Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Integratie van doven

Beoordeling 5.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 6e klas aso | 4314 woorden
  • 15 augustus 2002
  • 46 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.6
  • 46 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
I. Inleiding
A. Motivatie
Doven hebben het moeilijk in de samenleving van vandaag. Het is een consumptiemaatschappij geworden en de meeste mensen houden geen rekening meer met anderen. Daarom is het nodig te vertellen dat er nog altijd mensen zijn die veel slechter af zijn dan wij, en dat het voor een keer eens niet de derde wereldlanden en dergelijke zijn die de aandacht krijgen.
B. Probleemstelling
Veel mensen denken dat het enige probleem van doven is dat ze niets kunnen horen. Maar niets is minder waar. Iemand die doof is heeft het met vele zaken moeilijk. Zo zijn er veel problemen wanneer een dove naar een politiebureau moet gaan: er zijn geen tolken en de dove begrijpt niet wat de agenten hem/haar duidelijk willen maken. Dit is maar 1 van de weinige problemen.

Het is ook niet makkelijk voor doven om te lezen. Het Nederlands is niet hun moedertaal zoals bij ons, maar wel de Gebarentaal. Als je een tekst voor hun neus legt, is het alsof je een horende een franse tekst laat lezen. Het is zeer moeilijk voor hen.
Een dove kan niet zomaar eender wie aanspreken, want vele mensen zullen hem/haar niet verstaan. De meeste dove mensen kunnen wel praten, maar omdat ze zichzelf niet kunnen horen, is het moeilijk om zich verstaanbaar te maken. Meestal zijn het enkel een paar klanken die je hoort en moet je zeer goed luisteren voordat je hen begrijpt.
Met al deze problemen en meer worden doven alle dagen geconfronteerd en het werkt frustrerend, hoe zou je zelf zijn als bijna niemand je begrijpt. Hierdoor voelen vele doven zich te kort gedaan.
C. Gepresteerde arbeid
Doven leek wel een interessant onderwerp voor een eindwerk van godsdienst. Nadat het onderwerp was vastgesteld ben ik op zoek gegaan naar de nodige informatie. Eerst naar de bibliotheek, op zoek naar een paar nuttige boeken. Maar dat was niet veel soeps. Dan maar op zoek op het internet. Daar was wel wat te vinden, maar toch was er weer niet al te veel bruikbaars bij. Toch is het me gelukt om de nodige informatie bij elkaar te krijgen om dit eindwerk te maken.
Na vele uren zwoegen is dit het resultaat. Nadien heb ik nog wat prentjes bijgevoegd, om het wat aantrekkelijker te maken voor het oog, en om het wat makkelijker te laten lezen. Want een prentje kan veel verschil uitmaken.

II. Midden
A. Hoe communiceren doven?
1. De Vlaams-Belgische Gebarentaal
Gebarentalen zijn heel geschikt om gebruikt te worden voor communicatie met en door doven, want om een gebarentaal te leren, te begrijpen, heb je niet je oren, maar wel je ogen nodig. Toch werd tot niet zo lang geleden het gebruik van gebarentaal afgeraden. Dat kwam vooral omdat er over gebarentalen heel wat misverstanden bestonden.
Sommige van de misverstanden hadden te maken met de talen zelf. Zo dacht men dat gebarentalen geen echte talen waren, maar primitieve communicatiemiddelen zonder een grammaticale structuur. Andere misverstanden hadden te maken met de gevolgen van het kennen en gebruiken van een gebarentaal. Men dacht dat het kennen en gebruiken van een gebarentaal een normale ontwikkeling in de weg zou staan en dat het kind de makkelijke weg zou kiezen boven de moeilijke, de weg van spreken. Intussen is duidelijk geworden dat dit niet het geval is.
Sinds kort is de waardering voor gebarentalen in Vlaanderen merkbaar. Toch heeft de Vlaams-Belgische Gebarentaal nog altijd een lage status, ook bij sommige gebarentaalgebruikers zelf. De gebarentaal wordt nog altijd beschouwd als een minderwaardige communicatievorm. Maar gebarentalen moeten als volwaardige talen beschouwd worden, evenwaardig aan gesproken talen.
Het leren en kennen van een gebarentaal kan voor om het even wie een even grote verrijking zijn als het leren en kennen van een gesproken taal. Je moet geen problemen hebben met Nederlands om de Vlaams-Belgische Gebarentaal te leren, het is net hetzelfde als bijvoorbeeld Frans te leren.
Langzaam maar zeker beginnen meer en meer mensen zich daar bewust van te worden en er is meer interesse om de Vlaams-Belgische Gebarentaal te leren. Dit is een goede zaak, omdat er op die manier niet alleen meer mensen zijn waarmee dove gebarentaalgebruikers kunnen communiceren, maar ook omdat op die manier de mensen die de gebarentaal nodig hebben gaan beseffen dat hun communicatiemiddel een echte taal is. Een taal die niet beter of niet slechter is dan gesproken talen, maar die gewoon een andere verschijningsvorm heeft.
2. Gebarentalen hebben ruimte nodig
Gebaren hebben een plaats in de gebarenruimte: dit kan het lichaam zijn van de gebaarder of een plaats in de ruimte. Normaal gezien maak je de gebaren niet hoger dan zo’n 10 centimeter boven je hoofd, onderaan niet lager dan de heupen. En de gebaren voor en naast je moet je kunnen maken met gebogen armen.
Maar ook doven kunnen wel eens ‘roepen’. Maar dat roepen kan je niet zien als bij gewone mensen. Het roepen van doven wordt uitgedrukt in de gebaren: de gebaren worden groter uitgevoerd en de gebarenruimte wordt groter. De grenzen vallen dan samen met de reikwijdte van de armen. Deze gebarenruimte wordt ook gebruikt om ‘luider’ te gebaren, zoals bij toneelstukken of als je op grote afstand van je gesprekspartner bent.
Natuurlijk kan je ook ‘stil’ gebaren, dat gebeurt dan door de ruimte te verkleinen. Dit wordt gebruikt om zachtjes te spreken of als je een moeilijk gesprek voert (bv over een taboe-onderwerp). Om echt te fluisteren wordt de ruimte nog kleiner gemaakt. De grenzen vallen samen met de breedte van je lichaam en eindigt zo’n 5 cm onder de kin. De romp wordt ook wat gedraaid om de gebaren te verbergen, zodat de anderen niet zien wat je zegt.
3. Tolken tussen horenden en doven
Zoals al in de probleemstelling vermeld staat, is communiceren voor vele doven in gesproken Nederlands niet altijd even makkelijk. Er ontstaan dan ook wel eens misverstanden: dove mensen begrijpen horenden immers niet altijd even goed en ook horenden begrijpen doven soms moeilijk, zeker als zij het niet gewend zijn om met doven om te gaan.
De laatste jaren is er wel wat verbetering in gekomen. Er komen meer en meer geschoolde tolken waarop dove mensen een beroep kunnen doen.
4. Dove en slechthorende Vlaamse kinderen op school
Deze kinderen kunnen onder meer terecht in het buitengewoon onderwijs ‘Type 7’. Dit type is gericht op dove en slechthorende kinderen en jongeren van 2,5 tot 21 jaar. Een voortgezet buitengewoon onderwijs bestaat in België niet. Na het middelbaar is men verplicht naar een gewone school te gaan.
In Vlaanderen zijn er 8 dovenscholen. Omdat er zo weinig scholen zijn, komen de leerlingen soms van ver. De meeste scholen hebben semi-internaat of internaat. Sommige kinderen blijven liever op het internaat omdat ze daar met andere dove kinderen samen kunnen zijn.
In het buitengewoon onderwijs zijn er weinig verschillende richtingen en mogelijkheden, dit komt voor een deel omdat het leerlingenaantal niet zo groot is. Anders zouden er teveel klassen met te weinig leerlingen ontstaan en daarvoor heeft men niet genoeg middelen.
5. Kranten en tijdschriften: bladeren of lezen
Doven en slechthorenden lezen misschien wel dagelijks, of toch geregeld, een krant, maar de vraag is of die krant voor hem ook een belangrijke vorm van informatie is.
Zo is er enkele jaren geleden een onderzoek uitgevoerd, men heeft aan 273 doven gevraagd of ze een krant lezen, 49,1% antwoordde dagelijks een krant te lezen, 41,8% zei soms en 9,2% antwoordde negatief. Aan de 90,8% die positief hadden geantwoord vroeg men om de belangrijkste 3 gebeurtenissen, die ze deze week gelezen hadden, op te schrijven. 134 mensen konden dit niet. Enkel 34 mensen konden 3 gebeurtenissen vermelden. Maar dat kan natuurlijk veel betekenen. Een krant ‘lezen’ is niet voor iedereen hetzelfde.
Het zou kunnen dat ze wel over verschillende gebeurtenissen gelezen hebben, maar dat ze niet veel hebben onthouden of dat ze problemen hebben om het zelf terug op te schrijven. De tweede mogelijkheid is dat ze maar weinig begrepen hebben van wat ze hebben gelezen, omdat er te veel moeilijke woorden in staan en het lezen gaat traag.
6. Waar halen doven hun informatie?
Voor horenden gaat er geen dag voorbij zonder nieuwe informatie over wat er gebeurt in de wereld te vernemen. Ze horen het op de radio, zien het op televisie, lezen het in de krant,… Nieuws ‘horen’ is voor doven, en vele slechthorenden, niet of heel beperkt mogelijk en nieuws lezen is voor sommigen ook al niet vanzelfsprekend.
Doven zijn over het algemeen minder goed geïnformeerd, omdat de toegang tot de media beperkt is. Sommigen vonden dat niet echt een probleem, maar de meesten wel.
B. Hoe beleven doven de religie?
1. De Bijbel.
Voor doven is het natuurlijk onmogelijk om de misvieringen te volgen in de kerk. Ze kunnen niet volgen wat er allemaal gezegd wordt, zelfs als ze kunnen liplezen is het nog altijd zeer moeilijk. Daarom is er nu een cd-rom uitgebracht waarop de bijbel in gebaren staat. Horenden kunnen de tekst horen en voor doven wordt het verhaal vertelt aan de hand van gebarentaal.
De cd-rom is uitgebracht door een Nederlandse school voor doven, Effatha, in samenwerking met Ikon. Het gaat vooral om verhalen uit het Oude Testament, zoals: Het Begin, Noach, De toren van Babel, de verhalen van Abraham, Isaak, Jacob en Jozef en zijn broers. Het beeldmateriaal is afkomstig van het televisieprogramma ‘Beeld voor beeld’. Dankzij deze cd-rom, kunnen doven nu samen met hun familie naar de verhalen luisteren en kijken.
De serie is ook bruikbaar voor mensen die geïnteresseerd zijn in gebarentaal. Het grootste deel van het beeld wordt gevuld door de illustraties van het verhaal en klein onderaan in beeld is de verteller of vertelster te zien.
In totaal zijn er in Nederland al 4 cd-roms uitgebracht met bijbelverhalen voor dove kinderen. Ook zijn er 4 verhalen op video voor jongeren. Maar een echte videobijbel voor volwassenen is er nog niet, en dat kan nog wel een tijdje duren.
Een typische vraag: “Is 1 gebarentaalversie van de Bijbel niet overal ter wereld bruikbaar?” Het antwoord: “Nee”. Een Australische dove heeft moeite een Nederlandse dove te begrijpen: de 1 spreekt Auslan , de andere NGT . Het lukt wel een deel, maar toch blijven er taalverschillen die de communicatie hinderen. Vandaar dat men een eigen bijbelvertaling wil in de eigen gebarentaal.
Een andere vraag: “Heeft de dove niet genoeg met de gedrukte Bijbel?” Het antwoord: “Dat is mogelijk”. Het enige struikelblok is dat de geschreven taal niet hun moedertaal is, maar hun tweede taal, waarmee ze veel moeite hebben. Letters op papier hebben niet dezelfde zeggingskracht voor doven als voor horenden. Dit is ook de reden waarom de meeste doven niet graag lezen.
2. Een dovendienst volgen.
In Harderwijk leidt predikant J. Kamphorst al 11 jaar regelmatig kerkdiensten voor doven. Er is nooit veel volk op zo’n dovendienst, maar de mensen komen van zeer ver om de dienst bij te wonen.
2.1. Hoe gaat zo’n dienst eraan toe?
Wanneer de dominee binnenkomt gaat de ene helft van de aanwezigen staan en de andere helft blijft zitten, wat tegen de gebruiken in is. J. Kamphorst zegt dat dit het verschil is tussen doven en horenden. Als doven gaan staan is het moeilijk om alles nog te volgen, want dan moeten ze om elkaar heen kijken om te zien wat er gebeurt. Terwijl hij dit zegt maakt hij sierlijke armbewegingen, de aanwezigen in de zaal knikken begripvol, meer uitleg is niet nodig.
Eigenlijk preekt de dominee in 2 talen: in het Nederlands en in een soort van gebarentaal. Het is niet de officiële gebarentaal, maar wel een taal die doven en slechthorenden begrijpen. ‘Nederlands met ondersteunende gebaren’, zo noemt de dominee het.
Het woord ‘kruis’ wordt uitgebeeld door een spreidende beweging van de armen, ‘het laatste avondmaal’ gebeurt door denkbeeldig met de vingers brood naar de mond te brengen. En voor alle mensen die in de bijbel voorkomen bestaat er een naamgebaar.
De dominee werkt nu al 11 jaar als dovenpastoor, en dat is goed te zien. Niet 1 keer raken zijn armen de draad kwijt tijdens de verhalen. En zelfs tijdens de gezangen en de psalmen gaan zijn armen natuurlijk mee met de tekst, hoewel er ondertiteling gebeurt met een diaprojector. Ook buiten de dienst maakt hij gebruik van drukke bewegingen wanneer hij praat.
2.2 Waarom juist dit soort van werk?
De aanleiding om dit soort van werk te kiezen was een advertentie. In zijn buurt wonen er relatief veel doven en is er een schrijnend te kort aan dovenpastoors. Daarom ook dat er voor doven en slechthorenden slechts maar in de 2 à 3 weken een dienst is.
Maar het werk geeft hem veel voldoening. “Ik heb het gevoel dat ik thuisgekomen ben. Toch is het leiden van een dovendienst heel inspannend”, vertelt hij. “Het is alsof ik 2 gewone diensten leid. Ik praat natuurlijk heel beweeglijk, want het visuele aspect is heel belangrijk. De gebaren gaan nu wel automatisch, maar je moet daarnaast op veel andere dingen letten. Langzaam praten, goed articuleren en een duidelijke lijn houden in het verhaal. Doven horen met hun ogen, dus een dienst moet niet lang duren. Bovendien zit de taal anders in elkaar. Lidwoorden laat ik weg, en het hoofdwerkwoord komt eerst. Je zegt niet: ‘dat hij is geholpen’, maar: ‘dat hij geholpen is’. Soms pas ik de tekst van de bijbel aan, omdat er voor sommige woorden geen gebaar is of omdat een woord geen of een andere betekenis heeft.”

Het probleem van doven is dat horenden hun taal niet begrijpen. Volgens de dominee is er ook vanuit de kerk nog te weinig aandacht voor de dovenproblematiek. Dit is waarom hij juist gecombineerde kerkdienst doet. Zo wil hij bij de horende gelovigen meer begrip kweken voor hun dove medemens. De teksten van psalmen en gezangen worden dan wel geprojecteerd en elke lettergreep wordt aangewezen, maar de doven kunnen zichzelf niet horen en ook de muziek niet. Daarom dat de dominee de organist soms even niet laat meespelen. “Zo moeten de horenden ‘meezingen’ met de doven. Dan merk je dat mensen zich even in hun wereld kunnen verplaatsen.”
3. De getuigenis van een dovenpredikant.
De enige dovenpredikant van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt is Jaap Boerma. “Iedereen met een beetje goede wil kan een praatje maken met een dove, maar een pastoraal gesprek vergt een intensievere opleiding”. Als gemeentepredikant werd Boerma met zijn neus op de feiten gedrukt toen hij een doof meisje catechese moest geven. Hij kon zich wel met handen en voeten verstaanbaar maken, maar voelde zich beperkt. “Ik had het gevoel dat ik een enorme stroom aan informatie door een trechtertje moest duwen om het voor haar begrijpelijk te maken”, vertelt Boerma.
In 1993 stelde het kerkbestuur voor om een dovenpredikant aan te stellen, maar Boerma voelde zich niet direct geroepen. “Ik houd er erg van om te preken. Ik was bang dat de gebarentaal mij te veel zou beperken”. Maar toch besloot hij de uitdaging aan te gaan. Een jaar lang ging hij bij een dove vrouw in de leer en zo leerde hij de Nederlandse Gebarentaal. “Bij haar heb ik geweldig veel geleerd. Vooral over de grammatica van gebarentaal. Over de manier van zeggen, je lichaamstaal en mimiek. Hoe je met eenvoudige gebaren een verhaal kunt vertellen of verduidelijken. Nu ik de gebarentaal beter beheers vind ik het net zo leuk om voor horenden als voor niet-horenden te preken.
Nu is Boerma al 6 jaar predikant voor de 40 dove leden van het kerkgenootschap, van een totaal van zo’n 125.000 mensen. “Eigenlijk is het een relatief kleine groep, maar daarom is het juist zo belangrijk dat er aandacht aan wordt besteed. We moeten ons ervoor inspannen dat ze niet buiten de boot vallen, maar bij de kerk betrokken worden”.
Boerma reist het hele land door om regionale dovendiensten te houden. Het liefst maakt hij gebruik van een NGT-tolk en op een scherm loopt de uitgeschreven tekst mee. “Iedereen met een beetje goede wil kan met iemand die doof is wel een eenvoudig gesprekje aanknopen, zoals bvb. over het weer. Maar als het om wat moeilijker onderwerpen gaat, heb je toch meer vaardigheden nodig. Iemand die het geloof echt begrijpelijk kan maken”.
De laatste 6 jaar heeft Boerma ondervonden dat de kerken steeds beter leren omgaan met mensen die doof zijn. Maar dat kan altijd nog wat verbeteren, vindt de dovenpredikant.
C. Enkele gewoonten en tradities uit de Vlaamse Dovengemeenschap.
1. Aandacht vragen
Doven kunnen niet roepen naar iemand. Als een dove iets wil zeggen moet de andere persoon hem aankijken. Daarom vragen ze de aandacht van de andere persoon door hem op de arm te tikken. Meestal wordt de bovenarm aangeraakt, ook de voorarm of de schouder is aanvaardbaar. Iemand die je goed kent mag je ook op het bovenbeen of op de dij aanraken. Dit kun je beter niet doen bij iemand die je niet kent.
Wat absoluut niet aanvaard wordt is dat je iemand aan de voorzijde van de romp aanraakt, want dit duidt op intiem contact. Als je iemand op de rug aanraakt kan dat dan weer een agressieve reactie uitlokken. Deze reactie komt er omdat een doof persoon je niet hoort naderen en zich een bult schrikt wanneer je hem aanraakt, en ze interpreteren dat vaak als een aanval.
Een dove die de aandacht wil van een groep doven zal het licht heel snel 1 of 2 keer aan en uit doen. Als het dringend is wordt dit enkele keren herhaald. Belangrijk is wel dat het gaat om een snelle wissel. Als je het licht telkens langer laat branden en langer uitdoet enz., dan is dat te vergelijken met iemand die zeer hard op de deur aan het bonzen is. Meestal raken doven hierdoor geïrriteerd.
2. Iemands handen vastnemen
De handen vastnemen van iemand die aan het gebaren is wordt als een agressieve daad aanzien. Het is te vergelijken met de mond van een horende te bedekken wanneer die aan het praten is. Je maakt duidelijk dat je niet wilt weten wat die persoon te zeggen heeft.
3. Applaudisseren
Een horend persoon zal wanneer hij een toneelstuk, lezing, voordracht,… goed vindt in de handen klappen. Maar doven hebben daar weinig aan, want ze horen het niet. Daarom bestaat er een andere manier voor hen om te applaudisseren: je steekt beide handen in de lucht en je laat ze wapperen.
4. Muziek
Muziek heeft een beperkte rol in het leven van een doof persoon. Toch bestaan er tolken die gespecialiseerd zijn in het tolken van muziek, zelfs van instrumentale nummers. Maar dit is een bezigheid die voor, maar niet door doven wordt uitgeoefend. Sommige doven zijn wel lid van een ‘gebarenkoor’: deze koren leggen zich vooral toe op het vertolken van religieuze liederen, zodat ook dove gelovigen iets aan de gezangen hebben.
4. Vingerspellen: hoe moet je dat nu eigenlijk doen?
Voor een goede vaardigheid in het spellen en aflezen met behulp van het handenalfabet is veel oefening nodig. Het spellen en aflezen zijn twee heel verschillende zaken. Je zou denken dat het spellen moeilijker is dan het aflezen, maar dat is niet zo. In het begin is het moeilijk om de vingers in de juiste positie te krijgen, maar na een tijdje worden ze wat soepeler.
Voor het aflezen is veel meer oefening nodig. Als het heel rustig wordt gespeld is het voor velen na een tijdje wel te volgen. Maar ervaren vingerspellers hebben meestal een tempo dat voor onervaren mensen niet te volgen is. Je bent meteen in de war en slechts af en toe herken je een letter. Het beste is om met verschillende mensen te oefenen, want net als bij het handschrift heeft iedereen verschillende trekjes bij het spellen.
Ervaren gebruikers zien bijna geen afzonderlijke letters meer maar woorden. Precies zoals dat gebeurt bij het lezen van geschreven woorden. Het zien van de afzonderlijke letters gebeurt dan onbewust, het wordt een automatisme. De aandacht gaat niet meer naar de afzonderlijke letters, maar naar de woorden.
Met welke hand gespeld wordt maakt niet uit. De meeste mensen doen het met hun rechterhand maar het mag ook met de linkerhand, alleen gebeurt het dan in spiegelbeeld. Met beide handen leren spellen is zelfs makkelijker dan leren schrijven met beide handen.
Het spellen gebeurt met de hand schuin onder de mond, ongeveer voor de schouder. De palm van de hand wordt bij de meeste letters naar voren gehouden, dus gericht op de aflezer. De pols wordt niet gedraaid, dat maakt het spellen een minder vermoeiende bezigheid. En voor de aflezer is het minder onrustig.
De elleboog moet ontspannen hangen, want als de elleboog op de tafel rust, maken de handen schokkende bewegingen bij het spellen.
III. Slot
A. Besluit
Doven zijn een minderheid in onze samenleving, eigenlijk zijn ze een minderheid over de hele wereld. Toch wordt er wel wat rekening gehouden met doven: ze hebben een eigen taal, wat ervoor zorgt dat ze zowat in een eigen wereld leven. Wat wel normaal is, want vele horenden begrijpen niets van wat doven willen zeggen. Het is natuurlijk ook niet zo makkelijk als je niet vertrouwd bent met de Gebarentaal.
B. Persoonlijke mening
Doof zijn is niet makkelijk, het is zelfs heel moeilijk. De mensen rondom je verstaan je niet, en jij kan hen niet verstaan. Daarom gaan doven meestal ook met andere doven om, met deze mensen kunnen ze tenminste praten. Daarom dat doven ook liever onderling praten dan met een horende. Dat is eigenlijk wel logisch, ik zou ook niet graag met iemand praten die ik niet kan verstaan.
Doof zijn moet een enorme last zijn om te dragen, vooral als je jaren hebt kunnen praten en dan ineens niet meer. Dan ben je zo gewend dat iedereen je verstaat en dat je jezelf verstaanbaar kan maken. Maar dan ben je ineens doof, het gevolg is dat je de mensen niet meer verstaat en je kan jezelf niet verstaanbaar maken. Dan begint het moeilijke proces van aanpassen. En bovendien moet je een geheel nieuwe taal leren, niet makkelijk volgens mij.
Ik zou niet graag doof worden, ik praat te graag. Maar ergens ben ik wel nieuwsgierig hoe het zou zijn. Maar ik zou de muziek te hard missen en de andere geluiden ook natuurlijk, het zou veel te stil zijn rondom me.
Toch zou ik graag de gebarentaal leren, maar het spijtige is dat er in de buurt geen kans is om het te leren. En ik heb ook geen dove vrienden waarmee ik dan zou kunnen oefenen. Dus toch maar liever horende dan dove.
IV. Bibliografie
Boeken:
M. Van Herreweghe en M. Vermeerbergen, Thuishoren in een wereld van gebaren, Gent, 1998, blz. 216
Ruud Janssen, Het handalfabet, ’s Gravenhage, 1986, blz. 160
Roger D. Freeman M.D., Als je kind niet horen kan, Baltimore, 1981, blz. 252
Internet:
http://www.doven.be
http://www.deteugel.be
http://www.oorakel.nl
Encyclopedie:
Scheltens & Giltay NV., Grote Nederlandse Larousse Encyclopedie, Hasselt, 1979, deel 24, 715 blz.
Elsevier, Encarta Encyclopedie 2000 Winkler Prins, 1993
Samenvatting: Doven in de gemeenschap
Doven maken gebruik van gebarentalen om te communiceren. Deze gebarentaal speelt zich af in de gebarenruimte. Deze ruimte kan vergroten of verkleinen, afhankelijk van de manier van praten. Zo is er een kleinere ruimte voor fluisteren, en een grotere ruimte voor roepen.
Vele horende mensen kennen en begrijpen de gebarentaal niet, het is dan ook een taal die maar door een beperkt aantal mensen gekend is. Dit komt omdat men vroeger dacht dat gebarentaal de ontwikkeling van het kind in de weg zou staan.
Er zijn verschillende varianten van gebarentalen. Elk land heeft een eigen gebarentaal, en in elk land zijn er dan nog eens verschillende dialecten.
Als je toch een dove iets duidelijk wil maken en je bent niet zo bedreven in de gebarentaal, kan je ook vingerspelling gebruiken. Hier wordt elke letter apart gespeld. Dit duurt lang, maar zo kan je wel verduidelijken wat je eigenlijk wil zeggen.
Dove kinderen kunnen terecht in een school van type 7. Dit is een onderdeel speciaal voor doven en slechthorenden. Hier wordt rekening gehouden met de beperkingen van de kinderen en er zijn mensen aanwezig die gebarentaal kennen. Doven kunnen natuurlijk ook terecht in het gewone scholensysteem, maar soms wordt dat voor hen moeilijk: het is heel inspannend om alles te begrijpen. En bovendien moet de leerkracht er rekening mee houden om altijd naar de klas te spreken zodat de dove kan liplezen.
Lezen is voor doven ook niet zo makkelijk als iedereen denkt. Nederlands is niet hun moedertaal, maar wel de gebarentaal. Daarom is het voor hen moeilijk om te begrijpen wat er in een tekst staat, je kan het vergelijken met een horende een Franse tekst voor te schotelen. En als ze de tekst dan al gelezen krijgen, wat lang kan duren, kan het zijn dat ze niet kunnen verwoorden wat ze gelezen hebben. Dit komt dikwijls omdat er teveel moeilijke woorden in staan, of omdat er ingewikkelde zinsconstructies gebruikt worden.
Sinds kort bestaat er ook een bijbel op cd-rom in gebarentaal, dit is gedaan zodat doven samen met hun familie de verhalen kunnen lezen. Horenden kunnen de tekst horen, en voor doven staat er onderaan in beeld een persoon die gebaren maakt.
Er bestaat niet alleen een cd-rom in gebarentaal, maar er worden ook missen gegeven speciaal voor doven. Zo is er de predikant Boerma, hij is begonnen met gebarentaal nadat hij moeite had om een doof meisje catechese te geven. Hij kon zich wel verstaanbaar maken maar voelde zich beperkt. Ondertussen is hij al zes jaar predikant. Hij is al zo gewoon aan de gebaren, dat zelfs buiten de dienst zijn armen meebewegen.
Doven hebben ook wel een paar eigenaardigheden, tenminste toch voor mensen die niet vertrouwd zijn met de dovenwereld. Zo hebben ze een eigen manier om te applaudisseren. Horenden klappen gewoon in de handen, maar doven horen dit niet. Daarom steken ze hun armen in de lucht en laten ze hun handen wapperen.
Ook muziek kunnen ze niet horen, daarom staat de muziek hard op een fuif voor doven. Hierdoor kunnen ze de trillingen van de muziek voelen.
Iets wat absoluut niet aanvaard wordt is de hand van een dove vastnemen terwijl die aan het gebaren is. Dit kan je zowat vergelijken met de mond van een horende te bedekken wanneer die aan het praten is.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.