Esther

Beoordeling 6.6
Foto van een scholier
  • Werkstuk door een scholier
  • 2e klas vmbo | 1720 woorden
  • 24 januari 2005
  • 17 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.6
  • 17 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Waarom Vasthi haar troon moest opgeven aan Esther

Het is de vijfde eeuw voor Christus. Koning Ahasveros was een machtig man. Hij heerste over het enorme uitgestrekte rijk van Perzië en Medië. Dat waren 127 gewesten van India tot Ethiopië. In het derde regeringsjaar gaf hij een groot feest in zijn enorme paleis. Gouverneurs, topambtenaren en de hele legerleiding werden daarvoor uitgenodigd. De feestelijkheden duurde maar liefst een half jaar. Het enige waar het om draaide was rijkdom, pracht en praal. Na alle festiviteiten gaf de koning een apart feest voor alle mannelijke leden van zijn hofhouding: van kamerheer tot keukenknecht.
Ondertussen gaf koningin Vasthi een feest voor de vrouwen in het paleis. Op de laatste dag riep een halfdronken koning zijn zeven persoonlijke bedienden bij zich. Hij beval hun om koningin Vasthi te halen. Zij moest haar kroon dragen, zodat alle gasten naar haar schoonheid konden bewonderen, want zij was een bijzonder mooie vrouw. Maar zij weigerde te komen. Daarvan werd de koning heel erg woedend Hij raadpleegde echter eerst zijn adviseurs “Vertel mij wat ik moet doen”, vroeg hij hun. Memukan (een van de wijze mannen) antwoordde voor hun allen“Koningin Vasthi heeft zich niet alleen tegen u misdragen, maar ook tegen al uw regeringsvertegenwoordigers en onderdanen. Deze daad zal algemeen bekend worden en overal zullen vrouwen horen wat koningin Vasthi heeft gedaan. Nog voor deze dag om is, horen onze vrouwen, overal in het hele rijk, hoe de koningin zich heeft misdragen. Zij zullen een voorbeeld aan haar nemen en net zo tegen hun echtgenoten beginnen te praten. Dit zal veel minachting en woede opwekken. Wij stellen voor dat u, als u het goed vindt, een koninklijk besluit uitvaardigt. Een wet van Meden en Perzen, die niet kan worden herroepen. Daarin kondigt u aan dat koningin Vasthi uit uw nabijheid wordt gebannen. En u maakt bekend een koningin te zullen kiezen die zich waardiger gedraagt. Als dit besluit wordt afgekondigd in uw hele rijk, zullen allen mannen –ongeacht hun rang of standweer worden gerespecteerd door hun echtgenotes!” De koning en de andere adviseurs vonden die een uitstekend voorstel. Dus volgde hij Memukans raad op en stuurde brieven naar alle gewesten, elk in hun eigen taal. Hij benadrukte dat in huis de mannen de leiding hadden en hun gezag niet moesten laten betwisten. Nadat Ahasveros woede was bedaard, begon hij om de zak met Vasthi te piekeren: hij zou haar nu nooit meer zien. Daarom zeiden zijn hovelingen:”Laten wij de mooiste meisjes uit uw rijk uitzoeken en bij u brengen. Wij zullen in alle gewesten ambtenaren aanstellen om deze meisjes te selecteren voor de koninklijke harem. Het meisje dat u daarna het best bevalt, zal koningin worden in plaats van Vasthi.” De koning wond dit een prachtig voorstel en liet het onmiddellijk uitvoeren. In Susan leefde Mordechai. Mordechai was de pleegvader van een bijzonder knap en aantrekkelijk meisje, Hadassa (zij werd ook wel Esther genoemd). Zij was de dochter van zijn oom. Hij had haar na de dood van haar ouders als dochter aangenomen. Als gevolg van het koninklijk besluit werd ook Esther, samen met vele andere meisjes, naar het paleis in Susan gebracht. Zij kreeg de zeven beste dienaressen van het paleis. Hegai, die voor de harem verantwoordelijk was, liet haar in het mooiste deel van de harem wonen. Maar Esther had niemand verteld dat zij een Joodse was. Mordechai had haar de raad gegeven haar afkomst geheim te houden. Voordat een meisje de nacht mocht doorbrengen met koning Ahasveros, moest zij eerst 12 maanden lang een schoonheidsbehandeling ondergaan. Wanneer het haar beurt was met de koning te slapen, kreeg zij de mooiste kleren en juwelen. Die moesten haar schoonheid beter laten uitkomen.

