Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Franz Liszt

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas vmbo | 3535 woorden
  • 23 juni 2003
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 28 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Franz Liszt (kinderjaren 1811-1821)

In het Hongaarse district Sopron (nu het Oosterijkse Ödenburg) ligt het dorp Dobojan (Raiding), slechts een paar uur te paard van Wenen verwijderd. Er gaat alleen een zandweggetje naartoe, verder is het dorpje helemaal afgesloten van de rest van de wereld.

In de nacht van 21 op 22 oktober 1811 werd hier Franz Liszt geboren. Op 23 oktober werd Franz gedoopt. Hij woonde negen jaar met zijn vader Adam en zijn moeder Maria Anna in het grootste huis van het dorp. ‘t Zegt niet veel want de overige huizen waren nauwelijks groter dan hutten.
Thuis werd alleen Duits gesproken. Ook het onderwijs dat Franz van de dorpskapelaan kreeg, was in het Duits. Zo groeide hij op zonder Hongaars te leren. Pas op latere leeftijd kon hij een paar zinnen in het Hongaars zeggen. Zijn kennis van het Duits ging door de snelle verhuizing naar Frankrijk voor het grootste gedeelte verloren. Vanaf zijn tiende jaar werd het Frans zijn taal die hij tot zijn dood bij voorkeur schreef en sprak.

Omdat hij geboren werd in een streek die in die tijd tot Hongarije behoorde, nam Liszt aan dat hij Hongaars, zelfs zigeunerbloed had. Dit laatste is erg onwaarschijnlijk.

Liszts was in zijn jeugd vaak erg ziek. Zijn muzikale aanleg bleek al toen hij 6 jaar oud was.
De zesjarige Franz kreeg zijn eerste pianolessen van zijn vader.
Al snel begon hij zelf te improviseren en ook zijn eigen melodieën op te schrijven. Snel raakte bekend dat de jonge Franz Liszt bijzonder begaafd was. Een blinde fluitist, een zekere baron Braun, kwam op het idee de knaap bij een concert in Ödenburg te laten optreden. Daar verscheen Liszt in oktober 1820 voor het eerst in het openbaar. Hij speelde het moeilijke concert in Es van Ferdinand Ries. Zijn optreden en zijn improvisaties waren zo’n succes dat zijn vader Adam toestond een tweede concert te organiseren. Dit maakte Franz Liszt tot een plaatselijke beroemdheid.

Hierna liet Adam Liszt geen tijd verloren gaan. Wat hem niet gelukt was, zou zijn zoon wel gaan lukken.Vanaf dit moment was Adam niet slechts vader, maar in de eerste instantie een manager, die alles op alles zette om Franz tot een virtuoos te maken. Hij bracht Franz onder de aandacht van vorst Nikolaus II Esterházy. Die zorgde ervoor dat in Pressburg (Bratislava) een concert gegeven werd, waarbij de gehele plaatselijke adel aanwezig was. Dit was een groot succes. Het gevolg was dat vijf hooggeplaatste Hongaren borg stonden voor de financiering van Franz’s verdere studie.
Voor de jonge Franz was het doel duidelijk. Zijn jeugd bestond vrijwel uitsluitend uit muziek. Hij heeft nauwelijks andere vakken gehad dan lezen, schrijven en rekenen. De rest moest hij in latere jaren inhalen.


Leertijd (1821- 1827)

Hij studeerde bijna twee jaar in Wenen. Hier leerde hij de grondbeginselen van de muziek, waar hij zijn hele leven mee moest doen. Hij had het grote voordeel dat hij Carl Czerny als leraar kreeg, de man die naast (Hummel) de meest vooraanstaande pianist van die tijd was. Op het gebied van de muziektheorie kreeg hij les van de 72 jarige Antonio Salieri. Onder zijn toezicht componeerde hij diverse muziekstukken. Czerny was zo enthousiast over de jonge Franz, dat hij het overeengekomen honorarium niet wilde hebben.
Om te beginnen speelde het wonderkind op muzieksoirees van de Oostenrijkse adel. Op 1 december 1822 gaf Franz zijn eerste openbare concert. Het succes was zo groot dat meerdere concerten volgden. Adam Liszt slaagde erin met behulp van Beethovens secretaris - Anton Schindler - Beethoven ertoe te brengen een concert bij te wonen. Diep ontroerd beklom de 52 jarige Beethoven het podium en kuste de twaalfjarige op het voorhoofd, terwijl het publiek juichte. Vanaf dit moment werd Liszt bekend in heel Europa. Zijn concerten leverden enorme geldbedragen op.
In de herfst van 1823 verhuisde het gezin van Wenen naar Parijs. Op 11 december arriveerde Franz als beroemdheid in de Franse hoofdstad.
De voornaamste reden van deze verhuizing was dat Franz verder les zou krijgen in het componeren. Hij wilde zich inschrijven aan het beroemde Conservatoir, dit werd hem geweigerd omdat hij geen Fransman was. Ironisch genoeg was het de Italiaan Luigi Cherubini - de directeur - die hem dit meedeelde.

