Feitelijke gegevens
- 1e druk, 2021
- 190 pagina's
- Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Flaptekst
Het is september 1991 en de classicus Lodesteijn is na een tumultueuze ruzie met de staf eindelijk van school af. Maar kan Lodesteijn, satiricus en rasverteller, wel zonder het luisterend oor van een klas? Zit het leraarschap niet in zijn DNA?
Ondanks vele pogingen vindt Lodesteijn geen werk en vullen zijn dagen zich steeds meer met dagdromen. Dat hij in Vlaardingen woont, pal tegenover Pernis, waar het door demonen geteisterde luchtruim dag en nacht sist en blaast en geheime boodschappen doorseint, stelt Lodesteijns geest ook niet geruster.
Dankzij de coronacrisis vond Lévi Weemoedt eindelijk de tijd en de inspiratie om het verhaal waaraan hij zoveel jaar werkte af te maken. Het nut van Lodesteijn is een caleidoscopische novelle, een tragikomisch verslag van Lodesteijns strijd tegen de eenzaamheid, de stilte en het machteloze gevoel van nutteloosheid.
Eerste zin
WE GAAN WEER NAAR SCHOOL, riep een wit spandoek met gele letters dat boven de drukke weg door het centrum was opgehangen.Samenvatting
PROÉMIUM (Voorwoord)
"Vertel me o Muze," zei Lodesteijn plotseling door de stille kamer, "van de man die altijd thuiszat, nergens meer kwam nadat hij tien jaar lang op school had lesgegeven. Van veel mensen hoorde hij de voetstappen en leerde hun inkopen kennen, zuchtend aan zijn raam. Die avonturen, vertel ze, dochter van Zeus, en zie maar waar u begint..."
Lodesteijn wordt in 1986 na een conflict met de schooldirectie op straat gezet. Hij was tien jaar leraar Klassieke talen op een middelbare school in Vlaardingen, waar de verteller vanaf zijn geboorte heeft gewoond. Hij woont in een klein huisje aan de Markt in die naargeestige stad aan de Nieuwe Waterweg. Aan de overkant ligt het altijd dreigende fabrieksfront van o.a. de raffinaderij van de Shell. 's Nachts komt er altijd herrie van de overkant.
Na viereneenhalfjaar kissebissen krijgt Lodesteijn in september 1991 een maandelijkse uitkering van 1275 gulden. Daarvan kun je in die tijd nauwelijks rondkomen. Hij is een echte 'Somberman' in zijn eenzame en armoedige bestaan. Hij leest veel, rijdt op zijn fiets door de stad. Maar hij moet toch geld verdienen, knipt vaak advertenties uit de krant. Er zijn rare baantje in de aanbieding: kooktherapeut, tuintherapeut.
Hij dagdroomt. In zijn huis kan hij een museumpje van oudheden maken van oudheden. Als hij in Vlaardingen naar een uitzendbureau gaat, wordt hij afgewezen: hij is namelijk te hoog opgeleid. Ook bij zijn oude werkgever, het AD, vangt hij bot. Hij gedroeg zich vroeger al bijzonder als journalist.
Lodesteijn die of boeken leest óf voor het raam staat, krijgt steeds meer last van de nachtelijke herrie van 'de overkant': dit zijn de olieraffinaderijen zoals Shell. De petrochemische industrie in Pernis verziekt de leefsfeer in Vlaardingen. Dat brengt hem op het idee om archeoloog te worden, maar hij te veel met Vlaardingen bezig om een onafhankelijke wetenschapper te zijn.
In een flashback denkt hij terug aan een enorme explosie bij de Shell. Alle ruiten in zijn buurt waren gesprongen. Zijn vader was enorm geschrokken, omdat er een vlijmscherpe glaspunt boven zijn hoofd in de slaapkamer hing.
De herrie van de nacht brengt hem bij een boek over een Engelse soldaat in de WOI, die later in een psychiatrische instelling moest worden opgenomen, omdat hij altijd elektrische stromen in gepijnigde hoofd had.
Lodesteijn gaat naar de tandarts: hij is al jaren verliefd op de aardige en mooie assistente Christine. In de wachtkamer leest hij in de Engelse Vogue hoe een fotomodel de klimaatproblemen gaat oplossen. Lodesteijns gebit is niet minder dan een ramp.
Na een enorme storm reist hij met de trein naar Noord-Frankrijk (Le Crotoy) waar hij op zoek gaat naar het graf van een Engelse soldaat uit WOI. Die Dyett is door zijn eigen landgenoten doodgeschoten wegens desertie. (vuurpeloton) Hij focust zich op het verhaal en bij terugkomst schrijft hij daarover een stevig artikel voor de krant. Maar het stuk is veel te lang geworden en veel te serieus voor het Kerstmagazine. Het wordt niet gepubliceerd.
Lodesteijn is weer teleurgesteld: ook wordt er ingebroken in de hele straat. Het trieste is dat de inbreker werkelijk niets van waarde heeft gevonden in zijn kleine woning aan de Markt. De buren zijn flink beroofd, Lodesteijn heeft alleen inbraakschade.
Hij wil wat meer weten over zijn voorvaderen en de stadsarchivaris helpt hem erbij zoeken. Zijn vader was fabrieksarbeider, zijn opa haringkuiper, daarvóór was een voorvader broodbakkersknecht Weinig verheffends allemaal. Hij moet heel ver teruggaan voor een nazaat die in het onderwijs heeft gezeten. Toch een erfelijke kwestie, dat onderwijs-gen?
Hij moet naar het arbeidsbureau en een erg aardig maar wat naïef meisje geeft hem aan dat hij moet 'netwerken'. Maar dat is nu juist wat Lodesteijn niet kan.
Via een advertentie krijgt hij een uitnodiging om een week lang in een klooster in het Vlaamse Ezelgem te komen. Toevallig is er net een monnik overleden. Hij krijgt rondleidingen van een andere, jonge monnik. Er is ook een jongensschool aan het klooster verbonden. Zou hij zich aanmelden als leraar klassieke talen? Hij geniet van de rust in het klooster.
Zijn vader heeft aangekondigd dat hij hem wil bezoeken. Die komt niet vaak naar zijn armoedige huisje. Lodesteijn zorgt ervoor dat de meeste rommel aan kant is.
Voordat zijn vader komt, krijgt Lodesteijn een herinnering aan zijn vader die bij het havenbedrijf Nieuwe Matex in Vlaardingen werkte. Hij moest altijd de meterstanden van de tanks noteren. Eenvoudig werk. Lodesteijn mocht wel eens met zijn vader mee. Zijn socialistische vader had een voorkeur voor de Russen, want die hadden hem in Duitsland uit het werkkamp bevrijd.
Bij het bezoek wandelt Lodesteijn met zijn vader door het centrum van de stad. Hij uit voortdurend kritiek op de lelijke woningbouw die de PvdA-wethouders hebben geïntroduceerd. Zijn vader reageert nauwelijks en vertrekt snel weer naar zijn eigen huis. Lodesteijn blijft achter.
Eigenlijk is Lodesteijn helemaal niets opgeschoten in zijn leven.
Personages
Anthony Willem Lodesteijn
Lodesteijn is ongeveer veertig jaar, ontslagen als leraar, misantroop. Hij heeft geen partner en geen vrienden. Hij leest veel en hij staart uit het raam. Pas na viereneenhalf jaar is zijn afkoopsom geregeld. Hij mag wel eens wat nuttigs gaan doen, maar dat valt niet mee: het uitzendbureau vindt hem te hoog opgeleid, de krant wil hem niet meer als journalist hebben, een mogelijk op te zetten museumpje draait hij zelf de nek om, stadsarcheoloog van Vlaardingen worden is wetenschappelijk gezien onmogelijk vanwege zijn voorkennis. De reportage die hij maakt over de Engelse soldaat die in WOI voor zijn eigen vuurpeloton wordt gezet, is te lang en wordt niet geplaatst. Een week in retraite in een Vlaams klooster knapt hem zienderogen op, maar hij gaat verder niet in op de vraag of hij in een klooster wil.
Na een bezoek van zijn vader (niet echt een hartelijk weerzien) komt Lodesteijn teleurgesteld thuis. Hij kijkt naar de toekomst die achter hem ligt. Toch eigenlijk een naargeestig bestaan.
Quotes
"F 1275,47", zei de vrouw. "De computer kan geen komma's tikken."
"O, ja", zei Lodesteijn. En richtte zich weer op.
"P.M.", verduidelijkte de vrouw.
"Post mortem?" vroeg Lodesteijn.
"Per maand. Dat is in elk geval nog ruim honderd gulden meer dan de reguliere bijstandsuitkering waartoe u normaliter zou vervallen."" Bladzijde 11
"Diezelfde zondag, maar dan in de middag, had Lodesteijn net een boterham klaargemaakt en koffie ingeschonken, toren hij plotseling opkeek van de tafel, de stille huiskamer in. Hij kon ook een museum beginnen! Een klein privaat museum voor oudheden. Gewoon aan huis. Niet te druk, een bescheiden rol aan kaartjes. Geen schoolklassen. Zeker geen schoolklassen!" Bladzijde 27
"Er was iemand binnen geweest die in het diepst van zijn ziel gekeken had. Die het mooiste gezien had wat hij te bieden had. Die dingen van hem gelezen had die hij met hartenbloed had geschreven. Het maakte niet uit. Hij had dit alles gewogen, gewogen en te licht bevonden. Het was alsof de dief hem een rapportcijfer had gegeven. En dat was zwaar onvoldoende." Bladzijde 128
"Hij kon proberen een nieuw verhaal te slijten aan zijn oude krant, maar het pleit was beslecht. De zoon van een konijn werd een konijn. Niemand ontsprong de dans der erfelijkheid. De school zat in zijn bloed. De school zat in zijn genen. En het alternatief was kuiper, los werkman. Of broodbakkersknecht." Bladzijde 137
"Hij mocht nog maar twee dagen hier zijn, dan moest hij terug naar zijn zorgen. Terug naar zijn huisje dat behangen was met vragen. Hoe ging het verder? Wat moest hij worden? Wat voor zin had zijn leven.?" Bladzijde 156
Thematiek
De zin van het bestaanLodesteijn worstelt met de essentiële vraag over de zin van het bestaan. Als leraar is hij uitgerangeerd, hij is ongeveer veertig jaar en hij vindt dat hij wat moet gaan doen. Maar hij komt nergens toe: hij leest en staart uit het raam. Als hij zich aanmeldt bij een uitzendbureau wordt hij weggestuurd, omdat hij gymnasium heeft gedaan en aan de universiteit heeft gestudeerd. De krant wil hem niet meer hebben. Sommige baantje zijn echt idioot vindt hij : tuintherapeut of kooktherapeut. In hert klooster komt hij tot rust, maar hij meldt zich niet aan als leraar Klassieke talen.
Op blz. 156 verzucht hij in dat klooster: "Hij mocht nog maar twee dagen hier zijn, dan moest hij terug naar zijn zorgen. Terug naar zijn huisje dat behangen was met vragen. Hoe ging het verder? Wat moest hij worden? Wat voor zin had zijn leven.?
Misschien is nog typerender voor de zinloosheid van zijn bestaan de slotzin: "Een man leefde in die kamer die zich in alle stilte en devotie voorbereidde op een toekomst die achter hem lag." Erger kun je het niet maken.
Motieven
Midlifecrisis
Lodesteijn is ongeveer veertig jaar. Na het ontslag op school is hij een vacuüm terecht gekomen. Hij doet niet veel en zijn bestaan is eenzaam en leeg. Er is geen vrouw in de buurt van zijn bestaan. Zijn aandacht richt zich op voor hem onbereikbare jonge vrouwen. Ja, zeker een midlifecrisis.
Vader-zoonrelatie
Lodesteijn heeft niet veel contact met zijn vader. In zijn jeugd woonde hij bij hem in de Indische buurt. Daar heeft hij hem in paniek gezien tijdens een explosie van de Shellraffinaderij. De angst van zijn vader is te verklaren uit de oorlog toen hij in een Duits werkkamp zat.
In die tijd ging hij ook met zijn vader naar het werk. Dat was in de binnenhaven van Vlaardingen. Als hij op bezoekt komt in het laatste hoofdstuk is er niet sprake van een warm contact. Tijdens de wandeling moppert Lodesteijn op de politiek die met zijn lelijke woningbouw de stad heeft verziekt.
Milieuprobleem
Vlaardingen was in de vorige eeuw één van de slechtste steden in Nederland wat de luchtvervuiling betreft. De olieraffinaderijen en andere gif uitstotende bedrijven zorgden met de zuidwestenwind voor een slechte luchtkwaliteit. Er hing meestal een mistig wolkendek en de geur was vaak penetrant. "s Nachts was er altijd bedrijvigheid te horen, waar Lodesteijn ook gek van wordt.
Schoolleven
Lodesteijn was leraar Klassieke talen, maar de directe kon niet met zijn eigenwijze houding opschieten. Hij wordt ontslagen en afgescheept met een lage uitkering. Maar Lodesteijn heeft misschien het onderwijs-gen van een verre voorvader geërfd, blijft uit de gegevens van het Stadsarchief. Als hij het Vlaamse klooster bezoekt, wordt zijn oog getrokken door de jongensschool. Zal hij zich aanmelden als leraar, overweegt hij daar.
Daar staat tegenover dat hij nooit schoolklassen zou willen ontvangen als hij thuis een museumpje zou willen inrichten.
Lodesteijn is wel een verteller, vindt Susanne van het Arbeidsbureau.
Eenzaamheid
Lodesteijn is een eenzame figuur. Hij woont zonder partner in een klein huisje bij de Grote Kerk. Hij heeft nauwelijks contact met zijn buren en hij houdt er ook geen vriendenkring op na. Hij leest veel en staart uit het raam. Of hij maakt op zijn Gazelle een doelloze fietstochtjes door de stad. Hij durft ook geen contact te maken met jonge vrouwen die hij ontmoet, zoals de tandartsassistente Christine.
Verwerking oorlog
De Eerste Wereldoorlog (La Grande Guerre) komt terug in Lodesteijns verhalen over een soldaat die na de oorlog wordt geteisterd door hoofdpijnen en harde geluiden in zijn hoofd. Hij leest ook over Dyett, een jonge soldaat die wegens desertie voor een Engels vuurpeloton wordt gezet. Hij gaat zijn graf bezoeken. Maar zijn artikel over de soldaat is te lang en wordt niet door het AD geplaatst.
Ook zijn vader heeft met de oorlog te maken gehad: hij zat in een Duits werkkamp, heeft daar een explosie overleefd en werd uiteindelijk door de Russen bevrijd. Zijn voorliefde voor de Russen was na de oorlog gebleven.
Het oorlogstrauma komt terug als zijn vader tijdens een explosie van de Shell in paniek raakt door de grote glasscherf die als een zwaard van Damocles boven zijn hoofd hing.
Motto
Habent sua fata libelli
- T. Maurus
Dit is een verkorte versie van de Latijnse spreuk : Pro captu lectoris habent sua fata libelli wat vrij vertaald neerkomt op: "Het lot van boekjes komt neer op het begrip van de lezer:"
De verkorte versie betekent dus alleen: het lot van een boek.
Titelverklaring
"Het nut van Lodesteijn" zou je in deze roman kunnen interpreteren als de 'zin van het bestaan'. Wat moet Lodesteijn van het leven maken, nadat hij in zijn schoolloopbaan als leraar Klassieke talen gefaald heeft, althans in de ogen van de directie? Hij is al jaren werkloos: doet niet veel anders dan lezen en uit het raam staren. Maar hij moet na vierenhalfjaar weer eens aan het werk. Dat valt niet mee, want bij de krant (het AD) is hij niet welkom, voor uitzendkracht is hij te hoog opgeleid en hij beschikt niet over een uitgebreid netwerk. Heeft het bestaan van Lodesteijn eigenlijk wel nut (gehad)?
Structuur & perspectief
De kleine roman wordt onderverdeeld in twintig hoofdstukken zonder titel.De hoofdstukken worden aangeduid met Romeinse cijfers (logisch want Lodesteijn is leraar Klassieke talen geweest). De volgorde van de hoofdstukken is chronologisch. In enkele hoofdstukken wordt door de hoofdfiguur teruggeblikt naar het verleden (zoals de explosie bij een olieraffinaderij en de loopbaan van zijn vader als havenwerker.)
De verteller is personaal: we kijken alles door de ogen van Lodesteijn. Hij vertelt in de o.v.t.
Decor
Het belangrijkste decor is de 'miserabele' stad aan de Nieuwe Waterweg, Vlaardingen. Aan de overkant van het water ligt Pernis met zijn olieraffinaderijen, die hun gore lucht vanuit het zuidwesten over de stad uitbraken.Lodesteijn woont in het centrum van de stad aan de Markt. Belangrijkste bouwwerk bij zijn huis is de Grote Kerk.
In het kleine huisje heeft Lodesteijn een eenzaam bestaan. Hij leest er en kijkt door de ramen. Er is geen vrouw in huis.
In de roman maakt Lodesteijn twee reizen: de eerste is naar het Noord-Franse plaatsje Le Crotoy, waar een Engelse soldaat door het eigen vuurpoleton werd neergeschoten en begraven. Hij wil er een artikel over schrijven. De tweede reis gaat naar een klooster in het Vlaamse Ezelgem: Lodesteijn wil zien of het kloosterleven misschien een oplossing voor zijn eenzame bestaan is.
Ook de tijd is gemakkelijk vast te stellen. In september 1991 wordt het definitieve ontslag van Lodesteijn geregeld. De roman vertelt het verhaal van het vervolg van september 1991 tot eind februari 1992 (zijn vader komt op bezoerk). De vertelde tijd van het verhaalheden is dus een half jaar..
Stijl
Het tweede deel over Lodesteijns leven is in dezelfde droefgeestige sfeer geschreven als Lévi Weemoedt in zijn debuutromen, zijn verhalenbundels en zijn gedichtenbundels heeft gedaan. Maar de dichter/schrijver drijft ook de spot met zijn zwartgalligheid. Hij voelt zich verwant met de Schiedamse schrijver François Haverschmidt, die bekender is geworden als Piet Paaltjes.Je moet als lezer dus door ze zwartgallige sfeer heen zien te breken.
Behalve de zwarte humor, valt ook op de goed gekozen beelspraak. En Lodesteijn verloochent zijn afkomst als ex-leraar Klassieke talen niet: hij citeert enkele keren Latijnse teksten.
Voorbeeld van een uitgewerkte metafoor: (een tikkeltje bombastisch, dat wel...)
- (blz. 67: "Het zwerk leek buiten zinnen: naar het zuidwesten, boven de zwarte daken die grensden aan zijn achterbalkon, lichtte de donkere hemel op door de weerspiegeling van opspattend vuurwerk, de dansende vlammen uit de petrochemische Eiffeltorens van Pernis. Het was of hij in een visoien keek van de eindtijd, profeten die op vurige wagens door het lluchtruim scheerden, bolbliksem, kometen tegen een lucht die huilde van geestengeschrei."
- (blz. 97: "Lodesteijn keek naar zijn rode koffertje dat verwachtingsvol naast hem stond. Was het een hond geweest, dan had het gekwispeld. Was het blij blaffend tegen hem op gesprongen. Na al dat zwallken over allerlei binnenzeeën, was er weer een buiten.")
Humor:
- (blz. 45: "Managers, mijnheer Lodesteijn, zijn net meeuwen. Ze strijken ergens neer, schijten de boel onder en vliegen weer verder."
Slotzin
Maar het beeld van die kamer ging niet weg. Het was alsof hij die voor het eerst gezien had. Een scholier leefde in die kamer. Een scholier, die het gymnasium al had. Een student die al geslaagd was voor zijn doctoraal. Eenman leefde in die kamer die zich in alle stilte en devotie voorbereidde op de toekomst die achter hem lag.Bijzonderheden
Weemoedt schreef al een eerdere (veel kortere) versie als vervolg op zijn geslaagde romandebuut 'De ziekte van Lodesteijn". Dankzij de pandemie van 2020 en 2021 kreeg hij alle tijd om die versie uit te breiden tot een roman. Het resultaat werd het tweede deel van het Lodesteijn-verhaal: "Het nut van Lodesteijn"
Voor mij als samensteller van het boekverslag ligt de roman dichtbij mijn eigen verleden. Net als Weemoedt (eigen naam is Ies van Wijk) ben ik ook geboren in Vlaardingen, we zijn vrijwel even oud, we hebben ook op hetzelfde Groen van Prinstererlyceum gezeten, later op dezelfde school als collega-leraar Nederlands gewerkt en ook nog samen bij de Vlaardingse voetbalvereniging Zwaluwen gespeeld. Het decor van het Vlaardingen uit de tachtiger en negentiger jaren komt me dus allemaal heel bekend voor. Alle genoemde straten, pleien en decorbeelden zijn authentiek.
Beoordeling
Waar de eerste roman over Lodesteijn voornamelijk over zijn bestaan als leraar gaat, is zijn tweede roman vooral een roman over de zin van het bestaan van een mopperende man in zijn midlifecrisis. Dat wordt gedetialleerd maar toch minder leuk en aantrekkelijk voor scholieren. Bovendien is de roman niet erg actueel, want hij beschrijft voornamelijk de periode van een half jaar in 1991-1992. Ik heb het idee dat de roman dan ook minder lezers onder scholieren zal trekken.
Omdat ik zelf in Vlaardingen geboren ben, vind ik de roman natuurlijk erg herkenbaar. Weemoedt beschrijft inderdaad de Vlaardingse toestanden zoals die er waren in de jaren tachtig en negentig. Wie de sombere stijl van Lévi Weemoedt waardeert, zal het boek toch met plezier kunnen lezen.
Recensies
"Weemoedts ‘mopperproza’ behoort onmiskenbaar tot de school ‘doe maar gewoon’, die door de jaren heen een grote schare liefhebbers kent. Dat uit zich in een strikt lineaire indeling en inhoudelijk in bewondering voor wat in sommige kringen de gewone, hardwerkende Nederlander heet. [......] Daarnaast bezuinigt Weemoedt niet op (vaak wat gedateerde) woorden en uitgebreide uitleg, om er maar zeker van te zijn dat niemand een grapje mist. Het nut van Lodesteijn komt daarmee over als een ouderwetse, om niet te zeggen oubollige invuloefening. Dat we het hier hebben over decennia geleden, het guldens-tijdperk, toen Weemoedt jong moet zijn geweest, is geen verklaring. Ook destijds keken begin-veertigers vast niet zo tegen de wereld aan. Dat waren eerder hun versleten vaders of afgepeigerde grootvaders." https://www.tzum.info/202...%20sprake.
"Het verhaal van Lévi Weemoedt is er een van verrijzenis. In de jaren zeventig en tachtig verwierf hij literaire roem met zijn tragikomische verhalen en gedichten, maar daarna bleef het een tijd stil. ‘Veel mensen dachten dat ik dood was en daar behoor ik zelf ook toe’, aldus Weemoedt in een recent interview op literair weblog Tzum." https://www.volkskrant.nl...gle.com%2F
"De schrijfstijl van Weemoedt is erg toegankelijk. In dit verhaal zitten geen lastig te volgen dialogen, gekke plottwisten of onverwachte ontwikkelingen, het verhaal wordt gewoon verteld. Heel rechtlijnig, beschrijvend en gedetailleerd, zonder duidelijk eindpunt. Hoewel het boek veelbelovend en ook komisch van start gaat, lukt het Weemoedt niet om dit momentum vast te houden. Het verhaal wordt wat saai, en prikkelt niet om verder te lezen. Af en toe een geslaagd grapje, rake beschrijving of interessant bijpersonage zorgt hier gelukkig wel voor." https://www.chicklit.nl/b...i-weemoedt
Geschreven door Cees
Ik heb verreweg het grootste deel van mijn leven voor de klas gestaan. Eerst vijf jaar op een basisschool, daarna veertig jaar op diverse scholen voor voortgezet onderwijs: havo en vwo, onder- en bovenbouw. Leraar Nederlands zijn vond ik veel leuker dan directielid spelen. De laatste jaren was ik conrector. In 2004 begon ik aan mijn eerste boekverslag voor scholieren.com. Dat is dus ruim twintig jaar geleden.
Ik vond het destijds mijn 'missie' om de vaak verouderde en 'afgezaagde' literatuurlijsten voor Nederlands te vernieuwen en mijn leerlingen kennis te laten maken met onbekende en / of jonge schrijvers. Lezen kan namelijk gewoon leuk zijn. Het is de taak van een docent om het lezen te stimuleren.
Docenten kunnen je met het aanprijzen van aantrekkelijke en/of spannende boeken enthousiast maken. Passages die interessant zijn, kun je voorlezen in de klas. Kort vertellen waarover een boek gaat, kan ook een stimulans voor je keuze zijn. En vergeet niet dat je van je medeleerlingen ook kunt horen welk boek ze (erg) leuk gevonden hebben. Dat is vaak de beste manieren om te weten te komen of een boek aantrekkelijk is. Hoewel smaken altijd blijven verschillen..
Ik heb tot nu ( 1 febr. 2026) 1559 boekverslagen gemaakt, waarvan vrijwel de meeste Zeker-Weten-Goed-verslagen zijn. Er staan aan het einde van het verslag ook vragen over de inhoud en de structuur, zodat je kunt controleren of je je het boek in grote lijnen begrepen hebt.
Bij Scholieren.com probeer ik zo veel mogelijk boeken van nieuwe schrijvers te bespreken. Elke maand ontvang ik boeken van diverse uitgeverijen die hun schrijvers uit 'hun fonds' onder de aandacht van de lezer willen brengen.
Ik hoop altijd dat de 'leraar Nederlands' zijn leerlingen toestaat om de wat minder bekende of zelfs beginnende schrijvers op de leeslijst te accepteren. Ik hoor vaak dat leerlingen hun uitgekozen boek "niet op de lijst mogen zetten." Dat is vaak erg jammer.
Lezen kan leuk zijn, maar boekverslagen maken doe je meestal niet voor je lol. Ikzelf vond dat vroeger namelijk helemaal niet leuk. Ik kocht in die tijd (heel lang geleden) daarom ook alle uittrekselboeken van alle talen. (Bijvoorbeeld Literama (Ne), Aperçu (Fa), Survey (En), Der Rote Faden (Du). En als ik heel eerlijk ben, heb ik ook wel eens uit tijdgebrek alleen met een boekverslag een mondeling tentamen gedaan. Maar dan voelde je je toch niet altijd op je gemak. Nu maak ik zelf al jaren boekverslagen voor scholieren.com.
Nog een welgemeend advies: wees verstandig en lees altijd het boek. Dan kan een boekverslag op scholieren.com een prima geheugensteun voor je mondeling zijn.
En geloof me, docenten kunnen vanwege tijdgebrek echt niet alle boeken lezen die jaarlijks verschijnen; zij raadplegen daarom ook wel de boekverslagen die scholieren.com aanlevert. Daar is natuurlijk helemaal niks mee.
Waarschuwing van mijn kant :
Pas op met het opvragen van verslagen via Chatgpt. Ik heb verslagen gelezen waarin pertinente onjuistheden staan. Klik dan maar gewoon op de verslagen van scholieren. com bij Zeker Weten Goed.
REACTIES
1 seconde geleden