Zwemmen

Beoordeling 6.7
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 2e klas vwo | 2138 woorden
  • 29 mei 2003
  • 136 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.7
  • 136 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LO
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
De geschiedenis van het zwemmen

Hieronder alle belangrijke jaartallen op een rijtje. (Als een soort tijdbalk).

1767: Nederlandse Maatschappij tot Redding van Drenkelingen (NMRD) wordt opgericht.
1796: De eerste zwemvereniging wordt opgericht in Uppsala (Zweden).
1843: Het eerste overdekte zwembad in Liverpool (Engeland).
1870: Eerste zwemvereniging in Nederland in Amsterdam.
1875: De kanaalraces zijn vanaf dit jaar echte wedstrijden.
1888: De (later Koninklijke) Nederlandse Zwembond (KNZB) wordt opgericht.

1896: Zwemmen wordt een Olympische sport.
1906: De borstcrawl is vanaf deze tijd een officiële slag.
1908: De Fédération Internationale de Natation Amateur (FINA) wordt opgericht.
1912: Dames kunnen ook meedoen op de Olympische Spelen.
1917: De Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen wordt opgericht.
1933: De N.Z.B. mag ‘Koninklijke voor zijn naam zetten. (Word dus KNZB)
1934: De rugcrawl is vanaf deze tijd een officiële slag.
1940: Synchroonzwemmen wordt voor het eerst beoefend.
1953: De vlinderslag is vanaf deze tijd een officiële slag

De eerste zwemclub in Nederland was AZ ( = Amsterdamse Zwemclub). Deze zwemclub is in
1870 tot stand gekomen. Later in 1888 bestonden ook deze zwemclubs al.

Arnhemse Zwemclub,
Goudse Zwemclub, Leidse Zwemclub en
Hollandse Dames Zwemclub

Deze verenigingen hebben er voor gezorgd dat op 14 augustus 1888 de Nederlandse Zwembond (N.Z.B.) is opgericht.
Na de eerste Wereldoorlog (1914-1918) gingen er steeds meer mensen zwemmen bij een vereniging. Doordat zoveel mensen bij een zwemclub gingen, kreeg elke provincie zijn eigen
‘Zwembond’. Deze bonden noemden ze later in 1929 kringen.
In 1928 deed Nederland voor het eerst mee aan de Olympische Spelen die toen in Amsterdam werd gehouden.
Er kwamen ook steeds meer zwembaden in Nederland. Daardoor gingen ook steeds meer mensen zwemmen.
Op 13 november 1933 mocht de N.Z.B. ‘Koninklijke’ voor zijn naam zetten. Toen heette
deze bond dus de KNZB.
Toen de tweede Wereldoorlog begon (1940-1945) telde de KNZB 20.000 leden. Vlak na de oorlog telde de KNZB maar liefst 50.000 leden die zwommen bij een vereniging
In de jaren ’60 werd ook veel aan kunstzwemmen gedaan (is nu Synchroonzwemmen) Deze zwemsport mocht voor het eerst meedoen met de Wereldkampioenschappen in 1973
Inmiddels was er in Utrecht een KNZB bondsbureau opgericht. Hier werden de wedstrijden in Nederland en in het buitenland georganiseerd.
In 1999 bestond de KNZB ruim 110 jaar en telde toen 155.000 leden verdeeld over 525 verschillende zwemverenigingen.
De KNZB is de op vier na grootste bond.

Wedstrijdzwemmen


Eigenlijk is zwemmen niks anders dan in het water drijven en met je armen en benen vooruit komen. Dan is het ook niet zo raar dat zwemmen al zo’n oude sport is.
De Grieken hielden al zwemwedstrijden en in het oude Egypte was dit zelf een deel van de opvoeding.
Toch duurde het lang voordat de Nederlanders leerden zwemmen; om hun hoofd boven water te houden.
In de Gouden Oorlog konden de meeste kapiteins en matrozen niet eens zwemmen.
Later in de tijd kreeg je zelfs een medaille en geld als beloning als je iemand redde die aan het verdrinken was.
Het leger vond het na de oorlog erg belangrijk dat een soldaat kon zwemmen.

In Amsterdam werd in 1846 het eerste officiële zwembad geopend.

Als je wedstrijden zwemt leer je nieuwe mensen kennen en dat kunnen je vrienden worden

Er zijn bij het zwemmen vier verschillende slagen dit zijn de: vlinderslag,
rugslag (rugcrawl),
schoolslag en
vrijeslag (borstcrawl).
Ik ga nu wat over deze slagen vertellen.

De vlinderslag: Bij de vlinderslag worden de armen licht gebogen naar achteren doorgehaald en over het water naar voren gebracht. De benen worden gelijktijdig op en neer bewogen onder water. Je mag per slag met je armen twee beenklappen doen.

De rugcrawl: De rugcrawl is eigenlijk een borstcrawl op de rug. De armen worden afwisselend over het water hen gebracht en door het water teruggetrokken. De benen worden afwisselend onder het water snel op en neer bewogen. Deze techniek werd in 1934 bedacht door A. Kiefer.

De schoolslag: De schoolslag is de langzaamste en rustigste slag. De in de elleboog licht gebogen armen worden gelijktijdig naar achteren bewogen, waarna de ellebogen naar de romp gaan en de handen de stuwbeweging nog met een rondgaande beweging in de pols voortzetten. Daarna worden de armen gestrekt naar voren gebracht.

De borstcrawl: De borstcrawl is de snelste slag. De armen worden één voor één doorgetrokken en over het water naar voren gebracht. De hand raakt als eerst het water,
en de armen moeten recht of krom over het water naar voren worden gebracht. De benen
gaan omstebeurten op en neer. De techniek werd in 1906 door C. Healy bedacht.

De keerpunten.


Als je meer als 25 meter zwemt moet je een keerpunt maken. Zo’n keerpunt is bij elke slag anders. Bij de vlinderslag en de schoolslag moet je met twee handen aantikken.En daarna je voeten een beetje schuin tegen de muur zetten en je op je zij draaien en dan hard afzetten. Bij de rugcrawl en de borstcrawl mag je aantikken maar dat hoeft niet (niet aantikken scheelt tijd). Daarna maak je (bij de rug eerst op je buik draaien) een koprol voorover en zet af en je draait op je buik (bij de rug op de rug afzetten).

Waterpolo

Historie


Waterpolo is een heel oude sport.
Waterpolo is vanaf 1908 een Olympische sport. Nederland haalde in 1976 de derde plaats bij de Olympische Spelen.
Oranje (het Nederlands dameswaterpoloteam) is een paar keer Europees Kampioen geweest
En ze werden in 1991 Wereldkampioen.

Waterpolo is geen ruige sport!

Een heleboel mensen denken dat waterpolo een ruige sport is waar ze krabben, slaan, knijpen en schoppen maar dat is helemaal niet zo. Dat zie je het beste als je bij een wedstrijd gaat kijken.
Als je een les meemaakt merk je dat het een kwestie van conditie is en daar moet je gewoon nog even aan wennen.
Waterpolo is een teamsport dus je moet samenspelen, het maakt dus niet uit wie een doelpunt maakt, want je hebt eigenlijk allemaal meegeholpen.
Zwemmen, bewegen en nadenken, als je deze dingen beheerst dan heb je eigenlijk al gescoord
en daar gaat het eigenlijk ook om.

Het spel


Je speelt waterpolo met zijn zessen in het veld en ook nog een keeper. In totaal ben je met zijn dertienen want er zitten altijd nog zes spelers aan de kant als reservespelers.
De ene ploeg heeft witte en de andere ploeg heeft blauwe capjes op. De keeper heeft een rood capje op. Bijna iedereen die waterpolo speelt heeft er nog een badmuts onder.

Je hebt nodig:

- Een veld van 20 x 30 meter
- 2 x een doel van 3 meter breed
- Een (waterafstotende) bal (de omtrek tussen de 0,68 en 0,71 en hij weegt 400 tot 500 gram)
- Een scheidsrechter.
- Een bad van minimaal 1,80 diep

Een paar belangrijke regels


Het is verboden
- om de bal onder water te duwen
- om de bal met twee handen te vangen
- om hem met je vuist te raken
- om je van de bodem af te zetten om de bal te vangen.
- om je tegenstanders nat te spatten.

Speeltijd


Onder de12 jaar een half uur anders ongeveer 1 uur.

Schoonspringen

Historie


Al voor de jaartelling deden mensen eigenlijk al aan schoonspringen alleen werd het toen nog niet als een sport beschouwd. Toen sprongen de mensen van rotsen in zee.
De eerste springplanken werden van dik bijna niet verend hout gemaakt. Eerst waren sommige sprongen nog niet toegestaan. Dames mochten eerst geen dubbele salto’s maken. Niet lang daarna werd schoonspringen een Olympische sport.

De sport


Schoonspringen is eigenlijk net turnen alleen eindig je dan in het water in plaats van op de mat.
Schoonspringen word door jongens en door meisjes beoefend.
Bij schoonspringen heb je verschillende onderdelen: plankspringen: plankspringen gebeurt van een verende plank op 1 of 3 meter hoogte. En ook heb je nog torenspringen: het torenspringen gebeurt van een niet verend plateau op 5, 7,5 of 10 meter hoogte.
Voordat je ergens gaat springen moet je wel kijken of het wel diep genoeg is.
Onder de lage springplank is een veilige diepte 3.40 onder de hoge springplank is een veilige diepte 3.70 onder een springtoren is een veilige diepte 4.80.

De sprongen


Hier drie verschillende soorten sprongen
- zweefsprongen
- salto’s
- schroefsprongen

De sprongen kunnen naar voren of naar achteren worden gemaakt (naar achteren doen ze vanaf het puntje van de plank).

Diploma’s


Bij schoonspringen kun je vijf diploma’s halen. Deze diploma’s halen heet afspringen.Het eerste diploma is voor beginners het vijfde voor gevorderden. Meestal moet je voor een diploma 1 tot 1,5 jaar lang oefenen. Vanaf het begin spring je van de lage en hoge duikplank.

Synchroonzwemmen

Historie


Synchroonzwemmen is een sport waar kleur, muziek en licht een belangrijke rol spelen. Synchroonzwemmen heette eerst Trick-zwemmen daarna heette het figuurzwemmen het verschil tussen deze twee namen is dat bij figuurzwemmen muziek werd gebruikt. Ook noemden veel mensen het kunstzwemmen.

Uiterlijk


Synchroonzwemmen doe je alleen (solo) of met zijn tweeën (duet) ook kan dit met een ploeg. Synchroonzwemmers (vooral vrouwen) zijn meestal prachtig gekleed, opgemaakt en gekapt ( het haar). De kleding is erg belangrijk.

De figuren


Bij synchroonzwemmen heb je grondfiguren (wel meer dan honderd). Dit zijn oefeningen die iedere synchroonzwemmer moet beheersen. Die figuren zijn onderverdeeld in vier groepen.
Deze vier groepen: balletbeen
dolfijngroep
saltogroep
groep diversen
De meeste oefeningen begin je gestrekt liggend in het water op je buik of op je rug.

De wedstrijden

Wedstrijden bestaan uit twee of drie delen. In het eerste deel voeren alle deelnemers vier figuren uit. Twee dagen voor de wedstrijd horen ze welke figuren ze moeten maken. In het tweede en derde deel worden de solo’s en ploegnummers uitgevoerd. In het derde deel mogen de deelnemers zelf kiezen welke figuren ze willen maken als je maar binnen de voorgeschreven tijd blijft.

Masterzwemmen


Wat is masterzwemmen?


Eigenlijk is masterzwemmen zwemmen voor 25-plussers. Dus je kunt vanaf dat je 25 bent kun je met masterzwemmen meedoen.
Je mag zelf weten tot wanneer je blijft masterzwemmen, al doe je nog aan masterzwemmen als je 100 bent.

De wedstrijden


De wedstrijden zijn in leeftijdscategorieën ingedeeld, want je kunt niet iemand van 25 tegen iemand van 75 laten zwemmen. Tussen elke leeftijdscategorie zitten vijf jaren dus van 25-29 jaar, van 30-34 jaar, van 35-39 enzovoort

Het gaat om plezier!


Bij masterzwemmen gaat het alleen om het meedoen. Of je nou snel of wat langzamer bent
het gaat erom dat iedereen zijn talent gebruikt door de techniek te verbeteren de kracht en het uithoudingsvermogen.

Zwemattributen


Bij zwemmen heb je dingen nodig zoals een zwempak/broek

Wat is makkelijk en handig bij wedstrijdzwemmen om te hebben. (Bij de wedstrijd)
- zwempak/broek
- handdoek
- badmuts
- duikbril
- tas (om in het begin je zwemkleren in te doen en daarna je gewone kleren)
- t-shirt of trainingspak (om je spieren warm te houden)
- slippers
- brood en drinken

Zwemmen kost als je wedstrijden zwemt de club en jou geld. Meestal wordt een club gesponsord, dus moet je een t-shirt en broek met reclame van de sponsor dragen en meestal is dat een heel pakket dus ook een tas van de club. Dit pakket moet je zelf betalen.
De meeste kinderen willen meestal een mooi(e) zwempak/broek hebben en sommige kinderen willen zelfs een heel goed(e) (goed merk) zwempak/broek hebben en zulke zwempakken/broeken zijn duur.

Bij waterpolo
- zwempak/broek
- badmuts (voor onder het capje)
- handdoek
- tas voor al je spullen

Bij schoonspringen
- zwempak
- badmuts (word soms gedaan)
- handdoek

Bij synchroonzwemmen
- zwempak/broek
- badmuts
- neusknijper (werd vroeger wel gebruikt of dat nu nog zo is weet ik niet)
- handdoek

Bij synchroonzwemmen heb je als je in een groep zwemt allemaal het(de)zelfde zwempak/broek aan. Ik denk dat je die zwempakken/broeken eens in de zoveel tijd kunt bestellen. (Dit weet ik niet zeker).

De Olympische Spelen 2000


Afgelopen zomer werd in Sydney de Olympische Spelen gehouden.
Nederland zwom ook mee, met onder andere: Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruin.
Zij waren toen in topvorm Pieter won 2× goud en 2× brons (met de estafette). Inge won 3 × goud en 1× zilver (met de estafette).
Er waren nog veel meer Nederlandse zwemmers maar die hebben niets gewonnen dus daar kon ik niets over vinden over de Olympische Spelen zelf ook niet.

Bekende Wedstrijdzwemmers


Hieronder ziet u een aantal ‘paspoorten’ van een paar bekende zwemmers.

Naam: Inge de Bruin
Geboortedatum: 24 augustus 1973
Geboorteplaats: Barendrecht
Lengte: 1,74
Zwemclub: PSV Eindhoven
Trainer: Jacco Verhaeren

Naam: Kirsten Vlieghuis
Geboortedatum: 17 mei 1976
Geboorteplaats: Hengelo
Lengte: 1.73
Zwemclub: PSV Eindhoven
Trainer: Jacco Verhaeren

Naam: Pieter van den Hoogenband
Geboortedatum:14 maart 1978
Geboorteplaats: Maastricht
Lengte: 1.90
Zwemclub: PSV Eindhoven
Trainer: Jacco Verhaeren

Naam: Marcel Wouda
Geboortedatum: 23 januari 1972
Geboorteplaats: /
Lengte: 2.02
Zwemclub: PSV Eindhoven
Trainer: Jacco Verhaeren

Marcel Wouda is inmiddels gestopt met zwemmen.

De FINA en KNZB

De FINA is een bond die alle landelijke zwembonden overkoepeld.Hier in Nederland heb je de KNZB als zwembond. Een zwembond organiseert de wedstrijden Wat de KNZB ook doet is limieten voor NK’s maken. (Ik kon hier verder niks over vinden).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

Er staat alleen niks over de enkelvoudige rugslag...

11 jaar geleden