ADVERTENTIE
Heb jij hulp nodig bij het kiezen van jouw studie?

Thijs (22 jaar) kreeg hulp van onze studiekeuzeadviseur Marise. Door telefonische gesprekken en een aantal testen weet Thijs nu welke studie het beste bij hem past. Zijn tip: “Wacht niet af, ga op onderzoek uit en laat je adviseren!”

Vraag nu jouw persoonlijke gesprek aan!

Het geboortehuis van Tsjaikovski



Russisch componist. Na zijn rechten studie in St-Petersburg en de dood vaan zijn moeder(1854), die een grote indruk op hem maakte, was hij bij het ministerie van binnenlandse zaken werkzaam. In 1861 begon hij tijdens een reis naar het buitenland de grondbeginselen van harmonie en contrapunt te bestuderen. In 1862 liet hij zich inschrijven aan het pas opgerichte conservatorium. In 1863 nam hij ontslag bij het ministerie om zich geheel aan de muziekstudie te wijden. In 1866 werd hij leraar in de muziektheorie aan het conservatorium te Moskou. In 1871 voltooide hij de partituur van de eerste symfonie die hem in een staat van overspanning bracht die hij nooit meer geheel te oven is gekomen. Dit werk werd gedeeltelijk uitgevoerd en kreeg slechts weinig waardering. Bovendien toonde de vertegenwoordigers van de “Groep Van Vijf” zich al spoedig vijandig tegenover de jonge componist. Deze vijandschap werd nog versterkt door Tsjaikovski’s vriendschap met de gebroeders Rubenstein die voorstanders waren van een kosmopolitische en traditionele muziek dit met tegenstelling tot het nationalistische element in de muziek van “ De Groep Van Vijf”. Het misverstand werd door toedoen van Remski-Korsakov uit de weg geruimd. In 1872 componeerde Tsjaikovski zijn tweede symfonie en twee jaar later het eerste concert voor piano en orkest. In dit laatste werk schijnen traditionele en nationalistische tendensen te versmelten. In 1875 componeerde hij de derde symfonie het laatste en mooiste van zijn drie kwartetten en de muziek voor het ballet Het zwanenmeer. Tsjaikovski’s geïsoleerde positie werd mede bepaald door de langdurige protectie (vanaf 1877) door Nadesjda Von Mech, een rijke weduwe en zijn leven en werk worden sterk beïnvloed door zijn verering voor deze vrouw die hij overigens nooit heeft ontmoet. Hij wijdde aan haar zijn vierde symfonie. Ook andere werken door haar geïnspireerd: Eugen Onegin, zijn belangrijke opera, het concert voor violen en orkest, de opera Schoppen vrouw, Jeanne D’Arc, de Vijfde symfonie en het Capriccio Italien.



Reizen

Na zijn mislukt huwelijk van 1877 maakt hij lange reizen onder andere in Duitsland, Engeland, Italië en Zwitserland, waar hij componeerde en als dirigent optrad en gevierd werd. In 1890 trok mevrouw Von Mech haar jaargeld in. In datzelfde jaar maakte Tsjaikovski een succesvolle tournee door Amerika. Hij keerde uitgeput terug met een voorgevoel van de dood, waaraan hij uitdrukking gaf in zijn laatset en zesde symfonie: de symfonie pathétique die buitengewoon populair werd. In deze symfonie schijnt hij de gekwelde en overspannen gevoeligheid tot uiting te brengen, die ook al aanwezig was in de Notenkrakers suite.



Hij stierf aan cholera die hij zou opgelopen hebben door moedwillig een glas besmet water te drinken. Zo beweerden toch kwaadwillige tongen.



De symfonieën



Men kent van Tsjaikovski 6 symfonieën, de programmatische Manfred-symfonie niet meegerekend.

De eerste, Winterdromen, is nog een jeugdwerk. De tweede wordt Klein-Russisch genaamd, wegens de Oekraïnsche volkswijzen die er in verwerkt zijn. Ook de derde, de Poolse, bevat volksmuziek elementen, hoewel ze reeds eclectisch en Westers van opvatting is.

De volgende drie, die zich in de concertzaal hebben ingeburgerd en er standhouden, bezitten een soort leidmotief dat echter nergens op vruchtbare of constructieve wijze worden gebruikt. Tsjaikovski is geen architect die, zoals Beethoven, uit een nietig gegeven een hele symfonische constructie optrekt. De melodie bloeit bij hem onmiddellijk open, zingt zich uit en wordt dan verder dan vooral nog in een andere orkestratie of met ornamentale toevoegsels opnieuw voorgesteld.

