Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Levensbeschouwelijke visies op de dood.

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • Klas onbekend | 2230 woorden
  • 1 juni 2001
  • 109 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 109 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Het Christendom

Als je werkelijk in God gelooft en dat God de schepper van deze wereld is en als je je naar zijn leefregels leeft dan zul je een “beloning” krijgen naar je eigen verdienste. De verloste mensen zullen voor eeuwig en altijd in God zijn nabijheid zijn. De overige mensen zullen gewoon vergeten worden. Volgens het Christendom is het zo dat als een mens zondigt dat hij dan eigenlijk voor altijd dood is. Gelukkig kun je bij God om vergeving vragen en dat je zonden dan vergeven worden. Omdat je om vergevenis kunt vragen begin je steeds weer met een schone lei. In het Christendom kun je ook gedoopt worden. Als je gedoopt wordt, wordt je als het ware een kind van God, je wordt dan opnieuw geboren en je leeft dan voort door de dood heen.

Er zijn twee plaatsen waar je volgens Christenen als je dood bent kunt belanden:

1} De hemel. De hemel is een paradijs, al je wensen zullen vervult worden. In de hemel is alleen het goede en het kwade is er niet. Vroeger kreeg ik als klein kind altijd van mijn oma te horen dat ze in de hemel met gouden messen en vorken eten. Maar zou het waar zijn? Er is nog nooit bewezen dat er echt een hemel is. Maar wij Christenen geloven daar in. Wij geloven dat je in de hemel kunt belanden als je een Christen bent en als je belijdt dat je een volgeling van Christus bent. Alle andere mensen komen eigenlijk in de hel, ook al is iemand nog zo aardig, als die persoon zijn geloof niet belijdt komt die persoon toch in de hel terecht.

2} de hel. In de hel is alles eigenlijk verziekt en slecht. In de hel komt alleen het kwade. Daar is eigenlijk alleen maar pijn en verderf. Ik zie de hel eigenlijk voor me als een plaats vol met lava en vuur. En er is dan een man (de duivel) die iedereen martelt. Zo zie ik de hel.


*Afhankelijk van de tijdsperiode zijn er verschillende opvattingen van hoe het hiernamaals eruit zou zien:
#3-4de eeuw: Toen werd er gedacht dat er een berg zou zijn in het midden van de aarde.
#13de eeuw: Het hiernamaals zou in de wolken zijn. Het zou in de volgorde zijn van: de goeden – god - de slechten
#18de eeuw: er zou een plaats van ontspanning zijn waar men zijn geliefden en dierbare opnieuw zal ontmoeten.

*Opvatting van het hiernamaals in deze tijd:
-oude Christenen: De oude Christenen vatten de bijbel zeer letterlijk op, volgens hun is het hiernamaals een feit.

-Nieuwe Christenen: De nieuwe Christenen zijn kritischer als de oude Christenen, ze stellen zich de vraag hoe ze een moderne levenswijze kunnen verenigen met een op de bijbel gefundeerde levenswijze. Elke opvatting zal dan van mens tot mens anders zijn. Vroeger was er dus eigenlijk maar een en dezelfde mening over het hiernamaals, maar nu lopen de meningen over het hiernamaals uiteen.


Euthanasie in het Christendom
Ik heb eerlijk gezegd eigenlijk niets kunnen vinden over hoe dat het Christendom eigenlijk tegen euthanasie aankijkt. Maar wel heb ik iets gevonden over hoe het Rooms-katholieke geloof tegen euthanasie aankijkt. Het Rooms-katholieke geloof heeft een duidelijke mening over euthanasie. Zij geloven dat God zelf beslist over leven en dood, de mens dus niet. Het leven mag pas beëindigd worden als God dat wil. We moeten de manier waarop we door God zijn gemaakt respecteren. Euthanasie en al de andere dingen die tegen het leven ingaan, (moord, abortus, euthanasie en vrijwillige moord) zijn volgens de Rooms-katholieke kerk innerlijk slecht. Het is een schending van de wet van God en als we ons daar niet aan houden zullen we naar de hel verbannen worden.


Elisabeth Kübler-Ross heeft duizenden stervenden begeleid. Ze is heel erg tegen euthanasie. Ze vindt de zorg voor bejaarden en zieke mensen heel belangrijk. In een interview zei ze eens: “Als je een leven verkort al is het maar vijf minuten dan is het al misdadig.” Maar er is nog meer, ze vindt dat je de laatste les van de patiënten steelt. Ze waren zo dicht bij het eindexamen en jij pakt ze dat af, dat is misdadig want deze mensen moeten helemaal opnieuw beginnen. Elisabeth zei dit omdat ze ervan overtuigd is dat er leven na de dood is. En ze denkt dat lijden weldegelijk een zin heeft. De stervende leert zijn laatste les als hij/zij dood gaat. En die mag je niet zomaar stelen van die persoon.


