Het Expertisebureau Online KinderMisbruik (EOKM) en Slachtofferhulp Nederland doen onderzoek naar financiële afpersing met naaktvideo’s onder jongens (ofwel: sextortion). Is dit jou overkomen? Deel dan jouw ervaringen door mee te doen met het anonieme onderzoek. Met jouw bijdrage help jij de hulpverlening verbeteren!

 


Naar het onderzoek


Groepstalen

Het Nederlands is één taal maar binnen die taal kennen we tientallen groepstalen. Reis je door het land dan merk je het taalverschil overal. Elke subcultuur van leeftijdsgroep tot religieuze groep kent zijn eigen taal variëteit, hun groepstaal. Voor elke groep is de taalkeuze een belangrijk identiteitskenmerk. Door de gemeenschappelijke taalvariant wordt aan de ene kant het ‘wijgevoel’ versterkt en er kunnen aan de andere kant niet-leden van de groep worden buitengesloten. Welke subculturen zijn er eigenlijk in Nederland en welke groepstalen spreken deze groepen eigenlijk?

De grootste vormen van de groepstalen zijn streekdialecten. Het grootste deel van Nederlandse bevolking spreekt namelijk dialect. Dit is de bepaalde taalvariant van een regio. Vooral in de uiterste punten van Nederland, Zuid-Limburg en Noord-Groningen wijkt het dialect erg veel af van de algemene Nederlandse taal.

Naast dialecten zijn er nog veel meer groepstalen. De etnische groepen in Nederland spreken vaak een eigen variant op het Nederlands. Hun groepstaal verschilt vooral op:
De uitspraak van woorden: Doordat sommigen van buitenlandse afkomst bepaalde letters niet goed uit kunnen spreken, klinkt hun Nederlands erg verschillend. Voor Indische Nederlanders bijvoorbeeld is de stemloze uitspraak van de ‘v’ en de’z’ kenmerkend. Pakistaanse Nederlanders hebben erg veel moeite met de ‘r’ en spreken die uit als ‘l’, wat leidt tot grappige uitspraken, bijvoorbeeld bij het woord ‘roerei’.
Gebruik van woorden afkomstig uit hun geboorteland: Surinaamse Nederlanders bijvoorbeeld gebruiken het woord ‘pisang’ wanneer zij banaan bedoelen. De sprekers waarderen dit omdat het een manier is om een stukje van hun identiteit te bewaren.
Gebruik van tegenwoordige en toekomstige tijd: Immigranten uit Latijns—Amerika, zoals Antillianen, gebruiken vaak uitsluitend het woord ‘gaan’ als hulpwerkwoord bij de toekomstige tijd. Daardoor krijg je bijvoorbeeld: ‘Ik ga naar huis gaan’, in plaats van ‘Ik zal naar huis gaan.’

Ook de religieuze bevolkingsgroepen vormen een belangrijke subcultuur met hun eigen groepstaal. Deze groepen hebben een groepstaal die meestal gebaseerd is op de taal uit hun geloofsboek. Bij de Joden staat bijvoorbeeld in de Thora dat het woord ‘god’ niet genoemd mag worden, dit zullen zij dus ook niet doen. De protestanten en hervormden geloven er in dat je niet mag vloeken, en vooral niet door gebruik te maken van woorden als ‘godverdomme’ of ‘’Jezus!’. We merken ook een verschil in het taalgebruik tussen katholieken en protestanten. De protestanten spreken over het algemeen wat netter en moeilijker Nederlands, neem bijvoorbeeld het NRC-Handelsblad of het Brabants Dagblad, in het eerste is een veel netter en deftiger taalgebruik. Ook de Joden waren tot voor de Tweede Wereldoorlog een belangrijke groep, zij zijn gekenmerkt door gebruik van Hebreeuwse en Jiddische woorden. De term ‘mazzel hebben’ komt van het Jiddische woord ‘massal’, wat geluk betekent.

Verder hebben ook leeftijdsgroepen hun eigen groepstaal. Jongerentaal bijvoorbeeld heeft als kenmerken: het zelf creëren van woorden, het gebruik van versterkers en engelse woorden. Enerzijds probeert de jeugd door jongerentaal te spreken zich af te zetten van hun ouders, anderzijds is het een voorwaarde om erbij te horen. Een onderdeel van deze groepstaal is het creëren van ‘trendy’ woorden door leenwoorden uit het engels te gebruiken of te spelen met klanken en afkortingen. Deze woorden zijn een tijdje heel erg in, en later dient men ze niet meer te gebruiken, bijvoorbeeld de woorden ‘cool’ of ‘loser’.

Daarnaast zijn er nog de vaktalen. Deze taalvariatie is kenmerkend voor bepaalde beroepsgroepen. Deze groepstaal bevat nauwkeurig gedefinieerde begrippen voor communicatie tussen vakkundigen. Voor buitenstaanders is deze vaktaal echter onbegrijpelijk, zo worden niet-vakkundigen buitengesloten. Als taalkundigen het bijvoorbeeld hebben over ‘r-metathesis’ weet een niet-taalkundige niet waar het over gaat.

Een speciale variant op het Nederlands is Bargoens. Dit wordt gesproken door criminelen en dit is een soort geheimtaal. Door Bargoens te spreken proberen criminelen te communiceren zodat buitenstaanders, met name de politie, hun niet kunnen begrijpen.

Tot slot is er de groepstaal van sociale klassen.
Iemand die bij een volgens hem hogere klasse hoort zet zich af van de lagere klasse door anders te spreken, dit wordt vaak ‘bekakt praten’ genoemd. Een bekakt Hagenaar spreekt de ‘e’ en de ‘o’ uit als een ‘a’ waardoor hij zich onderscheidt van de andere klassen.

De verschillende groepstalen overlappen elkaar echter vaak. Het is bijvoorbeeld zo dat de groepstaal van Surinaams-Nederlandse jongeren veel overeenkomsten heeft met die van Marokkaans-Nederlandse jongeren. Verder kan een individu tot meerdere groepen horen en meerdere groepstalen spreken, voorbeeld: iemand spreekt de vaktaal van biologen en dialect Brabants. Er zijn veel groepstalen in Nederland met verschillende taalvarianten. Iedere Nederlander behoort tot een groep en kan waarschijnlijk de bijbehorende groepstaal spreken.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Nix

Nix

hoi,

ik maak een werkstuk over groepstaal en ik moet iemand een brief daarover sturen, weet jij iemand daarvoor?
alvast bedankt

marijn

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast