ADVERTENTIE
Luisterboeken: de makkelijke optie? Lars is niet echt een fan van lezen. Daarom gaat hij op zoek naar de beste manieren om door zijn leeslijst heen te komen. Red je het met alleen maar samenvattingen, of is een e-reader of luisterboek een betere optie? Deze video wordt mede mogelijk gemaakt door Storytel.

Probeer 30 dagen gratis
Verslag van de Puttense moordzaak
Op 9 januari 1994 wordt een vrouw dood in een huisje in het bos van Putten gevonden. Het gaat om de 23-jarige Christel Ambrosius. Het huis waarin ze is gevonden blijkt later het huis te zijn van haar oma . Christel wilde haar oma bezoeken die dag. Op haar mountainbike is ze toen naar haar oma’s huisje gegaan, maar haar oma bleek niet thuis te zijn. Ze was op bezoek bij een zieke kennis van haar. Als de oma van Christel weer thuiskomt, vindt ze haar kleindochter dood in de woonkamer. Christel haar keel is doorgesneden. Christel Ambrosius
In februari 1994 worden er 4 mannen gearresteerd: Herman du Bois, Wilco Viets, Willem Bettink en Gerrit Schuchard. Zij waren met zijn vieren gesignaleerd door een aantal wandelaars in het bos van Putten. De 4 mannen reden wel vaker door het bos van Putten, meestal ’s weekends in een oude groene Mercedes.
Op 6 januari 1995 worden 2 van de 4 gearresteerde mannen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 en 12 jaar. Het betreft Wilco Viets en Herman du Bois. De man die 9 jaar krijgt, krijgt daarbij ook TBS met dwangverpleging.
De andere 2 zouden wel meegegaan zijn, maar de vrouw niet verkracht en vermoord hebben. Ze zien alles gebeuren, maar grijpen niet in. Samen maken ze dat ze wegkomen, nadat het kwaad is geschied.
Dit verhaal kwam uit de politieverhoren naar voren.
Maar, net als bij de verhoren binnen de Schiedammer parkmoord, worden de verdachten flink onder druk gezet. Dit blijkt uit een latere uitspraak van Herman du Bois, één van de verdachten. Hij vertelt: ”Op een gegeven moment wist ik van voren niet meer dat ik van achteren leefde. In die eerste maanden, toen ik in een doorgangscel zonder ramen zat, ben ik met mijn handen aan de verwarmingsbuizen gaan hangen. Ik wilde proberen of ze zouden houden als ik zelfmoord wilde plegen. Op een gegeven moment wist ik het niet meer. Ben ik dan toch op de plaats van de moord geweest? Ik vertrouwde mijn eigen verstand niet meer.”
Verder zijn de verhoren heel erg lang. Bovendien krijgen de verdachten steeds verklaringen van hun vrienden te horen die ook verhoord worden. Hierdoor zouden de mannen elkaar kunnen gaan beschuldigen.
De politie veroordeelde de verdachten doordat zij, door de zware verhoren, steeds vreemdere verklaringen af gingen leggen. Hieruit kwam uiteindelijk het verhaal voort van 2 alinea’s eerder. Er was echter nog iets vreemds: Het bleek dat er eigenlijk geen enkel spoor van de verdachten op de plek van de moord gevonden was. De moordwapens waren zelfs nog niet eens gevonden.
Het enige dat de politie vindt en naar buiten brengt, is een spermavlek op het been van Christel. Die vlek is het enige spoor dat zou kunnen leiden naar de dader. Maar uit het DNA-onderzoek blijkt dat dit sperma van een andere onbekende man moet zijn.
Gynaecoloog Eskes verklaard echter dat het sperma afkomstig kan zijn van eerder vrijwillig seksueel contact. Dit zou betekenen dat Christel iets van een vriend zou moeten hebben. Bij de verkrachting zou dit sperma dan uit de vagina zijn ”gesleept” (dit wordt ook wel de ”sleeptheorie” genoemd). Maar het vriendje dat Christel dan zou moeten hebben wordt nooit gevonden.
Er wordt ook bloed gevonden op het been van Christel, maar dit werd niet naar buiten gebracht door de politie. Verder werden er haren gevonden, maar die konden nog niet onderzocht worden.
Dus feitelijk worden de mannen veroordeeld tot 9 en 12 jaar, alleen op grond van de bekentenissen die de verdachten af hebben gelegd en op grond van gevonden vezels (dit blijkt later ook nog een foutje te zijn, zie verder). Er werden namelijk 2 bruine vezels en 1 roze vezel gevonden op Herman zijn kleding. Deze vezels zouden afkomstig zijn van het vloerkleed op de plaats van de moord. Maar dit blijkt later (zie verder) geen bewijs.
Het gerechtshof* verwerpt het verweer dat de verklaringen onder zware druk zouden zijn afgelegd en daarom onbetrouwbaar zouden zijn. Ook het verweer dat de getuigen niet in vrijheid verhoord zouden zijn wordt verworpen. Het gerechtshof zegt namelijk dat de verdachten verklaringen hebben afgelegd die veel overeenkomen met de hoofdlijnen en met een aantal details. De verklaringen zouden daarom uit eigen kennis van de verdachten afkomstig zijn.
Later wordt het beroep op cassatie in 1997 verworpen. In 2000 wordt nog een verzoek om herziening door de Hoge Raad* verworpen, omdat de feiten die hierbij worden gegeven (de gevonden spermasporen en de haren die niet van de daders afkomstig waren) al bekend zouden zijn en niet tot een ander oordeel zouden hebben geleid.
Voor velen is de veroordeling opmerkelijk. Er zijn geen sporen en het gevonden DNA-materiaal moet zelfs van iemand anders dan de veroordeelden afkomstig zijn.
Ook Peter R. de Vries vindt de verklaringen heel ongeloofwaardig. Daarom begint hij een groot onderzoek naar de zaak. Oud-hoofdcommissaris J.A. Blaauw werkt mee aan dit onderzoek. Hieruit blijkt een aantal feiten:
• De politie heeft tijdens de verhoren gelogen over sporen die er van de verdachten gevonden zouden zijn. Ze zeiden tegen de verdachten dat er sporen van ze gevonden waren, terwijl dit niet zo was.
• Sommige bekentenissen die Viets en Du Bois afgelegd hebben zijn aantoonbaar onmogelijk. Het rechercheteam is hier nooit op ingegaan.
• De verhoren die de politie af heeft gelegd, zijn op video opgenomen. Maar ze zijn per ongeluk allemaal gewist. Dit is vreemd, vooral omdat er al gezegd werd dat de verhoren onder te zware druk zijn verlopen.
• Bepaalde verklaringen die ontlastend zouden zijn voor de verdachten zijn doelbewust buiten het dossier gehouden.
• Het misdrijf kan niet hebben plaatsgevonden zoals politie en justitie zeiden.
• De recherche heeft gemanipuleerd geschriften vervalst. Dit is aantoonbaar.
Verder wordt er nog een DNA-onderzoek gehouden. Er waren immers ook haren gevonden op het lichaam van Christel. Eerst kon men daar nog geen onderzoek naar doen, maar nu was dit wel mogelijk.
Uit dit DNA-onderzoek concludeert men dat de verklaringen van justitie onmogelijk konden kloppen. De haren zijn van dezelfde man als de spermasporen. Deze waren volgens de justitie van een zogenaamd vriendje. Maar de haarsporen konden onmogelijk zolang op het been van Christel gezeten hebben.
Dit alles haalt nog niet veel uit. Er wordt geprobeerd om de zaak via het Europees Hof* en de Hoge Raad der Nederlanden* te heropenen. Er worden ook verzoeken om herziening* gedaan. Niets helpt.
Wegens goed gedrag komen de verdachten uiteindelijk toch eerder op vrije voeten.
En dan, op 26 juni 2001 wordt de zaak heropend. Na alle verzoeken om herziening en alle pogingen om de zaak te heropenen is het dan toch gelukt. Dit is naar aanleiding van de deskundige Eskes (de man die zei dat het sperma ook van eerder vrijwillig seksueel contact kan zijn geweest, de ”sleeptheorie”). Eskes heeft nieuwe informatie waaruit blijkt dat het sperma afkomstig moet zijn van seksueel contact op het tijdstip van de moord. Hij is door de politie niet goed ingelicht. Hij heeft bepaalde cruciale informatie niet gezien. Toen hij het hele dossier zag, trok hij zijn verklaring in. Hij zei zelfs dat de sleeptheorie niet waar kon zijn.
Op 17 oktober 2001 volgt er een regiezitting* in Leeuwarden. Er wordt daar dus besproken hoe het onderzoek verder gaat.
Op 11 februari 2002 gaat de rechtzaak van start. Er worden verschillende mensen van de politie en justitie onder ede* gehoord.
Men kwam in deze rechtzaak veel nieuwe informatie te weten.
• De bloedspatjes die werden gevonden op het been van Christel waren ze ”gewoon vergeten” zei laboratorium-medewerker Jansen onder ede.
• De vezels die gevonden werden op Hermans kleding bleken helemaal geen bewijs te zijn. De politie had gezegd dat ze van het vloerkleed op de plaats van de moord kwamen. Het bleek dat de 2 bruine vezels ook uit de auto waar ze in reden konden zijn. De roze vezel kon uit het huis van Herman du Bois komen.
• Bettink werd gezien als kerngetuige in de zaak. Maar volgens een psychiatrisch rapport kon hij gekwalificeerd worden als randdebiel. Hij zou volgens het rapport onder druk zelfs de moord op Bonifatius bekennen.
• Ten slotte bleek de tijdreconstructie* op sommige punten feitelijk onjuist.
Op 24 april 2004 worden beide mannen officieel vrijgesproken van moord op Christel Ambrosius en de verkrachting van haar.
De mannen kregen later beide een schadevergoeding van 900.000 euro. Hoe dit proces precies verliep is niet belangrijk voor dit onderzoek.
Toch blijft de zaak voor een lange tijd onopgelost. Natuurlijk blijft de politie onderzoek doen, maar er wordt niemand gevonden.
Door een wetsverandering lijkt de zaak alsnog opgelost te kunnen worden. In 2005 wordt een 33-jarige man uit Delft (onherroepelijk) veroordeelt voor mishandeling van zijn partner. Zijn naam is Ronald P. Hij werd toen gevraagd om DNA-materiaal af te staan, maar dit weigerde hij. Op 1 februari 2005 ging echter een nieuwe wet in. Dankzij deze wet was hij verplicht om DNA af te staan (als je onherroepelijk veroordeelt bent, kan je niet weigeren, volgens de wet geldt dit bij zwaardere misdrijven)).
Voor de 33-jarige man uit Delft was het onmogelijk om bezwaar in te dienen voor het afnemen van wangslijm. Hij kon wel bezwaar indienen tegen het opnemen van zijn DNA in de landelijke databank. Veroordeelde misdadigers kunnen namelijk bezwaar indienen als hun DNA al in de databank is opgenomen, of als zij vinden dat hun DNA niet bijdraagt aan het opsporen van andere misdrijven. De 33-jarige man uit Delft diende dan ook een bezwaar in tegen het opnemen van zijn DNA in de landelijke databank. De rechter oordeelde echter op basis van zijn eerdere veroordeling onherroepelijk dat het DNA van deze man uit Delft wel opgenomen moest worden in de landelijke databank.
Zijn DNA is hierna vergeleken met 35.000 DNA-sporen van onopgeloste misdrijven. Ook is het DNA vergeleken met DNA-materiaal van andere verdachten en veroordeelden. Zijn erfelijk materiaal kwam, doordat het NFI een paar maanden achterloopt met onderzoek, vorige maand pas aan de beurt om vergeleken te worden. Het DNA bleek toen overeen te komen met de haren, het bloed en het sperma dat op de plaats waar Christel Ambrosius vermoord werd gevonden is.
Op vrijdag 23 mei 2008 moest Ronald P voor de rechter verschijnen. Ronald P. legt een aantal verklaringen af, maar hij beroept zich daarna op zijn zwijgrecht*. De rechter-commissaris* verlengd zijn voorarrest met 14 dagen. Hiervoor heeft hij een aantal redenen. Allereerst is er een groot vermoeden dat de man schuldig is. Immers, de sporen komen overeen met alle gevonden sporen op het lichaam van Christel Ambrosius. Bovendien is de rechter-commissaris van mening dat alle instellingen op juridisch gebied samen erg geschokt zijn door het misdrijf dat de verdachte vermoedelijk gepleegd heeft. Verder is de rechter-commissaris van mening dat er een grote kans bestaat dat Ronald P. opnieuw een misdrijf zal plegen.
Ook nu nog, in 2008, komen er weer andere feiten, en daarmee fouten boven water. Zo blijkt dat een technisch rechercheur vlak na de moord een broekriem vond in een boom in de tuin waar Christel Ambrosius vermoord is. Pas na de heropening van de zaak bleek dat deze rechercheur de riem 4 maanden later heeft laten vernietigen. Dit is een grote fout, zeker nu een patholoog-anatoom van het NFI verklaarde dat heel goed mogelijk is dat Christel Ambrosius gewurgd is met die riem. Het moordwapen is immers nooit boven water gekomen.
Conclusie

Ook in deze zaak zijn ontzettend veel fouten gemaakt.
Ten eerste zijn er veel fouten gemaakt bij de verhoren. De verdachten werden onder te zware druk gezet. Hierdoor was het onmogelijk voor hen om de waarheid te vertellen. Vooral de verdachte Bettink heeft veel last van deze zware druk gehad. Hij bleek onder te zware druk bij wijze van spreken zelfs de moord op Bonifatius te kunnen bekennen.
Tijdens de verhoren werd bovendien gelogen over sporen die de politie zogenaamd gevonden had.
De verhoren waren daarnaast ontzettend lang. De verdachten werden ook steeds maar weer geconfronteerd met de verklaringen van de andere verdachten. Hierdoor zouden ze elkaar kunnen gaan beschuldigen. Verklaringen die eventueel ontlastend zouden zijn werden buiten het dossier gehouden.
Verder hebben rechercheurs gemanipuleerd en hebben ze bepaalde geschriften vervalst.
De politie is ontzettend slordig geweest in het DNA-onderzoek. De sporen die gevonden werden op Christel Ambrosius bleken van iemand anders te zijn. Eskes verklaarde dat het sperma eventueel ook van eerder seksueel contact kon zijn geweest. Eskes had hierbij echter niet het hele dossier gezien. Nadat hij het hele dossier had gezien, trok hij de verklaring weer in. Hierdoor werd het nog veel onwaarschijnlijker dat de 2 verdachten werkelijk schuldig zouden zijn.
De politie is verder slordig geweest met de gevonden vezels op de kleding van Herman du Bois. Ze gingen er meteen vanuit dat de vezels afkomstig waren van het vloerkleed in de kamer waar de moord gepleegd was. Dit was bij de veroordeling naast de bekentenissen eigenlijk het enige bewijs dat ze hadden. Ze hadden dit natuurlijk ook veel verder moeten onderzoeken.
Verder is het laboratorium dom geweest. Ze waren vergeten om de bloedspatjes die op het been van Christel Ambrosius gevonden waren te onderzoeken. In een zaak als deze is het natuurlijk van groot belang dat je sporen als deze niet zomaar vergeet.
Ten slotte bleek de tijdsreconstructie op sommige plekken feitelijk onjuist te zijn.
Het lijkt alsof er in deze zaak ook sprake is van tunnelvisie. Het OM en de justitie zagen geen andere mogelijkheden dan de schuld van Wilco Vliets en Herman du Bois. De zaak lijkt wat dit betreft op de zaak van de Schiedammer parkmoord. In die zaak richtte men zich ook te veel op Cees B. Hij bleek later ook onschuldig te zijn.
Ten slotte werden de verhoren bij beide zaken onder te zware druk afgelegd.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.