Ze volgde het advies op van Hegai, harembewaker en kleedde zich volgens zijn aanwijzingen. Iedereen vond dat zij er prachtig uitzag! In de tiende maand van het zevende jaar van Ahasveros’regering werd Esther naar het paleis van de koning gebracht. De koning hield meer van haar dan van alle andere meisjes. Hij was zo verrukt over haar dat hij de koninklijke kroon op haar hoofd zette en haar tot koningin uitriep in plaats van Vasthi!

Waarom ze de Joden begonnen te haten

Om deze heugelijke gebeurtenis te vieren, gaf hij een diner voor al zijn gouverneurs en regeringsambtenaren. Enige tijd daarna gaf de koning opnieuw bevel mooie, jonge meisjes bijeen te brengen. Intussen was Mordechai een vertrouwde verschijning in het paleis geworden. Esther had nog niemand verteld dat zij een Joodse was, want zij bleef Mordechai gehoorzamen. Toen Mordechai op zekere dag in het paleis aan het werk was, smeedden twee verbitterde poortwachters van het paleis aan samenzwering.het waren Bigtan en Teres. Zij wilden de koning vermoorden dit kwam Mordechai ter ore en hij speelde deze inlichting door naar koningin Esther. Zij vertelde het de koning en noemde daarbij Mordechai’s naam. Er werd een onderzoek ingesteld, waarbij de twee mannen schuldig werden bevonden en opgehangen.
Korte tijd daarna benoemde koning Ahasveros Haman, de zoon van de Agagiet Hammedatha, tot eerste minister. Hij was, na de koning, de machtigste man van het rijk. Alle dienaren van de koning maakten een zeer diepe buiging wanneer Haman passeerde, want zo had de koning het bevolen. Maar Mordechai weigerde te buigen en hem eer te bewijzen. “Waarom gehoorzaamt u de koning niet?” Vroegen de anderen hem dag aan dag. Maar hij bleef weigeren te buigen. Tenslotte vertelden zij het Haman om te zien of Mordechai zijn gedrag vol kon houden. Want hij had als excuus aangevoerd dat hij Jood was.
Haman was woedend toen hij merkte dat Mordechai niet voor hem boog. Hij besloot niet alleen Mordechai te straffen, maar ook hard op te treden tegen diens volk, de Joden. Hij wilde alle Joden in Ahasveros’ rijk uitroeien! Daartoe wierp men het lot, ook wel ‘pur’ genoemd. Het lot gaf de laatste maand van het volgende jaar aan als beste tijd. Haman benaderde de koning over deze kwestie. “Er is een bepaald volk dat verspreid over al uw gewesten woont”, begon hij. “Hun wetten verschillen van die van alle andere volken. Den deze mensen weigeren uw wetten te gehoorzamen. Daarom hoort u hen niet in leven te laten. Als u het goed vindt, geef dan bevel dat zij van deze zuivering te dekken, zal ik een bedrag ter waarde van 360.000 kilo zilver in de koninklijke schatkist storten. De koning keurde het plan goed. Hij nam, om zijn besluit te bevestigen, zijn zegelring van zijn vinger en gaf die aan Haman, de jodenhater. “Houd dat geld maar”, Zei hij. “Ga uw gang en doe met dat volk wat u wilt.” Een week of twee later liet Haman alle koninklijke secretarissen bij zich komen. Hij dicteerde hun brieven voor de gouverneurs en regeringsvertegenwoordigers in het hele rijk. IJlboden brachten de brieven naar alle gewesten van het rijk. Zo werd overal dit bevel bekend: “Alle Joden –jong en oud, ook vrouwen en kinderen- moeten worden gedood op de dertiende dag van de twaalfde maand van het volgende jaar. Hun bezittingen mogen in beslag worden genomen.” In de brief stond dat een afschrift van de brief als wet moest worden uitgevaardigd in elk gewest. Elk volk moest het horen. Dan zou iedereen weten wat hem die dag te doen stond. En terwijl de koning en Haman samen dronken, raakte de stad in rep en roer.

Waarom de Joden dood moesten

Toen Mordechai hoorde wat er was gebeurd, scheurde hij zijn kleren, kleedde zich in een zak en strooide as op zijn hoofd als teken van zwarte rouw. Zo liep hij luid jammerend door de stad. Voor de paleispoort bleef hij staan, want het was verboden in rouwkleding het paleis binnen te gaan. In alle gewesten waar het besluit van de koning bekend was geworden, verkeerden de Joden in diepe rouw. Zij tastten, huilden en jammerden.

Toen Esthers dienaressen en hovelingen haar vertelden van Mordechai’s gedrag, schrok zij hevig. Zij stuurde hem onmiddellijk andere kleren om de rouwkleding te vervangen. Maar hij weigerde deze aan te nemen. Zij droeg Hathach op Mordechai te vragen wat er aan de hand was en wat zijn gedrag te betekenen had. Hathach ging naar het plein voor de paleispoort, waar Mordechai stond. Mordechai vertelde hem het hele verhaal. Hij gaf Hathach een afschrift van het koninklijk besluit om de Joden uit te roeien. “Laat dit aan Esther zien”, zei hij. “Leg haar uit wat er is gebeurd. Laat haar naar de koning gaan en hem om genade smeken voor haar volk.” Hathach bracht Mordechai’s woorden over aan Esther.
Zij stuurde hem opnieuw naar Mordechai met de volgende boodschap: “De hele wereld weet dat iedereen –of het nu een man of een vrouw is- die zonder geroepen te zijn, naar de koning gaat in de binnenste voorhof, gedoemd is te sterven. Tenzij de koning hem zijn gouden scepter aanreikt; dan is zijn leven veilig het is nu al een maand geleden sinds ik bij de koning ben geroepen.” Mordechai antwoordde: “Denk je dat jij in het paleis aan de dood zult ontsnappen, terwijl alle andere joden worden vermoord? Als jij in een tijd als deze blijft zwijgen, zullen zij ons wel op een andere manier redden. Maar jij en je familie zullen omkomen. En wie weet of jij niet juist met het op deze tijd in het paleis bent terechtgekomen”
Toen liet Esther aan Mordechai zeggen: “Roep alle Joden uit Susan bij elkaar en vast voor mij. Eet of drink niet gedurende drie dagen en nachten. Mijn dienaressen en ik zullen hetzelfde doen. Daarna zal ik, ondanks het verbod, naar de koning gaan. Als ik dan moet sterven, dan zij het zo.” Mordechai deed wat Esther hem had gevraagd.
De volgende dag kwamen de koning en Haman naar een diner. “Vertel het me nu, mijn koningin, wat is uw verzoek?” vroeg de koning. “Lieve koning”, zie Esther. “Indien u met mij bent behaagd, bedel ik u om mijn leven te sparen. En spaart u ook het leven van mijn volk. Indien verkocht zouden worden, schijnt dat oneerlijk dat zij naar de dood zullen gezet worden.” “Wie durft dit te doen?” vroeg de koning. “Het is deze wrede Haman”, zei Esther en wees naar haar vijand. De koning was verbaast en geloofde Esther.
Diezelfde dag werd Haman nog opgehangen. Esther en haar volk waren veilig!

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.