Luiheid

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 5e klas vwo | 9015 woorden
  • 22 juni 2005
  • 32 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 32 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Luiheid
Is luiheid ethisch verantwoord?

Inhoud

Inleiding
Religieus perspectief
- §1 Luiheid in het Christendom
- §2 Luiheid in andere religies
Sociaal-cultureel perspectief
- §1 Luiheid in de maatschappij
- §2 Wat zegt de politiek?
Medisch perspectief
- §1 Medisch te verklaren of aanstellerij?
- §2 Hoe gezond is sportief zijn?
Eigen visie
- §1 Ramon’s visie
- §2 Lars’ visie
Conclusie


Appendix:
Bronvermelding
Logboek

Inleiding

Luiheid, de afkeer van werk of inspanning, arbeidsschuwheid, gemakzuchtigheid.
Onze maatschappij, de politiek die deze regelt en de filosofie die deze bezielt zijn er vol van.
Ons land zit vol uitkeringstrekkers, profiteurs en werklozen, de westerse mens wordt pragmatischer, en met het verdwijnen van de invloed van religie verdwijnt ook in zekere mate het hieraan verbonden arbeidsethos.

Men trekt al snel een oordeel over luiheid.
Het niet of weinig werken in deze maatschappij wordt al snel onder de noemer lui gestopt, en daarmee wordt iedereen van arbeidsongeschikte tot gematigd pragmaticus gedemoniseerd en gecommuniceerd.


Maar is luiheid per definitie slecht?
Was het niet René Descartes die zei dat de tijd waarin hij lui in bed lag zijn meest productieve uren waren? Een grote filosoof (cognito ergo sum) die erom bekend stond vele uren uit te slapen.
Is het niet soms eens goed ons van de altijd maar groeiende vragen en eisen van onze utilistische kapitalistische samenleving af te wenden?
Onze maatschappij lijkt steeds meer op een maatschappij waar alles om geld gaat als eerste behoefte, een behoefte die langzamerhand boven de waarden komt te staan waar die eigenlijk voor bedoeld was. Niet langer gaat het om geld voor het overleven, onderhoud van het gezin, of het verschaffen van extra luxe, gemak en gezondheid, maar om geld voor het geld en eindeloos materialisme waarbij het gezin en de gezondheid achtergesteld worden.
In zo’n maatschappij moeten we ons afvragen of het soms niet beter wordt af en toe eens lui te zijn, en om het alsmaar groter wordende arsenaal aan keuzes waarin de vrijetijdsbesteding met zijn zucht naar consumeren paradoxaal genoeg een groot deel van de druk vertegenwoordigt waar men gedwongen is te kiezen (want ook de keuze geen keuze te maken is op zichzelf een keuze), te ontvluchten.

Toen de vrije tijd in de jaren ‘60 toenam en men aanvankelijk nog bang was dat men en masse lui zou worden, bleek deze vrije tijd perfect vormbaar voor grenzeloos materialisme en doelloze vrijetijdsbestedingen, een industrie aan oppervlakkig vermaak die grote inkomsten vertegenwoordigde, maar de mens allesbehalve rust en ontspanning gaf.
Als antwoord hierop zijn de laatste jaren een aantal interessante invloeden van buitenaf in onze samenleving geslopen. Zo is men geïnteresseerd geraakt in mediteren, zijn alternatieve geneeswijzen in populariteit gegroeid waaronder ook (plantaardige) medicatie en behandelingen zoals reiki, spirituele massages en acupunctuur die de rust en ‘innerlijke balans’ zouden kunnen herstellen en is de ‘sabbatical’ een relatief bekend fenomeen in de bedrijfswereld.

Met deze waarneming reist dus niet alleen onze hoofdvraag ‘Is luiheid per definitie slecht?’ of liever ‘Is luiheid ethisch verantwoord?’ met de aandacht op verantwoording tegenover de maatschappij en hoe men dat zou moeten beoordelen, maar vragen als ‘Is onze visie op de luiheid fundamenteel verwant aan het Christelijke arbeidsethos?’ en ‘Hoe gezond is het om helemaal nooit lui te zijn?’. Onthoud goed dat ook de positieve kanten van luiheid en rust vaak onderschat worden in onze maatschappij.

Wij zijn in dit werkstuk dus op zoek gegaan naar een inhoudelijke benadering van (maar naar allesbehalve een definitief antwoord op) de vraag of luiheid ethisch verantwoord is, en zullen hierbij ingaan op wat subonderwerpen, namelijk:

- Is onze mening over luiheid verwant aan die van het christendom?
- Hoe denken andere religies daarover?
(Dit zal behandeld worden in het onderdeel ‘Religieus perspectief’)
- Hoe komt luiheid in de maatschappij voor en wat zijn hierin de nuances?
- Wat zeggen verschillende politieke stromen over luiheid als maatschappelijk fenomeen?
(Dit zal behandeld worden in het onderdeel ‘Sociaal-cultureel perspectief’)
- Is luiheid medisch te verantwoorden en dienen we hiertoe dus ons oordeel aan te passen?
- Hoe gezond is het om daadwerkelijk actief te zijn?
(Dit zal behandeld worden in het onderdeel ‘Medisch perspectief’)

Met deze 3 onderdelen zullen wij een beeld vormen van luiheid, en trachten een genuanceerde blik te verkrijgen op de manier waarop luiheid daadwerkelijk voorkomt en hoe wij daar realistisch tegen aan moeten kijken vanuit verschillende gezichtspunten.

Hierna zullen we onze eigen mening formuleren naar aanleiding van wat we na dit werkstuk hebben gevonden en ontdekt. Hoewel dit geen essentieel onderdeel is van dit werkstuk is het zeker van belang.

Hierna zal een korte conclusie onze waarnemingen kort neerzetten, dit zal ook gelden als slot van het werkstuk en we zullen hierin proberen al onze bevindingen in acht te nemen, en kort terug te komen op onze deelvragen.

Wij hebben dit onderwerp gekozen omdat wij beide vrij pragmatisch ingesteld zijn, en vaak beticht worden van luiheid. Het leek ons aardig om met dit werkstuk de kans te grijpen een genuanceerd beeld van luiheid te creËren, wat is nu precies luiheid en wanneer is iemand echt lui? Ook leek het ons interessant eens in een maatschappelijke en levensbeschouwelijke context het ethische aspect van luiheid te belichten.

Wij hopen dat u na het lezen van dit werkstuk ook een andere kijk op luiheid zult hebben, en wij nodigen u hierbij ook gelijk uit het nog een keer met ons te bespreken, mocht u iets op onze meningen of bevindingen aan te merken hebben.

Wij wensen u veel plezier toe met het lezen van dit werkstuk,

Het Religieuze Perspectief

In dit onderdeel zullen twee vragen centraal staan:

- Is onze mening over luiheid verwant aan die van het christendom; en
- Hoe denken andere religies daarover?

Religie is een belangrijke grondslag voor een maatschappij, en bevat van oorsprong allerlei regels om die in goede banen te leiden.
De geloofsovertuiging is hierdoor de gemakkelijkste en meest concrete weg om een blik te werpen op de klassieke houding van (de grondslag van) verschillende culturen tegenover dingen als de zin van het leven, de positie van de vrouw of, in dit geval, luiheid.
Als we onderzoeken in hoeverre ons arbeidsethos van het christendom afstamt, kunnen we deze daarna vergelijken met andere religies en filosofieën om zodoende een beter beeld te krijgen van luiheid.
Hiervoor gebruiken we drie belangrijke religies, twee andere grote wereldreligies (die min of meer bij elkaar horen wat betreft invloeden, oorsprong, en houding tegenover luiheid) waarvan wij veel invloeden, vooral die betreffende rust en ontspanning, overgenomen hebben, en een wat controversiële religie die sterk tegenover het Christendom staat.

§1 Luiheid in het Christendom

Het christendom is het religieus fundament waarop onze hedendaagse westerse cultuur op gebouwd is. Met als twee economische grootmachten in de eerste plaats Europa en Noord-Amerika (beide landen hebben van oorsprong christelijke waarden), is het arbeidsethos dat relevant is tot het beoordelen van luiheid grotendeels van christelijke oorsprong.
De kapitalistische en materialistische invloeden van het westen over de hele wereld vertrouwden op de eerste plaats op de grondslag van het christendom en het arbeidsethos dat hierbij hoort, en maken hiermee dus deel uit van de kerstening van de wereld.
Waar kapitalisme (ofwel: de westerse invloed) rijst stijgt in feite ook uiteindelijk een ongebreidelde lust naar consumeren, naar welvaart, en verandert uiteindelijk de waarde van geld. Geld om het geld, niet langer hoofdzakelijk om te overleven, maar simpelweg om welvaart te verkrijgen, waarbij de tijd om daadwerkelijk hiervan te genieten (om niet te spreken van het samenzijn met het gezin en het nemen van rust) achtergesteld wordt bij de zucht naar geld.
Door de christelijke waarden over arbeid te doorgronden trachten wij hierin een oorsprong te vinden voor het arbeidsethos van onze hedendaagse maatschappij, en daarmee een lijn te trekken naar de be- en veroordeling van luiheid.

Hiervoor hebben wij hoofdzakelijk de 10 geboden en de hoofdzonden nagetrokken.

De duidelijkste boodschap over arbeid in de 10 geboden zit in de derde (volgens de Scofield bijbel in de vertaling van Martin Luther):

“Gedenk de sabbatdag, heilig hem. Zes dagen zul je werken en al je werken doen. Maar de zevende dag is de sabbat van de Heer, je God. Daarop mag je geen werk verrichten en ook niet je zoon, je dochter, je knecht, je dienstmaagd, je vee en ook geen vreemdeling, die in de stad woont.”

Interessant hieraan is dat rust zeker een belangrijke plaats krijgt, in absolute zin, ook geeft het laatste deel van het gebod, niet geheel onbelangrijk, aan dat het van belang is dat niemand werkt, dus kan en mag men zijn tijd in feite ook niet besteden in pretparken en andere recreatiegelegenheden waarvoor werk (van anderen of die persoon zelf) nodig is.
De sabbatdag is dus geheel bedoeld om op een functionele manier tot rust te komen, en niet per sé om te genieten. Deze dient dus vooral als voorbereiding voor het verdere werk.

Directer wordt het christendom in de toelichting van de zeven hoofdzonden.
Deze zijn als volgt: Ira (woede), Gula (onmatigheid, vraatzucht), Luxuria (onkuisheid, wellust), Invidia (nijd, jaloezie), Acedia (ledigheid, luiheid), Superbia (hovaardij) en Avaritia (gierigheid).

Degene die hierin voor ons van toepassing zijn, zijn Gula (vraatzucht, de ongebreidelde drang tot consumeren) en uiteraard Acedia (luiheid).

Hiermee geeft het christendom tegelijk aan dat luiheid per definitie verkeerd is, maar niet wat die definitie van luiheid dan precies is.
Het geeft aan de andere kant ook aan dat vraatzucht iets slechts is, en wijst hiermee dus ook de ‘workaholic’-mentaliteit van de westerse mens af.

Verder wordt door een paar overige geboden aangegeven dat het gezinsverband belangrijk is in het christendom.

De geboden ‘Je zult niet echtbreken’ en ‘Eer je vader en je moeder, zodat je lang leeft in het land, dat de Heer, je God, je geeft’ geven aan dat het gezinsverband van belang is en dus niet ten onder moet gaan aan werkdrift.

De negende en tiende geboden voegen hier nog wat aan toe.
In de Scofield bijbel zegt het negende gebod: “Je zult niet het huis van je naaste begeren, en het tiende voegt daar nog eens aan toe: “Je zult niet de vrouw van je naaste begeren, noch zijn knecht of zijn (dienst)maagd, noch zijn os of zijn ezel, noch alles, wat je naaste bezit.

Deze geeft dus in de eerste plaats al aan dat om dat te begeren wat jou niet toekomt een slecht iets is, het christendom gaat verder echter met de geboden niet in op een eindeloze begeerte naar wat je toe kan komen, al is hiervoor een onmenselijke hoeveelheid arbeid voor nodig die andere waarden als het gezin eventueel opzij zet, zoals wij die steeds meer zien in onze maatschappij.

Een latere stroming van het protestantse christendom, namelijk het calvinisme, had als sterke overtuiging dat het leven een test was om het hiernamaals te bereiken, waarin men geconfronteerd werd met een streng en hard arbeidsethos en vele verleidingen, die men moest weerstaan in het relatief korte leven waarna men eeuwig in de hemel kon verblijven.
Deze stroming die ook in Nederland invloed heeft gehad was het epitoom van christelijke werkdrift en liet een zeer hoge druk zien om te werken.

Hier zien we dus relatief duidelijk twee gezichten van het christendom:
- Een waarin het arbeidsethos hoog staat en werken als essentieel wordt gezien; en
- Een waarin gulzigheid en materialisme af worden gewezen en het gezin (dat hieraan ten onder gaat) als hoge waarde gezien

Hieruit kunnen we concluderen dat de westerse samenleving vervreemd en doorgeslagen is in het arbeidsethos en nu te veel werkt, waardoor de gezinsverbanden die het christendom zo duidelijk aanhaalt verloren gaan onder grenzeloos materialisme.
Dit materialisme, hoewel nog niet van toepassing in de tijd waarin het christendom zijn oorsprong vindt en het jodendom dat hieraan ten grondslag lag, werd al vroeg fundamenteel afgewezen door geboden als het negende en het tiende, en door de hoofdzonde van Invidia en Gula (jaloezie respectievelijk vraatzucht).

Toch kunnen we ondanks dit alles aannemen dat het arbeidsethos dat wij nu hanteren gebaseerd is op het christelijke (waarvan vooral de praktische kant van het calvinisme is overgebleven).

§2 Luiheid in andere religies

Nu we een indruk hebben van de christelijke positie wat betreft luiheid en de hedendaagse context ervan, kunnen we kort een vergelijking trekken met andere denkbeelden door kort de visie op luiheid van andere religies te onderzoeken.
De reden waarom wij gekozen hebben voor deze drie religies is omdat de eerste twee, het Hindoeïsme en Boeddhisme beide grote wereldreligies zijn, waarin niet alleen rust en ‘luiheid’ een grote en fundamentele rol speelt, maar waarin de ideeën ook dusdanig verschillen van de andere semitische religies.
Hierbij zijn dus bewust de islamitische en joodse religies uit gelaten omdat die sterke overeenkomsten vertonen met de christelijke vanwege hun oorsprong en geschiedenis.
De reden waarom wij het Satanisme van LaVey hebben gekozen is omdat deze principieel anti-christelijk is en voor wat interessante en controversiële standpunten zorgt.
Ook is het hindoeïsme en boeddhisme in deze paragraaf gecombineerd omdat die geen verschillen vertonen in de houding tegenover luiheid.

Hindoeïstische en boeddhistische visie op luiheid

Het hindoeïsme en vooral het boeddhisme hebben altijd al hun aandacht gericht op het individu en de (zelf)ontplooiing daarvan, dit door middel van meditatie, zelfbeheersing, oefening en vooral rust.
Veel tradities en cultuuruitingen die in het hindoeïsme en boeddhisme leidden tot deze dingen worden met westerse ogen bekeken als toonbeelden van luiheid.
Ook de mate waarin het hindoeïsme (wanneer dit volgens de hiËrarchie waarin je wordt geboren gepast is) en vooral het boeddhisme (om tot ultieme zelfontplooiing te komen) aansporen tot weinig bezit en veel tevredenheid, is tegenstrijdig met het westers materialisme en de drang tot werken die daar aan vast zit.
Wel zeggen beide geloven echter dat je je taak moet uitvoeren zoals die je opgedragen is door je plaats in de hiërarchie van de klassen zoals je daarin geboren bent.
Deze dient exact uitgevoerd te worden, zo mag men bijvoorbeeld geen extra of overtollige rijkdom of andere doelen nastreven, behalve die die leiden tot persoonlijke verlichting.
Het boeddhisme noch het hindoeïsme is dus per sé voor de luiheid.
Zo wordt ook gezegd: “U blijft in samsara door de kracht van luiheid, ontsteek daarom het vuur van de inspanning van toepassing”. Samsara is de cyclus van hergeboorte, en om daar uit te breken moet onder andere de luiheid uitgebannen worden.
Wel is echter duidelijk dat de luiheid in hindoeïstisch en boeddhistische zin op een ander begrip slaat dan wij oppervlakkig zouden waarnemen. Zo is het tijd voor zichzelf nemen en het concentreren daarop de hoogste prioriteit terwijl men een uiterst pragmatische houding aanneemt tegenover de plicht tot arbeid (men doet zo min mogelijk en vervult zijn taak).

LaVeyaans-Satanistische visie op luiheid

De ‘Church of Satan’ is een religie die in 1966 door Anton LaVey in Californië is opgezet.
Het zegt een realistische en humanistische filosofie te zijn, en verwerpt alle soorten Goden en ‘imaginaire’ figuren zoals demonen en engelen en doet ze af als simpele symbolen.
Onder dit motto gebruikt het Satanisme ook Satan, Satan staat symbool voor eerlijkheid, realisme, het geven van de gepaste (negatieve en positieve) beloning, en, hetgeen hier vooral relevant is, het genieten van de zonden (zoals gezegd in beide de 1e en 8e satanistische verklaring; ‘Satan represents indulgence instead of abstinence!’ respectievelijk ‘Satan represents all of the so-called sins, as they all lead to physical, mental, or emotional gratification!’.
De theorie hierachter is dat wanneer iets niet langer verboden is, men er minder aan denkt en niet in een vicieuze cirkel (of negatieve spiraal) terechtkomt. Als iets verboden is wil men het juist doen, waarna men zich schuldig voelt, en taboesfeer voor zichzelf en in de maatschappij creËrt, en het vervolgens weer wil doen omdat het (nu nog erger) verboden is.

Het satanisme van LaVey staat dus achter het ingeven aan de zonde, dus ook aan die van luiheid. Echter, door het idee van het opheffen van de hiervoor beschreven vicieuze cirkel door de zonden juist toe te laten (en zelfs aan te moedigen) wordt de luiheid in theorie zelfs tegengegaan.

Belangrijk is ook om te overwegen dat het satanisme sterk staat voor individualisme, en dus ook liberaal egalitarair is, wat inhoudt dat in principe iedereen gelijk is, maar niet gelijkwaardig, omdat iedereen beloont wordt naar dat wat hij verdient.
Iemand die lui is kiest er dus voor om een matige beloning te ontvangen in vergelijking met iemand die veel werkt. Het satanisme omhelst hiermee dus de natuurlijke ongelijkheid tussen mensen en de eerlijkheid van beloningen in de maatschappij.

Het satanisme heeft dus uiteindelijk hetzelfde resultaat wat betreft luiheid in de maatschappij als het christendom, alleen pretendeert het hierin beter te zijn.

Wel een groot verschil in deze kwestie is dat satanisme het niet per sé aanhaalt als ethisch onjuist, maar wel onverantwoordelijk. Aangezien de verantwoordelijkheid bij diegene zelf ligt (de 6e satanistische verklaring luidt ‘Satan represents responsibility to the responsible instead of concern for psychic vampires!’) is het dus de schuld van die persoon en roept hij zelf de daarbij behorende ellende op zich af, dit houdt niet alleen de armoede in die hij zal verwerven omdat die persoon afziet van zijn ‘plicht’ om te werken, maar ook de agressie die hij op zich af roept van anderen. Het satanisme pleit er te allen tijde voor aardig te zijn tegen iedereen die men tegenkomt in het leven, maar wanneer die ander hem hindert (of zijn eigen huis een gebrek aan respect toont) dient die persoon gewaarschuwd te worden en daarna rechtvaardig bestraft te worden. Wanneer de luiheid dus leidt tot het hinderen van anderen (in bijvoorbeeld hun werk), zal deze persoon ook die verantwoordelijkheid en de daarbij behorende straf moeten erkennen.

Sociaal-cultureel perspectief

De twee vragen die in dit onderdeel belangrijk zijn, zullen per paragraaf zijn:
- Hoe komt luiheid in de maatschappij voor en wat zijn hierin de nuances; en
- Wat zeggen verschillende politieke stromen over luiheid als maatschappelijk fenomeen?

In de eerste paragraaf zullen we proberen luiheid op een maatschappelijke manier te bekijken. Door de werkloosheid te meten (en nog even een lijn te trekken met de jaren ‘70) en te proberen de betrekkelijkheid van verschillende statistieken in te zien, zullen we hierdoor wellicht een realistischer en genuanceerder beeld krijgen van luiheid en werkloosheid binnen de maatschappij. Belangrijk is het hierbij om te onthouden dat het hier gaat om complete maatschappelijke luiheid. Het totaal niet deelnemen aan het werkproces is niet alleen de belichaming van luiheid (zo kan men ook weinig tot niets doen op het werk, terwijl dit niet als werkloosheid gerekend wordt), maar is ook nog eens niet accuraat omdat luiheid allesbehalve altijd de oorzaak is van werkloosheid. Deze laatste kwestie zullen we in het Medisch perspectief behandelen.

In de tweede paragraaf zullen we proberen de mening over luiheid (of liever: over werkloosheid) van verschillende politieke stromingen te belichten.
Hierin zullen we de houding tegenover werkloosheid van achtereenvolgens de liberalistische, marxistische en conservatieve stromingen doornemen.
Het confessionalisme (een vierde belangrijke politieke stroming die ook in Nederland van belang is) wordt hier niet behandeld aangezien alle Nederlandse confessionele partijen de Christelijke overtuiging delen, die al in het Religieuze perspectief is behandeld.

$1 Luiheid in de maatschappij

Afhankelijk van hoe je luiheid wil definiëren kun je zeggen dat mensen luier worden of dat mensen actiever worden.
Als je over de laatste jaren kijkt naar de stijging van de werkloosheid kun je stellen dat mensen inderdaad luier worden. Uit zeer recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de werkloosheid ten opzichte van winter 04-05 met 8000 werklozen meer aanzienlijk gestegen is. Er komen momenteel per maand gemiddeld 4000 werklozen bij in Nederland.
Nederland telt op dit moment (na seizoenscorrectie) 498 duizend werklozen, dat is ongeveer 7 procent van de beroepsbevolking, en dat is best veel.

Bron: CBS

Deze grafiek geeft de stijging van de werkloosheid over de afgelopen 2 jaar aan, en u ziet dat deze binnen zo’n korte tijd toch bijna 1.5 keer groter is geworden. Economen zeggen dat deze stijging te maken heeft met het verslechten van de economie. Maar je zou ook kunnen stellen dat de verslechtering van de economie te maken heeft met een groot aantal mensen die stoppen met werken omdat ze er gewoon geen zin meer in hebben. Uit het zelfde rapport van het CBS blijkt dat het vooral vrouwen zijn die (moeten) stoppen met werken. Zou dit komen omdat de vrouw de noodzaak van werken niet meer ziet omdat manlief toch genoeg verdient, zou ze het te veel moeite vinden om te werken, of valt het niet te combineren met het huishouden. Dit zouden drie alternatieven zijn die de stijging van de werkloosheid net zo goed kunnen verklaren als een mogelijke verslechtering van de economie. Kortom: Luiheid.

Maar dit is niet het enige voorbeeld dat te vinden is over toenemende luiheid in de maatschappij. Ook toen in de jaren 70 de gastarbeiders naar Nederland werden gehaald was luiheid een duidelijk motief voor deze actie. Wij vonden onszelf te goed, of waren te lui om vervelende klusjes op te lossen. Daarvoor werd Mohammed uit het Rifgebergte naar Nederland gehaald. Dit was echter maar tijdelijk, dachten we.

Als we JP en de normen- en waardengestapo mogen geloven, worden de Nederlanders sociaal ook steeds luier. Waar je vroeger nog iemand aansprak als deze iets op straat gooide zal dit de moderne mens een worst wezen. Ook zijn we niet meer bereidt om onze naasten te helpen of op te treden tegen dingen die ongewenst zijn. Men gaat er tegenwoordig van uit dat een ander dat wel zal doen en blijft zelf in z’n luie stoel zitten.

Als je tegenwoordig op een maandagochtend 10 uur over straat in Breda loopt zie je tal van mensen in verschillende leeftijden lopen. Het gros van deze voorbijgangers is tussen de 20 en 30 jaar oud. Dit gegeven maakt deze statistieken vrij betwistbaar, werken is niet meer van deze tijd en wordt dan ook zoveel mogelijk vermeden. Slechts 40% van de afgestudeerden gaat werken na afronding van een studie. 20% doet een vervolgopleiding. Wat doet dan die overige 40%? Juist, niks. Dus luiheid is gewoon een terugkerend probleem.

Ook zag je lui zijn een aantal jaren terug een modeverschijnsel worden. De Magnum 7 Zonden werden gelanceerd en een daarvan was luiheid. Ook werd de lifestyle wereld geconfronteerd met een nieuwe hype: het lounge meubilair. En zo zag je luiheid veranderen van zonde naar heersende moraal.

§2 Wat zegt de politiek?

In dit onderdeel zullen we kort de verschillende politieke stromingen doornemen die in dit land voorkomen (op één uitzondering na) en de standpunten die zij globaal innemen, met betrekking tot luiheid.
Wij zullen achtereenvolgens het liberalisme, conservatisme en het marxisme.
Het marxisme valt tegenwoordig vooral op te delen in het communisme en het socialisme. Hoewel het communisme niet daadwerkelijk in ons land voorkomt is het toch een belangrijke politieke stroming met een duidelijke visie op luiheid. Tegenwoordig is vooral de andere, relatief gematigde, afgeleidde van het Marxisme te vinden, zoals die ook in Nederland aanwezig is; namelijk het socialisme.

Liberalisme

“Als alle mensen op één na dezelfde mening hadden en slechts één persoon een andere mening had, dan zouden de mensen evenmin hun mening aan die ene persoon mogen oplegging als die ene persoon zijn mening aan al die anderen zou mogen opleggen, indien hij daartoe de macht had.”
John Stuart Mill in zijn boek On Liberty uit 1859

Het liberalisme staat voor de eigen vrijheid, en de eigen verantwoordelijkheid die daar inherent aan is. In principe is iedereen vrij zijn eigen filosofie in praktijk te brengen, en is het dus ook de keuze van het individu om te werken of niet.
In principe streeft het liberalisme naar zoveel mogelijk vrijheid van het individu, en zo min mogelijk overheidsbemoeiingen in de vorm van een nachtwakersstaat.
Dit houdt alleen in dat vrede en politieke rust bewaart wordt in het binnenland en met het buitenland, en dat er openbare werken worden verricht zoals het bouwen van bruggen en het aanleggen van wegen.
Dit zorgt voor minimale belastingkosten en maximale vrijheid. Er is echter geen sociale zekerheid, dus luiheid, en de keuze om niet te gaan werken, vallen onder de eigen verantwoordelijkheid.
Het liberalisme wijst werkloosheid dus niet per definitie af, arbeiders hebben namelijk het recht zelf te bepalen waar en voor ze willen werken, en ook of ze überhaupt wel willen werken.
De reden waarom de hedendaagse liberale partijen tegenwoordig in deze zin enigszins gematigd zijn, is dat werkloosheid niet altijd te definiëren is als luiheid, dus als het niet willen werken. Zoals eerder gezegd is dit ook het grootste probleem dat we in dit deel van het werkstuk tegen zullen komen, en dit is uitvoerig behandeld in de vorige paragraaf.

Conservatisme

Het conservatisme wordt tegenwoordig vooral gebruikt voor allerlei politici die terughoudend zijn en over het algemeen tegen verandering zijn.
Hoewel er in de meeste landen nooit een daadwerkelijke conservatieve partij is geweest, zijn er meer dan genoeg politici die, vooral in de confessionele partijen, een conservatief standpunt innemen, ook is er wel zeker sprake van een conservatieve ideologie.

Deze houdt onder andere in dat alle wetten natuurlijk natuurlijk tot stand zijn gekomen, ze dienen niet verandert te worden en zijn daardoor juist. Hiermee wijst het conservatisme revolutie en snelle veranderingen in de politiek af. Ook geven ze hierbij aan dat, aangezien de mens van nature geneigd is tot het kwade, er een sterk gezag nodig is om deze in goede banen te leiden.
Vooral dit laatste punt geeft aan dat het in het conservatisme belangrijk is streng over de mens te regeren, dus ook om deze aan het werk te zetten.
Ook vinden de conservatieven (volgens de klassieke conservatieve ideologie) dat arbeiders in bescherming genomen moeten worden, maar dat dingen als stakingen en dergelijke verboden moeten worden. De arbeider moet echter wel beschermt worden, en er is in het conservatisme ook vaak sprake van liefdadigheid, en het afschaffen van invoerrechten van producten als bijvoorbeeld aardappels om het de arbeiders makkelijker te maken.
Belangrijker is echter wel dat hiermee niet alleen de rechten, maar ook de plichten van de burger benadrukt worden, en hierbij hoort ook expliciet de verantwoordelijkheid om te werken.

Marxisme

Het marxisme (vernoemd naar Karl Marx) gaat er in de eerste plaats vanuit dat de economische verhoudingen de samenleving bepalen, en dat de klassen verdeeld zijn.
Deze zijn verdeeld over rijkdom en vooral het in handen hebben van productiefactoren zoals arbeid, grond en machines, echter, dit betekent niet dat men door moet strijden aan de top van de samenleving te komen.
Het marxisme streeft naar absolute gelijkheid van het hele volk.
Iedereen draagt zijn steentje bij, en iedereen verdient evenveel.
Marx geloofde dat als iedereen essentieel gelijk aan elkaar was, alle criminaliteit zou verdwijnen. De mens is van nature goed, maar ongelijkheid door (een gebrek aan) welvaart zorgt er voor dat de mens slechte keuzes maakt.
Als uiteindelijk de hele wereld communistisch zou zijn, zal er nergens meer oorlog en ongelijkheid zijn.
Als de omstandigheden ideaal zijn, zullen alle problemen oplosbaar blijken.
Duidelijk is uiteraard dat hiervoor wel iedereen daadwerkelijk zijn steentje bij moet dragen, luiheid is dus funest voor het functioneren van een marxistische staat!

Medisch perspectief

In de volgende twee paragrafen hopen wij het medisch perspectief van luiheid duidelijk uit te leggen. Omdat luie mensen meer als maatschappelijk probleem worden gezien, wordt luiheid ook vaak niet als aandoening of kwaal erkend. Dit is niet geheel terecht en dat hopen we te laten zien in paragraaf 1.
Paragraaf 2 gaat over energievreters. Uitgaande van de theorie dat een mens maar een beperkte hoeveelheid in zijn leven kan spenderen, kan het vermijden van deze energievreters je leven verlengen. In deze paragraaf wordt niet alleen het nadelen van sporten uitgewerkt maar ook die van bijvoorbeeld koffie en kou.

§1 Medisch te verklaren of aanstellerij

Luiheid is in principe niet te verklaren als zijnde een ziekte, wel wordt de ziekte Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS) vaak aangezien voor luiheid. Dit is echter geheel onterecht.
Hoewel dit geheel onterecht is, is CVS pas dit jaar als ziekte geaccepteerd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), daarvoor werd het gezien als een aandoening of zelf als aanstellerij.We zullen nu kort wat vertellen over CVS.

De exacte oorzaak van het Chronisch VermoeidheidsSyndroom is nog niet bekend. Omdat het syndroom vaak volgt op een virusinfectie, wordt wel aan een virale oorzaak gedacht. Een gebrekkig functionerend afweersysteem zou ook een rol kunnen spelen. Ook een niet goed functionerend hormoonsysteem zou tot het chronisch vermoeidheidssyndroom kunnen leiden.
Andere theorieËn zien een allergie voor omgevingsfactoren, een lage bloedsuikerspiegel en een lage ijzerconcentratie (bloedarmoede) als oorzaak.

Het chronisch vermoeidheidssyndroom begint vaak na een gewone verkoudheid, hepatitis (leverinfectie), bronchitis (infectie van de luchtwegen) of na een periode van ernstige stress. Soms begint het geleidelijker, zonder voorafgaande symptomen.
De kenmerken zijn onder meer vermoeidheid en zwakte, hoofdpijn, spierpijn, gewrichtspijn, pijnlijke lymfeknopen, slapeloosheid, gebrek aan concentratie en geheugenstoornissen. Na inspanning blijft de patiËnt langer dan 24 uur vermoeid. Mensen met deze aandoening kunnen ook last hebben van buikpijn, chronische hoest, diarree, duizeligheid, droge ogen of mond, oorpijn, pijnlijke kaken, ochtendmisselijkheid, psychologische problemen, (depressie, prikkelbaarheid, angst, paniekaanvallen) of gewichtsverlies. Soms verdragen ze alcohol slecht.

Dit syndroom komt bij alle rassen en leeftijden en in alle lagen van de bevolking voor. Onderzoek heeft echter aangetoond dat het bij hoger opgeleiden en bij mensen in de leeftijd van 30 tot 40 jaar iets vaker voorkomt. Vrouwen hebben een grotere kans op deze aandoening, waarschijnlijk als gevolg van biologische, fysiologische en sociale invloeden.

CVS lijkt vaak op ziekten als fibromyalgie, neurasthenie, multipele chemische overgevoeligheid en chronische mononucleosis. Daarom is de diagnose niet altijd direct en even makkelijk te stellen.
De diagnose kan worden gesteld als iemand minstens zes maanden of langer lijdt aan ernstige vermoeidheid, andere oorzaken inmiddels zijn uitgesloten en er bovendien sprake is van vier of meer van de volgende symptomen: concentratieverlies, keelpijn, pijnlijke lymfklieren, spierpijn, pijn in meerdere gewrichten zonder zwelling van de gewrichten, hoofdpijn, na het slapen niet fit wakker worden, malaise na inspanning die langer duurt dan 24 uur.

Voor het chronisch vermoeidheidssyndroom bestaat er geen specifieke behandeling. De behandeling richt zich hoofdzakelijk op bestrijding van de symptomen. In sommige gevallen worden antidepressiva voorgeschreven. De toestand van sommige patiËnten gaat hierdoor vooruit.
Andere maatregelen zijn onder meer een goed, gezond dieet, voldoende rust en regelmatige lichaamsbeweging zonder vermoeid te raken.
Ook kan het bijhouden van een dagboek mensen helpen. Door een nauwkeurig verslag van hun activiteiten krijgen ze namelijk zicht op gedragspatronen die een negatief effect kunnen hebben op hun gezondheid. Daarmee is gedragsverandering meteen ook bespreekbaar en aan te pakken.

Zoals eerder gezegd is CVS echter pas dit jaar geaccepteerd als ziekte door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), daarvoor werd het gezien als een aandoening of zelf als aanstellerij.
Minister Hoogervorst gaf echter maar schoorvoetend toe dat CVS een ziekte betreft en zijn aarzeling blijkt onder andere uit deze reactie: “De vraag die zich meteen aandient is, waarom ook niet andere onverklaarbare aandoeningen als zelfstandige ziektebeelden zouden moeten worden erkend”.

CVS is maar een enkel voorbeeld van een groot aantal (vaak medische) misverstanden betreffende luiheid. Omdat voor dokters het verschil heel moeilijk aan te geven is tussen luiheid en ziektes als CVS is het voor ons nog moeilijker een genuanceerd en juist beeld te krijgen van luiheid.. We moeten in de eerste plaats stellen dat luiheid zeker niet te verwarren is met vermoeidheid. Ziektes en aandoeningen als CVS onderscheiden zich van luiheid in dat mensen met CVS veel dingen wel willen maar niet kunnen, en luie mensen veel dingen wel kunnen maar niet willen. Mensen met CVS willen vaak niets anders dan een normaal leven leiden terwijl luie mensen in principe alles uit de weg gaan om maar niets te hoeven doen.

De verwarring die in de medische wereld heerst, heeft ook zijn effect op de politiek, en daardoor ook de maatschappij.
Mensen worden makkelijk verkeerd beoordeelt en behandelt wanneer ze aan een ziekte leiden die hen niet de mogelijk geeft veel of genoeg te werken.
Uit de uitspraak van minister Hoogervorst blijkt dat de politiek alles behalve een duidelijk beeld van luiheid heeft.
Luiheid zoals wij die als maatschappij vaak beoordelen is dus in sommige gevallen medisch te verantwoorden, en dit impliceert dat er zeker meer is dan we op het eerste gezicht vaak denken te kunnen concluderen.

§2 Hoe gezond is actief zijn?

Dat luiheid aanstellerij is wil niet zeggen dat lui zijn, of relaxen, af en toe goed voor je gezondheid is. Wij willen proberen dit te verklaren volgens de theorie van de beperkte levensenergie.
Deze theorie is voor het eerst opgesteld door de psycholoog Rubner en is later nog een keer onderzocht door Prinzinger. Vele wetenschappers hebben deze theorie bekeken en geverifieerd, en ze is in Nederland populair geworden door het boek Lof der Luiheid van prof. Dr. Peter Axt en Dr. Michaela Axt-Gadermann. Dit boek heeft de laatste tijd steeds meer aandacht gekregen en presenteert een betwistbare, doch aannemelijke theorie over het belang van luiheid.
Deze theorie laat zich eenvoudig uit leggen en klinkt ook vrij logisch. De theorie gaat ervan uit dat ieder mens met een bepaalde hoeveelheid energie wordt geboren, de hoeveelheid is bij ieder persoon anders. Maar stel dat je met 1.000.000 eenheden energie wordt geboren, en je gebruikt bij elke handeling een bepaalde hoeveelheid energie die weer van die 1.000.000 wordt afgetrokken. In rust of tijdens je slaap wordt er wel weer een hoeveelheid nieuwe energie aangemaakt maar die is nooit gelijk aan de hoeveelheid verbruikte energie zodat je totale hoeveelheid levensenergie altijd afneemt. Op een gegeven moment, als je van te voren niet getroffen bent door ongelukken of ziektes, is je levensenergie op en zal je op een natuurlijke manier sterven. De hoeveelheid energie de gebruikt wordt scheelt per diersoort. Hier een overzicht van de leeftijd die verschillende dieren kunnen bereiken.

Werkbij 3 tot 6 maanden
Mol 2 jaar
Muis 4 jaar
Bijenkoningin 5 tot 20 jaar
Regenworm 6 jaar
Hond 18 jaar
Wijngaardslak 18 jaar
Kat 20 jaar
Leeuw in het wild 10 jaar
Leeuw in gevangenschap 20 jaar
IJsberen in het wild 20 jaar
IJsberen in gevangenschap 40 jaar
Dolfijn 30 jaar
Vleermuis 30 jaar
Bruine Beer 47 jaar
Chimpansee 50 jaar
Struisvogel 62 jaar
Krokodil 66 jaar
Uil 68 jaar
Olifant 70 jaar
Adelaar 80 jaar
Zoetwater Parelmossel 100 jaar
De Mens 130 jaar
Schildpad 150 jaar

Er zijn zes manieren om levensenergie te verspillen:

1. Stress
2. Kou
3. Gebrek aan slaap
4. Voedsel
5. Door bepaalde genotsmiddelen
6. Overmatig bewegen

Op ieder van deze zal ik verder ingaan. Ten eerste:

Stress

Het menselijk lichaam kun je vergelijken met de auto. Hoe trager, hoe langer de levensduur.
Een raceauto gaat ongelooflijk snel maar rijdt op het uiterste van z’n kunnen en gaat daarom maar een paar honderd kilometer mee. Een dieselauto komt ietwat traag op gang maar gaat daarentegen wel duizenden kilometers mee. En een vrachtauto tenslotte zijn de langzaamste weggebruikers maar kunnen zonder problemen 1 miljoen kilometer afleggen.
De meest mensen denken volgens het formule 1 principe te moeten leven en dat gedrag wordt nog beloond door onze maatschappij ook. Niet alleen werkende mensen, maar ook gepensioneerden en scholieren lopen tegenwoordig met een overvolle agenda rond. Veel respect is er voor diegenen die dagelijks talrijke beroepsmatige en maatschappelijke afspraken afwerken. Die zal dan wel een goed leven hebben. Wanneer iemand zegt dat hij de afgelopen week 70 uur gewerkt heeft wekt dat al gauw de associatie op met een succesvolle baan. Een mobiele telefoon die 24-7 aanstaat geld als statussymbool en als deze kapot is voelen we ons onbereikbaar en zijn we bang dat we iets missen. Deze levensstijl brengt een hoop stress met zich mee die funest is voor je levensenergie.

De kleine prins

“Goedendag,” zei de kleine prins.
“Goedendag,” zei de handelaar.
Hij handelde in bijzonder effectieve pillen tegen de dorst.
Men slikt er elke week een en heeft absoluut geen behoefte
meer aan drinken.
“Waarom verkoop je dat?” vroeg de kleine prins.
“Dat is een enorme tijdbesparing,” zei de handelaar.
“Deskundigen hebben berekeningen gemaakt. Men bespaart
drieënvijftig minuten per week.”
“En wat doet men met die drieënvijftig minuten?”
“Men kan daarmee doen wat men wil.”
“Als ik drieënvijftig minuten over had,” zei de kleine prins,
“dan zou ik op mijn gemak naar een bron lopen.”

Antoine de Saint-ExupÉry, “De kleine prins”

Kou

Warmte en zonlicht zijn bijzonder belangrijk voor het ouder worden. Daarom worden bijvoorbeeld Grieken en Cubanen gemiddeld ouder dan mensen uit Noordelijke landen. Want hoe kouder de buitentemperatuur des te meer energie heeft het lichaam nodig om op 37°C te blijven. Maar niet alleen warmte heeft een positief effect op de lengte van ons leven ook zonlicht is niet geheel onbelangrijk. Een ruime hoeveelheid zonlicht stimuleert ons hormoonstelsel, verbeterd de energiestofwisseling en het afweersysteem en brengt bovendien de bloeddruk omlaag.

Gebrek aan slaap

De spiegel van het stresshormoon cortisol bereikt ‘s nachts een dieptepunt terwijl wel het verjongingshormoon melatonine wordt afgescheiden.
Maar het belangrijkste effect op de hoeveelheid levensenergie wordt uitgeoefend door afname van de stofwisseling en een minder verbruik van calorieën. Een uur langer slapen bespaart je 50 kilocalorieËn.

Het hormoon melatonine wordt in de hypofyse, een kleine klier in de hersenen, geproduceerd. Met onze voeding nemen wij het aminozuur tryptofaan op. Overdag zet ons lichaam dit om in de transmitterstof serotonine. Zodra het donker wordt de hypofyse is via de gezichtszenuw verbonden met de buitenwereld wordt serotonine omgezet in melatonine. Voedingsmiddelen die veel tryptofaan bevatten zijn onder andere: sojabonen, erwten, bonen, zeevruchten, pasta, noten en verschillende soorten fruit. Door deze voedingstoffen veel te nuttigen stimuleer je zelf de productie van het verjongingshormoon melatonine.

Melatonine is een krachtige antioxidant, dat wil zeggen het beschermt lichaamscellen tegen beschadigingen en veroudering. Het verhoogt ook de prestatie van het afweersysteem en zorgt ervoor dat de lichaamstemperatuur ‘s nachts daalt, hetgeen leidt tot een geringer energieverbruik. Bovendien vertraagt het melatonine verouderingsproces.

Voedsel

- “Wanneer ik naar de markt ga, wordt ik me ervan bewust, hoeveel dingen er zijn die ik niet nodig heb.”- Socrates

In eerste instantie lijkt het onwaarschijnlijk dat eten ons energie zou kosten. Op het eerste gezicht neemt men met de voeding energie op. Maar ook het verteringsproces is “werk” voor het lichaam, waardoor een relatief groot deel van de via de voeding opgenomen calorieËn voor het verteren van het voedsel wordt gebruikt. Daaruit zou men kunnen concluderen dat licht verteerbare, koolhydraatrijke voedingsmiddelen, die minder energie “verspillen” bij de vertering, ons langer jong houden.

Genotsmiddelen

Het meest bekende genotsmiddel is natuurlijk koffie. Vooral het stimulerende effect van de cafeïne die erin zit wordt door de meeste mensen gewaardeerd. Elk kopje bevat 70 tot 150 mg cafeïne. Maar aan een kopje per dag hebben de meeste mensen niet genoeg, want het stimulerende effect duurt niet zo lang. Ongeveer 30 minuten na het genot van een kopje koffie bereikt de cafeïne zijn maximale stimulerende effect, na 3 tot 6 uur is de helft al afgebroken. Bij rokers is de cafeïne trouwens duidelijk sneller uitgewerkt. Misschien is dat de reden dat kettingrokers vaak ook sloten koffie drinken.
Maar cafeïne houd je niet alleen wakker, het stimuleert ook de stofwisseling en verhoogt daarmee het calorieënverbruik. Deze stofwisselingsstimulerende werking van koffie noemt men ook wel het “thermogene effect”. De door de cafeïne opgewekte thermogenese stimuleert de vetafbraak in het lichaam. Uit de lichaamseigen reserves wordt extra energie gehaald.

Bijna elke roker heeft een argument bij de hand om uit te leggen waarom hij niet met roken kan stoppen, een daarvan is bijvoorbeeld “als ik niet rook word ik dik”. De meeste ex-rokers worden inderdaad iets dikker. Dit bekende fenomeen van gewichtstoename en de stijging van eetlust bij ex-rokers werd tijdens een groot onderzoek onder de loep genomen. Tijdens het onderzoek, waaraan 5000 mensen deelnamen, werd vastgesteld dat ex-rokers tien jaar nadat ze de sigaretten hadden afgezworen, duidelijk zwaarder waren geworden. Mannen waren ongeveer 4.4 kilo zwaarder geworden. Vrouwen waren ongeveer 5 kilo aangekomen. Voor de meeste rokers is deze ongewenste gewichtstoename de voornaamste reden om weer te beginnen met roken. Maar waarom wordt men dikker? Dat ligt aan de stofwisseling, die door bepaalde stoffen in de sigaret enorm gestimuleerd wordt. Elke sigaret verhoogt het calorieËnverbruik en draagt bij aan het verspillen van levensenergie. Gewichtstoename is slechts een teken dat de stofwisseling na het stoppen met roken langzaam maar zeker tot rust komt en langzamer gaat werken. Dat is in principe een goed teken.

Overmatig bewegen

In 1953 werd vastgesteld dat chauffeurs op de dubbeldekkers vaker aan een hartaanval bezweken als de conducteurs. Waar lag dat aan? Gingen de conducteurs ‘s avonds nog een rondje hardlopen en de chauffeurs niet? Nee, alleen het heen en weer lopen en af en toe een trap op en af gaan in de bus leverde de conducteurs een betere gezondheid op.
Veel sporten is echter helemaal niet nodig voor een langer leven. Vooral als je geen plezier beleeft aan het sporten. De Amerikaanse cardioloog Jacoby heeft namelijk berekend dat je je leven met 2 jaar kan verlengen als je meerdere malen per week sport. Maar de tijd die je verbruikt op de tennisbaan of loopband bedraagt eveneens 2 jaar, dus is sport eigenlijk zinloos. Dit betekent niet dat beweging niet vereist is. Maar men heeft genoeg aan de dagelijkse sportieve activiteiten als bijvoorbeeld de hond uitlaten, ramen zemen of traplopen.
Veel sporten is funest voor je levensenergie. We weten immers allemaal hoe het met de eerste marathonloper is afgelopen.

Eigen visie

Na het onderzoeken van beide de implicaties en de nuances van luiheid, alsook de verschillende visies van autoriteiten zoals religie en politieke stromingen,

§1 Ramon’s Visie

Naar mijn mening is luiheid geen slecht goed, mits met mate. Vaak worden lui zijn en profiteren over ÉÉn kam geschoren. Doch is er een wezenlijk verschil tussen die twee. Ikzelf ben vrij lui maar ik heb echt niet de intentie van mensen te profiteren. Graag heb ik dat mensen me met rust laten, en al dat gesjor aan me vind ik maar niks. Ook ga ik graag werk uit de weg, maar wat gedaan moet worden moet gewoon worden gedaan. En ook ik zal mijn plicht dan niet ontlopen. Mensen die dit wel doen en de vuile en vervelende klusjes dus door anderen laten op lossen zijn profiteurs. Uit het voorgaande blijkt wel dat de scheidingslijn tussen lui en profiteur flinterdun is. Als je verschrikkelijk lui bent wordt je een profiteur. Daarom moet luiheid ook bestreden worden als het uit de hand dreigt te lopen. Als mensen niet meer gaan werken en van een uitkering gaan leven terwijl ze zelf goed in staat zijn om geld te verdienen moet dit naar mijn mening bestreden worden. Maar als je gewoon 30 uur per week werkt mag je van mij gerust van je vrije tijd genieten. En als niets doen jouw ideale invulling is moet je gewoon lekker lui wezen. Voel je nooit verplicht om mee te doen aan sportieve activiteiten of evenementen als je liever thuisblijft. Doe gewoon je werk en voor de rest Leve de Luiheid!

§2 Lars’ Visie

De visie waar ik het in de eerste plaats het meest mee eens was, en die waar ik nog steeds het meest achtersta, is de liberale (egalitaire) visie.
Hoewel ik persoonlijk zeer pragmatisch ingesteld ben (een neiging die ik liever eufemistisch als efficiëntie bewoord) ben ik van mening dat het je eigen verantwoordelijk is.
Wie niet wilt werken verdient wat hem toekomt, en dat is logischerwijs niet veel.
De staat is uiteindelijk maar een manier om mensen globaal in goede banen te leiden, maar men moet niet verwachten dat zij onvoorwaardelijk gesteund worden.
Luiheid is hierbij niet per definitie een slechte waarde, als we luiheid terugbrengen tot de beweegreden daartoe, zonder het direct te stigmatiseren, kunnen we zeggen dat rust en pragmatisch denken zeker goede punten zijn.
Iemand die 24 uur achter elkaar keihard werkt zal uiteindelijk zo kapot zijn dat deze hierna zo slecht zal functioneren – of zelfs totaal niet – dat hij uiteindelijk minder werk zal leveren.
Als dit effect op een termijn van 24 uur al zo sterk is, zal deze, ongeacht rust tussendoor, hetzelfde of waarschijnlijk erger zijn op een lange termijn.
Rust is belangrijk, en draagt zeker bij aan de productie van een persoon, in welke vorm dan ook.
Een goede balans is dus nodig, en die is aan de persoon zelf, ieder stelt zijn eigen prioriteiten, en de keuze om langer te kunnen slapen of meer tijd aan het gezin te besteden zal als gevolg hebben dat de betreffende persoon minder geld verdient.
Ook is het naar mijn mening belangrijk niet te vergeten dat iets niet altijd is zoals het lijkt.
Zoals ik al eerder heb gezegd is luiheid in de praktijk vaak eerder een negatief hyperoniem (of verzamelwoord) voor verschillende motieven die leiden tot een schijnbare afwezigheid van (materiële) productie, dan dat het een daadwerkelijk gebrek aan wil is tot werken.
Zo vindt mijn moeder over het algemeen dat ik weinig uitvoer, omdat ik de hele dag achter mijn bureau zit, wat ze echter niet weet is dat ik in mijn tijd ook vaak boeken lees en (quasi-filosofische) artikelen op mijn weblog schrijf (lees: soort dagboek op het internet).
Hoewel dit in mijn ogen allesbehalve luiheid is, blijkt haar definitie van luiheid te verschillen van de mijne.
Uiteindelijk is het dus onmogelijk voor iedereen een bevredigende definitie van luiheid op te stellen. Ook verschijnselen als bijvoorbeeld werkloosheid hangen niet altijd samen met de onwil te werken, maar ook vaak met allerlei mentale of fysieke problemen en andere externe hindernissen die de mensen beletten te produceren (nogmaals; of dit nu voor gedachten, materiële zaken of andere dingen moet gelden, dit is naar mijn definitie allemaal produceren, ongeacht de waarde tot anderen).
Met dit in ons hoofd lijkt het me belangrijk dat we onthouden niet te veel van anderen te eisen, het is uiteindelijk onze eigen vrije keuze, en daarmee onze eigen verantwoordelijkheid.
Het is daarbij de taak van de staat deze vrijheid te garanderen, en daarmee ook de verantwoordelijkheid op juiste wijze te belonen.
Wel moet er uiteraard een sociaal vangnet zijn, je kunt namelijk niet aannemen dat iedere werkloze lui is, maar dit vangnet moet eerder op een trampoline dan een hangmat lijken.
Mensen moeten continue gemotiveerd worden weer (wit) te gaan werken door zeer minimale sociale voorzieningen. Als men niet kan bewijzen fysiek of mentaal niet de mogelijkheid te hebben om te werken, zullen de voorzieningen moeten worden stopgezet.
Iemand die zich technisch gezien niet kan vinden in de maatschappij gaat ten onder aan het darwinisme. De wetten van ‘survival of the fittest’ zijn verplaatst van fysieke kracht naar de motivatie en het talent dat vereist is een goede opleiding te kunnen genieten (het is tegenwoordig voor bijna iedereen mogelijk financieel gezien optimaal gestudeerd te hebben) en een juiste baan te vinden.
Of dit ethisch juist is, is uiteraard betwistbaar.

Al met al is luiheid dus in mijn mening zeker ethisch te verantwoorden.
Als jij ervoor kiest lui te zijn, is dat jouw keuze en zou je daar in principe niemand mee moeten hinderen. Is dit wel zo, dan is het aan die persoon ervoor te zorgen dat jij daar de gevolgen van ondervindt, hoewel het makkelijker is voor die persoon om, zeker in deze maatschappij, een andere manier te vinden om zijn productie voort te zetten of op een andere manier van jou af te komen zodat zijn welvaart en gemak toe kunnen nemen.
Bedenk wel dat ook sociale gevolgen betrekking hebben op de keuze tot vrijheid, en die horen hier dus bij. Solidariteit is echter niet per definitie superieur aan persoonlijk gewin en gemak, hoe politiek correct dit ook mag klinken.
Bovendien zal het kiezen voor een social wensbare houding, aangenomen dat die in dit geval in strijd is met de door jou gewenste houding, namelijk het lui zijn, uiteindelijk toch een egoïstische keuze zijn, die genomen wordt uit het belang van reputatie, respect, en status, en de voordelen die daaruit voortkomen.
Homo homini lupus.

Als iemand de sociale en economische gevolgen van de keuze tot luiheid juist kan inschatten, is ethiek in mijn ogen niet meer van belang.
Er is dus geen sprake van een moraalkwestie, om van het zwart-wit binair (niet te vergeten imaginair) gegeven ‘goed versus kwaad’ nog maar niet te spreken.

Conclusie

In deze conclusie zullen we nog kort even de hoofdvraag en de deelvragen bekijken, en relativeren wat we hier nu over kunnen zeggen.
Onthoud dat het hier niet de bedoeling is een definitief antwoord te geven op de vragen die in dit werkstuk zijn behandelt. Veel vragen en de daarbij behorende antwoorden zullen altijd samenhangen met de persoonlijke ideologie van de gevraagde, dit betekent niet alleen dat deze antwoorden altijd subjectief zullen blijven, maar ook dat de antwoorden essentieel van elkaar zullen verschillen en in strijd met elkaar zullen zijn.
Wij pretenderen dus allesbehalve een antwoord te hebben gevonden op alle door ons gestelde vragen, wel zijn wij van mening dat we voor onszelf een genuanceerder en inhoudelijker beeld hebben kunnen creëren van luiheid vanuit verschillende perspectieven.

Nog even kort de behandelde vragen:

De hoofdvraag:
- Is luiheid ethisch verantwoord?
- Is onze mening over luiheid verwant aan die van het christendom?
- Hoe denken andere religies daarover?
- Hoe komt luiheid in de maatschappij voor en wat zijn hierin de nuances?
- Wat zeggen verschillende politieke stromen over luiheid als maatschappelijk fenomeen?
- Is luiheid medisch te verantwoorden en dienen we hiertoe dus ons oordeel aan te passen?
- Hoe gezond is het om daadwerkelijk actief te zijn?

Hoewel we in de eerste paragraaf hebben gevonden dat er in onze samenleving veel overblijfselen lijken te zijn van het christelijke arbeidsethos en het christelijke dogma, hoeft deze niet per sÉ volledig hiervan afhankelijk te zijn.
Hoewel de basis in onze maatschappij in zijn waarden en drijfveren onbetwistbaar door het christendom is gelegd, bewijzen verschillende politieke stromingen en religies ook dat ze een soortgelijk resultaat kunnen veroorzaken met een alternatieve denkwijze.
Andere religies denken niet per definitie anders over luiheid an sich, maar handelen hier wel anders naar wat betreft verantwoordelijkheid.
Waar sommige ideologieën de (dit geldt voor beide politieke stromingen en religies) verantwoordelijkheid benadrukken en de mens zijn eigen pad laat kiezen, benadrukken anderen juist de regels en lijken (en in het geval van conservatisme zelfs ‘blijken’) deze aan te nemen dat de mens regels nodig heeft, dit zien we terug in een religie als het Christendom, en het conservatisme, maar ook in het socialisme. Het tegenovergestelde kunnen we zien in het satanisme en het liberalisme. Aparte gevallen zijn het hindoeïsme en het boeddhisme die, hoewel ze een andere definitie hanteren, en veel waarde hechten aan rust (en dit ook zien als zinvols integendeel tot inefficiënt ‘luieren’), toch benadrukken dat men niet lui mag zijn met het oog op de taak van het individu in het grote geheel van de hiërarchisch ingedeelde maatschappij, en ook met het oog op de cyclus van wedergeboorte en de kans hier uit te breken.

Uit de behandeling van de deelvragen ‘Hoe komt luiheid in de maatschappij voor en wat zijn hierin de nuances?’ en ‘Is luiheid medisch te verantwoorden en dienen we hiertoe dus ons oordeel aan te passen?’ hebben we op kunnen maken dat er zeker geen duidelijk beeld te maken is van luiheid op sociaal of politiek gebied. Luiheid valt niet te definiëren omdat verschillende medische oorzaken, die niet erkend worden door de politiek, het mensen moeilijk kunnen maken deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Luiheid is geen binair gegeven en is niet altijd wat het lijkt te zijn.
Ook hebben we gezien dat luiheid niet altijd zo negatief is als het lijkt.
Zo geeft voldoende studie een sterke aanwijzing dat luiheid en het besparen van energie wel degelijk goed zijn voor de mens, en dus uiteindelijk in principe kunnen leiden tot een efficiëntere productie, en de mogelijkheid langer door te werken door het vitaler blijven en lang leven van de mens.

Hoewel we van de meeste vragen wel een indruk hebben, blijft de vraag ‘Is luiheid ethisch verantwoord?’ een goede, en bovendien zeer persoonlijke.
Uiteindelijk is ethiek een persoonlijke keuze, die echter niet inhoudt dat de sociale implicaties van die keuze irrelevant zijn, de vraag is óók of die opwegen tegen het persoonlijk gewin.
Wel houdt dit in dat wij deze vraag helaas niet kunnen beantwoorden.
Uiteindelijk is luiheid in onze mening een persoonlijke keuze.
Het verschil tussen Ramon en Lars hierin is dat Ramon profiteren per definitie verafschuwt, hij ziet dus de sociale implicaties als een verplichting, waar solidariteit belangrijker is dan het gemak dat uit luiheid voortvloeit.
Lars daarentegen ziet in de eerste plaats in dat hier een overweging aan te pas moet komen, en in de tweede plaats dat die uiteindelijk ook gaat om het persoonlijk gewin dat uit deze overweging voort komt.

Nogmaals vragen wij u hierover nog eens na te denken, en wij zien er naar uit met u een inhoudelijk gesprek over dit onderwerp te kunnen voeren.

Appendix
A] Bronvermelding
B] Logboek

Bronvermelding

Religieus perspectief

§1
http://www.universelles-leben.org/nl/die_10_gebote_nl.html
http://www.katholieknederland.nl/archief/actualiteit/nieuws/index_archief_februari_2003_16101.html
http://www.allesopeenrij.nl/index.html?page=http://www.allesopeenrij.nl/lijsten/religie/kardinale_zonden.html
http://www.ronduit.nl/portals/themes/article.jsp?portal=5678911&article=4458731&theme=5768589
http://www.ronduit.nl/portals/themes/article.jsp;jsessionid=8D6A3B69DCE721871E55388F9C73281B.mmbase04?article=4458711&portal=5678911&theme=5768589

§2
http://www.bureve.com/jan/essays/hindoei.htm
http://boeddhisme.pagina.nl/
http://en.wikipedia.org/wiki/Samsara
http://kadampa.web-log.nl/categorie/9692
http://www.churchofsatan.com
http://www.dpjs.co.uk

Sociaal-cultureel

§1
http://www.cbs.nl/

§2
Sprekend Verleden VWO 5
http://web.inter.nl.net/users/Paul.Treanor/lib.sum.nl.html
http://www.utilitarianism.com/jsmill.htm
http://www.utm.edu/research/iep/m/milljs.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Conservatisme
http://nl.wikipedia.org/wiki/Communisme
http://www.marxisme.net/

Medisch perspectief

§1
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=57
http://www.nieuwsbank.nl/inp/2005/02/23/R324.htm

§2
Het boek 'Lof der Luiheid' door Dr. Peter Axt en Dr. Michaela Axt-Gadermann.
http://www.ond.vlaanderen.be/schooldirect/bijlagen0202/luiheid.htm
http://www.lynchburg.edu/academic/business/prinzinger.htm
http://www.embl.org/aboutus/sciencesociety/conferences/2004/session1/roland_prinzinger.html
http://www.valuequotes.net/dutch.html

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

S.

S.

Erg nuttig en leerzaam stuk. Dank jullie wel dat jullie het online gedeeld hebben. Ik denk dat luiheid (met mate) wel degelijk zijn nut heeft. Luiheid (of niksen) schijnt vaak zelfs te leiden tot creativiteit. Einstein bv. was er een groot voorstander van omdat de beste ideeen vaak in ontspannen toestand ontstaan.

9 jaar geleden