Heb jij spreekangst? Voor een item van RTL Nieuws doen we onderzoek naar spreekangst. Laat ons weten of jij nerveus wordt van spreken voor een groep. Meedoen duurt maar 2 minuutjes.

 


Naar de vragenlijst


ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Feitelijke gegevens

  • 1e druk, 2012
  • 240 pagina's
  • Uitgeverij: Kok-Kampen

Flaptekst

Een jonge vader ziet hoe zijn dementerende moeder niet alleen het contact met de wereld verliest, maar ook, zo lijkt het, met God. En al is hij allang niet meer zo traditioneel gelovig als zijn moeder, ook voor hem lijkt ‘het eeuwige’ echt voorbij als hij zijn moeder in de eenzaamheid van haar ziekte achtergelaten ziet worden.

Heen en weer reizend van en naar zijn moeder neemt hij afscheid van haar, van zijn jongensjaren, zijn dorp en grote beloftes.

Tijdens een indringende ontmoeting met een pionierende pastor in een nieuwbouwwijk blijkt de ontvankelijkheid voor het hogere uiteindelijk misschien toch sterker dan de ontluistering van het afscheid.

Eerste zin

Tjeerd komt met een lange, afgezaagde wilgentak aanlopen en gooit die voor zich in het gras. "Kijk, die tak heeft afgelopen zomer nog lootjes met blaadjes gekregen," knik ik. "Als je die in de grond zet, wordt de tak stam."

Samenvatting

Deel I
De ik-verteller is met zijn twee zoontjes Tjeerd en Johannes aan het vissen. Tjeerd vraagt of hij nog in God gelooft. De verteller twijfelt eraan, omdat hij ziet dat zijn moeder aan het dementeren is en als het ware door God in de steek gelaten wordt. Hij geeft zijn zoon geen antwoord, maar denkt na over het verleden. En over de non-gebeurtenissen die hij wil opschrijven.

Dan volgen er in deel I steeds hoofdstukken waarin een kilometeraantal wordt genoemd. Het begint met 88.191 km en het betreft steeds reizen vanuit Amsterdam naar het Friese dorp Fallaat waar zijn moeder nog het ouderlijk huis bewoont. Hij gaat er steeds heen en op de terugweg zet hij dan de muziek van zijn iPod aan. De teksten van  die songs zijn vaak symbolisch voor de gemoedstoestand van de verteller. Hij denkt daarbij ook voortdurend  aan vroeger, bijvoorbeeld aan hun buurvrouw die al jong aan kanker stierf, maar die hem duidelijk maakte wat het belang van het zingen van de merel was of aan zijn opa die een hele lange aardappelschil kon maken (de schrijver zelf noemt dat laatste één van de non-gebeurtenissen in zijn leven die hem vreemd genoeg toch zijn bijgebleven).

Zijn moeder heeft met Kerst kaarten gekregen van mensen die ze niet (meer) kent en ze maakt zich zorgen om het feit dat ze geen kaarten kan terugsturen. De verteller neemt de kaarten mee en gooit ze in Amsterdam in een vuilcontainer. Niemand die daarachter zal komen. Hij gaat zijn moeder ook ophalen voor de doop van zijn jongste zoon Johannes. De doop zal in het Engels geschieden. Hij voelt zich op dat moment als de klassieke veerman (Charon) die zijn moeder heen en weer blijft rijden. 

Hij rijdt een keer met haar naar het tuincentrum om nieuwe planten te kopen. Een volgende keer haalt hij zijn moeder op om haar naar Leiden te brengen voor een onderzoek naar de kanker in haar oog. Ze wordt er later ook aan geholpen. Men haalt het oog er gewoon uit. Als hij haar uit het ziekenhuis gaat ophalen, wast hij liefdevol haar rug.  Maar het gaat steeds slechter met haar wat haar dementie betreft: ze kan steeds minder goed voor zichzelf zorgen. Samen gaan ze nog op bezoek bij een 'tante' die wel oud is maar toch nog scherp van verstand. Moeder zegt na het bezoek dat die tante Jelle zo oud is geworden.

Hij vraagt bij één van de bezoeken aan zijn moeder of ze nog een keer op zondag naar de kerk wil, maar daaraan heeft ze geen behoefte meer. Het lijkt erop alsof ze geen interesse meer heeft voor de godsdienst en volgens de ik-verteller lijkt het erop alsof God zijn moeder heeft verlaten. Dat stemt hem boos en verdrietig. Op de terugweg denkt hij steeds aan vroeger: aan een keer toen hij een meisje A. meenam van de kermis naar zijn huis, maar ook van de keer (33 jaar geleden) toen hij met zijn fiets tegen een lantaarnpaal was geknald en een automobilist hem naar het ziekenhuis had gebracht, waar hij een tijdlang op IC was verpleegd. In die tijd had hij zich zwevend en vrij gevoeld en hij had het erg gevonden dat ze hem hadden teruggehaald naar het leven. Zijn moeder is nu in hetzelfde ziekenhuis opgenomen. In een van de laatste hoofdstukken van dit deel haalt hij zijn moeder in Fallaat op en brengt hij haar naar een verzorgingstehuis in een naburige stad. Ze kan immers niet meer voor zichzelf zorgen. Toch voelt hij zich schuldig dat hij haar daar moet achterlaten. De teller van zijn auto staat inmiddels op meer dan 118.000 km. Het is april wanneer ze in het tehuis wordt opgenomen.

Deel II
In dit tweede deel brengt hij steeds vanuit Amsterdam bezoekjes aan zijn moeder in het tehuis. De hoofdstukken worden nu aangeduid met een dagdeel en op de terugweg weer met een titel van een song. Er zijn wel een paar grappige mensen in het tehuis die ook dementeren. Met zijn moeder gaat het niet de goede kant uit.  Er is zelfs een vrouw met veel humor, maar dat is niet het geval met zijn moeder. Hij voert haar een keer: het omgekeerde van wat zij vroeger bij hem heeft gedaan. Het zijn steeds korte verslagen van de bezoeken aan zijn moeder: geestelijk takelt ze steeds meer af. Met zijn broers (die verder in de roman geen enkele rol spelen) spreekt hij met de doktoren af dat ze vanaf een bepaald moment een zogenaamd "wensbeleid" zullen voeren. Dat wil zeggen: niet meer behandelen wanneer het niet zinvol meer is. In het hoofdstuk wacht maar fietst hij een keer met zijn zoon Tjeerd naar een meertje. Hij vraagt zijn zoon Tjeerd of er iemand is die van hem houdt n.a.v. de tekst  “Sammy” van Ramses Shaffy. Zijn zoon noemt enkele namen, maar daarbij is niet die van de verteller. Dat vindt hij erg. Met zijn moeder gaat het steeds slechter. Op een bepaald moment krijgt ze geen voedsel en drinken meer en wordt het een soort versterving. Hij wordt erbij geroepen en hij is erbij als de laatste adem wordt uitgeblazen. Het is begin zomer (juni) en zijn moeder is 80 jaar geworden.

Deel III
Er is één hoofdstuk: Alles nieuw.
De verteller bezoekt zijn nog af te bouwen huis in Amsterdam-IJburg. Het is ongeveer een half jaar na de dood van zijn moeder. Hij voelt zich mentaal niet lekker en is op zoek naar antwoorden op levensvragen.

Hij denkt terug aan de keer (enkele maanden daarvoor) dat hij met zijn jongste zoontje een dood vogeltje heeft begraven en dan denkt hij ook terug aan de  begrafenis van zijn moeder. 

Hij kijkt bij een van de huizen naar binnen en een man (pastor Paul) ziet hem en vraagt hem binnen te komen. Ze krijgen een moeilijk, filosofisch gesprek over God en godsdienst. De verteller vindt dat God zijn moeder in eenzaamheid heeft laten sterven en de pastor zegt dat hij de taak van God voor zijn moeder heeft overgenomen. Hij was er immers toch bij. Je moet hoop houden op een nieuwe toekomst en dat kan alleen als je in je hart "God is liefde" aanvaardt. De ik-verteller is ontroerd en rijdt naar huis. Hij gaat naar de kamer waarin zijn jongens slapen en kust zijn beide kinderen. Er is hoop op een nieuwe toekomst.

Personages

Ik-verteller

De naamloze ik-verteller is op zoek naar antwoorden op levensvragen en over geloofskwesties. Hij heeft het moeilijk met de (geestelijke) aftakeling en uiteindelijk dood van zijn moeder, en lijkt niet echt te kunnen doordringen tot zijn zoontjes.

Johannes en Tjeerd

De twee zoontjes van de ik-verteller, tot wie hij toenadering zoekt door met ze te gaan vissen en te praten over het geloof en wie er van hen houdt.

Paul

De pastor die de hoofdpersoon aan het eind van het verhaal tegenkomt, en die hem troost biedt na de dood van zijn moeder door te zeggen dat hij moet geloven in "God is liefde."

Quotes

"Ze had er een leven lang over gedaan om te durven denken dat er misschien geen hemel was, toch geen hemel zoals haar was voorgespiegeld toen ze klein was, waar ze almaar prachtig viool zouden spelen - wat haar op zich wel mooi leek, het was een heel moeilijk instrument om prachtig te bespelen -, waar harpen zouden klinken - dat was blijkbaar ook een geschikt instrument voor in de hemel - en waar alleen maar schoonheid en liefde zou zijn, geen verlangen en tekort meer, maar wat betekende dat als je niet eens meer wist wat verlangen en tekort inhielden, omdat die niet meer bestonden?"

Bladzijde 51

"Flor belde aan en kwam vragen of hij bij mij kon eten. Ik had in de koelkast nog wat restjes staan die eigenlijk niet bij elkaar hoorden, maar ik heb ze multicultureel door elkaar gegooid en hij was tevreden, hij moest dat ook wel zijn. "

Bladzijde 109

"Rein stond weer bij Ada voor de deur, ditmaal zonder cadeau. Hijzelf was haar cadeau, met een zorgvuldig gestreken, fris gewassen overhemd aan en aftershave op zijn gladgeschoren, gekerfde wangen. Ada deed niet open."

Bladzijde 151

"Aan tafel waren er de dagelijkse rituelen van de herhaling, de stilte die werd gevraagd voor wie wilde bidden en danken, en het commentaar van de overtuigde atheïst van het gezelschap, die nog in de Sovjet-Unie was geweest en die elke keer zei dat hij niet meebad, hij dacht er niet over mee te bidden. Bidden was voor zwakken. 'Maar de meesten van ons zijn toch behoorlijk zwak,' Had meneer Hof een keer geantwoord. 'Geestelijk zwak, bedoel ik.' 'Ja, dat weet ik wel, dat u dat bedoelt.' 'Ja, maar u bedoelde wat anders.' 'Nee, ik bedoelde wat anders dan wat u dacht dat u bedoelde.' 'Ik bid niet. Dat is duidelijk. Er is niets hoogs.' 'Nouhou, de Eiffeltoren is wel driehonderd meter.' 'Ach man, hou toch op.'"

Bladzijde 25

Thematiek

Dementie/ geheugenverlies
In \'Alles Nieuw\' komt dementie als grote lijn naar voren. De moeder van de verteller is dement en dat geeft de verteller grote innerlijke twijfels. Zijn moeder herinnert immers niets meer, alles is nieuw voor haar. Wat is het leven dan nog waard en wat voor rol speelt God daarin? In het boek lezen we over de gehele periode van dementie en ook de gevolgen die het heeft voor de nabestaanden.

Motieven

Godsdienst
Hoe verder de dementerende moeder aftakelt, hoe minder ze zich verbonden voelt met God. De hoofdpersoon heeft eerst het gevoel dat God haar in de steek heeft gelaten. Zo symboliseert de afstand van God de aftakeling van zijn moeder. Na de dood van zijn moeder heeft hij een gesprek met een pastor die hem uitlegt wat God heeft gedaan.

