ADVERTENTIE
Hoe neem je netjes ontslag bij je bijbaantje?

Je vindt je bijbaantje niet meer leuk of je hebt iets anders gevonden, maar hoe neem je dan netjes ontslag? Je leest alle tips over het nemen van ontslag op Youngpwr.nl, het nieuwe platform met alle informatie over werken en starten met ondernemen.

Check de tips van Youngpwr!

Probleemstelling Orthopedagogiek:
Kinderen Rouwen Ook

1. Inleiding

De voorziening

"De Kleine Dennen", vzw
Acacialaan 2
8300 Knokke-Heist

De Kleine Dennen is erkend voor de residentiële begeleiding van maximum 18 minderjarigen en jongeren waarvan twee plaatsen voor begeleid zelfstandig wonen.
De doelgroep zijn meisjes en jongens van 0 tot 18 jaar (maximum te verlengen tot 20 jaar), geplaatst door de Jeugdrechtbank, het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg of het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn. De plaatsing heeft als basis een problematische opvoedingssituatie met een verstoorde pedagogische draagkracht als gevolg.

Motivatie



Vaak wordt de waarheid rond de dood achtergehouden bij kinderen. Ze worden niet genoeg ingelicht, alles wordt verdoezeld met een mooi verhaaltje. Toch vind ik het zo belangrijk om de kinderen zo veel mogelijk te vertellen wat ze aankunnen. De waarheid rond de dood is vaak minder erg dan de fantasie van de kinderen.

Strategie

Boeken gelezen, mensen aangesproken, het dossier van J gelezen,

2. Kinderen Rouwen Ook

Kinderen en dood, twee begrippen die ver uit elkaar lijken te liggen. Toch is de dood iets waar iedereen mee geconfronteerd wordt, ook kinderen. Men kan kinderen verliessituaties niet besparen, een grootouder, ouder, broer, zus, vriend, vriend van ouders, leerkracht, kind op school kan sterven, ouders kunnen scheiden.
Zo verloor J zijn moeder op de leeftijd van 7 jaar. Hij had alleen zijn moeder, verbleef reeds in de voorziening. Plots heeft hij alleen nog de voorziening, en zijn oma. Vragen bleven uit. Hij huilde niet. Was wel nieuwsgierig naar wat er nu allemaal ging gebeuren met zijn mama, de kisting, de crematie, Hij werd er zo veel mogelijk bij betrokken, alles werd zo duidelijk mogelijk uitgelegd. Af en toe vroeg hij om een kaarsje aan te steken voor zijn mama, soms vroeg hij bij het slapen gaan om een gebedje te lezen. Doch, echt huilen deed hij niet. Toen een opvoedster hem apart nam om een verhaaltje te vertellen over een kindje die zijn mama verloor, toonde hij geen interesse, was niet aandachtig, snapte of wilde de link niet snappen. Daarom ga ik nu aangeven hoe je een kind zo goed mogelijk kan begeleiden bij het verlies van een ouder.

2.1. Verschillen in leeftijdsfases.

In de eerste maanden van het leven: kinderen schreien bij het missen van de verzorging maar vervanging sust snel hun reacties.


