In hoeverre kan muziek het leven van de hoofdpersoon beïnvloeden?

Beoordeling 5.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 9226 woorden
  • 22 augustus 2001
  • 59 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.1
  • 59 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Inleiding

Muziek is iets waar je dagelijks mee geconfronteerd wordt of je dat nu wilt of niet. Je komt er niet onderuit. Veel scholieren, waaronder de schrijvers van dit project, bespelen een muziek-instrument.
Nu vroegen wij ons af in hoeverre muziek het leven van mensen kan beïnvloeden. Om daar-over iets meer te weten te komen hebben we de volgende boeken gelezen:

 Maarten 't Hart, Stenen voor een ransuil
 Anna Enquist, Het geheim

 Simon Vestdijk, De koperen tuin

De belangrijkste vraag (vanaf nu "hoofdvraag" genoemd) waarop wij geprobeerd hebben een antwoord op te vinden, luidt:

In hoeverre kan muziek het leven van de hoofdpersoon beïnvloeden?

Om hierop een antwoord te kunnen geven, is het noodzakelijk eerst een aantal deelvragen te behandelen:

1. Wat is het karakter van de hoofdpersoon?
2. Van welke relaties zijn er sprake in het boek?
3. Hoe wordt de hoofdpersoon geconfronteerd met muziek?

De boeken worden in de hiervoor genoemde volgorde behandeld; ieder boek in een apart hoofdstuk. De onderdelen binnen zo'n hoofdstuk zijn de samenvatting en vervolgens de sub-vraagantwoorden. Elk hoofdstuk wordt afgerond met een subconclusie. Na de drie boekbe-handelingen volgt de eindconclusie in het laatste hoofdstuk. Deze is zowel de weergave van alle subconclusies samen als het antwoord op de hoofdvraag.

1.0 Samenvatting

Het boek "Stenen voor een ransuil" van Maarten 't Hart omvat drie delen, waarvan wij deel 1 (De hoge zwaluwen) en deel 3 (De zomerslaap) behandelen. Deel 2 (Vluchten) wordt niet be-handeld, daar dat deel geen relevante informatie bevat voor dit onderzoek.


1. De hoge zwaluwen
Ammer Stol, een jongen van ± 12 jaar, komt op straat steeds dezelfde man tegen. Hij is bang voor hem door diens schele oog. Ammer speelt af en toe piano bij een klasgenoot van hem, Jan. Jan zit op les bij ene meneer Brikke, die organist is. Op een keer gaan Ammer en Jan naar de kerk en daar hoeren zij meneer Brikke op het orgel spelen. Ammer is erg onder de indruk van deze muziek.
Als hij bij Jan op de piano speelt, staat de man, die hem (al eerder) achtervolgd heeft, achter hem. Het blijkt meneer Brikke te zijn. Hij wil Ammer stiekem gratis pianoles geven. Meneer Brikke heeft namelijk onenigheid met de vader van Ammer. Onder de dekmantel van bijles voor het lyceum krijgt Ammer wekelijks pianoles van meneer Brikke. Als Ammer 13 jaar wordt mag hij op het kerkorgel spelen en krijgt hij orgelles. Ammer heeft veel plezier in het piano- en orgelspelen en hij wordt aangenomen als nieuwe organist. Hij krijgt nu officieel les van Brikke, maar hij voelt zich niet meer op zijn gemak bij Brikke omdat die hem betast en vragen stelt over meisjes en zelfbevrediging. Als dit steeds erger wordt, besluit Ammer niet meer naar hem toe te gaan.

2. De zomerslaap
Tijdens de kerstvakantie gaat Ammer, die inmiddels uit huis is, naar zijn ouders. Hij besluit dan, na zeven jaar, bij meneer Brikke langs te gaan. Deze ontvangt hem hartelijk en Ammer vertelt hem dat hij homofiel is. Ammer heeft dit ontdekt toen een jongen op wie hij verliefd was hem uitschold voor vieze homo.
In dezelfde kerstvakantie heeft Ammer zich ermee verzoend dat hij homo is en een eenzaam leven zal leiden. Toch wil hij niet zo eenzaam en verbitterd worden als meneer Brikke.
Op nieuwjaarsdag vindt Ammer meneer Brikke dood in zijn bed, zijn ene oog op Ammer gericht. Om die blik is Ammer bang voor hem geweest en heeft hij van hem gehouden.

1.1 Het karakter van de hoofdpersoon

Ammer is een schuchtere en zachtaardige jongen, die zich in het boek van een kind tot een volwassen man ontwikkelt. Op school blinkt hij uit vanwege zijn hoge intelligentie. Hij is altijd een beetje schuw voor iets dat of iemand die hij niet kent. Zo ook in het begin van het verhaal voor meneer Brikke. Steeds als hij hem tegenkomt vreest Ammer hem en later gaat Ammer zelfs omweggetjes maken om hem niet tegen te hoeven komen. Als hij dan een paar keer met meneer Brikke aan de praat raakt, is hij doodsbang en zou hij het liefst wegrennen, wat hij ook vaak doet. Hij raakt zelfs in paniek als hij veilig thuis zit en meneer Brikke op het raam tikt om Ammers aandacht te krijgen. De gedachte dat meneer Brikke hem misschien wel zou volgen maakte hem pas echt bang.

"Volgde de man hem? Hij durfde niet om te kijken. Eerst vlak bij huis vertraagde hij zijn gang. Hij hoorde zijn bonzende hart. Hij was nu echt bang. Ook in huis was hij niet veilig, ook daar kon de man zomaar binnenkomen." (blz. 17-18)

Als dat bang zijn naar zijn idee lang genoeg heeft geduurd, gaat hij zichzelf belachelijk vinden en laat hij de man op een avond binnen. Meneer Brikke biedt hem dan gratis pianoles aan, waarop Ammer prompt ja zegt en zelfs een smoes bedenkt zodat hij een uur per week kan wegblijven. Daaruit blijkt ook Ammers afkeer tegenover zijn ouders en hun opvattingen, want zijn ouders zouden het uit religieuze overwegingen nooit goed vinden dat hij pianoles nam. Desondanks houdt Ammer veel van zijn vader. Met zijn vader schaakt hij opdat zijn vader zijn eeuwige maagpijn vergeet, ook al veracht Ammer schaken. Op een gegeven mo-ment, als Ammer nota bene al van het geloof afgestapt is, maakt hij zelfs een preek voor zijn vader, zodat zijn vader het wat rustiger aan kan doen.
Ammer is een erg sociaal persoon. Als meneer Brikke hem de gratis pianolessen heeft aangeboden snapt Ammer eerst niet waarom meneer Brikke dat doet, maar later neemt Ammer het zich wel voor om de pianolessen later als hij volwassen is, terug te betalen. Ook als Ammer naar zijn eigen idee veel te lang meneer Brikke niet bezocht heeft, voelt hij zich schuldig en overweegt hij om meneer Brikke diezelfde dag nog te gaan bezoeken. Dat komt er echter niet van daar Ammer nog steeds onder invloed is van een gesprek over masturbatie dat meneer Brikke eerder met hem voerde. Ammer draagt zulk soort ervaringen dus lang met zich mee.
Ammer is erg gevoelig voor vleierij, want als meneer Brikke tegen hem zegt dat hij talenten heeft voor muziek en hij die talenten goed moet gebruiken spreekt dat Ammer zeer aan.
Ammer Stol is streng gereformeerd opgevoed en zijn ouders verzwijgen veel voor hem op grond van christelijke uitgangspunten. Dat valt goed op te merken uit zijn onwetendheid over bepaalde dingen. Hij snapt bijvoorbeeld in het begin van het verhaal niet waarom hij toch op jongens valt; simpelweg omdat hij niet weet wat homofilie is.
Later zet hij zich wel af tegen het geloof, omdat het geloof zijn homofilie niet zou accepteren. Ook associeert hij het geloof direct met de maagpijn die zijn vader altijd oploopt bij het maken van en het houden van zijn preken. Zijn sociale karakter en zijn streng gereformeerde opvoeding komen nog eens extra sterk naar buiten als hij als achtjarige op de lagere school een meisje ontmoet dat rooms-katholiek is opgevoed. Daar Ammer denkt dat zij daarom naar de hel gaat, neemt Ammer zich voor om later met haar te trouwen, zodat zij niet naar de hel hoeft te gaan als zij sterft. En zelfs als hij nog een rooms meisje tegenkomt vraagt hij zijn beste vriendje of hij dan met dat meisje wil trouwen, zodat er niemand naar de hel hoeft te gaan. Als Ammer later verliefd wordt op zijn klasgenoot Hugo Wildervanck, smeekt Ammer God Hugo genadig te zijn. Maar als Hugo een keer de klas uitgestuurd wordt omdat hij zei dat het evangelie een verzameling van verzinsels is, vindt Ammer dat onrechtvaardig en gaat hij vrijwillig met Hugo mee naar de rector. Als motief zegt Ammer tegen de rector dat hij het onrechtvaardig vindt dat een leerling de les uitgestuurd wordt omdat hij met de leraar van mening verschilt. Op een gegeven moment scheldt Hugo, nadat hij vernomen heeft dat Ammer homofiel is, hem uit voor vieze homo en Ammer schrikt daar zo van, dat hij zo snel als hij kan wegfietst, van zijn fiets valt, in de sneeuw blijft liggen huilen en tegen zichzelf schreeuwt dat hij normaal is, dat hij geen homo is.
Een man schopt hem uit zijn roes wakker en zegt dat hij snel actief moet worden, omdat hij anders doodvriest. Op dat moment lijkt doodvriezen Ammer een heerlijke gedachte.
Ammer heeft niet in de minste mate een agressief karakter, wat goed opgemerkt kan worden als hem verboden wordt om volgens zijn ouders "frivole, heidense en niet tot eer van god gecomponeerde" muziek te draaien. Hij haat zijn moeder met heel zijn hart, maar verbergt die haat omdat hij te gedwee is voor elke vorm van proces en ook te inschikkelijk is voor ruzie. Op dat moment huilt hij niet, maar hij begraaft alle haat en woede in zichzelf.
Ondanks de haat voor zijn moeder oefent zijn moeder toch veel invloed op hem uit. Toen zijn moeder hem een keer betrapte op zelfbevrediging en tegen hem geschreeuwd had dat het gevaarlijk was om te doen en dat hij het nooit meer moest doen, trof hem dat zo erg, dat hij het zes jaar lang niet meer durfde te doen. Wanneer meneer Brikke later over zelfbevrediging praat en vragen stelt aan hem over meisjes en zelfbevrediging roept dit onderwerp vervelende herinneringen bij hem op en wil hij er liever niet over praten. Hij denkt nog lang over dat gesprek na en als zijn blik dan valt op de zwaluwen die in glijvlucht over het water vliegen brengt dat een gevoel van verrukking in hem teweeg, dat leek te drijven op het donkere gesprek over masturbatie. Urenlang zou hij naar die zwaluwen kunnen kijken, iets wat bij Ammer een beetje dromerigheid verraadt. Die karaktereigenschap wordt bevestigd door het feit dat Ammer het heerlijk vindt om urenlang buiten te wandelen, alleen, als het mistig is. Op zulke momenten voelt hij zich verheven boven zijn eigen afgrond.
Ondanks dat alles is Ammer wel een doorzetter. Op een gegeven moment geeft meneer Brik-ke een orgelconcert. Aangezien het spelen meneer Brikke niet makkelijk meer afgaat, verliest hij zijn motivatie om verder te spelen en hij zegt dat hij ermee ophoudt en dat Ammer alle mensen maar naar huis moet sturen. Het is Ammer die meneer Brikke op andere gedachten weet te brengen.
Ammer heeft veel gevoel voor muziek, een eigenschap waar bij de beantwoording van een andere subvraag dieper op ingegaan wordt. Gedurende het verhaal leert hij zijn homofilie accepteren en moet hij zich realiseren dat hij een eenzaam bestaan zal leiden. Een opvallende karaktereigenschap is dat, zodra er iets vervelends voor Ammer gebeurd is, hij dat dan van zich probeert af te zetten door achterelkaar tegen zichzelf het tegendeel te schreeuwen. Als Hugo hem net voor vieze homo heeft uitgescholden, schreeuwt Ammer tegen zichzelf:

"Ik ben geen homo, ik ben geen homo, geen homo, geen homo, geen…" (blz. 168)

Datzelfde doet hij ook als hij er net achter gekomen is dat meneer Brikke is overleden. De gedachte dat meneer Brikke in pijn gestorven kan zijn houdt hem erg bezig en hij schreeuwt daarom tegen zichzelf:

"Hij zal geen pijn geleden, geen pijn geleden, geen pijn…" (blz.177)

1.2 Relaties in het boek

Omdat Ammer in het verhaal over het algemeen heel aardig is tegen over iedereen, ontvangt hij van mensen meestal ook alleen maar positieve reacties. Zijn relatie met zijn ouders is echter niet zo goed. Vooral de relatie met zijn moeder: Ammer zou haar het liefste eigenhandig ombrengen.

"Hij was te gedwee voor protest, te inschikkelijk voor ruzie, opstand, maar misschien zou hem dat behoed hebben voor de verschrikkelijke haat jegens zijn moeder, een woordeloze, haast onbewuste haat." (blz. 30)

