Feitelijke gegevens
- 56e druk, 2013
- 143 pagina's
- Uitgeverij: Meulenhoff Boekerij
Flaptekst
Het verschil tussen mensen en insecten is niet zo groot. Dat ontdekt Erik Pinksterblom wanneer hij op een nacht het schilderij Wollewei boven zijn bed binnenstapt. Hij komt terecht in een avontuurlijke, magische wereld van insecten die zich net als mensen gedragen. Op hun beurt willen alle insecten meer weten over de rare tweevoeter die ineens uit de lucht komt vallen en alles over hun gewoontes lijkt te weten.
In zijn voorwoord bij de zesentwintigste druk van Erik schreef Bomans: ‘In deze uitgave is niets veranderd. Het was niet nodig. Ik zeg dit zo gewoon mogelijk, maar toch met een lichte trilling. Alles is waar gebleken. Met vertrouwen zie ik de volgende kwarteeuw tegemoet. Laat ze maar kijken door hun microscopen. Het enige wat ze erin zien is een volgende druk.’ Deze editie is de vijfenvijftigste druk.
Eerste zin
De kleine Erik lag, op het moment dat dit boekje begint, in het oude bed van grootmoeder Pinksterblom met de troonhemel en de zijden kwasten, en keek over de rand van het blanke laken de schemerige kamer in.Samenvatting
Hoofdstuk 1: Erik ligt in zijn bed in de avond. Morgen heeft hij een toets over insecten uit het boek Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie, waaruit hij alle insecten uit zijn hoofd moet weten. De schilderijen van zijn grootvader en grootmoeder komen tot leven. Eriks grootmoeder springt uit haar lijst en klimt op het bed waarop Erik ligt. Erik zegt tegen oma dat hij heel graag in één van de schilderijen in de kamer wil zijn, een schilderij dat hij Wollewei noemt, waarop insecten en schapen te zien zijn. Erik krimpt tot een formaat dat in Wollewei past en springt door de lijst van het schilderij de wereld van Wollewei in.
Hoofdstuk 2: Erik moet als eerste huilen en ontdekt dat hij nog verder krimpt, tot het formaat van een insect. Hij staat per ongeluk op de familiegrond van de deftige wesp meneer Van Vliesvleugel, en de twee maken kennis met elkaar. De wesp nodigt Erik uit om met hem en zijn familie te lunchen, en krijgt een rit op de rug van de wesp naar zijn huis, een rode chrysant. De wespenfamilie hecht veel waarde aan een adellijke afkomst: ‘Men is het of men is het niet’ blz. 29, en ook Erik wordt ondervraagd of hij wel van adel is, en of Erik een angel heeft.
Hoofdstuk 3: Erik gaat lunchen met de wespen. Hij zit tijdens de lunch naast meneer P., een hele rijke en oordelende, knorrige wesp uit de omgeving. De lunch bestaat uit honing en er heerst een gespannen sfeer, doordat meneer P. Erik niet lijkt te mogen. Erik zingt een liedje voor de wespen geheten ‘De Nijvere Bij’, wat niet in de smaak valt. Het was namelijk een lofzang voor de uit de gratie gevallen tak van de wespen: de Liesheuveltjes (bijen). De wespen braken met die tak, omdat ze honing verzamelden en handelden met de honing. De wespen nodigen Erik uit een ander stuk te spelen en hij mag de basgitaar spelen. Het instrument is geen echte gitaar, maar een vlieg. Tijdens het bespelen sterft de vlieg die Erik bespeelde. Meneer P. vertrekt en Erik wordt op een hommel weggestuurd. Hij houdt nog een klein toespraakje om zijn blunders te verklaren, maar dat wordt niet gewaardeerd.
Hoofdstuk 4: Erik wordt door de hommel gebracht. Tijdens de vlucht praat hij met de hommel over filosofie. De hommel leest een filosofisch boekje genaamd Schiksal der Gegenwart, dat ook in de kast van Eriks vader staat. De hommel leest het boek niet, want alleen al het lezen van de titel verschaft hem diepe inzichten. De hommel zet Erik af bij een slak, die een slakkenhotel bezit, en vraagt om een betaling. Dit had Erik niet verwacht, en hij geeft de hommel wat honing. De slak die eigenaar is van het hotel regelt een kamer voor Erik. De slak en de jongen lopen naar het hotel, dat nog geen naam heeft. De slak geeft een rondleiding door het hotel. Eriks kamer ligt naast die van de duizendpoot en Erik gaat slapen.
Hoofdstuk 5: Erik wordt wakker in het hotel. Hij besluit de lijst weer terug te vinden, zodat hij weer naar huis terug kan keren. In de ontbijtkamer ontmoet Erik allerlei andere gasten van het hotel, die ook allemaal verschillende dieren zijn. Erik kent elk dier uit het boekje dat hij moest leren voor zijn toets, Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie en raakt met de dieren aan de praat. Hij betaalt enkele bladzijden uit het boek Schiksal der Gegenwart. Dan ontstaat er zorg over de rups in een van de kamers van het hotel: deze is in een cocon, maar dat begrijpen de andere insecten niet. Erik weet wat er aan de hand is en legt het aan de insecten uit: de rups verandert in een vlinder. De slak maakt zich zorgen of de rups dan nog wel zijn logies kan betalen. Erik verwondert zich over hoe de insecten dat doen, zo precies handelen zoals het in Solms beschreven staat en valt in slaap.
Hoofdstuk 6: Het hotel wordt ‘Het Slakkenhuis genoemd’. Erik verblijft al een tijd in het hotel en de andere insecten zijn verwonderd voor zijn ongebruikelijke manier van doen: Erik bidt en is niet naakt. De vlinder komt uit de cocon. Erik betaalt het logies voor de vlinder. In de vlinder ziet Erik iemand aan wie hij het geheim kan vertellen, namelijk dat Wollewei zich binnen een lijst bevindt. Erik mag op de rug van de vlinder zitten en moedigt haar bij het vliegen aan. Hij kan de lijst helaas niet vinden. Samen met de vlinder vliegt hij verder.
Hoofdstuk 7: Erik leeft even samen met de vlinder, en eet veel honing. Erik komt er achter dat de vlinder geen meisje maar een jongen is, als de vlinder verliefd is op een meisjesvlinder. De vlinder is hopeloos verliefd en schrijft samen met Erik een gedicht voor haar. Het gedicht wordt bezorgd door een mier en na een tijd krijgt de vlinder een brief van de vader van het vlindermeisje, waarin ze worden uitgenodigd voor een diner bij hem thuis. De vlinder en het vlindermeisje trouwen. De vlinders gaven erg veel om honing, dat als betaalmiddel dient in Wollewei en volgens de vlinders het hoogste doel is. Erik houdt een speech, maar begaat een blunder als hij het over andere vlindermeisjes heeft. Een koor zingt wat muziek en Erik blijft alleen achter.
Hoofdstuk 8: Erik loopt al dagen in zijn eentje en begint zich moedeloos te voelen in zijn situatie. De honing begint inmiddels te vervelen en Erik heeft honger. Alle insecten kijken hem wantrouwend aan en doen vijandig tegen hem. Sommige dieren proberen hem zelfs te eten of aan te vallen. Erik komt vast te zitten in de draad van een spin. Hij weet te ontsnappen, maar de spin wordt boos op hem, omdat hij haar web heeft vernield. De spin valt hem aan en Erik raakt buiten bewustzijn. Als hij wakker is, blijkt de spin te zijn gestorven en staan er doodgravers rond hem, die Erik net hadden willen begraven. Erik probeert uit te leggen dat hij niet dood is, en dus niet begraven hoeft te worden, maar de doodgravers willen hem heel graag begraven. De doodgravers eten een bromvlieg die is gestorven. Erik heeft ook honger, maar krijgt geen stukje. De doodgraver nodigt hem uit om in zijn huis een hapje te eten en ze kruipen een molshoop binnen.
Hoofdstuk 9: Erik en de doodgraven lopen naar zijn huis. Erik vindt het zo vies in de molshoop, en de doodgraver probeert Erik over te halen om hem toch te laten begraven. De doodgraver spreekt over een dam, waarvan Erik weet dat het de lijst van het schilderij is. Erik kan de dam zien, als hij op de hoogste grasspriet die hij kan vinden klimt. Hij eet samen met de doodgravers: op het menu staat een paardenvlieg. De doodgravers geven er alleen maar om dat andere mensen doodgaan, zodat zij ze kunnen eten. Dan komt er een mol in de molshoop die het huis verwoest, en de doodgravers doodt.
Hoofdstuk 10: Erik probeert weer boven de grond te komen, maar durft niet de weg te vragen. Dan kruist een regenworm zijn pad. Erik vraagt de worm om de weg. De worm zegt dat Erik moet spartelen, als het heeft geregend. De worm is blind en Erik legt uit wat voor wezen hij is: een mens. Volgens de worm is Erik een worm-op-weg: hij zou snel in een worm gaan veranderen. Dan raakt de worm in de knoop als hij uitlegt waarom hij blind is. De worm raakt steeds meer in de knoop, en het lukt Erik niet om de knoop te ontwaren. Erik ontmoet een mier.
Hoofdstuk 11: De mier kent de naam Pinksterblom, daar heeft heel de buurt over gehoord, want Erik zou heel geleerd zijn door het boekje Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie. De mier weet niet waar hij een mierenpop moet leggen, en vraagt Erik om hulp. Erik vindt dat het dier het zelf moet weten, en zijn instinct moet volgen. Erik gaat met de mier mee naar boven, en geeft de worm een raadsel. Ook boven de grond vragen de insecten om zijn advies. Geen enkel insect durft zelf wat te doen voor dat ze weten wat er in Solms staat. De mier vertelt hem een droevig verhaal en Erik mag het mierennest in.
Hoofdstuk 12: Erik leeft even in de mierenhoop en geniet ervan om te kijken hoe de mieren in de weer zijn. Dan dragen de mieren allemaal een klein stukje van de in de knoop geraakte worm mee. Erik kan nog even praten met de worm, want een van de mieren heeft het stukje met de mond bij zich. Erik vertelt hem de oplossing van het raadsel. Die avond wordt er een feestmaal gegeven ter ere van Erik, omdat hij voor het wormmaal had gezorgd. Sommige mieren zijn aan het oefenen op een lofzang voor Erik, geleid door een arrogante dirigent, die muziek maakt, waar men nog niet rijp voor is, zoals hij het zegt. Het avondmaal begint en een hele oude werkmier geeft een speech, waarin hij Erik huldigt. Erik wordt gevraagd te onthullen wat voor dier hij is. Erik legt uit dat hij een mens is en dat hij heel veel heimwee heeft naar thuis. Hij moet huilen omdat hij zijn muis mist, die hij als huisdier hield.
Hoofdstuk 13: Met de mieren marcheert Erik door Wollewei om de lijst te vinden, en hij belooft de mieren dat zij ook bij hem thuis mogen komen. De mieren willen eigenlijk vooral strijden, en doden met zijn allen een worm en verslinden hem, en vermoorden daarna nog meer insecten. Dan komt het mierenleger van Erik een ander mierenleger tegen en gaan deze met elkaar vechten. Erik wordt geraakt door mierenzuur en wordt wakker in zijn bed thuis. Hij verwacht dat zijn ouders anders zullen reageren, maar er is in de gewone wereld niks veranderd, slechts een nacht verstreken. Erik maakte het proefwerk, maar kreeg daar geen goed cijfer voor. Volgens de juf schreef hij dingen op, die totaal niet in Solms staan. Erik wil graag terug naar Wollewei, maar het zal nooit meer gebeuren. Erik is nu zelf groot en volwassen geworden.
Personages
Erik Pinksterblom
Erik is een negenjarige jongen. Hij komt uit een welgesteld Haags gezin; zijn vader is kamerlid en er zijn portretten gemaakt van zijn familieleden. Erik is vroom, respectvol en vriendelijk, hoewel soms een beetje een wijsneus. Hij is niet de slimste jongen uit zijn klas, de derde klas, maar doet goed zijn best. In de insectenwereld van Wollewei blijft hij bidden, ook al begrijpen de dieren het niet: “Wat bent u daar aan het doen?’ vroeg de mier verbaasd, de baal weer naast zich neerzettend, ‘een bladluis gevonden?” (blz. 109). Hij behandelt elk insect zo vriendelijk als hij kan, maar went moeilijk aan hun regels. Alles is goed bedoeld, maar wordt vaak verkeerd opgevat door de insecten, zoals de lofzang op de bijen. Erik is de enige die weet dat de wereld van Wollewei zich binnen een schilderij afspeelt. Hij is erg nieuwsgierig en verlangend naar de wereld van de insecten, maar wil uiteindelijk toch graag naar huis. Alle overige karakters zijn letterlijk en figuurlijk flat, en worden opgevoerd als karikaturen.
Motieven
Wetenschap
In dit boek wordt de wetenschap regelmatig gehekeld. De hommel leest een filosofieboek, maar leert alleen al veel van de titel. Echte kennis wordt niet gezocht. Het boekje van Solms ontregelt alle insecten. In plaats van doen wat ze normaal zouden doen, hun instinct volgen, vragen ze de hulp van Erik. Ook in de voorwoorden steekt Bomans de draak met de wetenschap
Menselijkheid
De insectenwereld is eigenlijk net als de mensenwereld. De insecten zijn, net als mensen, zelfingenomen, materialistisch en arrogant. Met de insectenwereld schetst Bomans een parallel aan de mensenwereld en kan hij deze bekritiseren.
(schilderij)lijst
De insecten weten niet dat hun wereld nep is, dat ze leven binnen de lijsten binnen een schilderij. Erik weet dat wel, en moet met die wetenschap leven.
Motto
Noi tutti siamo esiliati, viventi entro le cornice di uno strano quadro. Chi sa questo, vive da grande. Gli altri sono insetti.
Wij zijn alle ballingen, levend binnen de lijsten van een vreemd schilderij. Wie dit weet, leeft groot. De overige zijn insecten.
Leonardo da Vinci
(in een brief aan Gabriele Piccolomini)
Trivia
In 2004 is Erik of het klein insectenboek verfilmd.
Het verhaal is in 1992, 2008 en 2022 op het toneel gebracht.
Er zijn in Nederland ruim 900000 exemplaren van Erik of het klein insectenboek verkocht.
Titelverklaring
De titel van het boek is Erik en de ondertitel of het klein insectenboek. Erik is de hoofdpersoon van het verhaal. In zijn droom komt hij binnen het schilderij Wollewei allemaal insecten tegen, die hij kent uit het insectenboekje Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie. Omdat het gaat over Eriks avonturen met de insecten in de lijst van het schilderij, is het ook een insectenboek te noemen.
Structuur & perspectief
Het verhaal is opgebouwd uit dertien korte hoofdstukken zonder titel. Elk hoofdstuk is voorzien van een korte beschrijving van de inhoud van het hoofdstuk. Het verhaal wordt verteld door een auctoriale verteller, die op het einde ook de lezer aanspreekt.
Decor
Het verhaal speelt zich grotendeels af in de fictieve wereld van het schilderij Wollewei. Van Erik weten we hoe dit schilderij eruitziet: er grazen schapen op een groene weide, er leunt een oude herder op een staf en er lopen allerlei insecten over de grond. Omdat erik gekrompen is tot de grootte van een insect, ziet Erik vooral de planten en bladeren in het groot. Wollewei is een soort sprookjeswereld, met antropomorfe insecten. Toch krijgt Erik heimwee en raakt hij verdrietig: hij weet namelijk dat deze wereld schijn is en mist de mensenwereld. De dieren zijn ook net zo bekrompen als de mensen.
Stijl
Bomans’ stijl in Erik of het klein insectenboek doet archaïsch aan en is gespekt met humor. Het archaïsche zit vooral in het gebruik van ouderwetse woorden en – afhankelijk van de editie- uitgangen op lidwoorden en zelfstandig naamwoorden, maar ook andere grammaticale aspecten van de tekst. Toch is de tekst makkelijk leesbaar en te begrijpen voor kinderen, die uiteindelijk ook de doelgroep zijn van het verhaal. Bomans maakt gebruik van humor door humoristische en ironische situaties te schetsen, waarin vaak de grootheidswaan van de insecten bespot wordt en ontmaskerd. Ook dialogen kunnen grappig zijn: “Kom, kom,’ meende Erik, die zich een beetje schaamde. ‘Niets te komkommeren,” (blz. 71) of “Een kamer met ontbijt?’ ‘Liever een kamer met een bed.” (blz. 45).
Slotzin
Vaart allen wel, houdt altijd de lijst in het oog – en bekommert u niet té zeer om honing…Beoordeling
Het lezen van Erik of het klein insectenboek was een leuke ervaring. Bomans zet veel humor in, wat ik zelf erg kan waarderen en wat het lezen prettig maakt. Door de korte hoofdstukken en vele gebeurtenissen is het verhaal nooit saai. Het soms wat archaïsch taalgebruik kan afschrikken, maar het boek is makkelijk te volgen. Ik lees zelf weinig sprookjes, maar ik kan me voorstellen dat het sprookjesachtige element van het verhaal voor veel mensen een plus is. De diepere laag van het verhaal, die bijvoorbeeld ook door het motto vertegenwoordigd is, maakt het verhaal interessanter en geeft stof tot nadenken. Door welke lijst worden wij gekaderd?
REACTIES
1 seconde geleden