De trompetten schallen in de aanhef van de Vierde symfonie. Dit motief is naar de componist zelf verklaarde, de stem van het dreigende noodlot, dat hem de weg naar het geluk versperde. Zo typisch is het als uitdrukking van een dramatische toestand dat het vaak misbruikt werd door een film, bij hoorspelen en reportages. Geen heldhaftige strijd hier, want het fatummotief klinkt als vreemd element tussen de muziek door en nergens wordt er een thematisch conflict mee aan geknoopt. Het verschijnt op de meest onverachte momenten om de moedeloze dromerijen, waaraan de componist zich overgeeft, te doorbreken. Wanneer de componist in zichzelf geen vreugde vindt, dan, zegt Tsjaikovski, moet hij tot het volk gaan en vreugde scheppen in het geluk van anderen. Maar zelfs hier, te midden van het volksgejoel, wordt de kunstenaar door de noodlotsgedachte achtervolgd.



In de vijfde symfonie brengt de klarinet in haar diepste register een klagend motief dat over de hele symfonie zijn schaduw werpt. Het thema waarmee het allegro con anima inzet, is duidelijk verwant met dit noodlotsmotief. Het heeft dezelfde harmonische basis, staat eveneens in mineur en wordt ook door de houtinstrumenten ingezet. De syncopen brengen in de melodie een vage onrust; het ritme klopt, gelijkmatig en fataal. De lange en onstuimige coda vervalt in de droevige stemming van het begin. Aan het einde brengt de fagot nog even het noodlotsmotief. Het derde deel is een wals. Men vindt die overal in Tsjaikovski’s werk, zelfs in zijn kamermuziek(zie pianotrio). Het deel in zijn balletten en suites dat hij met bijzondere liefde behandelt en waar hij het langst bij verwijld is de wals. Hij behoudt wel het vlugge tempo van de wals; toch is er een groot verschil tussen zijn walsen en die van Straus en Schubert. Hij verdoezelt het ritme en legt over de melodie een waas van weemoed. Liefelijk wiegt de melodie hier, in een lichtkleurige orkestratie. De stemming wordt vooral in het middendeel, opgewekter. En plotseling, te midden van die vreugde, als een ongeluksbode die dwars door de feestzaal voorbijgaat, zo klinkt het noodlotsmotief in de fagot. Zo meesterlijk is het in het walsritme ingeweven dat het hier thuis schijnt. Nog hangt een onheilspellende gezant in de oren als het deel geëindigd is. Van zuiver muzikaal standpunt bezien, is de finale van de vijfde symfonie zwakker dan de andere delen; de orkestratie echter bereikt een hoogtepunt. In de inleiding horen we het noodlotsmotief in een plechtig majeur, echter nog steeds in een duistere sfeer. Er is hier een tweede spalt. Het allegro vivace waarmee de symfonie besluit, is een grootse schildering van het Russische volksleven. Voor ons zien we de pleinen met dichte volksmenigten samengeschoold bij klokgelui en bazuingeschal. Hier herleeft tegelijk het heilige Rusland met zijn klokken en gebeden, het woeste Rusland met zijn oerinstincten. Het is een machtige ontlading in het orkest.

De sombere melancholie, waaraan Tsjaikovski ten prooi was en die bijna in al zijn werken heerst, heeft in de symfonie pathetique haar smartelijkste uitdrukking gevonden. In het piano concerto op. 23 hadden we een ander voorbeeld van Tsjaikovski’s werkwijze waarbij een thema in de inleiding zijn schaduw vooruitwerpt. De uiterst dynamische muziek is geschreven in een strenge sonatevorm. Het tweede deel is beroemd geworden om zijn typische ritme in de 5/4 maat. Dit ritme wordt door het geheel heen met grootmeesterschap volgehouden, zonder dat het ook maar een keer verwrongen of kunstmatig aan doet. Het ritme is dubbelzinnig zodat dit deel nu eens de vorm van een scherzo, dan weer die van een mars aanneemt. Er hangt over het gehele gedeelte een gevoel van spanning en verwachting, misschien omdat het thema aan het einde pas zijn volledige gestalte krijgt. In scherp contrast staat met het vorige deel staat de finale enig in de geschiedenis van de symfonie. Het motief schijnt het motto te dragen: ‘vanitas vanitatum et omnia vanitas’. Het tracht zich vruchteloos op te richten.



Andere symfonische werken

Van de vier concerti van Tsjaikovski hebben zich vooral het eerste pianoconcerto en het vioolconcert gehandhaafd.

Het pianoconcerto in bes, op 23, is een imposant werk. Het orkest is machtig bezet, maar door het geweld van de piano wordt een sterk dynamisch evenwicht behouden. Het stuk heeft een Russische inslag. Een van de motieven uit het eerste deel is een Oekraïns boerenlied. De stof wordt, en zoals in de concerti van Brahms gelijkmatig over het orkest en de solist verdeelt. Wanneer de ene een thema voorstelt, wordt het door de andere begeleid en omgekeerd. De tonale onzekerheid van het thema (grote of kleine terts?), evenals de dalende lijn van het melos, zijn kenmerkend voor de Slavische melodie.

Het vioolconcert op. 35, geschreven in Zwitserland, aan het meer van Genève, handhaaft zich vanwege de muzikale kwaliteiten van de eerste twee delen en de voor de solist dankbare virtuoze passages van de finale. Boeiend is de manier waarop aan het einde van het tweede deel, de canzonetta, in een sfeer van verwachting een klein ritmisch motief geleidelijk wordt opgevoerd, om dan in majeur als inzet van het thema van de finale door te breken.

Waar aan zijn muziek een litterair onderwerp ten grondslag ligt, schildert Tsjaikovski veel meer karakters dan uiterlijke gegevens s en nog het liefst karakters van mensen die de speelbal van het noodlot waren. Daarom lokt Shakespeare hem aan. De ouverture Hamlet tekent niet de uiterlijke gebeurtenissen van het drama maar de strijd die in het hart van de Deense prins woelt. De fantasieouverture Romeo en Julia schildert minder de hartstocht van de geliefden dan het noodlot dat boven hun hoofd hangt. Dezelfde werkwijze komt voor in de symfonische fantasie Francesca da Rimini.

In de bekende Ouverture 1812 stelt Tsjaikovski vooral zijn gebreken ten toon en is hij niet vrij te pleiten van vulgariteit. Dit stuk werd echter geschreven voor een volkse plechtigheid, in de open lucht.

In zijn balletmuziek, w.o. vooral te vermelden het Notenkrakersbalet, Het Zwanemeer en De Schoneslaapster, is Tsjaikovski op zijn best. Hier voelt hij zich niet gedwongen door de vorm en kan hij zich vrijelijk uitdrukken naar het programmatische gegeven of naar zijn eigen fantasie.

Anekdotes en verhalen

In zijn eigen woorden...

" In mijn eigen composities er is geen inspanning geweest om, of Romantisch of nationalistisch, of iets anders te wezen. Ik schrijf op papier de muziek die ik in mij hoor, zo natuurlijk als mogelijk... Wat ik probeer te doen, wanner ik mijn muziek neerschrijf, is het simpel houden en onmiddellijk noteren wat mijn hart mij voordraagt. "

"Muziek is er genoeg voor het leven; maar één leven is nooit genoeg voor muziek."

" " Wel, er is [Jozef] Hofman... en er is mij. "-wanneer me hem vroeg naar de belangrijkste pianist van de 20e eeuw.

“Mijn handen, mijn dierbare handen " zij laatste woorden in het hospitaal.



Rachmaninov was een echte zeilfanaat. Op een dag nodigde hij Mr. Ibbs uit, zijn Europese agent en zijn vrouw voor een trip rond het lokale. Mr. Ibbs was erg enthousiast en vroeg de boot eens te mogen besturen aan Rachmaninov. Nog maar pas had Sergei zich neergezet, of de boot begon te spinnen en te kantelen. Zonder een woord te zeggen, sprong Rachmaninov naar het wiel en duwde Ibbs uit de weg, en kreeg de boot weer onder controle. Later toen ze richting thuis keerden vroeg Rachmaninov, " Zeg niets tegen Natalia [zijn vrouw].Of ze laat mij nooit meer gaan zeilen. "

Rachmaninov buisde de eerste keer voor zijn rijexamen (in Amerika)omdat hij niet goed Engels kon, en ook omdat in Rusland de bestuurder van het voertuig rechts zit. Rachmaninov was ooit eens uitgenodigd op een etentje met een beroemde pianist. Deze pianist had juist Grieg's Piano Concerto in A-minor gespeeld en omdat dit Rachmaninov’s favoriet piano stuk was, vroeg hij hem om ernaar te luisteren. Hij luisterde aandachtig, zie geen woord, tot op het einde wanneer hij droog opmerkte:” De piano is niet juist gestemd. Alhoewel hij van buiten af zich voordeed als een strenge en norse man, toch had hij in privaat toch een gevoel voor humor. Naaste vrienden vertelden dat hij een aanstekelijke lach had en vaak in tranen uitbarstte van het lachen.

Hij koos het aantal variaties dat hij zou spelen van Variaties op een thema van Corelli aan de hand van het aantal mensen die hoestten in de zaal. Hoe meer ze kuchten, des te minder hij er speelde. Het hoogste wat hij ooit bereikte was 18 op 20.



Voornaamste werken



Orkestwerken



Winterdromen 1866

Klein-Russische 1872

Poolse 1875

Pathetique 1893



Andere werken



Romeo en Julia 1896

De storm 1896


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Heey.
Ik ben Esther en doe 2-havo/atheneum en ik moet een werkstuk maken voor muziek,en dat wou ik over Tsaikovski doen maar ik kon nergens informatie vinden.Dus toen ik dat van jou zag was ik heeeel erg blij dus I want to say:very much thank you.
thnx
-x- Esther

18 jaar geleden

V.

V.

Sommige teksten geven aan dat hij homosexueel was en dat is een rusland nog steeds verboden, sommige beweerden dus dat hij zelfmoord heeft gepleegd met het drinken van niet gekookt water, zijn broer geeft nog steeds aan dat, dat verhaal op een leugen is gebaseerd ( we zullen het zelf nooit achterhalen?)

4 jaar geleden