Ammer mag van haar niet naar de muziek luisteren die hij mooi vindt. Als zijn moeder hem betrapt op zelfbevrediging, geeft zijn moeder hem een verschrikkelijke uitbrander, die een behoorlijk grote indruk op Ammer maakt.
Ook met zijn vader heeft hij vaak onenigheid, maar lang niet zoveel als met zijn moeder. Ammer heeft altijd veel medelijden met zijn vader vanwege diens eeuwige maagpijn. Zijn vader respecteert echter Ammers ideeën en doelen niet vanwege zijn streng gereformeerde instelling. Zo mag Ammer niet op de piano spelen omdat het God niet welgevallig is. Ammer trekt zich er echter niets van aan en gaat bij zijn vriendje Jan achter de piano zitten. Dat bewijst zijn nonchalante houding tegenover zijn ouders. Als Ammer een keer een uitbrander van zijn moeder krijgt, neemt zijn vader hem in bescherming. Het is echter wel zijn vader die hem indoctrineert dat meneer Brikke een slecht mens is.
Als Ammer een keer naar een andere kerk gaat om meneer Brikke te horen pianospelen en zijn vader daar achter komt, verwacht Ammer dat zijn vader heel boos zal zijn, maar dat valt gek genoeg ontzettend mee. Zijn vader vindt het maar goed dat Ammer de preek niet onthouden heeft, want preken van die "lichtzinnige hervormden" zijn er niet om te onthouden.
Over de relatie tussen Ammers ouders wordt niet veel verteld. Wel hebben zij redelijk vaak ruzie en Ammer kiest dan altijd partij voor zijn vader. Als zijn vader bezorgd is dat Ammer misschien niet meer gelooft, huichelt Ammer om zijn vader niet ongelukkig te maken.
Ammer heeft ook een zusje, maar zij komt in het verhaal nauwelijks voor en zij is ook niet re-levant voor het verloop van het verhaal. Een passage is echter wel interessant om te bespre-ken. Als Ammer ligt te slapen wordt zijn heerlijke droom verstoord door zijn zusje die van haar moeder gehoord heeft dat Ammer niet meer gelooft. Ze kan er niet door slapen en huilt de hele nacht, en daardoor besluit ze bij Ammer zelf te informeren of dat waar is. Ondanks Ammer zegt dat het niet waar is, maakt zij zich grote zorgen. Ammer verzint de meest vreem-de smoesjes om maar niet met haar te hoeven bidden. Hij vindt het belangrijker dat zijn heer-lijke droom verstoord is, een droom die op het punt stond hem te vertellen wat het belangrijk-ste was wat hij nog miste in zijn leven.
De relatie die het meest aan verandering onderhevig is, is de relatie tussen Ammer en meneer Brikke. Als Ammer nog niet weet wie de onbekende man is die hem achtervolgt, vreest Am-mer hem steeds als hij hem ziet. Meneer Brikke wil echter maar al te graag met Ammer kennismaken; hij kent de vader van Ammer namelijk al. Ammer raakt echter gefascineerd door het schele oog van meneer Brikke en hij verlangt er soms zelfs naar om meneer Brikke te zien, ook al weet hij zelf niet waarom. Meneer Brikke wil Ammer graag leren kennen en zoekt contact met hem door bij zijn huis op het raam te tikken. Hij wil Ammer zo graag lesgeven dat hij hem aanbiedt hem gratis les te geven. Daaruit valt af te leiden hoeveel meneer Brikke al op het eerste gezicht om Ammer geeft. Meneer Brikke heeft echter grote on-enigheid met Ammers vader, wat overigens helemaal los staat van de relatie Ammer-Brikke. Meneer Brikke verzoekt Ammer dan ook om niets over zijn bezoek en zijn aanbod voor gratis pianolessen tegen zijn vader te zeggen. Brikke is verrukt over Ammers pianotalent; hij prijst Ammer de hemel in. Zodra Ammer echter een vergissing begaat door componisten door elkaar te halen haalt hij zich de toorn van meneer Brikke op zijn hals, een toorn die echter even snel weer verdwijnt als hij gekomen is.
Later, als meneer Brikke en Ammer elkaar beter kennen neemt Brikke Ammer overal mee naartoe, zoals bijvoorbeeld opera's en concerten waar Ammer van zijn ouders nooit naartoe had gemogen. Brikke doet dat omdat hij vindt dat dat een onderdeel is van de muzikale opleiding en omdat hij het christendom veracht.
Ammer krijgt van meneer Brikke een opvoeding die hij thuis nooit zou krijgen, een muzikale opvoeding. Zijn ouders verafschuwen de meeste muziek. Daardoor vindt Ammer het heel fijn om bij Brikke te zijn en van hem les te krijgen, maar zodra Brikke vragen gaat stellen over meisjes en zelfbevrediging en hem betast, vindt Ammer het steeds minder aangenaam om bij Brikke te zijn. Maar na een tijdje lijkt dat weer opgehouden te zijn en zegt Ammer dat hij meneer Brikke nooit zal vergeten. Later begint het betasten weer en liegt meneer Brikke zelfs tegen Ammer wanneer hij Ammer ervan overtuigt dat hij het "natuurlijk" liever met een vrouw zou doen. Brikke geeft Ammer vele adviezen voor later; met name adviezen voor Ammers beroepskeuze en hoe hij gelukkig moet leven zijnde homofiel. Meneer Brikke is de eerste persoon die persoonlijk van Ammer te horen krijgt dat hij (Ammer) homofiel is.
Jan Bent-Beukom is de jongen bij wie Ammer altijd piano speelt wanneer hij het van zijn ouders nog niet mag leren. Als Ammer weer een keer bij Jan speelt en hij meneer Brikke voor het eerst van dichtbij ziet, schrikt hij zo erg dat hij zo snel mogelijk wegrent. Jan is daarom zo boos dat Ammer niet meer bij hem mag pianospelen. Jan maakt daarna een einde aan de vriendschap met Ammer.
Hugo Wildervanck is de eerste jongen op wie Ammer verliefd wordt. Hij is sterk, lenig en aardig en daardoor erg populair bij de meisjes. Hugo vindt het vervelend voor Ammer dat hij nog geen meisje heeft gehad en wil hem daar maar al te graag bij helpen door hem "op te voeden". Maar Ammer laat elke kans die hij krijgt voorbij gaan en Hugo komt er dan uiteindelijk achter dat Ammer homo is. Ondanks dat Hugo in het begin heel boos is, is hij nog wel zo aardig om te verzwijgen voor zijn klasgenoten wat hij van Ammer weet.

1.3 Confrontaties met muziek

Van alles wat op het leven van Ammer invloed heeft, heeft muziek nog wel de grootste in-vloed. Maar al te vaak is muziek zijn redding en helpt muziek hem zich goed voelen in slechte tijden. Daardoor gaat muziek zoveel voor hem betekenen, dat hij zelfs vogels op telefoon-draden met notenbalken gaat vergelijken.
Wat muziek bij hem teweegbrengt grenst aan het ongelofelijke. Het wordt zijn eigen gods-dienst. Als hij over Mozart praat, zweeft hij duizend voet boven de aarde. Als hij een piano ziet loopt hij er bijna dwangmatig naartoe. Het eerste dat hij wil doen als hij na lange tijd me-neer Brikke weer terugziet, is samen met hem muziek beluisteren. Als hij de eerste jongen te-genkomt op wie hij verliefd wordt raakt hij zo verward, dat hij die verwarring alleen kan op-vangen in een langdurige improvisatie op de piano. Uit zoveel dingen valt op te merken hoezeer hij geleefd wordt door muziek.
Muziek brengt hem echter ook in de problemen. Door de muziek leert hij meneer Brikke ken-nen, de man door wie hij later seksueel geïntimideerd wordt. En als hij een keer aanplakbiljet-ten ter promotie van een orgelconcert van meneer Brikke wil ophangen en dat wordt nergens toegestaan, wordt hij zo verdrietig dat hij alle aanplakbiljetten verscheurt.
Wanneer Ammer voor het eerst in zijn leven orgelmuziek hoort is hij zo verbaasd door de prachtige klank van het instrument dat hij stil gaat staan en besluit niet verder te lopen totdat de muziek is afgelopen, hij tracht ook minder luid te ademen om de muziek beter te kunnen horen. De muziek maakt hem zo ontvankelijk van binnen dat hij zich zondig gaat voelen. Hij gaat zelfs alle mensen in de kerk haten die achteloos het orgel voorbijlopen (een haat die zich later nog een keer voordoet als er haast geen mensen komen luisteren naar een orgelconcert van meneer Brikke). Maar die haat valt in het niet bij het gevoel van verrukking en geluk-zaligheid dat de muziek binnen in hem teweegbrengt.
Hij probeert de melodie te onthouden zodat hij later aan de organist kan vragen welk stuk het was dat hij die middag speelde. Wanneer Ammers vader hem een keer toespreekt over gods-dienst en Ammer dan de melodie vergeet, is dat voor Ammer een reden om de godsdienst en alles wat er mee verbonden is nog meer te haten dan hij al deed. Als meneer Brikke de muziek vlak nadat hij hem betast heeft nog een keer speelt geeft de herkenning van de melodie Ammer een weldadige rust. Hij wil later ook niets liever dan een keer spelen op het kerkorgel, nadat meneer Brikke hem beloofd heeft dat dat een keer zou gebeuren.
Op een gegeven moment als Ammer nog niet met meneer Brikke heeft kennis gemaakt, wil Jan Bent-Beukom Ammer geen pianoles meer geven. De gevolgen vindt Ammer verschrik-kelijk:

"Dus ook dat niet meer. Geen pianoles meer. Niet verder gaan, blijven stilstaan, ophouden, achterraken. Het waren vage, verwarrende, droevige gedachten, waarvan hij treurig werd." (blz. 19)

Niets kan hem zijn plezier voor muziek ontnemen; niet het lyceum, niet meneer Brikke, niet zijn vader en zelfs niet zijn moeder. Hij mag bijvoorbeeld van zijn moeder alleen pianospelen als het tot God gewijd is. Ammer maakt daar geen probleem van en gaat voornamelijk psalm-muziek spelen en speelt de muziek die hij zelf mooi vindt bijna altijd als hij alleen thuis is. Zijn vader probeert hem ervan te overtuigen dat muziek zondig is, maar de reden daarvan ont-gaat Ammer, omdat hij van zichzelf weet dat muziek niet slecht kàn zijn.
In hoeverre de muziek hem bevredigde probeerde hij eens duidelijk te maken door het te ver-gelijken met een poosje met elkaar vechten en het dan weer goed maken en dat dat prettige gevoel van het goedmaken heel lang blijft bestaan.
Het hoogtepunt van zijn muzikale gevoel vindt plaats als hij voor het eerst op een kerkorgel speelt. Zijn vingers spelen buiten hem om en hij raakt zo geëmotioneerd door het geluid dat hij luid huilend achterover valt en dat de opwinding in hem vervloeit. Als resultaat ziet hij overal waar hij kijkt muziek. Hij kalmeert weer als meneer Brikke wat rustigs voor hem speelt. Uit al deze gebeurtenissen is weer af te leiden hoezeer hij geleefd wordt door muziek. Ammer heeft één serie muziekstukken waar hij bij zweert; hij vindt ze zo verschrikkelijk mooi dat meneer Brikke er spijt van krijgt dat hij ze aan Ammer heeft laten horen. Overal be-trekt hij ze bij en hij is ook diep bedroefd als hij hoort dat er niet meer stukken uit die serie bestaan.

1.4 Subconclusie

Na alle subvraagantwoorden moge het duidelijk zijn: muziek betekent heel veel voor Ammer Stol. Bij bijna alles wat hij tegenkomt in zijn leven, of dat nou aangenaam of onaangenaam is, betrekt hij muziek. Vanaf het moment dat hij voor het eerst kennismaakt met muziek wordt zijn karakter er danig door beïnvloed; muziek brengt hem in contact met zowel de prettige als de vervelende kanten van het leven. Ook houdingen van andere mensen kunnen daar weinig aan veranderen; muziek staat voor hem boven alles, dus voor hem is muziek belangrijker dan de karaktereigenschappen van andere mensen.

2.0 Samenvatting

Het boek gaat over een vrouw, Wanda Wiericke, van wie het leven geleid wordt door muziek. Het grote geheim (titel!) gaat schuil achter de afkomst van deze vrouw. Nu volgt het verhaal in chronologische volgorde.
Wanda is een meisje dat piano speelt, ze is nog geen zes en al een groot talent. Wanda krijgt twee keer per week les van meneer De Leon. Wanda krijgt een broertje dat Frank heet. Hij is een mongooltje. Als Frank ligt te huilen en Egbert, hun vader, hem niet stil kan krijgen, gaat Wanda pianospelen en wordt Frank stil.
De Tweede Wereldoorlog breekt aan. Emma (Wanda's moeder) en Egbert bedenken een vluchtplan voor meneer De Leon, omdat die van Joodse afkomst is. Wanda neemt de brief die haar leraar moet redden mee naar pianoles. Wanneer Meneer De Leon meegenomen wordt door Duitse soldaten, ziet hij Wanda maar hij kijkt dwars door haar heen alsof hij niet weet wie ze is.
Frank gaat naar een tehuis voor mongolen. De oorlog is voorbij en Wanda krijgt dozen vol muziekboeken, die meneer De Leon haar heeft nagelaten.
Wanda gaat naar het conservatorium voor muziek waar ze Lucas ontmoet. Wanda en Lucas communiceren via de muziek. Ze worden steeds intiemer met elkaar.
Wanda bezoekt Frank en speelt piano voor hem. Zijn arts, Bouw, zegt dat hij daar rustiger door wordt. Na dit bezoek ontstaat er een relatie tussen Wanda en Bouw. Ze trouwen nadat Bouw haar heeft opgezocht op een tournee in Londen. Langzaam drijft de muziek hen uit elkaar en ze besluiten te scheiden. Lucas geeft een aantal concerten samen met Wanda. 's Avonds slapen ze samen. Op haar sterfbed onthult Emma het geheim aan Wanda: meneer De Leon was haar vader.
Wanda krijgt reumatoïde artritis en houdt op met spelen.
Jaren later is Bouw alleen thuis als hij in de krant leest dat de pianiste Wanda Wiericke begin jaren tachtig door ziekte gedwongen werd het muziekleven te verlaten. Hij achterhaalt dat Wanda in een dorpje in Zuid-Frankrijk woont.
Wanda snapt niet waarom ze een vleugel heeft aangeschaft nu ze in een dorpje in de Pyreneeën woont. Alsof ze kan spelen met haar kromme handen. Toch besluit ze iedere dag te gaan pianospelen, ook als het niet gaat.
Op een ochtend ontvangt ze een briefje van Bouw. Hij wil haar graag nog eens ontmoeten. Bouw vertrekt en wil alleen maar even kijken waar ze woont. Hij gaat in haar tuin zitten en hoort haar spelen. Hij herkent het: Bach.

2.1 Het karakter van de hoofdpersoon

Als volwassen vrouw heeft Wanda dik zwart haar, is zij één meter zeventig lang en heeft zij schoenmaat 38. Aan het eind van het verhaal heeft ze grijs, kort haar met zwarte strengen erdoor, aardige, donkere ogen en een huid als een los gordijn om stevige botten.
Wanda is iemand die erg op zichzelf is.

"Ze zegt nooit iets, op school noemen ze haar de stille. Ze zit wel in de klas maar ze hoort er niet bij. Ze woont wel bij papa en mama maar ze is anders. Ze heeft wel een broer maar ze wou dat hij er niet was. Ze is een solist." (blz. 58)

Dat blijkt ook uit de volgende beslissing die ze neemt. Egbert wil haar een horloge geven als ze examen heeft gedaan. Wanda kijkt naar haar polsen en zegt dat ze dat niet wil. Ze vindt dat alles wat om haar polsen heen wordt gehangen haar vrijheid in de weg staat. Egbert vindt dat het zo hoort; als je naar de middelbare school gaat krijg je een horloge. Hij vraagt zich af waarom Wanda altijd alles anders moet doen, iedereen krijgt immers een horloge bij deze gelegenheid.
Wanda is een doorzetter en ze is eigenwijs, dit blijkt ook uit het volgende voorval: Frank ligt op de bank te huilen. Wanda wil voor hem gaan pianospelen, maar Egbert weerhoudt haar daarvan, omdat Frank anders niet kan slapen. Wanda zegt dat hij niet slaapt. Ze zit achter de piano en denkt:

"Haar eigen wetboek, wat zegt haar eigen wetboek nu? Zonder dat ze het echt besloten heeft is ze ineens aan het spelen. Als ze begint hoort ze Egbert geërgerd inademen. Ze speelt door. Voorspelen betekent: nooit ophouden." (blz. 45-46)

Wanda is emotioneel gehandicapt, zij leeft slechts door de muziek. Hier wordt verder op ingegaan in subvraag 3.
Ze is een doortastend persoon. Als haar geschiedenisleraar vertelt wat er in de oorlog met de Joden is gebeurd, gaat ze na de les naar hem toe. Ze vraagt hem of het altijd zo is gegaan en of er nog mensen zijn ontkomen. De leraar begint een heel verhaal te vertellen, zij valt hem in de rede en vraagt nogmaals of er iemand kon vluchten. Nadat hij deze vraag heeft beantwoord, wil ze nog weten of er iemand uit de trein heeft kunnen vluchten. Pas als ze van alles op de hoogte is, gaat ze weer naar huis.
Ook wil zij de waarheid te weten komen over haar afkomst. Zij gaat naar haar tante die haar alles vertelt over Emma en meneer De Leon.
Wanda tobt veel. Als er een feestje is na een solo-uitvoering van haar, denkt ze na.

"De mensen komen, je praat met ze en maakt muziek met ze, je vrijt met ze en ineens zijn ze er niet meer en zijn er andere mensen met wie je praat en vrijt." (blz.139)

Ze gaat naar haar moeder en zegt dat ze aan vroeger denkt. Emma vindt dat ze op een dag als die dag niet aan vroeger moet denken.

"Jij tobt altijd zo! Kijk toch eens hoe je leven er nu uitziet, met zo'n prachtige carrière en zo'n lieve vriend. Zet vroeger maar uit je hoofd, kind, dat doe ik ook." (blz.140)

Ze blijft ook tobben over het feit dat meneer De Leon haar vader zou zijn.
Wanda kan niet goed met kinderen overweg. Ze kan het niet volhouden Frank zo nu en dan te bezoeken en als het conservatorium haar uitnodigt om hoofdvakdocent te worden heeft ze geen bedenktijd nodig voor de weigering. Ze geeft wel enkele masterclasses in de zomermaanden, maar ze ziet op tegen de confrontatie met leerlingen.
Al heel jong heeft Wanda haar toekomst voor ogen. Ze zegt tegen haar vriendinnetje dat ze niet gaat trouwen en dat ze pianist wordt.
Wanda krijgt veel nachtmerries, de slaap is haar vijand aan het worden; een vijand die ieder jaar terrein wint. In haar dromen wordt telkens haar carrière als pianist verpletterd.

"Wanda valt op het ijs en achteloze schaatsers rijden haar vingers eraf. Iemand dwingt haar een hamer in de hand te nemen en zelf haar andere hand te verbrijzelen. Ze moet de lange, dikke bassnaren uit haar vleugel losmaken en toezien hoe bleke mensen daarmee gehangen worden." (blz. 180)

Hieruit blijkt dat ze veel om haar carrière geeft, want dromen zijn een weergave van het onderbewuste van iemand.

2.2 Relaties in het boek

Allereerst de relatie van Wanda met haar ouders. Met haar moeder heeft ze van jongs af aan al een goede relatie. Als ze zelf nog niet bij de pedalen kan, speelt ze veel piano met haar moeder die dan de pedalen bedient. Vaak als Wanda onenigheid met Egbert heeft, springt Emma haar bij en snoert ze Egbert de mond. Dit is het geval wanneer Egbert haar een horloge wil geven voor haar examen en zij dit weigert.

"'Waarom ben je toch', begint Egbert, maar Emma legt haar hand op zijn arm zodat hij de rest van zijn woorden met een verbeten gezicht inslikt. 'Het is Wanda's examen, zij krijgt een cadeau waar ze blij mee is. Niet iedereen wil de tijd zo graag bij zich hebben. We verzinnen iets anders.'" (blz. 78)

Een gelijksoortige situatie doet zich voor als Egbert Wanda dwingt mee te gaan om Frank te bezoeken.:

"'Toe Egbert, dwing haar nou niet. Dat heeft toch geen zin.' Emma opent de voordeur en trekt haar man mee." (blz. 84)

Wanda zet zich erg tegen Egbert af en na het hiervoor beschreven voorval besluit ze dan ook niet meer te doen wat Egbert zegt.
Nadat Wanda weer eens ruzie heeft gehad met Egbert, denkt ze:

"Ik mep mijn vader de keuken uit. Weg. Weg. Weg." (blz. 60/61)

Wanda vindt dat het Egberts schuld is dat Frank een mongool is.

"Net goed, denkt Wanda, net goed, eigen schuld." (blz. 42)

Zij kan Egbert soms niet uitstaan. Als hij met Frank met een bal aan het spelen is, denkt Wan-da het volgende:

"Je moet die grote glimmende zwarte schoenen uit doen, als je op de grond zit want dat zit niet lekker. Je moet die stomme lange benen wegdoen. Je moet dat stomme kind van je schoot doen. Je moet die rotbal door het raam knallen." (blz. 58/59)

Als Frank ligt te huilen gaat Wanda piano spelen, terwijl dat niet van Egbert mag. Na het slotakkoord is het stil. Wanda kijkt haar vader aan. Dan staan ze beiden op en lopen naar de bank. Frank ligt rustig te kijken, zijn ogen open. Hij huilt niet. Egbert knikt Wanda glimla-chend toe. Met een licht hoofd gaat ze naar de piano terug.

"Ik heb Frank tot bedaren gebracht, papa is trots, het gaat goed, ik kan het! " (blz. 46)

Eerst doet ze iets wat hij niet goed vindt en vervolgens verwacht ze wel zijn waardering voor haar pianospel.

"Ik wil dat hij luistert, denkt Wanda. Dat hij de krant dicht vouwt, z'n ogen sluit en naar me luistert. Dat hij denkt: wat speelt ze mooi. Wat is ze knap, en lief" (blz. 46)

Met haar broertje heeft Wanda een heel speciale relatie. Met hem is heel moeilijk contact te leggen, omdat hij een mongool is. Het enige waarop hij reageert is het pianospel van Wanda, zoals uit het hiervoor genoemde verhaalvoorbeeld naar voren komt. In de volgende gebeurte-nissen komt dit nog duidelijker naar voren. Wanneer Wanda op Frank moet passen, haalt ze hem uit de box en trekt ze hem naar de piano toe. Hij gaat liggen en lacht. Wanda gaat voor hem spelen. Als Wanda is uitgespeeld, slaapt Frank.
Wanda zoekt Frank op, ze loopt het grote landhuis binnen en ziet een piano staan. Ze gaat zitten en speelt. Frank komt binnenkruipen. Wanda ziet hem uit zijn ooghoek en glimlacht. Hij kruipt verder, naar de vleugel toe. Onder de piano trekt hij zijn benen naar zijn borst en blijft opgekruld liggen tot de muziek zwijgt. Dan brabbelt hij haar naam. Ze dekt haar broer toe met de zware basakkoorden en spint daarboven met haar rechterhand een hemels lied.

"Frank Wiericke lag onder de piano. Hij lachte. Hij sloeg zichzelf niet. Hij bonsde niet met zijn hoofd tegen de grond. Hij lag tevreden te luisteren." (blz. 134)

Bouw, de arts van Frank, had dit alles van een afstandje bekeken. Pas daarna keek hij naar de vrouw achter de vleugel. Zij maakte een enorme indruk op hem. Hij had alles geprobeerd om Frank tot bedaren te brengen en niets had enige indruk op hem gemaakt. En door het pianospel van zijn zus was hij rustig geworden. Bouw interesseert zich voor deze vrouw en er komt een relatie tussen hen tot stand. Ook in deze relatie neemt de muziek een belangrijke plaats in. Het is immers de oorsprong van de relatie.
Met Lucas heeft Wanda een muzikale band.

"De manier waarop Lucas speelt, hoe hun stemmen zich vervlechten, om elkaar heen draaien, soms als een dans, soms als in een steekspel - dat alles is haar lief." (blz. 97)

Later als Lucas dirigent is, heerst hij over de muziek; hij weet uitbarstingen steeds net op tijd te beheersen en damt de orkestklank in tot een fluistering voor elke piano-inzet.

"Wanda voert met hem het gesprek dat in woorden nooit mogelijk is. Zij denkt niet meer. Zij voegt zich naar het lied van Lucas, zij neemt het woord en dwingt het orkest te luisteren." (blz. 104)

Wanda en Lucas staan hand in hand voor de vleugel en maken stijve buigingen. Zij knijpen elkaar hard in de hand en Wanda weet: vannacht blijft hij bij me. Ze zetten het erotisch discours dat op het podium begint voort in de hotelkamer. Ze vrijen zoals ze musiceren. Met overgave en totale inzet. In de zekerheid dat ze straks weer ieder huns weegs zullen gaan. Hieruit blijkt dat de relatie die zij hebben uit muziek is ontstaan en dat dit een hele losse relatie is.

2.3 Confrontaties met muziek

Wanda leeft slechts door haar muziek. Ze is alleen zichzelf tijdens haar spel. Dit blijkt uit het volgende.

"Tot ik mezelf ben, denkt Wanda. Ze is nog nooit zichzelf geweest. Ja, als ze speelt, dan wel. Wat is dat, jezelf zijn?" (blz. 178)

Als ze een hele middag speelt is ze al na vijf minuten volkomen gelukkig en dronken van het geluid. Haar geluksgevoel borrelt dan over in de muziek en ze komt tot snelle tempi en vrolijke interpretaties. Ze wordt er niet alleen intens gelukkig van, het gaat zelfs zover dat ze niet zonder muziek kan. Ze zegt het volgende over muziek:

"Nee. Ik moèt. Ik kan niet zonder." (blz. 124)

Ze moet overal spelen, laten horen hoe het klinkt, wat ze in haar hoofd heeft. Het is het enige wat ze kan, het enige wat ze zeker weet. Het moet. Het is min of meer een verslaving.

"Een verslavende training, dacht Wanda. De handen raakten gespierd als wilde dieren, de aderen werden door stevige handspieren omhoog geduwd en kronkelden zich over de handrug als een blauwe rivierdelta." (blz. 49)

Wanda kan zich vaak niet in woorden uiten. Ze is vol van iets wat er in woorden uit zou moeten komen, niet in ongrijpbare taal van de muziek.

"Woorden, maar welke? Ze heeft er altijd een vermoeide minachting voor gehad. Nu zou ze maar wat graag voluit willen praten." (blz. 99)

Wanda vraagt zich af of ze nog kan piano spelen nu ze de hele dag aan het denken is. Vroeger dacht ze nooit, in elk geval niet in woorden, zoals de anderen. Ze heeft klanken in haar hoofd. Haar muziekgedachtes staan haaks op het weefsel van woorden dat de anderen maken. Alleen op de piano spreekt ze zich uit. Haar enige hoop iemand te bereiken ligt in die klanken. Zoals Wanda sonates in haar hoofd herhaalt, zo wil zij verhalen vertellen.
Zolang Wanda speelt, mist ze niets of niemand. Als Wanda op tournee gaat en Bouw haar vraagt of ze iemand zal missen, zegt ze dat ze niemand zal gaan missen, want als ze daar is dan speelt ze.
Wanda krijgt op een gegeven moment angstaanjagende dromen, waardoor ze slecht slaapt. Ze krijgt slaappillen van haar arts, maar als ze voor haar ochtendoefeningen achter de piano gaat zitten, merkt ze dat haar vingers niet gehoorzamen.

"Ze lijken log geworden en houden geen rekening met elkaar. Ze negeren de ingetrainde samenwerkingsafspraken en houden zich doof voor de bevelen die Wanda hun toezendt."
(blz. 181)

Ze moet kiezen tussen ongestoorde slaap en beheerste beweging, maar ze kiest voor het laatste en zo dus voor de muziek.
Haar pianospel heeft ook nog een genezende werking. Als ze hoofdpijn, spierpijn of een ander ongemak heeft, gaat het over als ze speelt. Geen wondergenezingen door geheime kracht van de muziek, maar wel een opklaring van de narigheid door training en beweging. In twintig minuten speelt ze een stijve nek eruit met langgebroken drieklanken in tegenbeweging. Dat deze genezing niet bij alles werkt, ontdekt zij wanneer ze reuma heeft. Haar handen doen pijn wanneer ze aan pianospelen denkt. Als de pijn blijft, doet ze een poging om het eruit te spelen. Ze doet de vertrouwde oefeningen en probeert zich te laten meesleuren door Brahms, maar in haar duimgewrichten blijft het kriebelig zeuren. Toch begint ze elke dag met een dik halfuur techniek, ook wanneer het niet gaat, wanner haar handen pijn doen, het lichaam nog sloom is van teveel drank, of het hoofd traag van teveel gedachten. Het spelen is gewoon werk van alledag voor Wanda, tot het moment komt dat ze niet meer spelen kan.

"Een hel was het. Alsof ze zou kunnen spelen met deze kromme handen, zou kunnen zitten met haar scheve rug op een kruk zonder leuning." (blz. 22)

Het blijft een hel tot Wanda besluit ermee op te houden. Ze heeft haar hele leven gespeeld en ze vindt dat genoeg.
Ze laat haar piano achter en gaat in een warm land op een berg wonen in de zon. Het was genoeg geweest.

2.4 subconclusie

Wanda's hele leven is muziek. Zij leeft slechts door haar muziek. Ze is alleen zichzelf tijdens haar pianospel. Zelfs haar relaties, (die met haar broertje, Lucas en Bouw) zijn overgoten met het enige waarmee ze contact kan maken, haar pianospel. Alleen op de piano spreekt ze zich uit. En het is (juist) de muziek die Bouw en Wanda uit elkaar drijft. Muziek in plaats van leven. Terwijl anderzijds de sterke, maar uitsluitend muzikale band die er tussen Wanda en Lucas bestaat onvoldoende stevigheid geeft voor een hechte relatie tussen hen.

3.0 Samenvatting

Nol Rieske, de ikfiguur, ontwikkelt zich in de loop van het boek van een vijfjarig jongetje tot een sterke jongeman. Hij ergert zich vaak aan de plagerijen van zijn drie jaar oudere broer Chris. Zijn moeder is knap en muzikaal; veel mannen zijn van haar gecharmeerd.
De Prinsentuin in Leeuwarden speelt een grote rol in het boek. Als Nol voor het eerst de Tuin bezoekt, luistert hij geboeid naar de muziek onder leiding van dirigent Henri Cuperus en danst hij met diens dochter, Trix. Na een mislukte uitvoering wordt Cuperus ontslagen. Een tijdje later krijgt Nol pianoles van Cuperus, maar deze lessen worden beëindigd wanneer Cuperus te veel toenadering zoekt bij Nols moeder en een keer het dienst-meisje zoent. Cuperus vereenzaamt en verarmt. Trix gaat ondertussen met andere mannen om. Later als Nol haar weer ontmoet, bekennen ze elkaar hun liefde.
Trix verschijnt niet op hun volgende afspraak, het blijkt dat ze een verhouding heeft met een andere man, Vellinga. Nol gaat medicijnen studeren, terwijl Cuperus een delirium krijgt en sterft. Ook Nols moeder sterft na lange periode van ziekte. Vellinga weigert met Trix te trouwen en zij verbreekt de verhouding. Nol vraagt haar ten huwelijk, maar ze aarzelt vanwege haar verleden. Ze pleegt zelfmoord; in een brief aan Nol probeert ze alles te verklaren. Nol voelt zich schuldig omdat hij niet bij haar is gebleven. Wanhopig gaat hij naar de Tuin.

