ADVERTENTIE
Raad jij de studie?

Waarschijnlijk heb je al wat studies op het oog. Maar heb je echt alle studies overwogen? Grote kans dat je wat toffe opleidingen over het hoofd ziet. In deze video gaan Lauren, Lin & Marit raden welke studie wij zoeken! Misschien is dit ook wel wat voor jou?


Meer info

Feitelijke gegevens

  • 17e druk, 2001
  • 201 pagina's
  • Uitgeverij: Prometheus

Flaptekst

Een meisje en haar zusje proberen de wereld te bekijken door de ogen van hun ouders. Dat is moeilijk, want die wereld is ingewikkeld en vaak onbegrijpelijk. Als de kleermakerij van hun vader failliet gaat, verhuist het gezin naar een andere buurt. Volgens hun moeder wonen ze hier ver beneden hun stand, en de meisjes mogen zich daarom met niemand bemoeien. De relatie tussen de ouders - die toch al niet goed was - verslechtert verder tot de ruzies en het isolement ten slotte bijna te veel worden voor beide zusjes.

Eerste zin

'Jullie weten niet wat oorlog is', zei mijn moeder. Jullie hebben geen idee hoe het is om niet vrij te zijn. In eigen land nog wel. Dat kunnen jullie ook niet weten. Jullie hebben de oorlog niet meegemaakt. Je vader en ik wel. Wij zijn zelfs in de oorlog getrouwd. Moet je je voorstellen, midden tussen de Duitsers. We hadden gewoon niks te vertellen.

Samenvatting

'Moederkruid' gaat over de jeugd van de verteller en hoofdpersoon. Haar vader heeft een naaiatelier, gaat failliet en het gezin - verder bestaand uit moeder, de verteller die een jaar of zes is en haar twee jaar oudere zusje Elsje - moet verhuizen van een mooie flat in Amsterdam-Zuid naar een armoedige etagewoning in Amsterdam-West.

Vader doet alsof er niets aan de hand is en koopt zelfs een grote Amerikaanse auto. Moeder vindt het allemaal verschrikkelijk en kijkt op de buurtgenoten neer. Waar de moeder haar ideeën vandaan haalt, is een raadsel want haar eigen ouders zijn ook niet van hoge komaf. Zij heeft het huwelijk tussen haar dochter en de eigenaar van het naaiatelier waar haar dochter werkte, gearrangeerd. Dat zijn eerste huwelijk hiervoor moest sneuvelen, boeide haar niet.

De moeder klaagt de hele dag tegen haar dochters: over haar man die nooit thuis is, over de financiële situatie en over de armoedige buurt. Ze wil niet dat haar kinderen contact hebben met kinderen uit de straat maar als de situatie aanhoudt, kan ze niet voorkomen dat de ik-persoon vriendschap sluit met het bovenbuurmeisje Ada. Vader is lief tegen zijn dochters als hij thuiskomt, maar hij behandelt de verteller als een jongen omdat hij liever zoons had gehad en zijn gedrag tegenover Elsje is ook bijzonder te noemen.

Op een gegeven moment mag de ik-persoon met haar zus mee met Ada naar de zondagsschool. De juf daar is erg aardig tegen haar, net als Ada’s moeder. Een andere vriendelijk vrouw in het boek is juf Steenman op de school van de verteller maar zij wordt ziek en sterft. Moeder heeft een ernstige vorm van smetvrees waarmee ze haar dochters terroriseert. Ze ziet overal dreigingen van onhygiënische situaties en ziektes.

Dan gaat vader voor de tweede keer failliet en hij verhuist zijn atelier naar de slaapkamer, waardoor moeder nergens meer rust kan vinden. Ook betrapt ze haar man op vreemdgaan en ze wil van hem scheiden. De vader van de verteller vertelt dit aan haar, maar uiteindelijk blijft hij toch en wordt alleen het atelier naar een kelder aan de overkant verhuist. Het vreemdgaan houdt daar waarschijnlijk aan.