Moeder-zoonrelatie
De relatie tussen de hoofdpersoon en zijn moeder verandert drastisch. Hun rollen draaien om. Vroeger heeft zijn moeder voor hem gezorgd, nu zorgt hij voor haar.

Ouderdom
De moeder van de hoofdpersoon is oud. Deze ouderdom zorgt ervoor dat ze dement wordt, aftakelt en steeds afhankelijker wordt. De gevolgen van de ouderdom vindt de verteller moeilijk te verdragen.

Zin van het bestaan
Door de dementie van zijn moeder denkt de verteller veel na over de zin van het bestaan. Vroeger was God zijn houvast, ook al was dat niet op een traditionele manier. Nu hij echter het gevoel heeft dat God zijn moeder in de steek laat, twijfelt hij aan deze houvast. Na de dood van zijn moeder zit hij hier nog mee: hij twijfelt veel en denkt over grote levensvragen.

Dood van een geliefde
De dood van zijn moeder is een belangrijk aspect in het boek. De verteller vindt deze dood moeilijk te verdragen en voelt zich mentaal niet lekker. Dit komt ook door zijn levensvragen en de grote afstand van God, die hij meent te zien.

Trivia

Tim Klein Haneveld en Jabik de Vries maakten samen een lied bij de roman Alles nieuw.

Titelverklaring

Een bekend lied uit godsdienstige kringen heeft de titel: “Stil maar, wacht maar, Alles wordt nieuw. De strekking van het lied is er één van hoop. Ook al is de ellende op aarde groot, als je geduldig afwacht, dan komt de beloning later, in de toekomst (of zelfs in het hiernamaals).

In de drie delen van de roman komen de hoofdstuktitels voor: Stil maar (deel 1) Wacht waar (deel II) en Alles nieuw (deel III). In de eerste twee delen heeft de verteller er grote moeite mee dat zijn moeder lijdt. Ze dementeert en lijkt verlaten te worden door God, waardoor ze in diepe eenzaamheid moet sterven. Zij heeft het geloof losgelaten, of heeft God haar losgelaten? Dat is voor de verteller de grote vraag. 

In deel III heeft hij een gesprek met een pastor in een pionierswijk waar de verteller straks met zijn gezin in een nieuwbouwwoning zal trekken. Die opent hem de ogen voor het begrip “Liefde.”  De zoon heeft het uiterste gedaan wat van een mens verwacht mag worden. Je moet inzien dat “God liefde is”, dan zal er altijd hoop zijn. De verteller erkent het in het laatste hoofdstuk en gaat naar de slaapkamer van zijn beide zoons (die immers zijn toekomst zijn).

Structuur & perspectief

De roman is verdeeld in drie delen. Die hebben geen titel.

Deel I beschrijft de periode dat de verteller zijn dementerende moeder thuis bezoekt.

Deel II beschrijft de periode dat de verteller zijn dementerende moeder in het verzorgingstehuis bezoek, totdat ze sterft.

Deel III beschrijft de periode na de dood van zijn moeder in juni tot aan november van datzelfde jaar.

De delen zijn onderverdeeld in korte hoofdstukken. In deel I gebeurt dat systematisch door een hoofdstuk met een kilometeraanduiding te geven. Hij rijdt in zo’n  hoofdstuk altijd naar zijn moeder. Zo’n hoofdstuk wordt gevolgd door een hoofdstuk waarin de titel de naam van een liedje is dat hij vanaf zijn iPod afspeelt. Het zal niet verbazingwekkend zijn dat de namen van die liedjes symbolisch zijn voor de inhoud. De  namen van alle liedjes  zijn voorin de roman opgenomen in een “playlist.”

In deel II is de hoofdstukkenindeling iets gewijzigd. In plaats van kilometeraanduidingen wordt er in de hoofdstuktitels de naam van een dagdeel opgenomen waarop de verteller zijn moeder bezoekt. De afwisseling met de songtitels blijft overigens wel bestaan.

In deel III (het kortste deel) is er slechts één hoofdstuk: “Alles nieuw.”

Het perspectief berust bij een ik-verteller die de zoon is van een dementerende moeder die vroeger erg gelovig was en kerkelijk, maar haar aandacht voor het geloof verliest. De schrijver denkt erover na of God zijn moeder niet in de steek laat en haar in eenzaamheid heeft laten sterven. Hij vertelt in de o.t.t. als hij beschrijft hoe hij de bezoeken brengt aan zijn moeder (thuis later in het verzorgingstehuis) en hij vertelt in de o.v.t. (vaak op de terugweg naar huis bij het horen van de liedjes in de o.v.t. omdat er dan herinneringen naar boven komen  aan zijn jeugd, zijn geboorteplaats en aan alles wat er verdwenen is). Het is een autobiografische roman, dus mag je aannamen dat de ik-figuur een alter ego is van de schrijver. Maar nergens wordt de naam van de verteller in de roman genoemd.

Decor

De schrijver noemt nauwelijks data en jaartallen in zijn roman. Wel kun je al meteen zien dat het een actueel verhaal uit de 21e eeuw is. In zijn auto maakt hij namelijk gebruik van een iPod die hij op zijn geluidssysteem in de auto heeft aangesloten. Dat laat zien dat we een actueel verhaal hebben.

In het eerste deel kun je zien dat er tijd verstrijkt doordat de verteller steeds aangeeft hoe de kilometerstand van zijn auto staat. Er gaan dus enige jaren overheen met het bezoeken van zijn dementerende moeder. In deel II wordt verteld dat ze opgenomen is in april in een verzorgingstehuis en dat ze in juni sterft. Tegen één van de andere daar verblijvende vrouwen vertelt hij dat koningin Juliana al een “jaar of vijf “ dood is (blz. 161). Die stierf in maart 2004. Maar wanneer hij in het laatste deel terugdenkt aan de dood van zijn moeder in juni, vertelt hij ook dat het land in rep en roer is vanwege de kampioenschappen waaraan het Nederlands elftal deelneemt (blz. 230). Dan moet dan het WK van 2010 in Zuid-Afrika zijn. Dat betekent dat de tijd die in de roman beschreven wordt (in deel I ongeveer 30.000 km in pakweg 2 jaar) is, daarna nog enkele maanden in het verzorgingstehuis en tenslotte een klein half jaar voor deel III. In het verhaalheden verloopt de tijd inderdaad ongeveer twee jaar, want eerst wordt er in deel I gesproken over de vader van de verteller die twee jaar dood is (bij een bezoek aan de kapper). Later wordt in deel II verteld dat de vader al ongeveer vier jaar dood is. Ook aan de wisseling van de seizoenen tijdens de bezoeken aan de moeder kun je zien dat er enige jaren verstrijken. Het verhaalheden zal dus ongeveer de tijd van 2008 tot juni 2010 beschrijven.

Het belangrijkste decor van deze roman is het Friese plaatsje Fallaat. Maar wie dat in de Bosatlas opzoekt, zal het dorp niet kunnen vinden. Het is een fictieve naam. De schrijver zelf is overigens geboren in Drachten. 

Het decor is wel van symbolisch belang, omdat de verteller na het bezoeken van zijn moeder altijd op de terugweg terugdenkt aan wat hij in het dorp heeft beleefd. Een van de belangrijkste gebeurtenissen is het ernstige ongeluk dat hem overkomt. Hij wordt naar het ziekenhuis gebracht, waar zijn moeder later ook komt te liggen.

Stijl

De stijl van Jabik de Vries is niet zo eenvoudig en soms wat wazig. Hij is vaak filosofisch getint. Soms schrijft hij zinnen die niet afgemaakt worden en waaraan de lezer zelf een in/aanvulling moet geven. Hij laat passages onafgemaakt: bijvoorbeeld wat er precies gebeurd is bij het ongeluk van de jeugdige verteller. Een andere onduidelijke passage is de ontmoeting die de verteller vroeger heeft gehad met het meisje A. op de kermis. Een enkele keer is de beeldspraak ook wel wat gezocht en m.i. geforceerd.

Slotzin

Mijn mond gaat naar hun oor. Mijn lippen voelen de warmte in hun oor. Mijn adem kaatst er gebundeld uit terug, als een signaal uit de ruimte. Mijn mond komt nog dichterbij. Ik haal adem. Er zit een kleine hapering in. Ik had net uitgeademd. En ik fluister: ja.

Beoordeling

Alles is nieuw” is een bijzondere roman. Ik werd erop geattendeerd door de recensie in “De Telegraaf”. Daarin werd lovend beschreven hoe de verteller zijn verhaal over zijn dementerende moeder beschrijft. 

Een tweede motief dat afwijkt van wat normaal in de Nederlandse literatuur  wordt beschreven, is de houding tegenover de godsdienst. De verteller is anders gaan denken over het geloof van zijn ouders, heeft er zijn moderne twijfels over, maar zet zich niet af tegen het geloof zoals bijvoorbeeld Jan Wolkers, Maarten ’t Hart, Nico Dijkshoorn  en Jan Siebelink doen.

Daardoor is “Alles nieuw” m.i. een waardevolle aanvulling voor de Nederlandse literatuur. Zoals hierboven blijkt, is het boek goed te combineren met andere boeken over godsdienst, moeder-zoonverhouding en dementie. Het is ook wel eens fijn dat op christelijke scholen met een bepaalde signatuur, een moderne roman als “Alles Nieuw” op de lijst aanbevolen kan worden. Zie voor combinaties op de lijst, de themalijst van scholieren.com

Wie in het thema is geïnteresseerd, leest zonder meer een mooi, maar niet zo gemakkelijk  boek. Je moet als lezer namelijk zelf een heleboel invullen. Wel jammer dat zo’n boek de bestsellerslijst waarschijnlijk niet zal halen.

Prachtig is ook de afbeelding op de omslag waarin een kind uit de jaren  zestig uitkijkt over een vinex-bouwwijk.

De literaire waardering: twee punten.

Recensies

"Wie van literatuur of filosofie houdt, moet dit boek zeker eens lezen!"
http://www.christelijkebo...Itemid=157

"En juist deze gewone dialogen tussen gewone mensen met gewone gevoelens en gewone levens geven Alles nieuw zijn eigen klank. Van Leeuwen bewijst met deze rijke roman dat ze, ook wanneer ze voor volwassenen schrijft, absoluut niet hoeft te kiezen tussen de pen en het potlood."
http://www.volkskrant.nl/...nieuw.html

"Het plot van Alles nieuw komt helaas niet zo goed uit de verf; hoewel er voldoende dramatische gebeurtenissen plaatsvinden in de roman, zorgen deze er niet voor dat je meeleeft met de personages. Toch is de roman een interessante verschijning in het Nederlandse taalgebied."
http://www.8weekly.nl/art...elden.html

Bronnen

Interview met de schrijver.

http://debrugkrant.nl/ged...te-kijken/

Krantenstuk over het boek.

http://www.jabik.nl/image..._7_web.pdf

IJburg Tv maakte een uitzending over de presentatie van de roman.

http://www.ijburgtv.nl/allesnieuw

Overhoor jezelf

Waar maakt de moeder van de hoofdpersoon zich met Kerst zorgen om?
Met welke klassieke/mythologische figuur vergelijkt de ik-verteller zichzelf omdat hij zijn moeder heen en weer blijft rijden?
Wat voor lichamelijke ziekte heeft de moeder van de hoofdpersoon?
Wie heeft zijn moeder verlaten, vindt de ik-verteller?
Wie noemt Tjeerd niet als zijn vader (de ik-verteller) hem vraagt wie er van hem houdt?
Wat doet de ik-verteller aan het eind van de roman als zijn zoons slapen?
Wat is het hoofdthema van de roman?
Bewering I: ouderdom is een motief in de roman Bewering II: noodlot is een motief in de roman
Uit hoeveel delen bestaat de roman?
Bewering I: de roman is autobiografisch Bewering II: er wordt zowel in de o.t.t. als de o.v.t. verteld

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.