Feitelijke gegevens

  • 5e druk, 2019
  • 259 pagina's
  • Uitgeverij: Hollands Diep

Flaptekst

Java, 1850. Isah is de dochter van de kleermaakster van de sultan en groeit op in de gesloten gemeenschap van de Kraton, het vorstenverblijf in Djokja. Haar levensloop in de traditionele standenmaatschappij lijkt daarmee vast te staan. Maar Isah is eigenzinnig en loopt weg van huis. Ze wordt huishoudster én minnares van een Hollandse officier en schenkt hem twee dochters. Wanneer hij hen verlaat, moet ze grote offers brengen om haar kinderen in de snel veranderende kolonie te zien opgroeien. Uiteindelijk beseft Isah dat ze haar Javaanse afkomst niet kan en wil verloochenen.

 

Eerste zin

Tjanting, zo heet ik al zolang ik mij kan herinneren, dus jullie mogen mij ook zo noemen. Wat ooit de bedoeling van die bijnaam was, weet ik niet.

Samenvatting

De hoofdpersoon van het verhaal wordt als Piranti geboren in de kraton van Djokja. Zij speelt met kleinkinderen van de sultan, de zusjes Karsinah en Djatmie, maar is zelf de dochter van een batikster en kleermaakster van de sultansfamilie. Als Piranti jong is merkt ze nog niet zo veel van de sociale verschillen tussen haar en de zusjes maar hoe ouder ze wordt, des te meer ze ziet en snapt. Dat Karsinah haar aapje Soeko laat afpakken, is wat dat betreft het toppunt, sindsdien vertrouwt ze haar vriendin niet meer en zint ze op wraak.

Als Karsinah gaat trouwen, wordt er een groot feest georganiseerd waarvoor veel kleding gemaakt moet worden. Haar moeder wijdt haar in in de batiktechniek. Karsinah vertelt dat ze is uitgehuwelijkt aan een oude en lelijke prins van Solo, ze is verdrietig en bang om de kraton te verlaten. Daarom heeft ze aan haar moeder gevraagd of Piranti met haar mee kan, maar gelukkig weet Piranti’s moeder dit te voorkomen omdat ze weet heeft van een geheim van Karsinahs moeder. Wel moet Piranti op haar bruiloft als Pergiwa dansen. Hiervoor gaat ze op dansles en ze wordt verliefd op haar tegenspeler: Ponidjo, een prins van lagere adel. Als ze hoort dat haar moeder bezig is om ook haar uit te huwelijken, besluit ze zich aan Ponidjo te geven om hem aan zich te binden. Ze komt nog maar net op tijd bij zinnen om dit te voorkomen. Ze beseft dat ze de kraton uit moet om zelf een man te vinden die met haar wil trouwen.

Piranti zoekt in de Hollandse buurt naar de militair met wie ze oogcontact had tijdens de bruiloft. Ze vindt deze man, genaamd Gey, en maakt contact. Gey vindt haar naam maar raar en noemt haar ‘Isah’. Op een gegeven moment vraagt hij haar zijn huishoudster te worden, wat een dubbelzinnige uitnodiging is omdat ‘huishoudster’ meerdere betekenissen had, onder andere die van ‘njai’: een bijvrouw. Na een maand vrijen ze voor het eerst met elkaar en daarna leidt ze een dubbelleven: ’s nachts ligt ze in zijn bed en overdag is ze zijn bediende. Als haar moeder hierachter komt, verbiedt ze dit, waarna Piranti haar verlaat en bij Gey intrekt.

Ze wordt dan officieel het hoofd van Geys huishouden en wordt hiervoor geïnstrueerd door Lot, de Indische vrouw van Arnold, een vriend van hem, die vanaf dag een een hekel aan haar heeft omdat ze haar eigen positie ondermijnt. Ze ontmoet ook de kokkie en de baboe, genaamd Midjah, met wie ze het beter kan vinden. Ze begrijpt haar rol steeds beter en maakt Gey steeds blijer. Dan slaat echter het noodlot toe: Djokja wordt getroffen door een zware aardbeving en haar moeder komt hierbij om. Isah is ontroostbaar en maakt er alleen zelf geen einde aan omdat ze in verwachting blijkt te zijn. In 1868 wordt haar dochter Pauline geboren en door de liefde voor haar kind breekt voor Isah nu een van de gelukkigste perioden van haar leven aan.

In 1869 gaat het Suezkanaal open, wat de reis van Nederland naar Indië verkort, waardoor er meer Nederlandse vrouwen naar Indië komen. Dit is zowel slecht nieuws voor Isah als Lot en als Lot ziet dat Isah weer zwanger is, reageert ze zich op haar af door haar te vertellen dat Gey in Batavia ook twee bastaardkinderen had bij een njai. Isah schrikt en besluit zich nog gedienstiger op te stellen tegenover Gey, ook na de geboorte van haar tweede dochter Louisa. Dan breekt toch de dag aan dat Gey haar vertelt naar Nederland te gaan om daar te trouwen. Hij stelt Isah voor om terug te gaan naar familie of de njai van een andere man te worden. Gelukkig neemt Arnold wel zijn verantwoordelijkheid en hij besluit om Geys dochters te adopteren. Isah kan Arnold ervan overtuigen om haar aan te stellen als de baboe van haar eigen kinderen, zodat ze ze (nog) niet hoeft te missen.

Isah wordt niet alleen de baboe van haar eigen kinderen, maar ook die van Robbert en Eduard, de kinderen van Arnold en Lot. Haar kinderen leren snel om haar als een baboe te behandelen. Ze ziet Arnold het meest en op een gegeven moment kruipt hij ’s nachts bij haar op haar matje. Ze krijgen een affaire die Isah stopt als Lot haar moeder verliest en daarna nog hardvochtiger wordt tegen Isah. Isah is bang dat ze haar wegstuurt als ze achter de affaire komt. De angst om haar kinderen te verliezen raakt ze de daaropvolgende jaren niet kwijt en wordt werkelijkheid als Pauline op haar dertiende naar een klooster wordt gestuurd voor een korte opleiding. Een half jaar later volgt Louisa. Isah zelf wordt weggegeven aan familie van Arnold die nieuw in Indië is en in de uithoek Poerwokerto gaat wonen.

Verdoofd treedt Isah in dienst bij deze Brouwers, die haar wantrouwen en aan wie ze een hekel krijgt, vooral aan hun zoontje Jan. Ze speurt naar nieuws over haar dochters en in 1884 leest ze dat Pauline getrouwd is. Ze raakt bevriend met de Javaanse opzichter Kampret en hij zet haar aan om echt op zoek te gaan naar haar dochters. Hierop neemt Isah de trein naar Djokja, waar ze een jaar lang bij Midjah in de kampong verblijft. Hierna reist ze naar Batavia, omdat haar dochters daar mogelijk heen verhuisd zouden zijn, maar ook hier vindt ze ze niet. Wel sluit ze vriendschap met Tjanting en zij zorgt ervoor dat Isah een baantje krijgt als keukenhulp in een hotel waardoor ze voor zichzelf kan zorgen. Tjanting en haar man Ferdinand helpen haar ook met zoeken maar ze ontdekken alleen dat haar dochters vlak na hun huwelijk weer verhuisd zijn uit Batavia. Op een gegeven moment besluit Isah te stoppen met zoeken en als haar moeder haar ’s nachts bezoekt, wil ze voor haar dochters wel haar levensverhaal nalaten. In 1917 overlijdt ze en Tjanting besluit dan om haar verhaal te publiceren, zodat zij en alle andere njai’s een gezicht krijgen.

Personages

Isha (Piranti = instrument)

Isha is waarschijnlijk een mooie Javaanse vrouw want als ze haar zinnen zet op een man, dan valt hij voor haar. Dit zegt Tjanting over Isah: ‘geen onderdanigheid, geen vertoon van respect of bereidheid om je wensen op te volgen. Ik zag een magere vrouw, opgebouwd uit rechte lijnen, gekleed in donkere kleuren. Haar neus was recht en smal, evenals haar gezicht, haar heupen, haar voeten. Ik kon nog net enige borstwelving bij haar onderscheiden, voor de rest was ze een streep. Ze keek niet vriendelijk maar ook niet onvriendelijk uit haar ogen. Een beetje hooghartig deze, concludeerde ik.’ (p. 8) Isah is geboren als Piranti in de kraton van Djokja en is eigenlijk de dochter van een prins, maar haar moeder is nooit als zijn bijvrouw erkend. Zij groeit op met de kleindochters van de sultan en ziet de standsverschillen wel maar erkent ze niet. Ze vindt zichzelf even veel waard. Dit zegt haar moeder over haar: ‘Piranti heeft een zachte maar stevige hand nodig. Ze is helaas zonder vader opgegroeid en dat heeft haar eigenzinnig gemaakt. Als je haar breekt, zal ze wegkwijnen, maar als een man in staat is haar liefde op te wekken, dan zal ze opbloeien en alles voor hem doen.’ (p. 63) Isah wil haar eigen leven leiden, maar komt er gedurende haar leven achter dat dat voor een arme Javaanse vrouw niet is weggelegd.

Tjanting

Ze zegt over zichzelf dat ze rond en dik is en veel zweet. Ze komt uit de kampong, was ook een inlandse njai, maar haar man Indische man Ferdinand is met haar getrouwd. Hij leerde haar ook lezen en schrijven. Tjanting noteert Isahs levensverhaal om een stem te geven aan njais zoals zij.

Adriaan Rudolph Willem Gey van Pittius

Blonde man met snor, hij stamt uit een familie van vooraanstaande militairen en is op zijn negentiende naar Batavia gekomen om te dienen in het Indische leger, nu is hij kapitein. Hij is geïnteresseerd in andere culturen, gelijkmatig van humeur, ingetogen en graag op zichzelf. Als hij terug naar Indie gaat blijkt hij echter ook een ongeïnteresseerde en onverantwoordelijke man te zijn: hij kan niet omgaan met vervelende situaties en zeilt er omheen.

Arnold en Lot van Boekhout

Arnold is de beste vriend van Gey. Hij is een hartelijke, luidruchtige en zachtaardige Nederlander die wel verantwoordelijkheid neemt voor Geys dochters en valt voor Isahs schoonheid als ze bij hem in huis woont, ook omdat zijn eigen vrouw nogal koel is. Lot is Indisch en probeert er wanhopig als een Nederlandse uit te zien. Zij kijkt neer op donkere mensen en ziet Isah als een hoer. Ze geeft haar onmogelijke opdrachten en is alleen maar hatelijk tegen haar, omdat Isah haar herinnert aan haar moeder, terwijl ze niet met donkere mensen geassocieerd wil worden.

Quotes

"Ergens op deze wereld, op dit eiland misschien, lopen mijn nakomelingen rond, er niet van bewust dat mijn bloed door hun aderen stroomt. Gemengd bloed. Ik mocht niet zomaar doodgaan zonder me aan hen kenbaar te hebben gemaakt. Zonder hun de kans te geven het spoort terug te volgen dat naar mijn familie leidt. Ik had nog een taak te vervullen, zelfs op deze leeftijd."

Bladzijde 14

"Laat ik beginnen met je op je plaats te wijzen: je bent een inlandse njai, wat iets heel anders is dan de vrouw des huizes. Je bent onzichtbaar, en zorgt dat alles hier op rolletjes loopt. Het eten moet op tijd op tafel staan, het huis moet schoon en fris zijn. Die afschuwelijke donkere kebaja moet uit. Vraag geld aan Rudolph voor een witte, anders denken mensen nog dat je de baboe bent die het vuile werk doet. Probeer schoenen te dragen, of iets aan je voeten.’"

