Het is 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


Feitelijke gegevens

  • 7e druk, 1935
  • 66 pagina's
  • Uitgeverij: De Bezige

Flaptekst

Een jonge blanke Antilliaan, Frits Ruprecht, ontvlucht somber Europa op zijn weg terug naar een gelukkige jeugd in 'het heldere land'. Weer in zijn geboorteland zoekt hij wat hem in Europa niet gegund was: een zwarte vrouw die tegelijk minnares en zielsverwante, 'zuster' voor hem zal zijn. Hij vindt haar in de onderwijzeres Maria, die haar beroep heeft opgegeven om in het landhuis van de familie Ruprecht als huisbewaarster te gaan werken, wat een keuze

Eerste zin

Samenvatting

De Antilliaanse Frits Ruprecht groeit op in een West-Indisch land. Wanneer hij zestien is gaat hij naar Europa, om vervolgens veertien jaar later terug te komen. De ouders van Frits zijn allebei overleden, omdat hij de enige erfgenaam is moet hij wat zaken gaan regelen. Hij gaat terug met een gevoel van heimwee naar de plek waar hij is geboren.
Wanneer Frits aan komt op de haven, wordt hij opgehaald door een dokter en een notaris. Al gauw merkt hij dat hij het minder prettig vindt in zijn geboortestad dan hij had verwacht. De stadswoning van zijn ouders durft hij niet binnen te gaan en gaat in plaats daarvan met de auto naar de plantage Miraflores. Onderweg ontmoet Frits Karel die hij nog kent uit zijn jeugd. Karel, die inmiddels districtmeester is geworden, ontvangt hem niet bepaald met open armen. Karel ziet Frits als echte Europeaan en voelt niks meer voor hem. Dit zorgt ervoor dat Frits op zoek gaat naar een negervrouw genaamd Maria, die Frits nog kent uit zijn jeugd. Op de plantage komt Frits Wantsjo tegen, de opzichter van de plantage samen met Maria. Maria mocht dankzij de vader van Frits studeren tot onderwijzeres. Ze was echter toch teruggegaan naar Miraflores. Frits vermoedt dat Maria zijn halfzus is, onder anderen omdat zijn vader haar had laten studeren. Frits verlangt echter naar Maria als minnares, hij wil haar warmte en aanhankelijkheid. Hij hoopt dat zij toch niet zijn halfzus is. Wanneer het nacht wordt probeert Frits avances te maken naar Maria. Hierop grijpt Wantsjo in en vertelt hij Frits dat Maria inderdaad zijn halfzus is.

Personages

Frits

Frits is de hoofdpersoon van het boek. Hij is geboren in West-Indië, zijn vader was de eigenaar van een plantage. De eerste zestien jaar leven van zijn leven blijft hij in het West-Indische land wonen. Vervolgens woont hij veertien jaar in Europa. Hij komt alleen terug naar West-Indië wanneer allebei zijn ouders zijn overleden. Frits ervaart een vorm van heimwee naar zijn jeugd op de plantage. Terug op de plantage merkt hij dat hij vervreemd is van de mensen uit zijn jeugd. Er wordt neergekeken op hem, ook omdat hij zo openlijk op zoek is naar een negervrouw.

Maria

Maria is een negervrouw in West-Indië. Ze blijkt een buitenechtelijke dochter te zijn van de vader van Frits. De vader van Frits heeft er daarom voor gezorgd dat Maria kon studeren. Frits verlangt naar Maria als minnares, zij kan dit niet zijn wanneer blijkt dat zij de halfzus is van Frits.

Karel

Oude bekende van Frits. Karel kijkt neer op Frits omdat hij zo lang in Europa is gebleven en niet meer teruggekeerd is naar West-Indië. Karel vindt ook dat Frits te open is over zijn verlangen naar een negervrouw.

Wantsjo

Wantsjo is een negerman en de opzichter van de plantage. Wantsjo is uiteindelijk degene die Frits vertelt dat Maria de halfzus is van Frits.

Quotes

" 'Vanaf de grote poort, waar het zoetige straatje eindigde, leidden kleine paadjes tussen agaven en anglo's (de madelieven van het tropische eiland) naar het huis; naar het bleekveld verderop; naar het koetshuis dichterbij; naar het alleenstaand kleine huis waar de oude naaister woonde die, niettegenstaande de steeds heersende droogte, bloemen kweekte: fluwelen dahlia's, rozen waar men aan rook, camelia's en amaryllissen die men vooral met de ogen bewonderde.'"

Bladzijde 9

"'Een jongeman stond op het dek, keek naar dit alles en dacht: Alles is wonderbaarlijk. Het is eigenlijk al wonderbaarlijk dat ik Frits Ruprecht heet, wat voor een ander alleen maar mag betekenen: zijn twee voornamen.'"

Bladzijde 2

"'Ik haatte in Europa de bleke gezichten met hun visachtige kilheid, hun gebrek aan broederlijke en zusterlijke sympathie.'"

Bladzijde 2

"‘Ik weet het niet, misschien ben ik niet helemaal toerekenbaar, maar twee maanden geleden voelde ik mij zó beroerd in de een of andere plaats van Europa, dat ik plotseling alle koffers pakte en het uitschreeuwde: ik slaap hier in de armen van vissen, hun vinarmen klappen spottend tegen mijn lijf, een negerin zal ik hebben...'"

Bladzijde 12

Thematiek

Familiebanden/ familiebetrekkingen
Frits komt terug in West-Indië omdat zijn ouders zijn overleden. Hij heeft ze in de veertien jaar dat hij in Europa heeft geleefd nooit opgezocht. Ook niet toen zijn moeder al een aantal jaar eerder overleden was. Wanneer Frits terug is verlangt hij terug naar gevoelens van warmte en aanhankelijkheid uit zijn jeugd. Dit vindt hij niet meer terug. De vader van Frits blijkt een dochter te hebben gekregen met een negervrouw, namelijk Maria. Frits vermoedde dit al omdat Maria een opleiding had gekregen van de vader van Frits. Hij krijgt echter pas zekerheid hierover wanneer hij voor het eerst avances maakt naar Maria en Wantsjo hem tegenhoudt. Wantsjo is uiteindelijk degene die vertelt dat Maria de halfzus is van Frits

Cultuurverschillen
Frits is opgegroeid in West-Indië, maar vertrekt na zijn jeugd naar Europa. Wanneer hij terugkomt in West-Indië merkt hij dat hij niet meer geaccepteerd wordt door de mensen uit zijn jeugd. Hij is veel openlijker over zijn verlangen naar een negervrouw. Karel laat hem weten dat men in West-Indië niet zo openlijk zijn over dit verlangen. Frits weet door zijn tijd in Europa niet meer hoe het eraan toe gaat in West-Indië. Hij krijgt daar kritiek over van Karel.

Motieven

Natuur
In 'Mijn zuster de negerin' wordt veel aandacht besteed aan de omgeving. Zeker in het begin wordt heel precies uitgelegd wat voor planten en bloemen allemaal groeiden het West-Indische land: 'Vanaf de grote poort, waar het zoetige straatje eindigde, leidden kleine paadjes tussen agaven en anglo's (de madelieven van het tropische eiland) naar het huis; naar het bleekveld verderop; naar het koetshuis dichterbij; naar het alleenstaand kleine huis waar de oude naaister woonde die, niettegenstaande de steeds heersende droogte, bloemen kweekte: fluwelen dahlia's, rozen waar men aan rook, camelia's en amaryllissen die men vooral met de ogen bewonderde.'

Cultuurverschillen
Er wordt veel aandacht besteed aan de tegenstellingen tussen Europa en West-Indië. Blank en zwart, stad en platteland, meester en onderdanige.

Titelverklaring

De titel van het boek 'Mijn zuster de negerin' slaat op Frits die op zoek is naar de warmte die hij ervaren had uit zijn jeugd en terug denkt te vinden bij een negervrouw. De warmte en genegenheid die hij vindt bij Maria, blijkt echter ingewikkeld te zijn. Maria kan niet de minnares van Frits zijn, want ze is zijn halfzus.

Structuur & perspectief

Het verhaal heeft een verteller, die vertelt vanuit het perspectief van Frits: 'Een jongeman stond op het dek, keek naar dit alles en dacht: Alles is wonderbaarlijk. Het is eigenlijk al wonderbaarlijk dat ik Frits Ruprecht heet, wat voor een ander alleen maar mag betekenen: zijn twee voornamen.'
Het verhaal verloopt voornamelijk chronologisch. Frits heeft wel een aantal herinneringen: 'Ik haatte in Europa de bleke gezichten met hun visachtige kilheid, hun gebrek aan broederlijke en zusterlijke sympathie.'
 

Decor

Het verhaal speelt zich af in West-Indië, dit wordt expliciet genoemd. Het specifieke land wordt echter niet genoemd. De ruimte en de planten die groeien in het gebied worden wel duidelijk omschreven: 'De agaven alleen gaven het landschap een ander karakter.' Vooral de bloemen die groeien rondom de plantage worden duidelijk omschreven.
Het verhaal speelt zich af begin twintigste eeuw. Frits rijdt in de Ford van zijn vader waarover hij zegt 'hij zal de veertig wel halen toch?'. Ook wordt er nog gesproken over 'negers' in tegenstelling tot westerlingen, zoals begin twintigste eeuw nog gedaan werd: ‘Ik weet het niet, misschien ben ik niet helemaal toerekenbaar, maar twee maanden geleden voelde ik mij zó beroerd in de een of andere plaats van Europa, dat ik plotseling alle koffers pakte en het uitschreeuwde: ik slaap hier in de armen van vissen, hun vinarmen klappen spottend tegen mijn lijf, een negerin zal ik hebben...'

Stijl

Het boek komt uit 1935 sommige begrippen zijn dus wat moeilijker te begrijpen, desalniettemin is de taal goed te begrijpen. Er zitten veel dialogen in het boek en de zinnen zijn, op een paar uitschieters na, niet heel lang. Er wordt veel verteld over planten uit West-Indië, de namen van die planten zal je mogelijk even op moeten zoeken om te weten hoe ze eruit zien.

Beoordeling

Het taalgebruik in het boek is goed te volgen. Er worden wel veel specifieke verwijzingen naar West-Indië gemaakt, achtergrondkennis is om die reden wel handig. Ook zal je kennis nodig hebben van dit historische tijdvak om het boek te begrijpen.

Recensies

"De jonge Cola Debrot is er in geslaagd, om in dit debuut tweeërlei spheer te scheppen: die van een landschappelijk en menselijk milieu, en die van een levensgevoel."
https://www.dbnl.org/teks...1_0018.php

Bronnen

Cola Debrot Mijn zuster de negerin Achtergronden en uiterlijke beschrijving

https://www.dbnl.org/teks...w00151.php

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.