Feitelijke gegevens

  • 10e druk, 1982
  • 278 pagina's
  • Uitgeverij: Ambo/Anthos

Flaptekst

Vijftien jaar is Floortje Bloem aan het einde van dit boek, waarin haar belevenissen worden verteld. Zij kan dan met recht zeggen:

‘Ik doe steeds dingen omdat een ander het wil. Ik ben pillen gaan slikken door een ander, met kerels begonnen door een ander, naar een dealer gesleept door een ander. Maar toch kan ik niemand de schuld geven, want ik had toch nee kunnen zeggen, ik kies er toch zelf voor om mee te doen. Want de angst die ik dán heb, is altijd nog kleiner dan de angst om alleen te blijven als ik nee zeg. Ik zou best willen afkicken, ik ben nou vijftien jaar en ik wil best kappen met dit verrotte leven.  Maar ik ben als de dood dat ze mij dan met een KZ-verklaring in een gekkenhuis gaan stoppen. Want ze kunnen toch niet anders? Heroïnehoertjes passen nergens bij en er is toch niks voor zulke mensen als ik? Kan jij niet proberen of er wél iets komt, want ik leef toch nog… ik ben toch nog steeds niet verloren?’

Eerste zin

Mijn moeder had niet veel om in te pakken.

Samenvatting

De vierjarige Beppie gaat samen met haar moeder weg uit hun armoedige huis en trekt in bij tante Gerda, die een café heeft. Beppies moeder ontdekt dat ze zwanger is en staat haar baby, die Floortje wordt genoemd, direct na de geboorte af ter adoptie. Beppie heeft het daar moeilijk mee en doet voor de buitenwereld alsof ze weldegelijk een zusje heeft.

Floortje brengt de eerste drie jaar van haar leven door in een weeshuis, waar ze het stempel ‘’moeilijk opvoedbaar kind’’ krijgt. Ze wordt geadopteerd door een liefhebbend gezin dat al een zoontje heeft en voelt zich daar thuis, maar dan verongelukt haar pleegvader. Floortjes pleegmoeder kan het niet aan om alleen voor de kinderen te zorgen en dus wordt Floortje weggehaald. Floortje is inmiddels zeven en door haar drukke, ongehoorzame en brutale karakter houdt ze het maar een paar maanden uit bij het onderwijzersgezin dat haar in huis neemt. Daarna wordt ze in een observatiehuis geplaatst, en na uitvoerige observaties wordt ze naar een internaat gestuurd.

Het enige wat Floortje wil is een warm en liefdevol thuis en ze lijkt dat te krijgen wanneer de familie Peperzak haar af en toe bij hen laat komen. Floortje gaat hen algauw als haar eigen familie beschouwen, maar wanneer ze eerst niet op de familiefoto mag en daarna wordt aangerand door oudste zoon Gerard, wil ze niets meer met hen te maken hebben. Dan begint Floortjes eigen familie contact met haar te zoeken: haar moeder, diens jongere vriend Adri en Floortjes zestienjarige zus Beppie willen de inmiddels twaalfjarige Floortje in huis nemen. Ze voelt zich sterk aangetrokken tot Adri en laat zich door Beppie meeslepen in het uitgaansleven van seks, drugs en drank. Beppie vertelt Floortje dat zij van haar vriend Lexie betaald krijgt voor seks en dat dat ook zo werkt bij hun moeder en Adri. Samen met Beppie begint Floortje met het roken van hasj en winkeldiefstallen.

Ze mag bij haar familie intrekken op voorwaarde dat ze naar de huishoudschool gaat. Daar heeft ze helemaal geen zin in en tijdens het spijbelen ontmoet ze Karin, die haar voorstelt aan Gerben. De twee meisjes gaan bijna elke dag met hem mee naar huis en laten zich door hem aanraken. Floortje geniet intens van de band die ze met Gerben heeft en probeert zo’n zelfde band op te bouwen met Adri. Maar haar moeder betrapt hen als ze op het punt staan met elkaar naar bed te gaan en Floortje wordt weggestuurd, terug naar het internaat. Ook daar kan ze niet blijven: ze wordt overgeplaatst naar een ander tehuis. Eenmaal daar hoort ze dat Gerben is gearresteerd omdat Karins moeder erachter was gekomen wat hij met de meisjes deed. Kort nadat ze het nieuws heeft gehoord, viert Floortje haar dertiende verjaardag en krijgt ze tot haar verrassing een knuffelkonijn cadeau dat afkomstig is van Gerben.