Vanaf vier-vijf maanden tot twee jaar: kinderen tonen het onbehagen wanneer ze hun moeder of vertrouwde ouderfiguur missen. Ze gaan zich distantiëren van iedereen totdat een constante persoon de verzorging overneemt.
Vanaf twee tot vijf jaar: De reacties verschillen niet zoveel als van volwassenen, maar ze missen de capaciteit om hun gedachten, gevoelens en herinneringen uit te drukken in woorden. Omdat men het verdriet van kinderen niet vaak ziet, kan men verkeerdelijk denken dat ze er niet door geraakt zijn. In het begin begrijpen kinderen vaak niet alles en stellen veel vragen. Later kunnen ze ook een regressief gedrag vertonen. Ze vragen voortdurend naar waarom, wanneer de overledene terugkeert en wat hij/zij doet. Ze kunnen ook opstandig worden.
Vanaf vijf tot acht jaar: Ze begrijpen dood en de gevolgen beter, alhoewel niet op volwassen niveau. Ze begrijpen het maar hebben nog niet de mogelijkheid om ermee om te gaan. Vaak ontkennen ze eerst, ze doen alsof er niets gebeurt is en verbergen hun gevoelens om niet babyachtig te lijken. Vaak wenen ze in stilte. Ze zijn innerlijk geraakt door het verlies maar tonen dit niet uiterlijk. Ook hebben ze vaak schuldgevoelens.
Vanaf acht tot twaalf jaar: Ze zijn minder afhankelijk, maar hun onafhankelijkheid is nog uiterst breekbaar. Hun kinderlijke gevoelens komen weer naar boven, maar er is een sterke drang om deze te verbergen achter een muur van onafhankelijkheid. Opstandigheid uit zich in algemene prikkelbaarheid, en vaak wordt hun gedrag verkeerdelijk geïnterpreteerd als moeilijk gedrag. Ze gaan ook hun pijn en hulpeloosheid ontkennen, ze beginnen dwangmatig voor anderen te zorgen of gaan heel bazig en controlerend reageren. Ze hebben behoefte om hun verdriet te uiten maar duwen het vaak weg tot ze in staat zijn hun verdriet te erkennen.
Adolescenten: Voelen zich vaak hulpeloos en willen zich terugtrekken in hun vroegere jeugd maar de sociale verwachtingen dwingen hen om zich eerder als volwassenen te gedragen. Ze zullen verschillende volwassen reacties vertonen maar vaak samen met typische tienerproblemen: weerstand om te communiceren met volwassenen, hevige emoties, identiteitsproblemen,

2.2. Kinderen reageren anders.

Bij kinderen en jongeren heb je dezelfde reacties als bij een volwassene maar er zijn toch een aantal verschillen.
- Volwassenen zijn reeds ontwikkeld. Bij kinderen kan een ernstig verlies de normale ontwikkeling doorkruisen/hinderen/blokkeren.
- Kinderen worden ook benadeeld omdat het denken nog niet ontwikkeld is zoals bij volwassenen. Vb. Ze begrijpen nog niet precies wat dood betekent, realiseren niet dat de dood onomkeerbaar is, verwachten dat de overledene kan terugkeren.
(Als ze in hun spel iemand doodschieten staat het slachtoffer na enkele momenten weer op en speelt gewoon verder.)
- Wat ook moeilijk is, is dat kinderen dingen letterlijk opnemen:
o Vb. Als men zegt dat moeder haar kindje 'verloren' heeft bij de geboorte, kunnen kinderen verwachten dat de baby wordt teruggevonden.
o Als men zegt dat vooral 'oude' mensen sterven kunnen kinderen zeer ongerust zijn, want voor hen zijn hun ouders en andere volwassen oud, ongeacht hun leeftijd.
- Rouw heeft niet alleen te maken met de capaciteit om te verstaan, maar ook om te voelen. Daarom is elk kind dat rijp genoeg is om van iemand te houden, rijp genoeg om te rouwen. Want ze hebben dezelfde capaciteit om te voelen als volwassenen, maar ze zijn niet op dezelfde wijze in staat om hun gevoelens te beschrijven en te verwoorden.
- Bij volwassenen begint de rouwreactie onmiddellijk na het sterven van een geliefde, bij kinderen soms enkele weken of maanden na de dood. Kinderen zijn vaak vooral bezorgd, egocentrisch over hun eigen persoonlijke problemen na de dood van een ouder.(Ze stellen zeer reële vragen: Wie zal mij nu naar de muziekschool voeren? Wie zal nu elke morgen mijn haar kammen? Wat is er om te eten?)
Soms schuiven ze het rouwen voor zich uit tot er voldaan is aan de behoefte van hun fysieke en psychologische veiligheid. Er is weinig verandering in hun gedrag, behalve teruggetrokkenheid en misschien achteruitgang in de prestaties op school. En plots, heel wat later, wanneer de veiligheid teruggevonden is, breken de tranen en hun verdriet door.
- Kinderen zijn ook niet in staat om lange tijd met verdriet bezig te zijn. Hun capaciteit om de pijn van het verlies te verdragen is beperkt, daarom vermijden ze vaak om erover te praten. Dat is ook de reden waarom ze met onderbrekingen en soms gedurende jaren bezig zijn met het verlies. Als een kind na de dood van zijn moeder de tranen droogt en gewoon verder speelt, betekent dit niet dat het kind het niet begrepen heeft, maar ze zijn gewoon niet in staat om lange tijd en intens met verdriet bezig te zijn.
- Bij kinderen is hun spel hun werk. Spelen is het meest natuurlijke instrument voor communicatie bij kinderen. In hun spel kunnen ze zich op een veilige manier uiten. Ze spelen als het ware angstwekkende gebeurtenissen uit en proberen ze zo onder controle te krijgen. In het spel proberen ze de situatie te beheersen en even het verdriet te onderbreken. Dit betekent niet dat ze niet aangedaan zijn door het verlies, ze gaan ermee om op hun eigen manier. Het spel van kinderen is iets als discussiëren, bespreken en uiten van gevoelens bij volwassenen. Spel is de taal van de kinderen.
(Zo ziet men dat kinderen proberen begrafenis te spelen. Of ze zullen in de zandbak een put graven om te zien hoe diep ze moeten graven om in de hemel te komen, want de hemel moet onder de grond zijn, aangezien men een overledene daar begraaft en zegt dat hij naar de hemel is.)
- Kinderen gaan zich door hun gemis vaak afhankelijk gaan opstellen. Ze vragen voortdurend individuele aandacht, klampen zich vast, kunnen plots dingen niet meer die ze voorheen wel konden, ze vertonen als het ware het kinderlijk gedrag dat ze reeds ontgroeid waren. Dit is regressief gedrag: terugkeer naar een vroeger ontwikkelingsstadium.
- De emoties van kinderen kunnen zeer explosief zijn in vergelijking met ouderen. Ze kunnen heel agressief reageren en deze richten op iedereen, op de ouder die hen in de steek heeft gelaten, op de dokter die de ouder niet heeft genezen, op God, op de ganse wereld. Ze moeten deze gevoelens leren aanvaarden en uiten.

2.3. Begeleiding.

A. Aanwezigheid bij het sterven?

Men heeft vaak de neiging om kinderen verwijderd te houden van het sterfbed. Toch is het goed om, indien mogelijk de kinderen en jongeren aanwezig te laten zijn bij de laatste levensmomenten van een dierbaar iemand. Het helpt om later de realiteit onder ogen te zien. Men moet dan veel uitleg geven over de ziekte en de gevolgen. Het kan zijn dat kinderen zich schuldig voelen wanneer het uiterlijk van een ouder zo veel verandert dat ze het moeilijk vinden om de ouder nog aan te raken. Het is belangrijk dat men dan het gevoel van het kind erkent. Men kan daarna duidelijk maken dat diezelfde persoon precies dezelfde ouder is die zoveel van hem houdt. Ook kan het gebeuren dat de stervende zich de laatste dagen terugtrekt en afstand neemt van de omgeving. Dan is het belangrijk om de kinderen duidelijk te maken dat dit niet betekent dat de ouder niet meer van hen houdt, maar dat het een normale stap is in het loslaten van het leven.

B. Groeten van de overledene?

Na het sterven moet men het kind voldoende tijd laten om afscheid te nemen van de overledene, om de overledene aan te spreken en om gevoelens en wat men nog wil zeggen, uit te spreken. Het helpt om de realiteit te laten dóórdringen. Soms denkt men dat het zien van een overledene voor een kind afschrikwekkend is, maar als men van deze begroeting een moment maakt met zeer veel aandacht voor de gevoelens van het kind, kan dit een positief gebeuren zijn. Men mag echter niet dwingen, maar het is heel belangrijk om bij weerstand de gevoelens te laten uitspreken en zo eventuele misvattingen en angsten te achterhalen en weg te nemen.
Vooraleer men een kind meeneemt om de overledene te gaan groeten, moet men hem zorgvuldig voorbereiden. Zeer belangrijk is ook dat ze worden vergezeld door een volwassene met wie ze een vertrouwensrelatie hebben en dat ze de kans krijgen om hun gevoelens en indrukken uit te spreken in een luisterend contact. Men moet ook een beschrijving geven van de ruimte waarin de overledene ligt opgebaard, hoe hij eruitziet. (Bvb. "Hij ligt op een mooie tafel en is gekleed in een wit hemd. Zijn handen zijn gevouwen over zijn borst. Zijn huid is witter dan anders. Hij voelt koud aan omdat hij niet meer leeft.")
Het is belangrijk dat de volwassenen eerst binnengaat om te zien hoe de dode eruitziet en dan beschrijft wat anders is dan normaal. De tijd die men hiervoor neemt, is de mentale voorbereiding en vergemakkelijkt de confrontatie. Een kind moet ook voorbereid worden op de reacties van volwassenen tijdens deze begroeting, zo begrijpen ze waarom volwassenen zo reageren en emotionele uitbarstingen zijn dan minder een probleem. Men kan ook het kind aanmoedigen om iets mee te brengen; een tekening, een stuk speelgoed, een brief, een bloem, iets dat ze associëren met de overledene. Het helpt hen afscheid te nemen, zeker wanneer het om een onverwacht sterven gaat is er vaak nog veel dat ze hadden willen zeggen. Ze kunnen dit dan in een brief schrijven of nog vertellen aan de dode persoon. Op deze manier kunnen ze nog iets afronden. Men kan ook voorstellen om hen aan te raken, of bij adolescenten of ze graag eventjes alleen bij de overledene zouden willen zijn, want vaak zijn deze dingen die men niet durft vragen.

C. Deelnemen aan de uitvaart?

De uitvaart is een belangrijke familiegebeurtenis en een manier van afscheid nemen te midden van familie en vrienden. Er hangt dan niet alleen een sfeer van droefheid maar ook van liefde en steun. Het is niet makkelijk om te beslissen of kinderen zullen deelnemen aan de uitvaart. Jonge kinderen laat men best enkel meegaan als de ouders dit wensen en enkel onder hoede van een volwassene die minder in beslag wordt genomen door zijn eigen verdriet, bvb. Een familielid, een vertouwde babysit, Uit ervaring blijkt dat het heilzaam is voor de verwerking dat kinderen deelnemen aan de uitvaart. Wanneer ouders het niet aankunnen hun kinderen te laten deelnemen kunnen ze achteraf ook vertellen hoe alles verlopen is.
Oudere kinderen moedigt men best aan om mee te gaan. Ze kunnen het vaak moeilijker verwerken wanneer ze niet de kans krijgen hun verdriet te delen. Men moet hen wel de kans geven hierover zelf te beslissen, men mag hen niet dwingen. Bij een nee is het ook hier belangrijk na te gaan wat hen weerhoudt. Bij het uitspreken van angsten kan de weerstand misschien wegvallen. Maar ze mogen nooit worden verplicht.
Betrokken worden bij de voorbereiding kan hen helpen vat te krijgen op de situatie. Misschien kunnen ze zelf een idee aanbrengen, zorgen voor een tekst, een lied of muziek. Men kan kinderen bij het begin van de viering bloemen laten neerleggen op de kist. Men kan zo concrete manieren bedenken om kinderen een plaats te geven in het gebeuren.(Bvb. Bij een uitvaart van een ouder van een kind met een mentalehandicap liet men de schoolbank van het kind vooraan in de kerk plaatsen. Deze bank is voor het kind vertrouwder dan de vreemde kerkstoelen. Het kind kreeg kleurstiften en papier om tijdens de viering een mooie tekening te maken, die bij het einde op de kist mocht worden gelegd. Kinderen van wie de grootvader was overleden, mochten bij de communie eerst naar voren komen en kregen een pepermuntje uit het ijzeren doosje dat grootvader steeds bij zich had.)


D. Kinderen helpen in hun verdriet: concrete tips.

Jonge kinderen worstelen met de dood om twee niveaus:
- Intellectueel zoeken ze te begrijpen wat dit betekent.
- Emotioneel proberen ze af te rekenen met hun gevoelens.

Geef juiste en directe informatie. Antwoord op alle vragen. Vragen ontwijken is niet goed. De fantasie van kinderen is soms erger dan de werkelijkheid. Leer hen ook dat op sommige vragen geen antwoorden zijn, ze zullen dat beter begrijpen dan een verhaaltje over God die engeltjes nodig heeft.
Verberg uw gevoelens niet voor de kinderen. Volwassenen hebben vaak de neiging om naar een andere kamer te gaan om te wenen of gevoelens op te kroppen tot de kinderen naar bed zijn. Dit kan vaak negatieve gevolgen hebben. Zo leert men kinderen dat gevoelens moeten worden opgekropt, of ze kunnen denken dat de overledene reeds is vergeten.
Geef hun de tijd om de dood te begrijpen. Kinderen proberen te begrijpen door vragen te stellen, door gesprek en door spel. Ze stellen hun vragen steeds opnieuw en opnieuw: 'Waar is de hemel? Moet hij nu aarde eten?' Sommige reacties zijn pijnlijk voor de ouders: 'Ik wil nu zijn kamer want hij heeft toch niets meer nodig.' Men moet soms mentaal voorbereid zijn op de vragen die kinderen kunnen stellen. Maar het is belangrijk dat men kinderen laat hun vragen stellen en reacties geven. Als men kinderen doet zwijgen geeft men de boodschap dat er niet meer over gepraat mag worden. Bij te veel pijn kun je kinderen ook zeggen dat je er even over zal nadenken en later antwoorden.
Hou er rekening mee dat kinderen niet lang met hevige gevoelens kunnen bezig zijn. Als men met kinderen praat over sterven zijn de conversaties vaak kort. Ze veranderen snel van onderwerp en gaan spelen. Sommige kinderen weigeren te spreken over sterven en willen de naam van de overledene niet meer horen omdat het hen te veel pijn doet. Belangrijk is dan hen niet onder druk te zetten maar uitkijken naar signalen die ze geven via spel, tekeningen,
Geef kinderen de toelating met hun verdriet bezig te zijn. Men zegt vaak: "Je moet niet huilen; hou je flink; wees een grote jongen." Toch is het beter het kind te laten spreken over de overledene, zowel over de dingen die men graag en niet graag had. Verlies verwerken gebeurt soms door het herbeleven van herinneringen. En men heeft alle reden om te huilen, verdriet uit zich niet alleen in woorden, maar ook in tranen.
Geef gevoelens voorrang boven alles, behalve veiligheid. Hiermee wordt bedoeld dat wanneer kinderen proberen hun gevoelens te delen, dat men best een telefoongesprek met een ander beëindigt, de kookpot even van het vuur zet, de krant neerlegt en tijd maakt voor de kinderen. Hiermee maakt men de kinderen duidelijk dat hun gevoelens belangrijk zijn en dat men tijd wil nemen om naar hen te luisteren.
Informeer hen over de mogelijke reacties en gevoelens. Dat ze zich soms blij kunnen voelen als ze aan iets denken, maar dat ze zich ook boos en machteloos kunnen voelen. Heb ook aandacht voor mogelijke schuldgevoelens. Soms gaan kinderen denken dat een ouder dood is omdat ze lastig waren, of stout zijn geweest (magisch denken). Wanneer dat het geval is moet men onmiddellijk duidelijk maken dat de dood nooit zo kan worden veroorzaakt, zodat zelfverwijt kan worden vermeden.
Geef kinderen de verzekering dat het leven en het gezin verder gaan. Ze hebben het nodig om te weten wat anders zal zijn en wat hetzelfde zal blijven. Hou je zo goed als het kan aan de vertrouwde dingen en routine om zo een veilig gevoel te scheppen in de onrust van het moment.
Geef de kinderen de kans om hun eigen gedachten en gevoelens uit te spreken. Zowel de goede als de minder goede momenten met de overledene. Als je dit aanvaardt, leer je het kind dat het leven een mengeling is van prettige en minder prettige ervaringen.
Geef de kinderen het gevoel dat ze kinderen mogen zijn. Ze moeten ervaren dat de ouderlijke rol van zorg, liefde en discipline behouden blijft. Vooral adolescenten kan men inschakelen als hulp in het huishouden dat men zou kunnen vergeten dat het ook nog kinderen zijn.
Erken dat een kind meer verliest dan de dierbare persoon. Een kind uit niet alleen de gevoelens rond de dood zelf, maar ook alle veranderingen. Iedereen verandert, dingen veranderen, en ook dit kan het kind als negatief ervaren. Vader is er niet meer bij op de voetbalmatch, moeder legt de winterkledij niet meer klaar. Ook in het verdere leven blijft het gemis op bepaalde momenten goed voelbaar.
Stimuleer de omgeving ook aandacht op te brengen voor de kinderen. Niet alleen rouwende volwassenen, maar ook de omgeving vergeten vaak de kinderen. Ouders worden door intens verdriet emotioneel volledig in beslag genomen, dat het goed is om een vertrouwde persoon aan te spreken en te vragen om speciaal aandacht te geven aan de kinderen.

3. Besluit.

Ik heb uit de drietal boeken en de vele kinderboeken die ik geraadpleegd heb veel bijgeleerd. Hoewel ik niet altijd akkoord ga om het kind zo veel te betrekken bij dit grote gebeuren staat alles in deze boeken goed geargumenteerd. Zo doe je dit alleen als je het allemaal zelf aankan, als je in staat bent om het kind goed te begeleiden en als het kind het aankan en wil. Ik zelf heb nooit mijn opa gaan groeten na zijn overlijden, en heb dat altijd er gevonden. Ik was toen negen. Toen ik veertien was ben ik mijn oom een laatste groet gaan brengen, en aan de ene kant had ik het liever niet gedaan, aan de andere kant ben ik blij dat ik toen geweest ben. Waarom ik het liever niet gedaan had, was omdat ik vaak dat beeld voor mijn ogen had als ik aan hem dacht. Misschien zou ik daarom een kind niet meenemen, omdat zijn er totaal anders uitziende moeder zijn enige herinnering zou kunnen zijn aan haar. Maar inderdaad, met een goede voorbereiding en een goede begeleiding.

4. Bronvermelding.

Keirse M., Helpen bij verlies en verdriet, een gids voor het gezin en de hulpverlener, Tielt, Lannoo, 1998

Van den Bout J., van der Veen E., Helpen bij rouw, Utrecht, De Tijdstroom/LSR, 1997

Fiddelaers-Jaspers R., Jong verlies, handreiking voor het omgaan met rouwende kinderen, Kampen, Uitgeverij Kok, 1998

+ kinderboeken, o.a.: Van Essen I., Ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk, Als je vader of moeder is doodgegaan, Utrecht, De Bonte Bever, 1999

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Hallo, ik vind het een goed, duidelijk verslag.
Ik moet zelf ook een scriptie maken en dit onderwerp sprak me erg aan. vandaar dat ik hier ook beland ben.Het is wel een moeilijk onderwerp. Er is niet veel over te vinden.
Met vriendelijke groet sandra

15 jaar geleden