Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Moeite met het kiezen van je PWS-onderwerp? Logisch. Klik hier om een goed onderwerp te kiezen. 

Keisersthermen Trier

Latijn

Werkstuk

6.5 / 10
2e klas vwo
  • anoniem
  • Nederlands
  • 1600 woorden
  • 12021 keer
    25 deze maand
  • 17 februari 2004
Inleiding
Thermen in Trier
Geschiedenis van de thermen
De Keizersthermen van buitenaf
Een rondleiding door de thermen
Eigen mening
Bronnen

Inleiding

In de geschiedenisles werd ons verteld dat we een werkstuk moesten maken over een monument te Trier (Duitsland).
Twee van deze monumenten spraken ons aan, deze twee waren het amfitheater en de thermen. Het amfitheater had eigenlijk onze voorkeur, maar jammer genoeg vonden andere kinderen dit ook en dus moesten wij ons tevreden stellen met de thermen. Nadat we (veel) informatie hadden gezocht bleek dat wij dit onderwerp toch zeer leuk vonden.
Het belangrijkste dat wij wilden onderzoeken was hoe de thermen er vroeger uit hebben gezien.
Toch hadden we nog andere vragen (de deelvragen) waarop wij antwoord wilden hebben. Bijvoorbeeld:
- Welke ruimtes waren er in de thermen?
- Tot welke soort behoorde de Keizerthermen in Trier?
- Waarom waren er thermen in het algemeen?

Eind april zijn we begonnen met het zoeken van informatie in het thermen museum in Heerlen. Daar vonden we een paar goede, Nederlandse maar ook Duitstalige, boeken. Met de informatie die we hier uit konden halen zijn we aan de gang gegaan.
Toen het werkstuk voor een groot deel af was zijn we begonnen met de creatieve opdracht, in ons geval een maquette van de Keizerthermen.
Toen de maquette af was hebben we het werkstuk afgerond met hulp van het logboek.

Thermen in Trier

In Trier heb je meerdere thermencomplexen. Over de twee belangrijkste thermencomplexen gaan we het hebben:

I. De Barbara - thermen:
Rond 150 n. Chr. bouwden de Romeinen in het stadsdeel St. Barbara het derde in grootte badpaleis van het antieke wereldrijk.
Gedurende meerdere eeuwen werden de complexen (verschillende baden, overdekt zwembad, saunabaden, omkleed- en wasruimten enz.) gebruikt. Het areaal had een afmeting van ongeveer 172 x 240 m en de gebouwen waren zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant zeer kostbaar ingericht. Hier ontmoette men elkaar niet alleen voor de lichaamsverzorging, het badpaleis was ook een maatschappelijk centrum. Aangezien de Barbara - thermen later bouwvallig werden en daarna dienst deden als steengroeve, zijn alleen nog fundamenten, keldergangen en de resten van het opmerkelijke vloerverwarmingssysteem (hypocaustum) behouden gebleven en gedeeltelijk opgegraven. Van de voormalige pracht getuigen echter vondsten, zoals de kostbare marmeren torso van een Amazone en een Romeins duplicaat van het Griekse origineel van de Phidias (regionaal museum).

II. De Keizerlijke - thermen:
Het jongste thermencomplex van Trier ontstond onder keizer Konstantijn in de eerste helft van de vierde eeuw. Dit werd echter nooit gebruikt voor het eigenlijke doel. Toen Konstantijn Trier verliet, bevond het royale symmetrische badpaleis zich waarschijnlijk nog in de ruwbouwfase. Zijn opvolgers veranderden het complex helemaal. Met een afmeting van 250 bij 145 m hoort ook dit complex tot de grootste badhuizen van de antieke oudheid. In de middeleeuwen deden de gebouwen dienst als hoekbastion van de stadsmuur. Tot de 19e eeuw werd een venster van het caldarium als stadspoort gebruikt. Meerdere opgravingen legden het gehele - tegenwoordig weer overzichtelijke - areaal bloot. Sanerings- en reconstructiewerkzaamheden werden uitgevoerd. Bezienswaardig zijn enkele ruimten, brandplaatsen voor de verwarming (prefurnia) en vooral het gecompliceerde onderaardse gangen- en leidingsysteem, dat gedeeltelijk over elkaar ligt.

Geschiedenis van de thermen

In de Keizerlijke tijd ging de Romein bijna dagelijks naar een badhuis. Vanaf keizer Augustus steeg het aantal baden in het gehele rijk enorm; in Rome steeg het aantal badhuizen van 170 tot bijna 900. De badhuizen zelf ontwikkelden zich van relatief bescheiden bouwwerken tot schitterende en luxueuze complexen met soms enorme afmetingen.
In het badhuis van die tijd waren de nieuwste ontwikkelingen, zoals op gebied van architectuur, samengevoegd.
Het aantal functies van de baden breidde zich ook uit. Ging het vroeger om de lichaamsreiniging, nu voegden er zich ook belangrijke sociale en culturele functies bij. In de baden was gelegenheid tot sport en spel; de grotere complexen hadden speciale zalen waar vergaderingen, redes en voordrachten konden worden gehouden, er werd onderwijs gegeven, soms waren bibliotheken aangesloten, kunsttentoonstellingen waren te bezichtigen en er was altijd wel een hapje te eten. Badhuizen worden ook wel aangeduid als thermen en balnea.

In de oudheid werden de twee benamingen door elkaar gebruikt en was het verschil niet altijd even duidelijk, maar over het algemeen waren de balnea de wat kleinere, commerciële badhuizen. De balnea publicae stonden open voor het publiek, er waren ook baden enkel toegankelijk voor een bepaalde groep of klasse, een soort club eigenlijk. Balnea konden worden beheerd door een particuliere of een corporatie, een stadsvereniging. Vaak ook waren de balnea publiek in die zin dat ze werden aangeboden door de keizer of een andere hooggeplaatst persoon. Balnea konden worden verhuurd aan een pachter. Aan de top van de organisatie binnen een stad stond de badmeester. Naarmate het badhuis groter werd had de badmeester ook meer personeel onder zich. Was het bad klein dan moest de badmeester zelf verschillende taken op zich nemen.
Het werd de gewoonte om in de loop van de tijd de trotse creaties van de keizertijd, thermen te noemen. Het ging vaak om publieke instellingen vol pracht en praal, niet beperkt door budget of ruimte.

De Keizersthermen van buitenaf


De Keizersthermen hadden een afmeting van 250 bij 145 meter. Rond die thermen lag een muur die als hoekbastion van de stadsmuur diende. In ´t midden van de thermen lag een groot sportveld, het zogenaamde palaestra.

Daar omheen lag een zuilengang. Onder de ruimtes lag een speciaal verwarmingsysteem dat de muren en vloeren verwarmde. Dit verwarmingsysteem noemde men “hypocaustum”.

Een rondleiding door de thermen

Kleedruimte

Via een zuilengang kwam de bezoeker in het apodyteruim, de kleedruimte, daar kon men zich uitkleden. Aangezien iemands spullen in een badhuis niet veiliger waren voor dieven dan tegenwoordig in een sporthal of zwembad liet men zijn slaven op de kleren passen of men gaf ze, tegen een vergoeding, in bewaring bij de slaaf die de garderobe bewaakte, de capsarius.

Het schijnt dat deze ´bewakingsdienst´ een van het badbedrijf volledig onafhankelijke industrie kon zijn. Veel bij badhuizen gevonden inscripties waarschuwden tegen diefstal. De uitrusting van de badbezoeker bestond onder andere uit de krabber, het badpannetje en flesjes voor de olie; dit kon allemaal aan een ring worden gehangen.
Dan waren er nog kammen, pincetten en linnen doeken nodig.
In het bad zelf droeg men een soort houten slippers, om niet uit te glijden op de met olie besmeurde vloer en wellicht om de voeten tegen hitte te beschermen.
Speciale badkleding was niet nodig, er werd naakt gebaad en een eventueel apricatio (zonnebad) nam men ook naakt. Ook voor sporten was speciale kleding niet noodzakelijk, al kon men wel wat aantrekken om geen kou te vatten.

Koudwaterbad

De badbezoeker verliet nu de kleedruimte en ging naar het sportveld, de palaestra, om iets aan atletiek te doen of zich door middel van oefeningen of een balspel wat op te warmen. Daarna stapte hij het frigidarium binnen, het koudwatervertrek met aan weerskanten een piscina (koudwaterbassin), bestemd voor het koude dompelbad. De volgende ruimte, het tepidarium (een lauwwarm en droog vertrek) kreeg zijn warmte van een centrale verwarming, het hypocaustum.

Verwarmingssysteem

Dit systeem (hypocaustum) berustte op vloer- en wandverwarming waarbij warme lucht vanuit het praefurnium (stookplaats) onder de vloer verspreid werd. De vloer rustte op hoge pijlertjes, die goed bewaard zijn gebleven. De muurverwarming kwam tot stand via tubuli (buizen) die de warme lucht in de wand verspreidden.
Lauw warme zaal

Het tepidarium, de lauw warme zaal, was een soort station tussen het frigidarium en het caldarium. Terwijl in vroegere tijden een gematigde temperatuur de gewoonte was in de baden, had men in de keizertijd een voorliefde voor hoge warme- en koude temperaturen. Het tepidarium, ook wel cella media genoemd, was bedoeld om het grote temperatuursverschil wat af te zwakken. Het was tevens de ruimte waar men zich kon laten masseren, aangezien daar geen apart vertrek voor was.

Warmwaterbad

Na te zijn ingeolied ging men het caldarium (warmwaterbad) binnen. Deze ruimte lag het dichtste bij de stookplaats (daar warmde ketels het water voor de baden op) en had zodoende een temperatuur van ongeveer 35 graden.
Er bevond zich een alveus (warmwaterbassin) en een labrum (rond, vlak waterbekken) dat gevuld was met koud water voor het begieten van het lichaam. (Het labrum is grotendeels teruggevonden.)

Zweetruimte

Het ronde vertrek (sudatorium), ten westen van het tepidarium had een eigen stookplaats want de bezoeker moest flink kunnen zweten in deze ruimte.
(Volgens Seneca ‘similis incendio’, gelijk een vuur). Deze ruimte is te vergelijken met onze sauna, al lagen de temperaturen rond de 50°. In het midden van dit vertrek stond waarschijnlijk een haard waarop stenen verwarmd werden die als straallichamen werkten.
De warmte van de haard werd gelijkmatig teruggekaatst door de ronde constructie van de ruimte. Volgens de beschrijving van Vitruvius (Romeinse architect uit de 2de helft 1 eeuw v. Chr.) moest het sudatorium een koepelvormig dak hebben met een opening die door een bronzen klep afgesloten kon worden. De bezoeker kon op die manier de temperatuur enigszins regelen. Nu kon het tepidarium weer bezocht worden en vervolgens het frigidarium of de natatio (buitenzwembad).


De betekenis van de thermen


De betekenis van de thermen voor het antieke dagelijkse leven was groot, niet alleen wat betreft de lichaamsverzorging. De sociale en culturele aspecten waren minstens zo belangrijk. Er was klaarblijkelijk behoefte aan dergelijke instellingen, gezien de groei van het aantal en de omvang van de badhuizen. Dit aspect van de Romeinse samenleving verspreidde zich door het hele keizerrijk en de thermen te Trier hebben hun rol gespeeld in de badbeschaving van de Romeinen.

Rijentype

De thermen te Trier behoorden tot het rijentype, dat wil zeggen dat alle vertrekken achter elkaar lagen en om de achterste ruimte te bereiken moest de bezoeker alle vertrekken doorlopen en dezelfde weg terug om de uitgang te bereiken. Het type suggereert zodoende een bepaalde volgorde maar het stond de bezoeker vrij te doen en laten wat hij wilde; de geschetste ronde was de meest gebruikelijke. Verder bezocht men de latrines (toiletten) natuurlijk alleen als het nodig was.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1906

reacties

handig
door anna hagen (reageren) op 7 juni 2012 om 16:37

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer