangedrag

Door al deze problemen kunnen we wel zeggen dat de joden enerzijds wel blij zijn met Israel en anderzijds (door de vele problemen) niet.

3 vervolging en overleving
Al eeuwen lang worden joden vervolgd. Deze vervolging heeft vele redenen. De joden kregen en krijgen door sommige mensen nog steeds de schuld van de dood van Jezus van Nazareth. Zij hebben hem laten kruisigen en Barabas vrij gelaten. Aangezien ze een van de weinige minderheden in Europese landen waren was het makkelijk om de schuld bij hunte leggen. Ze werden bijvoorbeeld beschuldigd de Pest te verspreiden. Zij hadden namelijk door de dood van Jezus een soort pact met de duivel gesloten. Als minderheid werd je vaak achtergesteld vergeleken met het 'gewone' volk. Ze mochten namelijk geen lid zijn van gildes. De 'gewone' mensen die protestants of katholiek waren mochten geen rente vragen en konden dus geen bankier worden. Veel joden waren dus bankier of verhuurder. Bij deze baan moesten ze ook rente vragen en de niet betaalde gelden terugvragen, hier weren ze natuurlijk niet meer geliefd door.
Het bekendste voorbeeld van antisemitisme is natuurlijk de 2e wereldoorlog. In deze tijd probeerde Adolf Hitler d.m.v. abnormale hoeveelheden propaganda die meer op hersenspoelingen leken het volk over te halen hem te helpen met de strijd tegen de joden. In deze oorlog zijn er 102 000 Nederlandse joden vermoord in o.a. concentratiekampen. In totaal waren er 140 000 Nederlandse joden.

4 persoonlijke geschiedenis
Natuurlijk wordt een persoon uit meer dingen gemaakt dan zijn geloofsovertuiging. Een jood is een individu die zich aansluit bij deze godsdienst. Deze individu wordt gekenmerkt door zijn opvoeding, zijn karakter, zijn talenten, de tijd, de geloofsovertuiging en de plaats waar deze persoon leeft. Door al deze dingen betekent voor elke jood zijn geloof iets anders.

5 invloed omgeving
Natuurlijk heeft je omgeving invloed op je leven. De invloed van Nederland op joden richt zich vaak tot de volgende dingen.
-taal
-kleding
-media
-eten en drinken
-opvoeding

Een van de nadelen van het leven in Nederland voor de joden is de afwijkende godsdienst. De joden werken namelijk niet op vrijdagavond tot zaterdag. De Christenen hebben als Sabbathdag de zondag. De joden hebben een andere jaartelling dan de christenen. Ze hebben niet vrij op hun feestdagen. Het is lastig als je bij iemand gaat eten, diegene moet dan namelijk koosjer eten bereiden. Qua opvoeding is het ook moeilijk om sommige feesten (bijv Sinterklaas) niet te vieren. Vaak gaan joodse kinderen naast de basisschool ook op na school Hebreeuws leren.
De Nederlandse joden hebben ook veel dezelfde beroepen. Veel van deze beroepen zijn ontstaan door verboden van Nederland. De joden mochten bijv. geen lid zijn van de gilden. Bijna elk beroep had zijn gilde, zodat de resterende beroepen vor de joden overbleven.

Handel (overzees) in o.a. tweedehands spullen
Geldhandel (Christenen mochten geen rente berekenen waardoor dit beroep niet door de Christenen beoefent mocht worden.
Artistieke beroepen zoals zangers, muzikanten, schilders, cabaretiers e.a.



§4 Anne Frank Huis

We gingen van het Joods Historisch museum via de Febo en de Mac (he, Edly) door de Kalverstraat op zoek naar het Anne Frank Huis. We hadden behoorlijk haast (voor de verandering waren alle museumbezoeken uitgelopen). Aangekomen bij het Anne Frank Huis moesten we nog wachten tot de ambuylance (met een door emoties overweldigde vrouw) had afgevoerd. We gingen het museum in, we werden ontvangen door een vrouw in de ontvangstruimte van het museum. In deze ruimte vertelde ze met behulp van een tijdbalk en foto's in het kort het leven van de familie Frank.
Annelies Marie Frank (Anne Frank) is geboren in Frankfurt am Main op 12 juni 1929. Het jaar voordat Hitler Rijkskansewlier van Duitsland werd, vluchtte Otto Frank naar Nederland uit angst voor de Nazi's. Zijn vrouw en dochters (Edith, Margot en Anne) kwamen later ook naar Amsterdam. Otto startte daar een goedlopend bedrijfje genaamd Opekta. Dit was een soort jam.
Op 10 mei 1940 werd Nederland (di neutraal wilde blijven) aangevallen door de Duitsers. Nadat de Nederlanders zich overgaven, bleef het in eerste instantie rustig. De verwachte plunderingen en verkrchtingen van de Duitsers bleven uit. Stukje bij beetje kregen zij van meer Nederlanders steun. Rond het jaar '41 werd het leven voor de joden beetje bij beetje moeiklijker gemaakt door de Duitsers. Een van de eerste verboden door de Duitsers was dat joden niet meer bij de overheid mochten werken. Een tijd later moesten ze zelfs altijd herkenbaar zijn aan een davidsster die nu ook wel jodenster heet.
Nadat Margot een oproep had gekregen om zich te melden voor de arbeidsinzet, ging de familie Frank op 6 juli 1942 onderduiken. Deze oproep werd in verschillende leeftijdscategorieen van joden verspreid. Aangezien alleen Margot ion dez De plaats waar ze onderdoken was het achterhuis. Dat was het achterste gedeelte van het kantoor van Otto Frank. Dit werd hiervoor niet gebruikt als kantoor. Zonder hulp hadden ze natuurlijk niet kunnen onderduiken. Ze werden geholpen door werknemers van het bedrijf Opekta. Ze werden geholpen door: Miep Gies, Bep Vossen, Jan Gies Kuyler, Victor Kugler en de heer Kleiman. Zij zorgden o.a. voor eten, boeken en schriftelijke cursussen (zoiets als de LOI alleen dan vroeger). Later kwamen andere onderduikers bij hen inwonen. Dat waren:
meneer en mevrouw van Pels, hun zoon Peter van Pels en Frits Pfeffer.
Op 4augustus 1944 werd er een inval gedaan door de Duitsers in het achterhuis. De onderduikers werden afgevoerd naar het doorvoerkamp Westerbork (in Nederland). Na de tijd in dit kamp zijn ze bijna allemaal naar andere kampen gebracht.
De enige overlevende van deze acht is de vader van Anne, Otto Frank.

Nadat we deze informatie hadden gekregen keken we naar een video over Otto Frank (hij werd geinterviewd). Hij vertelt in deze video dat er al in de jaren '30 een duidelijke haat was tegen de joden. Hij vertelt zelfs dat er in 1932 al liederen worden gezongen door de SA (Sturm Abteilung) over de Endlösung (de oplossing van het jodenvraagstuk, oftewel de moord op alle joden). Hij vertelt de verschrikkelijke jaren waarin hij heeft ondergedoken en in kampen heeft gezeten. Zijn redding van de dood is een Nederlandse arts geweest die hem in een ziekenbarak heeft gelaten. Hij pleit voor verdraagzaamheid jegens iedereen (voornamelijk vor minderheden). Het doel van het tonen van de video is een duidelijker beeld proberen te creeren.
Otto Frank is op 19 augustus 1980 in Basel, Zwitserland overleden.

Nadat we de video hadden gezien hebben we het kantoor en ook het achterhuis bezocht. De kamers van het achterhuis zijn niet ingericht, omdat de Duitsers alles meubels hadden ingepikt. Otto Frank wilde niet dat de kamers opnieuw werden ingericht met nagemaakte meubels. We liepen door het magazijn en de maalkamer van de specerijen. Daarna liepen we door het privekantoor van Otto Frank. We gingen met een trap naar de eerste verdieping. Op de eerste verdieping was het kantoor van Victor Kugler en het kabinet. Al deze kamers zijn in het voorhuis. Op de tweede verdieping is het kantoor van Miep Gies, Jo Kleiman en Bep Voskuijl en de opslagruimte. In beide kamers zijn vitrines waar persoonlijke spullen in liggen. Toen gingen we naar het achterhuis. Daar zijn de kamers van Otto, Edith en Margot Frank. Anne Frank deelde een kamer met Fritz Pfeffer. Verder is er nog een wasruimte, een huiskamer, de slaapkamer van meneer en mevrouw Van Pels en de kamer van Peter van Pels. Nadat we uit het achterhuis gingen, kwamen we in een ruimte waar vitrines met ove4rlijdingsdata stonden vermeld van de onderduikers. In een andere ruimte lagen de dagboeken in zestig verschillende talen.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5963

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer