Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Rechtvaardigheid in de islam

Beoordeling 6.4
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • mbo | 5072 woorden
  • 13 januari 2004
  • 30 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.4
  • 30 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Rechtvaardigheid in de islam

Inleiding:
Vrijheid van meningsuiting
Agressie en geweld
Het evenwicht in de islam
Koranische visie op het individu; verschillen in ontwikkeling
Gelijkheid van de mensheid

Vrijheid van meningsuiting

Door shaykh Yusuf Abdullah al-Qaradawi;
In de naam van God, de meest Gracieuze, meest Vergevende. Alle lof en dank zij God, en vrede en zegen over Zijn Boodschapper.
De islam benadrukt het principe van vrijheid. Dit wordt duidelijk gemaakt met de beroemde uitspraak van kalief Omar ibn al-Khattaab, moge God hem welbehagen: “Hoe haalt u het in uw hoofd mensen tot slaaf te maken terwijl ze vrij geboren zijn?!” ( Hij was de eerste persoon die deze uitspraak heeft gemaakt.)
In een tijd waarin mensen intellectueel, politiek, sociaal, religieus en economisch geknecht werden, kwam de islam om geloofsvrijheid, vrijheid van gedachte, vrijheid van meningsuiting en - kritiek te vestigen. De islam verbiedt het ten strengste dat mensen worden gedwongen een bepaald geloof te omhelzen of in een bepaalde religie te geloven. God de Verhevene zegt:

“En als jouw Heer het had gewild, dan zouden degenen die op aarde zijn zeker allen tezamen hebben geloofd. Wil jij dan de mensen dwingen opdat zij gelovig worden?” (Koran 10: 99)
Dit vers stamt uit de Mekkaanse tijd. In de Medinische tijd openbaarde God:
“Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk te onderscheiden van de dwaling.” (Koran 2: 256)
Dit islamitische principe van vrijheid is niet voortgekomen als resultaat van een of andere ontwikkeling in de maatschappij of een evolutie die daar om vroeg, maar is een hemels principe dat werd geopenbaard omwille van het welzijn van de mensen opdat ze op aarde een meer hoogstaand leven konden leiden. Doch, deze vrijheid is gegarandeerd op voorwaarde dat er niet met religie gespeeld wordt.
De islam garandeert vrijheid van meningsuiting en -kritiek en beschouwt het zelfs als verplicht als het betrekking heeft op het belang van de gehele umma (geloofsgemeenschap) of als het andere islamitische moralen en algemene ethische waarden beslaat, die in het gedrang dreigen te raken. In zulke gevallen verplicht de islam iedere moslim tot het spreken van de waarheid, waarbij men niemand anders dan God dient te vrezen; het wordt dan een plicht voor de moslim om het goede voor te schrijven en het slechte recht te zetten en een ieder die goed doet aan te moedigen en een ieder die kwaad doet te berispen. In dergelijke gevallen worden vrijheid van meningsuiting en uiting van kritiek beschouwd als plicht en niet slechts als een goed waar men recht op heeft.
Het behoort niet tot de eigenschappen van de islam om vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen, om mensen te verhinderen hun mening openlijk te uiten, of ze pas toe te staan te geloven in wat ze willen onder de voorwaarde dat men hiervoor toestemming heeft gevraagd, net zoals Farao tegen de tovenaars die in God geloofden zei:

“Geloven jullie hem voordat ik jullie toestemming gegeven heb?” (Koran 20: 71)
Hij wilde dat ze in God zouden geloven met toestemming van de allerhoogste autoriteit (hijzelf in dit geval).
Veiligheid is een essentieel component bij geluk. Op een dag werd een wijze man gevraagd over de betekenis van geluk: “Geluk is veiligheid genieten; ik ben er achter gekomen dat iemand die angstig is niet van het leven kan genieten”. Degene die bang is kan niet gelukkig zijn. Daarom is gemoedsrust een fundamenteel onderdeel van gelukkig zijn.
Als iemand dus zijn vrijheid verliest, kan hij zich niet veilig en geborgen voelen. Men zal geen geluk proeven wanneer men vreest onrecht aangedaan te worden, of wanneer men bang is dat men uit zijn huis gesleurd wordt, afgevoerd naar een onbekende plek waar niemand hem meer zal kunnen vinden. Iemand die bang is zijn kritiek te uiten op een regime of op leiders van een land omdat ze hem zullen vervolgen, zal ondervinden dat het voor hem onmogelijk is om nog plezierige momenten te beleven.
Daarom legt de islam nadruk op vrijheid, zozeer dat hij moslims opdraagt ervoor op te komen en ervoor te strijden. God de Verhevene zegt:
“En bevecht hen waar jullie hen ook aantreffen en verdrijft hen van waar zij jullie hebben verdreven. Want vervolging is erger dan doodslag”. (Koran 2: 191)
“En onderdrukking is erger dan doodslag”. (Koran 2: 217)
Dat is omdat onderdrukking een schending is van het intellect, de eigen ik en van vrijheid.
Tot zover het antwoord van shaykh Yusuf al-Qaradawi.
Dit is vrijheid zoals die door God de Verhevene wordt gezien en zoals die werd toegepast in de tijden van de metgezellen van de Profeet, God’s zegen en vrede zij met hem, van de rechtgeleide kaliefen, imams, sultans tot het einde van de Ottomaanse periode. Toen kwam er een periode dat de islamitische wet niet meer werd toegepast in het merendeel van de moslimlanden. Daarna, namen enkele oprechte jonge moslims de verantwoordelijkheid op zich om de islam te doen herleven; ze riepen bij de mensen op om de islam toe te passen en zijn leringen in de praktijk te brengen. Die moslims moesten zware testen ondergaan en grote moeilijkheden doorstaan. Ze zijn zwart gemaakt door de media, gearresteerd en in het gevang gezet.
Maar de vraag is: Zit de oplossing in het doden en in het revolteren om de huidig bestaande regimes omver te werpen? Of schuilt de oplossing in het adopteren van een nieuwe methode van oproep tot de islam en het verspreiden ervan, het islamitisch opleiden van de umma (geloofsgemeenschap), en het weerstaan van alle testen en beproevingen omwille van deze zaak, totdat God bepaalt dat Zijn religie weder zal keren en een hernieuwde toepassing kent.
We zouden in het achterhoofd moeten houden dat men de islam pas actief en effectief in zijn leven zal hebben na vele testen ondergaan te hebben. God de Verhevene zegt:
“En Wij (God) zullen jullie zeker beproeven, totdat Wij toetsen wie van jullie de strijders en de geduldigen zijn. En Wij beproeven jullie daden”. (Koran 47: 31)
“Dit soort dagen laten Wij onder de mensen wisselen, opdat God degenen die geloven toetst, en opdat Hij van onder jullie martelaren (tot Zich) neemt. En God houdt niet van de onrechtvaardigen. En opdat God degenen die geloven reinigt en de ongelovigen vernietigt”. (Koran 3: 140-141)
Vermeld is dat imam al-Shafi`i op een dag werd gevraagd: “Wat is beter; dat de mens moeilijkheden door moet gaan (om spirituele discipline te bereiken), of dat (God) hem de opperheerschappij (op aarde) laat bereiken?” Hij merkte op: “Er zal pas opperheerschappij zijn nadat men moeilijkheden heeft doorlopen”.
De Profeet, God’s zegen en vrede zij met hem, bracht de goede boodschap aan diegenen die de geboden van de islam nakwamen en die geduldig waren bij alle beproevingen en moeilijkheden omwille van deze zaak. Van hem wordt vermeld dat hij zei: “Na jullie zullen de dagen van geduld intreden; een ieder die zijn geduld dan bewaard zal vijftig keer meer beloond worden dan jullie.” Ze zeiden: “Vijftig maal meer beloning dan iemand van ons, of meer beloning dan iemand uit hun tijd?”. “Meer dan jullie”, zei de Profeet. (Overgeleverd door at-Tabaraani). Deze grote beloning wordt geschonken aan diegenen die zich aan de islam vast blijven houden en die de leiding van de Profeet volgen, God’s zegen en vrede zij met hem.
God de Verhevene zegt:
“O jullie die geloven, weest geduldig, en weest standvastig, sluit de rijen en vreest God. Hopelijk zullen jullie welslagen”. (Koran 3: 200)
Oh God, verlicht de in nood verkerenden van hun benauwenis, verzacht de zorgen van de onderdrukten en bevrijd een ieder die is opgesloten omwille van het verdedigen van Uw religie. Amen.
En God weet daar het fijne van.

Agressie en geweld

Wa ‘alaykum as-salaam wa rahmatu-llahi wa barakatuhu.
In de naam van God , de Verhevene, de Meestgenadige. Alle lof en dank behoren God toe, en vrede en zegeningen met Zijn gezant.

Beste broeder in islam, om te beginnen willen we u prijzen dat u zo scherpzinnig bent om te achterhalen wat de leer van de islam over zaken te zeggen heeft.

Betreffende de kwestie geweld, intolerantie en agressie jegens onschuldige burgers, verklaart vooraanstaand moslimgeleerde Yusuf al-Qaradawi:

“Ongetwijfeld is agressie tegen onschuldige burgers een grote zonde en een geweldige misdaad, ongeacht de religie, komaf of ras van het slachtoffer. Het is niemand toegestaan een dergelijke misdaad te begaan, want God, de Allerhoogste, verfoeit agressie. De islam meet niet met twee maten - zoals we wel aantreffen bij andere overtuigingen - als het gaat om het beschermen van de mensenrechten”.

Hierop volgend zou ik enkele islamitische principes naar voren willen halen, principes gebaseerd op de nobele Koran en de soenna (volgens de overleveringen van de Profeet, vzmh).:
1. De islam verbiedt agressie ten opzichte van onschuldige mensen.
De islam tolereert geen agressie jegens onschuldigen, of deze agressie nu gericht is tot leven, bezit of eer. Deze regel is op een ieder van toepassing, ongeacht iemands positie, status of prestige. In de islam wordt geacht dat wanneer de onderdanen van een staat met de islamitische leringen worden geregeerd, dat de leider of kalief ook dienovereenkomstig handelt, en zelf dus ook deze leringen nakomt; het is deze laatste niet toegestaan de rechten van mensen, hun levens, eer of bezit enzovoort aan te tasten.

In zijn afscheidsbedevaart verklaarde de Profeet, vzmh, het principe dat het leven, het bezit en eer van de mensen onschendbaar zijn tot de Dag des Oordeels zal aanbreken. Deze regel is niet beperkt tot moslims, het betreft ook alle niet-moslims die moslims niet de oorlog verklaard hebben. Zelfs in het geval van oorlog staat de islam het niet toe dat er mensen gedood worden die niets te maken hebben met het vechten; zoals vrouwen, kinderen, ouderen en monniken, die zich slechts wijden aan aanbidding.

Dit standpunt zou niet verbazingwekkend moeten zijn; de islam is immers een religie die zelfs agressie ten opzichte van dieren verbiedt. Ibn ‘Umar, moge God tevreden over hem zijn, haalde de volgende uitspraak van de Profeet, vzmh, aan: “Een vrouw kwam in aanmerking voor het (helle)Vuur vanwege een kat die ze vastbond, zonder het eten te geven of het vrij te laten om zelf voedsel de laten zoeken” (Overgeleverd door al-Bukhari).

Als dit de islamitische regelgeving is aangaande agressieve daden ten opzichte van dieren, dan moet de bestraffing als het gaat om mensen die het slachtoffer worden van agressie, marteling en terrorisme ongetwijfeld nog veel strenger zijn.
2. Verantwoordelijkheid van het individu.
In de islam wordt een ieder aansprakelijk gesteld voor zijn eigen daden, niet voor die van anderen. Niemand hoeft de consequenties van de fouten van een ander te dragen, zelfs niet als het gaat om daden van een naast familielid. Dit is de ultieme vorm van rechtvaardigheid, verklaard in de nobele Koran, waar God zegt:

“Of is hij niet op de hoogte gebracht van wat in de geschriften van Mozes staat? En (de geschriften van) Abraham (Ibrahiem) die trouw was? Dat geen enkele drager de zonden van een ander zal dragen?” (Koran 53: 36-38).

Daarom is het walgelijk te zien dat sommige mensen- die in naam moslim zijn- agressie ontketenen tegen onschuldige mensen en hen als zondebok uitkiezen bij ieder meningsverschil dat zij met de autoriteiten van een land hebben!! Wat is dan de misdaad van de gewone man? Moord is één van de vreselijke daden die door de islam als meest weerzinwekkend wordt beschouwd, zozeer dat sommige moslimgeleerden de mening zijn toegedaan dat berouw van een moordenaar niet door God, de Allerhoogste, aanvaard zal worden. In deze context bezien roepen we het vers uit de glorieuze Koran op, dat als volgt gaat:
“…dat voor wie een ziel doodt- niet (als vergelding) voor een ziel of voor het verderf zaaien op aarde- het is alsof hij alle mensen doodde en dat voor wie iemand laat leven, het is alsof hij alle mensen deed leven…..”(Koran 5: 32).
3. Resultaten rechtvaardigen de middelen niet.
In de islam is er geen enkele plaats voor het idee “de resultaten rechtvaardigen de middelen”. Het is onaanvaardbaar goede doelen te bereiken door middel van slechte daden. In het zelfde licht kunnen we aalmoezen plaatsen die bijeen gebracht worden uit verboden opbrengsten, uit zaken die niet halaal (geoorloofd) zijn. In deze context halen we het vers uit de nobele Koran aan, die vertelt: “Voorwaar! God is Goed en accepteert nimmer iets wat niet goed is”.
Daarbij, in de shari’a (islamitische wetgeving), met al zijn bronnen- de nobele Koran, de soenna, de consensus van moslimjuristen- zijn agressie en het inbreuk doen op de mensenrechten absoluut verboden.

Het is hierbij de taak van de moslimgeleerden om er alles aan te doen om de perplex staande mensen tot het rechte en eerlijke pad te leiden.

En God de Almachtige weet het beter…

Het evenwicht van de islam

Het heilige boek van de islam, de Koran, beschrijft de moslimgemeenschap als een “ummatan wasatan”, een gematigde gemeenschap (2: 143). Het duidt op een maatschappij die de gulden middenweg bewandelt en die niet uitwijkt naar extremiteiten.

Dit evenwicht is af te lezen uit vele aspecten van de islam. Een voorbeeld hiervan is het standpunt van de islam ten opzichte van deze wereld en ten opzichte van de andere wereld. Van religies wordt verwacht dat ze gericht zijn op het Hiernamaals. Het afstand nemen van het aardse leven wordt over het algemeen beschouwd als een zeer wenselijke levenshouding, afgezien van het feit dat de meeste mensen dit persoonlijk niet vol kunnen houden.
De Koran echter leert: “En zoek met wat God jou gegeven heeft het huis van het Hiernamaals en vergeet niet jouw deel in de wereld” (28: 77).

God heeft ook gezegd: “Hij (God) is degene die voor jullie alles wat op aarde is geschapen heeft”(2: 29).

Dit toont duidelijk dat God wil dat wij gebruik maken van de zegeningen van deze wereld om vooruit te kunnen komen. De islam leert ons dus niet om een negatieve houding aan te nemen ten aanzien van dit leven; het zegt niet dat dit leven in en in slecht is. En als we zien dat God alles geschapen heeft opdat wij er gebruik van konden maken, wie zijn wij dan om te zeggen: “We hoeven ze niet”?

In feite zijn het onze benadering en onze houding ten opzichte van deze wereld die de wereld goed of slecht maken, welke kant het ook zijn mag. God zond ons leiding over hoe we het beste in vrede en voorspoed kunnen leven. Het is aan ons om vast te stellen hoe we de bronnen van deze wereld het beste aan kunnen wenden en hoe we hier kunnen leven.

Alhoewel de islam chronologisch bezien de laatste godsdienst is, neemt het op vele punten een standpunt in dat ligt tussen het formalisme van het judaïsme en de spiritualiteit van het christendom. De islam leert moslims het beste uit beide levens te halen: de wereld van zaken doen, politiek en onrust aan de ene kant en de wereld van de eeuwigdurende vrede in het Hiernamaals aan de andere.

De mens als God’s ambassadeur op aarde
God vertelt ons dat hij ons schiep als Zijn ambassadeurs op aarde (Koran 2: 30). Dit betekent:
1- dat Hij ons begiftigd heeft met bepaalde capaciteiten die ons waardig maken om deze taak als Zijn ambassadeur te kunnen volbrengen (Koran 17: 20); en
2- dat wij de plichten die ons zijn opgelegd als ambassadeurs van God moeten dragen.

God schonk ons intellect, fantasie, geheugen, spraakvermogen enzovoort, allemaal noodzakelijk voor ons leven op aarde. Ook gaf Hij ons vrijheid, waarzonder onze intellectuele capaciteiten nutteloos zouden zijn. Het is aan ons om deze kwaliteiten in ons eigen voordeel aan te wenden als verantwoordelijke mensen. Maar is het van onze kant correct om zorgeloos om te springen met onze God-gegeven vrijheid en capaciteiten? Zeer zeker niet.

Hoe kunnen wij dan de grenzen van onze vrijheid of de ernst van de verantwoordelijkheid die ons is toevertrouwd kennen?
Vanwege dit doel gaf Hij ons leiding. Hij helpt ons al Zijn zegeningen optimaal te gebruiken, zonder dat we de grenzen die door Hem vastgesteld zijn hoeven te overschrijden.

Het evenwicht in de schepping van het heelal
We lezen in de heilige Koran: “Hij heeft de mens geschapen, Hij heeft hem de duidelijke verklaringen onderwezen, de zon en de maan volgen de berekende banen, en de struiken en de bomen knielen zich neer, en Hij heeft de hemel opgeheven en Hij heeft de weegschaal geplaatst, opdat jullie het evenwicht niet verstoren” (Koran: 3-8).

Als God’s vertegenwoordigers op aarde, moeten ook wij ons bedienen van gematigdheid en rechtvaardigheid bij het in bruikleen hebben van God’s giften. Dit betekent dat wij als verantwoorde inwoners van God’s koninkrijk natuurlijke bronnen niet mogen verspillen of verkwisten of de rijkdom waarvan we aannemen dat deze ons toebehoren; want we moeten niet slechts onze eigen behoeften in aanschouw nemen maar ook die van de toekomstige generaties.

Dit evenwicht zou aanwezig moeten zijn bij alles wat we doen. Daarom mag een moslim nergens extreem in zijn; net zo goed hij geen verkwister moet zijn moet hij ook geen gierigaard zijn. God keurt fanatisme openlijk af, zelfs als het gaat om religieuze zaken. God beveelt: “ Overdrijf niet in de religie”, net zoals hij ons bevel gaf rechtvaardigheid te hanteren bij alles wat we doen. Om deze reden moet een moslim een redelijk mens zijn, een evenwichtig mens. In goede en slechte tijden moet hij zijn kalmte zien te bewaren; hij moet niet uit zijn evenwicht raken.

We merken dus dat de islam een religie is van rechtvaardigheid en gematigdheid. Het heeft een ideale maatschappij voor ogen waar de mensen in vrede leven als gelijkwaardige burgers, strevend naar materiële en geestelijke welvaart voor een ieder.

De koranische visie op het individu; verschillen in ontwikkeling

Als men het feit in beschouwing neemt dat God’s wil varieert bij de creatie van ieder specifiek individu, kan men er vanuit gaan dat in het menselijke bestaan individuele verschillen een vaststaand gegeven is. Individuele verschillen zijn onderhevig aan God’s wil en zijn daarbij afhankelijk van erfelijke factoren en de invloeden van de omgeving. God vertelt ons in de Koran dat Hij ieder individu schept en vormt in zijn/haar moeders baarmoeder op een gedistingeerde en unieke manier, zoals Hij die gekozen heeft:
“Hij is het die jullie in de moederschoot gevormd heeft, zoals Hij wil. Er is geen god dan Hij, de Machtige, de Wijze.” (Koran 3:6).
Dit vers wijst er op –aangezien ieder individu door God op een bepaalde, unieke manier in zijn/haar moeders baarmoeder is gevormd- dat individuen bestemd zijn om van elkaar te verschillen, zowel in hun fysieke als geestelijke kenmerken. Dit is de meest fundamentele factor achter de individuele verschillen tussen mensen. Verder, en in meer duidelijke taal, heeft God, de Verhevene, ons in de Koran verteld dat we van elkaar verschillen in karakter, trekken, gedrag en optreden:
“Zeg: Ieder werkt naar zijn aard en jullie Heer weet het best wie het betere pad volgt”. (Koran 17:84).
Dit vers wil zeggen dat ieder afzonderlijk individu over unieke kenmerken beschikt. Deze uniciteit kan zich uiten in fysieke, cognitieve, emotionele, morele en sociale karakteristieken. Daarom bevestigt de Koran dat er niet slechts individuele verschillen zijn tussen mensen bij de cognitieve ontwikkeling, maar dat er tevens verschillen zijn bij andere ontwikkelingsaspecten. Met deze bevestiging ziet men dat de persoonlijke verschillen de nodige aandacht krijgen, zelfs in sommige koranische opmerkingen en vermaningen aangaande het nakomen van God’s bevelen als ook het vervullen van de verplichtingen jegens Hem. Een specifiek voorbeeld is het vers waarin God ons vermaant om Zijn regels op te volgen, voor zover we hiertoe in staat zijn, zowel individueel als collectief:
“Vreest dus God zo goed als jullie kunnen en luistert, gehoorzaamt en geeft bijdragen; dat is beter voor jullie zelf”. (Koran 64:16).
In het bovenstaande vers adresseert God ons zowel individueel als collectief. Ieder individu of groep van individuen wordt verondersteld God te vrezen en te gehoorzamen, al naar gelang hij/zij dit persoonlijk op kan brengen. Dit is ook de betekenis die wordt overgebracht met het volgende vers:
“God legt niemand meer op dan hij kan dragen. Hem komt toe wat hij verdiend heeft en van hem wordt gevorderd wat hij heeft begaan…”. (koran 2:286).
Zaydan en Hash-shash voorzagen het bovengenoemde vers van het volgende commentaar:
“Dit vers is een goddelijke indicatie voor het voorkomen van de individuele verschillen bij de mensheid”.
De islam behandelt ieder individu volgens zijn eigen unieke en onderscheidende eigenschappen. Hier onlosmakelijk aan verbonden zit de conclusie dat de verschillen tussen mensen voorbestemd zijn, in alle aspecten van hun psychologische kenmerken en karakteristieken. Dit impliceert zeer zeker ook cognitieve eigenschappen. Maar het vers waarin God in klare taal zinspeelt op de individuele verschillen tussen mensen is het volgende. Zulke verschillen omvatten bijvoorbeeld intellectuele verschillen. Het vers gaat als volgt:
“…en Wij hebben sommigen van hen hogere rangen gegeven opdat de een de ander in dienst neemt..” (Koran 43:32).
Volgens Ibn Kathir maakt God middels dit vers duidelijk dat Hij bij Zijn schepselen verscheidenheid heeft gecreëerd aangaande de kenmerken waarmee Hij hen begiftigd heeft; waaronder weelde, intellect, begrip. Zaken die betrekking kunnen hebben op zowel uiterlijke als innerlijke bekwaamheden.
Een praktijkvoorbeeld is dat de Profeet, vrede zij met hem, rekening hield met de individuele verschillen van zijn metgezellen. Dit uitte middels de manier waarop hij hen onderwees, hun vragen beantwoordde en hoe hij in de algemeen met ze omging. Hij was gewoon verantwoordelijkheden toe te vertrouwen aan mensen overeenkomstig waar zij het meest geschikt voor waren.
Hij hield bij alles rekening met deze verschillen, zelfs tijdens het gebed.
Bijvoorbeeld aangaande het leiden in het gebed, leerde de Profeet, vrede zij met hem, zijn metgezellen dat ze de verschillen die er tussen mensen bestaan mee moesten laten tellen. Hij placht ze op de volgende manier te instrueren:
“Als iemand van jullie de mensen voorgaat in het gebed, laat hem het dan kort houden. Want er zijn tussen hen de jongeren, de ouderen, de zwakken en weer anderen die niet op hun gemak zijn omdat ze hun behoefte moeten doen. Maar als hij alleen bidt, laat hem dan bidden zo lang als hij wil (wat hij aankan)”.
1. Over `Aisha, één van de vrouwen van de Profeet, vrede zij met hem, wordt bericht dat ze zei dat de Profeet niet zo veelvuldig en ondoordacht sprak zoals de andere mensen. Hij had de gewoonte zich op een zorgvuldige manier tot de mensen te richten, die dingen herhalend of benadrukkend die daar om vroegen, zodat alle toehoorders hem konden begrijpen.
2. De Profeet, vrede zij met hem, hield rekening met de sociale en intellectuele achtergrond van mensen wanneer hij tot ze sprak. Vermeld is dat er een delegatie uit Jemen bij hem kwam. Toen hij tot de afgevaardigden sprak, gebruikte hij het dialect dat zij kenden, een dialect dat anders was dan het dialect dat gesproken werd door zijn eigen mensen uit de Hidjaz. Op deze manier probeerde hij met mensen te communiceren.
3. De Profeet, vrede zij met hem, had de gewoonte te reageren of te antwoorden overeenkomstig de intellectuele en sociale vaardigheden van de persoon in kwestie. Hij gaf verschillende antwoorden op ogenschijnlijk dezelfde vragen en reageerde verschillend op ogenschijnlijk dezelfde handelingen verricht door verschillende personen. Er kwam bijvoorbeeld een bedoeïene in de moskee van de Profeet, vrede zij met hem, die aldaar begon wild te plassen. Zijn daad toonde zijn lage I.Q. en sociale ontwikkeling. De metgezellen van de Profeet, begonnen ongenadig tegen hem te schreeuwen. Maar de Profeet, die rekening hield met zijn specifieke intellect en sociale achtergrond, waarschuwde hen, zeggende: ”Pak hem niet te hard aan. Je bent gezonden om toegevend te zijn jegens de mensen en niet om -bij gebrek aan onderscheidingsvermogen- streng te zijn. De Profeet beval toen dat er water over de plek waarop geürineerd was moest worden gegoten. Daarna riep de Profeet, vrede zij met hem, de man en legde het hem op vriendelijke wijze uit, afgestemd op diens mentaliteit. De man was zozeer tevreden over hoe de Profeet hem had behandeld, dat hij toen hij het gebed verrichte zei: “O God! Heb genade met mij en met Mohammed, en heb geen genade met anderen dan ons”. De Profeet, vrede zij met hem, glimlachte naar hem en zei: “O! Je hebt vernauwd dat wat wijd is”. Toen de man terug ging naar zijn mensen, zei hij: “Ik ben tot jullie gekomen vanuit de besten der mensheid”.
4. Wanneer de Profeet, vrede zij met hem, een aantal van zijn metgezellen uit wilde zenden om mensen in andere plaatsen te onderwijzen, gaf hij ze advies mee dat te maken had met deze individuele verschillen. Hij had bijvoorbeeld de gewoonte te zeggen: “Wees toegevend bij de mensen en maak het ze niet te moeilijk. Moedig ze aan en ontmoedig ze niet en wijs ze niet af”.
5. Tot slot is er verhaald dat de Profeet, vrede zij met hem, gewoon was zijn metgezellen op de volgende wijze te adviseren: “Spreek tot de mensen overeenkomstig hun mentale capaciteiten, want als je tegen iedereen hetzelfde zegt zullen er mensen bij zijn die je niet zullen begrijpen, waardoor ze de fout in zullen gaan”.

Gelijkheid van de Mensheid

God schiep een menselijk paar om daarmee het begin van het leven van de mensheid op aarde in te luiden. Alle personen die vandaag de dag deze aarde bewandelen, stammen af van dit paar. Voor enige tijd in het beginstadium leek het nageslacht van dit paar de enige groep. Zij had één religie en sprak dezelfde taal. Er waren weinig tot geen verschillen tussen hen.
Echter, zodra zij in aantal toenamen, spreidde zij zich over heel de aarde. Als begrijpelijk resultaat van hun verscheidenheid en groei, werden zij in verschillende stammen en nationaliteiten verdeeld. Hun talen werden afwijkend, hun manier van kleden varieerde en hun levenswijze werd ook onmiskenbaar veranderd. Het klimaat en de omgeving van verschillende plaatsen veranderde hun huidskleur en fysieke gestalte. Al deze verschillen zijn natuurlijke variaties. Zij bestaan daadwerkelijk in de wereld van de realiteit.
Vandaar dat de Islam deze kwesties als feiten erkent. Hij zoekt niet om weg te vagen of om te negeren, maar bevestigt dat hun voordelen bestaan in het verschaffen van de enige mogelijke manier om elkaar te kunnen onderscheiden. Echter, de vooroordelen die onder de mensheid ontstonden - vanwege deze verschillen in de vorm van groeperingen en organisaties gebaseerd op ras, kleur, taal, nationaliteit, enzovoorts - zijn veroordeelt door de Islam.
Islam beschouwt alle kenmerken van geboorte, van hoog tot laag onder de mensen, van hogere en lagere stand, van autochtoon tot allochtoon als een manifestatie van zuiver onwetendheid. Hij verkondigt dat de gehele mensheid van de wereld afkomstig is van dezelfde ouders en daardoor zijn zij broeders en gelijkwaardig in hun status als menselijke wezens.
Na het voorleggen van dit concept van gelijkwaardigheid en broederschap van de mensheid, voegt de Islam toe dat indien er werkelijke verschillen tussen man en man zijn dat dit niet op basis kan zijn van ras, kleur, land of taal, maar van ideeën, overtuigingen en principes. Hoewel twee kinderen van dezelfde moeder gelijkwaardig kunnen zijn indien gekeken wordt naar afkomst, zullen zij verschillende wegen bewandelen in het leven indien hun overtuigingen en moraal gedrag verschillen van elkaar. Het tegendeel is wanneer twee personen, één die in het Oosten is en een ander in het Westen, die ondanks een geografische en ogenschijnlijke scheiding van grote afstanden van elkaar gescheiden zijn, zullen dezelfde weg in het leven bewandelen indien zij zich vereenzelvigen met fundamentele basisprincipes. Islam probeert een principieel en ideologische maatschappij te bouwen; dit in tegenstelling tot de raciale, nationale en parochiale maatschappijen die bestaan in de wereld. De basis van de collectieve inzet onder de mensen in een dergelijke maatschappij is niet door afkomst, maar door de geloofsovertuiging en morele principes. Een ieder die gelooft in God als zijn Heer en Meester en accepteert de leiding van de Profeet als de wet in zijn leven kan zich aansluiten bij deze samenleving. Of hij nu een inwoner van Amerika of Afrika is; of hij nu zwart van kleur is of een witte huid; of hij nu een Europese taal spreekt of het Arabisch. Een ieder die zich aansluit bij deze gemeenschap zal dezelfde rechten en sociale status ontvangen. Zij zullen op geen enkele wijze onderworpen worden aan enige raciale, nationale of klasse verschillen van welke soort dan ook. Niemand zal beschouwd worden als hoog of laag. Er zullen geen onaanraakbare (paria’s) onder hen zijn; niemand zou bedorven (geschonden) kunnen worden door een aanraking van een iemand zijn hand. Er zullen voor hen geen benadelingen zijn wat betreft materiele betrekkingen, eten en drinken, en sociale contacten. Op niemand zal neergekeken worden vanwege zijn afkomst of beroep. Niemand zal enig onderscheidend recht kunnen claimen vanwege zijn deugdzame kaste, gemeenschap of afstamming. De verdienste van de mens zal niet afhangen van de betrekkingen binnen zijn familie of rijkdom, maar alleen of hij beter is dan anderen in moreel gedrag of uitblinken in vroomheid en rechtschapenheid.
Een dergelijke sociale orde, voorbijgaand aan de geografische grenzen en de limieten van ras, kleur en taal zoals het doet, kan zich naar alle delen van de wereld verspreiden. Op haar funderingen kan het bouwwerk van de universele broederschap van de mens worden opgezet. In een samenleving gebaseerd op ras of nationaliteit kunnen alleen die mensen die tot een bepaalde ras of land behoren worden toegelaten en de deur sluit in het gezicht van een ieder die daar niet aan voldoen. Echter, in deze ideologische samenleving kan een ieder die de geloofsbelijdenis en haar moreel niveau accepteert een deel van haar worden, met het bezit van gelijke rechten voor ieder ander. Voor degene die deze geloofsbelijdenis niet accepteren, de gemeenschap, hoewel zij hen niet in haar schoot kan nemen, is zij bereidt om relaties van tolerantie en broederschap aan te gaan met hen en hen voorzien van alle fundamentele mensenrechten. Het mag duidelijk zijn wanneer twee kinderen van dezelfde moeder anders zijn in manier van denken, dat in ieder geval hun manier van doen noodzakelijkerwijs anders zal zijn. Dit betekent echter niet dat ze hiermee ophouden om broers te zijn. Op precies dezelfde manier, als twee groepen van mensen of twee volkeren die in hetzelfde land leven, maar dan met andere fundamentele overtuigingen, principes en ideologieën, dan zal ook hun sociale orde zeker verschillend zijn. Alhoewel ze de gemeenschappelijke banden van de mensheid zullen blijven delen. Vandaar dat de Islamitische samenleving de niet-moslim gemeenschappen en groepen de maximale sociale en culturele rechten aanbiedt die mogelijk zijn op grond van gemeenschappelijke banden van de mensheid.

Bronvermelding:

-Overgave.com
-Islamic Way of Life (Islamitische manier van leven)

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

F.

F.

bedankt voor de vele informatie die in dit werkstuk staat. Heb je je punt al terug of heb je het heel lang geleden moeten maken? de mazzel, floor

17 jaar geleden