Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Surfen

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 1950 woorden
  • 3 juni 2004
  • 109 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 109 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
LO
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Oorsprong.

Waar surfen zijn oorsprong vindt, blijft tot op de dag van vandaag een mysterie. Er zijn genoeg bewijzen date het rijden van ‘surfboards’ voor de komst van de Europeanen een wijdverspreide bezigheid was in de gele South Pacific. Surfen zoals wij het nu kennen, zal echter altijd verbonden blijven met het oude Hawaï. Voor de komst van de Europeanen werd Hawaï geregeerd door het zogenaamde Kapu systeem. Kapu of taboe reguleerde het complete leven. Het bepaalde hoe je moest leven, wat je moest eten en hoe je dat moest verbouwen. Ook het vervaardigen van surfboards en het berijden van golven werd bepaald door Kapu. De selectie van de juiste boom, het omhakken en de uiteindelijke vormgeving van het board ging gepaard met veel rituelen en heilig vertoon. De chiefs bereden de golven op zogenaamde olo’s lange, omvangrijke planken gemaakt van zeldzame wiliwili bomen. Het gewone volk moest het doen met boards gemaakt van Koa bomen.

De komst van de Europeanen betekende echter bijna het einde van het surfen. Met harde hand werden normen en waarden van de nieuwkomers opgedrongen aan de locale bevolking. Het Kapu systeem verloor zijn invloed en de bevolking werd gedwongen een andere taal te spreken. Een eeuwenoude cultuur werd zo de nek omgedraaid. Surfen, de ‘Sport of Kings’ dreigde verloren te gaan.


Wedergeboorte.

Aan het begin van de twintigste eeuw, Hawaï was inmiddels Amerikaans grondgebied, was er weinig over van de lokale cultuur. De bevolking was grotendeels Christelijk en surfen werd nog slechts gedaan door een handjevol mensen. Zij hielden de traditie in ere en kwamen onder andere op de stranden van Waikiki. Hawaï was inmiddels een populaire vakantiebestemming geworden. Eén van de toeristen was de schrijver Jack London. In 1907 beschreef hij in een artikel het fenomeen surfen en zorgde zo voor hernieuwde interesse in een eeuwenoude traditie.

De surfer die het meest bekend werd voor de wedergeboorte van de sport was Duke Kahanamoku. Duke was niet alleen een buitengewone surfer hij was vooral een zwemmer van wereldklasse. In 1912 won hij Olympisch goud voor Amerika. Tijdens de wereldwijde promotietournee die hier op volgde, gaf hij overal waar hij kwam surfdemonstraties. Zodoende ontwikkelde Duke zich tot een ware ambassadeur van de surfsport.

Surfen was in die tijd qua performance en design nog maar weinig verwijderd van het surfen uit de tijd van eerste Europeanen. Koa was nog altijd de gebruikte houtsoort voor het vervaardigen van boards en dit resulteerde zware, moeilijk te hanteren boards. Met het gebruik van balsa hout werden de boards al een stuk lichter. Desondanks was het berijden van de golven, gezien de toen gangbare boards vooral nog een kwestie van ‘straight to the beach’. Als je wilde manoeuvreren, moest je je achterste voet gebruiken als en als een peddel buitenboord laten hangen. In 1924 kwam een jonge Tom Blake naar Hawaï. Hij had Duke zien surfen tijdens zijn surfdemonstraties en was direct verkocht. Tom Blake was niet alleen enthousiast over het surfen, ook op gebied van design had hij de nodige ideeën. Om zijn boards wendbaarder en sneller te maken experimenteerde Blake met holle boards. Het holle board bleek een succes en Blake werd de eerste leverancier van productie boards. Door het verschijnen van productie boards, werd de sport ineens een stuk toegankelijker. Blake zou ook verantwoordelijk zijn voor een andere cruciale uitvinding bet betrekking tot surfboarddessign. In 1935, ha het zien van powerboat races beseft Blake dat het noodzaak was iets van een vin onder zijn board te monteren. De vin had in eerste instantie meer weg van een verdeelde kiel, maar het idee was geboren en zou nooit meer weg te denken zijn uit de disignwereld. Met de komst van de vin werden boards beter bestuurbaar. De stijl van rijden veranderde hierdoor enorm. Het was nu mogelijk het board van en naar het kritische gedeelte van de golf te manoeuvreren. Zo werd het niet alleen mogelijk om langere ritten te maken, het opende ook de deur naar andere surfsports. Het holle board was overigens geen blijvertje, ze bleken te zwak.

Nieuwe technieken.

Op het moment dat de tweede wereldoorlog uitbrak, zat surfen behoorlijk in de lift. De oorlog zorgde voor een hoop technische ontwikkelingen. Vooral de snelle ontwikkeling op het gebied van de luchtvaart zouden surfboarddisign naar een hoger niveau tillen. Polyester, dat gebruikt werd om snelle en lichtere vliegtuigen te ontwikkelen, zou van grote invloed blijken in de surfsport. In 1946 begon Bob Simons met de combinatie, polyester en balsa hout. Hij lamineerde de houten kernen met polyester in combinatie met glasvezelmatten, dit zorgde voor een spectaculaire gewichtsvermindering.

In de jaren ’50 experimenteerden Hobie Alter en Gordon Clark met de eerste schuimkernen. Het tot dan toe gangbare balsa hout was niet in grote mate voorhanden en was bovendien behoorlijk duur. De weg naar een succesvolle schuimkern was lang en bleek een proces van ‘tail en error’. In de eerste instantie waren de schuimkernen te zwak, maar na verloop van tijd kwamen ze tot een schuimsoort dat onder de naam ‘Clarkfoam’ tot op de dag van vandaag de meest gebruikte kern is bij de bouw van een surfboard.


Revolutie.

Eind jaren ’60 begon John Severson het eerste echte surfmagazine onder de treffende naam ‘Surfer’. Snel kwamen er over de gehele wereld surfpublicaties maar ook specifieke surffilms op de markt. Juist door de combinatie van internationale wedstrijden en surfmedia vond er een constante kruisbestuiving plaats tussen de surfers en boarddesigner over de gehele wereld. De sport begon zich in rap tempo te ontwikkelen tot het surfen zoals we dat nu kennen. Tot die tijd was surfen vooral een kwestie van noseriden en het bedwingen van grote golven. De komst van de schuimkern maakte de boards lichter, sneller en wendbaarder en zorgde zo voor de geboorte van het hot dog surfen.

Eind jaren zestig was de revolutie compleet. De tot dan toe gebruikelijke lange boards, rond de negen à tien voet, werden afgezaagd tot kortere radicalere boards. Deze ontwikkeling was, zoals de meeste ontwikkelingen, niet precies aan één iemand toe te schrijven. Over de gehele wereld, leek de ontwikkeling van de ene op de andere dag plaats te vinden. In Hawaï werkte shaper Dick Brewer samen met legendarische surfers Gerry Lopez en Jeff Hakman aan de ontwikkeling van de ‘mini gun’. Dit was een kortere versie van de tot dan toe gebruikte boards. Slanke boards met een smalle achterkant, ideaal voor de holle snelle en krachtige golven van Hawaï. In Australië werkten op dat moment de Amerikaan George Greenough en Australiër Bob McTavish aan hun versie van het shortboard. In tegenstelling tot de Hawaïaanse versie waren hun nieuwe boards kort en breed. Deze boards waren makkelijk manoeuvreerbaar en zorgden voor een ongekende bewegingsvrijheid op de golven. Beide ontwikkelingen zorgden voor een nieuwe stijl van surfen. Het rijden van een tube en top to bottom surfen in het meest kritische gedeelte van de golf werden de norm. Onder invloed van iconen als wereldkampioen Nat Young, soulsurfer Wayne Lynch en de teamrijders van Dick Brewer werd deze nieuwe stijl de trend. Binnen een jaar reed iedereen op een shortboard.

Vinnen

Op dat moment surfde iedereen overigens nog op single fins, maar ook hier zou snel verandering in komen. Boards met meerdere vinnen zagen het daglicht en in kleine achteraf werkplaatsen werd er druk geëxperimenteerd. Met name de gebroeders Campbell uit Oxnard, California drukten hun stempel op de ontwikkelingen met hun ‘Bonzer’ disign. De Bonzer, een ontwerp met drie vinnen en een concaaf bodem macht dan geen blijven succes zijn, het gaf wel een kijkje in de toekomst.

Halverwege de jaren ’70 was met name Ben Aipa in Hawaï verantwoordelijk voor de twinfin. Toch was het pas eind jaren ’70 dat de Australische surfer en shaper Mark Richards de twinfin tot een doorslaggevend succes maakte. Tussen 1979 en 1983 werd Mark Richards viermaal achtereen wereldkampioen op zijn twinfin board. Ondanks het succes van Mark Richards bleven de meningen verdeeld. Eén vin of toch liever twee. In 1981 kwam er radicaal een einde aan deze discussie. De Australiër Simon Anderson verscheen aan de start van de Bells Beach contest met de eerste ‘thruster’, een set-up van drie vinnen, en overdonderde de concurrentie. Dit ontwerp gaf de surfer zoveel grip op de golf dat het mogelijk werd steeds radicaler gesneden bochten te maken en om de lip steeds harder te raken, of zelfs te verlaten…



Onder invloed van ollie’s en airs zoals die gemaakt werden in pools en skateparken zochten ook surfers steeds meer het luchtruim. Airs in surfen kwamen pas echt van de grond in de jaren ’80. Uiteraard zijn er een legio verhalen over wie en waar de eerste airs gemaakt werden, maar in de jaren ’80 veroverde deze stijl van surfen mede onder invloed van de thruster revolutie pas echt de mainstream. Iedereen bleek het ook met elkaar eens over het vinontwerp, want binnen een aantal maanden na de Bells contest reed iedereen erop. De thruster is ook nu nog, ondanks de vele retro experimenten, de meest gebruikte vinnen set-up.

New school

Begin jaren ’90 lag de focus in design met name op rail, rocker en volumeverdeling. De ‘new school’ generatie onder leiding van absolute surfgod Kelly Slater, combineerde het oude met het nieuwe. Old school carves en moderne skate georiënteerde moves zorgden voor een geheel nieuwe en explosieve manier van surfen. De boards waar deze new school generatie op reed waren smal, dun en met een bijna banaanachtige rockerlijn. In de slipstream van deze ontwikkelingen werd ook het gemiddelde consumenten surfboard smaller, dunner en daardoor praktisch onsurfbaar. Het performance niveau van de pro’s steeg tot ongekende hoogtes, maar voor de gemiddelde surfer werkten deze boards niet. Spoedig werden de boards weer breder en dikker met de focus op het peddelgemak. Het besef dat surfplezier begint met de mogelijkheid golven te pakken, zorgde voor een retro trend. Oude beproefde modellen als de fish en funboards kregen een tweede kans. De eerste generatie shortboard surfers begon inmiddels de middelbare leeftijd te bereiken en deze surfers zorgden voor hernieuwde interesse in longboards. De jaren ’90 stonden zo bezien in het teken van extremen, van ultra dunnen en radicale boards van Slater en co. Tot de retro designs en de longboards. Het maakte niet langer uit wat je reed als het maar voor je werkte en niet tegen je.

In de jaren ’90 was er nog een ontwikkeling die de surfsport voor altijd zou veranderen, tow-in surfen beleefde definitief zijn doorbraak. Met behulp van een jet ski werden surfers in grote golven gesleept die tot dan toe onsurfbaar geacht werden. Deze vorm van surfen is uiteraard alleen weggelegd voor een handjevol top surfers die over de kwaliteiten en middelen beschikken om de monster golven te lijf te gaan. Tow-in surfen is in feite een op zich zelf staand gebeuren met aparte design vereisten en ontwikkelingen. Het voornaamste voordeel van tow-in surfen is de mogelijkheid die het biedt om enorm grote golven te berijden op korte, wenbare boards. Deze boards zijn echter totaal anders dan de gangbare shortboards. Ze zijn smal, verzwaard en uitgerust met voetbanden die ervoor moeten zorgen dat de surfer er niet af vliegt.

Toekomst

Momenteel staan we weer op de drempel van een nieuw tijdperk. Het vertrouwde concept van Clarkfoam en polyester is niet langer heilig. De epoxy sandwich boards die zijn intrede hebben gedaan, moeten de vierde generatie surfboards worden. Na massief houten-, hout met polyester- en schuim en polyesterboards moet deze techniek de toekomst zijn. De tot nu toe behaalde resultaten zorgen voor lichtere en stijvere boards die meer drijfvermogen hebben dan de traditionele boards. De tijd zal uitwijzen of dit fenomeen daadwerkelijk de toekomst is, maar één ding is zeker de zoektocht naar het perfecte board zal onder leiding van top surfers en shapers altijd doorgaan.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.