Als de ik-verteller negen jaar oud is, wordt haar moeder echt gek. Het leven van de zusjes wordt beheerst door haar psychose omdat hun moeder niets meer doet, ze voor haar moeten zorgen en zich zorgen om haar maken. De moeder doet zelfs een zelfmoordpoging en lijkt daar trots op te zijn als ze weer thuiskomt. Ze heeft van haar psychiater nu namelijk een urgentieverklaring gekregen zodat ze naar een andere woning kunnen verhuizen. (gebaseerd op Heerze en Gerritsma 2002)

 

Personages

ik-verteller

Het karakter van de ik-verteller wordt minder duidelijk dan dat van haar ouders. De verteller probeert zich vooral staande te houden tussen haar ouders en haar leven staat in het teken van angst en onzekerheid. Ze probeert te letten op haar moeders beren op de weg en dat geeft haar weinig zelfvertrouwen. Dat krijgt ze ook niet van haar vader, die liever had gehad dat ze een jongen was geweest. Ze weet hoe ze zich moet gedragen om zijn waardering te krijgen, bijvoorbeeld door te lachen om zijn grappen als zijn personeel erbij is. Ze wil het ook goed doen voor haar moeder, bijvoorbeeld door een zo laag mogelijk nummertje te halen voor de psychiater te halen, maar wat ze ook doet, haar moeder ziet haar niet. Ze houdt van lezen. Er zijn drie vrouwen in haar leven die haar wel liefde en warmte geven: juffrouw Steenman op school die ook ziet hoe haar moeder is maar zij sterft, de juf van de zondagsschool die haar bezoekt als ze ziek is en zegt dat God voor haar zorgt maar ook zij verdwijnt uit haar leven en Ada's moeder die ook snapt wat een kenau haar eigen moeder is en haar af en toe naar boven haalt. Ze heeft wel vriendinnetjes maar vooral in de buurt zijn de vriendschappen niet onvoorwaardelijk.

moeder

De moeder heeft golvend blond haar en grote borsten en om die reden heeft haar man zijn eerste vrouw voor haar in de steek gelaten. Deze man vond ze niet aantrekkelijk maar hij leek een goede vangst omdat hij eigenaar was van een naaiatelier. Haar eigen moeder heeft haar gekoppeld en lijkt ook onder een hoedje met haar man te spelen dus op haar steun hoeft ze niet te rekenen. Haar eigen moeder heeft zich ook door haar man laten aborteren, dus ik kan me voorstellen dat er wat van de kil- en koelheid bij haar vandaan komt. De moeder heeft smetvrees, is neurotisch en jaloers. Ze kijkt op anderen neer en is wantrouwend waardoor ze haar dochters niet met de buurtkinderen laat spelen en ze ook naar een school in een andere buurt moeten. Ze is heel kwetsbaar (ze heeft een gevoelige huid, kan niet tegen margarine en zo voort) en altijd ziek of onderweg. Uiteindelijk draait ze door vanwege het gedrag van haar man, doet een zelfmoordpoging en wordt opgenomen. Zelf zegt ze ziek geworden te zijn door de buurt.

vader

De vader is opgegroeid in een weeshuis. Hij heeft zijn eerste vrouw verlaten voor de moeder van de verteller en maakt een onbetrouwbare indruk. Moeder betrapt hem met een van de naaisters, ze vermoedt dat hij een verhouding heeft met het onderbuurmeisje en zijn gedrag m.b.t. Elsje is ook bijzonder. Hij vertelt zijn vrouw ook niet dat het slecht gaat met zijn eigen zaak en overvalt haar met de verhuizing van zijn atelier. De verteller waardeert hem wel ondanks zijn egoisme omdat hij vriendelijk en vrolijk is. Hij probeert een beetje de grote jongen uit te hangen in de buurt, bijvoorbeeld door de aanschaf van de Amerikaanse auto.

Elsje

De verteller trekt naar haar moeder en Elsje trekt naar haar vader. Hij neemt haar vaak mee uit rijden, waarna ze thuis komt met buikpijn, en hij gaat in bed dicht tegen haar aan liggen. Elsje leert graag en goed en wil hoge cijfers halen, hierdoor ervaart ze vaak stress. Ze weet niet hoe zich te gedragen bij het personeel van haar vader, waardoor haar vader haar ervan beschuldigt op gewone mensen neer te kijken. Hij pronkt wel met haar en geeft haar ook een piano.

Quotes

"Ada noemde de vrouw van de zondagsschool juf, maar mama had gezegd dat het daar geen juffen waren. Juffen en meesters worden voor hun werk betaald. En deze mensen krijgen er niks voor. Ze staan daar eigenlijk een beetje voor de flauwekul. Maar ze mogen nog blij zijn, want op die manier is hun zondag wel gevuld. 'Zulke mensen leven alleen voor het geloof', zei ze. 'Verder hebben ze niks in hun leven. helemaal niks. Door de zondagsschool komen ze toch nog met kinderen in aanraking. Zelf hebben ze geen kinderen.'"

Bladzijde 47

"'Denk erom', waarschuwde mama, 'je gaat daar niet op de wc-bril zitten. Als er iets gevaarlijks is, is het de wc-bril wel. Het wemelt er van de bacterien. En die liggen dan allemaal op de loer. Ze wachten tot je gaat zitten en dan slaan ze toe. Dan kruipen ze bij je naar binnen. Je kunt er de ergste ziektes van krijgen, en daar is geen enkel medicijn tegen bestand. Je spieren kunnen ervan verlammen en dan kom je in een rolstoel terecht, net als die jongen in de straat.'"

Bladzijde 51

"Omdat mama 's morgens zo veel tijd nodig had, kon ze geen brood voor ons maken, alleen voor zichzelf. Maar dat gaf niet, Elsje at gelijk met papa en ik at meestal aan het aanrecht een broodje. Voordat mama ging eten, haalde ze eerst de roomboter uit de kast. Wij mochten geen roomboter op ons brood smeren, daar was het veel te duur voor. Papa at ook margarine, maar dat was te vet voor mama. Ze had weleens een galaanval gehad. Oma bakte bijna elke week een cake voor ons en dan vroeg mama meteen of ze wel roomboter had gebruikt. Oma zei altijd ja en dan gaf ze papa een knipoog. Toch werd mama niet ziek van oma's margarinecake. Papa zei dat dat kwam omdat ze het niet wist. En dat wij het nooit mochten vertellen."

Bladzijde 80-81

"Maar mama schaamde zich helemaal niet. Toen ze thuiskwam, hield ze haar armen naar voren zodat we haar polsen goed konden zien. Ze zaten nog in het verband. Ik wilde er liever niet naar kijken en Els ook niet. We wilden net doen of het niet was gebeurd. Maar mama begon in geuren en kleuren te vertellen hoe het was gegaan. ... 'Dit doe je niet zomaar', zei mama. Als je zoiets doet, ben je er heel erg aan toe.' "

Bladzijde 199-200

Thematiek

Moeder-dochterrelatie
Het karakter en gedrag van de moeder zorgen thuis voor een onveilige situatie. Het leven van de hoofdpersoon wordt volledig beheerst door de angst om iets verkeerds te doen, vooral in de ogen van de moeder maar ook in de ogen van anderen zoals haar juf of haar buurtgenootjes. Ze is nooit zorgeloos. Deze angst wordt versterkt door de wens van haar vader dat ze een jongetje is.

Motieven

Seksualiteit
Het gaat in het boek gelukkig niet alleen over het vreemdgaan van de vader, ook bij de verteller is er sprake van ontluikende seksualiteit. Zij wordt verliefd op het buurtgenootje Kitty dat in de fietsenstalling werkt. Helaas begrijpt ze Kitty's gedrag verkeerd en als ze haar wil zoenen, wordt Kitty boos en ze zet haar uit de fietsenstalling. Ze mag er niet meer werken, Kitty wil niets meer met haar te maken hebben en ook de andere buurtgenootjes vertrouwen haar niet meer.

Overspel
Het leven van de vader wordt beheerst door over- en/of dubbelspel. Ook al lezen we dit door de ogen van de verteller die hierin sterk beinvloed wordt door de ziekelijk jaloerse moeder, toch kunnen we wel aannemen dat het waar is. Hij gaat vreemd met de moeder van de verteller. Vervolgens sluit hij een soort pact met haar moeder en als hij bijvoorbeeld duidelijk het zeil heel lelijk gelegd heeft, zegt de oma van de verteller dat het er prachtig uitziet. De moeder vermoedt dat hij vreemdgaat met zijn personeel en wordt hierin bevestigd als het atelier naar de slaapkamer verhuist wordt en zij hem daadwerkelijk betrapt. Dat hij voor de tweede keer failliet gegaan is, heeft hij ook al voor haar verborgen gehouden. Er staat zomaar een deurwaarder voor de deur. Het vreemdgaan stopt daarna waarschijnlijk niet en hierdoor misdraagt de moeder zich tegenover de onderburen en sluit ze zich op in huis. De laatste vorm van over- of dubbelspel is wat de vader met Elsje doet.

Standsverschil
De moeder van de verteller kijkt niet alleen neer op de buurt maar op iedereen. De mensen in de buurt zijn arm en vies en haar dochters mogen er geen vrienden maken. Als ze dat wel doen, mogen ze niet bij die vrienden thuis komen want dan worden ze ziek. Ze koopt niets in de buurt want de spullen zijn van een inferieure kwaliteit en de kinderen moeten naar een school in een andere buurt. Ook aardige mensen zijn niet te vertrouwen, katholieken zijn misdadigers en arbeiders zijn smerig. Haar moeder heeft zich door haar man laten aborteren en vond het niet erg dat haar dochter een huwelijk kapot maakte. De moeder van haar man heeft haar kinderen in een weeshuis moeten stoppen. Waar haar standsbesef vandaan komt, is dus onduidelijk.

Opdracht

Voor mijn zus

Titelverklaring

Moederkruid is een vervelend ruikende plant die goed zou helpen tegen kwalen van de baarmoeder en tegen hoofdpijn. De moeder is veel ziek en zij maakt de zusjes ziek: tegen haar is geen kruid opgewassen. Aan haar onbetrouwbare vader heeft de verteller ook niets en pas aan het einde vindt ze steun bij haar zusje, aan wie het boek is opgedragen.

Structuur & perspectief

Het boek is verdeeld in drie delen. Deel 1 gaat over de jeugd van de moeder, deel 2 en 3 gaan over de jeugd van de hoofdpersoon. Er is ook een soort epiloog, waarin de verteller met haar moeder en zusje in een andere buurt aankomt en de gebeurtenissen zich lijken te herhalen.

Het verhaal wordt chronologisch verteld.

Het verhaal wordt verteld door een naamloze ik-verteller. Zij weet niet meer dan haar ouders haar vertellen en wordt in haar gedachten sterk beïnvloed door haar moeder, terwijl de lezer af en toe wel meer weet of vermoedt, bijvoorbeeld als vader Elsje steeds meeneemt voor een autoritje. De verteller vindt het jammer dat zij die aandacht niet krijgt, als lezer vraag je je af of er misschien sprake is van incest.

 

Decor

Het verhaal speelt zich af in Amsterdam-West. Het gezin woont op een kleine etage waar de gezinsleden weinig privacy hebben, ook door de dominante aanwezigheid van hun moeder. De zusjes slapen op een kamer en als Elsje van haar vader een piano krijgt, dan slaat moeder steeds de deur van de woonkamer tegen de piano aan als ze heen en weer loopt. Als vader zijn naaiatelier met personeel naar de slaapkamer verhuist, wordt de ruimte nog kleiner. Het toppunt is als moeder bang wordt voor de onderbuurman, een nieuw slot op de deur zet en de meisjes geen nieuwe sleutel geeft. Nu kunnen ze hun eigen huis niet eens meer in.