Rouwgebruiken, hoe en waarom?
Vaak vindt er voor de begrafenis of crematie een bijeenkomst plaats. Voor Christenen is dat meestal in een kerk.

We zullen nu de uitvaartmissen gaan bekijken van de Katholieken en de Protestanten.

Katholieken kennen een uitgebreide uitvaartmis. De dode ‘vaart uit’ naar God. Dat wordt door een priester begeleid. Hij haalt de doodskist bij de ingang af en zegent de kist met wijwater. Intussen worden er allerlei liederen gezongen. Daarna wordt de kist naar het midden van de kerk gebracht en de voeten van de dode moeten in de richting van het altaar wijzen. Dit gebruik is nog afkomstig van een oud bijgeloof. Zou het lichaam de andere kant uitwijzen, dan zou de ziel nog in het lichaam kunnen terugkeren. Tegenwoordig wordt gezegd dat de overledene op die manier alle plechtigheden van de priester kan volgen. Als de kaarsen rond de kist zijn aangestoken begint de uitvaartmis. Tijdens de mis houdt de priester een preek, daarin wordt in het kort gezegd wat voor een mens de dode was. Meestal worden er alleen maar goede dingen verteld over die persoon. Dat heeft ook met een oud bijgeloof te maken, al weet bijna niemand dat meer. Als je iets lelijks over een dode zegt, zou hij/zij je wel eens een tijdje lastig kunnen vallen. Het spreekwoord luidt dan ook: “over doden niets dan goeds.” Aan het einde van de mis wordt er meestal een bidprentje uitgedeeld. Daarop staat een tekst over de overledene. Vaak staat er ook zijn/haar foto op. Vroeger baden veel gelovigen deze tekst elke dag als ze naar de kerk gingen. Na afloop van de mis gaat de stoet naar het kerkhof of crematorium. De kist wordt nog eens gezegend en als iemand begraven wordt zegent de priester ook nog het graf. Op de derde, zevende en dertigste dag na de uitvaartmis wordt er weer een mis aan de overledene opgedragen. En ook één jaar of elk jaar na zijn haar dood,

Dit heet het jaargetijde. Ook kan men een extra mis bestellen maar die moet dan wel betaald worden. Na de begrafenis is er bij de Katholieken nog vaak een koffietafel. Daar kunnen dan de genodigden even bijpraten en de familie wordt daar vaak ook gecondoleerd.


Jodendom

In het Jodendom staat vooral het leven centraal en het nageslacht is ook zeer belangrijk. Bij het Jodendom zijn er twee voorstellingen:
-de oude voorstelling: Men vindt over het leven na de dood weinig in de Bijbel, maar wel in oude teksten. Onder de aarde was een verblijfplaats waar de doden een duister en weinig aantrekkelijk leven lijden. Die duistere onderwereld noemt men de Sjeool. Ik denk dat de Sjeool ongeveer hetzelfde is als de hel bij de Christenen.

-In de psalmen staat dat er in het dodenrijk geen contact meer is met God (verschillend van de Bijbelse versie). Er kwamen verschillende teksten tevoorschijn over de heropstanding der doden (herrijzenis uit Israël). In de onderwereld wordt een selectie gemaakt: de rechtvaardigen verblijven in het Gan-Eden (het paradijs) en de goddelozen in het Gehenna (de hel). Aan het einde der tijden komt er een nieuwe wereld waar de vromen en de bekeerde zondaars leven. De goddelozen worden vernietigd of krijgen een eeuwige straf.


Euthanasie in het Jodendom

Ik heb niks kunnen vinden over hoe dat de Joden tegen euthanasie aankijken. Maar daarvoor had ik ongeveer 4 weken geleden een boekje besteld bij www.nvve.nl dat is een site van de Nederlandse vereniging voor euthanasie.

Helaas is dit boekje nog niet aangekomen en kan ik geen verdere informatie vinden over euthanasie bij het Jodendom.


De Joodse begrafenis- en rouwgebruiken.
Joodse mensen hebben hele precieze rouwgebruiken. Volgens de Joodse wet moet de begrafenis zo snel mogelijk na de dood plaatsvinden. Het cremeren is niet toegestaan. De dode wordt volgens vaste voorschriften gewassen door iemand van de ‘Chewra Qadiesja’, het heilige genootschap. Dat is een vereniging van mensen die de reinheidsvoorschriften goed kennen. Zij leggen ook de dode af. De dode wordt in een eenvoudig wit gewaad gekleed. Zo is volgens hun elke Jood gelijk in de dood. Daaroverheen krijgt een man ook zijn talliet, dat is de gebedsmantel. Als symbool dat hij ni3et meer kan bidden, worden een paar draadjes van de talliet losgemaakt. De handen worden langs het lichaam gestrekt. Daarna wordt het lichaam in een zo goedkoop mogelijke kist gelegd. Onder het hoofd wordt een zakje aarde uit het heilige land Israël geschoven. Tijdens de begrafenis wordt het verdriet openlijk geuit. De nabestaanden gooien zelf aarde op de kist en verlaten het graf pas als het helemaal gevuld is. Na de begrafenis is er geen begrafenismaaltijd. Buren en vrienden zorgen ervoor dat er voor de nabestaanden een eenvoudige maaltijd is als ze van de begrafenis terugkomen: wat brood en eieren, dat zijn symbolen uit de opstanding uit de dood. En ook de zeven dagen van rouw die volgen zorgen ze voor de nabestaanden. Zolang de dode nog niet begraven is troosten vrienden en kennissen de nabestaanden met hun aanwezigheid dat doen ze dus niet met woorden. Ze zoeken de nabestaanden op om ze het gevoel te geven dat ze niet alleen zijn. Woorden van troost worden pas na de begrafenis gebruikt en dan nog zo weinig mogelijk. Zo krijgen de rouwende nabestaanden alle kans om hun verdriet te uiten. De nabestaanden blijven de eerste zeven dagen na de begrafenis thuis. Minstens tien mensen komen dan iedere ochtend en avond bidden en voorlezen uit de thora, behalve op sjabbat (de Joodse rustdag) en op feestdagen. De zeven dagen van zware rouw heten ‘sjiwwezitten’. Dit is genoemd naar een oud Joods gebruik waarbij de rouwende op een laag bankje zat. Als de zeven dagen van rouw voorbij zijn dan gaan de rouwende nabestaanden weer naar de synagoge. Daar zijn dan 30 dagen lang bijeenkomsten als er een familielid gestorven is. Een overleden vader of moeder wordt elf maanden in de synagoge herdacht. Een jaar na het overlijden is er weer een bijeenkomst in de synagoge om de doden te herdenken.


Hindoeïsme

Samsara: Zoals elke regendruppel vastzit in een eeuwige kringloop (op aarde komen - op aarde verblijven – de aarde verlaten – weer terugkomen op aarde) zo lijkt ook de mens vast te zitten in een eeuwig durende kringloop van de dood en wedergeboorte. Samsara betekent letterlijk: in de stroom meegaan. Volgens de Hindoes is het menselijke bestaan slechts een van de vijf vormen van het bestaan in het samsara. Bepaald door de wet van de daden die een persoon gedaan heeft kan het leven zich voor lang of kort in één van de hemelen plaatsvinden. Of dan weer op aarde in dierlijke vorm, of dan weer in één van de hellen. Een overschot van goede daden kan tot een langer verblijf in de hemelen leiden, maar daarna volgt weer de terugkeer op aarde en dan misschien in een hogere kaste. Een overschot van slechte daden kan leiden tot een langer verblijf in de hellen, maar dan toch weer terug naar aarde (misschien wel in dierlijke vorm). De cirkelgang van het leven lijkt eindeloos en zonder doel of zin. Als op een oneindige reis, van de ene laag in de kosmos naar de andere, lijkt dat de mens eeuwig wordt meegesleurd in een eeuwige cirkelgang. Maar dit is niet waar, op de eerste plaats gelooft een hindoe dat elke levensvorm thuis hoort binnen een groep van gelijken in het proces van de samsara. Dat wil eigenlijk zeggen: in families en in kasten reist men als het ware samen door de hele kosmos. Wat deze individuen met elkaar verbindt is het zelfde niveau waar ze in zitten. Maar er is toch een ontsnappen aan deze eeuwige cirkelgang. De bevrijding uit het samsara noemen hindoes moksha. Het Nederlandse werkwoord smokkelen is verwant met moksha. De bevrijding wordt dus gezien als het passeren van een grens. Maar wel met veel omwegen en langs veel zijpaden kan een mens zijn doel, de verlossing bereiken. Hoe men zich vanuit het leven dat wij nu leiden deze staat van moksha moeten voorstellen is onduidelijk. Zo is het ook met de mens die zich een voorstelling wil maken van de staat waarin hij verkeert als hij moksha heeft bereikt. Er kan alleen negatief over moksha gesproken worden: er is geen kringloop der wedergeboorten meer, of het is de staat waarin de ziel geen omhulsel meer heeft. Een geliefd symbool van hindoes voor moksha is dan ook een lege cirkel, of de leefte zelf. In dit streven naar de verlossing bezit de mens, van alle bestaansvormen van de ziel, als enige de mogelijkheid om het ‘point of no return’ te bereiken. Maar alleen als mens kan de moksha bereikt worden en niet vanuit de hemel of als dier.

De reinen, de priesters en yoga-beoefenaars, worden in een embryonale houding begraven. De gewone mensen worden verbrandt omdat hun lichaam onrein is.



REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

A.

A.

Hoi,

Waar heb je informatie vandaan gehaald voor dit werkstuk? Heb wel wat gezocht, maar kon niet echt duidelijke dingen vinden.

Bedankt,

Groetjes Anna

19 jaar geleden