Pesten

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 4e klas havo | 4122 woorden
  • 24 januari 2002
  • 306 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 306 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat 'ie leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!
INLEIDING:

We moesten dit verslag maken voor maatschappijleer.
Het onderwerp mochten we zelf kiezen en we hebben gekozen voor het onderwerp pesten.

WAAROM HEBBEN WIJ VOOR DIT ONDERWERP GEKOZEN?

Pesten overkomt bijna iedereen, heel veel mensen hebben ermee te maken in het dagelijks leven. Er zijn veel mensen bezig met het zoeken naar een oplossing maar die is er niet. Dat komt onder andere door alle verschillende redenen en de verschillende manieren van pesten. Ook is pesten soms niet zichtbaar.
We hebben gekozen voor dit onderwerp omdat het interessant is en omdat we er allebei mee in aanraking zijn geweest.


DOEL

Ons doel is om aandacht aan het onderwerp te geven via een artikel in de
Schoolkrant. Het doel is ook een goed antwoord te geven op de hoofd- en deelvragen.
Hoofdvraag
Wat zijn de gevolgen op lange termijn van pesten?

DEELVRAGEN

Wat is pesten?
Waar gebeurd het over het algemeen?
Welke mensen pesten en waarom?
Welke mensen worden van pesten de dupe van en op welke manier?
Wat doet de omgeving eraan?
Hoe gaat de media hier op in en zijn er ook organisaties tegen pesten?
Hoe zou je pesten kunnen voorkomen en/of bestrijden?
Pest je bewust?
Hoe pesten kinderen? ( meisjes en jongens )?
WERKWIJZE

Als eerste hebben wij een gediscussieerd over de gegeven onderwerpen.

Omdat er volgens ons niet echt een interessant onderwerp bij zat, hebben we zelf een nieuw onderwerp bedacht.
Vervolgens hebben wij redelijk vlot hoofd- en deelvragen bedacht.
Hierna hebben wij informatie gezocht over pesten.
Dit hebben we gedaan op internet, hier hebben wij een soort dossier gevonden over pesten.
In dit internetdossier stonden ook telefoonnummers van bepaalde stichtingen, natuurlijk hebben wij geprobeerd contact op te nemen met die stichtingen, maar dat is helaas mislukt.
Die informatie die we hadden hebben we eerst nauwkeurig doorgelezen en vervolgens toegepast op onze deelvragen.
Daarna zijn we op het idee gekomen om een artikel te schrijven voor de schoolkrant naar aanleiding van onze informatie die wij hebben gevonden.
MATERIALEN EN METHODEN

Voor dit onderzoek hebben wij gebruik gemaakt van internet.
We hebben van internet een dossier afgehaald over pesten die wij voor ons verslag gebruiken.
DISCUSSIE

Deze discussie houden we over de hoofdvraag, we nemen bij deze discussie vooraf een stelling.
Hoofdvraag: Wat zijn de gevolgen op lange termijn van pesten?
Stelling: Mensen die zijn gepest gaan later zelf pesten.
Mensen die zijn gepest gaan later zelf pesten, omdat ze bang zijn zelf weer het slachtoffer te worden en omdat ze geen andere manier geleerd hebben om ermee om te gaan.
Hier zijn wij het gedeeltelijk mee eens, want mensen die zijn gepest weten hoe dat is en wat ze juist niet moeten doen, en gaan op die manier geen mensen pesten.
Mensen die zijn gepest kunnen ook heel erg verlegen worden en zich proberen op de achtergrond te houden omdat ze bang zijn iets verkeerds te zeggen en op die manier weer gepest worden. Ze proberen gaan meestal ook mee met de meningen van anderen omdat ze geen discussie of ruzie willen uitlokken.
Mensen die zijn gepest zijn dus bang om weer het slachtoffer te worden.
Maar het kan ook zijn dat mensen die zijn gepest wel gaan pesten om respect af te dwingen van anderen zodat ze zelf niet weer worden gepest.
Sommige mensen worden “hard” geestelijk sterk van pesten. Zij hoeven niet zo dringend bij een groep te hoeren om niet gepest te worden, zij staan er boven.
Ze leven hun eigen leven en zijn niet makkelijk beïnvloedbaar, ze trekken zich nergens meer wat van aan.
Bepaalde mensen worden juist heel erg onzeker, zie zien zichzelf als slachtoffer en gaan zich ook zo opstellen tegen over anderen. Dit heeft meestal als gevolg dat ze weer worden gepest.
RESULTATEN:

In deze resultaten vinden we de antwoorden op de deelvragen die we uit de informatie hebben gehaald.
WAT IS PESTEN?

Plagen is onschuldig, pesten is gemeen. Veel kinderen gaan angstig naar school; zullen ze vandaag weer worden uitgescholden, geduwd en vernederd.
Pesten betekent letterlijk: een besmettelijke ziekte. Dit is toch wel flink bedreigend, want net als de epidemie van een ziekte kan een potje pesten verschrikkelijk uit de hand lopen. Pesten is bedreigend. Pesten gebeurd vaak en duurt lang, soms een week, een maand, een jaar, of zelfs nog langer.
Er zijn bij pesten drie rollen te onderscheiden. Er zijn kinderen die andere kinderen pesten, er zijn kinderen die gepest worden en er zijn kinderen die niet direct bij het pesten betrokken zijn. Kinderen beginnen met pesten om allerlei redenen. Het kan zijn dat ze indruk willen maken op andere kinderen, het kan ook zijn dat ze niet weten hoe ze op een positieve manier contact kunnen maken. Pesten kan beginnen als een spelletje, als iets dat leuk is om te doen. Het gepeste kind voelt zich erg ongemakkelijk door het pesten. Het lukt haar hem niet om terug te plagen, een grapje te maken of om onverschillig te blijven. Het kind reageert angstig en gaat soms huilen.
Dit is dus pesten.

WAAR GEBEURT HET OVER HET ALGEMEEN?

Meestal wordt er op de basisschool en het voorgezet onderwijs het meeste gepest. De meeste basisschool leerlingen, ruim zestig procent, worden weleens gepest. Een enkel keertje gepest worden, daar is overheen te komen. Echter, 8% van de basisschoolleerlingen wordt minstens 1 keer per week gepest. Dit zijn er minimaal twee per klas.
Van de leerlingen in het voortgezet onderwijs meldt dertig procent dat ze niet worden gepest. Twee procent wordt meer dan 1 keer per week gepest. Pesten gebeurt dus vooral op school.
Maar niet alleen worden kinderen gepest. Ook op de werkvloer blijkt pesten regelmatig voor te komen.
WELKE MENSEN PESTEN EN WAAROM?
Kinderen die pesten zijn vaak de sterksten uit de groep. Ze gedragen zich agressiever en reageren eerder met geweld dan andere kinderen. Meestal doen ze ook agressief ten opzichte van volwassenen: de trainer, leerkracht of hun ouders.
Het pestende kind merkt dat als hij pest dat het succes heeft en dat smaakt naar meer. Bewonderd door andere kinderen gaat hij zij door met uitschelden, afpakken of schoppen. Door het pesten versterkt het kind zijn plaats in de klas of het vriendengroepje. Na een tijdje wordt het een gewoonte om het slachtoffer te pesten zodra de gelegenheid zich voordoet.
Pesters lijken populair in een groep, maar zijn het uiteindelijk niet. Ze dwingen hun populariteit in een groep af door te laten zien hoe sterk ze zijn en wat ze allemaal durven. Via pesten lukt ze dat het makkelijkst: ze krijgen andere kinderen mee bij het te pakken nemen van een slachtoffer. En wie meedoet loopt minder kans zelf het slachtoffer te worden. Pesters komen vaak heel zelfverzekerd over. Ze nemen het initiatief om regels te overtreden, verzinnen hoe ze andere kinderen en volwassenen dwars kunnen zitten. Ze zijn er vaak goed in zichzelf ‘uit de problemen te praten’. Doorgaans voelen ze zich niet schuldig dat ze pesten, vooral als ze met een groepje zijn. Het slachtoffer zien ze als een stommeling die ‘erom vraagt gepest te worden’.
Kinderen die pesten zullen thuis niet snel over het pesten praten. Zij kunnen er alleen over beginnen als ze zich bewust zijn van hun gedrag en de ernstige gevolgen daarvan. Pesters weten vaak zelf niet waarom ze iemand pesten. Ook dringt het niet tot hen door hoe erg hun gepest voor het slachtoffer is. Daarnaast willen veel kinderen de machtspositie die ze door het pesten krijgen niet verliezen. Toch is het niet waar dat pesters nooit willen dat een volwassene het probleem aanpakt. Misschien willen ze wel anders omgaan met andere kinderen, maar hoe moet dat dan?
Tot slot, er zijn dus verschillende redenen waarom jongeren en kinderen pesten. Het kan zijn dat ze indruk willen maken op anderen, dat ze niet weten hoe ze op een positieve manier contact kunnen leggen, dat ze het leuk vinden, dat ze er succes mee hebben, dat hun positie in de groep verbetert, dat ze vroeger zelf gepest zijn etc. Er zijn jongeren die andere jongeren pesten, er zijn jongeren die gepest worden en er zijn jongeren die niet direct bij het pesten betrokken zijn.

WELKE MENSEN WORDEN HIER DE DUPE VAN EN OP WELKE MANIER?


Sommige kinderen hebben meer kans gepest te worden dan anderen. Dat kan te maken hebben met hun uiterlijk, maar veel vaker heeft het te maken met hun gedrag, hun gevoelens en de manier waarop ze zich uiten.
Kinderen die gepest worden doen vaak andere dingen dan de meeste leeftijdgenoten in hun omgeving. Ze zijn lid van een actiegroep en niet van een hobbygroep, of juist andersom. Ze zijn goed op school, of juist niet. Ze bespelen een muziek instrument, of andersom enz. Aanleidingen genoeg om door anderen gepest te worden als die andere kinderen daar de kans voor krijgen.
Veel kinderen die worden gepest hebben moeite om zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich machteloos tegenover de pestkoppen. Vaak zijn ze angstig en onzeker in een groep, ze durven niks te zeggen omdat ze bang zijn om uitgelachen te worden. Deze angst en onzekerheid worden versterkt door het pesten.
Pesters hebben snel in de gaten welke kinderen makkelijk aan het janken zijn te krijgen. Gepeste kinderen voelen zich vaak eenzaam, hebben geen vrienden om dingen mee te doen. Soms kunnen ze nog beter opschieten met volwassenen dan met leeftijdgenoten.
Jongens die gepest worden horen meestal niet tot de sterksten in een groep. Ze zijn vaak onhandig in spel en sport.
Ook een kind die zelf pest is op lange termijn de dupe van zijn pesterijen. Een pestend kind dat zijn gang kan gaan, leert dat pesten de enige manier is om je in een groep te handhaven. Het leert niet om zijn agressie op een andere manier te uiten. Pesters kunnen lang last ondervinden van hun agressieve gedrag ten opzichte van anderen. Ze hebben bijvoorbeeld vaak moeite om vrienden te maken of te houden. Het tegengaan van pesten is dus niet allen van belang voor de slachtoffers. Het is ook goed voor de pesters, om hun kansen op een normale ontwikkeling zo groot mogelijk te maken.
Pesten is een groot probleem voor kinderen, vooral voor kinderen die zelf worden gepest. Toch begint men er niet thuis over. Een kind dat gepest wordt schaamt zich daar vaak voor. Het wil zijn ouders niet teleurstellen. Een gepest kind is vaak geen populair kind en dat hadden haar/ zijn vader en moeder wel graag gewild. Dat voelt een kind haarscherp aan. Het kan ook zijn dat het gepeste kind niets thuis zegt omdat het probleem onoplosbaar lijkt. Het is misschien bang dat het probleem juist groter wordt en de pesterijen dus erger.
Je zou het dus niet denken maar voor al deze jongeren is het pesten dus een groot probleem. Ze durven er namelijk niet over te praten, ze leren niet goed hoe ze met anderen om moeten gaan of hoe ze hun problemen op moeten lossen.

WAT DOET DE OMGEVING ERAAN?

Vaak vertellen kinderen niet aan volwassenen dat ze gepest worden. Ook de kinderen die direct bij het pesten betrokken zijn, laten vaak niets van hun horen. Ouders en leerkrachten kunnen pesten tegengaan als ze zich hiervoor willen inzetten. Pesten heeft veel te maken met de verhoudingen binnen een groep. Daarom is het niet eenvoudig om er een eind aan te maken. Als de leerkracht schelden verbiedt, zoeken de kinderen andere manieren en momenten om te pesten. Aanpakken van het pestprobleem betekent meer dan verbieden alleen. Kinderen moeten leren om met elkaar om te gaan zonder de ander wezenlijk te kwetsen. Volwassenen kunnen hen daarbij helpen, bijvoorbeeld door samen met de kinderen oplossingen te zoeken en door duidelijke grenzen te trekken.
De meeste kinderen houden zich het liefst afzijdig als er wordt gepest. Als ze het zouden opnemen voor het slachtoffer, lopen ze de kans zelf gepest te worden. En iedere dag zien ze hoe erg dat is. Veel kinderen voelen zich schuldig dat ze niet in de bres springen voor het slachtoffer of een volwassene te hulp roepen. Er zijn ook kinderen die absoluut niet in de gaten hebben dat er gepest wordt. Ze zien misschien wel iets gebeuren, maar kunnen de ernst van de situatie niet inschatten.
Een klein gedeelte van de jongeren vertelt aan een docent dat hij of zij is gepest. De leerkrachten grijpen niet vaak in als er wordt gepest. Ruim twintig procent van de jongeren in het voortgezet onderwijs probeert een gepest kind te helpen. Twee keer zoveel jongeren vinden eigenlijk dat ze zouden moeten helpen, maar doen het niet. Dit alles blijkt uit een grootschalig onderzoek die in grote lijnen klopt met de uitkomsten uit andere landen.
Bijna de helft van de gepeste kinderen vertelt het aan de leerkracht. Volgens de leerlingen grijpen de leerkrachten lang niet altijd in als er gepest wordt. De meeste kinderen vinden het vervelend om te merken dat andere kinderen gepest worden. Veel kinderen vertellen thuis niet dat ze gepest worden.
Om pesten te bestrijden wordt er meestal uitgegaan van de vijfsporenaanpak:
Steun bieden aan de jongere die gepest wordt:
Er achter proberen te komen of en hoe erg de jongere gepest wordt en haar/zijn probleem serieus nemen.
Met haar/hem overleggen over mogelijke oplossingen.
Haar/hem steunen bij het werken aan oplossingen.
Zonodig zorgen dat de jongere deskundige hulp krijgt, Bijv. een sociale vaardigheidstraining.
Steun bieden aan jongere die zelf pest:
Met haar/hem bespreken wat pesten voor een ander betekent.
Met haar/hem bespreken hoe het pestgedrag is om te bouwen naar het onderhouden van positieve relaties met anderen.
Zonodig zorgen dat de jongere deskundige hulp krijgt, bijv. een sociale vaardigheidscursus.
De middengroep betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem:
Met deze jongeren praten over pesten en hun eigen rol daarbij.
Met hen overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen.
Samen werken aan oplossingen, waarbij de jongeren zelf een actieve rol speelt.
De school voor voortgezet onderwijs (of de club, de jongerensoos of de sportschool) steunen bij het aanpakken van pesten:
De directie, mentoren en docenten informatie geven over pesten als algemeen verschijnsel en over het aanpakken van pesten in de eigen klas en de eigen school.
Werken aan het tot stand brengen van een algemeen beleid van de school rond veiligheid en pesten waar de hele school bij betrokken is.
De ouders steunen:
Ouders die zich zorgen maken over pesten serieus nemen.
Informatie en advies geven over pesten en de manieren waarop pesten kan worden aangepakt.
In samenwerking tussen school en ouders het pestprobleem aanpakken.
Zonodig ouders doorverwijzen naar deskundige ondersteuning.
HOE GAAT DE MEDIA HIEROP IN EN ZIJN ER OOKORGANISATIES TEGEN PESTEN?

De media gaat niet erg op het pesten in.
Er wordt weinig aandacht aan het onderwerp besteed dat komt mede doordat er geen oplossing voor is. Ook halen de meeste acties niets uit.
Er zijn wel redelijk wat organisaties tegen het pesten omdat het een groot probleem is. Het gebeurd altijd en overal.
Een aantal organisaties zijn:
- Stichting vogelvrij in Eindhoven.
- Stichting Stop het Pesten in Almere.
- Anti -pestbureau Posicom in Weesp.
Deze bureaus zorgen voor hulpverlening, voorlichting en scholing over het pesten.
Een belangrijk informatiepunt is voor de meeste mensen de GGD.
De GGD verleent allerlei verschillende soorten informatie en verleent ook goede informatie over pesten.
Op internet staan ook een aantal adressen die beschikken over informatie over pesten, een paar voorbeelden hiervan zijn:
- Stichting ideële reclame Sire verzorgd een site over haar campagne tegen pesten. Genaamd “game over”Øhttp://sire.nl/sire/pesten.htm
- “You are special” is een site door en voor mensen die gepest zijn en voor degenen die ermee te maken hebben.Øhttp://members.tripod.com/~youarespecial
- Hulp en informatie voor scholieren, ouders en leerkrachten is te vinden op de hulpsite pesten.Øhttp://www/pesten.net
- Enkele heldere suggesties aan kinderen die worden gepest worden gegeven in Øhttp://www.educate.co.uk/bullsug.htm
- Een groot aantal links rond pesten bij volwassenen en kinderen wordt gegeven opØhttp://www.successunlimted.co.uk/links.htm
- Stichting Jeugdinformatie NederlandØhttp://www.sjn.nl
Bij Stichting Jeugdinformatie Nederland (SJN) kun je “pestpokke” bestellen. Dit is een krant voor en door jongeren met tips hoe je pesten kunt stoppen. De krant is bedoeld voor het slachtoffer, de pester en de meeloper. Je kunt de krant ook afhalen bij de JIP bij jou in de buurt.
Je kunt ook de kindertelefoon bellen, dat kan iedere dag van 14:00 tot 20:00 uur.
Het nummer is gratis. Kindertelefoon: 0800-0432
Voor informatie op het gebied van onderwijs wordt gegeven door de onderwijstelefoon. Dat nummer is: 0800-1608.
Voor advies en hulp kan je ook terecht bij het RIAGG, die kan je steun bieden.

HOE ZOU JE PESTEN KUNNEN VOORKOMEN EN/OF BESTRIJDEN?

Om het pesten op school aan te pakken is er een nationaal onderwijsprotocol tegen pesten opgezet. Dit is gebeurd door middel van 6 aanbevelingen:
1 Kinderen die gepest worden, pestende kinderen, meelopers, afzijdige kinderen, leerkrachten en ouders moeten pesten onderkennen als een probleem.
2 Op scholen moeten projecten uitgevoerd worden over pesten en omgaan met elkaar. De leraren moeten een veilige sfeer weten te scheppen in hun klas.
3 Leraren moeten in staat zijn om pesten te signaleren.
4 Leraren moeten een duidelijke stelling nemen als ze merken dat leerlingen gepest worden.
5 De school moet beschikken over diverse aanpakken als er gepest wordt.
6 Er is een vertrouwenspersoon op school die de vragen van leerlingen en eventueel van de ouders kan behandelen. Leraren en ouders kunnen, eventueel met behulp van een vertrouwenspersoon, een klacht indienen over het pestbeleid op school bij een klachtencommissie.
Pesten is geen eenvoudig probleem. Daarom lijkt het vaak onoplosbaar. Toch is pesten wel te bestrijden als het serieus wordt genomen. Dat betekend dat kinderen moeten weten dat ze om hulp kunnen aankloppen bij volwassenen om hen heen.
Voor volwassenen betekend het, dat ze aandacht moeten hebben voor signalen van de kinderen.Ze moeten luisteren naar wat de kinderen te vertellen hebben en daarover praten. Voor leerkrachten en begeleiders van groepen in de vrije tijd betekend dat ze groepsgesprekken moeten voeren, regels moeten afspreken en zorgen dat die regels ook werken. Het pestprobleem word lang niet altijd serieus aangepakt. Als volwassene alleen af en toe ingrijpen, kan dat verkeerd uitpakken. Gepeste kinderen worden daarna nog meer slachtoffer omdat ze geklikt hebben.
Daarom is het belangrijk om het pestprobleem degelijk aan te pakken. Daarbij zijn alle betrokkenen nodig. Ieder van hen kaan een begin maken met het oplossen van het pestprobleem.
Kinderen die worden gepest kunnen beginnen door met hun ouders, leerkrachten of andere vertouwde personen te gaan praten. Ze kunnen ook om raad vragen, bijvoorbeeld bij de kindertelefoon.
Andere kinderen kunnen bij hun ouders of leerkrachten aankaarten dat er gepest wordt.
Ouders kunnen met hun gaan praten en het probleem met andere ouders, op school of in de speeltuin bespreken.
Leraren kunnen het pesten als algemeen probleem regelmatig in hun klas bespreken. Ze kunnen proberen in de klas een open en vriendelijk sfeer te creëren. Concrete pestsituaties kunnen ze met de betrokken kinderen bepraten. Samen met hun collega’s kunnen ze werken aan een schoolbeleid rond sociale regels en pesten.
De directie van een school of buurthuis, het bestuur, de ouderraad of de medezeggenschapsraad kunnen de manier van omgaan bespreken en toewerken naar een beleid daarover.
Begeleiders van groepen, trainers en andere die te maken hebben met kinderen buiten schooltijd, kunnen het pesten met de kinderen bespreken. Ze kunnen proberen de samenwerking tussen de kinderen te bevorderen.
Anderen, zoals de schoolarts of de wijkagent, kunnen sociale problemen tussen kinderen die zij hebben geconstateerd aan de orde stellen in hun contacten met scholen of buurthuizen. Ook kunnen zei door hun bijzondere positie soms net een andere invloed uitoefenen op de kinderen dan de leraren en begeleiders.

PEST JE BEWUST?

Meestal hebben de pestende kinderen niet in de gaten hoe afschuwelijk het pesten is voor het gepeste kind. Terwijl het gepeste kind vreselijk bang is voor de pauze of niet op straat durft te gaan, ziet de pester het nog steeds als een lolletje. Ook kinderen die niet direct bij het pesten betrokken zijn spelen een rol. Doordat zij de gepeste kinderen niet steunen of de pester stoppen, kunnen de pesters vrijelijk hun gang gaan. Vaak versterken zij het succes van de pestende kinderen door op een afstandje toe te kijken en te lachen om wat er gebeurt.
Soms is een pestkop een kind dat in een andere situatie zelf gepest werd. Om te voorkomen weer het mikpunt van pesterijen te zijn, kan een kind zich in de zwemclub of op een andere school agressief gaan opstellen.

HOE PESTEN KINDEREN? (JONGENS/MEISJES)

Er zijn verschillende manieren van pesten daarom is het ook moeilijk om het pesten aan te pakken.
De verschillende manieren zijn:
ØMet woorden: > Vernederen : Hou jij onze handschoenen maar even vast, dat is toch het enige dat je kunt.
> Schelden : vuurtoren, schele manke melis.
> Dreigen : je vertelt het niet aan de meester anders pakken we je straks.
> Belachelijk maken, uitlachen
> Kinderen continu bij hun bijnaam noemen.
> Gemene briefjes.
ØLichamelijk: > Trekken aan kleding, duwen en sjorren.
> Schoppen en slaan.
> Krabben, bijten en haren trekken.
> Met wapens : messen of stokken.
ØDoor achtervolging enz.:
> Achternalopen en opjagen
> In de val laten lopen en klemzetten.
> Opsluiten.
ØDoor uitsluiting: > Doodzwijgen : Niet reageren op wat het kind doet of zegt, niet tegen hem/haar praten.
> Uitsluiten : Het kind mag niet meedoen met spelletjes, niet meelopen naar huis, niet komen op een verjaardag.
ØDoor stelen of vernielen van bezittingen:
> Afpakken van kledingstukken en andere spullen.
>beschadigen van spullen : klieder op boeken, schoppen en gooien met een schooltas of banden lek steken.
Ø Door afpersing: > Dwingen om geld of spullen af te geven.
> Dwingen om iets voor de pesters te doen : geld of snoep meenemen of een klusje opknappen.
MEIDEN EN PESTEN :

Pesten heeft bij meisjes te maken met vriendschappen. Ze pesten bijvoorbeeld een ander meisje om te zorgen dat dit meisje hun vriendin niet afpakt.
Meisjes pesten kinderen die dichter bij hun staan, die een rol spelen in de concurrentie van vriendinnen. Meisjes pesten lichamelijk niet vaak maar meer met woorden, ook maken meisjes onderlinge afspraken om iemand uit te sluiten. Meisjes maken ook veel gebruik van dreigementen.
Soms wil er wel een meisje het slachtoffer helpen maar ze wil het risico niet lopen om zelf gepest te worden. Pestgedrag van meisjes valt meestal niet erg op, de meeste zijn ook niet onder de indruk van een serieus gesprek of een tijdelijke schorsing.

JONGENS EN PESTEN :

Jongen die pesten gaan meestal met elkaar op de vuist. Ze willen wel zien wie de sterkste is. De sterkste jongen is meestal het populairst. Jongens lijken vooral kinderen te pesten waar ze in hun vriendengroep niet veel mee te maken hebben, in tegenstelling tot de meiden. Het pestgedrag bij jongens valt meestal erg op en daarom is dat meestal ook beter aan te pakken. Zij zijn meestal wel wat sneller onder de indruk van een gesprek of schorsing in vergelijking met de meiden.
CONCLUSIE :

De conclusie die wij moeten geven gaat over de hoofdvraag van het verslag.
De hoofdvraag is : Wat zijn de gevolgen op lange termijn van pesten?
Elk persoon die is gepest reageert weer anders, vooral op lange termijn.
Iedereen houdt er wat van over. Het ene persoon word er juist sterk van en het andere persoon stort in elkaar.
Dit hangt er ook vanaf op welke manier je gepest bent.
De meeste worden van het slaan geestelijk redelijk sterk, en van dreigementen en dat soort pesten redelijk zwak. Maar dat hoeft niet zo te zijn.
Op lange termijn zijn er dus allerlei verschillende reacties negatief als positief. Dit kun je ook in het verslag lezen.
LOGBOEK :
LES 24/1 : Inleiding van het verslag door de lerares.
Het kiezen van een onderwerp en het maken van hoofd- en deelvragen.
~ In onze eigen tijd hebben we op internet gezeten en informatie gezocht. Die hebben we gevonden en konden gebruiken voor de volgende les.
LES 25/1 : De informatie die we op internet hebben gevonden hebben we gesorteerd en we hebben bepaalde stichtingen gebeld.
Deze stichtingen waren helaas niet bereikbaar.
LES 31/1 : We zijn bezig gegaan met het begin van het verslag. We hebben een inleiding gemaakt en we hebben een begin gemaakt met de informatie over de deelvragen onder te verdelen.
LES 1/2 : De informatie onderverdeeld onder de rest van de deelvragen. Gediscussieerd over wat we bij het verslag zouden gaan doen. We zijn het erover eens geworden dat het een artikel werd.
LES 7/2 : We hebben omschrijving gemaakt van ; materiaal & methoden en de discussie.
LES 8/2 : Herindeling van de deelvragen en wijziging deelvragen.
LES 14/2 : Artikel geschreven en laten keuren.
LES 15/2 : Het typwerk verdeeld.
~ In onze vrije tijd elk ons eigen deel typen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

ik hou ook mijn werkstuk over pesten alleen ik moet er nog aan beginnen. ik heb jou werkstuk uitgeprint in de hoop dat ik er veel informatie uit kan halen. alvast bedankt.
Karin

19 jaar geleden

E.

E.

Hoi,

ik ben vroeger zelf veelvuldig gepest en zou graag jullie verslag willen hebben in word formaat als dat mogleijk is. ik ervaar nu (ruim 8 jaar na het pesten) nog steeds dingen die met het pesten te maken hebben.

Het verslag is voor mij een soort van verwerking van wat er toen is gebeurd.

Bij voortbaat hartelijk dank.

Met vriendelijke groet,

Eric V.

19 jaar geleden