ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!
Voorwoord.
Mijn werkstuk gaat over voetbal. Omdat ik er zelf op zit en ik het een leuk onderwerp vond. In mijn werkstuk lees je o.a: het ontstaan, afmetingen veld+doel.
Inleiding.
Wat is voetbal? Waar komt het vandaan? Hoe oud is voetbal? Wat is hands? Dit en nog veel meer lees je in mijn werkstuk. Ook over buitenspel, en alle andere regels. Dit werkstuk van 16 bladzijde lang geeft hier antwoord op.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk NR | Naam Hoofdstuk Blz nr.
Voorwoord : Voorwoord 2
Inleiding : Inleiding 3
Hoofdstuk 1: Afkomst 5
Hoofdstuk 2: Speelveld 6
Hoofdstuk 3: De bal 7
Hoofdstuk 4: Het doel 8
Hoofdstuk 5: Wedstrijdduur 9
Hoofdstuk 6: Het spel 10
Hoofdstuk 7: De buitenspelregel. 11
Hoofdstuk 8: Hands 12
Hoofdstuk 9: Aanraking van een dood element 13
Hoofdstuk 10: Opstelling 14
Nawoord : Nawoord 15
Bronnenverwerking 16
Afkomst.
In de Middeleeuwen werd er al gevoetbald, dat was rond het jaar 500-1500. Dat gebeurde in Groot-Brittannië. De voetbalploeg uit die tijd bestond uit een dorp of stad. Die ploeg had dan ook soms meer dan 100 spelers. De bal was toen een met lucht gevulde koeienblaas. Er werden nog geen doelen gebruikt en er waren nog geen spelregels in die tijd dus ging het er soms hard aan toe.Veel mensen noemden voetbal: 'het spel van de duivel' want er vielen dikwijls gewonden. Eigenlijk leek het meer op rugby van nu, dan op voetbal. Voetbal zoals het nu gespeeld wordt ontstond in het jaar 1850 in Groot-Brittannië. Op een grasveld moest er een leren bal in het doel van de tegenstander gespeeld worden. Er waren ook een paar spelregels.De jeugd was razend enthousiast over voetbal. Het doel van het spel is door middel van samenwerking, de bal in het doel van de tegenstanders te schieten.
Speelveld
Het speelveld heet het voetbal vel en is rechthoekig, en moet,lengte hebben van minimaal 90 en maximaal 120 meter. Rond de 90 meter is het voor de kleinere spelers, rond de 120 is voor oudere spelers competitie. De breedte is minimaal 45 en maximaal 90 meter. En net zoals net, rond de 45 is voor de kleinere de 90 is voor de wat oudere D-pupillen In internationale wedstrijden geldt: lengte tussen 100 en 110 meter en breedte tussen 64 en 75 meter. De Nederlandse KNVB (Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond. Dit is de organisatie die alle wedstrijden plant en de score van het klassement bij houd.) gebruikt een minimum afmeting van een lengte van 100 en breedte van 64 meter en een maximum lengte van 105 en breedte van 69 meter. Het veld word afgebakend. Dit gebeurt met witte lijnen van maximaal 12 centimeter breed. Op de hoeken worden vlaggen geplaatst. Zodat de scheidsrechter, die er voor zorgt dat de spelers zich aan de regels houden, kan zien wanneer de bal over de lijn is. In het midden van de achterste lijnen moet verplicht een doel staan.
De bal

De bal is bolvormig en volgens de internationale voetbalbond (FIFA = afkorting van Fédération Internationale de Football Association in het Nederlands: Bond Internationale Voetbal Organisatie. ) moet een officiële wedstrijdbal een omtrek hebben van minstens 68 en hoogstens 70 centimeter bij een gewicht van 396 tot 450 gram. Bij begin van de wedstrijd mag de bal niet meer dan 410 gram wegen. De bal moet van leer of een ander geschikt materiaal te zijn.
Het doel

Het doel is 7,32 meter breed en 2,44 meter hoog. Het doel is gemaakt van hout of aluminium, en is aan de voorzijde open en aan de achterkant is een net opgehangen.
Wedstrijdduur.

De wedstrijd duurt voor de hoofdklasse 2 maal 45 minuten (plus eventuele extra tijd, ook wel blessuretijd genoemd, van enkele minuten), daartussen is er een rustpauze van 15 minuten. Is er na negentig minuten nog altijd sprake van een gelijke stand en is een winnaar echt nodig ( zoals bij een finale), dan zal er nog een verlenging van twee keer vijftien minuten worden gespeeld. Is er na de verlenging nog altijd geen winnaar, dan worden er penalty's genomen. De penalty word genomen vanaf 11 meter. Beide partijen nemen om de beurt een penalty. Het team dat na vijf penalty's de meeste heeft gescoord is de winnaar. Mocht er een gelijke stand staan na vijf penalty's, dan worden er om en om penalty's genomen totdat het ene team mist en het andere raakt.
Het spel
Je moet proberen de bal in het doel van de tegenstander te schieten. Het spel wordt gespeeld door twee teams van elf spelers (inclusief de doelman) en staat onder leiding van een scheidsrechter die door twee assistent-scheidsrechters of grensrechters wordt geassisteerd. Deze staat aan de zijkant van het veld. Bij wedstrijden in de hoogste rang van het betaalde voetbal en buitenlandse wedstrijden is er ook nog een vierde official aanwezig. Deze geeft de extra tijd aan en als er een wissel is geeft hij dat door aan de scheidsrechter zodat als er een inworp of doeltrap is dat er even gewacht moet worden zodat er rustig gewisseld kan worden.
Buitenspelregel.
Hier zie je zo’n geval. Het witte puntje is de bal. Het mannetje wat bij het pijltje staat, staat nu buitenspel. Deze regel is er vooral voor om niet op te kunnen wachten bij het doel van de tegenstander.
De buitenspelregel is een van de regels waar veel discussie over is. Je staat buitenspel als je tussen de doelman en de spelers staat. Als er dan naar je gepasst word sta je buitenspel. Als er niet naar je gepasst is er niets aan de hand. Het is de moeilijkste regel van alles vind ik tenminste. Als je hem snapt is hij eigenlijk heel makkelijk.
Hands.
Als een speler de bal met de arm of hand raakt is het een handsbal. Dat betekend dat het andere team een vrije trap. Al je de bal expres met je arm raakt kan je een gele of rode kaart krijgen. Als een speler naar de doelman passt met de knie of de voet en de doelman pakt de bal is het een terugspeelbal. Dan kent de scheidsrechter een indirecte vrije trap toe aan de tegenstander. Dat is een vrije trap die in 2en moet.
Aanraking van een dood element
Wanneer de bal door een dood element (bijvoorbeeld de hoekvlag of de scheidsrechter) wordt geraakt, moet er doorgespeeld worden, ook al zou daardoor een van de partij bevoordeeld of benadeeld worden. Als de bal via de scheidsrechter, die zich binnen het speelveld bevindt, over de zijlijn gaat, krijgt de partij die daaraan voorafgaande de bal het laatste speelde, een inworp tegen.
Opstelling.
Er zijn verschillende standaardopstellingen. Er is niet één standaardmanier om zo een tactiek te gebruiken. Elke tactiek kan aanvallende en verdedigende manier worden uitgevoerd. Een veelgebruikt systeem is het 4-4-2-systeem. In dit systeem speelt men met een doelman, en daarvoor vier verdedigers, vier middenvelders en twee aanvallers, oftewel spitsen. Eén voetballer is de aanvoerder van het team.
Voor de twee centrale verdedigers zijn er twee varianten: de één is met een voorstopper voor een laatste man, de ander met vier verdedigers op een lijn. Elk van de middenvelders kan aanvallend of verdedigend ingesteld zijn. voor het middenveld echter zijn er twee varianten: de ruit, waarbij men speelt met een aanvallende middenvelder voor een verdedigende, en alle spelers op één lijn. In de aanval kan men spelen met twee spitsen naast of achter (diepe spits en schaduwspits) elkaar.
In Nederland wordt veel met het 4-3-3-systeem gespeeld. Daar zijn voor de verdediging dezelfde varianten mogelijk als voor 4-4-2. In de aanval is vooral de positie van vleugelaanvallers van belang. Deze kunnen bij wijze van spreken aan de zijlijn staan (met het kalk op de schoenen) maar ook veel meer naar het midden. Hiervan is sprake bij het kerstboomsysteem (4-3-2-1), dan opereren beide vleugelspitsen als een soort aanvallende middenvelders, hierdoor zal het bij balbezit van de tegenstander 4-5-1 spelen en bij eigen balbezit 4-3-3.
Deze opstelling is gebruikelijk bij de Nederlandse traditionele top drie, in het bijzonder bij Ajax, maar ook steeds vaker bij andere aanvallend ingestelde Nederlandse voetbalploegen. Dit systeem wordt ook steeds meer gebruikt door andere Europese topploegen.
Behalve 4-4-2 en 4-3-3 worden ook 4-5-1 en 5-4-1 gebruikt. Meestal worden deze systemen gebruikt door verdedigend ingestelde ploegen.
Ook 5-3-2 wordt regelmatig gebruikt (door bijvoorbeeld Italië), daarnaast wordt 3-4-3 ook vrij veel gespeeld.
Nawoord.

Ook al ben ik er laat mee begonnen ging het heel snel. Misschien komt dat ook omdat ik zelf veel over voetbal weet. Hopelijk was het een goed werkstuk en heb je er veel over geleerd. Het ging best snel maar ik zeg zelf dat ik er eerder mee had moeten beginnen. Ik ben namelijk begonnen op 8-06-09 en het moest klaar zijn op 12-06-09. Wat ik in ieder geval heb geleerd is dat je op tijd aan een spreekbeurt/werkstuk begint. Hopelijk is dit een goede tip voor iedereen. Ook al is het buiten mooi weer, ga dan gewoon een kwartiertje tot halfuurtje. Als je er te weinig tijd aan besteed dan heb je net zo’n werkstuk als die van mijn. Hieronder de bronnenverwerking.
Bronnenverwerking.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Voetbal
http://www.google.nl/
http://www.scholieren.com/werkstukken/10786
http://proto2.thinkquest.nl/~jrd048/geschiedenisvoetbal.htm

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.