ADVERTENTIE
Wil jij exposeren in het Rijks?

Heb jij een goed oog voor mooie beelden? Het Rijksmuseum zoekt jonge fotografen die hun talent durven laten zien. De prijzen: een tentoonstelling in het Rijksmuseum en je eerste betaalde foto-opdracht! Klik voor meer info over het thema en de wedstrijd.

Meer info

1. Negeri Indonesia. (het land van Indnesië)



Indonesië is een groene groep eilanden tussen Azië en Australië.

Indonesië wordt bewoond door bijna 130 000000 mensen, die tot 300 verschillende groepen behoren. De 5 grootste eilanden van Indonesië zijn: Java, Sumatra, Borneo, Celebes en

West Iran, in het Indonesisch is het: Djawa, Suatera, Kalimantan, Sulawesi en Irian Barat.

Er zijn ook nog 13000 kleine eilanden waarvan er maar 3000 van bewoond zijn.

Indonesië is een bergachtig land.



Er zijn 300 vulkanen waarvan er maar 60 actief zijn.

Meer dan de helft van Indonesië is met bos bedekt. Er zijn grote oerwouden op Sumatra, Borneo en West-Iran. In die oerwouden leven nog veel wilde dieren. De bijnaam van Indonesië is: De gordel van Smaragd.



2. manusia-nja of Orang nja Indonesia (De mensen)





In Indonesië zijn er ongeveer 130 000000 mensen.

Indonesië is op 4 na het grootste land ter wereld. Alleen in China, India, de Sowjetunie en de Verenigde-Staten wonen meer mensen.

Op 1 vierkante kiloveter wonen ongeveer 65 inwoners. In Nederland is dat ongeveer 400 per vierkante kilometer. Zo lijkt Indonesië dus een dun bevolkt land, maar dat is niet waar.

Sommige delen van Indonesië zijn inderdaad dun bevolkt, bijvoorbeeld het binnenland van Sumatra, Borneo en West-Iran. Maar er zijn dichtbevolkte gebieden zoals Java, waar ongeveer 500 inwoners per vierkante kilometer wonen.Dus nog 100 meer dan Nederland, dat al heel dicht bevolkt is.

Het grootste gedeelte van de bevolking, vooral Chinezen en Maleisiers leeft in de kustgebieden.





“Dayak” is de naam voor ongeveer 200 verschillende stammen waaruit de inheemse bevolking van het eiland bestaat. Elke sukuh (stam) heeft zijn eigen stamnaam en dialect.

In tegen stelling tot de mythe hebben de Dayak een lichte huidskleur als die van de chinezen, met ronde gezichten en amandel vormige ogen. De inheemse Dayak, die ongeveer de helft van de bevolking van Indonesië uitmaken, leven nog altijd in het binnenland aan de oevers van de grootte rivieren en hun vertakkingen. De moderne wereld heeft invloed op het traditionele leven van deze bevolkingsgroep. Tatoeage en de gewoonte om heel veel oorringen te dragen waardoor de oorlellen uitrekken, zijn aan het verdwijnen. Weinig Dayak jagen nog met blaaspijp, gifpijlen op speren, in plaats daarvan zijn zelfgemaakte vuursteen geweren gekomen. De jonge Dayak verlaten hun dorpen om werk te zoeken bij houtkap- of oliemaatschappijen, of in een dienstverlenend beroep in een snel groeiende stad. De kinderen van de rijke Dayak volgen technisch studierichtingen, bosbouw en andere richtingen op Indonesische en Europese universiteiten. De stamleden van de Penan zijn de oorspronkelijke bewoners van Borneo, die hier nog voor de Dayak leefden. De Penan trokken van de kustgebieden naar het binnenland, waar ze hun eigen levenswijze konden voortzetten. Er zijn nog ongeveer 10000 Penan in plaatsen van het bovenstroomgebied van de Mahakam en de apo Kayan. De Penan hebben zich aangepast aan het leven in de jungle, en eten fruit, wilde bessen en wild. Zij jagen met blaaspijpen en gebruiken jachthonden om wilde varkens op te sporen. De Penan blijven een paar dagen, weken of maanden in een dorp, en trekken dan weer verder als jagers. Soms zitten ze in een dorp met halskettingen van everzwijn- en pantertanden en huiden, berenklauwen en rang-oetanschedels, waar zout en peper in worden bewaard.



3. Bahasa Indonesia. (De taal)



In Indonesië zijn ongeveer 200 verschillende talen, de mensen kunnen elkaar soms niet verstaan. Op Irian-Jaya wordt 10% van alle talen ter wereld gesproken. Maar op de lagere scholen wordt gelukkig wel een taal gesproken, ze praten daar in het Bahasa Indonesia. Ongeveer 70% van de Indonesiërs praten zo.

Vroeger werd er vooral in het maleis gesproken en geschreven. Op Java spreken de hele rijke mensen in hoog Javaans. Door de minder rijke mensen wordt laag Javaans gesproken. Personeel van de grote bedrijven spreken allemaal Bahasa Indonesia.

Er wordt ook veel Engelse taal gebruikt in Indonesië.



Toen de Nederlanders aan de macht waren spraken de meeste Nederlanders Nederlands met elkaar. Als ze boodschappen gingen doen spraken ze Maleis, Pasar-Maleis en het Petjog.

Vooral de oudere Indonesiërs kunnen de Nederlandse taal nog spreken.



Hier zijn een paar Nederlandse en Indonesische woorden:



Groeten:

Goede morgen = Selamat pagi (se-la-mat pa-gi)

Goede avond = Selamat siang (se-la-mat si-ang)

Hoe gaat het? = Apa kabar (a-pa ka-bar)



Getallen:

Een = Satu

Twee = Dua

Drie = tiga

Vier = Empat

Vijf = Lima

Zes = Enam

Zeven = Tujug

Acht = Delapan

Negen = Sembilan

Tien = Sepuluh.



Een leuk meisje/jongen ontmoeten:

Knap = Cantik

Ga je mee? = Mau ikut?

Laten we gaan = Ayo

Lief = Manis

Doe maar = Silakan

Ik geef om je = Saya sayang.



4. Batik (Batik)





Een van de bekenste stoffen op Indonesië is Batik. Vroeger droegen de meeste vrouwen het van jong tot oud. Sommige vrouwen dragen het nog steeds, maar vroeger waren het er meer. De arme mensen dragen vooral batik en de rijke mensen dragen een gewone broek en t- shirt.



Hier is een uitleg hoe je Batik maakt:



Je hebt een witte doek en de stop je in de kleur verf die je mooi vind.

Dan heb je een soort bijenwas die doe je om het getekende figuurtje en je laat het hard worden. Als het hard is geworden stop je het in de kleur verf waar je je figuurtje mee wil verven.

Zo doe je dat ook bij alle andere figuurtjes, ja haalt dan alle was eraf die er nog op zit en je laat de verf dan drogen.

En dan is je Batik doek klaar!



5. Pesta-nja-dansa Permainan tonil nja moeska. (Feesten en dansen)





Volgens de Balinese kalender (die Wuku heet) telt het jaar 210 dagen en er worden bijna 200 feesten in de tempels gevierd.

Het grootste feest van het jaar is het grote tempel-feest, Odalan. Dat feest wordt bijna in elk dorp, ter herinnering van de stichting van het heiligdom met veel enthousiasme gevierd. Vier dagen voor het feest beginnen ze met de voorbereiding. Speciale altaren van bamboe worden voor de offergave opgesteld.



Baris. (dans)



De Baris is een krijgersdans.

Het woord Baris betekend: lijn of rij, waarmee de rij van krijgers die voor hun koning strijden word bedoeld.

De Baris mocht vroeger bij geen enkel ritueel feest ontbreken. Nu wordt hij alleen nog bij lijkverbrandingen gedanst.

Uit deze dans waarbij 10 of 12 sperende bewapende dansers, een krijgers dans opvoerden, ontstond later de Baris pendet, een dramatische voorstelling, waarbij vooral de rol van de solodanser opvalt.

Een goede Baris danser moet zich aan een zware training houden. Er zijn niet veel goede Baris dansers. Hij moet elk lichaamsdeel beheersen en zijn gezicht moet in plotselinge afwisseling elke emotie zoals: Bewondering, Angst Wreedheid en zachtmoedigheid kunnen uitdrukken.

Een hoofdbedekking van de Baris danser past goed bij zijn kleding. Vroeger behoorde het bij de opvoeding van een prins om de Baris te leren dansen.



Jalon Arang. (dans)



Jalon Arang is een groot drama dat ‘s nachts bij volle maan in de buurt van de dodentempel wordt opgevoerd.

De hoofdrol is een tovenares-weduwe. Het stuk speelt in de tijd an koning Airlangga.

Jalon Arang krijgt diep in het oerwoud een dochter, het kindje, Ratna Menggali, wordt een mooi meisje.

Jalon Arang wil dat haar dochter met een prins van het hof van Airlangga gaat trouwen.

Maar dat lukt haar niet. In haar woede neemt ze met zwarte magie wraak op haar geboortedorp. Er breekt een ziekte uit waardor veel mensen sterven. Als Airlangga hier van hoort vraagt hij de hoge priester Mpu Bharadha om raad die zijn zoon om de hand van Ratna Menggali vraagt. Ze trouwen en de ziekte verdwijnt.

Ratna Menggali is in bezit van een blad, waarop een toverformule staat. Haar man vindt het en geeft het blad aan zijn vader. Hij ontcijfert de formule en komt dan achter de kwade plannen van jalon Arang. Als Jalon Arang merkt dat haar geheim ontdekt is, verklaart zij de priester de oorlog. De oorlog tussen de zwarte en de witte magie eindigt met de dood van Jalon Arang. Voor ze sterft vraagt ze Mpu Bharadha om vergiffenis, en die krijgt ze.

In het toneelstuk wordt gezongen, gesproken en gedanst.



6. Agama-Igama nja (Goden)



In Indonesië zijn de goden overal aanwezig. Er bestaat geen plicht of wed die niet door de goden is vorgeschreven. De goden leven op de hoogste bergen.



Offers.



Elke dag brengt een Balinees een paar keer een offer aaan de goden, de demonen en de voorouders. Dat mag niet vergeten worden anders volgt er een straf. De rijstoogst kan bijv. Mislukken of iemand wordt ziek of verongelukt. Daarom zie je de hele dag door Balanezen met offers. Ze maken kleine bakjes van bladeren of van karton met daarin een paar blaadjes, vruchten en rijst. Grote offers worden heel mooi klaargemaakt. Schalen met vruchten zie je het meest. Die dragen de vrouwen o hun hoofd naar de tempels. Soms laapt er een vrouw met zo’n offer naar het rijstveld. Daar staat ook een tempeltje. Ze willen dan de goden smeken om een goede oogst.



Voorouders.



Als er iemand gestorven is, moet hij of zij verbrand worden. De as wordt verzameld en over de zee of een rivier uitgestrooid. Dat vinden de mensen erg belangrijk, want dan pas is de ziel helemaal vrij en het kan dan naar de wereld van de goden terug gaan. Daar komen ze ook vandaan. De mensen vereren hun voorouders, ze hebben daar dan speciale tempeltjes voor hun huis.



7. Makanan (eten)





Het belangrijkste eten in Indonesië is rijst. Dat is in Indonesië het volks voedsel, zoals bij ons de aardappel.

De meeste rijst wordt verbouwt op Sawah’s natte rijstvelden. Om de rijst staan dijkjes en moeten het grootste deel van de tijd dat de rijst groeit onderwater staan. Dit water wordt naar de rijstvelden geleid. Ze noemen dit irrigatie. De jonge rijstplantjes worden meestal met de hand in de natte bodem geplant. De hele groeiperiode blijft de Sawah nat. Pas bij het rijp worden van de rijst en bij de oogst is het rijstveld droog.

Java is bekend om zijn Sawah’s.

De meeste van die rijstvelden worden nog bewerkt met karbouwen, dat zijn een soort buffels. Hoewel er in Indonesië veel rijst word gebouwd, voet er toch nog voedsel worden ingevoerd. Ons land geeft vaak eten aan Indonesië. Nederland stuurt dan bijvoorbeeld rijst en tarwe. Een extra moeilijkheid in Indonesië is dat de meeste landbouwbedrijven erg klein zijn. Te klein om met machines te werken. De boeren hebben er ook te weinig geld voor. Als ze hun bedrijven groter zouden maken en wat meer geld zouden verdienen, dan kunnen ze bijvoorbeeld kunstmest kopen en dan weer grotere oogsten krijgen. De andere voedingsgewassen op Indonesië zijn Maïs, sojabonen en aardnoten.



Indonesië heeft een fantastische keuken, waar invloeden van alle delen van de wereld te vinden zijn.

Uit India kwamen kerrie, komkommer en de eierplant.

Uit Amerika kwamen chili, peper, vanille, zuurzak (vrucht), pawpaw en ananas.

Uit China kwamen de wok en het roerbakken mee en ook Chinese mosterd en brassica.

Uit Arabië stammen de kebab en geitenstoofschotels.

De pinda, avocado, guava, papaja, tomaat, pompoen, cacao en de sojaboon weden door de Europeanen gestuurd.



Dagelijkse kost.



Het basisvoedsel is dus op de meeste eilanden rijst (nasi), aangevuld met groente, vis en soms met vlees en eieren.

Indonesiërs genieten van hartige gerechten op basis van soja, zoals tahu, tempe en ketjap. In de Indonesische keuken wordt veel vis gebruikt: tonijn, garnalen, kreeft, krab, ansjovis, karper, steurgarnalen en zee komkommer.



Kruiden en specerijen.



De Indonesische keuken staat bekend om zijn combinatie van verschillende aroma’s en smaakrichtingen leerde de wereld exotische kruiden en specerijen te gebruiken. Indonesische saffraan wordt gebruikt om rijstschotels een gele kleur te geven. Trasi, een roodbruine garnalen pasta met sterk aroma wordt voor de meeste sauzen gebruikt. Zoute soja saus (ketjap asin) is heel lekker bij de meeste Indonesische gerechten.

Er zijn vele soorten sambal die gemaakt worden van rode pepers, sjalotten en tomaat. De sambals van Padang op West-Sumata behoren tot de geetste van Indonesië



Nationale gerechten.



Gabakken rijst en gebakken noedels worden bereid in kokosolie met eieren, vlees, tomaten, komkommer, garnalenpasta, specerijen en rode peper. Deze gerechten die aan stalletjes lang de weg worden verkocht behoren tot de meest populaire schotels van Indonesië.

Wanneer er Istimewa (speciaal) achter een gerecht staat geschreven, betekent dit dat er een ei bovenop word geserveerd.

Saté zijn gemarineerde stukjes kip, rundervlees, schapen- of varkensvlees, die aan stokjes worden geregen en vervolgens worden gegrild boven een houtskool vuurtje en daarna in een gekruide pindasaus word gedopen. De Satéventer draagt zijn hele keuken bij zich. Hij hurkt neer aan de kant van de we, waaiert de kooltjes van zijn gril tot ze de juiste temperatuur bereiken en bereidt vervolgens de saté.

Nasi Campur is een gerecht die bestaat uit gestoomde rijst met rundvlees, kip, schapenvlees en/of vis, plus een mengsel van eieren en/of groente, geroosterde pinda’s en gemale kokos. Dat wordt geserveerd bij stalletjes en restaurants. Er wordt een dunne saus overheen gegoten.

Vegetariërs kunnen een vleesloos gerecht bestellen zoals Mie Kuah Sayur.

De rijsttafel is een overblijfsel van de Nederlandse periode.

Vroeger waren er van de rijsttafel wel 350 gerechten. Maar nu worden er nog mar 10 tot 15 gerechten geserveerd.



Vruchten.



Stalletjes waar fruit en/of sap worden verkocht, blijven meestal langer open dan andere stalletjes. De prijzen hangen af van het seizoen.

Vers fruit moet je eerst schillen en wassen voor gebruik. In Indonesië zijn er 42 verschillende soorten fruit.



Dranken.



In een hotel staat er altijd een kan gekookt water in een kamer.

Er zijn ongeveer 20 verschillende merken mineraalwater in plastic flesjes verkrijgbaar.

Chinese thee zonder melk of suiker is ongeveer de enige drank die Indonesiërs bij de maaltijd gebruiken. Sterke koffie, die in 1699 door de Nederlanders is gebracht, word overal op Java, Bali en Sumatra gedronken.

De Mild- alcolische Tuak (palmwijn) wordt uit verschillende soorten palmsuiker gemaakt.



Desserts.



In de meeste desserts zit plakrijst. Ketan is rijstpudding gekookt in kokosmelk en suikersiroop. Kue Lapis is is een lagen opgebouwde pudding van rijst of mungbonenmeel. Lontong is in bananenbladeren gekookte rijstepap. Een veel voorkomend (felgroen gekleurd) dessert in d eKampong is Es Campur, dat is gemaakt van Siroop, melk gelantine, stukjes zoet brood en meel van een wortel (de Cassave).



Rumah makan.



Rumah makan betekend eethuis en is een Indonesisch restaurant met een uitgebreid menu, waar ook afgaalmaaltijden kunnen worden besteld. Het menu heeft soms meer dan 12 pagina’s , maar ook de koks kunnen de gerechten alleen bereiden als de ingredienten er zijn.

Inplaats van steeds het antwoord ‘ma af, tidak ada’ (het spijt me, dat hebben we niet) te moeten aanhoren, kan je beter vragen ‘Sedia makanan apa’ (wat heeft u?), of ‘ Apa keitimewaan di rumah makan ini?’ (wat is de specialiteit van het huis).



8. Tjertaan dari nenek LILY. (Het verhaal van Oma LiLY)



Ik ben in Indonesië op Java geboren en heb daar gewoond tot mijn 26ste jaar. Ik ben geboren op een suikerfabriek in Robolingo.

Toen ik 6 jaar was verhuisden we naar een andere suikerfabriek, naar Wono Asch in de buurt van Solo. Toen ik ongeveer 12 jaar was gingen we naar de grote stad Malang. Daar maakte ik de oorlog mee en toen gingen we naar Bandung. Ik heb nog een poos in Poerwadarta gewerkt als secretaresse van de president. De oorlog was wel in 1945 (met de Jappen) afgelopen, maar de Indonesiërs namen toen de markt over en zodoende moesten wij nog een jaar in ’t Bersiap kamp in Malang.

Ik kon mijn studie als onderwijzeres niet afmaken want van de Jappen mocht geen onderwijs worden gegeven.

En na de oorlog moest je proberen geld te verdienen, want bijna iedereen was alles kwijt. Ik was dus bijna 26 jaar op een paar maanden na, toen ik naar Nederland verhuisde. En ik heb dat gedaan omdat toen de souvereiniteits overdracht plaats vond en wij dus afstand deden van Indonesië.

Wij zouden dan Indonesiërs moeten worden. In Indonesië spraken de kinderen de taal van hun ouders en van hun vrienden. Ik sprak dus Hollands met de familieleden en met mijn vriendinnetjes.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

J.

J.

JEEEEEEEEEEEEyyyy IK HEB EEN 10 VOOR MIJN WERKSTUK DIT HEEFT ME EGT GEHOLPEN THX XX

8 jaar geleden

F.

F.

wat moeilijk te begrijpen meschien kunt u de tekst wat makkelijker maken

2 jaar geleden

A.

A.



nou jij bent boos ik vind dat je gelijk hebt

2 jaar geleden