Het verhaal speelt zich af in Amsterdam-West in de jaren vijftig. In deze tijd deden standsverschillen er nog toe en de moeder kijkt duidelijk op haar buurtgenoten neer. Waar ze die allures vandaan haalt, is onbekend. Vader probeert zich in de buurt ook rijker voor te doen dan hij is. Als de verteller op straat een schunnig liedje zingt dat ze geleerd heeft van een van zijn naaisters, wordt ze hierop aangesproken door een buurvrouw: dat soort liedjes worden in deze nette buurt niet gezongen. Volgens moeder heeft deze buurt haar echter ziek gemaakt.

Stijl

'De roman is geschreven in korte zinnen zonder opsmuk. De schrijfster heeft het taalgebruik aangepast aan dat van een zeven- à achtjarige: "Elsje zei dat ze vanmiddag met Sylvia had gespeeld (...). Ik zei dat ze heel knap was, veel knapper dan ik. En toen moest ik huilen. (...) En toen begon Elsje ook te huilen (...). Ik troostte Elsje en zei (...). Maar Elsje wist niet (...). En ze was bang dat (...)." (p. 135)' (gebaseerd op Kruse 2018) Er staan ook veel dialogen in het boek en deze dialogen gecombineerd met de kinderlijke beschrijvingen maken dat het verhaal nergens dramatisch wordt.

 

Slotzin

We stonden voor ons nieuwe huis. Voor het raam van de tweede verdieping zag ik een vrouw. Ze zwaaide naar ons. Ik wilde terugzwaaien. 'Geen aandacht aan besteden.' Mama duwde me gauw het trapportaal in. 'Denk erom, we bemoeien ons met niemand. Met helemaal niemand.'

Beoordeling

Ik vond dit een erg indrukwekkende moeder, ze bleef echt nog een tijdje door mijn hoofd zoemen. Ook de stijl van het verhaal sprak me aan. Die moeder is een heks en het is echt een verdrietig verhaal maar door de stijl lijkt alles heel licht. Ik vind het knap dat je op die manier over je eigen jeugd kunt schrijven. Ik zou dit boek vergelijken met Friedmans 'Tralievader' of Oberski's 'Kinderjaren' omdat ook daarin een kind op dezelfde manier vertelt over vervelende gebeurtenissen.

Recensies

"Carry Slee laat het er niet bij en springt nog een stukje verder, de volwassenenliteratuur in. Om wraak te nemen op het feit dat de literaire smaakmakers haar nog steeds links laten liggen of om de tragiek van een moeilijke jeugd te verwerken?"
https://www.rd.nl/oud/boe...kli01.html

Bronnen

Heerze, Jan en Gerritsma, Cor - Eerste druk 2001. Literair jaarboek van Nederlands proza. Walvaboek (2002)

boek

Kruse, Lucas - Moederkruid. www.uittrekselbank.nl (geraadpleegd op 10 maart 2018)

http://uittrekselbank.nbd..._id=294671

Overhoor jezelf

Wat is het vertelperspectief?
Meerdere antwoorden mogelijk
'Moederkruid' is een roman met biografische elementen.
'Moederkruid' heeft een open einde.
Het verhaal wordt chronologisch verteld.
Wat is GEEN motief in 'Moederkruid'?
Meerdere antwoorden mogelijk
Wat doen de vader van de verteller en de ouders van de moeder graag samen?
Meerdere antwoorden mogelijk
Waarom bezoekt de juf van de zondagsschool de verteller?
Waarom is de verteller degene die Kitty in de fietsenstalling mag helpen?
Meerdere antwoorden mogelijk
Je hebt nog 3 Zeker weten goed verslagen over.

Wil je onbeperkt toegang tot alle Zeker Weten Goed verslagen? Meld je dan aan bij Scholieren.com.

38.189 scholieren gingen je al voor!

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit ZekerWetenGoed-verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.