Beppie zoekt Floortje op, samen met Sjon – een jongen met wie Floortje veel omging tijdens het uitgaan toen ze nog bij haar moeder woonde. Hij biedt aan Floortje te helpen haar leven weer op de rails te krijgen. Ze ontsnapt aan haar begeleider wanneer ze naar een observatiehuis wordt gebracht en verstopt zich op een autokerkhof. Sjon haalt haar daar op en brengt Floortje naar Beppie, die in het appartement van een vriend van Lexie logeert. De zusjes raken allebei verslaafd aan pillen die in overvloed in het huis op voorraad zijn, maar het lieve leventje duurt niet lang. Floortje wordt weer opgehaald door Sjon en naar een tehuis gebracht omdat dat voor haar eigen bestwil is volgens hem.

Terwijl Beppie gaat snuiven en daar niet meer mee kan stoppen, gaat Floortje van het ene naar het andere observatiehuis en loopt overal weg. Uiteindelijk komt ze weer terecht bij Sjon, die samen met zijn vriend Pieter bezig is met het opzetten van een opvangcentrum voor heroïnehoertjes. Floortje hoort van hen dat Beppie ook zo’n hoertje is geworden en samen met de twee jongens haalt ze Beppie op.

Ze gaan naar tante Gerda, die hen wel in huis wil nemen op voorwaarde dat Beppie afkickt.  Dat blijkt echter veel moeilijker dan gedacht en Beppie wordt met ernstige ontwenningsverschijnselen opgenomen in het ziekenhuis. Eenmaal hersteld gaat ze met serieuze voornemens naar een christelijk afkickcentrum, maar het gepraat over God werkt haar zo op de zenuwen dat ze wegloopt.

Floortje blijft een tijdje bij tante Gerda, maar dan hoort ze dat Beppie weer terug is naar Rotterdam en wil naar haar toe. Ze steelt geld van haar tante en lift dankzij een vriendelijke man naar Rotterdam, waar ze terecht komt bij een bordeel. Ze wordt smoorverliefd op ...... en ontmaagd door de Turkse pooier Omin, die haar dwingt voor hem te gaan werken. Na een tijdje is ze niet meer zo dol op hem en krijgt ze genoeg van het werk: ze vindt Beppie en ze gaan samenwonen. Maar Beppie is zwaar verslaafd en dat leidt tot veel ruzies omdat Beppie het geld dat Floortje met haar prostitutiewerk heeft verdiend wil gebruiken voor drugs.

Floortje raakt bevriend met ene Martien, die op een gegeven moment spoorloos verdwenen is en al hun geld meegenomen heeft. Om voor zichzelf te kunnen blijven zorgen gaan ze allebei tippelen en Floortje gaat ook drugs gebruiken om het wat draaglijker voor zichzelf te maken. Sjon duikt weer op en wil de meiden meenemen naar een religieuze bijeenkomst, maar onderweg raakt Floortje zo in paniek over dat ze niet genoeg drugs heeft dat ze de auto uit wordt gezet.

Een vriendelijke man wiens zwangere vrouw in het ziekenhuis ligt geeft haar een lift naar het politiebureau. Er zijn daar agenten die haar willen helpen en die haar terugbrengen naar tante Gerda, maar Floortje wil niet afkicken en loopt opnieuw weg. Terug in Rotterdam ontdekt ze dat Martien ook terug is. Hij helpt haar om geld te stelen van tante Gerda’s bankrekening en zij helpt hem en een vriend van hem om het huis van de man die haar naar de politie bracht leeg te roven. Een dag later leest Floortje in de krant dat het kindje van die man is overleden. Ze voelt zich zo schuldig en depressief dat ze zich onderdompelt in drugs.

Een paar dagen later komt Beppie langs en vraagt Floortje om drugs. Die weigert haar zus iets te geven en uit woede gooit Beppie Floortjes knuffelkonijn, het konijn dat ze van Gerben kreeg en dat ze altijd bij zich heeft, uit het raam. Floortje stormt naar buiten om het te zoeken.

Personages

Floortje

Floortje is de hoofdpersoon en verteller van het verhaal. Ze werd door haar moeder afgestaan en heeft een ellendige jeugd gehad van pleeggezinnen en observatiehuizen. Dat heeft ervoor gezorgd dat ze een moeilijk karakter heeft ontwikkeld: ze heeft nooit liefde gekregen en ook nooit geleerd hoe ze zelf liefde moet tonen. Daardoor is ze brutaal, ongehoorzaam, heeft ze absoluut geen respect voor regels en autoriteit, doet ze alles wat niet mag en heeft ze ook totaal geen besef van wat goed en fout is. Het enige wat ze al sinds haar kindertijd heeft gewild, is ergens thuis horen en geliefd zijn bij mensen van wie zij ook kan houden. Dat hoopt ze meerdere keren te vinden: bij de Peperzakken, bij Gerben en bij haar eigen familie, maar steeds gaat het mis. Floortje is enorm onzeker en hoewel ze denkt dat ze het heel goed zelf kan redden, is ze steeds weer afhankelijk van andere mensen. Ze heeft enorm veel emoties waar ze niet goed mee kan omgaan, heeft geen doel in haar leven en probeert wanhopig om van de drugs af te blijven, maar zelfs dat lukt haar niet meer. Ze beschouwt haar leven als verrot en heeft geen idee hoe ze dat kan veranderen, al zou ze nog zo graag willen.

Beppie

Beppie is Floortjes oudere zus en degene die haar alles leert over het echte leven: uitgaan, alcohol, seks en drugs. Ze kan helemaal niet overweg met haar moeder en neemt het voor Floortje op bij haar. Beppie heeft al een tijdje een relatie met Lexie, maar als ze eenmaal op zichzelf is gaan wonen komt ze al snel terecht in de prostitutie en de drugs. Beppie heeft het karakter van haar moeder geërfd: ze kan poeslief en sympathiek zijn als ze iets van iemand wil, maar als ze in een slecht humeur is of haar zin wil doordrijven wordt ze grof, gewelddadig en gemeen. Beppie kan al snel niet meer van de drugs afblijven en wil alleen nog maar opklimmen in de prostitutie, zodat ze meer geld kan verdienen voor een eigen huisje, een auto en nog meer drugs. Zolang Floortje niet bij haar is, wil ze haar dolgraag beschermen en vindt ze het hartstikke leuk dat ze zusjes zijn, maar als ze eenmaal bij elkaar wonen, wordt Floortje vooral een blok aan Beppies been.

Sjon

Sjon is een jongen die Floortje en Beppie ontmoeten tijdens het uitgaan en met wie Floortje meteen een band heeft. Ze krijgen geen relatie met elkaar, maar Sjon is juist iemand die heel veel oog heeft voor wat er allemaal mis is met de maatschappij. Hij studeert en voelt zich heel gewichtig omdat hij Floortje wel denkt te kunnen helpen om haar leven weer op de rails te krijgen. Maar in werkelijkheid is hij onzeker, weet hij niet wat hij met zijn toekomst wil en is hij doodsbang om de politie op zijn dak te krijgen als hij Floortje helpt, omdat hij meerderjarig is en ook nog eens drugs gebruikt.

Tante Gerda

Tante Gerda is waarschijnlijk de enige in Floortjes leven die oprecht om haar geeft en echt het beste met haar voor heeft. Ze neemt Floortje en Beppie meerdere keren in huis en is altijd bereid om te helpen, zelfs al lopen ze telkens weg en nemen ze haar geld mee. Tante Gerda is een moederfiguur die alleen maar het beste wil voor haar nichtjes. Ze geeft hen liefde, maar probeert tegelijkertijd op zo’n manier streng te zijn dat ze wat meer gaan beseffen wat goed voor hen is en hun best gaan doen om hun leven te beteren. Ze stelt nooit vragen en oordeelt niet, maar is wel heel vastbesloten en koppig als ze zich eenmaal iets in het hoofd heeft gehaald en ervoor wil zorgen dat anderen doen wat het beste is.

Floortjes moeder

Floortjes moeder is nooit een sympathiek mens geweest. Ze ging altijd al van de ene naar de andere man en was er nooit blij mee als dat tot zwangerschappen leidde. Ze stond Floortje vrijwel meteen na de geboorte af omdat ze anders geen dak boven haar hoofd meer zou hebben, maar wilde later niets liever dan haar terugkrijgen om de wereld te laten zien wat een goede moeder ze wel niet is. Alles moet op haar manier en ze denkt altijd precies te weten hoe het moet, maar ze is in werkelijkheid niets dan verbitterd omdat haar leven niets bijzonders is en gedraagt zich gemeen, liefdeloos en dominant naar anderen toe. Ze is op geen enkele manier de warme en liefdevolle moeder waar Floortje altijd van heeft gedroomd en daarom is het voor Floortje ook niet moeilijk om haar in de steek te laten.

Adri

Adri is de jongere vriend van Floortjes moeder die alles doet wat zij hem opdraagt. Hij is niet echt een vaderfiguur voor Floortje, maar door zijn leeftijd meer een soort vriend. Ondanks dat Floortjes moeder hem vaak behandelt als haar sloofje, is hij wel heel trouw en doet hij alles voor haar. Hij heeft eigenlijk geen eigen karakter: hij is doodsbang om Floortjes moeder kwijt te raken, ook al is hij het niet altijd eens met hoe zij Floortje behandelt. Adri wil Floortje graag helpen en maakt er ook geen geheim van dat hij zich tot haar aangetrokken voelt: ze worden er door Floortjes moeder op het nippertje van weerhouden om met elkaar naar bed te gaan. Adri is nuchter en ziet de dingen graag zoals ze echt zijn terwijl Floortjes moeder koste wat het kost haar zin wil doordrijven en hem daarin meesleept.

Quotes

"‘Gerben, jij houdt toch van me, hè? Ik ben helemaal alleen. Ik wil je niet lastig vallen, Gerben, maar mijn konijn is kapot. Ik heb hem van jou gekregen, dus ik moet het je vertellen. D’r komt bontwol uit z’n nekje. O god, Beppie is weg, Martien en Nappie zijn weg, dat kindje is dood en naar tante Gerda kan ik niet meer. Het is verschrikkelijk, Gerben, mijn hele leven is verrot, nee, ík ben verrot.’"

Bladzijde 250

"Mijn eerste snuif heb ik genomen toen ik me rot zat te vervelen. Ik dacht: Wat moet ik nou? De gedachte aan dat heroïnepoeder kwam ineens in me op. Maar ik zei gelijk hardop: Ben je nou belazerd, je weet nou wat het is met die pillen, je hebt je zin, verder hoeft het niet te komen. ’t Is volgens mij inderdaad de duivel, zoals zoveel mensen zeggen. Hij fluistert met een klein stemmetje aan je oor: Waarom zou je het niet één keer proberen? Eén keertje maar, dan weet je tenminste of het waar is wat ze zeggen. Eén keertje snuiven is toch niet zo erg…"

Bladzijde 115

"Ik doe steeds dingen die een ánder wil. Ik ben pillen gaan slikken omdat Beppie het wou. Ik ben door Omin met kerels begonnen. Ik ben door Beppie naar een dealer gesleept. En nou wilde Martien dat ik ging inbreken. Maar tegelijkertijd wist ik dat ik niemand de schuld kon geven. Iedere keer als er zich weer zoiets voordeed, koos ik er zélf voor om mee te doen. Want de angst die ik dán had, was altijd nog kleiner; dan de angst om alleen te blijven als ik nee zei. "

Bladzijde 245

"‘Konijn, nou ga ik jou het verhaal vertellen van het verrotte leven van Floortje Bloem. Floortje Bloem was een heel slim meisje en daarom kon ze voor haarzelf en voor haar broertje konijn een huisje vinden in een land waar net een aardbeving was geweest. In dat huisje was het hartstikke gezellig en lekker warm en er was genoeg te eten, want gelukkig hadden ze nog tante Gerda. Die had ze geld gegeven en gezegd: Jullie zijn lekkere schatten van mij. maar het was uitkijken geblazen in dat huisje, want de hele wereld was op jacht naar Floortje Bloem.’"

Bladzijde 96

"Ik vertelde ze alles, precies zoals het was gegaan. Ik zei ook dat ik zo bang was dat Gerben nu in de gevangenis zou zitten. En van het konijn dat ik had gekregen. En ze zeiden dat ze mij niet in de steek zouden laten, en Beppie zei: ‘Joh, dat is helemaal niet abnormaal hoor. Alle kinderen doen dat wel eens met ouwe kerels.Ik was nog niet eens vier. We woonden bij een ouwe man en die was heel erg lief voor me. Nam me altijd op schoot en ik kreeg snoepjes. Maar dan zat hij wel aan me te frunniken. Nou, dat vond ik fijn. En hij gaf me er ook altijd wat voor, speelgoed en zo. Ik kan dat nog steeds niet slecht vinden. Mijn moeder had geen zin om me op schoot te nemen en mijn vader helemaal niet. Nou, die ouwe man, daar voelde ik me heel lekker bij.’"

Bladzijde 88

Thematiek

Maatschappijkritiek
Het is heel duidelijk dat het hele boek één grote aanklacht tegen de maatschappij is. Het hele verhaal draait om de donkere kanten van de samenleving: prostitutie, drugsgebruik, het systeem voor moeilijke kinderen en de teleurstellende hulpregelingen voor mensen die niets hebben. Doordat het in het boek vrijwel alleen maar negatief over deze dingen gaat, maar wel op een heel realistische manier, wordt goed duidelijk wat er allemaal mis is met de samenleving en dat daar meer aandacht voor zou moeten komen. Iets wat ook goed naar voren komt in dit thema, is hoe mensen steeds proberen om op te klimmen en een beter leven voor zichzelf te creëren: Floortje en Beppie hebben allebei meerdere keren wel de wilskracht om te stoppen met drugs en echt iets van hun leven te maken, maar doordat ze zo vastgeroest zitten in het drugswereldje is dat heel lastig: als ze eruit willen komen, belanden ze in een systeem van opvanghuizen en formaliteiten en dat is niet wat ze willen. Het boek beschrijft hoe lastig het is om te ontsnappen aan een etiket dat op je is geplakt en aan de omstandigheden waaraan je bent gewend, hoe graag je het ook wilt.

Motieven

Zussenrelatie
Tussen Beppie en Floortje is sprake van een soort haat/liefdeverhouding. Wanneer ze elkaar ontmoeten is Beppie echt een grote zus voor Floortje die haar beschermt en haar ales leert over het echte leven, maar wanneer ze steeds meer samen gaan leven worden ze rivalen van elkaar. Beppie wil dan eigenlijk alleen nog maar zorgen dat Floortje doet wat zij ook doet zodat ze geen last van elkaar hebben. Beppie is degene die Floortje er uiteindelijk toe dwingt om drugs te gaan gebruiken n prostituee te worden en deze dingen maken hun band kapot, zeker omdat Floortje er meer weerstand aan kan bieden dan Beppie. Voor Floortje is het namelijk steeds het belangrijkste om bij Beppie in de buurt te komen: zij overtuigt Beppie ervan dat ze moet proberen af te kicken en zij wil steeds bij Beppie zin omdat zij de enige is die Floortje nog over denkt te hebben.

Prostitutie
Het is heel naar om te lezen hoe vroeg prostitutie al een onderwerp is in het boek: Beppie beschouwt het als de normaalste zaak van de wereld dat ze van haar vriend Lexie betaald krijgt voor seks en dat dat ook zo werkt bij hun moeder en Adri. Wanneer zij echt prostituee wordt en voor een pooier gaat werken, is dat ook echt het enige wat ze wil: ze vindt de vrijheid en het geld heerlijk en droomt er zelfs van om in een club te gaan werken en veel te verdienen. Voor Floortje is het heel anders: net zoals dat ze het vreselijk vindt dat Beppie drugs gebruikt, kan ze er ook bijna niet tegen dat ze een hoertje is. Zelf heeft ze het er ook ontzettend moeilijk mee als zij het moet gaan doen: ze vindt het walgelijk en gaat noodgedwongen drugs gebruiken om er beter tegen te kunnen, want uiteindelijk is het hoertje spelen het enige wat ze nog kan doen.

Drugs(gebruik)
Het gebruiken van drugs komt al heel vroeg in Floortjes leven naar voren: al wanneer ze nog maar twaalf is neemt Beppie haar al mee uit en leert haar hoe ze hasj moet roken. Daarna gaat het van kwaad tot erger en gaat ze pillen en heroïne gebruiken, samen met Beppie en vrijwel iedereen die ze tegenkomen. De drugs komen steeds terug als een soort escapisme, een manier om te ontsnappen aan hoe ellendig hun leven is, aan alle mensen die hen in de steek hebben gelaten en aan de wetenschap dat ze hun leven zouden moeten beteren.

Knuffel
Een motief dat je steeds ziet terugkeren in het verhaal is Floortjes konijnenknuffel die ze van Gerben heeft gekregen. Er staan in het boek om de zoveel bladzijden illustraties van dat konijn en het is misschien wel het allerbelangrijkste wat Floortje heeft: ze praat ertegen over haar verrotte leven en beschouwt het als het enige waar ze nog echt van kan houden, de enige die onvoorwaardelijk nog van haar houdt. Door die knuffel probeert ze zich waarschijnlijk nog vast t houden aan het kind dat ze nooit is geweest maar zo graag wil zijn, onbezorgd en onschuldig, bij iedereen geliefd.

Opdracht

Dit boek draag ik op aan

Jan van der Wel en Gerard Stam

van het Prostitutie Begeleidings Team van de

Gemeentepolitie te Rotterdam.

Ik heb een diepe bewondering voor de toewijding en de

liefde waarmee zij hun bijna onmogelijke taak verrichten.

Trivia

Yvonne Keuls heeft voor dit boek gedurende een lange periode veel meisjes gevolgd die in hetzelfde schuitje zaten als Floortje en alle gebeurtenissen in het boek zijn waargebeurd.

Titelverklaring

Het verrotte leven van Floortje Bloem is niet zomaar de titel van het boek: het is een soort mantra die regelmatig in het verhaal terugkomt. Floortje beschouwt haar leven als verrot door alles wat er is gebeurd, alle tegenslagen en alles wat haar is afgenomen waardoor ze in een zwart gat terecht is gekomen. Ze vertelt het verhaal van ‘’het verrotte leven van Floortje Bloem’’ regelmatig aan haar knuffelkonijn en probeert het soms zo te vertellen dat het goed afloopt, maar het is altijd ellendig.

Structuur & perspectief

Het is lastig om een rode draad te vinden in het boek omdat er veel verhaallijnen door elkaar lopen. Het verhaal is niet verdeeld in hoofdstukken: het is één tekst die leest als een soort dagboek. De enige manier om een beetje structuur aan te brengen is door de stertekentjes die aangeven dat er een wisseling van vertelperspectief plaatsvindt. Hierdoor wordt het ook gemakkelijker om het verhaal voor jezelf als lezer in delen te splitsen. Het eerste deel begint bij Floortjes geboorte en gaat over haar hele jeugd, tot en met het fiasco met de Peperzakken. In het tweede deel gaat het over Floortjes leven bij haar eigen familie en daarna met Beppie samen, wanneer ze verschillende kansen krijgt om alles een beetje op orde te brengen. In het derde deel gaat alles van kwaad tot erger en kan Floortje niet meer van de drugs afblijven. Het grootste gedeelte van het verhaal wordt verteld vanuit haar perspectief in de ik-vorm, niet als een dagboek maar meer alsof ze steeds tegen zichzelf praat. Er zijn echter ook korte gedeelten die in de ik-vorm verteld worden uit het perspectief van andere personages, bijvoorbeeld Beppie en tante Gerda.

Decor

Het boek geeft een heel waarheidsgetrouw beeld van hoe de maatschappij, in het bijzonder Rotterdam, eruitzag in de jaren zeventig. Er worden nergens in het verhaal jaartallen genoemd, maar het speelt zich in ieder geval rond deze periode af omdat Rotterdam toen echt dé plek was voor hoertjes en verslaafden. De periode die beschreven wordt is ongeveer vijftien jaar, aangezien het verhaal begint kort voor Floortjes geboorte en eindigt wanneer ze vijftien is.  In die periode zie je haar als lezer echt opgroeien van een heel erg beschadigd meisje tot een jonge vrouw die niet meer weet waarvoor ze leeft omdat ze gewoon niets heeft.

Het verhaal speelt zich dus voornamelijk af in Rotterdam, in de ruige buurten van clubs, bordelen en wijken waar getippeld en gedeald wordt. Ook zijn de vele opvang- en observatiehuizen waar Floortje in terecht komt belangrijk, net als het huis van tante Gerda in Leiden. De opvanghuizen zijn voor Floortje steeds het symbool van waar ze niet wil zijn, de mensen die ze niet wil zien, terwijl het huis van tante Gerda enerzijds symbool staat voor veiligheid en liefde, maar anderzijds voor een leven waarvoor ze bang is omdat ze niet weet of ze het wel aankan (afkicken en fatsoenlijk worden).

Stijl

Yvonne Keuls heeft ernaar gestreefd om een boek te schrijven dat een realistisch verhaal zou vertellen over problemen die echt in de maatschappij aan de orde zijn, met personages zoals mensen echt zijn. Dat komt goed naar voren in het boek: nergens wordt goedgepraat wat er allemaal gaande is op het gebied van drugs en prostitutie en de personages zijn steeds heel waarheidsgetrouw: je kunt ze nooit echt leren kennen omdat je nooit precies weet hoe iemand in zulke omstandigheden reageert. Juist door deze rauwheid en de waarheid die erachter verscholen zit is het boek zo controversieel geweest toen het uitkwam in het begin van de jaren tachtig.

Slotzin

Ik zocht als een bezetene naar mijn lief konijn, naar mijn lief konijn met zijn kapotte nekje, naar mijn lief konijn dat ik van Gerben had gekregen…

Beoordeling

Het is heel lastig om iets positiefs te schrijven over dit boek, niet omdat het zo’n slecht boek is maar omdat het zo’n naar verhaal is. Het is niets dan pure ellende en negativiteit in Floortjes leven, en ze mag het met recht een verrot leven noemen. Ik vind het knap dat Keuls zo’n waarheidsgetrouwe schets van een groot maatschappelijk probleem heeft weten neer te zetten en ik kan me goed voorstellen wat het boek allemaal heeft losgemaakt toen het net verscheen. Het is één grote aanklacht tegen de maatschappij en tegen de manier waarop mensen als Floortje worden ‘geholpen’ , maar tegelijkertijd is het ook een soort eerbetoon aan mensen die ondanks alles trouw proberen te blijven aan zichzelf en die met alles wat ze in zich hebben proberen te vechten voor hun waardigheid.

Wat het boek erg sterk maakt, is het wisselende perspectief. Er zijn geen hoofdstukken, maar wel de welbekende onderverdelingen in minihoofdstukjes door middel van stertekentjes. Op die manier krijgt de lezer niet alleen Floortjes verhaal voorgeschoteld, maar ook dat van onder andere Beppie, hun moeder, tante Gerda en Sjon. Keuls streefde er waarschijnlijk naar een zo breed mogelijke variatie van personages neer te zetten en dat is gelukt: ze zijn geen van allen perfect, maar wel allemaal erg realistisch en zo complex dat je wel om ze moet geven.  Maar ondanks de interessante perspectieven en de complexe waarheden is Het verrotte leven van Floortje Bloem geen plezant boek. Sterker nog, het is eerder een worsteling – want doordat het hele verhaal overkomt als een klaagzang van ellende kom je er niet gemakkelijk doorheen. Vleugjes humor maken het af en toe wat luchtiger, maar het geheel is vooral deprimerend en naargeestig, plus ook nog eens erg langdradig. Een mooie schets van een lelijk wereldje, maar meer dan een aaneenrijging van doffe ellende is het helaas niet.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.