Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Ben jij wel eens (online) opgelicht? Of ben jij altijd goed weggekomen? Vertel het ons in deze vragenlijst en maak kans op een Bol.com-bon van 15 euro. Handig voor je sint- en kerstinkopen!

Ameland

Aardrijkskunde

Werkstuk

5.3 / 10
  • Arie
  • Nederlands
  • 2634 woorden
  • 10723 keer
    6 deze maand
  • 29 mei 2001
Vogels en het strand
Vogelliefhebbers kom je niet vaak tegen op het strand en toch zie je er altijd vogels. Zeker langs de waterkant of net in het ondiepe water. Vaak zijn het groepen meeuwen die als een soort opruimingsdienst alles wat verteerbaar is wegschrokken. In zo'n groep zitten veel jonge meeuwen. Dit is te zien aan de donkerbruine kleur van het verenpak. Zilvermeeuwen bijvoorbeeld zijn pas volwassen als ze drie jaar oud zijn en pas ook dan zijn alle bruine veren vervangen door zilvergrijze. In het eerste jaar zijn ze helemaal donker. Het tweede jaar wordt de buik duidelijk lichter. Het derde jaar bijna helemaal wit met alleen op de vleugels nog wat bruin. In de derde winter krijgen ze het volwassen verenkleed. Probeer maar eens om de meeuwen die de afgelopen drie jaren geboren zijn te herkennen in een groep.

Ook andere meeuwen zie je op het strand; zoals Stormmeeuw, Kokmeeuw., Kleine mantelmeeuw en soms de Grote mantelmeeuw. Ook deze soorten hebben de eerste jaren een bruinachtig verenpak en krijgen na enkele jaren hun volwassen verenpak. De Kleine- en Grote mantelmeeuw lijken nogal op elkaar, zij het dat de laatste groter is, maar dat zie je niet altijd even duidelijk. Wel duidelijk is de pootkleur. De Kleine mantelmeeuw heeft gele, en de Grote mantelmeeuw roze poten. Als we het aantal meeuwen op het strand zouden tellen en gemiddeld 200 gram voedsel per vogel per dag rekenen, dan wordt er dagelijks honderden kiloís aanspoelsel verorberd wat anders zou gaan rotten en stinken, De meeuwen vervullen dus duidelijk een natuurlijke functie op het strand waar wij mensen ook ons voordeel van hebben. Want anders zou het maar een stinkboel worden. Soms, zoals in april 1996, spoelen er zoveel levende en dode dieren aan dat de meeuwen dat niet zo snel op kunnen eten en ontstaat er toch nog een 'stinkboel' op het strand.
In de vloedlijn liggen vaak dode meeuwen. Soms ligt er een tussen. De Noordse Stormvogel lijkt veel op een Zilvermeeuw maar is te herkennen aan zijn wel heel aparte snavel. Stormvogels leven op zee en komen alleen maar aan land om te broeden. Hun voedsel halen ze ook uit zee. Hierdoor krijgen ze veel zout binnen. De neusgaten op de snavel zijn in de vorm van een buis verlengd, waardoor ze dit overtollige zout weer afscheiden. De punt van de snavel is sterk gebogen. Daardoor lijkt het alsof de snavel uit drie delen bestaat. De kromme haak vooraan. de zoutbuis bovenop en de eigenlijke snavel. Het is daarom interessant om dode "meeuwen" op het strand eens wat beter te bekijken en niet direkt door te lopen omdat men denkt een Zilvermeeuw te zien liggen. Met wat geluk blijkt het een Noordse Stormvogel te zijn. Ruik dan ook eens aan de veren van de vogel. Noordse Stormvogels hebben een typische 'traanlucht'. Zelfs vogels die opgezet zijn en al twintig jaar lang in een museum staan verspreiden nog steeds deze tranige geur.
Tijdens de vogeltrek rusten er vaak sterns op het strand, zoals Grote sterns, Visdief, Noordse stern en soms de Dwergstern. In de trektijd komen ook groepen Wulpen, Bonte strandlopers en Rosse grutto's fourageren langs de waterkant. Rosse grutto's zie je dan in alle denkbare verenkleden tussen het bruinrode zomerkleed en het lichtgrijze winterkleed. Het lijkt dan of er verschillende vogelsoorten in zo'n groep rosse grutto's zitten.
Het meest opvallende strandlopertje is de Drieteen strandloper. Drieteentjes lopen altijd druk net op de grens van droog en nat op zoek naar voedsel. Ze zijn gemakkelijk herkenbaar aan de voorovergebogen houding en de donkere schoudervlek. Ook kraaien schuimen het strand af op zoek naar voedsel, vooral vroeg in de ochtend. In de winter op het hoger gelegen gedeelte ook bonte kraaien.
In de winter komen daar ook groepen sneeuwgorzen. Vooral als er iets begroeiing is. als broedplaats is het strand niet in trek bij de meeste vogels; op een enkele scholekster na.
De echte strandbroeders, en dan vooral op schelpenstranden, zijn bijvoorbeeld de Noordse stern, Dwergstern en Bontbekplevier. Op Ameland broedt de Noordse stern en de Bontbekplevier wel op de Kwelders. Dwergsterntjes zijn inmiddels erg zeldzaam in het hele waddengeboed en ze broeden niet meer op Ameland.
De vogelliefhebber kan op het strand vele tientallen soorten leren kennen in al hun verschillende verenkleden. In ieder jaargetijde weer andere soorten.

De vogels op Ameland
Van de ijskappen op de polen, tot in de vochtige oerwouden aan de evenaar, leven miljarden vogels. De vogelbevolking is, zowel plaatselijk als in het wereidverband bekeken, in nauwelijks merkbare, maar toch onmiskenbare beweging.

De ene winter zijn er van bepaalde soorten erg veel aanwezig, terwijl in een volgend jaar de populatie, die lang stabiel is geweest, langzaam afneemt. Ook is er ineens een onbekende vogel, die de vogelliefhebber nog nooit gezien heeft en hem gehaast naar zijn kijker en zijn boeken doet grijpen.
Dat is nu datgene, wat het eiland voor een vogelliefhebber zo ongelooflijk aantrekkelijk maakt. De oorzaak van de vele soorten en aantallen vogels op de Waddeneilanden, wordt vooral bepaald door de vele soorten biotopen, waaronder het Wad, de weilanden, strand en duin, bos en heide, zout of zoet water, die op Ameland vlak naast en tegen elkaar aanliggen. Vooral tijdens het voorjaar wemelt het op het eiland van de vogels, die zich, voor het aankweken van een extra vetvoorraad, tegoed doen aan de enorme voedselvoorraden op de wadbodem en in in de duinen.
Tijdens hoog water treft men de vogels bij duizenden aan op de net niet onder water staande kwelders. De wandelaar kan ze dan heel mooi vanaf de dijk bekijken, waarbij het wel zaak is de boel niet te verontrusten. Bij duizenden rusten de wulpen, plevieren, scholeksters en andere soorten uit van de vermoeienissen van het voedsel zoeken.

Ontstaan van de wadden eilanden:
Het ontstaan van de waddeneilanden
Over het ontstaan van de waddeneilanden voor de kust van noord Nederland bestaan vele theorieen maar in feite is er door onvoldoende onderzoek vooral wat betreft de geologie nog maar weinig met zekerheid bekend. Een algemeen aanvaarde theorie over het ontstaan van de eilanden komt in grote trekken op het volgende neer. In de Noordzee bevonden zich na de periode van de ijstijd het Pleistoceen grote zandmassa die daar in de ijstijd door de rivieren uit het zuiden en door het ijs uit het noorden waren heengestuwd de golfen en stroming brachten dit zand weer in de van de kust ,waar ongeveer 5000 jaar geleden zandbanken ontstonden ,die gescheiden waren door diepe geulen vormden een restanten van rivieren of inhammen uit het veengebied dat achter de zandplaten was ontstaan en van de hogere zandgronden van Drente en Z.O. Friesland.
Door deze banken en het ondieper worden van de zee ontstond er een branding, waardoor nog meer zandruggen en platen werden gevormd. De zeespiegelstijging, die het gevolg is van het afsmelten van het landijs, dat in de ijstijd gevormd was, werd in die tijd vertraagd. Toen kregen de brandingsruggen voor het eerst de kans om zo hoog te worden, dat ze bij laag water droog kwamen te liggen.
De golven en de stroming brachten steeds weer nieuw zand naar deze ruggen en bij laag water wanneer het zand droog werd, kreeg de wind vat op dit zand en ontstonden lage duintjes.
De rug kon daardoor zoveel hoger worden, dat grote duinen ook bij hoog water niet meer onder water kwamen te staan. Er ontstond zo een strandwal van zand, aangevoerd door golven en opgeblazen door de wind.
Nog een derde element speelde bij het ontstaan van de duinen een grote rol, namelijk de plantengroei achter de strandwallen ontstond een veengebied, dat in het Holoceen werd vernietigd en veranderde in een zee, de Waddenzee. Op deze strandwallen ging al spoedig zoutminnende planten groeien, zoals bijvoorbeeld Biestarwegras, dat met zijn lange wortels het zand ophoopte. Zo ontstond een oerduintje, waarbij het Biestarwergras werd overstoven, maar door dit zand heen kon groeien, om zijn funktie weer te hervatten. Toen de duintjes zo hoog werden, dat het zeewater de wortels van de planten niet meer kon bereiken en het zoete regenwater het zout tussen de zandkorreltjes wegspoede, werden deze zout minnende planten vervangen door andere, zoals Helmgras, dat zich in stuivend zand goed weet aan te passen. De duinen op een hoger gelegen plaat groeiden ook zijdelings aan elkaar en zo ontstonden er duinkomplexen, die we ook nu nog op eilanden aantreffen, hoewel de mens de natuur een handje pleegt te helpen. Deze hoge duinkomplexen ontstonden in de Middeleeuwen .
Achter de duinen werd fijn zand en slib afgezet die samen met enig veen de bewoonbare en voor de landbouw bruikbare gronden en de kwelders van de waddeneilanden vormen. Maar niet alleen werd het zand en slib uit de Noordzee op en achter de hoge platen, waar eilanden ontstonden, tot bezinken gebracht, maar werd en wordt door aanvoer van dit materiaal ook de bodem van de Waddenzee verhoogd. Er wordt zelfs zoveel zand en slib in de Waddenzee afgezet dat dit gebied de zeespiegelstijging en de bodem daling bijhoudt.

