ADVERTENTIE
Red het frikandelbroodje Wist je dat heel veel van jouw lievelingsproducten zomaar kunnen verdwijnen als de bij zou uitsterven? Denk bijvoorbeeld aan je glaasje melk in de ochtend, maar ook je frikandelbroodje in de pauze en je banaan bij het leren. Hoe komt dit en belangrijker, hoe voorkomen we dit? Dat weten ze bij de opleiding Diermanagement. Meer weten over deze en andere studies van Van Hall Larenstein?

Check alle video's!
Sportgeschiedenis


Geschiedenis van het schaatsen in Nederland

Drs. M.Koolhaas, redacteur van het programma O.V.T. van de VPRO gaf de afgelopen winter een interessant college over de geschiedenis van het schaatsen in Nederland. Zijn stelling is: “Schaatsen is de enige ware volkscultuur in Nederland.”
Eerst ging Koolhaas in op het begrip volkscultuur. Iets is volkscultuur als het ineens heel belangrijk wordt en moeilijk uit te leggen is voor buitenlanders. Ook is iets volkscultuur als het breed gedragen wordt en zich niets aantrekt van hiërarchie of regioverschillen. Schaatsen is een volks vermaak dat in alle provincies leeft en zich nergens iets van aantrekt. Andere zaken die wellicht onder volkscultuur geplaatst kunnen worden zijn het cabaret en koninginnedag.

Het oerschaatsen tot aan de 16de eeuw
Schaatsen is afgeleid van de sneeuwschoen welke oorspronkelijk uit Noorwegen komt. In het begin gebruikte men lange smalle stroken hout met rendierhuid om op te schaatsen (dit leek meer op ski's), eigenlijk waren deze "schaatsen" beter geschikt voor sneeuw dan ijs. Voor het ijs gebruikte men op een gegeven moment rendierbeenderen en hier scheidden de wegen van de ski en de schaats.

In het begin werden bij het schaatsen ook nog twee stokken gebruikt om zich mee af te zetten (net zoals de skistokken bij het langlaufen). Opvolger van de beenderschaats was de houten schaats (houtjes), eigenlijk was alleen het bovenstuk van hout, de onderkant was van ijzer. Dit was trouwens een Nederlandse vinding (zoals wel vaker in de vernieuwing van de schaatssport).
De schaatspret werd nu ook volkspret in de middeleeuwen en het kan ook wel een moderne sport genoemd worden in deze tijd. (Over het algemeen plaatst men het begin van de moderne sporten in Engeland aan het einde van de 18de eeuw en Nederland in de 2de helft van de 19de eeuw). Een schildknaap van Philips de Goede hield in 1466 een dagboek bij en beschreef daar een schaatswedstrijd in en dit is dan ook meteen het oudste verslag van een schaatswedstrijd, wat de schildknaap de allereerste sportverslaggever maakt. De schaatscultuur was aan het einde van de middeleeuwen helemaal ingeburgerd, iedereen schaatste, het was geen elitair gebeuren.

De 80-jarige oorlog en de Gouden Eeuw
De Spanjaarden waren gewend om tijdens de winter steden te belegeren omdat zij dan door de koude en het ijs makkelijker de steden konden binnenvallen. Zij hadden echter niet gerekend op de schaatskunsten van de Nederlanders die op deze wijze hun bevoorrading voort konden zetten. De Spanjaarden waren heel erg onder indruk van dit. Alva gaf op een gegeven moment zelfs de opdracht om de Spaanse soldaten ook van schaatsen te voorzien, maar dit was niet zo'n groot succes.

Schaatsen brak nu ook door in de 16de en 17de eeuwse kunst. Schilders zoals Rembrandt schilderden schaatsers in een natuurlijke houding. En er zijn ook veel schilderijen en tekeningen bewaard gebleven uit die tijd waar het winterlandschap en het schaatsen op afgebeeld werden. Dichters schreven ook over het schaatsen, dichters zoals Vondel, Hooft en vooral Bredero.

18de eeuw - 19de eeuw
In de 18de eeuw kan met het begin van de Elfstedentocht vinden. Deze werd toen echter heel anders gereden zoals nu (de moderne Elfstedentocht hebben wij te danken aan Pim Mulier). De schaats bleef tot ver in de 19de eeuw het snelste vervoermiddel in Nederland.

Er werden vele wedstrijden gereden en deze werden vaak georganiseerd door kasteleins die een taveerne of herberg langs het water hadden. Zij kregen op wedstrijddagen een heleboel gasten en klanten en de zaken vaarden er zo wel bij.
Wat opviel was dat vrouwen en mannen op het ijs eigenlijk gelijk waren dit in tegenstelling tot de verhoudingen in de wereld. Vrouwenwedstrijden waren aan het begin van de 19de eeuw erg populair in Groningen en Friesland, hier kwamen veel deelnemers en vooral ook toeschouwers op af. In 1809 kwamen er protesten over de kleding van de vrouwen, die zou te veel laten zien en dit zou onbeheersbare driften van stedelingen kunnen veroorzaken, op het platteland waren ze immers wel wat gewend. Het bleek trouwens dat ze in Friesland sowieso wel veel nuchterder en minder calvinistisch waren dan in Holland want toen Aletta Jacobs in Amsterdam wilde schaatsen werd ze door veel mensen raar aangekeken, maar er gingen daarna wel meer vrouwen in Holland schaatsen.

In de 19de eeuw was het ook heel normaal dat er "voor spek en bonen" gereden werd. Dit moet heel letterlijk genomen worden. Arme mensen reden voor levensmiddelen, brandstoffen of kledingstukken een wedstrijd. Deze wedstrijden zorgden voor veel vermaak onder de toeschouwers. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een deelnemerslijst van zo'n wedstrijd in Leeuwarden op 21 januari 1893 zijn er veel bejaarden en mensen met meer dan 10 kinderen die mee doen. Later ging men ook beschaafdere wedstrijden rijden, waar jongeren voor armen en bejaarden reden (een soort sponsorwedstrijd). Met de wedstrijden was ook veel prijzengeld te verdienen en vaak werden vooraf ook al afspraken gemaakt tussen de schaatsers wie er die dag zou winnen. Dan werd de opbrengst gedeeld.

Met de opkomst van de moderne sport aan het einde van de 19de eeuw verschenen ook de zogenaamde eliteclubs die zich afwendden van het volkse karakter van de schaatssport. In 1882 werd de Koninklijke Nederlandse Schaats Bond opgericht en tien jaar later werd de Internationale Schaatsunie (op initiatief van Pim Mulier) opgericht.

De tegenstelling tussen de eliteclubs en de lokale clubs bleef lang bestaan. Er zijn nu nog steeds lokale clubs die niet aangesloten zijn bij de bond. Een van de grootste drempels om aansluiting te zoeken bij de bond is het opgeven van de grote prijzengelden.


Cultuur

De schaats is misschien een groter cultuuraspect dan de fiets in Nederland. "Op het ijs is alles gemeen, wie geen meid heeft kiest er een". Alle klassen vallen weg op het ijs, zelfs op plaatsen waar op zondags het zwembad dicht is, is de schaatsbaan vaak wel open.

De strijd tegen water, de voorwaarde voor het bestaan van Nederland, het water de eeuwige vijand van Nederland maar als het water veranderd is in ijs is het minder gevaarlijk. Met het schaatsen viert Nederland een tijdelijke overwinning op het water.

Er is zelfs een echt schaatsmuseum in ons land, het Eerste Friese Schaatsmuseum, Kleine Weide 13 te 8713 KZ Hindeloopen.


Het tegenwoordige schaatsen

Hoe is het de laatste jaren met het schaatsen gesteld. In de jaren 1960 en -70, toen televisie algemeen werd in Nederland, keken honderdduizenden mensen naar de verrichtingen van de Nederlandse kernploeg. Bekende namen waren “Ard” Schenk en “Keessie” Verkerk. Er werden Nederlandse-, Europese- en Wereldkampioenschappen verreden op openluchtbanen van 400 meter, waarbij soms de sneeuw en harde wind de deelnemers om de oren joeg. Toch werden er voor die tijd fantastische resultaten geboekt. Records sneuvelden en de schaatsers van die tijd presteerden geweldig.

Toch viel er veel te verbeteren; aan omstandigheden, kleding, materiaal en de wijze van trainen.
Ook de schaatssport is zich steeds meer gaan specialiseren. Waren er vroeger alleen korte baan en langebaanwedstrijden, tegenwoordig is heb je onder andere:
·korte baan (ook wel genoemd super sprint)
·lange baan
·marathon
·shorttrack
·lange afstand schaatsen
·schoonrijden
·kunstrijden
·skeeleren en skating
·ijshockey

Om dit alles te kunnen beoefenen zul je je echter eerst de kunst van het schaatsen, oftewel het balanceren op de ijzers, eigen moeten maken.


Leren schaatsen

De meeste Nederlanders kunnen schaatsen. Omdat het van vroeger uit een volkssport was en bijna altijd gratis te beoefenen, was het heel normaal dat, als je een jaar of 4 was, je leerde schaatsen. Meestal gebeurde dat op een bevroren sloot of plas, je vader bond je een paar houtjes onder en je leerde voor het eerst je evenwicht te houden op het gladde ijs. Een oude stoel was meestal een uitkomst, omdat je die voor je uit kon duwen over het ijs. Zo leerde je je eerste schaatsslagen en al gauw kon je dan een baantje trekken. Tegenwoordig gaan veel kinderen op kunstijsbanen op schaatsles. Niemand heeft meer houtjes, maar vaak worden al meteen een vorm van noren gekocht of gehuurd. Toch blijft schaatsen ook onder de jeugd een populaire sport. Veel steden en dorpen hebben ijsbanen en erg actieve ijsverenigingen. Op veel plaatsen zijn de schaatsverenigingen gecombineerd met skeeler- of skateclubs.

KNSB: De Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond

Nederland schaatsland. Er zijn plaatjes uit de veertiende eeuw van schaatsende mensen in ons land. Pas in 1805 waren er de eerste schaatswedstrijden.

De hardrijderijen, zoals dat vroeger heette, raakten steeds meer ingeburgerd en ook zagen in het hele land landijsverenigingen het licht. De rest ging vanzelf. Op 17 september 1885 richtten tien ijsverenigingen een landelijke bond op in Amsterdam: de Nederlandse Schaatsenrijders Bond, oftewel de KNSB. Het begin van een mooie en bijzonder interessante schaatsgeschiedenis.

De bond bracht schaats(st)ers voort van wereldklasse in verschillende disciplines. De bekendse tak is de langebaan: sprint en allround. Enkele namen: Kees Verkerk, Ard Schenk, Hilbert van der Duim, Hein Vergeer, Leo Visser,Yvonne van Gennip, Falco Zandstra, Rintje Ritsma, Annemarie Thomas en ga zo maar door. Daarnaast groeit de populariteit van marathonschaatsen, mede onder invloed van de Elfstedentocht.


Soorten schaatswedstrijden

Korte baan of super sprint
In geen andere schaatstak zijn volksleven, folklore en sport zo
verweven als in de kortebaan. Maar ook geen andere tak van de
schaatssport heeft jarenlang zo in de verdrukking gezeten als
juist de kortebaan. Immers, als ‘Koning Winter’ ons land links
laat liggen, komen slechts twee kunstijsbanen in aanmerking om
een Nederlands kampioenschap en andere kortebaanwedstrijden
te organiseren: Haarlem en Heerenveen. Alleen deze twee
ijsbanen beschikken over een zogenaamde ‘poot’, waardoor
het rechte eind van de 400 meter-baan voor wedstrijden
‘verlengd’ kan worden.

De kortebaan wordt op een rechte baan betwist, met telkens twee
rijders of rijdsters naast elkaar in de baan. De afstand die
schaats(st)ers afleggen bedraagt voor de dames 140 en voor de
heren 160 meter.

Wat is Kortebaan/Supersprintschaatsen?

Er zijn drie soorten wedstrijden mogelijk:

I. VOLGENS HET AFVALSYSTEEM

De winnaar van twee ritten gaat over naar de volgende ronde. De
tweede rit is in tegenovergestelde richting. De eerst getrokkenen
bij de loting starten in de rechtse baan, ook in de tweede rit.
Heeft elk een rit gewonnen, dan volgt een derde en wordt er geloot
om de baan. Is het aantal deelnemers oneven, dan gaat de laatst
getrokkene automatisch over naar de volgende ronde en rijdt dan
tegen de winnaar van het eerste paar uit de eerste ronde;

II.TIJDWEDSTRIJDEN

Een van te voren afgesproken aantal deelnemers, met de laagste
tijden over twee ritten, gaat over naar de volgende ronde. Dit
gaat zo door tot er nog vier rijdsters/rijders over zijn. Deze
vier rijden een halve competitie. Winnaar is degene die alle ritten
wint of die over alle ritten de laagste totaaltijd maakt;

III.COMBINATIE VAN A EN B

Hierbij wordt eerst gereden op tijd. Een van te voren vastgesteld
aantal rijders rijdt naderhand volgens het afvalsysteem.

Lange baan wedstrijden
Deze wedstrijden worden vrijwel altijd verreden op een ovale baan met een lengte van 400 meter. Vroeger uitsluitend buitenbanen, tegenwoordig ook veel (semi-)overdekte banen. Deze wedstrijden worden altijd linksom gereden. Bij iedere ronden wisselen de deelnemers, die paarsgewijze starten van baan, zodat niet de één een grotere afstand aflegt dan de ander. Gestart wordt er aan het begin van een lange rechte zijde en de finish is altijd op 2/3 van deze zelfde rechte zijde. Er wordt gereden op tijd. De standaardafstanden bij nationale en internationale wedstrijden zijn:
voor heren: 500, 1500, 5000 en 10000 meter, en
voor dames: 500, 1500, 3000 en 5000 meter.
In sommige wedstrijden zijn deze afstanden gewijzigd, bijvoorbeeld bij de meer gespecialiseerde sprintkampioenschappen.

Tijdens het schaatsseizoen wordt een vrij vol wedstrijdprogramma afgewerkt. De nationale-, Europese- en wereldkampioenschappen, maar ook internationale wedstrijden en eens in de vier jaar de Olympische kampioenschappen. De Nederlandse schaatsers zijn naast Noorse en Japanse toonaangevend in de wedstrijdsport. Wel kun je aan de ranglijsten zien, dat schaatsers die als all-rounder goed presteren, vaak in specialistische onderdelen als sprint, niet de besten zijn. Rintje Ritsma bijvoorbeeld, is aanvoerder van de wereldranglijst all-round, maar staat op de 21e plaats op de sprinters ranglijst.
De wereldranglijsten zijn als bijlage bijgevoegd.

Worldcup
Worldcup wedstrijden worden gedurende het hele schaatsseizoen verreden. Er zijn verschillende categorieën:
· 500 m. (dames en heren)
· 1000 m. (dames en heren)
· 1500 m. (dames en heren)
· 3000/5000 (alleen dames)
· 5000/10000 (alleen heren)
Aan het einde van het seizoen zal er per categorie een einduitslag zijn. Deze uitslag is gebaseerd op het aantal punten dat een schaatser heeft behaald.
Hoe werkt de puntentelling?
De puntentelling is afhankelijk van de categorie:
-500 meter
Tijdens één Worldcup wedstrijd wordt 2 keer de 500 meter afstand verreden. Voor elk verreden afstand zijn maximaal 60 punten te verdienen. De winnaar krijgt 60 punten, de volgenden in de rangschikking krijgen resp. 50, 45, 40,36, 32, 28, 25, 22,20,18, 16, 14,13,12,11,10,9,8,7,6,5,4,3,2,1 punten.
-1500 meter
Deze wedstrijd wordt in één weekend 1 keer verreden. Ook hier zijn maximaal 60 punten te verdienen, de volgenden krijgen resp. 50, 45, 40,36, 32, 28, 25, 22,20,18, 16, 14,10,8,6,4,2 punten.
-3000/5000 meter dames
Idem als 1500 meter, voor het klassement worden beide afstanden samengevoegd
-5000/10000 meter heren
Idem als 1500 meter, voor het klassement worden beide afstanden samengevoegd

Schaatsploegen
Tegenwoordig neemt men niet meer als individu deel aan de belangrijke wedstrijden, maar schaatsers maken deel uit van een schaatsploeg. Nederland kent verschillende schaatsploegen. De ploegensamenstellingen en de sponsoren zie je hieronder. De beide door verzekeringsmaatschappij Aegon gesponsorde ploegen zijn de officiële Nederlandse kernploegen. Al deze ploegen worden ondersteund door hun sponsor, zodat er geld beschikbaar is voor trainingsmogelijkheden en reizen, schaatsmateriaal, goede trainers en verzorgers.

Wanneer je tot een dergelijke gesponsorde schaatsploeg behoort, kan dat natuurlijk verplichtingen scheppen tegenover de sponsor. we hebben bijvoorbeeld Rintje Ritsma en Marianne Timmer kunnen zien in reclamespotjes van hun sponsor Sanex.

Er wordt tegenwoordig op een wijze getraind die wetenschappelijk wordt begeleid. Men zoekt precies uit wat de meest efficiënte schaatsslag is en hoe de schaatsers de meeste effect verkrijgen tegen de minste energieafgifte. De afdeling Menskunde van TNO is Bilthoven vervult hierin een belangrijke rol.

Schoonrijden
Schoonrijden is een vorm van schaatsen die nog sporadisch wordt beoefend. De schaatsers zijn meestal gekleed in oude kostuums en dragen nog ouderwetse schaatsen, zoals Friese doorlopers of Zeeuwse krulschaatsen. Het schoonrijden wordt beoefend op natuurijsbanen die meestal in dorpen liggen. Het is een vorm van nostalgisch schaatsen, waarbij paren worden gevormd die zwierige patronen rijden op de schaatsbaan. Het is een vorm van ijsdansen.
Sommige afdelingen van de K.N.S.B. hebben een actieve schoonrijders vereniging. In Alkmaar bijvoorbeeld, worden regelmatig trainingen en wedstrijden gehouden.

“Ook dit seizoen worden er onder auspiciën van de Landelijke Vereniging Schoonrijden / Afdeling Noord-Holland weer trainingen en wedstrijden georganiseerd. Op de Alkmaarse kunstijsbanen is er elke zaterdagavond een mogelijkheid om het schoonrijden te beoefenen. Dit onder deskundige begeleiding van enthousiaste trainers en trainsters.

Heeft u belangstelling voor deze unieke oud Hollandse tak van onze schaatssport dan bestaat de mogelijkheid om eenmaal gratis mee te trainen / schaatsen. U kunt contact opnemen met een van de onderstaande contactpersonen, voor verder informatie over deze introductie "les".

Kunstrijden
Kunstrijden is een vorm van schaatsen dat misschien is afgeleid van het schoonrijden. Het wordt meestal op kunstijsbanen beoefend en men rijdt individueel of als paar voor een jury, die punten geeft. Beroemde Nederlandse kunstrijdsters waren Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel. Beiden reden mee in de wereldtop. Er zijn internationale wedstrijden in kunstrijden en het is een onderdeel van de Olympische winterspelen.

Shorttrack
Het tegengestelde van marathonschaatsen is de shorttrack. Dit is een schaatswedstrijd op een kleine vierkante baan, waarbij de deelnemers in viertallen starten. Van elke manche mogen de snelste twee verder naar de volgende manches. Uiteindelijk wint natuurlijk de snelste. Er wordt dus altijd gereden volgens het afvalsysteem. Shorttrack is apart om te zien, omdat de schaatsers in de bochten vaak met een hand aan het ijs komen om evenwicht te houden. Ze gaan erg hard en kort door de bocht.

IJshockey
Tenslotte is er nog een sport dat op schaatsen wordt gedaan, dat is ijshockey.

Speelveld
IJshockey wordt gespeeld op een ijsoppervlak van ongeveer 60 bij 30 meter . Het speelveld, dat afgeronde hoeken kent, wordt omgeven door een 'boarding' van 1.22 meter hoogte.
Naast het speelveld bevinden zich aan één lange zijde 2 spelersbanken en aan de zijde daar tegenover 2 strafbanken, die gescheiden worden door een ruimte voor wedstrijdofficials. Alle 4 de banken zijn voorzien van deurtjes, die van het ijs afdraaien.
Op 4 meter afstand van de korte zijden bevinden zich de doellijnen, met in het midden daarvan de goal. Het ijsoppervlak tussen de doellijnen wordt in drie gelijke stukken verdeeld door 2 dertig cm brede blauwe lijnen. Vervolgens wordt het speelveld ook nog door een dertig cm brede rode lijn in 2 helften verdeeld.
Het vak gevormd door een korte zijde van de boarding en een blauwe lijn heet het verdediginsvak van het team, dat het in dat vak bevindende doel verdedigd. Voor de tegenstander is dit het aanvalsvak. Het gebied tussen de twee blauwe lijnen wordt als het neutrale vak bestempeld.

Teams
Een ijshockeyteam bestaat uit maximaal 20 spelers en 2 doelverdedigers. Zes spelers, die gedurende de gehele wedstrijd ongelimiteerd gewisseld mogen worden, bevinden zich op het ijs. Dit zijn: een doelverdediger, een linker verdediger (left defense), een rechterverdediger (right defense), een rechter vleugelspeler (right winger), een linker vleugelspeler (left winger) en een midvoor (center).

Wedstrijdleiding
Elke wedstrijd staat onder leiding van twee scheidsrechters (lagere en junioren niveaus) of één scheidsrechter en twee linesmen (hogere en internationale niveaus).
In het zogenaamde tweeman systeem hebben beide scheidsrechters dezelfde verantwoordelijkheden.
IJshockey is een internationale sport, die ook in de USA veel wordt bedreven.

Marathonschaatsen
Om aan marathonwedstrijden te kunnen deelnemen, moet men minimaal 16 jaar oud zijn. Ook dient men in het bezit te zijn van een startlicentie, die men via een bij de KNSB aangesloten ijsclub kan aanvragen. Er zijn bij het marathonschaatsen vijf verschillende categorieën t.w.:
·Dames
·Veteranen (40 jaar en ouder)
oHeren A (landelijk, ingedeeld volgens prestatie)
·Heren B (idem)
·Heren C (regionaal).

Aan de hand van de ingekomen inschrijvingen stelt de LTC-marathon voor aanvang van ieder seizoen een lijst op van deelnemers per categorie. Voor de wedstrijden om de landelijke UNOX Cup (dames, veteranen, Heren A en B) wordt een cupklassement bijgehouden. Bij de dames krijgt nummer één 10.1 punt, nr. twee 9 enz. tot nr. tien die 1 punt krijgt. Bij de Heren A verdienen de eerste twintig aankomenden punten, bij de Heren B en veteranen zijn dat de eerst vijftien. Wanneer een rijder of rijdster bij de finish één of meer volle ronden op het peloton voorligt, krijgt hij/zij 4 punten per voorliggende ronde extra. Per wedstrijd kunnen door de scheidsrechter tevens klassementsprints worden ingelast, waar respectievelijk 3, 2 en 1 punt te verdienen valt. Hij of zij, die over de gehele landelijke wedstrijdcyclus de meeste punten heeft behaald, is winnaar van de UNOX Cup. Er zijn tevens klassementen voor de sterkste ploeg, de strijdlustigste rijder, het uitloopronden-klassement en het sprint-klassement. Gedurende een wedstrijd worden een aantal premies verreden, die dikwijls een sportieve injectie aan het wedstrijdverloop geven. De diverse categorieën rijden verschillende afstanden, t.w.:
·dames: 40 ronden (16 km)
·veteranen: 60 ronden (24 km)
·Heren B: 75 ronden (30 km)
·Heren A: 100 of 150 ronden (40 of 60 km)
·Heren C: wordt op baan-niveau geregeld.

In de categorieën Heren A, B en C is een promotie/degradatie-regeling van kracht.
Natuurlijk zijn er meer voorschriften waaraan de baan en de rijders moeten voldoen. Wanneer u daarover meer wilt weten, kunt het beste een reglement opvragen.

Naast een cyclus-wedstrijden voor de UNOX Cup, wordt er ieder jaar ook een Nederlands kampioenschap op kunstijs verreden. Zodra er natuurijs ligt, vinden er tal van wedstrijden plaats op buitenijs, waaronder een groot aantal zogenaamde klassiekers: wedstrijden die ingeval van natuurijs steeds terugkomen.

De grijze oudheid
Vanaf het begin dat de mens op schaatsen stond is hij bezig geweest zich over lange afstanden te verplaatsen. Deed men dit eerst om naaste verwanten te bezoeken, als handelsman naar de markt te gaan of op een andere manier zijn brood te verdienen; na verloop van tijd ging men tochten volbrengen uit prestatie-overwegingen.

Men kan dat gerust de voorloper van het marathonschaatsen noemen, of zoals de mannen van de lange adem eerst genoemd werden: de super lange afstandrijders.

Reeds in de 17de eeuw werden door meestal een enkeling of een klein groepje tochten gereden. In oude overleveringen wordt al melding gemaakt dat men in 1621 van Campen over het ijs van de Zuiderzee naar Amsterdam reed en in 1676 volbrachten vier inwoners van Koog aan de Zaan een twaalfstedentocht, een afstand van ruim driehonderd kilometer. En er zijn meer verhalen bewaard gebleven van spectaculaire marathon-schaatstochten uit de grijze oudheid. Georganiseerd werd er echter niets. Wel ontstonden er tal van traditioneel terugkerende trajecten. De Elfstedentocht in Friesland, maar ook de routes Amsterdam-Haarlem (en omgekeerd), Amsterdam-Volendam-Marken en Rotterdam-Gouda.

Eerste wedstrijden
Pas eind vorige eeuw kwam er meer lijn in de tochten. Dat gebeurde overigens niet door de in 1882 opgerichte Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (de KNSB bemoeide zich alleen met de langebaan), maar door de Friese IJsbond. In Friesland raakte men er van doordrongen, dat er wat moest gebeuren wilde men veilig en goed kunnen schaatsen. Zodoende werd in 1886 de eerste IJsbond opgericht. In 1891 en 1895 zouden de Zuid-Hollandsche IJsbond en de IJsbond Hollands Noorderkwartier volgen.

Het betekende een reuzestap voorwaarts. Er kwamen ijsverorderingen en vaarverboden. De banen werden over de hele lengte onderhouden en gevaarlijke plaatsen werden gemarkeerd.
Op de Leidse trekvaart tussen Haarlem en Leiden werd op donderdag 1 maart 1888 door de IJsclub Haarlem en Omstreken de eerste lange afstandswedstrijd georganiseerd: een ‘Internationale Afstandsrit op schaatsen voor amateurs”. Winnaar werd Klaas Pander. Achter hem eindigde Pim Mulier, die twintig jaar later de aanzet zou geven tot de georganiseerde Elfstedentocht.

Hoewel het begrip lange afstandschaatsen dus zijn intrede had gedaan, zou het ‘marathonschaatsen’ pas in de vijftiger jaren echt populair worden, toen de ‘helden’ van de Elfstedentocht met hun prestaties bewondering afdwongen. Behalve een Elfstedentocht, een Elfmerenwedstrijd, een Dorpentocht en de Noorderrondritten, deden nu ook de zogenaamd rondenwedstrijden (een betrekkelijke kleine ronde, die verscheidene keren moest worden afgelegd) hun intrede.

Het alternatief
Toch zou de definitieve doorbraak van het marathonschaatsen nog eens twintig jaar op zich laten wachten. Dat gebeurde in het begin van de zeventiger jaren, toen de Elfstedencracks door het uitblijven van natuurijs naar alternatieven gingen zoeken. Marathonwedstrijden op kunstijs en een Alternatieve Elfstedentocht op buitenlands ijs.

Na enkele ‘wilde’ wedstrijden op een onrendabel uur op een heimelijke zondagavond, kreeg het lange afsstandrijden in het seizoen 1971/1972 wat meer body toen de IJsclub Eindhoven drie wedstrijden op het programma zette, waaronder het officieuze kampioenschap van Nederland. Eind 1973 benoemde de KNSB een commissie ad hoc die in het lange afstandschaatsen meer lijn moest brengen. Het marathonschaatsen kreeg een jaar later zijn definitieve vorm en naam.

Sponsors zagen er vervolgens wel brood in. Heineken kwam met zijn schaatsfestijn en organiseerde een achttal wedstrijden, hetgeen leidde tot een jaarklassement met bijbehorende trofee. Een formule die sindsdien, zij het onder verschillende namen (AEGON Trophy, UNOX Cup), jarenlang werd gehandhaafd. Het marathonschaatsen nam een ongekende vlucht, met als voorlopig hoogtepunt de Elfstedentochten van 1985 en 1986. De laatste jaren heeft het lange afstandschaatsen op de kunstijsbanen wat aan populariteit ingeboet.

Andere wedstrijden
Sinds 1973 wordt er in ijszekere landen een Alternatieve Elfstedentocht georganiseerd. Aanvankelijk werd het Noorse Mjosameer daarvoor uitgekozen, tegenwoordig rijdt men de 200 km begin maart in het noorden van Finland. De ijsclubs Ankeveen, Giethoorn en Maasland (AGM) organiseren de laatste jaren een Open Nederlands kampioenschap op de Plansee in Oostenrijk. De Weissensee, eveneens in Oostenrijk, is eveneens populair bij de Nederlandse schaatstoerist als Koning Winter ons land in de steek laat.

Toch bestaat er internationaal nog steeds nauwelijks belangstelling voor het marathonschaatsen. Een poging een internationaal wedstrijdcircuit op te zetten mislukte en ook de leden van de ISU (Internationale Schaats Unie) lopen nog niet echt warm voor deze typische Nederlandse sport.
Marathonschaatsen is een vorm van lange afstandschaatsen die vrij veel wordt beoefend. Vooral op natuurijs spreekt deze vorm van schaatssport aan. Het marathonschaatsen kun je vergelijken met wielrennen, zoals de Tour de France of de Ronde van Nederland. Men schaatst in ploegen, die meestal worden gesponsord. Ploegmaten helpen elkaar en proberen de kopman van de ploeg zo strategisch mogelijk door de marathon te loodsen. Bekende marathonschaatsers zijn Erik Hulsebosch en Jan Eise Kromkamp. Ook vind je vroegere kernploegleden terug in de marathonsport, zoals Piet Kleine.

Een wedstrijd gaat soms op ronden, maar meestal op tijde en ronden. Dat wil zeggen, men vertrekt en schaatst dan een bepaalde tijd, bijvoorbeeld 2 uur, daarna gaat een tijdsignaal en moet men nog 10 ronden. Voor de laatste ronde gaat altijd een belsignaal en dan wordt er gereden om de eerste plaats.

Een van de bekendste marathons in ons land is die van Veenoord. Dit is bijna altijd de eerste wedstrijd van het seizoen op natuurijs. Men laat op de sintelbaan van de speedwayclub Veenoord een dun laagje water lopen dat bevriest en zo kan de eerste wedstrijd worden georganiseerd. Meestal is het maar één of twee dagen van te voren bekend dat die wedstrijd wordt gehouden.
Ook worden marathons gehouden op kunstijsbanen, onder andere in Groningen (Kardinge). Er wordt o.a. gereden om de Kardingebokaal.


Lange afstand schaatsen
Bij lange afstand schaatsen denken we natuurlijk het eerst aan de Elfstedentocht. Deze tocht, die langs de Friese elf steden door de provincie Friesland voert, is erg beroemd, maar bij velen ook erg berucht. De omstandigheden waaronder de tocht vaak is gehouden en de enorme afstand van ongeveer 210 kilometer, sloopt veel deelnemers. De Elfstedentocht bestaat in feite uit twee delen. Het wedstrijddeel en het toerdeel. Aan beide delen mag je slechts deelnemen als je lid bent van de Friese vereniging De Elf Steden. Sommige mensen in Friesland zijn al wel 50 jaar lid van deze vereniging en hebben nog nooit een elfstedentocht geschaatst. Het is vooral een soort prestige als je van deze vereniging lid bent. Een van de beroemdste deelnemers van de laatste jaren was Prins Willem Alexander, die lif is van de vereniging onder de naam Alexander van Buren. Hij reed de laatste tocht in 1997 uit en werd aan de finish op de Bonkevaart te Leeuwarden opgewacht door zijn moeder, koningin Beatrix.

’s Ochtends vroeg vertrekken uit Leeuwarden het eerst de wedstrijdrijders. Hieronder vind je bekende namen als Piet Kleine, Evert van Bentum en Erik Hulsebosch.
Daarna vertrekken enkele duizenden zogenaamde toerrijders, die het slechts is begonnen om de Tocht der Tochten uit te rijden. Voor een ieder die de tocht uitrijdt, wacht er aan de finish het felbegeerde Elfstedenkruisje. Dit kruisje is van een zo grote betekenis, dat militairen het zelfs op hun gala-uniform naast andere onderscheidingen mogen dragen.


De Friesche Elfstedentocht 1997
De vijftiende Elfstedentocht is op zaterdag 4 januari 1997 verreden.

De Tocht der Tochten is gewonnen door Henk Angenent bij de mannen en door Klasina Seinstra bij de vrouwen.
Bij zowel de mannen als de vrouwen werd een eindsprint ingezet. Angenent en Seinstra toonden zich de sterksten.

Wanneer er in ons land niet voldoende ijs is voor het houden van een Elfstedentocht, wordt vaak in Finland een zogenaamde alternatieve elfstedentocht verreden over de bevroren Finse meren.

Dat er tijdens een Elfstedentocht gemakkelijk iets mis kan gaan, waardoor de tocht voor een deelnemer in een tragedie kan veranderen, blijkt uit onderstaand artikel.

Elfstedentocht '97 - Diskwalificatie van Piet Kleine

Stempels, daar draait het in het bestaan van Piet Kleine om. Beroepsdeformatie is hem, postbode te Kerkenveld, doorgaans vreemd en dus leek de Tocht der Tochten mede vanwege de karakteristieke stempelhokjes de 45-jarige kilometervreter om meer dan één reden op het lijf geschreven. Maar rayonhoofd Bijker uit Hindeloopen, een van de eenentwintig onderkoningen die zaterdag voor een dag de Nederlandse troon bestegen, bleek onverbiddelijk toen de veteraan in het schemerdonker voor het oog van de televisiecamera zijn slecht aangegeven post passeerde zonder op een bewijs van doorlating te wachten. Hij seinde Jan-Willem van den Ham in.Diskwalificatie, oordeelde de wedstrijdleider. De vijfde plek die Piet bevochten had werd hem ontnomen. Piet komt dus niet in de uitslag voor. Kinderachtig, meende Kleine. "En een enorme domper na zo'n fraaie dag." Geen bloemen, geen schouderklopje van voorzitter Henk Kroes, geen rollebollende fotografen, geen klapzoen van de onvermijdelijke Erica Terpstra honderd meter voorbij het finishdoek op de Bonkevaart duurt het lijden voor de mannen van de lange adem die slechts aan het succes hebben mogen ruiken onverminderd voort. Gezeten op een bankje doet Kleine, ijspegel aan het karakteristieke gelaat, verwoede pogingen zich van zijn schaatsen te ontdoen.Zelfs de broodnodige hulp van een soigneur is hem niet vergund. Waar voor Henk Angenent het leven van de ene op de andere seconde nooit meer hetzelfde zal zijn, figureert de uitgewoonde Kleine als lijdend voorwerp in een razend leuk spelletje van twee beschonken Friezen, die een weddenschap hebben afgesloten dat een van hen de muts van de veteraan niet durft op te tillen. Hoe vergankelijk is de sportroem van onze Olympisch Kampioen uit 1976.


Eerdere winnaars van De Friesche Elfstedentocht
Winnaars Elfstedentochten:1909-19861909 M. Hoekstra (Warga) in 13.50 uur 1912 C. de Koning (Arnhem) in 11.40 uur 1917 C. de Koning (Arnhem) in 9.53 uur 1929 K. Leemburg (Leeuwarden) in 11.09 uur 1933 A. de Vries (Dronrijp) in 9.05 uur 1940 A. Adema (Franeker) in 11.30 uur 1941 A. Adema (Franker) in 9.19 uur 1942 S. de Groot (Weidum) in 8.44 uur 1947 J. Bosman (Breukelen) in 10.36 uur * 1954 J. van den Berg (Nijbeets) in 7.35 uur 1956 J. Nauta (Wartena) in 8.46 uur * 1963 R. Paping (Ommen) in 10.59 uur 1985 E. van Benthem (St. Jansklooster) in 6.46.47 uur 1986 E. van Benthem (St. Jansklooster) in 6.55.17 uur  In 1947 vonden er onregelmatigheden plaats. Er zou gebruik gemaakt zijn van onreglementaire vervoermiddelen bij ondermeer het klunen. Daardoor werd J.v/d Hoorn uit Ter Aar aangewezen als winnaar.  In 1956 komen vijf schaatsers gelijktijdig over de finish. Het zijn: Jeen Nauta, Maus Wijnhout, Aad de Koning, Anton Verhoeven en Jan van der Hoorn. De drie best scorende schaatsers in de elfstedentocht zijn:1. Anton Verhoeven (Plaatsen: 1, 5 en 2) 2. Jeen van den Berg (Plaatsen: 3, 6 en 1) 3. Anton de Koning (Plaatsen: 8, 1 en 2) Winnaars van twee elfstedentochten:Evert van Benthem (1985 en 1986)Auke Adema (1940 en 1941)Coen de Koning (1912 en 1917)


Invloeden van buitenaf

De invloed van de omstandigheden
De omstandigheden waaronder wordt getraind en geschaatst zijn van wezenlijke invloed. Op de zogenaamde “hoge” banen, zoals in Davos, werden altijd al toptijden neergezet. Waarschijnlijk heeft dit te maken met een verminderde luchtweerstand. Ook de schaatsbaan in het Canadese Calgary is een snelle baan, waar wereldrecords zijn gesneuveld.

Ook van invloed is het ijs. Op de huidige binnenbanen, zoals Thialf in Heerenveen, is een ijsmeester in dienst. Hij heeft tot taak ervoor te zorgen dat het ijs in een topconditie verkeerd. Dit wil zeggen, het oppervlak moet er glad en zonder scheuren uitzien, maar ook de temperatuur van het ijs en de hardheid zijn van belang. Als een vrij zware schaatser zoals Ritsma of Romme moet schaatsen op ijs dat een vrij zachte bovenlaag heeft, snijden de schaatsen verder in het ijs en wordt er langzamer geschaatst. In tegenstelling hiermee, kan de ijsmeester het ijs ook zodanig koud en hard maken, dat schaatsers in de bochten uitglijden. De juiste temperatuur van het ijs is, als de schaatser niet uitglijdt, maar het schaatsijzer licht in de ijsvloer snijdt en er zodoende een minuscuul laagje water onder de schaats ontstaat.

IJsmeester Jan de Jong van het Thialfstadion in Heerenveen doet een en ander uit de doeken….

Hilbert van der Duim heeft zijn wereldtitel van 1980 deels te danken aan
ijsmeester Jan de Jong van Thialf. De Jong manipuleerde het dweilschema op de 10 km in het voordeel van Van der Duim. 'Eric Heiden was dat jaar in bloedvorm, maar ook als 5-voudig Olympisch kampioen kun je op uitgeslagen ijs niet sneller rijden dan Hilbert op een pas gedweilde baan.'
De voormalige ijsmeester doet deze onthulling in het boek 'Slagen op het ijs'. Het boek, geschreven in opdracht van KNSB-sponsor Aegon, bevat interviews met schaatsgrootheden als Reinier
Paping, Atje Keulen-Deelstra, Ard Schenk, Leen Pfrommer, Hein Vergeer, Ria Visser, Evert van Benthem en Ids Postma. Jan de Jong vertelt dat hij ooit een spreekverbod kreeg van de Thialf-directie voor het ongemerkt beinvloeden van de ijsconditie. Eric Heiden had in 1980 alle afstanden op de Olympische Spelen gewonnen. In datzelfde jaar werd het WK op het ONOVERDEKT Thialf verreden. 'Ik wilde rijders altijd onder dezelfde omstandigheden laten rijden. Maar die keer heb ik het dweilen van de baan aangepast aan het startschema. En dat viel uit in het voordeel van Hilbert en erg in het nadeel van Heiden.' Van der Duim heeft tot op de dag van vandaag geen weet van het 'geschenk' van de ijsmeester.

De invloed van het materiaal
Vroeger werd er geschaatst in dikke kleding of in een soort van trainingspak. Schaatsen waren onder de klompen of schoenen gebonden houtjes, voorzien trainingspakken met een wollen mutsje op tijdens de Europese kampioenschappen. Des te opmerkelijker was het, toen plotseling een Zwitser (Franz Krienbühl) op het ijs verscheen in een strak, uit één stuk bestaand pak, dat voorzien was van een capuchon. Dit was het eerste schaatspak nieuwe stijl, dat men ooit had gezien. Alhoewel van deze Zwitser bekend was dat hij niet eens zo goed kon schaatsen, zette hij, mede door het schaatspak, prima prestaties neer. Niet lang daarna reed iedereen in een dergelijk pak. Deze pakken zijn steeds beter geworden, voor wat betreft de gebruikte stof en recentelijk heeft men geëxperimenteerd met het plakken van dunne rubberen zig-zag streepjes op bepaalde plaatsen op het pak, om zo ongewilde luchtwerveling tegen te gaan. Hiermee zouden tijden met enkele duizendsten van seconden kunnen worden verbeterd !

Ook aan de schaats is nogal wat veranderd en verbeterd. Eerst had men het houtje of de Friese doorloper. Deze werd met riempjes onder schoenen of klompen gebonden. Er waren veel wedstrijdschaatsers die op sokken op de doorloper stonden, omdat de schaats dan niet onder de schoenzool heen en weer kon glijden en omdat men beter contact met de schaats had. Later kwam de “noor” een schaats die vastzat aan een schoen. Noren waren er in hoog en in laag model, met hoge en lage schoenen. Wedstrijdrijders staan ook vaak op blote voeten in deze schaatsen.

Het nieuwste snufje is uiteraard de klapschaats. Dit is een schaats met een soort van klapmechanisme tussen de schoen en het schaatsijzer. Hierdoor kan de schaats de energie aan het eind van de schaatsbeweging beter afgeven aan het ijs, waardoor nog iets harder kan worden geschaatst. Bijna alle topschaatsers rijden op klapschaatsen.


Skeeleren en skating

De modernste vormen van schaatsen zijn skeeleren en skating. Beide vormen van schaatsen wordt gedaan op een verharde ondergrond met schaatsen die zijn uitgerust met kleide wieltjes in plaats van ijzers. Skeeleren en skating worden in ijsloze tijden als een goed alternatief beschouwd voor de klassieke schaatstraining. Veel bekende marathonschaatsers skeeleren in de zomerperiode.

Skeeleren is een vorm van afstandschaatsen. De skeelers zijn dan ook uitgerust met 5 wieltjes. Er wordt geskeelerd op banen, maar ook worden er lange afstandstochten gehouden over de openbare weg.

Skaten is een vorm van schaatsen die meer lijkt op het kunstrijden. Skates zijn uitgerust met 4 wieltjes en daardoor veel wendbaarder dan inline skeelers. Je kunt er kortere bochten mee draaien en je kunt er acrobatische toeren mee vertonen. Toch zijn er ook mensen die met skates tochten over de openbare weg maken. Er wordt echter veel op speciale skatebanen gereden, waar dikwijls installaties zijn aangelegd voor het vertonen van kunstjes. De zogenaamde “half-pipe” in hiervan een voorbeeld. Men maakt snelheid in een halfronde installatie en springt vervolgens boven de installatie uit de lucht in.


Conclusie

Schaatsen is waarschijnlijk een van de meest verbreide sporten in ons land, die in het winterseizoen worden gedaan. Van het oorspronkelijke vervoermiddel, enkele eeuwen geleden, is de schaats geworden tot een high-tech sportattribuut. De commercie heeft de schaatssport ontdekt om naamsbekendheid te krijgen, dus wordt er veel gesponsord. Er zijn ploegen gevormd, er bestaat een wereldwijde competitie en tijden worden ieder jaar weer scherper gesteld. Zou er ooit nog een eind komen aan de voortdurende reeks van tijdverbeteringen?


Nawoord

Toen ik aan dit werkstuk begon, dacht ik eerst :”Wat moet je nou allemaal over schaatsen vertellen?” Inmiddels weet ik, dat je erg veel moet weglaten, omdat het werkstuk anders veel te lang wordt. Ik heb gemerkt dat er ontzettend veel valt te vertellen over de schaatssport in al haar variaties. Zelf schaats ik niet, in verband met mijn heupen. Vroeger heb ik op de basisschool wel korte baan wedstrijden gewonnen en dat op kunstschaatsen !


Tenslotte

Ik wil dit werkstuk eindigen met enkele uitdrukkingen, die thuis horen in de categorie “vakterminologie”. Iedere sport heeft zijn eigen taalgebruik, zo ook het schaatsen.
600 meter wisselslag Je zou denken dat het hier gaat om wedstrijd-zwemmen, maar niets is minder waar! Het gaat om een schaatsoefening. De eerste 200 meter worden gereden met beide handen op de rug. De volgende 200 meter worden gereden met een arm los. De laatste 200 meter worden gereden met beide armen los. Wordt ook wel 600 meter steigeroen genoemd.
Achter Bax rijden Lekker rustig achter de dames van Bax aanrijden, genietend van het uitzicht. Betekent niet: achter Rudi of Dick Bax rijden, anders kan niet rustig gereden worden of wordt het uitzicht belemmerd.
Baat het niet, dan stinkt het toch Wat sommige marathonrijders niet op hun benen, rug of Joost mag weten waar smeren... En wat voor effect dat zij van die middeltjes verwachten: tegen de kou, voor de warming-up, misleiding van de tegenstanders
Effe de baan vegen Op zijn of haar muil gaan .
Goed, maar niet uitstekend Deze zinsnede werd voor het eerst gebezigd door Falko Zandstra en sloeg op diens indruk van trainer Wopke de Vegt. Werd daarna overgenomen door de Boel van Roel en is vaak te horen als antwoord op vragen als: "En hoe ging 'ie?", "Wat vond je van de training?" en "Hoe was het weekend?".
Hij hangt er lekker tussenin Laten we hopen dat hiermee het lichaams-middelpunt bedoeld wordt, dat zich tijdens het schaatsen slechts op een plaats schijnt te mogen begeven .
Inzell-ijs De ijskwaliteit die in Eindhoven bij wedstrijden slechts eens per jaar bereikt wordt. Ook veel gebruikt worden de termen Toverijs en Olie-ijs .





REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

L.

L.

wat een lang verhaal zeg
hoe lang ben je er mee bezig geweest?

14 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast