ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

Er was niets bijzonders aan de jonge Mohandas Karamchand Gandhi, behalve misschien dat hij heel, heel verlegen was. Hij had geen bijzondere talenten en doorliep de school als een leerling die wat onder de middelmaat bleef: onzeker en ernstig, bijzonder gehecht aan zijn ouders en zich slechts vaag bewust dat er nog iets bestond buiten het rustige stadje aan zee waar hij was geboren. Het was het einde van de 19e eeuw. India was in haar 2e eeuw van Britse overheersing.



Gandhi trouwde op zijn 13e jaar, toen hij nog op school zat. Hij had een vage ambitie om arts te worden, maar hij zou het nooit worden. Alle lessen gingen hem slecht af. Ieder vak leek hem onmogelijk te volgen en hij voelde zich totaal niet op zijn gemak, waar hij ook ging of stond. Een oom van hem vond dat hij maar naar Londen moest om rechten te studeren. Hij kon wel door de grond zakken van schaamte toen hij bemerkte dat hij de enige was die in het wit gekleed ging. Alles wat hij zei en deed was misplaats. Hij was nog nooit zo alleen geweest.





Hij besloot een Engelse Gentleman te worden. Maar de rol van heer voldeed niet aan zijn behoeften. Hij werd er alleen maar onzekerder van. Hij kwam er na een paar maanden achter dat hij zijn manier van denken moest veranderen en dat was iets dat dieper ging dan verschillen in gebruiken en cultuur. Het was beter jezelf trouw te blijven dan te proberen iemand anders na te bootsen. Hij begon te experimenteren met een eenvoudiger manier van leven.



Maar Gandhi had nog steeds geen echte richting gevonden. Advocaat worden bleek geen uitdaging meer. Hij probeerde zich in te zetten voor sociale hervormingen, maar nog altijd wist hij zich geen houding te geven. In ieder gezelschap was hij onhandig.

Na drie jaar slaagde hij toch voor zijn examens, werd toegelaten als advocaat.



Toen hij later in Zuid Afrika als advocaat werkte leerde hij zichzelf aan zich zo goed op een zaak te concentreren dat hij wat zelfverzekerder werd. Mensen kregen ook vertrouwen in hem. De politieke en sociale onderdrukking van alle Indiërs in Zuid-Afrika had een diepe indruk op hem gemaakt. Hun lijden werd zijn lijden.



Gandhi’s vreugde kende geen grenzen. Overal begon hij de mogelijkheid te om te kiezen tussen allen voor zichzelf leven of leven terwille van anderen. Naarmate hij minder egoïstisch werd, groeide zijn spiritueel bewustzijn. Gandhi werd niet meer gezien in dure Europese kleding. Hij had zijn huishouden tot in elk detail vereenvoudigd.



Eeuwenlang waren miljoenen mensen in India het slachtoffer van wreedheid en discriminatie door de hogere klassen. Een van de eerste stappen die Gandhi ondernam om de eigenwaarde en eenheid van India te herstellen was een begin maken met de bevrijding van de lagere klassen. Hij voerde campagnes van de Himalaja tot aan Ceylon en overal was zijn boodschap hetzelfde: “Wij zijn allen een. Wanneer je anderen doet lijden, berokken je jezelf lijden. Wanneer je anderen zwak maakt, verzwak je jezelf, verzwak je het hele land”.



Waar Gandhi ook heenging, overal verzamelde hij geld in voor de Harijans (de benaming voor de lagere klasse van India). Hij was zo onweerstaanbaar dat er altijd wanneer hij aankwam, grote mensenmenigten stonden te wachten om hun geld en sieraden in zijn uitgestrekte handen te stoppen.



Gandhi was de meest verwarrende tegenstander waarmee een land ooit te kampen kreeg. Elke stap die hij ondernam was spontaan, ieder jaar werd hij er jeugdiger op, radicaler, meer bereid tot experimenteren. Britse bestuurders waren verbijsterd en mateloos geïrriteerd door dit mannetje, dat zich terugtrok wanneer zij zouden hebben aangevallen, aanviel wanneer zij zich zouden terugtrekken, en nog met de dag sterker scheen te worden ook. Niemand wist wat zijn volgende stap zou zijn, want zijn handelingen werden ingegeven door een intuïtie.



India was woedend over de Engelse uitbuiting en verspilde veel moeite aan haat en pogingen om terug te slaan. Maar Gandhi vormde zijn woede om tot geweldloze actie met een liefde en achting voor het Britse volk. Hoe meer de Britse onderdrukking toenam, hoe meer de Engelsen begrepen dat zij zichzelf ook schade toebrachten, zolang zij de Indiërs hun politieke vrijheid ontnam.

Omdat Gandhi wist dat de Engelsen, ongeacht hun daden, evenzeer zijn broeders en zusters waren als de Indiërs, kon hij zich tot zijn onderdrukkers wenden met de woorden: “Wij zullen ons niet onderwerpen aan dit onrecht – niet alleen omdat het ons vernietigt maar omdat het jullie ook vernietigt.” Langzamerhand begonnen zelfs de hooggeplaatste Engelse functionarissen positief te reageren op deze benadering en kwamen zelfs Engelse burgers bij Gandhi om mee te werken aan zijn strijd voor de economische en politieke onafhankelijkheid van India.



Overal waar hij kwam wist hij door zijn persoonlijk voorbeeld de barrières op te heffen die warenopgericht door godsdienstige gebruiken. Overal gebeurde wel een klein wonder: Islamitische gezinnen namen het risico hem onderdak te verlenen, moordenaars en plunderaars meldden zich aan om hem hun wapens te geven, terug te brengen wat ze hadden geroofd of om hem geld aan te bieden voor hulp aan de misdeelden.



Keer op keer wanneer het leek alsof hij onmogelijk opgewassen kon zijn tegen het geweld, stortte hij zich in de strijd zonder te denken aan zijn eigen veiligheid.



De strijd die hij in zijn laatste jaren moest meemaken behoort tot de grootste tragedies die de geschiedenis kent. Aan de vooravond van de onafhankelijkheid waren Hindoeïstisch en Islamitisch India in een grimmige burgeroorlog verwikkeld. De troepen stonden volkomen machteloos tegenover elkaar. Omdat Gandhi leerde dat alle godsdiensten een broederschap vormen en daar ook naar leefde, werd hij intens gehaat door vele Hindoes en Islamieten. Het bloedvergieten trof hem tot in het diepst van zijn wezen en hoewel hij al in ver in de 70 was ging hij barrevoets door de afgelegen dorpen voor een eenmans-vredesmacht. Hij liep, werkte en sprak 16 tot 20 uur per dag en overal wist hij barriëres op te heffen die waren opgericht door godsdienstige gebruiken. Overal gebeurde wel een klein wonder: Islamitische gezinnen namen het risico hem onderdak te verlenen, moordenaars en plunderaars meldden zich aan om hem hun wapens te geven, terug te brengen wat ze hadden geroofd of om hem geld aan te bieden voor hulp aan de misdeelden.



Hoe heeft hij het gedaan? Hoe is zo’n gewoon mannetje, een mislukte advocaat zonder doel erin geslaagd zichzelf te transformeren tot iemand die in staat was alleen te staan en alleen de strijd aan te binden met het grootste imperium dat de wereld ooit heeft gekend en nog te winnen ook – zonder een schot te lossen.



Gandhi zegt hierover: “doe afstand en geniet!”

Deze woorden betekenen dat we ons, om van het leven te genieten, nergens zelfzuchtig aan moeten hechten – aan geld, bezit, macht of prestige of zelfs aan familie of vrienden. Zodra we er zelfzuchtig aan gehecht zijn, worden we er een gevangene van.



Mijn mening over Mahatma Gandhi



Ik vind Gandhi een goed persoon om over na te denken, want hij heeft namelijk zonder geweld te gebruiken vrede gemaakt. Oftewel Gandhi is een grootheid!

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

hoi goed werkstuk maar er staan moeilijke woorden in voor iemand uit de 2e heb je dit van internet of niej als niet vind ik jou een grootheid

groeten manon

16 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast