Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Discriminatie

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas havo | 2067 woorden
  • 7 januari 2003
  • 154 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 154 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Vooroordelen

Een vooroordeel is in feite een antipathie, gebaseerd op een foute en starre generalisatie, die iemand voelt of uitdrukt tegen een groep als geheel of een persoon uit die groep. De oorzaak van vooroordelen is vaak foute voorlichting, zoals door films, strips, vrienden, internet, boeken, noem maar op. Deze onjuiste voorlichting kan heel gevaarlijk zijn. Denk maar eens aan Hitler, hij kwam aan de macht door zijn vooroordelen te verspreiden. En daar is gelijk het tweede probleem. Mensen gaan er vaak blindelings vanuit dat deze vooroordelen waar zijn. Men controleert niet, of niet genoeg.
Deze vooroordelen hebben vaak een betekenis voor degene die een vooroordeel uitspreekt, schrijft of denkt. Men gaat bijvoorbeeld anderen afkraken om te laten zien dat zij zelf beter zijn. Als er bijvoorbeeld iemand wordt beroofd op straat, denken veel mensen gelijk: "Ow, dat zullen die zwarten wel weer geweest zijn”. Op deze manier gaat men dus zondebokken aanwijzen.

Vooroordelen zijn vooral kwetsend voor degene over wie het vooroordeel gaat. Als bijvoorbeeld een Marokkaan in een winkel een gesprek hoort tussen twee Nederlanders over die kutMarokkanen, die voor zoveel problemen en overlast zorgen, en dat ze allemaal terug mogen gaan naar waar ze vandaan komen, zal deze zich zeker gekwetst en niet-geaccepteerd voelen.
Ook kan het gebeuren dat door vooroordelen de betrokken groep of persoon zelf gaat denken dat deze vooroordelen waar zijn. Als bijvoorbeeld een leraar denkt dat een Afghaanse jongen niet slim genoeg is voor de havo, maar meer voor het LBO of het MBO, zal hij zo’n leerling minder motiveren of begeleiden, met als gevolg dat deze leerlingen lagere cijfers halen. De leraar denk dan dat hij gelijk heeft. Maar het gevaarlijke is juist dat dan ook de leerling kan gaan denken dat hij of zij niet goed genoeg is, terwijl dit misschien helemaal niet het geval is.
Grappen maken over een vooroordeel kan ook heel gevaarlijk zijn. Grappen over groepen zijn bijna altijd negatief voor de betreffende groep. Daardoor blijven vooroordelen nog beter hangen. En als er bijvoorbeeld veel grappen over homo’s gemaakt worden, durft iemand er veel minder snel voor uit te komen, want als er constant grappen worden gemaakt over homo’s zal deze persoon zich onveilig voelen.

Discriminatie?

Ongelijke behandeling van een individu of een groep op grond van kenmerken van die individu of groep die in de gegeven situatie die in de gegeven situatie niet relevant zijn.
Er zijn nogal wat gronden waarop je gediscrimineerd kunt worden. Vooral minderheidsgroepen zijn hiervan het slachtoffer. Homoseksuelen, gehandicapten, ouderen, roodharigen. Maar ook vrouwen zijn de dupe. Want als mannen zich seksistisch gedragen is dat niets anders dan discriminatie op grond van het geslacht. Discrimineren op grond van het ras waartoe iemand behoort noemen we racisme. De Nederlandse wet verbiedt alle vormen van discriminatie.

Van 'blond-blank-klompenland' is Nederland na de Tweede Wereldoorlog veranderd in een multiculturele samenleving. Om heel verschillende redenen zijn mensen vanuit alle windstreken in Nederland komen wonen. In totaal gaat het om ongeveer 725.000 mensen (5 % van de totale bevolking) die een andere nationaliteit hebben. Daarnaast wonen er 165.000 Surinaamse mensen die Nederlands staatsburger zijn.


Vroeger werd vaak gesproken van migranten of buitenlandse werknemers. Men ging ervan uit dat zij uiteindelijk weer zouden teruggaan naar hun eigen land. Later raakte het woord allochtonen in, dat betekent letterlijk: ergens anders geboren. Nu wordt de term etnische minderheden het meest gebruikt. Als we het hebben over etnische minderheden bedoelen we mensen met een andere culturele achtergrond en met vaak een andere huidskleur. Etnische minderheden lopen vaak het risico gediscrimineerd te worden, of te worden tegengewerkt. Ze krijgen bijvoorbeeld geen goed huis van de woningbouwvereniging. Bij sollicitaties worden ze als eerste afgewezen. In de winkel moeten ze langer wachten. Ze krijgen minder snel een lening van de bank of worden door verzekeringsmaatschappijen geweerd. Ook dit is discriminatie en dus ook verboden. Maar het is bijna onmogelijk te bewijzen dat je een baan niet krijgt omdat je buitenlander bent.

Tegen het eind van de jaren vijftig ontstond in Nederland een groot tekort aan - vooral lager geschoolde - arbeidskrachten. Daarom zochten veel bedrijven werknemers in het buitenland. De meesten van hen kwamen uit Zuid- en Zuidoost-Europa en Noord-Afrika, gebieden met armoede. In Nederland werden verhoudingsgewijs hoge salarissen geboden.

De meeste buitenlanders waren van plan tijdelijk hier te komen en lieten daarom hun familie thuis. Ze woonden in barakken en andere snel uit de grond gestampte woonoorden. Na één of twee jaar zouden ze teruggaan. Zover kwam het meestal niet. De vraag naar arbeidskrachten bleef groot. De buitenlandse werknemers gingen niet terug maar lieten hun vrouwen en kinderen naar Nederland komen. De barakken voldeden niet langer. Er moest normale woonruimte komen. De meeste buitenlanders trokken naar de oude wijken in de grote steden waar de woningen goedkoop waren, maar ook slecht. Nederlanders trokken daarom juist daar weg. In de jaren zeventig ontstond er een economische crises. Het gevolg: massale werkloosheid onder de buitenlanders.

In verhouding zijn er veel meer buitenlanders die geen werk hebben dan Nederlanders. Dit heeft verschillende oorzaken. Veel buitenlanders hebben weinig opleiding of een opleiding die in Nederland niet wordt erkend. Bovendien spreken ze vaak matig Nederlands. Daarnaast wordt er op de arbeidsmarkt gediscrimineerd. Volgens de FNV moeten de kansen van buitenlanders worden vergroot. Dit kan door het (taal)onderwijs sterk te verbeteren. De medewerkers van arbeidsbureaus moeten meer tijd vrij kunnen maken voor bemiddeling. Diploma's die in het buitenland zijn gehaald moeten hier ook meetellen. Maar ook het bedrijfsleven heeft een verantwoordelijkheid. Het zijn immers de werkgevers geweest die de buitenlanders hebben gevraagd hier te komen werken. Om de positie van etnische minderheden te verbeteren wordt er in Nederland al enige jaren een beleid van positieve discriminatie gevoerd.

Wie kent niet beweringen in de trant van 'zwarten zijn lui', 'zigeuners stelen' en 'joden zijn altijd uit op geld'? Dat soort beelden over groepen mensen zijn 'stereotypen' (letterlijk: beschrijving op afstand). Kenmerken van één persoon gelden voor de hele groep. En omgekeerd: is iemand eenmaal ingedeeld in de een of andere groep, dan is het voor velen onmiddellijk duidelijk hoe hij of zij zich zal gedragen.

Het is niet eenvoudig om deze vooroordelen te veranderen. Aan de hand van cijfers valt bijvoorbeeld gemakkelijk aan te tonen dat het met de huisvesting van de meeste allochtonen niet best gesteld is. Toch houden sommigen vol dat 'buitenlanders' voorgetrokken worden bij het zoeken van een huis. De combinatie van angst voor nieuwkomers en de ontevredenheid met de eigen leefsituatie zorgt er voor dat mensen zich afsluiten voor informatie die niet in hun straatje past.

De propaganda van racistische organisaties speelt hierop in. Op het eerste gezicht lijkt deze propaganda op alledaagse gesprekken over buitenlanders. Maar alledaagse vooroordelen zijn meestal een uiting van machteloosheid en onwetendheid. Dat geldt niet voor racistische organisaties. Die zijn altijd uit op macht en invloed. Zij koppelen stereotype beweringen over buitenlanders aan een politiek programma. Ze klagen niet over het (wel of niet verzonnen) wangedrag van een enkele buitenlander, maar vallen stelselmatig de hele groep aan. Ze zetten, kortom, vreemdelingenangst (vooroordelen) om in vreemdelingenhaat en zijn dus gevaarlijk voor de democratie. Gelukkig lijken racistische organisaties in Nederland over hun hoogtepunt heen te zijn. Zo verdween de CD (Centrumdemocraten) na de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 uit het parlement en verbood in november 1998 de rechter CP’86.

Vreemdelingenhaat is niet iets van de laatste jaren. Het bestaat al eeuwen. Voor en in de Tweede Wereldoorlog waren het de joden die in de ogen van de Duitsers de schuld van alles waren. Waar dat toe heeft geleid weten we helaas maar al te goed. Uiteindelijk vermoordden de Nazi's zes miljoen joden. Deze vreemdelingenhaat was gebaseerd op fascisme en nationaal-socialisme. Het zijn twee verschillende namen voor extreem-rechtse politieke stromingen die veel op elkaar lijken. Het fascisme bloeide in de jaren dertig op in Italië onder leiding van Benito Mussolini. Het nationaal-socialisme ontstond in Duitsland en werd geleid door Adolf Hitler.

Racistische organisaties
Racistische organisaties worden in het algemeen afgewezen. Racistische organisaties gebruiken dan ook zo onpartijdig mogelijke termen. De propaganda van deze racistische splinterpartijen lijken dan ook op het eerste gezicht sterk op de alledaagse gesprekken over buitenlanders. Toch is het goed een verschil te maken. Alledaagse vooroordelen zijn meestal een uiting van machteloosheid. Racistische organisaties zetten vooroordelen(vreemdelingenangst) expres om in vreemdelingenhaat.

Bestrijding van vooroordelen en discriminatie
Het Anti Discriminatie Bureau ontvangt veel klachten over discriminatie in het dagelijks leven: op straat, op het werk of in de buurt. Om wat voor klachten gaat het?
Voorbeelden van discriminatie

Ruzie over een matje
De Turkse mevrouw B. laat een matje drogen over een muurtje dat haar tuin scheidt van die van haar Nederlandse buren. Wat later ziet ze dat het matje op de grond is gevallen. Zij veronderstelt dat het er door de wind is afgewaaid en hangt het weer op. Weer even later ziet ze nog net hoe de buurman haar matje op de grond gooit. Als mevrouw B. hier iets van zegt, antwoordt de buurman dat hij geen troep over "zijn" schutting wil. Mevrouw B. zegt dat ze het matje weg zal halen als het droog is. Als zij zich bukt om het kleedje op te pakken, slaat de buurman haar met een ijzeren staaf op haar hoofd. Hij roept daarbij dat hij die "vieze Turken" zal doodmaken. Mevrouw B. kan een tweede klap ontwijken, maar valt dan bewusteloos op de grond.
Zij wordt met een hersenschudding naar het ziekenhuis gebracht. Nadat het Anti Discriminatie Bureau van de zaak op de hoogte heeft gebracht, spant de "eigen" advocaat van het bureau namens het gezin B. een proces aan tegen de buurman. De beklaagde wordt veroordeeld, maar gaat in hoger beroep.

In de dansschool
In het Haarlems dagblad verscheen een artikel over dansscholen in Haarlem. De dansscholen weigeren homoseksuele dansparen toe te laten tot de lessen.
De eigenaars stelden in het artikel: "Als homo's perse willen dansen, nemen ze maar privé-les of komen ze maar met z'n allen tegelijkertijd. Niet dat ik dat zou toejuichen, maar als ze dat willen, moet het mogelijk zijn. Ik wil gewoon niet dat een meerderheid zich gaat storen aan een minderheid." Verder werd gezegd dat "dansen van oudsher iets voor mannetje-vrouwtje is". De dansscholen zijn heteroseksueel en "dat willen we zo houden". Een klacht op grond van discriminatie van homoseksualiteit werd bij het Anti Discriminatie Bureau ingediend.
De uitspraken waren beledigend voor homoseksuelen, maar omdat er in die tijd nog geen wetgeving was die discriminatie op grond van seksuele gerichtheid verbiedt, konden er geen verdere juridische actie ondernomen worden.

Anti discriminatie wetgeving

In artikel 1 van de Grondwet staat geschreven dat iedereen in Nederland recht heeft op een gelijke behandeling, en discriminatie op welke grond dan ook niet is toegestaan. In het Wetboek van Strafrecht zijn ook een aantal bepalingen over discriminatie opgenomen. Zo verbiedt het artikel 429 katern discriminatie in de uitoefening van beroep of bedrijf. Een portier van een discotheek die weigert buitenlanders binnen te laten is op grond van dit artikel strafbaar. De artikelen 137c, 137d en 137e verbieden openbare uitlatingen die beledigend zijn voor bepaalde etnische groepen. De artikelen verbieden ook het aanzetten tot discriminatie. Pamfletten met beledigende teksten voor migranten kunnen met behulp van deze artikelen worden aangepakt. In de wet gelijke behandeling die 1 januari 1994 van kracht wordt artikel 1 van de grondwet verder uitgewerkt met een aantal specifieke non-discriminatie bepalingen. De commissie gelijke behandeling zal toezien op naleving ervan. Burgers en organisaties kunnen er klachten indienen die aanleiding kunnen vormen voor het instellen van sancties.

Inleiding
Er bestaan nogal wat vooroordelen over onder andere migranten, de positie van de vrouw en homoseksuelen. Deze blijven bestaan, omdat sommige Nederlanders geen of verkeerde informatie hebben over migranten. Een goed voorbeeld hiervan is het beeld dat de migranten in Nederland de banen hebben ingepikt. Maar veel migranten zijn juist naar Nederland gekomen om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te vullen. Toen er nog een ruime keuze aan banen was, konden werkgevers steeds minder Nederlanders vinden dat zwaar, vuil of onregelmatig (ploegendienst) werk wilden doen. Buitenlanders hebben dus geen banen ingepikt, maar open plekken opgevuld. Omdat er tientallen van dit soort vooroordelen bestaan, leek het ons goed om wat achtergrondinformatie te geven.

Bronvermelding:

www.meldpunt.nl
www.directory.google.com/Top/World/Nederlands/Maatschappij/Vraagstukken/Discriminatie
www.leren.nl/rubriek/samenleving/multiculturele_samenleving/
www.leren.nl/rubriek/samenleving/wet_en_recht/gelijke_behandeling
http://home.planet.nl/~evenwild/wsts210/dce/algemeen/thema/vv97/
www.Fnv.nl

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

ik vind het vreselijk ik hou mijn werkstuk er over en ik wil er meer over weten kunnen julie mij wat info geven ????

11 jaar geleden