Bladzijde 90

"‘Geef me de kracht, mak, om dit te doorstaan. Om mijn mond dicht te houden als het moeilijk is om te zwijgen. Om mezelf weg te cijferen als dat nodig is en niet te treuren als ik zie dat onze kinderen onze adat verloochenen. Laat me blij zijn dat ze opgroeien tot Nederlandse onderdanen, dat ze een mooiere, betere toekomst tegemoet gaan. Vergeef me dat ik ze niet kan vertellen wie hun grootmoeder is. Dat ik ze niet trots kan laten zijn op jou. Maar laat me jou trekken in hun gezichten terugzien, jouw gestalte in hun trotse houding. Geef me de liefde om dit vol te houden en blijf bij me, mak. Zit als een engel op mijn schouder, dan ben ik niet zo alleen. Amen.’"

Bladzijde 165

Thematiek

Moeder-dochterrelatie
Het thema is de moeder-dochterrelatie, niet alleen die van Isah en haar dochters, maar ook die van Isah en haar eigen moeder. Isah breekt met haar moeder op het moment dat zij haar wil uithuwelijken om haar te verzekeren van een zeker bestaan. Isah is echter opgegroeid tussen familieleden van de sultan, heeft gezien wat voor vrij leven haar oom leidt en is eigenwijs, dus ze accepteert deze keuze van haar moeder niet, ze wantrouwt haar goede bedoelingen. Ze trekt erop uit om een andere partner te zoeken die goed voor haar kon zorgen en denkt dat dit een Hollander moet zijn, iemand die niets te maken heeft met de rangen en standen binnen het paleis. Ze doet haar moeder hiermee groot verdriet en tast ook haar moeders positie in de kraton aan. De Hollander die Isa uitkiest, wil inderdaad best van haar diensten gebruikmaken en lijkt het ook geen probleem te vinden dat Isah twee dochters van hem baart. Isah gaat vanaf haar dood haar moeder steeds meer missen, zij verschijnt ook in haar dromen. Een dergelijke droom is ook wat Isah aanzet om haar levensverhaal te laten opschrijven. Haar eigen relatie met haar dochters verloopt ook rampzalig. Zij krijgen te maken met andere rangen en standen, waarbij je huidskleur bepaald hoe hoog je op de sociale ladder staat. Isah is een njai, een bijvrouw zonder rechten. Aangezien haar kinderen lichter zijn dan hun moeder, staan zij hoger dan hun moeder en Isah moet het accepteren dat een Hollander en Indische haar kinderen bij haar weghalen. Zij worden geadopteerd en uitgehuwelijkt aan mannen met goede posities, terwijl hun moeder slechts hun baboe mag zijn en alleen in armoede sterft. Haar kinderen zullen waarschijnlijk nooit weten wie hun echte moeder was. Isahs relatie met haar moeder wordt gespiegeld in die van Karsinah en haar moeder en Isahs relatie met haar dochters wordt gespiegeld in die van Lot en haar moeder.

Motieven

Batiken
Het beroep van Isahs moeder speelt een belangrijke rol in het boek, het is een motief binnen de moeder-dochterrelatie. Zij is een goede batikster en geniet enige roem binnen de kratonmuren. Als de kleindochter van de sultan trouwt, moet zij zelfs haar kain batiken terwijl dat traditiegetrouw de taak van de moeder is. Ook voor Isah heeft ze twee gebatikte doeken klaar liggen voor als ze trouwt, maar zover komt het helaas niet. Isah gaat haar eigen weg, maar op een gegeven moment komt haar oom haar toch de doeken van haar moeder brengen. Die reizen haar verdere leven met haar mee. Als ze Tjanting haar verhaal vertelt, vergelijkt Tjanting zichzelf met een batikpen (Tjanting betekent ook ‘batikpen’): zij is Isahs pen (= batikpen), Isha vertelt over haar leven (= batikpatroon) en pas als Isah besluit om de was die alles nog bedekt te verwijderen, wordt haar verhaal zichtbaar. De Nederlanders waarderen de gebatikte stoffen ook en sturen ze bijvoorbeeld als cadeau naar hun thuisfront. De Indische mensen passen ze aan aan de Europese mode. Isah begrijpt hier niets van en ziet het als een gebrek aan respect voor de eeuwenoude symboliek.

Maatschappelijke ongelijkheid
Zowel binnen de Nederlandse als de Javaanse samenleving is sprake van rangen en standen die mensen meer of minder rechten geven. Als je je daartegen verzet, word je min of meer een paria. Isah groeit op met de kleindochters van de sultan. Zij bezitten meer dan zij en mogen ook meer, maar Isah mag bijvoorbeeld de kraton uit en dat mogen zij weer niet. Zelfs de batikpatronen voor de sultan en die voor zijn ondergeschikten verschillen van elkaar. Karsinah wordt uitgehuwelijkt aan een oudere man van stand buiten de kraton en kan daar niet aan ontsnappen, Isah doet dat wel, maar met alle gevolgen van dien, want ook aan de Nederlandse kant bungelt ze aan de onderkant van de maatschappelijke ladder, vanwege haar afkomst, huidskleur en positie als njai. Dit zie je ook als Geys vrienden een Javaanse jongen uit een boom schieten en hiervoor niet berecht hoeven te worden. Na haar komen de lichter gekleurde Indische mensen en bovenaan staan de witte Nederlanders, hoewel tijdens het verhaal ook wordt opgemerkt dat de Nederlanders steeds meer willen samenwerken met de Javanen in plaats van met de Indische Nederlanders. Niet alleen Isha, ook haar oom Ibrahim beweegt zich langs deze onzichtbare lijn en trekt zich er zo min mogelijk van aan, maar als zijn oudere zus overleden is en hij nergens meer heen kan, kan hij zich alleen nog aansluiten bij een roversbende.

Keuzes
Er zijn mensen die in het leven geen keuzes hebben en mensen die die keuzes afdwingen. Isah behoort tot de tweede groep: ze is geboren als iemand die geen keuzes zou hebben. Ze heeft geen vader en is relatief arm. Haar moeder wil haar uithuwelijken. Zij besluit echter haar lot zelf te bepalen en weg te lopen. Als dit een verkeurde keuze blijkt, neemt ze hiervoor verantwoordelijkheid en kiest ze er bewust voor haar dochters een betere toekomst te geven dan dat zij zelf had, ookal moet ze hiervoor veel opofferen. Voorbeelden van mensen die geen keuzes hebben en zich hierbij neerleggen, zijn Karsinah (uitgehuwelijkt), haar moeder (afgedankt na gemeenschap met broer van de sultan, maar zij verzet zich wel als Piranti met Karsinah mee zou moeten) de njai Moertidjah.

Geheimen
Er zijn veel geheimen in het boek: dat Isah de dochter van de broer van de sultan is, dat haar moeder van hem een ring gekregen heeft, dat Karsinahs moeder niet zelf kan batiken, dat Isah niet de baboe maar de moeder van haar kinderen is, dat Isah kinderen heeft met Gey, dat Lots moeder in de kampong woont, dat Arnold en Isah een seksuele relatie hebben.

Motto

Er is geen motto.

Opdracht

Voor mijn moeder, mijn oma, mijn overgrootmoeder en alle moeders van wie wij de naam niet kennen

Titelverklaring

De titel ‘Lichter dan ik’ slaat op de huidskleur van Isahs dochters, die vanwege haar verhouding met de Hollander Gey lichter is dan die van haarzelf, zijnde een Javaanse. Omdat haar kinderen lichter zijn dan zij, hebben ze in de Nederlands-Indische samenleving meer rechten: ze worden geadopteerd door een bevriend echtpaar van Gey en Isah mag ze alleen nog zien als hun baboe. Haar dochters zullen vanwege de verschillende huidskleuren nooit weten dat zij hun moeder is.

Structuur & perspectief

Het verhaal is een soort raamvertelling. Het begint met een getiteld hoofdstuk waarin Tjanting zich in de ik-persoon voorstelt en aankondigt dat ze een vriendin van Isah is en haar levensverhaal zal opschrijven. Daarna volgen er getitelde hoofdstukken – met zowel Javaanse of Maleise als Nederlandse titels – waarin Isah in de ik-persoon vertelt. Af en toe staat er dan iets als ‘Tjanting moet nu lachen’. In het nawoord is Tjanting weer aan het woord. Het verhaal wordt dus niet-chronologisch verteld maar is min om meer een grote flashback.

Decor

Tjanting noteert Isahs verhaal in 1910. Isah is in 1850 geboren en is nu zestig jaar oud. Ze is geboren in de kraton van Djokja op Java, de ommuurde paleistuin, als dochter van een batikster en kleermaakster van de vrouwelijke familieleden van de sultan. Later gaat ze bij Gey in de Hollandse buurt wonen en daarna bij het echtpaar Arnold en Lot van Boekhout. Zij doen haar over aan verre Hollandse familie van Arnold die in Poerwokerto gaan wonen. Vanaf daar reist ze zelfstandig terug naar Djokja om haar dochters te zoeken, ze woont hier in de kampong, en om die reden gaat ze ook naar Batavia, waar ze blijft en Tjanting leert kennen. De maatschappelijke verhoudingen in het Indië van deze tijd vormen een motief.

Stijl

Het innerlijk leven van Isah en haar eigen vertelstem dienen het doel om de zo anonieme njai persoonlijkheid te geven, maar Michielsen laat daardoor helaas ook geregeld te weinig aan de verbeelding over. Bijvoorbeeld als ze Isah omslachtig laat vertellen waarom haar moeder haar Piranti (‘instrument’) noemde: “Dit kun je natuurlijk op twee manieren opvatten. Mijn moeder wenste mij toe dat ik alle vormen en soorten van instrumenten tot mijn beschikking zou hebben die ik tijdens mijn leven nodig had – maar misschien gaf ze me onbewust deze naam omdat ik zelf het instrument moest zijn dat ons leven omhoog zou stuwen.” (Van Baars 2020)

Slotzin

'Het spijt me, Isah', zei ik hardop tegen de ingepakte vellen papier, 'maar jouw verhaal geeft ook deze vrouwen een stem. Dit is een manier om betekenis te geven aan je leven, zij het dan na je dood.'

Bijzonderheden

Dido Michielsen is met Lichter dan ik de winnaar van de Nederlandse Boekhandelsprijs 2020.

Beoordeling

‘Lichter dan ik’ vond ik een interessant en aangrijpend verhaal over een stuk Nederlandse geschiedenis waarover ik iedere keer weer meer leer. Ik raad het zeker aan om dit boek in combinatie met andere romans over Nederlands-Indië of over de moeder-dochterrelatie te lezen, bijvoorbeeld Adriaan van Dis' ‘Ik kom terug’ of Susan Smits 'Tropenbruid'.

Recensies

"Dido Michielsen, zelf nazaat van een njai, heeft in Isah een geloofwaardig slachtoffer geportretteerd van zowel de koloniale als de autochtone Javaanse maatschappij. Daarmee vult zij knap de lege plek in die njai’s vaak in de stambomen van Indische families hebben. Haar fictie-debuut is een indrukwekkende en ontroerende roman."
https://www.literairneder...er-dan-ik/

"Hartverscheurend niet? Hoe het verder gaat moet u zelf maar lezen, en dat is geen straf want Michielse weet de wereld van Isah wonderwel te beschrijven, er moet een enorme research aan vooraf zijn gegaan. Haar stijl is soepel, ze maakt weinig gebruik van metaforen, maar het verhaal is, zoals Adriaan van Dis het zegt ‘spannend en dondersgoed geschreven’."
https://www.ncrvgids.nl/r...ichielsen/

Bronnen

Laura van Baars - Uit het leven van een njai (Trouw, 2020)

https://www.trouw.nl/cult...~bfd5b197/

Overhoor jezelf

Wat is het vertelperspectief?
Dit verhaal wordt chronologisch verteld.
Dit verhaal heeft een open einde.
De vertelde tijd in dit boek is ongeveer zestig jaar.
Wie is Isahs belangrijkste tegenstander?
Wie geeft het meeste op voor Isahs kinderen?
Wat is de belangrijkste reden dat het gezin Brouwer niet ‘verindischt’?
Wie van onderstaande personages hebben een goede moeder-kindrelatie?

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit ZekerWetenGoed-verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.