AIDS

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 3e klas vwo | 2987 woorden
  • 17 april 2002
  • 120 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 120 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding

Aids is één van de ergste ziektes ter wereld. Jaarlijks sterven duizenden mensen aan deze ziekte. Vooral in Afrika ligt het dodental van de aan aids overleden patiënten hoog.
Het grootste probleem is dat je niet weet of je aids hebt. Je kan het van de buitenkant niet zien. En als je gaat zien dat je aids hebt valt er niets meer te redden. Er zijn namelijk nog geen geneesmiddelen of medicijnen zijn uitgevonden.
In dit werkstuk wordt uitgelegd wat aids is, hoe je het kan krijgen, de gevolgen daarvan en wat je er tegen kan doen.


1. Aids


1.1 Hoe werd aids voor het eerst herkend?
Aids werd het eerst herkend in de Verenigde Staten. Dit was een 1981. Een bepaald soort longontsteking dat normaal allen voorkomt bij mensen met een verzwakte afweer, kwam ineens opvallend vaak voor bij jonge (homoseksuele) mannen. Zij waren vóór die tijd nog volkomen gezond. Ook werden in deze groep mensen plotseling veel gevallen van een bepaald soort huidkanker (Kaposi sarcoom) ontdekt. Deze kanker is zeldzaam en kwam tot dat moment eigenlijk alleen bij oudere mannen voor. Het bleek om een nieuwe ziekte te gaan. Deze ziekte kreeg de naam aids.
Men ontdekte dat het ging om een ernstige aantasting van het afweersysteem van het lichaam, die veroorzaakt wordt door een virus. Het virus dat aids veroorzaakt, stamt af van een vergelijkbaar virus.

1.2 Wat is aids?
Het woord aids is een afkorting van Acquired Immuno-Deficiency Syndrome. Letterlijk vertaalt is dit Verworven Immuun Deficiëntie Syndroom. Verworven betekent dat het iets is wat je tijdens je leven oploopt. Deficiëntie wil zeggen dat iets beschadigd of aangetast is en daardoor niet meer goed werkt. Immuun betekent dat je lichaam afweerstoffen maakt tegen bepaald ziektes die worden veroorzaakt door bacteriën, virussen en schimmels. Immuun-deficiëntie betekent dus dat je afweersysteem wordt aangetast. Syndroom betekent dat het om allerlei ziektes en ziekteverschijnselen gaat.

1.3 Wat is HIV?

Aids wordt veroorzaakt door een virus: het HIV-virus. HIV is een afkorting van Humaan Immunodeficiëntie Virus. Iemand die met het HIV-virus besmet is, is seropositief.Als het virus in je lichaam komt, dringt hij binnen in de T4-cellen, ook wel witte-bloedcellen genoemd. Deze cellen regelen het afweersysteem. Het HIV-virus verandert dan het programma van de celkernen. Daardoor gaat zo’n cel meer HIV-virussen maken in plaats van stoffen om het lichaam te beschermen. Als het HIV-virus steeds meer T4-cellen binnendringt, maakt het van al die T4-cellen cellen die het HIV-virus kopiëren: er komen steeds meer HIV-virussen in je bloed. Als er dan andere virussen het lichaam binnenkomen, zijn er te weinig T4-cellen om je lichaam te beschermen. En omdat je een verzwakt afweersysteem hebt, maken de virussen je ziek: je hebt aids.

1.4 Hoe wordt het HIV-virus overgedragen?
Het virus bevindt zich in: bloed, sperma, vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk.
Bij iemand die geïnfecteerd is met het HIV-virus bevatten bloed en sperma een hoge concentratie van het virus. In vaginaal vocht en voorvocht is deze concentratie veel lager, maar via deze lichaamsvochten kan het virus wel worden overgedragen.
In andere lichaamsvochten kan het virus wel aanwezig zijn, maar in een veel te lage concentratie om een infectie te kunnen veroorzaken. Er is alleen risico als er zichtbaar bloed in zit.

Het HIV kan overgedragen worden door:
A. Onveilig seks contact
Iedereen die onveilig vrijt loopt risico op een besmetting met HIV of een andere seksueel overdraagbare aandoening. De kans op een HIV-besmetting is groter bij seksuele contacten met mensen uit groepen waarbinnen aids veel voorkomt.
Bijvoorbeeld mensen die drugs spuiten, mannen met wisselende homoseksuele contacten en mensen die afkomstig zijn uit gebieden waar aids veel voorkomt. Het probleem is dat je niet aan iemand kunt zien of hij of zij tot één van deze groepen behoort. Ook weet lang niet iedereen of hij/zij seropositief is. Dit is ook niet te zien.
Onveilige seksuele handelingen zijn.
1. Vaginale geslachtsgemeenschap zonder condoom (penis in vagina).
2. Anale seks zonder condoom (penis in anus).
3. Orale seks, waarbij sperma of (menstruatie)bloed in de mond komt.
4. Onderling gebruik van seksattributen, zoals een dildo, zonder deze tussendoor schoon te maken.

B. Het inspuiten met eerder gebruikte naalden en spuiten bij druggebruik
Men raakt niet besmet met HIV door drugs te gebruiken. Personen die drugs spuiten en elkaars naalden en spuiten gebruiken, lopen wel risico, omdat in de naalden en spuiten bloedresten achtergebleven zijn.

C. Een seropositieve moeder het tijdens de zwangerschap, de bevalling of via de borstvoeding aan haar kind
HIV kan worden overgedragen van moeder op kind tijdens de zwangerschap of bevalling, als de moeder seropositief is. Na de bevalling kan de moeder het virus via de borstvoeding overdragen.
D. Het gebruik van onveilige bloedproducten of bloedtransfusies met besmet bloed. (In West-Europa is dit vrijwel uitgesloten)
De kans dat je in Nederland via een bloedtransfusie aids krijgt, is vrijwel uitgesloten. Sinds 1985 worden alle bloeddonaties gecontroleerd op antistoffen tegen HIV. Besmet bloed wordt niet gebruikt. In ontwikkelingslanden wordt het bloed niet altijd gecontroleerd.

1.5 Hoe wordt het HIV-virus niet overgedragen?
Veel mensen denken dat je in de (dagelijkse)omgang met mensen die HIV of aids hebben, ook het HIV-virus kan krijgen. Dit is meestal onterecht. Door de volgende dingen kan het HIV-virus niet worden overgedragen
• Huidcontact (hand geven). Een pleister biedt voldoende bescherming.
• (Tong)zoenen. In speeksel zit te weinig virus om door te geven.
• Toilet en gebruiksvoorwerpen. Het zit niet in de lucht.
• Adem, hoesten, niezen, etc.
• EHBO. Als je de normale hygiëne toepast, kan er niets gebeuren
• Insecten
• Etenswaar
• Zwemwater en sauna’s

1.6 Verloop van de ziekte
Omdat de meeste mensen met HIV worden besmet via seksueel contact, is het moeilijk om vast te stellen wanneer precies de besmetting plaats vond. Ook het verloop van de ziekte verschilt van persoon tot persoon, zowel in tijd als in symptomen. Toch gaat men bij volwassenen in het algemeen uit van 4 à 5 fases in het verloop van de HIV-besmetting.

1. Seroconversie
Na gemiddeld 2 tot 12 weken na de besmetting met HIV, grijpt de seroconversie plaats. De periode tussen de besmetting en seroconversie heet window-periode. Seroconversie houdt in dat het lichaam antistoffen tegen het HIV-virus maakt. De aanwezigheid van de antistoffen kan door tests worden vastgesteld. De mensen die op de test positief zijn uitgevallen, zijn seropositief.
De seroconversie gaat vaak gepaard met koorts, moeheid en het opzwellen van de lymfeklieren.
2. Latentieperiode
Na de seroconversie volgt de vaak lange latentieperiode. Tijdens deze periode lijkt het virus relatief onactief. De latentieperiode kan een aantal jaar duren. Sinds de HIV-epidemie hebben onderzoekers vastgesteld dat de latentieperiode gemiddeld 6 tot 8 jaar duurt. Maar ook dit verschilt van persoon tot persoon.
Tijdens de Latentieperiode zijn de meeste mensen met het HIV-virus helemaal niet ziek. Ze hebben geen lichamelijke ongemakken en kunnen hun werk blijven doen. Deze periode het de asymptomatische periode
3. De eerste symptonen
In de volgend fase zijn de eerste symptonen van de ziekte te zien zonder dat de persoon met het HIV-virus echt ziek wordt. Deze periode wordt ook wel de symptomatische periode genoemd. Er zijn verschillende die zo af en toe opduiken: verschillende soorten herpes (op schaamlippen), de geslachtsorganen, aften in de mond, hairy leukoplakie (een soort schimmelhaartjes op de tong), eczeem. Ook kan er een latente tuberculose kan opduiken. Dit laatste is vooral een probleem in de Verenigde Staten en de derde wereld.
Deze fase duurt gemiddeld 1 tot 2 jaar. Na de eerste symptomen volgt ARC of AIDS.
4. ARC/AIDS
ARC staat voor Aids Related Complex. Het is een geheel van symptomen dat nauw met aids is verbonden. De seropositieve vermagert en voelt zich moe. Zij of hij lijdt aan chronische diaree en heeft aanhoudende koorts. In de mond komen allerlei schimmels voor en de symptomen uit de vorige fase worden alsmaar erger. Het immuunstelsel verzwakt nu snel.
Het ARC-stadium duurt gemiddeld ½ tot 1 jaar.
Sommige patiënten slaan de ARC-periode over en belanden na de symptomatische periode onmiddellijk in de AIDS-fase. Als de opportunistische infecties of tumoren doorbreken, is de patiënt in het AIDS-stadium beland. De gezondheidstoestand van de ziekte gaat snel achteruit, ook al zijn er langere periodes waarin het weer beter gaat. Het AIDS-stadium kan zeer kort duren, maar ook heel lang. De patiënt ligt dan vaak lange tijd in het ziekenhuis. Als het immuunstelsel het heeft begeven, sterft de patiënt.

2. Medicijnen en genezing


2.1 Aids-remmers
AL enkele jaren werden de middelen AZT, ddl en ddC bij bepaalde klachten toegediend. Sinds 1996 is daar een aantal middelen aan toegevoegd. Deze medicijnen, ook wel hiv- of aids-remmers genoemd, worden in bepaalde combinaties voorgeschreven. Deze zogenaamde combinatietherapieën remmen bij veel mensen de vermenigvuldiging van het hiv in het lichaam, waardoor mensen met hiv gemiddeld langer zonder klachten blijven en langer leven. Een nadeel van deze medicijnen is dat ze vaak ernstige bijwerkingen hebben, zoals misselijkheid, diaree of hoofdpijn. Soms zijn de bijwerkingen zo erg, dat men besluit de therapie te stoppen. Ook zijn de effecten van de middelen op de lange termijn nog onbekend.

Er zijn ook mensen die alternatieve middelen gebruiken. Naast speciale voeding zijn dat soms ook middelen met geringe bijwerkingen. Daarvan valt de voorspelde gunstige werking vaak tegen.

Ondanks de positieve berichten over de nieuwe middelen, is hiv nog steeds niet definitief uit het lichaam te krijgen. Voorlichting, veilig vrijen en veilig spuiten blijven daarom voorlopig de belangrijkste maatregelen tegen aids.

3. Risicogroepen


3.1 De risicogroepen
De allereerste aids-patiënten in de Verenigde Staten waren allemaal homoseksuelen, met een nogal actief seksleven. Daarom werd er gedacht dat aids aal een aandoening van homo’s was. Sommigen hadden het zelfs over gay cancer (homokanker). Maar al snel bleek dat ook hetero’s aids konden krijgen: hiv kan in alle sperma voorkomen en daarbij maakt het niet uit of de eigenaar homo of hetero is. Het is wel zo dat percentage besmette personen het hoger is bij homoseksuelen dan bij hetero’s.
De volgende groepen mensen horen dus tot de risicogroepen.
 Homoseksuelen. Door een nogal actief seksleven.
 Heteroseksuelen. Via de bij 1.4A genoemde handelingen
 Druggebruikers. Door het gebruik van een niet desinfecteerde spuit van iemand die aids of hiv heeft.
 Hemofiliepatiënten (mensen met een bloedziekte)
 Transfusieontvangers. Door het krijgen van besmet bloed.
 Nosocomiaal (geïnfecteerd in het ziekenhuis)
 Kinderen. Zij kunnen aids krijgen doordat hun moeder ook aids of het hiv-virus heeft.

4. Statistieken


4.1 Het aantal patiënten met het hiv-virus en aids in Nederland (eind ’99)
De patiënten die het hiv-rus of aids hebben, zijn in Nederland voornamelijk volwassen mannen. Dit blijkt uit de volgende grafiek.
Volwassenen en kinderen 13.000
Volwassenen (15-49 jaar) 12.000
Vrouwen (15-49 jaar) 2.500
Kinderen (0-15 jaar) 100

Schattingen van het aantal mensen die aids hebben (tot en met eind van 1999)
In totaal: 6.100

Schattingen van het aantal sterfgevallen ten gevolge van aids (tot en met eind 1999)
In totaal: 3.900
Aantal sterfgevallen in 1999: 200

4.2 Het aantal patiënten met het hiv-virus en aids in Europa
In Europa is het aantal patiënten geleidijk aan het afnemen. Dit blijkt uit de volgende grafiek, waar het aantal aids-patiënten vanaf ’92 tot en met ‘98 in vermeld staat:
1992 21.301
1993 23.138
1994 26.183
1995 25.472
1996 22.146
1997 15.655
1998 12.853

De landen in Europa waar aids veel voorkomt, zijn vooral de welvarende en grote landen. Dit blijkt uit de top-10 van het aantal aids-patiënten:
1. Spanje 54.713
2. Frankrijk 50.020
3. Italië 43.900
4. Duitsland 18.522
5. Verenigd Koninkrijk 16.438
6. Zwitserland 6.872
7. Portugal 5.875
8. Roemenië 5.787
9. Nederland 4.993
10. België 2.632

4.3 Aids-patiënten per groep bij kinderen in 1998 (in Europa)
moeder-kind 3.140 37,20%
nosocomiaal 2.615 30,98%
transfusie-ontvangers 1.081 12,81%
hemofiliepatiënten 206 2,44%
onbekend/anders 1.398 16,56%
totaal 8.440
Aantal kinderen met aids-diagnose
Jongens 4.809
Meisjes 3.754
4.4 Aids-patiënten per groep bij volwassenen in 1998(in Europa)
druggebruikers 83.966 39,89%
homo/biseksuele mannen 71.938 34,18%
heteroseksueel contact 33.071 15,71%
hemofiliepatiënten (zie 3.1) 3.317 1,70%
transfusie-ontvangers 3.466 1,65%
homo/biseksuele druggebruikers 3.007 1,43%
nosocomiaal 16 0,01%
onbekend/anders 11.709 5,56%
totaal 210.490

Aantal volwassenen met aids-diagnose
Mannen 181.869
Vrouwen 41.856

4.5 Aids-patiënten in de wereld (27 juni 2000)
De verspreiding van het hiv-virus en aids in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara neemt dramatische vormen aan. 10% of meer van de totale bevolking die tussen de 15 en 49 jaar zijn heeft het virus of de ziekte. Van de jongeren die nu 15 jaar zijn zal ⅓ aan aids overlijden.
In de rijkere landen lijkt het aantal slachtoffers stabiel te worden. Dit staat in een rapport van UNAIDS, de aidsorganisatie van de Verenigde Naties, dat aan de vooravond van de internationale aidsconferentie in Durban, Zuid-Afrika, is gepubliceerd.

Azië: 6.13 miljoen mensen met het HIV/aids.
Cambodja heeft de hoogste infectiegraad met 4,4 % HIV-geïnfecteerden, veelal hetero’s. In Thailand is dat percentage 2,15%; hier is dankzij goede voorlichtingscampagnes de verspreiding van HIV afgenomen. In India leven naar schatting 3,7 miljoen mensen met HIV en India heeft daarmee na Zuid-Afrika het hoogste inwonertal dat seropositief is. China, het land met het meeste inwoners ter wereld, heeft een infectiegraad van 0,07 %.

Afrika ten zuiden van de Sahara: vier miljoen nieuwe infecties in 1999.
In 16 landen is 1/10 van de volwassen bevolking met HIV geïnfecteerd. De situatie is het ergst in Botswana (35,8% van de bevolking seropositief), Zimbabwe (25,1%), Lesotho (23,8%), Zambia (20 %) en Zuid-Afrika (20%).
In totaal zijn er 34,3 miljoen mensen met HIV en aids in de wereld, waarvan er 5,4 miljoen in 1999 zijn geïnfecteerd. Vorig jaar stierven er 2,8 miljoen mensen aan de ziekte.

§4.6 Geschat aantal aids-slachtoffers in 2000:

bron:WHO/UNaids

Werelddeel Aids-slachtoffers Nieuwe hiv-infecties in 2000 Mensen met hiv/aids eind 2000
Noord-Amerika 20.000 45.000 920.000
Caribisch gebied 32.000 60.000 390.000
Latijns-Amerika 50.000 150.000 1.400.000
West-Europa 7.000 30.000 540.000
Oost-Europa & Centraal-Azië 14.000 250.000 700.000
Oost-Azië & Oceanië 25.000 130.000 640.000
Zuid & Zuidoost Azië 470.000 780.000 5.800.000
Australië & Nieuw-Zeeland 500 500 15.000
Noord-Afrika & Midden-Oosten 24.000 80.000 400.000
Afrika ten zuiden van Sahara 2.400.000 3.800.000 25.300.000

5. Gevolgen


5.1 De gevolgen voor seropositieven
Persoon.
De persoon is vaak in eerste instantie boos. Soms op het virus maar meestal op zichzelf: hoe ze zo stom geweest kunnen zijn het virus binnen te krijgen.
Voor de persoon die seropositief is, zijn de er nog een aantal vervelende gevolgen:
Ze weten dat ze na een paar jaar zullen sterven.
Hun werkgever zou kunnen beslissen hem/haar te ontslaan.
Ze kunnen geen hypotheek meer afsluiten. De banken willen het risico niet nemen dat het bedrag nooit meer terug zien.
Voor de rest kunnen ze nog gelukkig en gezond verder leven. Totdat ze ernstige ziektes krijgen, want dan hebben ze aids.

Familie
Voor de familie is het minder vervelend. Het enige gevolg voor hen is dat ze weten dat ze na een aantal jaar een familielid moeten missen.
Alleen voor de echtgenoot/echtgenote is het vervelend. Ze kunnen nooit meer seks hebben zonder condoom.

Hier een stukje uit de Gelderlander van donderdag 16 november 2000
Vitesse steunt talent met hiv-virus
Mag Vitesse voetbaltalent Job Komol, besmet met het hiv-virus, uitkomen in de competitie? KNVB noch UEFA weten het.
ARNHEM — Job Komol is een talentvolle voetballer van l8 jaar, afkomstig uit Kameroen. Sinds de zomer weet hij dat hij het hiv-virus bij zich draagt. Dat kan aids veroorzaken. Job wil dolgraag blijven voetballen.
Komol werd in de zomer onderzocht op bet virus, nadat hij eerder een tuberculose-infectie opliep. Op 22 juli kreeg de jonge speler te horen dat de uitslag van het onderzoek op hiv positief was. Sindsdien is bij behandeld door dr. C. Richter, internist en Infectiespecialist van het Rijnstate-ziekenhuis in Arnhem.
Job Komol speelt sinds tweeënhalf jaar voor Vitesse. Na maanden van overleg met zijn vertrouwensman Jan Streuer, technisch manager bij Vitesse, en met vrienden en familie, besloot Komol door te gaan. Hij wil nog deze week de groepstraining bij de tweede selectie hervatten.
De infectie is inmiddels met 99 procent teruggebracht, wat de kans op besmetting voor anderen door bloed-op-bloedcontact volgens de behandelend arts te verwaarlozen maakt. ,,De kans op besmetting is honderdmaal kleiner dan 0,1 procent. Medisch is het voor Job zeker verantwoord om te spelen. Medespelers en tegenstanders hoeven geen angst te hebben,” aldus dr. Richter. Volgens hem is de kans nihil dat het hiv-virus zich bij Job ooit tot aids zal ontwikkelen.
Er zijn weinig voorbeelden van sporters met het hiv-virus. In Amerika kwam basketballer Magic Johnson in 1994 uit voor zijn besmetting. Hij nam even afscheid van het basketbal, maar keerde later weer terug. Met zijn bekendmaking doorbrak Johnson in Amerika een groot taboe. Voor Nederland is de situatie betrekkelijk nieuw. Volgens specialist Richter zijn er geen gevallen bekend van mensen die topsport bedrijven en bet hiv-virus hebben. Hij informeerde wel bij collega’s, maar kwam zelfs niet op het spoor van sporters die om
die reden gestopt zijn.
Vitesse hoeft de KNVB inmiddels verzocht Job Komol speelgerechtigd te verklaren, maar wacht een officieel standpunt af. De bond heeft de kwestie direct op de agenda van december geplaatst. Ook de UEFA is ingelicht. Net als de Nederlandse bond kent ook do Europeso bond geen richtlijnen.
Manager Streuer zegt blij te zijn met bet standpunt van de club. Hij onderkent het gevaar voor negatieve reacties bij publiek en ook spelers. ,,Het zou erg triest zijn als wij die jongen om die reden terug naar Kameroen sturen. Ik bob met Job gesproken over de mogelijke reacties. Hij is zich daarvan bewust, maar is er niet bang voor. Job wil voetballen en wij steunen hem daarbij.”

Conclusie


Aids wordt veroorzaakt door het HIV-virus. Dit virus kan je lichaam binnenkomen als je bloedcontact hebt met iemand die het virus heeft. Je ziet er in eerste instantie niets van, maar als je voor het eerst langdurig ziek bent, wordt het duidelijk dat je het hiv-virus in je lichaam hebt. Met het virus in je lichaam kan je nog een jaar of tien leven voordat je echt verschijnselen van aids krijgt; je krijgt dan allerlei ziektes bij elkaar.
De gevolgen voor een seropositieve kunnen heel erg zijn. Ze kunnen worden ontslagen door hun werkgever of vrienden willen niets meer met hen te maken hebben. Gelukkig komt dit heel weinig voor. Dit komt vooral omdat er nu aids-remmers zijn. Hierdoor kan een aids-patiënt langer leven. Een werkgever zou dan ook kunnen beslissen de patiënt niet te ontslaan.
De gevolgen van aids in de wereld zijn per continent verschillend. In Europa en de beide Amerika’s zijn er niet zo veel aids-patiënten. Maar in Azië en Afrika zijn er heel veel. Vooral in Afrika. Hier zijn op dit moment zo’n 25miljoen mensen met het hiv-virus of aids.
Om dit aantal terug te brengen zal er meer voorlichting moeten komen. De mensen zullen dan veiliger gaan vrijen en daardoor de kans op aids verkleinen.

Bronvermelding


Internet
http://www.aids.nl

http://www.ziekenhuis.nl

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

ik vond het heel slecht echt

19 jaar geleden

R.

R.

hardstikke bedankt ik heb er veel mee gehad en ik heb er een 7,5 voor gehald
mzzlricardo

18 jaar geleden

A.

A.

gast da was echt tering slecht

5 jaar geleden