Jongeren en hun geldzaken (enqueteverslag)

Beoordeling 6.3
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 6e klas vwo | 2026 woorden
  • 19 maart 2004
  • 143 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.3
  • 143 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Jongeren en hun geldzaken

In het kader van de examentoets op 19 januari 2004 hebben we een onderzoek gehouden naar de financiële situatie van jongeren op het Pleincollege Sint-Joris in de leeftijdscategorie 12 tot en met 18 jaar. Dit onderwerp hebben we gekozen, omdat het in Nederland tegenwoordig een veelbesproken kwestie is. De leeftijdsgrenzen zijn bepaald doordat we alleen leerlingen van ‘t Joris wilden enquêteren.
Door onze gevonden bronnen van internet te vergelijken met de uitslagen van onze enquête, wilden we kijken in hoeverre het Sint-Joriscollege een afspiegeling is van de Nederlandse jeugd.

Onze hoofdvraag luidde: Hoe ziet de financiële situatie van jongeren in de leeftijd 12 t/m 18 jaar op het Sint-Joriscollege eruit?
Om deze vraag goed te kunnen beantwoorden hebben we de hoofdvraag opgedeeld in vier delen. We onderzochten de geldbronnen van jongeren, waar ze hun geld aan uitgeven, of ze wel eens geldproblemen hebben en of hun omgeving invloed heeft op hun uitgavenpatroon.

Geldbronnen
Jongeren hebben verschillende inkomsten. Velen van hen hebben een bijbaantje, krijgen daarnaast kleedgeld en/of zakgeld en mochten ze nog geld tekort komen, dan krijgen de meesten nog wat extra geld van hun ouders.
Jongere verdienen uiteraard minder per uur dan oudere leerlingen. Als ze de 16 zijn gepasseerd gaan de lonen duidelijk omhoog. Dit is natuurlijk te verklaren door het feit dat jongeren met hun 16e jaar meer keus hebben uit bijbaantjes.
Uit de enquête bleek dat vier van de vier 12-jarigen die wij ondervraagd hebben, geen bijbaan hadden en dus ook geen maandelijks inkomen. Op 13-jarige leeftijd heeft 1 op de 5 leerlingen een baantje en verdient hier gemiddeld 25 euro per maand mee. Als leerlingen 15 zijn heeft de helft al een extra bijverdienste, maar verdienen ze per maand gemiddeld minder dan een jaar daarvoor. Dit kan te verklaren zijn door het aantal uur dat ze werken.
Op je 17e begint duidelijk het echte leven, dan verdienen leerlingen al zo’n gemiddelde 136 euro in de maand. Ook heeft driekwart van deze leeftijdsgroep een baantje.

De verschillende bruto uurlonen van de verschillende opleidingsniveaus is relatief klein. Vmbo-t-leerlingen verdienen minder, zo blijkt uit de enquête, maar het speelt mee dat van deze categorie minder leerlingen zijn geënquêteerd. Conclusie die we hieruit kunnen trekken luidt als volgt: de verschillen in bruto uurloon tussen vmbo-t-, havo- en vwo-leerlingen is gering.
Maar er zijn wel grote verschillen te zien tussen het gemiddeld maandloon van de verschillende niveaus. Vmbo-t leerlingen verdienen per maand veel minder. Dit kan komen doordat vmbo-t leerlingen per maand minder werken dan havo of vwo leerlingen. Natuurlijk speelt hier ook weer mee dat van havo veel meer mensen zijn ondervraagd en van vmbo-t heel weinig. Ook kan dit te verklaren zijn door het feit dat op havo- en vwo-niveau ook 17 en 18 jarigen zitten en op het vmbo-t over het algemeen niet. En uit ons onderzoek bleek dat 17 en 18jarigen gemiddeld meer verdienen. Per uur en per maand.
Verschillen zijn niet groot wat betreft het zakgeld dat men krijgt per maand. Dit verschilt nauwelijks per leeftijd.
De verschillen tussen wat jongeren per maand aan kleedgeld ontvangen is wel groot. Slechts 1/3 geeft aan per maand relatief veel kleedgeld te ontvangen, de overige 2/3 ontvangt niets per maand.
In vergelijking met de bron van internet (NIBUD) bleek dat dit ongeveer wel een afspiegeling is van de Nederlandse jeugd. Op de site van NIBUD stond vermeld dat de helft van de scholieren een bijbaantje heeft. Op ’t Joris klopt dit wel alleen vanaf de leeftijd 16 jaar. Ook vermeldden zij dat 16% van de 12jarigen een bijbaantje had. Dat klopte bij ons dus niet.

Waar besteden jongeren hun geld aan?
Uit ons onderzoek bleek dat hoe ouder de jongeren zijn, des te meer ze maandelijks vrij te besteden hebben. Dit komt doordat oudere leerlingen vaker een bijbaan hebben en sommige naast hun zakgeld ook nog kleedgeld krijgen.
12jarigen geven per week alleen geld uit aan muziek en sommigen kopen nog wat snoep in de kantine. Verder krijgen ze geen extra geld van hun ouders naast hun eventuele zak- en kleedgeld.
Verschil tussen 13jarige en 12jarige meisjes is niet groot, hier duikt slechts een nieuw fenomeen op: de mobiele telefoon. Per week geven ze er gemiddeld 11 tot 20 euro aan uit. Dit is mogelijk doordat deze leeftijdsgroep extra geld van hun ouders krijgt en deze dus besteedt aan hun mobieltje. Op dertienjarige leeftijd beginnen sommige jongens al met uitgaan, meisjes nog helemaal niet. Muziek is geen populaire uitgavenpost voor jongens, zij besteden liever hun geld aan kleding.
Als meisjes veertien zijn, beginnen ze met uitgaan en geven er per week zo’n 11 tot 20 euro aan uit. Roken wordt vanaf deze leeftijd ook hip, daar gaat 1 tot 10 euro per week aan op. Mobieltje en roken hoeven de meiden niet zelf te betalen, ze krijgen van hun ouders extra geld om dit te bekostigen.
Voor een 14jarige jongen wordt kleding steeds belangrijker, ze geven er het meeste geld aan uit. Ook uitgaan is erg populair, populairder dan bij de meisjes van veertien. Als jongens 14 zijn geworden schaffen ze ook een mobiel aan. Deze wordt niet betaald door hun ouders, jongens moeten dit zelf betalen van hun zakgeld of eventuele bijverdienste.
Voor jongens van 15 wordt uitgaan minder interessant, ze geven er gemiddeld 10 euro minder aan uit dan een jaar daarvoor. Meisjes blijven echter geboeid door het Stratums Eind en smijten daar nog steeds 11 tot 20 euro per week over de balk.
Dan zijn jongens eindelijk 16 en mogen ze een scooter kopen. Dit kost ze gemiddeld 11-20 euro per week. Muziek was al die jaren oninteressant, nu nog steeds, waarschijnlijk door het gratis branden van cd’s. Voor kleding krijgen jongens nu extra geld van hun ouders. Meisjes geven minder uit aan stappen, jongens besteden er gemiddeld een tientje meer aan.
Sparen zien we voor het eerst bij 17jarige jongens. Ook soft drugs gaat nu geld kosten. Kleding is zeer verschillend hier. De een vindt het wel belangrijk om af en toe wat nieuws aan te trekken, anderen maakt het niets uit en geeft aan 0 euro per week aan kleding uit te geven.
Voor zeventienjarige meisjes wordt kleding over het algemeen wel belangrijker en ze bellen en roken ook veel meer, blijkt uit de uitgaven.
Verschillen tussen 17 en 18jarige meisjes zijn er nauwelijks, ze krijgen alleen minder geld van hun ouders.
Op jonge leeftijd krijgen jongens meer geld van hun ouders dan meisjes, later draaien de rollen om en worden de meiden verwend. Ook moeten jongens als ze wat ouder zijn meer zelf betalen dan meisjes. Er is geen enkele persoon van 16 jaar of ouder die niets zelf hoeft te betalen. Dit stemt wel in met de gevonden bronnen op internet. NIBUD verklaarde dat meer dan de helft geld krijgt van hun ouders als ze erom vragen. Dit klopt ook wel met de uitslagen van onze enquête. Jongeren hebben over het algemeen veel te besteden en hebben gulle ouders.

Geldproblemen
Uit deze enquête bleek dat meer dan 80% van de ondervraagden geen lening had. 11% leent wel eens wat van zijn ouders en een enkeling had een lening bij de bank. Degenen die wel een lening hebben zijn 16 jaar of ouder. Dit stemt niet overeen met de bronnen. www.nibud.nl verklaart dat ruim 20% van de jongeren geld leent. In iedere leeftijdscategorie heeft meer dan 10% een lening.
Op een paar na hebben leerlingen van het Sint-Joriscollege geen geldproblemen. Veel van de jongeren spaart een vast bedrag per maand of anders als ze iets overhouden in de maand.
We vroegen aan de leerlingen of ze bij hun bank rood mochten staan. De meesten antwoorden dat dit niet het geval was. Mocht dit toch, dan staat slechts 10% continu rood, 22% nooit en de overige 66% soms.
Mochten leerlingen geld tekort komen, dan vragen meisjes eerder geld aan hun ouders dan jongens. Maar jongens krijgen, als ze het vragen, wel vaker geld dan de meiden.
Als je nog 12 of 13 bent beschik je alleen over contant geld, als ze wat ouder worden gaat men de pinpas gebruiken in combinatie met de chipknip, en als jongeren 17 of 18 zijn maken ze ook nog eens gebruik van een acceptgirokaarten en automatische incasso. Toch blijft de pinpas het meest favoriete betaalmiddel van jongeren van 14 jaar en ouder. Contant geld volgt daarna, en slechts enkelen geven de voorkeur aan chippen.

Invloeden van buitenaf
Als ze nog jong zijn kijken ze nog duidelijk op tegen hun ouders. Brugklasleerlingen vinden hun ouders een zeer goed voorbeeld wat betreft financiën. Vwo leerlingen blijven tot hun 18 jaar positief over hun opvoeders, terwijl havo- en mavo-leerlingen toch wat negatiever zijn over het voorbeeld dat hun ouders hen geeft. Toch vinden jongeren over het algemeen dat hun ouders het redelijk goed doen. Maar luisteren ze ook naar hun adviezen?
Vmbo-t-leerlingen vinden de adviezen van hun ouders niet interessant, er wordt dan ook niet naar geluisterd. Zowel vwo-leerlingen als havo-leerlingen luisteren af en toe wel naar hun ouders. Hoe jonger de kinderen zijn des te meer invloed ouders nog kunnen uitoefenen op hun kroost. Maar over het algemeen wordt de jeugd vrij gelaten in hoe hij zijn geld wil besteden.
Jongens worden meer aangemoedigd tot sparen dan meisjes. Enkele jongens worden zelfs verplicht om een vast bedrag per maand te sparen. Meisjes worden veel aangemoedigd, maar nergens toe verplicht.
We waren ook benieuwd naar hoeveel jongeren invloed op elkaar uitoefenen. We vroegen ze in hoeverre zij hun vrienden een goed voorbeeld vonden qua bestedingsgedrag. 75% van de ondervraagden vond zijn maatjes geen goed voorbeeld. 24% vond dat ze het af en toe wel goed deden. Slechts 1% vond dat zijn amigo’s een uitstekend voorbeeld gaven.
Naar familieleden wordt ook niet veel geluisterd. 2/3 vindt het advies dat zij geven onbelangrijk. 1 iemand luistert vaak naar hun adviezen.
Ook een vriend of vriendin schijnt weinig invloed te hebben. 32% van de ondervraagden met een vriend/in verklaart dat deze geen invloed heeft op zijn/haar bestedingsgedrag. 27% zegt dat dit toch af en toe wel een beetje het geval is en niemand laat zijn geld beheren door zijn/haar lover. Gelukkig maar.
Aangezien reclamecampagnes vaak zijn gericht op jongeren (deze schijnen erg vatbaar daarvoor te zijn) hebben we onderzocht of dat inderdaad zo is. Maar hieruit bleek dat de meeste zich slechts soms of helemaal niet laten beïnvloeden door reclame. 2 mensen antwoordden dat zij toch wel erg vatbaar waren voor reclame.

Financiële situatie van jongeren
Over het algemeen hebben jongeren op het Joris vrij veel te besteden. Naarmate ze ouder worden hebben ze meer inkomsten, maar ook meer uitgaven. De meeste hebben een bijbaantje. Als ze 17 of 18 zijn hebben ze bijna allemaal een extra verdienste. Ook verdienen sommigen meer per uur dan anderen. Dit komt doordat er nu een ruimere keus is aan baantjes.
Waar jongeren hun geld aan besteden verschilt erg per leeftijd. Jongere leerlingen hebben per maand minder te besteden en krijgen ook minder geld van hun ouders. Over het algemeen geven jongeren veel geld uit aan uitgaan, mobiele telefoon, kleding en roken.
Uit onze enquête bleek dat leerlingen van ’t Joris bijna geen geldproblemen hebben. Deze uitslagen weerspiegelen dus niet de uitkomsten van het onderzoek van NIBUD. Daar bleek dat veel jongeren op jonge leeftijd al een lening hebben. Op onze school is dat niet het geval. Mocht een enkeling dan toch een lening hebben, dan is dat vaak bij zijn ouders.
Ook rood staan komt nog niet zoveel voor. Maar dat komt ook omdat de meesten aangaven dat dit niet mocht bij hun bank. Ook blijkt uit ons onderzoek dat er toch nog leerlingen bestaan die sparen. De meerderheid niet, maar een aantal spaart een vast bedrag per maand.
De invloeden van buitenaf op het bestedingspatroon van jongeren is heel weinig. Ouders blijven adviezen geven, maar laten hun kinderen over het algemeen vrij. Vrienden worden meestal niet als voorbeeld gezien en ook familieleden hebben weinig invloed. Hebben ze een relatie dan blijkt dat deze weinig of helemaal geen invloed heeft op hun financiële situatie.
Ook de meeste jongeren blijken niet vatbaar te zijn voor reclame.

Over het algemeen ziet de financiële situatie van jongeren op het Sint-Joriscollege er goed uit. Ze hebben weinig geldproblemen, ouders springen vaak bij en per maand hebben ze een redelijk bedrag om te besteden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

boeiend

17 jaar geleden