Het was eigenlijk niet erg dat Liszt de starre, academische cursus aan het Conservatoir niet volgde. In plaats daarvan studeerde hij muziektheorie bij de Italiaanse dirigent en componist Ferdinando Pear en enige tijd later, in 1826, bij de Tsjech Anton Reicha, die aan het Conservatoir compositie doceerde.
Het is opmerkelijk dat Liszt deze beide leermeesters in al zijn brieven en geschriften geen enkele maal vermeldt; dit wijst erop, dat zij geen enkele invloed op hem en zijn muziek hebben gehad. Zij brachten hem echter wel technische vaardigheden bij. Pianoles nam Liszt hierna niet meer.
Op een groot openbaar concert in de Italiaanse opera in maart 1824 volgden anderen die onder de indruk raakten van ‘Le petit Liszt’. Hij was nu het gesprek van de dag in de stad. In etalages pronkte zijn portret en zijn inkomsten stegen voortdurend. Zijn manager/ vader was over deze gebeurtenissen zeer enthousiast. In mei 1824 reisden Franz en zijn vader naar Engeland, waar zich dezelfde triomfen herhaalden. Het wonderkind speelde ook voor koning George IV, die hem prees en hem beter vond dan Moscheles, Cramer, Kalkbrenner en andere bekende pianovirtuozen.
Terug in Parijs schreef de inmiddels 14 jarige een opera - Don Sanche - die in oktober 1825 in de Grand Opéra onder leiding van Rodolphe Kreutzer werd uitgevoerd.
In de hierop volgende jaren 1825 tot 1827 maakte Liszt twee concertreizen door Engeland, twee door Frankrijk en een door Zwitserland, telkens met groot succes. In mei 1827 reisden vader en zoon (moeder List was naar Oostenrijk teruggekeerd) op doktersadvies naar Boulogne-sur-mer om uit te rusten van de geweldige inspanningen van de laatste jaren.
Franz was niet alleen oververmoeid door het vele reizen en concerten, hij had ook psychische problemen, die groter waren dan gebruikelijk in de puberteit.
Hij zocht troost in de kerk en bijna dagelijks woonden vader en zoon de heilige mis bij. Maar dit was niet voldoende voor Franz, die schoon genoeg had van dit leven. Urenlang las hij de bijbel, verdiepte zich in vrome boeken als Thomas a Kempis’ Navolging van Christus en bestudeerde het leven der heiligen. Toen hij zijn vader kenbaar maakte priester te willen worden, toonde deze zich onverbiddelijk. Met de opmerking dat Franz de Kunst toebehoorde en niet de Kerk, pakte vader Liszt de knaap alle geestelijke lectuur af. Natuurlijk ging Franz in het geheim verder met het lezen hiervan.
Kennelijk wist Adam Liszt niet hoe hij hiermee om moest gaan. De betrekkingen tussen vader en zoon waren de laatste jaren toch al gespannen. Vader beval en de zoon gehoorzaamde, maar met tegenzin.
In Boulogne-sur-Mer kreeg Adam Liszt onverhoeds last van maag-en darmstoornissen. Drie dagen later stierf hij hieraan.

Parijs (1827-1835)

Op latere leeftijd schreef Liszt aan Lina Ramann, die zijn levensverhaal aan het schrijven was: ‘mijn onbeduidende levenswandel, bestaande uit muziek, spel en schrijven, laat zich als een klassiek treurspel in vijf bedrijven verdelen.’
Het eerste bedrijf liet hij met de dood van zijn vader eindigen. Het tweede bedrijf besloeg de periode 1830 tot 1838. Om de een of andere reden liet hij de jaren na de dood van zijn vader tot 1830 buiten beschouwing. Volgens de theorie van Freud was dit zeer begrijpelijk, want het waren bittere jaren die hij graag snel wilde vergeten.

In Boulonge zorgde Franz voor de begrafenis van zijn vader. Daarna keerde hij terug naar Parijs, waar hij pianolessen begon te geven. Zijn bekendheid bezorgde hem al snel een groot aantal leerlingen uit de hoogste kringen. Hij voelde zich zo depressief, dat hij een open brief aan de kunstenares George Sand schreef, die in 1837 werd gepubliceerd.

Het is niet verwonderlijk, dat Liszt in die tijd depressief was. Zijn vader had zich met alle kleinigheden van het dagelijkse leven beziggehouden. De zestienjarige was in alle opzichten onervaren. Hij had piano gespeeld, muziek gecomponeerd en hoffelijk leren spreken. Nu moest hij voor zijn moeder zorgen die hij naar Parijs liet komen.
Van alle gebeurtenissen in deze verwarde periode in Liszt leven is de liefdesgeschiedenis met Caroline de Saint-Cricq het moeilijkst te verklaren. Het mooie zeventienjarige meisje, dochter van de minister van binnenlandse zaken, was een van Liszt leerlingen. De pianolessen duurde steeds langer en de twee werden verliefd op elkaar. Tot ’s avonds laat praatten zij over muziek. En Caroline leerde hem de schoonheid van de letterkunde kennen. De ziekelijke moeder van Caroline zag goedkeurend toe hoe de relatie groeide. Zij schijnt haar echtgenoot verzocht te hebben een huwelijk niet tegen te werken. Na haar overlijden liet de graaf de pianoleraar toch bij zich komen. Met koude hoffelijkheid verklaarde hij dat het standsverschil een huwelijk onmogelijk maakte. Deze vernedering heeft de jonge kunstenaar tot het diepst van zijn ziel geraakt. Hij is dit nooit teboven gekomen.
Wederom wilde Liszt zich uit de wereld terugtrekken en priester worden. Ditmaal was het zijn moeder die hem ervan afhield. Naar eigen zeggen ging hij om haar niet naar het seminarie, want volgens haar eerlijke, enigszins kinderlijke geloof was het volgen van een priesterroeping niet werkelijk noodzakelijk voor hem.
Na een periode van lusteloosheid en eenzaam getob keerde Liszt terug naar de grote wereld. Hij was niet meer de jongen die door zijn eerste ongelukkige liefde moedeloos was gemaakt. (Hij had zich maandenlang niet laten zien, men dacht zelfs dat hij dood was.) Hij was nu een jonge man. Hij ging veel lezen, wat hem nieuwe ideeën opleverde. Deze waren soms tegenstrijdig met elkaar en stonden haaks op zijn vroegere kennis.
Hij woonden bijna vijf jaar samen met Gravin Marie d’Agoult die voor hem haar man in de steek had gelaten. Zij heeft hem drie kinderen geschonken waaronder zij dochter Cosima.
In maart 1831 trad in Parijs voor het eerst de grote vioolvirtuoos Niccolo Paganini op. Voor Liszt, die nog geen bepaalde muzikale richting volgde, was Paganini’s eerste concert een openbaring. Aan een vriend schreef Liszt:

Wat een man, wat een viool, wat een kunstenaar! O God, wat een kwelling, wat een martelende pijn in deze vier snaren!… En zijn uitdrukkingswijze, zijn ziel, niet te vergeten!

Nu werd het Liszt’s doel om uit de piano te halen wat Paganini met de viool bereikte. Niet alleen was het Paganini’s briljante techniek die Liszt bewondering wekte, maar vooral wat de geniale violist hiermee bereikte.
Vanaf dit moment had Franz Liszt een duidelijk doel voor ogen. Hij wilde de Paganini op de piano worden. Dus ging hij zich verdiepen in technische vaardigheden.
De taak die Liszt nu op zich had genomen, koste tijd en inspanning. Al in 1831-1832 schreef hij de Grande Fantaisie de bravoure sur ‘la Clochette’, (op het thema La Campanella van Paganini), een lang, ongelooflijk moeilijk werk dat talloze nieuwe technische kunstgrepen bevatte. De eerste versie van de beroemde Paganini-etuden verscheen pas in 1840. Deze vereisten bovenmenselijke inspanning. In 1851 gaf Liszt een iets makkelijkere, maar niet minder briljante versie hiervan uit. In alle Paganini-bewerkingen heeft Liszt enorm moeilijke elementen verwerkt. Vanaf nu was dit een belangrijk ingrediënt van zijn stijl.
Het waren deze jaren in Parijs (en de jaren die hierop volgden) die de man Liszt vormden. Tot zijn dood bleef hij in zijn manier van denken sterk beïnvloed door het Franse voorbeeld.

De weergaloze virtuoos (1839 – 1848)

Gedurende meer dan acht jaar leefde Liszt in een luidruchtige drukte als de meest geliefde virtuoos van de wereld, aller tijden. Hij ging om met de hoogste adel, oogstte uitbundig lovende recensies, werd door het publiek aanbeden. Herhaaldelijk trok hij kriskras door geheel Europa. Alleen naar Engeland kon hij na 1841 niet meer gaan, want de Britse publieke opinie keurde zijn ongeremde levenswandel en zijn zeer on-Britse onbescheidenheid af. Tussendoor slaagde hij er zelfs nog in veel muziekstukken te componeren.

Aan het eind van 1839 begaf Liszt zich voor de eerste maal sinds zijn jeugd naar Hongarije. Dit verblijf kan men omschrijven als een onafgebroken triomf, die de bejubelde meester zeer voor zijn geboorteland innam. Liszt speelde in Boedapest in feestelijke Hongaarse klederdracht.
In Berlijn gaf hij in iets meer dan twee maanden eenentwintig openbare en diverse besloten concerten. Hier kon men handschoenen met zijn afbeelding kopen, Liszt-bonbons en Liszt-tabaksdozen

In Leipzig werd Liszt in 1840 aanvankelijk geconfronteerd met onverschilligheid en vijandigheid. Waarschijnlijk was deze houding terug te voeren op persoonlijke wrokgevoelens en onhandige ‘public relations’. Zijn optreden en zijn spel maakten hieraan snel een einde. In 1841 speelde hij voor het eerst in Weimar. Groothertog Karl Alexander van Saksen-Weimar was zozeer onder de indruk dat hij zijn vriend en beschermer werd. Hij werd benoemd tot hofdirigent in buitengewone dienst. Vanaf dit moment werden zijn relaties met deze stad steeds hechter. Toen hij in 1847 het geven van concerten opgaf werd Weimar zijn vaste woonplaats.
In de jaren van zijn virtuozenloopbaan trad Liszt regelmatig in Duitsland op en nam hij geestdriftig deel aan het muziekleven van dit land. Hij maakte kennis met alle leidende Duitse musici. Ook interesseerde hij zich steeds meer voor de Duitse taal en letterkunde. Toch bleef hij de Franse taal het liefst gebruiken. Toen al reageerde men heel verschillend op Liszt’s spel, zijn muzikale richting en zijn persoonlijkheid. Heel wat Duitsers vonden hem een al te vreemdsoortig persoon, zo ook Robert Schumann.
Liszt en Schumann waren te verschillend om begrip voor elkaar te kunnen opbrengen. Zo ontstond een merkwaardige vriendschap waaraan Liszt een grotere bijdrage leverde dan Schumann. Bovendien voelde Schumann zich beledigd omdat Liszt het opnam voor Wagner. Desondanks heeft Liszt de muziek van Schumann gesteund en zelf uitgevoerd. Ook hielp hij Schumanns echtgenote Clara; later ontwikkelde zij echter een blinde haat ten opzichte van hem wat haar zeker niet siert. Deze haat strekte zich zelfs uit tot Liszts leerlingen.
Het effect dat zijn spel op de luisteraars had, moest reusachtig zijn geweest. Tegenwoordig kan men zich zoiets nauwelijks voorstellen, want zijn succes steunde gedeeltelijk op kwaliteit die in latere periodes geheel anders gewaardeerd werd. Tot deze bijzondere kwaliteiten behoorde in de eerste plaats het ‘toneel’ dat Liszt bij openbare optredens opvoerde. Het romantische gebarenspel, de sprekende gelaatsuitdrukking, het met een bovenaardse glans omstraalde gezicht, de beweging van de handen.
De vorming van Liszts programma’s laat naar huidige begrippen te wensen over, maar zij weerspiegelt de smaak en de praktijk van die tijd. Zijn eigen fantasieën over operathema’s en bewerkingen van ouvertures, liederen en dergelijke van andere componisten overheersen. Daarnaast zien we losse delen van symfonieën en sonates van Beethoven, Hummel en vele andere. Verder oorspronkelijke werken van Chopin, Weber en ook van Liszt zelf. Veel programma’s besluiten met de populaire Chromatische galop, een van zijn paradestukjes. Om een voorbeeld te geven: het programma van het concert dat Liszt in 1847 in Kiev gaf, zag er als volgt uit:

- Andante uit Lucia di Lammermoor van Donizetti
- Fantasie over motieven uit Norma van Bellini
- Andante con variazioni van Beethoven
- Tarantella van Rossini
- Mazurka van Chopin
- Polonaise uit I Puritani
- Grand Galop chromatique

Liszt bracht als eerste verandering aan in de gebruikelijke programmering, door op concertavonden als enige op te treden en het pianorecital in te voeren. Tot dan toe was het de gewoonte, dat twee of meer kunstenaars elkaar op een avond afwisselden.

De laatste jaren (1861-1886)

Liszt was pas vijftig jaar oud, toen hij naar Rome ging, drieënvijftig toen hij godsdienstig werd. Vanaf nu kon men spreken van zijn laatste jaren. Dat is een vreemde gedachte wanneer men bedenkt dat hij toen nog een derde van zijn leven voor zich had.
In deze laatste jaren zat Liszt zeker niet stil. Integendeel, hij componeerde enkele goede en talrijke minder goede stukken van een overheersend godsdienstig karakter. Hij dirigeerde, gaf les, zette zich in voor diverse projecten. Hij werd bewonderd en vereerd en genoot, als vroeger, van de liefde van gepassioneerde vrouwen. Ondanks, of juist vanwege, al deze bezigheden was hij een oude man. Hij nam het leven zoals het kwam. Hij miste een echt doel in zijn leven, vond geen steun in het geloof en hij kon zich niet meer concentreren. Hij had geen thuis en geen echte vrienden.
Aldus werd Liszt met drieënvijftig jaar de ‘lieve abbe’, zoals hij wel honderdmaal beschreven is. In plaats van ontspanning kwam de spanning. En juist hierin ligt de werkelijke tragedie van de mens en de kunstenaar. Ook zijn zelfvertrouwen verdween.
Deze laatste jaren gebeurde er genoeg, maar het had niet veel te betekenen, niet voor Liszt, zelfs niet voor de muziekwereld. In Rome, waar hij tot 1869 gevestigd was, woonde hij in een klooster op de Monte Mario. Hij had hier een prachtig uitzicht op de Eeuwige Stad en was tegelijkertijd vlak bij het centrum en het Vaticaan. Het duurde niet lang of hij ging om met de hogere kringen en de kerkelijke hoogwaardigheidbekleders. Af en toe speelde hij tijdens liefdadigheidsconcerten, een paar maal ook voor de Paus. Hij nam weer pianoleerlingen aan. De eerste jaren in Rome was hij druk bezig met projecten om de kerkmuziek te veranderen. Toen het duidelijk werd, dat de Kerk hierin geen belang stelde hield hij ermee op.
In 1868 keerde hij aanvankelijk alleen voor een bezoek naar Weimar terug, waar hij op wens van groothertog Karl Alexander ieder jaar enkele maanden verbleef. Nadat de Altenburg, Liszt woonhuis, was gesloten, bezorgde men hem een comfortabele huis in de tuin van het hof. In dit huis is het Liszt- museum gevestigd; de inrichting in grote lijnen dezelfde als in de tijd dat Liszt het huis bewoonde. Dit werd weldra een bedevaartoord en Liszt werd er door talloze bewonderaars en ook nieuwsgierigen bezocht. Een aantal leerlingen verzamelde zich hier ook en Liszt gaf hen, zoals hij dat gewoon was, zonder honorarium te verlangen pianoles. Ondanks alle drukke bezigheden verliepen de laatste levensjaren van Franz Liszt eigenlijk eentonig. Vanaf 1869 woonde hij afwisselend in Rome, Weimar en Budapest.
Uit veel bronnen van tijdsgenoten blijkt dat hij zijn tijd verkwistte met kleinigheden. Hij was bijvoorbeeld niet in staat iemand die slechts middelmatig begaafd was, iets te weigeren. Zijn correspondentie nam een reusachtige omvang aan. Eenmaal verklaarde hij dat hij ieder jaar rond tweeduizend brieven schreef – een aantal dat zeker zou kunnen kloppen.
In de loop van de jaren zestig werden de banden tussen Liszt en Hongarije nauwer. In Budapest ontstond onder zijn voorzitterschap het plan een hogeschool voor muziek op te richten. In 1871 werd Liszt benoemd tot de Königlich-Ungarischer Rat, en vanaf dit moment verbleef hij ieder jaar enkele maanden in de Hongaarse hoofdstad. De muziekhogeschool werd in 1875 geopend met Liszt als president.

Tot aan het eind van zijn leven genoot Liszt van de belangstelling voor hem. Hij kreeg niet minder dan zeventien eretitels: Oostenrijkse, Duitse, Italiaanse, Zwitserse en Franse. Het is moeilijk te beoordelen welke waarde hij hechtte aan deze tekenen van zijn roem. Naar eigen zeggen weinig; volgens opmerkingen en karikaturen van tijdgenoten zeer veel – en wel ter bevestiging van zijn eigen pracht en glorie. Vast staat echter dat Liszt in zijn tijd een van de ‘groten’ was. Hij was een begrip in de gehele beschaafde wereld. Ook als ‘ kleine abbé’ bleef hij de grand- seigneur zoals de wereld dat van hem verwachtte. Gedurende de laaste vijf jaar van zijn leven verslechterde zijn gezondheid. In Juli 1881 viel hij van de trap van zijn huis in Weimar. Hij heeft zich nooit meer helemaal van dit ongeluk hersteld.
Toen hij bijna hersteld was reisde hij in gezelschap van zijn kleindochter Daniela von Bulow naar Rome om daar zijn zeventigste verjaardag te vieren.
Het volgende jaar 1882, was hij aanwezig bij de premiere te Bayrueth van Wagners Parsifal, dat hij prees als ‘ het wonderwek van de eeuw’. Bij het feestelijke banket na de voorstelling bracht Wagner een dronk uit:

Toen ik, een hopeloos geval was, kwam Liszt die vanuit zijn binneste een diep begrip voor mij en mijn scheppingsvermogen toonde. Hij heeft mijn creativiteit gestimuleerd, hij heeft mij gesteund, heeft mij als geen ander gehopen. Hij is de verbinding geweest tussen de wereld waarin ik leefde en de wereld daarbuiten. Daarom zeg ik nogmaals: Lang Leve Franz Liszt!

Zeven maanden later hoorde Liszt in Budapest, via een omweg, dat Wagner was overleden. Zijn dochter Cosima telegrafeerde hem niet, maar liet hem slechts via haar dochter Daniela von Bulow vragen niet naar de begrafenis in Bayreuth te komen. Tijdens een Wagner- nagedachtenis- concert in Weimar op diens verjaardag werd Liszts opmerkelijke stuk Am Grabe Richard Wagners voor het eerst uitgevoerd. Dit stuk is een unicum onder zijn werken, want het werd oorspronkelijk gecomponeerd voor strijkkwartet en harp, met een alternatieve versie voor de piano. Voor het overige heeft Liszt zeer weinig kamermuziek gecomponeerd.

Liszt gezondheid ging verder achteruit. Begin juni reisde hij naar een bekende arts in Halle, die waterzucht en staar constateerde. De kuur die hem werd aanbevolen zou direct na de Bayreuther Festspiele beginnen. Onverstandig genoeg reisde Liszt naar Sandershausen voor een muziekfeest van de Allgemeine Deutsche Musikverein, waarvan hij de erevoorzitter was.

Op 28 juli stelde men een zware longontsteking bij hem vast en ieder bezoek werd verboden. Op 31 juli, na vreselijke pijnen en een afschuwelijke doodsstrijd, kwam het einde.
Vele bewonderaars van Liszt waren verontwaardigd, dat de ziekte en de dood van de meester min of meer verzwegen werden, zodat de Festspiele gewoon daargang konden vinden.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.