3.1 Het karakter van de hoofdpersoon

Nol Rieske is de ikfiguur van het boek. Hij vertelt zijn gebeurtenissen van zijn 5e tot ongeveer zijn 23e jaar. Hij groeit uit tot een gezonde, sterke en blozende jongeman.
Nol is muzikaal. Hij haat in het begin wel de muziek, vooral zolang zijn broer Chris piano speelt, maar dat is maar schijn.
Nol is fantasierijk, dat blijkt uit het volgende: de bal van zijn broer vliegt de huiskamer in. Stuiterend doorkruist deze bal zonder ook maar iets te schaden. Nol zit in de huiskamer te lezen en schrikt van de stuiterende bal. Maar het gedrag van de bal stelt hem in zekere mate gerust. Hij heeft de volgende fantasie:

"Alsof een onzichtbare goochelaar met mij en de breekbare dingen wel rekening wilde houden." (blz. 7)

Enerzijds is hij nuchter en zelfbeheerst, anderzijds toch ook emotioneel. Zijn gevoelens worden hem soms de baas. De nacht voor de dood van Cuperus krijgt hij een inzinking en wordt hij overmand door verdriet.
Tegen het avontuur met Trix is hij niet opgewassen, toch groeit zijn kinderliefde voor haar langzamerhand uit tot een hartstochtelijke fatale liefde.
Als Nol naar Trix gaat voor het laatste, beslissende gesprek, verzuimt hij te drinken en kan hij daardoor haar 'biecht' niet op de juiste manier verwerken.
Als zij hem zegt dat er meer mannen waren dan alleen Vellinga, maakt innerlijke verstarring zich van hem meester, 'als toen zijn moeder hem jaren tevoren op haar levenswandel opmerkzaam had gemaakt.'
Hij laat na dit gesprek Trix in de steek, wat de onmiddellijke aanleiding wordt tot haar zelfmoord.
Als Trix gestorven is, wordt het hem allemaal teveel. Hij herinnert zich zelfs niet meer dat zij dood is en belt de dokter op om naar haar te informeren. Ook wanneer hij eens over straat loopt overvalt de dood van Trix hem.

"Schoon ik alles normaal kon waarnemen, was het alsof die afschuwelijke zon telkens een felwit luchtledig voor mijn voeten deed ontstaan, als een witte vuurkolom, die met mij optrok naar volgende leegten." (blz. 265)

Nol begrijpt de dood niet en beseft dat dit altijd zo zal blijven.

"Dat niemand begreep, en dat waarlijk niet omdat de dood onbegrijpelijk was voor iedereen. Het ging alleen maar om deze dood, voor mij." (blz. 256)

Tussen hem en deze dood gaapte een leegte, die gevuld was met het onrechtvaardige zonlicht van een late zomerdag.
Hij staat tenslotte verbijsterd voor de tuin, met het ongeneeslijke verdriet, dat nu zijn enige bezit is geworden.

3.2 Relaties in het boek

Alle relaties in het verhaal zijn aan verandering onderhevig; met name de relaties tussen Nol en andere personen.
Een van de meest besproken relaties is de meestal slechte relatie tussen Nol en zijn drie jaar oudere broer Chris. Vele verachtingen en kleineringen spreken boekdelen. Al op vijfjarige leeftijd vindt Nol Chris belachelijk en weigert hij nog naar hem te luisteren.
Als Nol een keer in de kamer zit te lezen en Chris in de tuin met een paar vriendjes aan het voetballen is vliegt de bal in de kamer. Wanneer Chris tegen Nol schreeuwt dat hij de bal terug moet gooien, weigert Nol in eerste instantie dat te doen. Als hij later toch de bal teruggegooid heeft, krijgt hij daar spijt en hij hoopt dat de bal nog een keer op het balkon vliegt, zodat hij Chris kan sarren door de bal niet terug te geven.
Als Nol voor het eerst les gaat krijgen van meneer Cuperus is het eerste wat Chris doet Nol vertellen dat Cuperus een zware alcoholist is en bijna altijd dronken is. Dat leidde bijna tot een zware vechtpartij.
Op achtjarige leeftijd maakt hij echter kennis met iets wat totaal nieuw voor hem is: medelijden met Chris. Omdat Chris totaal niet muzikaal is krijgt hij helemaal genoeg van zijn verplichting om piano te spelen. Als dat een keer op een hoogtepunt komt en op huilen uitloopt, krijgt Nol medelijden en huilt mee. Eenmaal onder elkaar lachen Nol en zijn moeder samen Chris uit, als ze nadenken over oude, domme uitspraken van Chris. Ook meneer Cupe-rus propagandeert hij, alles vertellend over Chris en vooral wat hij allemaal wel niet fout heeft gedaan. Als veel later Chris' vrouw overlijdt, schenkt Nol Chris alle mogelijke steun, maar daarop wordt door Chris niet gereageerd.
Nol vindt Chris in zijn kinderjaren af en toe zo zielig dat hij hem bijvoorbeeld opzettelijk een woordenduel laat winnen en als Chris een keer ziek wordt en zegt dat hij Nol ook vaak hoort hoesten, gaat Nol daar niet op in, omdat hij het zo zielig vindt voor Chris.
Als Chris zich in de problemen dreigt te werken probeert Nol dat wel altijd te voorkomen, door hem bijvoorbeeld een flinke stoot op zijn neus te geven als Chris op het punt staat een verkeerde beslissing te nemen.
Belangrijk ingrediënt voor Nols eeuwige haat tegenover Chris is het feit dat Chris vaak wordt voorgetrokken door zijn vader.
Over de relatie tussen Nol en zijn ouders wordt niet veel verteld, er zijn echter wel een paar interessante passages in het boek waaruit speciale houdingen van zijn ouders tegenover Nol kunnen worden opgemerkt.
De relatie tussen Nol en zijn moeder is over het algemeen goed, met hoogtepunten en dieptepunten. Opmerkelijk is echter dat Nol vlak voor en na zijn moeders overlijden weinig van zich laat horen en ook niet geïnteresseerd is in haar ziektebed en begrafenis. Zijn moeder laat hem bijvoorbeeld al heel vroeg alleen in een zeer grote tuin gaan. Op die dag leert hij Trix Cuperus kennen, die meteen met hem danst. Zij maakt een gigantische indruk op hem. Echt aardig is ze echter niet tegen Nol. Ze wendt haar gezicht af en na het dansen loopt ze meteen weer weg. Nol denkt later nog veel aan haar
Als Nol aan zijn moeder vraagt wie dat meisje was met wie hij danste, houdt zij zich van de domme en zegt dat ze het niet gelooft; dat hij nog niet eens kàn dansen, terwijl ze lachend omkijkt naar haar vriendinnen. Dat laat een nogal onaardige houding zien van zijn moeder naar hem.
Het is echter wel weer zijn moeder die hem in bescherming neemt tegen Chris door te zeggen dat meneer Cuperus niet dronken was toen hij een keer het dienstmeisje in de gang kuste, terwijl Chris beweerde (en zijn moeder wist) dat hij dat wel degelijk was.
Als Cuperus, zoals zoveel muzikanten, verliefd wordt op Nols moeder, biedt hij haar bloemen aan, maar zij wijst die af. Nog nooit heeft Nol zo veel haat voor zijn moeder gevoeld.
Nu heeft meneer Cuperus nooit zo hoog in het aanzien gestaan bij de familie Rieske, maar hij verliest al zijn waardigheid als hij een keer in een dronken bui het dienstmeisje in de gang zoent. Na deze gebeurtenissen worden de pianolessen abrupt gestopt en Nol neemt zich voor om meneer Cuperus voortaan te negeren. Zodra hij hem op straat tegenkomt wendt Nol zijn gezicht af. De roddel (dat Cuperus met het dienstmeisje gezoend heeft) verspreidt zich snel en het kan Nol niets schelen dat het aantal leerlingen van Cuperus danig slinkt. Als Nol Cuperus weer een keer tegenkomt probeert hij hem te ontlopen, maar Cuperus zoekt echter wel contact. Hij nodigt Nol uit voor een bezoek. Dat lijkt Nol geen verkeerd plan en luistert bij Cuperus thuis naar de muziek die Cuperus hem voorspeelt. Cuperus neemt Nol in vertrouwen door te bekennen dat hij indertijd op Nols moeder verliefd is geweest.
Nol gaat veel voor Cuperus over hebben, zelfs zoveel dat hij er serieus over nadenkt om het dienstmeisje om te kopen, opdat die de beschuldiging dat Cuperus haar gezoend heeft terugneemt. Dat plan verandert in het initiatief om geld in te zamelen voor Cuperus. Zelfs Nols moeder geeft gul en ook Chris doet tegen betaling goed zijn best om geld in te zamelen, terwijl zowel zijn moeder als Chris op dat moment totaal geen hoge dunk hebben van meneer Cuperus. Dat bewijst een zeer sociale houding van zijn naaste familie naar Nol
Hij ziet Trix lange tijd niet meer en als ze elkaar dan tegenkomen, schijnt Trix hem niet meer te kennen. Als hij haar uiteindelijk een keer aanspreekt, is zij hoogst onverschillig. Nol vindt Trix niet aantrekkelijk en vergeet haar weer voor enkele maanden. Als ze toch nog een keer met elkaar in contact komen, dringt het tot Nol door dat hij verliefd op haar is.
Trix gaat echter met andere mannen om en als Nol dat doorkrijgt blijft hij de rest van de dag huilend op bed liggen.
Later bekent Trix aan Nol dat zij ook van Nol houdt:

"Met een kracht, waarvan de onstuimigheid mij onthutste, trok zij mij tegen zich aan; het deed pijn zoals zij mij omknelde. 'Ik ook van jou,' fluisterde zij hartstochtelijk. 'Ik heb altijd van je gehouden.' – Nu ging het licht in de kamer op, en wij hoorden Cuperus' voetstappen; ik sprak haastiger: 'Maar ik kan wel zonder je leven, als het moet. We dansten als kind…'" (blz. 140)

Later zegt Trix echter weer dat het niks tussen hen kan worden en zij verlaat Nol weer. Voor lange tijd is er weer geen contact tussen Nol en Trix. Zelfs als Nol haar schrijft, ontvangt hij geen antwoord.
Later komt Nol haar nog een keer bij toeval tegen en ze worden verliefd op elkaar. Trix vertelt hem haar hele levensverhaal en alles waar zij slechte herinneringen aan over heeft gehouden. De liefde bloeit zo hoog op, dat Nol haar een huwelijksaanzoek doet. Trix wil daarover nadenken. Als Nol haar de volgende dag opzoekt en ze zelfmoord blijkt te hebben gepleegd, is hij hevig ontdaan. Trix geeft als reden voor haar zelfmoord op dat ze niets liever zou willen dan trouwen met Nol, maar dat ze niet goed genoeg was voor Nol.

"Als er een hel is, zal ik daar wel in komen, en jij natuurlijk niet" (blz. 249)

Ze zou niet met en niet zonder hem kunnen leven.

3.3 Confrontaties met muziek

Tot nu toe zijn met de subvraagantwoorden "confrontaties met muziek" alleen confrontaties van de hoofdpersoon met muziek besproken. In dit boek wordt echter de hoofdpersoon niet op een voldoende manier geconfronteerd met muziek om deze subvraag volledig te kunnen beantwoorden. Daarom worden in deze subvraag niet alleen de confrontaties van de hoofdpersoon met muziek besproken, maar ook confrontaties met muziek van een ander belangrijk persoon uit het boek: Trix Cuperus, omdat die ook een hele belangrijke ervaring krijgt met muziek.
Waarschijnlijk wel het belangrijkste wat in het boek door muziek wordt aangericht is het samenbrengen van Nol en Trix. Zonder de muziek hadden ze nooit in de Tuin met elkaar gedanst en hadden ze nooit met elkaar kennisgemaakt.
Nol heeft een grote liefde voor muziek en van bepaalde muziekstukken raakt hij erg ontroerd. Zo zijn er werken die hij niet kan horen zonder een wee gevoel in de maagstreek te krijgen en die hem tot in de slaap achtervolgen.
Als hij voor het eerst muziek hoort in de Tuin wordt hij merkbaar getroffen door de klanken van de muziek:

"Veel zien deed ik overigens niet op dit moment, zo onweerstaanbaar was de muziek mij in de benen gevaren, in mijn hersens, in mijn ruggengraat." (blz. 21)

Hij danst buiten zichzelf en raakt bijna gehallucineerd door de muziek:

"De akoestiek van de dalkrater kon deze klankhozen ternauwernood verwerken, en iedere boom en alle stadswallen, -muren en -burchten schenen mee te brullen." (blz. 22)

Hij wordt zelfs zo door de muziek beïnvloed, dat hij de muzikanten gaat identificeren door middel van de muziek die ze maken en de manier waarop ze de muziek ten gehore brengen. Twee dagen na het bezoek aan de Tuin zegt Nol tegen zijn moeder dat hij pianoles wil hebben. Ook dat bewijst dat de muziek een zeer grote indruk op hem heeft gemaakt.
Als Nol muziek hoort en aan Trix denkt kan hij zich door de muziek even van de wereld voelen en zeer verbonden met zijn geliefde Trix zijn, die niet bij hem is.
De Tuin waar Nol Trix ontmoette staat bekend als een gouden tuin, maar door de vele muziek die Nol in de tuin tegenkomt gaat hij door de vele koperen blaasinstrumenten de tuin als van koper beschouwen (titel). Hij gaat, door de muzikale betekenis ervan, koper ook mooier, eenvoudiger en vrolijker vinden dan goud.

Trix is totaal niet muzikaal, ze houdt niet eens van muziek, en het bevalt haar dan ook absoluut niet dat zij moet optreden als zangeres in een opera. Als Nol tegen haar zegt dat het toch wel leuk kan zijn, raakt zij daar hevig geïrriteerd door:

"'Schei daar alsjeblieft over uit. Ik word er door iedereen over doorgezaagd. De mensen lijken wel gek. Vellinga zaagde me er ook al over door, hij zei, dat ik naar Amsterdam moest en een grote zangeres worden…'" (blz. 112)

3.4 Subconclusie

Trix Cuperus' leven wordt op een negatieve wijze beïnvloed door muziek. Omdat ze zelf een hekel heeft aan muziek wordt ze gek van haar vader, die muzikant is. En als ze dan zelf iets voor de muziek moet doen, namelijk optreden in een opera, oefent dat een zware druk op haar uit. Nol Rieske wordt door zijn eigen muzikaliteit ook danig beïnvloed door muziek, met name omdat hij door muziek in aanraking is gekomen met Trix. Nol Rieske heeft echter aan het eind van het boek het muziek maken afgeblazen, waaruit men dus kan concluderen dat de muziek zelf geen blijvende belangrijke factor in zijn leven kan blijven. De problemen die de muziek bij hem hebben aangericht zullen hem echter lang blijven achtervolgen.

4.0 Eindconclusie

Muziek heeft in zowel boek één als boek twee een enorme invloed op het leven van de hoofdpersoon. In boek drie is dat in mindere mate het geval. Ammer, Wanda en Nol leggen alledrie contacten door de muziek. Bij Wanda is dit iets directer dan bij Ammer en Nol. In alle boeken is muziek de basis van de relaties die er in voorkomen.
Ammer en Wanda zijn beiden afhankelijk van muziek in tegenstelling tot Nol die zich later veel minder met de muziek gaat bezighouden.
Voor alle drie de hoofdpersonen zou het leven er zonder muziek er heel anders hebben uitgezien.

Bibliografie

't Hart, M., Stenen voor een ransuil, Amsterdam 1978

Enquist, A., Het geheim, Amsterdam 1998

Vestdijk, S., De koperen tuin, Amsterdam 1995

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.