Wild op Ameland
Konijnen zijn er op Ameland al sinds mensenheugenis geweest. Vroeger betekende de konijnenjacht op Ameland een bron van inkomsten voor de heer van Ameland. Tegenwoordig moeten ze ter voorkoming van al te veel schade, met het jachtgeweer bestreden worden. Wie kent ze niet. Het zijn net speelgoeddieren, maar dan wel levend en watervlug.

Dit is ook wel nodig, want snelheid is zijn enige verdedigingsmiddel om te ontkomen aan de tanden van de verwilderde katten of aan de klauwen van de jagende kiekendief. Ze leven onder de grond in holen met een aantal uitgangen. Gemiddeld krijgt het konijn vijf keer per jaar jongen en een vrouwtjeskonijn kan bij gunstige omstandigheden voor een zestigtal nakomelingen zorgen. Hierin geholpen door haar eerste twee worpen, die meestal al hetzelfde jaar ook nog jongen krijgen. Er bezwijken per jaar heel wat aan de myxomatose dit is een besmettelijke konijnenziekte Op Ameland komen ook veel hazen voor, echter pas sinds 1948. Ze zijn veel groter dan konijnen; hebben langere oren en lopen anders. Jonge hazen, worden in de openlucht geboren en hebben bij de geboorte al een donzige vacht, die ze tegen de kou beschermt, dit in tegenstelling met jonge konijnen, die vrijwel zonder haar geboren worden.
Het eerste ree op Ameland werd gesignaleerd in de periode 1940 en 1945. Er was nog nooit een ree gezien en de verbazing was dan ook groot. Niemand had hem meegenomen, dus moest het dier wel lopend en zwemmend over het Wad gekomen zijn. De tweede werd wel geÔmporteerd en gezamelijk hebben ze zorggedragen voor de huidige reewildpopulatie op Ameland van Ī 1 00 stuks.
Van de hoenderachtigen komen op Ameland de fazanten en de patrijzen voor. Vooral de fazant, voelt zich op Ameland goed thuis en het meest worden ze in de dichte dekking van de duinen aangetroffen. De hennen leggen 8 tot 10 eieren en de meeste kuikens komen eind mei begin juni ter wereld. De fazantenstand wordt voornamelijk bepaald door het weer. Is het gedurende de eerste weken van juni koud en nat, dan gaan veel kuikens dood. De patrijzen komen voornamelijk in de polder voor, waar ze leven van onkruidzaad- Het zijn gezellige levende vogels, die veelal paarsgewijs of tot ťťn grote familie verenigd leven.
Ook duiven en eenden komen op het eiland erg veel en vooral de eenden in verschillende soorten voor. Op Ameland broeden de houtduif, holenduif, de wilde eend, slobeend, zomer- en wintertaling, kuifeend en sporadisch de pijlstaart.
Zonder overdrijving, mede dankzij een goed jachtbeheer, wordt Ameland ťťn van de dichtstbezette kleinwildgebieden van Nederland genoemd.
vegetatie op Ameland

Planten en bloemen
Voor de liefhebber is er op Ameland, op het gebied van de flora veel te zien en te ontdekken.
De vele biotopen, waaronder het Wad, de kwelders, weiland, sloot en plas, het oude en het jonge duin de natte duinvalleien, bos en heide, zijn hier borg voor.

Op het strand en bij het jonge buitenduin begint het met kleine planten, zoals zeeraket en loogkruid. Dit alles in een barre omgeving, waar in de zomer, de dag- en nachttemperaturen van het zand enkele tientallen graden verschillen.
Naast deze zoutminnende op vetplanten gelijkende vegetatie, vinden we ook al enkele grassoorten. Direkt achter het jonge duin zien we de kleine teunisbloem met zijn gele bloemen en de erg mooie blauwe zeedistel, geen composiet, maar een schermbloemige, die gelukkig met een dertigtal andere bloemen- en plantensoorten door de wet beschermd worden.
Helaas wordt deze stekelige bloem door velen geplukt, maar het is veel beter om er een foto of dia van te maken. Op deze manier blijft hij voor uw eigen herinnering op zijn mooist bewaard en tevens helpt u dan mee om de natuur te behouden en te beschermen.
Achter de jonge duinen, in de binnenduinen is een heel andere vegetatie te vinden, waaronder ogentroost, gedoornd stalkruid en dergelijke, overgaand in houtige vegetaties met een opslag van duindoorn. Een tweehuizige struik, waarvan de vrouwelijke exemplaren zich in de herfst tooien met felle oranjerode bessen, die eetbaar zijn en vol zitten met vitamine C. In de kalkrijke duinen, dicht bij zee groeit zij uit tot sterke ondoordringbare wildernissen. Zij kan zich daar lang handhaven, maar in de kalkarme duinen sterft ze uiteindelijk af en op den duur wordt haar plaats ingenomen door kraaiheide, dat zich vaak tot hoog in de dode struiken opwerkt. Tussen de verschillende duinpartijen liggen de, voor de plantenwereld zo belangrijke vochtige duinvalleien met zijn wonderschone parnassia, strandduizendguldenkruid, klokjesgentiaan, lepeltjesheide, cranberry, wolfsklauw, pirola en dergelijke.
Tevens zijn deze vochtige en in de winter vaak erg natte duinvalleien, ware lustoorden voor orchideeŽnOrchideeŽn, een bloem met een grote aantrekkingskracht op de mens, maar verkijk u er niet op. Het zijn kleine uitvoeringen van de bloemen uit de bloemwinkel, maar net zo mooi. Pluk ze niet, want binnen een minuut zijn ze verdord en het is nog verboden ook. Geniet op uw knieŽn van de wonderschone bloemetjes en wilt u ze bewaren, het kan niet vaak genoeg gezegd worden, maak er dan een plaatje van.
Ook de berm- en slootbegroeiing op het eiland is een opvallende vegetatie. Mede dankzij het feit, dat de bermen en sloten op Ameland niet doodgespoten worden maar gemaaid. Hierdoor ontstaat een rijk struweel van grassen, kruiden en bloemen waaronder de dotterbloemen, gele lis, zwanebloemen en de wateraardbei een opvallende plaats innemen. Zelfs vindt men hier en daar wel een verdwaalde orchidee. Hoewel kaal, zijn toch ook de bossen interessant genoeg om er eens rond te neuzen.
We vinden er o.a. de kamperfoelie, lijsterbes, keverorchis, diverse varensoorten, gaspeldloorn en een hoop bomen, waaronder het op een erg hete dag aangenaam vertoeven is.
Dwaal maar eens langs de kwelders en over de uitgestrekte zandplaten en voor de opmerkelijke wandelaar is daar erg veel moois te ontdekken.

Weer op Ameland!!!
Er zijn nogal wat verschillen tussen het weer op de waddeneilanden en het weer op het vaste land. Deze verschillen worden veroozaakt door de invloed van de zee. In grote lijnen zijn de winters wat zachter (de zee is dan relatief warm), het voorjaar wat frisser en later (de zee is dan relatief kouder), wat ook geldt voor de zomer die wat koeler uitvalt.

De herfst daarentegen (de zee is dan relatief warmer) is aangenamer en heeft dan het karakter van een 'Indian summer'. Het aantal uren zon op de eilanden is bijna twee keer groter.
Frisser is het voornamelijk door de permanente aanwezigheid van wind. In het voorjaar en in de voorzomer is het ook droger dan aan het vaste land.
Het typische eilandgebonden weertype ontstaat voornamelijk door het verschil in diepte tussen de Wadden- en Noordzee. In het voorjaar warmt de Noordzee langzamer op dan de waddenzee. De Waddenzee valt twee maal per dag voor een deel droog. In achtergebleven ondiepe plassen kan de temperatuur dan flink oplopen. In het najaar en de winter gebeurt precies het omgekeerde, de Waddenzee koelt dan sneller af. Het temperatuurverschil tussen de beide zeeŽn zorgt soms voor wind, soms voor mist en soms voor wel of juist geen bewolking.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

8863

reacties

vet koel!
door Harie (reageren) op 24 mei 2002 om 14:21

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer